22-07-05.07 Kadernota 2023 DEFINITIEF
Tekst van het document
Kadernota 2023
9
2 5 Registratienummer: 2022-022239
Foto: Walter Sietinga
1 3
Inhoud I.
Voorwoord ...................................................................................................................................... 4
II.
Programmadeel ............................................................................................................................... 5 1
Duurzame en gezonde samenleving ........................................................................................... 5
2
Leefbare en bereikbare samenleving .......................................................................................... 6
3
Interactie met de samenleving .................................................................................................... 7
4
Inclusieve en participatiesamenleving ........................................................................................ 8
5
Werkende en lerende samenleving ............................................................................................ 8
6
Informatie- en kennissamenleving .............................................................................................. 9
7
Financiën en bedrijfsvoering ..................................................................................................... 10
8
Algemeen bestuur ..................................................................................................................... 10
III Financieel deel .................................................................................................................................. 11 1
Opbouw financieel perspectief ................................................................................................. 11 1.1 Raadsbesluiten tot en met april 2022 ..................................................................................... 11 1.2 Effecten nieuwe jaarschijf 2026 .............................................................................................. 12 1.3 Actualisatie uitgangspunten .................................................................................................... 12 1.4 Nieuwe ontwikkelingen en wetgeving .................................................................................... 12
2
Financiële positie ....................................................................................................................... 14 2.1 Omvang algemene reserve...................................................................................................... 14 2.2 Financiële indicatoren ............................................................................................................. 14
3
Risico’s, kansen en onzekerheden............................................................................................. 15
4
Financieel technische uitgangspunten begroting 2023 ............................................................ 19
5
Personeel en organisatie ........................................................................................................... 21
3
I. Voorwoord Met dit document biedt het college de gemeenteraad de kadernota 2023 aan. De kadernota is de opmaat naar het opstellen van een uitvoeringsprogramma en de begroting 2023. We werken nu aan het uitvoeringsprogramma en brengen de belangrijke vraagstukken voor de komende periode in beeld. Richtinggevend daarin is het coalitieprogramma met bijbehorend de nieuwe programma-indeling. In verband met de benodigde tijd voor de uitwerking van de beleidskeuzes en de financiële vertaling worden de nieuwe beleidsvoornemens met het uitvoeringsprogramma en de begroting van 2023 aan de raad gepresenteerd. Belangrijke vraagstukken voor de komende periode betreffen onder andere de effecten van de actualisatie van de beheerplannen voor de openbare ruimte, en de effecten van de verwachte uitgaven voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). In deze kadernota verwachten we vooralsnog een structureel begrotingsoverschot voor de jaren 2023 en verder. Noodzakelijke uitgaven als gevolg van gewijzigde wet- of regelgeving of reeds genomen besluiten door de raad, zijn meegenomen. Een voorbeeld hiervan zijn de lagere verwachte opbrengsten van de leges als gevolg van de nieuwe Omgevingswet. Zoals gebruikelijk gaan we ook in deze kadernota ook dieper in op de financiële kaders; we leggen u hiermee de uitgangspunten voor die van belang zijn voor het opstellen van de meerjarenbegroting.
Leeswijzer Deze kadernota kent de volgende opbouw: het eerste deel is het programmadeel waarin de beleidsvoornemens uit het coalitieakkoord per programma worden toegelicht. Vervolgens beschrijven we in het financiële deel de opbouw van het verwachte financiële perspectief, de financiële ontwikkelingen en onzekerheden die we verwachten voor de komende vier jaar, op welke wijze we die verwerkt hebben en wat dit betekent voor onze financiële positie. Tevens informeren we u zoals gebruikelijk over personeel en organisatie.
Beslispunten kadernota 2023: 1. De kadernota 2023 vaststellen
4
II. Programmadeel Het coalitieprogramma is een programma op hoofdlijnen. We leggen minder vast wat we samen besluiten, maar leggen beter vast hoe we samen willen besluiten. De programma-indeling kent een nieuwe opzet, die tevens gehanteerd zal worden in het op te zetten uitvoeringsprogramma van het college: 1. Duurzame en gezonde samenleving 2. Leefbare en bereikbare samenleving 3. Interactie met de samenleving 4. Inclusieve en participatieve samenleving 5. Werkende en lerende samenleving 6. Informatie- en kennissamenleving 7. Financiën en bedrijfsvoering 8. Algemeen bestuur We lichten onderstaand de inhoud van de programma’s kort toe.
1 Duurzame en gezonde samenleving 1.1 Duurzaamheid Duurzaamheid gaat niet alleen over energietransitie. Ook de circulaire economie en klimaatadaptatie zijn wezenlijke onderdelen om deze duurzame manier van denken en doen te realiseren. Onze leefomgeving verandert in een snel tempo. Daarom helpt elke vierkante meter steen die wordt vervangen door groen. Het gedachtegoed van project Steenbreek willen we verder doorvoeren in onze duurzaamheidsambitie. Lokale borging van de klimaatadaptatie geven we vorm in de Lokale Adaptie Strategie (LAS) en het Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (IKPOR). De nieuwe Routekaart Duurzaamheid met daarin klimaatdoelstellingen is vastgesteld. Hierop moet worden doorgepakt en doelstellingen moeten worden gerealiseerd. Dit doen we door inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen aan de voorkant bij de opgaven te betrekken en als uitgangspunt te hebben dat de maatregelen betaalbaar moet zijn. Daarnaast willen we ondersteuning bieden aan ondernemers om duurzaam te innoveren en dit stimuleren door het toepassen van duurzame maatregelen. Zo passen we de leges aan op de inzet die wordt gepleegd. We willen stimulering van innovaties en duurzame oplossingen binnen bouw- en infrabedrijven in aanbestedingen mogelijk maken. 1.2. Circulair We zetten in op realiseren van een circulair ambachtscentrum.
Daarnaast is het behouden van een servicepunt in het westen van onze gemeente, met een lagere milieucategorie zoals groen, hout en restafval, wenselijk. We blijven inwonersinitiatieven zoals de zwerfafvalbrigades ondersteunen. Hierbij faciliteren we maximaal, waardoor de inwoner in de uitvoering wordt ontlast. 1.3 Gezondheid en sport
5
Wij vinden het belangrijk om alle inwoners van onze gemeente plezier te bieden in sport en bewegen. Nu en in de toekomst. Ongehinderd, laagdrempelig, betaalbaar en in een veilige en gezonde omgeving. Daarnaast moet sport en bewegen bereikbaar zijn voor mensen met diverse soorten beperkingen. Bij het ontwikkelen van een gezonde levensstijl horen ook onderwerpen als stress, eenzaamheid, schulden en laaggeletterdheid. We ontwikkelen concrete plannen waar iedereen aan kan bijdragen. Hierbij is het belangrijk dat krachten met behulp van alle inwoners verder worden gebundeld. De beide zwembaden in Elst en Zetten blijven behouden.
2 Leefbare en bereikbare samenleving Als het gaat om de leefbare samenleving onderscheiden we vier thema’s: wonen, mobiliteit, economie en veiligheid. We zetten in op het verminderen van de uitstoot van CO2 door onder andere verspilling van grondstoffen tegen te gaan. 2.1 Wonen Op dit moment heeft de gemeente Overbetuwe diverse woningbouwprojecten verspreid over de gemeente. Het doel is deze projecten te versnellen en zo minimaal 1.000 kwalitatieve en duurzame woningen te realiseren met nadruk op woningen voor starters, sociale woningbouw en seniorenwoningen. Daarnaast hebben we de ambitie om in de periode richting 2040 nog eens ten minste 3.000 extra woningen kwalitatief en duurzaam bij te bouwen voor het middengebied om te voldoen aan de woonbehoefte. We zien dat ongewenste effecten zich voordoen op de woningmarkt. We bezien welke woonbeschermingsmaatregelen we hiervoor kunnen inzetten, zoals bijvoorbeeld een zelfbewoningsplicht en een deel van de nieuwbouwkoopwoningen toewijzen aan eigen inwoners. Daarnaast bieden we ondersteuning voor projecten als tiny houses, inschuifwoningen, mantelzorgwoningen en woon-werkpanden.
Bij de bouw van woningen is het streven zo circulair mogelijk te bouwen, een bijdrage te leveren aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden (natuur inclusief) en het stimuleren van duurzaamheidsmaatregelen 2.2 Mobiliteit Een goede bereikbaarheid van de kernen is noodzakelijk voor de leefbaarheid. De mobiliteit is gezond, veilig en groen. Langzaam verkeer zoals fietsers en wandelaars krijgt alle ruimte om veilig te bewegen. De weginrichting wordt aangepast aan de beoogde snelheid: snel waar het kan, langzaam waar het moet. Behoud en verbeteren van de bestaande busverbindingen met de dorpen is van belang. Bij de aanleg van parkeervoorzieningen wordt voor voldoende laadpunten gezorgd om de aanschaf en het gebruik van elektrische auto’s verder te stimuleren. Daarbij moeten we knelpunten in het netwerk van fiets, openbaar vervoer en auto voorkomen. Om onze gemeente bereikbaar en leefbaar te houden versterken wij deze verbindingen.
6
De inrichting van onze infrastructuur moet ook een stimulans zijn om meer van de fiets en het openbaar vervoer gebruik te maken, zodat de hoge autoafhankelijkheid op een natuurlijke wijze kleiner wordt. Het gebruik maken van deel-auto’s speelt daarbij ook een rol. 2.3 Economie Door allerlei ontwikkelingen zoals woningbouw en de bezorgeconomie wordt het drukker op de wegen, de fietspaden en in het openbaar vervoer. Hierdoor komen de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid in het geding. Er moeten voldoende uitbreidingsmogelijkheden voor bestaande en nieuwe bedrijven zijn, passend binnen de regionale afspraken. De inzet is erop gericht om te komen tot toekomstbestendige, veilige en duurzame bedrijventerreinen. De agrarische bedrijfstak in zijn geheel is een grote werkgever in Overbetuwe. Met name de duurzame en biologische landbouwinitiatieven willen we ondersteunen bij het tot stand brengen van een toekomstbestendige en natuurinclusieve bedrijfsvoering. Daarnaast kopen we zoveel mogelijk lokaal en ondersteunen we Koop Overbetuwse Waar. 2.4 Veiligheid We geven prioriteit aan het vergroten van de veiligheid en het veiligheidsgevoel. Of het nu gaat om zichtbare criminaliteit zoals woninginbraken of de minder zichtbare misdaad zoals ondermijning. Overbetuwe wil een balans tussen preventie en repressie.
We bieden hulp en ondersteuning aan personen die op het juiste spoor willen komen en er wordt streng opgetreden tegen degenen die zich niet aan de regels houden. 2.5 Regionale samenwerking We werken steeds meer samen met (regionale) partijen om de leefbaarheid van onze samenleving te vergroten. Denk aan samenwerking over onderwerpen als cultuur, onderwijs, bedrijven, recreatie, toerisme, sport, welzijn, gezondheid, klimaat en (sociale) veiligheid. In het hart van de Groene Metropoolregio vormen Overbetuwe en Lingewaard het middengebied. Wij vertegenwoordigen waarden die van belang zijn voor de twee grote steden en ook voor de regio als geheel. Op die wijze kunnen we de groene en dorpse kwaliteiten versterken ten behoeve van een blijvend goed woon- en werkmilieu voor onze inwoners en ondernemers en tegelijkertijd bijdragen aan de regionale ontwikkeling.
3 Interactie met de samenleving De gemeente Overbetuwe wil een samenlevingsgerichte, communicatieve en betrouwbare gemeente zijn. Dit vraagt een luisterende en waarderende houding van zowel medewerkers en college als raad. Luisteren naar wat er speelt en risico’s durven nemen wanneer dat nodig blijkt. Een duidelijke procedure en goede communicatie zijn daarbij onmisbaar. Hierbij is ons streven dat de Overbetuwse dorpen en wijken sterke gemeenschappen vormen en in gezamenlijkheid een (dorps)agenda opstellen. De gemeente faciliteert dit proces en stemt dit af op haar eigen agenda en wettelijke taken. Participatiecultuur is daarbij het uitgangspunt.
7
4 Inclusieve en participatiesamenleving Een inclusieve samenleving is een samenleving waarin iedereen meedoet. De mogelijkheden, talenten en eigen regie van de mens staan centraal. We streven naar een inclusieve cultuur waarin verschillen (gender, geaardheid, leeftijd, culturele achtergrond of kwetsbaarheid) worden erkend, gerespecteerd en benut. Het is voor ons waardevol dat alle inwoners hun stem laten horen en dat er ruimte wordt gecreëerd om verschillen tot uiting te brengen. Toegankelijkheid en gelijkwaardigheid zijn hierin belangrijke uitgangspunten. 4.1 WMO en Jeugdzorg De gemeente heeft een belangrijke verantwoordelijkheid als het gaat om WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) en Jeugdzorg. Wij bieden zorg aan de inwoners die dat nodig hebben. Inwoners hebben een steeds hogere levensverwachting en door gebruik te maken van deze ondersteuning zijn ze in staat om langer zelfstandig te blijven wonen. Ons streven is het voorzieningenniveau kwalitatief op een hoog peil te houden en de kosten in overeenstemming te laten zijn met de beschikbare budgetten. Belangrijk is om te weten welke zorg nodig is. Daarvoor is het nodig dat er snel een eerste gesprek met een consulent van de gemeente kan plaatsvinden, zodat we inwoners weer verder op weg helpen.
5 Werkende en lerende samenleving Vanuit de landelijke overheid wordt de komende jaren nog meer ingezet op de steeds sneller veranderende arbeidsmarkt. De verwachting is dat banen verdwijnen en nieuwe ontstaan. Dit vraagt om innovaties om werknemers van werk naar werk te begeleiden en/of om te scholen. Met de inzet van scholingstrajecten worden mensen nog beter van werk naar werk begeleid. Werken naast een bijstandsuitkering loont nog meer dan eerst door het verruimen van de inkomensgrenzen. Zelfstandigen worden ondersteund door een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle zelfstandigen. Speciale aandacht is er vanuit de landelijke overheid voor inwoners met een arbeidsbeperking. 5.1 Participatiewet In de afgelopen vier jaar hebben we meer ruimte om inwoners aandacht te geven en hen een passend aanbod van participatieve mogelijkheden te bieden. Wanneer mogelijk bemiddelen we hen naar werk. Inwoners die zonder werk dreigen te komen worden direct naar ander werk begeleid. Deze van werk-naar-werk trajecten worden breder opgepakt in samenwerking met economische zaken. Het is belangrijk dat we inwoners snel helpen om weer een plek op de arbeidsmarkt te vinden. Soms is daarbij omscholing nodig. De aanpak vanuit de nota Overbetuwe Werkt! Visie op reïntegratie is hierbij het uitgangspunt.
5.2 Armoedebeleid Voor inwoners met een laag inkomen kennen we in Overbetuwe de Meedoenregeling. Zo kunnen zij meedoen in het maatschappelijk leven. Deze laagdrempelige manier van werken zetten we graag verder door. We zetten in op schuldpreventie en – mocht dat toch nodig zijn – schuldsanering. Omdat armoede vaak samen gaat met andere problematiek op het gebied van zorg en welzijn is een integrale aanpak noodzakelijk. Het is in de praktijk niet eenvoudig om armoedebeleid uit te voeren. Mensen lopen er niet mee te koop dat ze hulp nodig hebben en privacyregels beperken de 8
informatie-uitwisseling tussen instanties en gemeente. Dat mag ons er niet van weerhouden al het mogelijke te doen. Het aantal kinderen dat in armoede opgroeit moet worden teruggedrongen. Een landelijke aanpak voor de invoering van een basisinkomen zullen we dan ook van harte ondersteunen. 5.3 Onderwijs De jeugd heeft de toekomst. Onderwijs is een belangrijk element in de ontwikkeling van onze kinderen. De inhoudelijke kant van het onderwijs wordt niet bepaald door de gemeente, maar die heeft wel een faciliterende rol. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting en leerplicht. Daarnaast zet heeft de gemeente een rol binnen de bibliotheek, koppeling met kunst, cultuur en erfgoed door het cultuurmenu aan te bieden op de scholen en het project Méér Muziek in de Klas dat in Overbetuwe is omarmd. Investeren in goed onderwijs blijft nodig, ook voor de gemeente. Onderwijs en werkgelegenheid willen we nog meer aan elkaar koppelen. Goed onderwijs zorgt ervoor dat jongeren zichzelf kunnen ontwikkelen en ontplooien, maar ook dat zij een beter perspectief hebben op een baan. 5.4 Kunst, cultuur en erfgoed Culturele voorzieningen dragen bij aan de sociale verbindingen. De ‘ruimte voor creatie’ spreekt ons dan ook aan. We beseffen dat er voor theater, muziek en dans behoefte is aan geschikte accommodaties.
De enorme creativiteit bij verenigingen om eigen oplossingen te vinden, juichen wij uiteraard toe. In Overbetuwe kan een culturele reis gemaakt worden door een eigen theater, kunstschatten (UNESCO Werelderfgoed) en diverse kernen met een rijke historie zoals het Betuwse oorlogsverhaal en de Polen van Driel. Cultuur is onmisbaar voor de samenleving: gemeenschappelijke cultuurelementen brengen mensen nader tot elkaar en unieke cultuurelementen benadrukken juist de veelzijdigheid. Door het aanbod van cultuureducatie in het basis- en voortgezet onderwijs maken kinderen en jongeren kennis met cultuur. Dat geeft plezier en een waardevolle basis voor de toekomst.
6 Informatie- en kennissamenleving Gemeenten zijn verplicht hun communicatiekanalen digitaal toegankelijk te maken voor iedereen, dus ook voor mensen met een beperking of met minder digitale vaardigheden. De website van de gemeente Overbetuwe zal hier ook aan moeten voldoen. Deze dienstverlening moet begrijpelijk, inclusief en transparant zijn en we moeten makkelijk bereikbaar en aanspreekbaar zijn. Ook is in onze uitvoering de ‘menselijke maat’ van belang. Transparant zijn wil ook zeggen dat voor onze inwoners inzichtelijk is hoe onze besluiten tot stand komen. De Wet Open Overheid is daar onder andere een belangrijke drijfveer voor. We hebben nadrukkelijk aandacht voor inwoners voor wie digitaal contact een uitdaging vormt. Zij worden gestimuleerd om hun digitale geletterdheid te vergroten, maar als het niet lukt faciliteert de gemeente het contact op andere manieren. Informatie vanuit de gemeente is voor inwoners online makkelijk vindbaar en is geschreven in begrijpelijke taal. Iedereen moet zaken kunnen doen met de overheid. De overheid is hierbij aan zet. 9
Inwoners hebben tenslotte geen keuze: je kunt maar bij één overheid terecht. Wij stellen een lokaal ombudspersoon aan.
7 Financiën en bedrijfsvoering Overbetuwe behoort tot de gemeenten in Nederland met de laagste lasten voor inwoners. Wij streven ernaar om ook de toekomstige generaties daarvan te laten profiteren. De gemeentelijke begroting dient gezond te blijven zonder te moeten snoeien in essentiële voorzieningen voor de inwoners. Bij nieuwe wensen of nieuwe voorzieningen zullen de benodigde financiën voor een langere periode opgebracht moeten worden. Het aangaan van langlopende verplichtingen vraagt uiterste zorgvuldigheid. Bij uitgaven op nieuwe wensen en ambities betrekken we vooraf inwoners of er voldoende draagvlak is. Dit vraagt moed en wijsheid. We gaan de nodige discussies hiervoor niet uit de weg en we zijn goed in staat om beleidskeuzes transparant te verantwoorden. Inwoners mogen van de gemeente verwachten dat naar redelijkheid en billijkheid politieke knopen doorgehakt worden.
8 Algemeen bestuur We hebben het vertrouwen uitgesproken om met elkaar aan de slag te gaan en willen afspraken maken over de manier van werken met de raad en ambtelijke organisatie. Hierbij hanteren we het uitgangspunt: de raad aan zet! We betrekken de raad vooraf bij trajecten om te bepalen in welke vorm inwoners, bewonersplatforms, verenigingen en organisatie kunnen deelnemen en op welke trede van de participatieladder. Regionale samenwerking De gemeente Overbetuwe is een op samenwerking gerichte gemeente. In dit programma gaan we specifiek in op de regionale samenwerking. In het hart van de Groene Metropoolregio vormen Overbetuwe en Lingewaard het middengebied. Wij vertegenwoordigen waarden die van belang zijn voor de twee grote steden en ook voor de regio als geheel. We hebben een strategische ligging in een ambitieuze regio. Het is van belang om deze positie nog beter te benutten.
10
III Financieel deel In het financiële deel beschrijven we de financiële ontwikkelingen en onzekerheden die we verwachten voor de komende vier jaar, hoe we die verwerkt hebben en wat dit betekent voor onze financiële positie. Tot slot informeren we u zoals gebruikelijk over personeel en organisatie.
1 Opbouw financieel perspectief Dit hoofdstuk gaat over de opbouw, de achtergronden en de duiding van het verwachte financiële perspectief 2023-2026. Het actualiseren van het financiële perspectief is opgebouwd uit een viertal onderdelen die we hierna toelichten. Op grond van deze kadernota voorzien we een structureel begrotingsoverschot voor de jaren 2023 en verder. (bedragen x € 1.000) Meerjarenperspectief Kadernota 2023
2023
2024
2.679
2025
3.178
2026
4.959
454
Het begrotingsoverschot kent in 2026 een forse afname door de terugvallende baten uit het gemeentefonds. Oorzaak hiervan is dat de kabinetsplannen reiken tot en met 2025. Voor gemeenten leiden die tot hogere baten uit het gemeentefonds door met name hogere accressen en het opschorten van de opschalingskorting. In 2026 vallen die baten sterk terug omdat het kabinet in haar coalitieakkoord aangaf niet over het eigen graf heen te willen regeren. In de maartbrief 2022 is door de minister aangekondigd dat er een contourennota opgesteld zal worden naar aanleiding van deze financiële onzekerheid voor gemeenten. De eerste resultaten daarvan worden in juni 2022 verwacht. De effecten van de meicirculaire 2022 nog niet bekend. Zodra deze bekend zijn, zullen wij, overeenkomstig de afspraken met de raad, u hierover informeren . Er is nog een aantal onzekerheden die het saldo van de meerjarenbegroting 2023-2026 beïnvloeden, zoals de algemene uitkering en de financiële uitwerking van het coalitieprogramma. De onzekerheden zijn in beeld gebracht in onderdeel 4 “Risico’s, kansen en onzekerheden”. 1.1 Raadsbesluiten tot en met april 2022 Het vertrekpunt van dit meerjarenperspectief 2023-2026 is het meerjarenperspectief conform de Programmabegroting 2022.
Sindsdien zijn er door de Raad een aantal wijzigingen vastgesteld die leiden tot een actualisatie van de meerjarenbegroting: (bedragen x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
Meerjarensperspectief na begrotingsraad november 2021
2.042
978
2.132
2.132
Raadsbesluiten t/m mei 2022 met meerjarige effecten
-142
-184
-184
-184
Huurlasten noodlokalen Brede School De Zon (t/m 2027)
-121
-121
-121
-121
0
-42
-42
-42
Omgevingswet buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en adviesrecht
-21
-21
-21
-21
Uitbreiding college B&W van 5 FTE naar 5,6 FTE
-72
-72
-72
-72
Financieel effect 1e Bestuursrapportage 2022
-3
-3
-3
-3
1.825
719
1.873
1.873
Extra kapitaallasten project Hart van Oosterhout
Meerjarenperspectief na genomen raadsbesluiten
11
1.2 Effecten nieuwe jaarschijf 2026 De Kadernota 2023 is het eerste document waarbij jaarschijf 2026 onderdeel is van het meerjarenperspectief. Als startpunt is jaarschijf 2026 gelijk aan jaarschijf 2025, maar op de volgende onderdelen wijkt 2026 af: (bedragen x € 1.000) Meerjarenperspectief na genomen raadsbesluiten
2023
2024
2025
2026
1.825
719
1.873
1.873
Eenmalige posten 2025 geschrapt in 2026
0
0
0
-175
Structurele lasten nieuwe sportcentrum
0
0
0
-780
Lagere extra middelen jeugdzorg
0
0
0
-792
Accres 2026 t.o.v. 2025
0
0
0
1.110
Toename bugdet vervangingsinvest. Openb. Ruimte
0
0
0
-85
Effect herverdeling gemeentefonds
0
0
0
0
Areaal beheerplannen 2026 (uitgangspunt is jaarlijks 72K)
0
0
0
-72
1.825
719
1.873
1.079
Meerjarenperspectief jaarschijf 2026 geactualiseerd
1.3 Actualisatie uitgangspunten Jaarlijks actualiseren we in de kadernota de gehanteerde uitgangspunten. Het financieel effect hiervan is in onderstaande tabel in beeld gebracht. In hoofdstuk 4 is een overzicht van deze uitgangspunten opgenomen. (bedragen x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
Meerjarenperspectief jaarschijf 2026 geactualiseerd
1.825
719
1.873
1.079
Prijsstijgingen algemeen
-1.015
-1.015
-1.015
-1.015
Prijsstijgingen subsidies
-174
-174
-174
-174
Loonstijgingen
-340
-340
-340
-340
Belastingen en heffingen
20
20
20
20
Verbonden partijen
-139
-200
-191
-276
Algemene Uitkering (effect maartbrief 2022)
2.937
4.733
5.511
1.898
Meerjarenperspectief na actualisering uitgangspunten
3.114
3.743
5.684
1.192
1.4 Nieuwe ontwikkelingen en wetgeving In deze laatste stap brengen we in beeld wat onvermijdelijke claims zijn voor de begroting 2023 en verder. Met onvermijdelijk wordt bedoeld dat een (financiële) aanpassing plaats moet vinden door reeds genomen besluiten van de raad of bijvoorbeeld externe wet- of regelgeving. (bedragen x € 1.000) Meerjarenperspectief na actualisering uitgangspunten
2023
2024
2025
2026
3.114
3.743
5.684
1.192
0
-130
-290
-303
Omgevingswet
-435
-435
-435
-435
Meerjarenperspectief Kadernota 2023
2.679
3.178
4.959
454
Zero emissie doelgroepenvervoer
12
Zero emissie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem Nijmegen (BVO Dran) In de aanbesteding van 2020 is een duurzaamheidsambitie richting 100% zero emissie vervoer opgenomen. Dat houdt in dat er gebruik gemaakt wordt van biobrandstoffen (biogas en biodiesel) en elektriciteit. In 2023 dienen de vervoerders hiervoor concrete plannen te presenteren, die vervolgens bij verlenging van de contracten medio 2024 moeten worden geïmplementeerd. De duurzaamheidseisen gaan gepaard met meerkosten, waarvan de exacte hoogte pas volgend jaar inzichtelijk worden bij de presentatie van de plannen. Voor nu wordt vanaf medio 2024 in de meerjarige begroting alvast rekening gehouden met een reservering kosten zero emissie van + 5% van de vervoerkosten van het vraagafhankelijk vervoer en + 15% van de vervoerskosten van het routevervoer. Omgevingswet De financiële gevolgen van de Omgevingswet voor de gemeente Overbetuwe worden steeds duidelijker. Onlangs heeft een extern bureau geraamd wat – op basis van gemeentelijke cijfers en aannames – de effecten op leges en kosten algemene dienst voor Overbetuwe zullen bedragen. In onderstaande tabel zijn de effecten zichtbaar gemaakt. Structureel effect vanaf 2023
Lasten
Minderinkomsten leges Intensiveren rol gemeente participatie Vooroverleg Totaal
€ 400.000 € 14.880 € 20.000 € 434.880
We hebben dit bedrag financieel verwerkt in de meerjarenraming.
13
2 Financiële positie 2.1 Omvang algemene reserve Op basis van deze kadernota verwachten we dat de algemene reserve op grond van het voorlopige meerjarensaldo oploopt naar € 25 miljoen per 1 januari 2026. In deze prognose is rekening gehouden met: De bestemming van het voorlopige positieve resultaat van de jaarrekening 2021. Tot de vaststelling van de jaarrekening door de gemeenteraad is dit een onzekerheid van € 8,6 miljoen. Het verwachte rekeningoverschot van 2022. Dit resultaat (€ 2,2 miljoen) is gebaseerd op de 1e bestuursrapportage 2022, die in juni 2012 door de raad wordt vastgesteld. Het meerjarige resultaat van deze kadernota. Het verwachte verloop van de algemene reserve laat een forse verbetering zien ten opzichte van de verwachting ten tijde van het opstellen van de Programmabegroting 2022-2026. Dit is het gevolg van het positieve resultaat van de jaarrekening 2021 en de verwachte begrotingsoverschotten van deze Kadernota 2023. De daling van de reserve eind 2022 wordt veroorzaakt door het beroep op de algemene reserve van de doorgeschoven (eenmalige budgetten) van 2021. Dit overeenkomstig het raadsbesluit in mei 2022. 2.2 Financiële indicatoren Begrotingsresultaat Uitgangspunt van de begroting is te sturen op een structureel sluitende meerjarenbegroting.
Als de ramingen in een begroting volledig en reëel zijn en nieuwe taken integraal afgewogen worden bij de kadernota is dit een goed uitgangspunt, mits er sprake is van een stelpost voor structurele onvoorziene lasten. Algemene reserve De weerstandsratio geeft zicht op de verhouding tussen het eigen vermogen en het risicoprofiel. In de Nota Risicomanagement 2018 is hiervoor de streefwaarde “ruim voldoende” vastgelegd. Hier hoort een ratio bij die ligt tussen de 1,4 en 2,0. De solvabiliteitsratio geeft een beeld van de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. Hier wordt zichtbaar of er voldoende eigen vermogen is om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Deze indicator is een van de wettelijke indicatoren. Op grond van de verwachte financiële ontwikkelingen die zijn opgenomen in deze kadernota, verwachten we dat voldoen aan de eisen ten aanzien weerstand en solvabiliteit.
14
3 Risico’s, kansen en onzekerheden Het gepresenteerde resultaat van de kadernota kan richting de begroting nog beïnvloed worden. In dit hoofdstuk lichten we de ontwikkelingen toe die het resultaat van deze kadernota nog kunnen beïnvloeden. Het gaat om ontwikkeling die het resultaat positief (kans) of negatief (risico) kunnen beïnvloeden. Soms is het nog onduidelijk of de ontwikkeling leidt tot een kans of risico. Wanneer het risico nog bestaat na het opstellen van de begroting 2023 wordt deze in paragraaf Weerstandsvermogen van de begroting 2023 uitgewerkt en onderdeel van het actuele risicoprofiel. Inflatie en renteontwikkeling Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft het (voorlopige) inflatiecijfer voor april 2022 gepubliceerd: 11,2 procent. De belangrijkste oorzaken van dit hoge inflatiecijfer zijn de stijging van de prijzen van de energie. Daarnaast is ook de prijsontwikkeling van de voedingsmiddelen een belangrijke oorzaak van de gestegen inflatie. De inflatie kan direct en indirect effect hebben op de uitgaven en inkomsten van de gemeente. Direct doordat de gemeente hogere prijzen in rekening krijgt gebracht voor bijvoorbeeld de inkoop van brandstoffen of de energielasten van gemeentelijke huisvesting. Ook kunnen de kosten van onze grondexploitaties, investeringen en onderhoudsprojecten gaan oplopen door langere levertijden en duurdere grondstoffen.
Indirect kunnen effecten ontstaan doordat inwoners in de financiële problemen kunnen komen en een groter beroep doen op de gemeente bijvoorbeeld bij de schuldhulpverlening of de bijstandverlening. Aan de inkomstenkant is het de vraag in hoeverre in de hoogte van de algemene uitkering rekening wordt gehouden met de gestegen uitgaven. In de meicirculaire van 2022 ontstaat hier meer duidelijkheid over. Ook de marktrente kent een stijgende tendens. Zo is de rente op de lange termijn van de jongste tienjarige staatslening in een jaar tijd gestegen van negatief 0,1 % naar positief 1,2%. Ook dit kan effecten krijgen op de gemeentelijke financiën. We zullen bij het uitwerken van de begroting 2023 nader in beeld brengen wat de effecten van de inflatie en rente zijn op de verschillende onderdelen van de begroting. Algemene uitkering Op 6 april 2022 is de Maartbrief 2022 verschenen, waarin gemeenten worden geïnformeerd over de belangrijkste maatregelen van het coalitieakkoord die betrekking hebben op het gemeentefonds. De maartbrief, met daarin ook de verwachte stijging van het accres voor de komende jaren, is verwerkt in deze kadernota. Bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota zal een actualisatie van het accres plaatsvinden en zal meer inzicht worden gegeven in andere posten uit het coalitieakkoord die voor gemeenten relevant zijn.
De gevolgen hiervan voor individuele gemeenten worden verwerkt in de meicirculaire 2022, die we verwerken in de Programmabegroting 2023-2026.
Daarnaast speelt zoals in hoofdstuk 2 ook aangegeven nog de onzekerheid met betrekking tot de terugvallende baten uit het gemeentefonds met ingang van het jaar 2026. Het is daarin wachten op duidelijk vanuit het Rijk. De verwachting is echter dat hierover nog geen duidelijkheid komt in de meicirculaire 2022. 15
Ontwikkelingen WMO/Jeugd In 2020 is het beleidsplan sociaal domein in werking getreden, inclusief het maatregelenplan om financiële grip te krijgen op de kosten in het sociaal domein. In de kadernota 2022-2025 en de begroting 2022 zijn de effecten van deze maatregelen verwerkt. We meten de effecten van de maatregelen periodiek, de inzichten die hieruit voorkomen kunnen leiden tot bijstelling. Voor de kadernota 2023-2026 zijn een aantal inzichten die nadere uitwerking vragen. Hieronder zijn er twee toegelicht. In de komende periode vindt een verdieping plaats van de financiële effecten hiervan; dit als input voor de begroting: 1. De VNG heeft een voorspelmodel ontwikkeld waarmee demografische (en andere) ontwikkelingen vertaald worden naar het gebruik van Wmo voorzieningen. De afgelopen jaren bleek dit model een hoge voorspellende waarde te hebben. Het volume aan inzet van Wmo voorzieningen kan leiden tot aanpassingen op basis van dit model. 2. De effectiviteit van de inzet van Praktijkondersteuners Huisartsen voor Jeugdzorg blijkt hoog. Dit heeft geleid tot versnelde afschaling van complexe en intensieve jeugdzorg naar lichtere vormen. Het effect hiervan op de begroting vraagt nader onderzoek.
Hervormingen jeugdzorg De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister voor Rechtsbescherming hebben middels een brief van 13 mei 2022 aan de kamer, aangegeven dat hervormingen noodzakelijk zijn in het stelsel van de jeugdzorg. Zodra de effecten voor de gemeente Overbetuwe duidelijk zijn, zullen zij worden verwerkt in de begroting. Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) Met ingang van 2022 is er een nieuwe verdeelsleutel van toepassing op de verdeling van de brandweerkosten. In deze herverdeling zijn de huisvestingskosten van de brandweer nog buiten beschouwing gebleven. De VGGM zal onderzoeken wanneer en op welke wijze gekomen kan worden tot een adequaat en toekomstgericht huisvestingskader. Dit kan voor Overbetuwe mogelijk leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Het uitgangspunt is dat de eerste consequenties vanaf begrotingsjaar 2024 worden verwerkt. Om welke bedrag het gaat is nog onzeker. In de begroting 2023 van de VGGM wordt daarnaast specifiek aandacht gevraagd voor het programma Samen beter bedrijfsvoeren, waarmee bedoeld wordt dat het wenselijk is om de bedrijfsvoering op korte termijn te versterken. De structurele kosten hiervan zijn voor 2023 geraamd op € 1,5 miljoen, onder andere voor de uitbreiding van de formatie met 9,5 fte. Voor Overbetuwe zou dit een verhoging van de bijdrage betekenen van € 97.000.
De besluitvorming over dit onderwerp is nog gaande. Corona/COVID-19 Experts uit de gezondheidszorg verwachten dat er mogelijk in het najaar opnieuw sprake kan zijn van een uitbraak van de Corona-pandemie. Het is vooralsnog niet in te schatten in welke omvang en wat de effecten kunnen zijn voor de gemeente Overbetuwe en haar inwoners. Zodra de effecten hiervan duidelijk worden, zal het college hierop anticiperen in nauwe samenspraak met de regio en de landelijke overheid.
16
Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt doet zich ook voelen in de gemeente Overbetuwe. Indien de krapte op de arbeidsmarkt zich structureel voortzet kan dit risico’s betekenen voor de uitvoering van de projecten en programma’s van de gemeente Overbetuwe. Tijdelijke inhuur kan een oplossing betekenen, maar ook hier zien we dat er sprake van een onevenwichtigheid op de arbeidsmarkt. Beheerplannen In november 2020 is het Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte vastgesteld. In dit plan staan de strategische keuzes beschreven voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte in de komende 10 jaar. Zo is antwoord gegeven op vraagstukken als; welk onderhoudsniveau wordt in de openbare ruimte gehanteerd, wat zijn de gemeentelijke ambities voor de openbare ruimte, maar ook hoe de gemeente omgaat met vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte. Ook staan daarin een aantal aanbevelingen opgenomen, die met het opstellen van het integrale beheerplan worden opgevolgd. Zo maken we nog een financiële vertaling van de te nemen maatregelen naar klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingen/investeringen. In 2021 zijn we gestart met het Integraal Beheerplan en de meerjarenonderhoudsplannen. We willen voor de begroting 2023 in kaart brengen wat de mogelijke financiële effecten hiervan zijn.
Wij verwachten een substantieel bedrag waarvan de precieze hoogte afhankelijk is van de te kiezen systematiek en ambitieniveau. Tegelijk worden we momenteel ook geconfronteerd met enorme prijsstijgingen die voortvloeien uit de verhoging van de energieprijzen en brandstoffen, schaarste aan bouwmaterialen en stijging van lonen van vaklieden. Ook de situatie in Oekraïne zal zijn effect gaan hebben. Actualisatie Omgevingsvisie Uit het raadsbesluit van 1 oktober 2019 tot vaststelling van de 'Omgevingsvisie Overbetuwe 2040' volgt dat de visie in 2023 geactualiseerd wordt. Formeel noodzakelijk vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2023. Inhoudelijk nodig om nieuwe ontwikkelingen zoals de regionale verstedelijkingsopgave en duurzaamheidsopgave (o.a. Routekaart) een plek te geven. Bij actualisatie zijn onder andere middelen nodig voor de inzet van de benodigde expertise, zoals participatietraject, ontwerp/vormgeving en digitale vereisten. Zodra het plan van aanpak is opgesteld zullen we met een raming komen van de verwachte kosten en deze opnemen in de begroting 2023. Onderwijshuisvesting Voor wat betreft de onderwijshuisvesting zien we een aantal vraagstukken ontstaan. Dit betreft onder andere de renovatie Nieuwbouw onderwijs primair en voortgezet onderwijs Westeraam Elst, gemeentelijke investering in de ventilatie HPC Zetten en Meforta Zetten. Ook is de Renovatie van Ds.
Van Lingenschool Zetten een aandachtspunt alsmede de aanvullende investering van nieuwbouw basisschool SamSam Oosterhout. We zullen bij de begroting 2023 in kaart brengen welke prioritering er kan worden aangebracht en wat de mogelijke financiële effecten zijn. Duurzame mobiliteit en Verkeersmaatregelen Met het budget Duurzame mobiliteit is het opstellen van Ambitiedocument Overbetuwe 2030 17
Sociale, slimme en schone mobiliteit gefinancierd en zijn mobiliteitsprojecten uitgevoerd. Het toegekende budget is niet toereikend om nieuwe projecten op te pakken. We zullen bij de begroting 2023 met een voorstel komen wat we willen gaan doen en wat dit aanvullend gaat kosten. Het budget voor verkeersmaatregelen uit te voeren die een bijdrage leveren aan de verbetering van de verkeersveiligheid. Het bestaande budget is in 2020 van € 50.000,- naar € 25.000,- gehalveerd. We zien de afgelopen jaren het aantal meldingen over verkeersonveilige verkeerssituaties toenemen. Dit levert uiteindelijk ook meer verzoeken op om maatregelen te treffen. Om deze locaties aan te kunnen pakken is het huidige budget (verkeersmaatregelen) ontoereikend. We zullen bij de begroting 2023 aangeven welk aanvullend budget noodzakelijk is. Informatieveiligheid Het belang om als (gemeentelijke) overheid zorgvuldig om te gaan met gegevens en informatie wordt steeds groter. Om te zorgen dat we als gemeente Overbetuwe aan de (wettelijke) eisen kunnen blijven voldoen, is het belangrijk om onze systemen hier voortdurend op aan te passen. Ook zullen we onze medewerkers moeten blijven trainen om het bewustzijn hiervan blijvend op het juiste niveau te houden. We zullen bij de begroting 2023 aangeven welke financiële middelen we hiervoor aanvullend nodig hebben.
Bijdrage aan de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR) Op basis van de conceptbegroting 2023 van de MGR daalt de gemeentelijke bijdrage voor Overbetuwe per saldo. Dit ontstaat door een lagere bijdrage aan de WgsW (Werkgeverschap medewerkers sociale Werkvoorziening) en is het gevolg van de daling van het aantal deelnemers aan de WSW (Wet Sociale Werkvoorziening). Omdat hier een relatie met de hoogte van de rijksvergoeding bestaat achten we het nog te voorbarig om dit bedrag als netto voordeel in de kadernota te verwerken.
18
4 Financieel technische uitgangspunten begroting 2023 Het is gebruikelijk om in de kadernota een voorstel op te nemen voor de te hanteren uitgangspunten voor de eerstvolgende begroting. In dit hoofdstuk geven we een overzicht van deze uitgangspunten en staan we specifiek stil bij een aantal significante uitgangspunten. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: Beleidsmatige uitgangspunten 1
Ramingen zijn realistisch en volledig
2
Structurele lasten worden met structurele baten gedekt
3
Nieuwe uitgaven worden getemperd en zijn alleen mogelijk als bestaand beleid in gelijke mate wordt ingeperkt Financiële uitgangspunten
Voorstel
1
De algemene uitkering is gebaseerd op de decembercirculaire 2021 + ontwikkelingen maartbrief 2022
2
De meerjarenramingen zijn gebaseerd op constante lonen en prijzen
3
Aantal inwoners op 01-01-2023
4
Rente
Waarde
Werkelijk aantal op 01-01-2022 plus inschatting groei in 2022 op basis van woningbouwprogramma
48.711
- investeringen
Conform Besluit Begroting en Verantwoording
1,5%
- grondexploitaties
Conform Besluit Begroting en Verantwoording
1,01%
- kortlopende leningen
Inschatting gebaseerd op de actuele marktrente
0,5%
- nieuwe langlopende leningen
Inschatting gebaseerd op de actuele marktrente
1,5%
- Formatie
Gelijk aan 2022 (d.w.z. incl. de besparing in dat jaar)
0
- salarissen - sociale lasten
Verwachte cao ontwikkeling incl. de verwachte stijging sociale lasten
3%
6
Prijsinflatie
Index Materiële Overheidsconsumptie (IMOC)
2,3%
7
Bijdrage verbonden partijen
Op basis van conceptbegroting verbonden partij. Indien de begroting ontbreekt 2,3% geldt de prijsinflatie
9
Belastingen
5
Formatie en salarissen
- Onroerende Zaak Belasting - Toeristenbelasting - Hondenbelasting - Precariobelasting
Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie
2,0% 2,3% 2,3% 2,3%
Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie 100% kostendekkend 100% kostendekkend
2,3% 2,3% 2,3% 2,3% 2,3%
10 Heffingen - Marktgelden - Begraafrechten - Leges - Rioolrecht - Afvalstoffenheffing 11 Huuropbrengsten
Conform opdracht Vastgoedvisie 2018
Algemene uitkering De kadernota wordt normaliter gebaseerd op de laatst verschenen circulaire, in dit geval de decembercirculaire 2021. Op 6 april 2022 is daarnaast de Maartbrief 2022 verschenen, waarin gemeenten worden geïnformeerd over de belangrijkste maatregelen van het coalitieakkoord die betrekking hebben op het gemeentefonds.
19
Het grootste effect betreft de stijging van het accres voor met name de jaren 2023 tot en met 2025 en het schrappen van de opschalingskorting in de jaren 2023 tot en met 2025. Dit voordeel is verwerkt in deze kadernota. Ook gaat de Maartbrief in op het besluit van de fondsbeheerders om de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 in te voeren. We effecten vallen ten opzichte van eerdere uitgangspunten mee, en dat zorgt voor een structureel voordeel vanaf 2023 van € 350.000. Dit voordeel is verwerkt in deze kadernota. Constante prijzen Met ingang van de begroting 2021 wordt als vast uitgangspunt gehanteerd dat lasten en baten worden geraamd op basis van constante prijzen. Dat wil zeggen dat de loon- en prijsinflatie 2023 structureel geraamd is, en dat er geen inschatting is gemaakt van de inflatoire effecten in de jaren erna. Formatie en salarissen Voor de ontwikkeling van de salarissen is een bedrag van € 340.000 per jaar opgenomen in de begroting. De ontwikkeling voor 2023 bestaat uit een aantal onderdelen die zijn toegelicht in hoofdstuk 5 Personeel en Organisatie. Loon- en prijsinflatie Met ingang van 2021 baseren we de prijsinflatie in de begroting op het indexcijfer materiele overheidsconsumptie IMOC.
Het percentage voor 2023 is 2,3% en wordt gehanteerd voor het bepalen van de stelpost prijsstijgingen en voor de inflatoire aanpassingen van de opbrengst uit belastingen en heffingen. Bijdrage aan verbonden partijen De bijdrage aan verbonden partijen is gebaseerd op de conceptbegroting 2023 van de verbonden partij. Daar waar de bijdrage verandert door andere ontwikkelingen dan inflatie, is dit specifiek verwerkt in het actuele meerjarenperspectief 2023-2026 onder het kopje “Nieuwe ontwikkelingen en wetgeving”. Onroerende Zaak Belasting In afwijking op het geldende uitgangspunt is er geen stijging berekend voor de OZB-opbrengsten. Bij behandeling van de Programmabegroting 2022-2025 is amendement A9 aangenomen, waarin staat dat de jaarlijkse stijging van de OZB 2% bedraagt inclusief inflatie voor 2022. Dit is al als zodanig verwerkt in de huidige meerjarenbegroting en daarom vindt er voor 2023 geen actualisatie plaats.
20
5 Personeel en organisatie Organisatieontwikkeling In 2023 geven we verder invulling aan de reeds in gang gezette organisatieontwikkeling. In overleg met de Griffie zal een raadsbijeenkomst worden gepland waarin de gemeentesecretaris een toelichting zal geven op de ontwikkelingen.
Ontwikkeling Personeelsbudget (P-budget) De ontwikkeling van het personeelsbudget 2023 bestaat uit de volgende 4 onderdelen: €242.840 structureel voordeel cao 2021/2022 €461.960 verwachte cao-ontwikkeling 3% loonstijging + voordeel i.v.m. vervallen VPL-premie € 84.600 netto thuiswerkvergoeding € 18.200 thuiswerkfaciliteiten We lichten onderstaand de belangrijkste posten toe. In onderstaand overzicht wordt een geactualiseerd beeld (in aantallen en financieel) gegeven van de ontwikkeling van het P-budget 2023-2026. Dit conform de huidige vastgestelde uitgangspunten en inclusief de investering en taakstelling op organisatieniveau zoals afgesproken in de Kadernota 2022. Voor de jaarlijkse sociale premie- en salarisontwikkeling is in 2023 een stijgingspercentage opgenomen van 3% (in 2022 2%). Dit heeft te maken met de looptijd van onze cao gemeenten tot 1 januari 2023. En de salarisstijging bij verschillende cao’s (waaronder Rijk) zijn aanleiding om dit percentage indicatief te hanteren. Bij de ontwikkeling is rekening gehouden met de afschaffing van de VPL-premie. Taakstelling P-budget 2022-2024 In de Kadernota 2022 is een taakstelling voor de organisatie opgenomen van totaal 1,3 miljoen voor de periode 2022 – 2024. De taakstelling voor 2022 van € 550.000 (€ 300.000 en € 250.000 formatiereductie) is gerealiseerd.
De taakstelling voor 2023 (€ 400.000) en 2024 (€ 350.000) wordt nu verder uitgewerkt. Over de uitkomst rapporteren we in de bestuursrapportages. Taakstelling, investering en premie- en salarisontwikkeling Taakstelling fte totaal € 1.000.000 (14,5 fte). 2022: 250.000, 2023: 400.000 en 2024: 350.000. Investering kennis en kunde, juiste mens op de juiste plek. 3 jaar (2022 t/m 2024) €150.000 per jaar.
2023
2024
2025
2026
-€650.000
-€1.000.000
-€ 1.000.000
-€ 1.000.000
€150.000
€150.000
0
0
Toename p-budget 2023 door de sociale premie- en €461.960 algemene salarisontwikkeling 3%* * Uitgangspunt dat compensatie plaatsvindt vanuit de algemene uitkering.
€461.960
€461.960
€461.960
21
Dorpsstraat 67 6661 EH Elst Postbus 11 6660 AA Elst telefoon 14 0481
info@overbetuwe.nl www.overbetuwe.nl