CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

22-07-12.10 Relevant stuk 3, Toelichting en regels bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Gemeenteraadsvergadering 12 juli 2022, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan "Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a”16.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a Gemeente Overbetuwe Status:

Ontwerp

Datum:

Maart 2022

IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0354HERVstwilli16a-ONTD

Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Datum Maart 2022

Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST

Telefoon 0481 362 300

E-Mailadres info@overbetuwe.nl

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en globale begrenzing plangebied 1.3 Huidig bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 7

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

8

Hoofdstuk 3

Toekomstige situatie

9

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal en regionaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

10 10 11 12

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.5 Geurhinder 5.6 Bodem 5.7 Externe veiligheid 5.8 Explosieven 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Waterparagraaf 5.11 Flora en fauna 5.12 Archeologie en cultuurhistorie 5.13 Verkeer en parkeren

15 15 15 16 17 18 19 20 22 22 23 24 26 27

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de verbeelding en regels

28 28 29

Hoofdstuk 7

31

Financiële toelichting

Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Inspraak 8.3 Overleg 8.4 Vaststellingsprocedure 8.5 Beroep

32 32 32 32 32 32

(ontwerp)

3

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De initiatiefnemer wil op het perceel Sint Willibrordusstraat 16a te Herveld één vrijstaande (senioren)woning oprichten. Het perceel heeft momenteel een agrarische bestemming zonder bouwvlak. Het oprichten van een woning is daarom niet toegestaan volgens het huidige bestemmingsplan en een herziening hiervan is noodzakelijk. Dit bestemmingsplan 'Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a' maakt het oprichten van één woning met bijbehorende bouwwerken en erfinrichting op het perceel juridisch-planologisch mogelijk. Het biedt een nieuw bouw- en gebruikskader voor het gehele perceel.

1.2

Ligging en globale begrenzing plangebied

Het plangebied betreft de locatie Sint Willibrordusstraat 16a te Herveld, kadastraal bekend als gemeente Valburg, sectie G, perceelnummers 410 en 1455. Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom van Herveld, aan de noordoostkant van deze kern. Circa 300 meter ten noorden van het plangebied ligt de A15 en circa 350 meter noordelijk de Betuweroute. De ligging van het plangebied is in figuur 1.1 weergegeven.

Figuur 1.1: ligging van het plangebied (bron: Bing Maps)

De kern Herveld is verbonden met Andelst en deze woonkernen hebben enkele noord-zuid lopende bebouwingslinten tussen de Hoofdstraat en de A15. Het plangebied ligt in de nabijheid van een dergelijk bebouwingslint aan de Bredestraat-Zuid. Het ligt achter de bestaande woningen aan de Sint

Toelichting (ontwerp)

5

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a Willibrordusstraat en ten noorden van de H. Willibrord kerk. Het plangebied bestaat uit het perceel Sint Willibrordusstraat 16a, alsmede de toegang tot dit perceel vanaf de Sint Willibrodusstraat. De indicatieve begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

Figuur 1.2: indicatieve begrenzing van het plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.3

Huidig bestemmingsplan

In het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Herveld-Andelst', dat sinds 23 september 2011 onherroepelijk is. Het plangebied heeft grotendeels de bestemming 'Agrarisch' (perceelnr. 410) en is niet voorzien van een bouwvlak. De toegang tot het perceel (perceelnr. 1455) heeft de bestemming 'Groen'. Ook geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' in het plangebied. Een uitsnede van de verbeelding van het huidige bestemmingsplan, met de begrenzing van het plangebied in rood kader, is weergegeven op figuur 1.3.

6

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Figuur 1.3: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Herveld-Andelst' ter plaatse van het plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Het oprichten van een woning is binnen de bestemming 'Agrarisch' niet toegestaan. Dit is strijdig met zowel de bouw- als gebruiksregels van deze bestemming. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Daarnaast is het wenselijk om de toegang tot het perceel een Verkeersbestemming te geven, omdat dit beter aansluit op het toekomstige gebruik en de toekomstige inrichting van het betreffende perceel. Om die reden is ook het perceel met nummer 1455 onderdeel van het plangebied.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, worden in hoofdstukken 2 en 3 respectievelijk de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het voor dit plan van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of de ontwikkeling in ruimtelijk en milieuhygiënisch opzicht aanvaardbaar en haalbaar is en voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven. In hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen. Ten slotte is in hoofdstuk 8 de bij de totstandkoming van het bestemmingsplan gevolgde procedure beschreven.

Toelichting (ontwerp)

7

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

Het plangebied bestaat uit de locatie Sint Willibrordusstraat 16a te Herveld en de daarbij behorende perceelstoegang. Dit perceel heeft een oppervlakte van 4.325 m². Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom van Herveld, aan de noordoostkant van deze kern en wordt aan de west- en zuidwestkant begrensd door bestaande woningen aan de Sint Willibrordusstraat, aan de noord- en zuidkant door agrarische onbebouwde percelen en aan de oostkant door een bedrijfslocatie (Hoofdstraat 157, touringcarverhuurbedrijf). Het plangebied is momenteel ingericht met agrarische gronden en groen. Van bedrijfsmatig agrarisch grondgebruik is geen sprake. In het noordelijk deel van het plangebied is een bijgebouw aanwezig van ongeveer 45 m² groot. Het zuidelijk deel van het plangebied is onbebouwd. Het perceel is aan de zuidwestkant toegankelijk via een verharde in-/uitrit op de Sint Willibrordusstraat. Figuur 2 geeft een beeld van de huidige situatie in het plangebied en de directe omgeving.

Figuur 2: luchtfoto huidige situatie plangebied en directe omgeving (bron: Google Maps)

8

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Hoofdstuk 3

T oekomstige situatie

De initiatiefnemer wil op het perceel één vrijstaande woning met bijbehorende tuin, erf en een bijgebouw realiseren. Het betreft een seniorenwoning. Het woonerf komt aan de zuidwestkant van het plangebied te liggen en wordt met een half verharde in-/uitrit verbonden met de bestaande verharde toegang naar de Sint Willibrordusstraat. Parkeren vindt plaats op het verharde erf bij de woning en het bijgebouw. De woning krijgt een inhoud van maximaal 600 m³. Het bijgebouw mag maximaal 90 m² groot worden. De gronden rondom het erf blijven groen ingericht. Deze krijgen een Tuinbestemming. De landschappelijke inpassing en de inrichting van het perceel worden in paragraaf 4.3 nader beschreven en toegelicht. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie. De bestaande bebouwing wordt gesloopt.

Figuur 3: inrichtingsplan toekomstige situatie (bron: Oostzee)

Toelichting (ontwerp)

9

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo'n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt niet in de nationale hoofdstructuur en omvat een ontwikkeling van lokaal belang, gezien de aard en beperkte schaalgrootte van het plan. Er zijn geen nationale belangen, zoals beschreven in de NOVI, in het geding. Het plan is niet in strijd met het nationaal ruimtelijke ordeningsbeleid. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van ruimtelijke plannen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen moeten de regels van het Barro worden gerespecteerd. Beoordeling en conclusie Er is sprake van een lokale, kleinschalige ontwikkeling, waarbij geen nationale belangen in het geding zijn. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit plan. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

De ladder is een verplicht motiveringsinstrument, dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503).

10

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a In een ruimtelijk plan moet worden aangegeven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Ook moet een motivering worden opgenomen dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Beoordeling Met dit bestemmingsplan wordt één extra woning mogelijk gemaakt. Deze ontwikkeling kan volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in het Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing op het plan.

4.2

Provinciaal en regionaal beleid

Omgevingsvisie Gelderland Provinciale Staten hebben op 9 juli 2014 de Omgevingsvisie Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Daarna zijn nog enkele actualisatieplannen vastgesteld. Het actuele beleid is opgenomen in de geconsolideerde versie van maart 2021. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: een duurzame economische structuur(versterking); het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en de kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat, een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Dit betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn uitgewerkt en vertaald in provinciale ambities, die moeten resulteren in een divers, dynamisch en mooi Gelderland. Beoordeling en conclusie De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan het plan wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen aanduidingen, die voor dit plan van belang zijn. Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie.

Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de verordening of de Omgevingsverordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt regelmatig geactualiseerd. In maart 2021 is de meest recente geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening gepubliceerd. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Beoordeling Het plangebied ligt geheel of gedeeltelijk binnen de volgende aanduidingen: Tijdelijk verbod hervestiging/nieuwvestiging/uitbreiding (bestaande) glastuinbouw. Dit thema is niet van toepassing op het plan, omdat er in de huidige en toekomstige situatie geen sprake is van glastuinbouw. Intrekgebied. In het intrekgebied mag geen bestemming mogelijk gemaakt worden, die voorziet in de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas. Dit plan Toelichting (ontwerp)

11

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a voorziet hier niet in en is in overeenstemming met de regels voor de intrekgebieden. Verder is het thema 'wonen' uit de Omgevingsverordening van belang, omdat er één extra woning wordt toegestaan. Nieuwe woonlocaties zijn uitsluitend toegestaan, wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma en de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio (artikel 2.2.1.1). De gemeente Overbetuwe heeft haar woningbouwprogramma, zowel kwalitatief als kwantitatief, vastgelegd in de Woonagenda 2020. Hierop wordt in paragraaf 4.3 ingegaan. De ontwikkeling past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma, dat op regionaal niveau is afgestemd. Hiermee wordt voldaan aan het gestelde in de Omgevingsverordening. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid.

In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven. Beoordeling Het plangebied ligt op de overgang van het buitengebied naar de kern Herveld. De gemeente wil het buitengebied vitaal houden door meer te differentiëren. Daarom zijn er zeven deelgebieden onderscheiden met verschillende ontwikkelingsmogelijkheden. Het plangebied ligt binnen de dorpsrandzone van Herveld-Andelst. In dorpsrandzones wil de gemeente de ruimtelijke en functionele relatie tussen de dorpen en het omliggende landelijke gebied meer zichtbaar en beleefbaar maken om op die manier de overgang tussen kernen en het buitengebied te verbeteren. De kern Herveld-Andelst kenmerkt zich als een aaneenschakeling van drie kernen (Herveld-Noord, Herveld-Zuid en Andelst) met daartussen het cultuurhistorisch waardevolle woerdenlandschap, dat zich met name in het zuiden bevindt. Kenmerkend zijn de historische wegenstructuren, die hoofdzakelijk in noord-zuidrichting lopen. Daartussen zijn op veel plekken open zones met een agrarische of groenfunctie aanwezig. Het is wenselijk deze gebieden niet volledig dicht te bouwen.

Het plangebied ligt aan de rand van één van deze min of meer onbebouwde zones, maar heeft geen volledig open karakter. De positionering van de nieuwe woning met het bijbehorende erf is zo gekozen dat dit aansluit op de

12

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a bestaande woonbebouwing ten westen en ten zuiden van het plangebied. Het noordelijk en oostelijk deel van het perceel blijft hierdoor een onbebouwd en groen karakter houden, wat aansluit op het omliggende gebied. Hierdoor blijft er sprake van een logische en natuurlijke afronding van de bebouwde kom ten opzichte van het buitengebied. De ontwikkeling past daarom binnen het ruimtelijk beleid voor de dorpsrandzone van Herveld-Andelst. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Woonagenda Overbetuwe 2020 In de Woonagenda 2020 verwoordt de gemeente Overbetuwe haar doelen en ambities op het gebied van wonen. Als basis voor deze woonagenda is een opgavennotitie opgesteld. Deze woningmarktanalyse geeft zicht op huidige en toekomstige kansen en knelpunten en is het startpunt voor de uitwerking van de woonagenda. De woonagenda bevat geen gedetailleerd uitvoeringsprogramma, maar de koers waarbinnen de komende jaren plannen voor kernen en locaties kunnen worden uitgewerkt. De ontwikkelingen, die de komende jaren afkomen op de gemeente (vergrijzing, gezinsverdunning), vragen om meer variatie in het woonaanbod. Over het algemeen zijn inwoners tevreden over hun woonsituatie. Niet voor iedereen is het echter even makkelijk om een woning naar wens te vinden.

De gemeente wil over voldoende woningen met de juiste kwaliteit beschikken om huishoudens de gewenste stappen in hun wooncarrière te laten maken. Dat wil zeggen voor iedere stap in de levensloop een geschikt woonalternatief. Accentpunten zijn: Aandacht voor urgente huisvestingsnood: inzetten op geschikte woningen voor bijzondere doelgroepen; Betaalbaarheid en beschikbaarheid: meer betaalbare huurwoningen beschikbaar; Wijs omgaan met de bestaande woningvoorraad: inzetten op verduurzaming; Een levensloopvriendelijke gemeente: langer thuis wonen en er op uit; Een gezonde woningmarkt in balans: prioriteren én versnellen van onze woningbouwplannen. Het aantal huishoudens binnen de gemeente neemt in de periode 2015-2040 naar verwachting toe met ca. 2.250. Tot 2025 is een uitbreiding van de woningvoorraad met 1.400 woningen nodig voor het oplossen van bestaande tekorten en voor het opvangen van de autonome groei van het aantal huishoudens. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van één nieuwe woning mogelijk. Het toevoegen van één woning past binnen de gemeentelijke kwantitatieve woningbouwopgave. In kwalitatief opzicht wordt opgemerkt dat het plan ruimtelijk-stedenbouwkundig en functioneel aansluit op de omgeving.

Er wordt een 'restperceel' aan de rand van de bebouwde kom ingevuld met een passende functie, waarbij het grootste deel van het perceel onbebouwd blijft en aansluit op de ruimtelijke en landschappelijke kenmerken in de omgeving. De locatie ligt op korte afstand van het dorpscentrum van Herveld-Noord en is goed bereikbaar via de bestaande toegang tot het perceel. De locatie is geschikt als woonlocatie en andersom is deze ontwikkeling met de voorgestelde inrichting ruimtelijk en landschappelijk inpasbaar. Het plan voldoet daarmee tevens in kwalitatief opzicht aan de uitgangspunten van de Woonagenda Overbetuwe 2020. Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe (LOP) In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2009 zijn de (algemene) doelstellingen en gebiedsspecifieke opgaven voor Overbetuwe geformuleerd. De hoofddoelstelling betreft het ontwikkelen van een sterke samenhangende landschappelijke structuur met een eigen Betuwse identiteit, die tegenwicht biedt aan de verstedelijking en waarbij belangrijke landschappelijke waarden duurzaam in stand worden gehouden. Per deelgebied zijn daarnaast gebiedsspecifieke opgaven opgenomen. Doorwerking en conclusie

Toelichting (ontwerp)

13

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a Het plangebied ligt in deelgebied 4b, Oeverwal Herveld-Andelst. Binnen dit gebied is onder meer het streven om de openheid rondom woerden (verhogingen waarop gebouwd is) open en beleefbaar te houden, de kleinschaligheid te versterken en zichtrelaties tussen oeverwallen en kommen te versterken. Met de voorgestelde perceelsinrichting en landschappelijke inpassing, die in figuur 4.1 is te zien, ontstaat een kleinschalig erf met bebouwing, dat aansluit op de bestaande rand van de bebouwde kom. De omliggende gronden zijn afwisselend groen ingericht (tuin en groen bij het woonperceel) en als weide (bestaande weide ten zuiden van het plangebied). Ten noorden van het plangebied ligt een meer open gebied. De voorgestelde inrichting zorgt voor een geleidelijke, groene overgang tussen dit agrarische gebied enerzijds en de bebouwde kom anderzijds. Aan de westelijke en zuidelijke randen van het erf worden hagen aangeplant. De beplanting versterkt de kleinschaligheid eveneens en verhoogt de ecologische waarde. Het initiatief past onder de gestelde voorwaarden en met de voorgestelde inrichting en inpassing binnen de uitgangspunten en doelstellingen van het LOP.

Afbeelding 4.1: landschappelijke inpassing en inrichting toekomstig erf en omgeving (bron: Oostzee)

14

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Hoofdstuk 5 5.1

M ilieu- en omgevingsaspecten

Milieueffectrapportage

Met dit bestemmingsplan wordt één nieuwe woning op een agrarisch perceel aan de rand van de bebouwde kom mogelijk gemaakt. Of voor deze ontwikkeling een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, hangt af van de vraag of de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Per 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Wanneer de voorgenomen de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit m.e.r. moet worden getoetst of er sprake is van nadelige milieugevolgen. Is dat het geval, dan moet een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Beoordeling en conclusie De voorgenomen ontwikkeling komt niet voor als activiteit in Bijlage C en D van het Besluit m.e.r., mede omdat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Immers wordt er slechts één extra woning mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt niet in een gevoelig gebied. Er worden daarom geen m.e.r.(beoordelings-)plichtige activiteiten mogelijk gemaakt en ook de plaats van het project geeft geen aanleiding tot het doorlopen van een m.e.r.(beoordelings)-procedure. Een m.e.r.(beoordelings-)procedure in het kader van dit bestemmingsplan is dus niet noodzakelijk en er hoeft geen vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen te worden.

5.2

Geluid

Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) moet bij een ruimtelijk plan een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Het akoestisch onderzoek richt zich op de geluidsgevoelige bestemmingen in de geluidszone. De geluidszone ligt aan weerszijden van de weg. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorkeursgrenswaarde) afkomstig van wegverkeer bedraagt voor nieuwe woningen 48 dB (Lden). Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor moet met een ontheffing een hogere waarde worden vastgesteld. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt een nieuwe woning mogelijk. Er wordt dus een nieuw geluidsgevoelig object mogelijk gemaakt.

In de directe omgeving van het plangebied zijn uitsluitend 30 km/uurwegen zonder geluidzone gelegen. De woning ligt wel binnen de geluidzone van de A15, die tot 400 meter van de weg reikt. De woning ligt op ongeveer 350 meter afstand van de weg. Een akoestisch onderzoek is daarom noodzakelijk. In Bijlage 1 is de rpportage van dit onderzoek opgenomen. In het onderzoek zijn, vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening, ook de 30 km/uurwegen Hoofdstraat en St. Willibrordusstraat onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting vanwege de A15 op de nieuwe woning maximaal 48 dB bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wgh. Het vaststellen van een hogere waarde is daarom niet noodzakelijk. De geluidbelastingen vanwege de 30 km/uurwegen is laag en bedraagt maximaal 46 dB. De cumulatieve

Toelichting (ontwerp)

15

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a geluidbelasting vanwege alle wegen is maximaal 53 dB (exclusief aftrek conform de Wgh). Hiermee kan zonder meer worden gesproken van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning en daarmee van een goede ruimtelijke ordening. Met een standaard geluidwering volgens het Bouwbesluit, voldoet de binnenwaarde aan de normstelling uit het Bouwbesluit (maximaal 33 dB binnenwaarde). Conclusie Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woning. Er is geen hogere waarde noodzakelijk. Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor het plan.

5.3

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: 1. het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; 2. het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2ìg/m3).

Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt het toevoegen van één nieuwe woning mogelijk. Deze ontwikkeling is zodanig kleinschalig van omvang, dat de verkeersaantrekkende werking ruimschoots minder is dan bij de gevallen genoemd in de Regeling NIBM. Het project valt zonder meer onder de regeling NIBM. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit zorgt daarom niet voor belemmeringen.

16

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

5.4

Bedrijven en milieuzonering

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies, zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden, zodat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Als bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).

Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies, die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Beoordeling Het bestemmingsplan maakt het oprichten van één nieuwe woning mogelijk. Daarmee is er sprake van een nieuwe gevoelige bestemming. Er worden geen milieubelastende functies mogelijk gemaakt.

Daarom behoeft alleen te worden onderzocht of er sprake is van potentiële belemmeringen voor omliggende milieubelastende functies enerzijds en of er ter plaatse van de woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is anderzijds. De omgeving van het plangebied kan worden gekenmerkt als een gemengd gebied. Volgens de VNG-brochure zijn als gemengd gebied aan te merken: gebieden met een matige tot sterke functiemenging, waar direct naast woningen ook andere functies voorkomen, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven, alsmede gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen. In de directe omgeving van het plangebied liggen verschillende bedrijfsmatige en maatschappelijke functies, naast woningen. De omgeving kan daarom als gemengd gebied worden beschouwd. Dit betekent dat de gereduceerde richtafstanden kunnen worden toegepast. In de omgeving van het plangebied zijn de volgende functies aanwezig. Hierbij is getoetst aan de richtafstanden in een gemengd gebied. Adres

Functie en SBI-code

Milieucat.

Richtafstand Afstand werkelijk

Hoofdstraat 157

Touringcarverhuurbedrijf (SBI-2008, 493)

3.2

50 m

50 m

Sint Willibrordusstraat 2

Kerk (SBI-2008, 9491)

2

10 m

50 m

Bredestraat-Zuid 64

Timmerbedrijf (SBI-2008, 162)

3.2

50 m

280 m

Toelichting (ontwerp)

17

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Aan de richtafstanden ten opzichte van alle omliggende functies wordt voldaan. De nieuwe woning is zodanig gesitueerd dat deze buiten de richtafstand tot de omliggende bedrijvigheid wordt gerealiseerd. Voor de omliggende functies treden er daarom geen beperkingen op. Bovendien is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de woning in het plangebied voldoende gewaarborgd. Nader onderzoek is daarom niet benodigd. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering zal niet voor belemmeringen zorgen voor het plan. Er zijn geen beperkingen over en weer ten opzichte van andere functies.

5.5

Geurhinder

Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren, waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object in het buitengebied. Beoordeling In de ruime omtrek van het plangebied zijn geen veehouderijen aanwezig.

Vanwege de grote afstand tot veehouderijen en de ligging van het plangebied aangrenzend aan een bestaand woongebied, zijn belemmeringen voor veehouderijen op voorhand uitgesloten. Bovendien is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning in het plangebied voldoende gewaarborgd. Conclusie De Wgv vormt daarom geen belemmering in het kader van dit plan.

18

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

5.6

Bodem

In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening moet worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. Voor de gevallen waarin de bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, bepaalt de Wet bodembescherming dat de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Daarom is een bodemonderzoek conform de NEN 5740-richtlijnen in die gevallen noodzakelijk. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van een nieuwe woning mogelijk en wijzigt de bestemming van een deel van het perceel naar 'Wonen'. Voor deze bestemmingswijziging is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk. Dit is in het kader van het bestemmingsplan uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is opgenomen in Bijlage 2. De onderzoeksresultaten worden hierna besproken. Voor de uitgangspunten en volledige resultaten wordt verwezen naar de bijlage.

In de bovengrond zijn lichte verontreinigingen met koper, lood en zink aangetroffen, terwijl in het grondwater een lichte verontreiniging met barium is aangetroffen. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. De lichte verontreinigingen geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De bodemkwaliteit is geschikt voor het beoogde gebruik. De aangetroffen gehalten vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. Daarnaast is de locatie niet asbestverdacht gebleken. Conclusie Het aspect 'bodem' levert geen belemmeringen op voor dit plan. De bodemkwaliteit is voldoende onderzocht.

Toelichting (ontwerp)

19

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

5.7

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's moeten worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron is, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het PR beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, etc.), waarbij de 10-6-contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het GR beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het GR wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het GR (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het GR moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegenomen in de beoordeling van het GR. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Beoordeling Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van één vrijstaande woning op een agrarisch perceel. Daarmee wordt een nieuw kwetsbaar object mogelijk gemaakt.

Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is daarom een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In figuur 5.1 is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.

20

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Figuur 5.1: uitsnede provinciale risicokaart (geraadpleegd op 4 mei 2021) met plangebied in zwarte cirkel De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op: Rondom de planlocatie zijn geen inrichtingen aanwezig met een extern veiligheidsrisico. Wel liggen op ca. 350 meter ten noorden van het plan de Betuweroute en op ca. 350 meter de snelweg A15. Op basis van de Regeling basisnet en de provinciale risicokaart is vastgesteld dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze risicobronnen niet over het plangebied ligt. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plan binnen het invloedsgebied van de Betuweroute en de snelweg A15. Ontwikkelingen hierbinnen hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Omdat de afstand tussen het plan en deze risicobronnen groter dan 200 meter is, heeft de wetgever aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Hierdoor hoeft niet de hoogte van het groepsrisico in beeld gebracht te worden, maar enkel de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van verschillende externe veiligheidsrisicobronnen. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden.

Meer specifiek gaat het om de wettelijke verplichting op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over een spoorlijn en een snelweg. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de Veiligheidsregio adviesrecht. Hierop heeft de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) op 20 mei 2021 (kenmerk: 2021-002357) het volgende geadviseerd: 'In het kader van de verantwoording groepsrisico's zie ik geen aanleiding om te adviseren over de rampenbestrijding en zelfredzaamheid'. Hieronder een beschouwing van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.

Toelichting (ontwerp)

21

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Zelfredzaamheid Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) en NL-Alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid zijn voldoende. Conclusie Het plan ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de transportroutes met een externe veiligheidsrisico. De plaatsgebonden risicocontour van deze risicobronnen vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedsgebied van de Betuweroute en de snelweg A15. Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief geen significant effect heeft op de mogelijkheden voor bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan. De VGGM zag eveneens geen aanleiding aanvullend te adviseren.

5.8

Explosieven

De huidige gemeente Overbetuwe en buurgemeente Lingewaard maakten vanaf het begin van de geallieerde luchtlandingsoperatie 'Market Garden' op 17 september 1944 tot aan de bevrijding van Arnhem op 14 april 1945 deel uit van het frontgebied tussen de Duitsers en de Geallieerden. Overbetuwe en Lingewaard werden in hun geheel als oorlogsgebied beschouwd. Er is een gevechtspauze geweest na het oversteken van de brug bij Nijmegen. Het gebied is gedurende acht maanden frontgebied geweest waarbij het volledige eiland (gebied tussen de Rijn en de Waal) geëvacueerd is. Tevens zijn er in die periode hevige bombardementen uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie van oorlogsgegevens zijn 104 vliegtuigcrashes opgetekend en meer dan 1.000 oorlogsgraven. Door de oorlogshandelingen ontstonden er gebieden waarvan de bodem sterk met oorlogsmateriaal werd belast, wat op dit moment nog gevaar kan opleveren voor mens en dier. De Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) gaat er in 2014 vanuit, dat slechts 35% van de munitie inmiddels uit de grond is verwijderd. Dit betekent dat we de komende decennia nog met deze explosieve erfenis te maken zullen hebben en er op veel plaatsen kans bestaat op het aantreffen van onontplofte munitie.

Beoordeling en conclusie Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, graafwerkzaamheden, aanleg van kabels en leidingen en het uitvoeren van bepaalde onderzoeken, is de aanwezigheid van mogelijke niet-gesprongen explosieven (NGE's) van belang. Dit vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan geen belemmering. Voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden, moeten de risico's op het aantreffen van NGE's nader worden onderzocht.

5.9

Kabels en leidingen

Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken, moet de leidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig kunnen plaatsvinden. Beoordeling en conclusie In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Bovendien vinden er geen werkzaamheden plaats in het kader van de ontwikkeling, die tot gevaar of beperkingen ten aanzien van kabels en leidingen kunnen leiden. Dit aspect levert dan ook geen belemmeringen op voor de realisatie van het plan.

22

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

5.10

Waterparagraaf

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal waterplan In december 2015 stelde het kabinet het Nationaal Waterplan vast. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2027 en 2015 er liggen. Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken.

Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies. Waterschap Rivierenland Waterbeheerplan 2016-2021 Dit plan, vastgesteld op 27 november 2015, gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkering en waterketen. In het Waterbeheerplan staat wat Waterschap Rivierenland de komende periode gaat doen om inwoners van het rivierengebied veiligheid en voldoende schoon en mooi water in sloten en plassen te kunnen blijven bieden. Het plan is in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe opgesteld. Keur Waterschap Rivierenland 2014 Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd zonder een ontheffing van het Waterschap. De wateren en waterkeringen, waarop de keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de legger wateren. Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd.

Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht wanneer minder verharding dan 500 m² in stedelijk gebied of minder dan 1.500 m² in landelijk gebied wordt toegevoegd. Gemeente Overbetuwe Waterplan Overbetuwe In 2008 stelde de gemeente Overbetuwe in samenwerking met het Waterschap Rivierenland het Waterplan Overbetuwe vast. Het waterbeheerplan van het waterschap is later geactualiseerd (zie hierboven), ook in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe. Beide plannen gelden naast elkaar.

Toelichting (ontwerp)

23

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a In het Waterplan Overbetuwe wordt het beleidskader geschetst en worden concrete maatregelen voor het watersysteem uitgewerkt. Naast het waterplan wordt parallel een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) opgesteld waarin de maatregelen voor de riolering (waterketen) worden uitgewerkt. Met het opstellen van een waterplan wordt inzicht gegeven in de relevante wateropgaven voor de gemeente Overbetuwe, zoals: wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan; waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit; grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast; beleving van water, burgers betrekken bij water; afspraken en taken van waterschap en gemeente. Beoordeling Het plan voorziet in het oprichten van één vrijstaande woning met een bijgebouw en een bijbehorend erf en (half verharde) ontsluiting. De huidige bebouwing elders op het perceel wordt gesloopt. Het verharde oppervlak neemt per saldo beperkt toe. Deze toename bedraagt minder dan 500 m². Daarom is de eenmalige vrijstelling van de compensatieverplichting van toepassing. Hemelwater en afvalwater zullen gescheiden worden afgevoerd. Het plan is daarmee hydrologisch neutraal. De te verwachten hoeveelheid afvalwater is gezien het toekomstige gebruik beperkt.

In en rondom het plangebied zijn geen oppervlaktewateren met een beschermde status aanwezig. Op de noordelijke perceelsgrens ligt een watergang zonder beschermde status. Het plan heeft geen invloed op dit oppervlaktewater. Het plangebied ligt niet binnen de beschermingszone van een waterkering. Conclusie Het plan heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding, oppervlaktewater of waterkeringen. Dit aspect levert geen belemmeringen of nadere voorwaarden voor de ontwikkeling op.

5.11

Flora en fauna

De bescherming van de natuur is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Deze heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet vervangen. De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of de Wnb de uitvoering van het plan niet in de weg staat in verband met de bescherming van gebieden en dier- en plantsoorten. De provincies zijn het bevoegd gezag voor zowel de gebieds- als de soortenbescherming. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming opgenomen van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of dit plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen worden vastgesteld als uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Als deze zekerheid er niet is, kan het plan worden vastgesteld als wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.

24

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) met de bijbehorende Groene Ontwikkelingszones (GO). Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; de bescherming van overige soorten. Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Beoordeling Gebiedsbescherming In de directe omgeving van het plangebied zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig. Het Natura 2000-gebied 'Rijntakken' ligt op ruim 2,5 kilometer afstand, terwijl overige gebieden op nog grotere afstand liggen.

Vanwege de zeer beperkte omvang van het plan, zijn op een dergelijke afstand op basis van algemene ervarings- en kencijfers geen negatieve effecten op de kenmerken en instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden in de vorm van verstoring, hinder en dergelijke uitgesloten. Een toename van stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jr is eveneens uitgesloten. Het Natuurnetwerk Nederland ligt op minimaal 800 meter afstand van het plangebied. Gezien de aard van het plan en vanwege de afstand tot beschermde natuurgebieden, kunnen negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. Vanuit het aspect soortenbescherming zijn er geen bezwaren verbonden aan het plan en is nader onderzoek niet nodig. Soortenbescherming Het plan voorziet in het oprichten van één nieuwe woning met een bijgebouw op een agrarisch perceel met begroeiing. Op basis van de inrichting van het terrein, de voorgenomen werkzaamheden en de ligging van het plangebied is de aanwezigheid van beschermde soorten in beginsel niet te verwachten. Vanwege de aanwezigheid van bomen en begroeiing direct nabij de nieuwe woning, is het in het kader van de zorgplicht noodzakelijk dat de betreffende werkzaamheden buiten het broedseizoen van algemeen beschermde vogels plaatsvinden.

Een alternatief is dat een ecoloog voor aanvang van de werkzaamheden controleert op de aanwezigheid van broedende vogels. Overtreding van de Wet natuurbescherming kan met inachtname van deze uitvoeringsmaatregelen redelijkerwijs worden uitgesloten. Conclusie Het aspect flora en fauna zorgt niet voor belemmeringen bij de uitvoering van het plan. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk.

Toelichting (ontwerp)

25

bestemmingsplan Herveld, Sint Willibrordusstraat 16a

5.12

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet, die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving, gaan over naar de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. De gemeente Overbetuwe heeft voor haar gemeentelijk grondgebied een erfgoedplan en een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt. Het erfgoedplan beoogt versterking van de plaats en betekenis van cultuurhistorie als factor in het ruimtelijk beleidsproces. Dit beleid is doorvertaald in de bestemmingsplannen binnen het gemeentelijk grondgebied.

Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) moet in het plan rekening worden gehouden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Beoordeling Archeologie Het plangebied ligt in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde volgens de archeologische beleidskaart. Bij bodemingrepen groter dan 100 m² en met een diepte van ten minste 30 cm is een archeologisch onderzoek noodzakelijk, voordat de omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden verleend. Deze drempelwaarde zal vermoedelijk worden overschreden. Dit betekent dat een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen.

In dit bestemmingsplan is de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' op de verbeelding en in de regels opgenomen. Deze komt overeen met de verwachtingswaarde volgens de archeologische beleidskaart. Op deze wijze is de bescherming van eventuele archeologische waarden voor de toekomst gewaarborgd. Cultuurhistorie Het plangebied ligt in het stroomruggen- en oeverwallenlandschap op een oeverwal. Dit landschap is verdicht en kleinschalig, met een afwisselend landgebruik in onregelmatige blokverkaveling. Kenmerkend is ook de veelheid aan landelijke wegen met clusters van vrijstaande woningen en (voormalige) boerderijen. Het oeverwallenlandschap vormt hiermee een duidelijk contrast met de open kommen binnen de gemeente. Door middel van het plan wordt de kleinschaligheid versterkt, zoals in paragraaf 4.3 is toegelicht. In het plan is dan ook rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden in het gebied. Er zijn verder geen als zodanig aangewezen cultuurhistorisch waardevolle elementen of gebouwen in en rondom het plangebied aanwezig. Met het plan wordt geen afbreuk gedaan aan cultuurhistorische waarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=27db3393-ea0b-477e-a198-6d7ed6dfbc4a