22-05-24.06 Relevant stuk 1, Toelichting en planregels bestemmingsplan ‘Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren’
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren Gemeente Overbetuwe Status:
Ontwerp
Datum:
Maart 2022
IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0353BUITboterhk48-ONTD
Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Datum Maart 2022
Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres info@overbetuwe.nl
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Ligging en globale begrenzing 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 5 7 8
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
17 17 19 20
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Bedrijven en Milieuzonering 4.5 Geurhinder 4.6 Bodem 4.7 Externe veiligheid 4.8 Kabels en leidingen 4.9 Waterparagraaf 4.10 Natuur 4.11 Archeologie en cultuurhistorie 4.12 Verkeer en Parkeren
23 23 23 24 25 27 27 28 33 33 35 39 40
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Algemene opzet 5.2 Toelichting op de verbeelding en regels
42 42 42
Hoofdstuk 6
46
Uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Overleg en Inspraak 7.1 Inleiding 7.2 Inspraak / vooroverleg 7.3 Vaststellingsprocedure 7.4 Beroep
47 47 47 47 47
(ontwerp)
3
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Inleiding
De locatie Boterhoeksestraat 48, Heteren, plaatselijk bekend als het NIOO terrein, was een voormalige onderzoek locatie van het Nederlands Instituut voor Ecologie1 www.nioo.knaw.nl. De locatie is niet meer als zodanig in gebruik en inmiddels zijn de voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt. Solvast ontwikkeling is met de gemeente in gesprek gegaan om de bedrijfslocatie een nieuwe invulling te geven. Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in een plan voor 26 woningen (18 vrije kavels en 8 sociale woningen). Het plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Om het plan mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridische kader.
1.2
Ligging en globale begrenzing
Het plangebied is gelegen aan de Boterhoeksestraat 48 ten westen van de kern Heteren in de gemeente Overbetuwe. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Heteren, sectie F, nummer 370. Het gehele plangebied heeft een oppervlakte van circa 80.930 m². Op een gedeelte van dit perceel vindt de beoogde ontwikkeling plaats. Het plangebied wordt ingeklemd door de Boterhoeksestraat aan de zuidzijde en Randwijkse Rijndijk aan de noordzijde. Aan zowel de oostelijke als de westelijke zijde liggen verschillende percelen die direct grenzen aan het plangebied, hierbij gaat het hoofdzakelijk om agrarische percelen. Aan de zuidoostelijke zijde grenst het plangebied aan de bebouwde kom van Heteren. In de onderstaande figuur is het plangebied indicatief weergegeven.
Afbeelding 1: Omgeving van het plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Toelichting (ontwerp)
5
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Voormalige NIOO-terrein De locatie betreft het voormalige NIOO-terrein, een uitgestrekt perceel tegen de westrand van Heteren, tussen de Boterhoeksestraat (en agrarisch perceel) en de Rijndijk. Het perceel is gelegen op een oeverwal en kent een stevige kavelbeplanting, waardoor verschillende kamers zijn gecreëerd. Een deel van de kamers is door opschot verder dichtgegroeid. Hierdoor is de bebouwing op het plangebied, dat ligt op de overgang van kern naar buitengebied weinig zichtbaar. Tot de ontwikkeling van de wijk Melkweide, in het begin van deze eeuw, lag het voormalige NIOO-terrein op duidelijke afstand van de kern van Heteren in het agrarisch gebied. Het gebied is introvert en kent geen verbindingen met de Rijndijk, de Boterhoeksestraat noch de kern. De typologie, structuur, maat en schaal van de bebouwing past niet in het buitengebied noch bij een overgangszone. Er ligt een kans om bij de ontwikkeling van het gebied de overgangszone zorgvuldig vorm te geven. Er kan een gebied ontstaan met aantrekkelijke woonmilieus met veel ruimte voor natuur en recreatief medegebruik door de omgeving. Een prachtig gebied om in te wonen en een aantrekkelijke, toegankelijke, overgangszone naar het buitengebied.
Afbeelding 2: Luchtfoto van het plangebied (bron: House of Architects)
6
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
1.3
Geldend bestemmingsplan
Ten aanzien van alle gronden is van toepassing het bestemmingsplan “Buitengebied Overbetuwe”, welke op 5 maart 2013 werd vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Overbetuwe en onherroepelijk werd door de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 april 2014. Volgens dit bestemmingsplan rusten op de gronden de enkelbestemmingen “Agrarisch” en “Bedrijf”. Voor het gehele plangebied is een archeologische dubbelbestemming opgenomen. Ook is er een dubbelbestemming opgenomen voor de gasleiding. En een dubbelbestemming “Waterkering” voor de dijk aan de noordzijde van het plangebied. De voormalige bedrijfsbebouwing was gelegen binnen het opgenomen bouwvlak. Daarnaast is er een gebiedsaanduiding opgenomen “Waardevol Landschap”. De bouw van woningen is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Om de beoogde woningbouwontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
Afbeelding 3: Uitsnede verbeelding van het geldende bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Toelichting (ontwerp)
7
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het voor dit bestemmingsplan van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of de ontwikkeling in ruimtelijk en milieu hygiënisch opzicht aanvaardbaar en haalbaar is en voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 5 is de juridische planopzet beschreven. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Ten slotte is in hoofdstuk 7 de bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan gevolgde procedure beschreven.
8
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Ruimtelijke structuur De locatie van het voormalige NIOO-terrein ligt in het buitengebied van de gemeente Overbetuwe, ten westen van de kern Heteren. Aan de noordzijde van de locatie ligt de Randwijkse Rijndijk, met daarachter de uiterwaarden van de Nederrijn. De locatie is gelegen in het oeverwallen- en stroomruggenlandschap. Van oudsher is het gebied geschikt voor bewoning en landbouw. Het landschap typeert zich door de kleinschaligheid met karakteristieke elementen zoals fruitbomen, boomgaarden, laanbeplanting, elzensingels, hagen en erfbeplanting. De verkaveling in het oeverwallenen stroomruggenlandschap is onregelmatig en ook de wegen en paden volgden wisselende richtingen. Rondom de meeste percelen stond beplanting op de perceelgrens. De afgelopen 50 jaar zijn veel heggen opgeruimd en hoogstamboomgaarden gerooid. Het oorspronkelijke kleinschalige en relatief dichte coulissenlandschap kreeg daardoor een steeds meer open karakter. Door ruilverkavelingen vond schaalvergroting plaats en zijn de percelen op veel plaatsen rechtgetrokken en vergroot. Op de topografische kaart van omstreeks 1900 (zie afbeelding 4) is de bestaande indeling van de kavels nog herkenbaar. Zoals al benoemd, wijkt de typologie, structuur, maat en schaal af van de bebouwing in dit gebied. Net ten westen van de locatie ligt de overgang van de oeverwallen naar de komgronden.
Afbeelding 4: Topografische kaart omstreeks 1900 (bron: www.topotijdreis.nl)
Toelichting (ontwerp)
9
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
2.2
Toekomstige situatie
Ruimtelijke structuur Het plan voorziet in de realisatie van 26 woningen, waarvan 18 grondgebonden vrijstaande woningen, 4 sociale huurwoningen en 4 goedkope koopwoningen of 8 sociale huurwoningen, in twee woongebouwen. Het stedenbouwkundig en landschappelijk plan is een gebiedseigen ruimtelijk concept, waarin een goede aanhechting met de omgeving (zowel de kern als buitengebied) wordt gemaakt en geborgd. Het landschappelijk raamwerk wordt versterkt door het aanplanten van gebiedseigen beplanting als begrenzing van de kamers. Ook worden er bomen gekapt en opschot verwijderd. In de bebouwde kamers worden kavelgrensbeplanting aangeplant en in sommige kamers beplanting en bos toegevoegd. Er ontstaat een grote variatie van gesloten en meer open kamers, waarbij het landschappelijk raamwerk zorgt voor inpassing van woningen. Het landschap transformeert van een gebied met meer gesloten kamers naar een opener gebied. Een belevingsvolle overgangszone. Een overgangszone naar het buitengebied maar ook naar het meer open komgrondenlandschap. De kamers zijn divers uitgewerkt en ingericht. Het bevat diverse integraal ontworpen gebiedseigen woonconcepten zowel voor landschap als de architectuur. Er ontstaat een aantrekkelijke schakel tussen de kern van Heteren en het buitengebied. Het gebied wordt een ecologisch en recreatief interessant gebied en heeft een hoge duurzaamheidsambitie.
Er worden originele watergangen hersteld, toegevoegd en weer uitgediept. De bestaande poel wordt uitgediept. De woningen zijn gasloos. Regenwater wordt geïnfiltreerd in de bodem van het plangebied. De grasvelden en weides worden ecologisch beheerd en zijn bloemrijk. De weides worden regelmatig begraasd. Nieuwe wandel- en fietsroutes worden aangelegd voor een goede verbinding met de omgeving en voor recreatief gebruik en het terrein wordt grotendeels teruggegeven aan de bewoners van Heteren als verblijfs- en recreatiegebied (bron: House of Architects). Het inrichtingsplan is een bijlage bij de regels van het bestemmingsplan. De realisatie en de instandhouding van het inrichtingsplan is met een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan het gebruik van de woningen.
Afbeelding 5: Inrichtingsplan (bron: House of Architects)
10
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Deelgebieden Het ontwerp bestaat uit verschillende deelgebieden (kamers). Ieder deelgebied heeft zijn eigen identiteit. In het onderstaande overzicht zijn per deelgebied de kenmerken, het aantal woningen, de typologie, de aan te planten beplanting en kavelbegrenzing aangegeven. De eigen identiteit van de deelgebieden maken de deelgebieden / woongebieden uniek.
Afbeelding 6: Inrichtingsplan (bron: House of Architects) Deelgebied “De Groene Kamer”
Toelichting (ontwerp)
11
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren Het deelgebied “De Groene Kamer” is het meest noordelijke deelgebied. Vanuit de woningen is er zicht op het agrarische perceel en de dijk. In de verte is zicht op de steenfabriek. In dit deelgebied worden vijf vrijstaande woningen gerealiseerd. De woningen worden landschappelijke ingepast met inheemse beplanting zoals Els, Wilg, Lijsterbes en Es. De kavels worden gescheiden met groene hagen. Voor de kavelgrensbeplanting wordt ook gebruik gemaakt van inheemse soorten zoals Liguster, Sleedoorn en Kornoelje.
Afbeelding 7: Deelgebied “De Groene Kamer” (bron: House of Architects)
12
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Deelgebied “De Groene Brink” Het deelgebied “De Groene Brink” is het middengebied van het plan. De woningen zijn gesitueerd rond een gezamenlijke groene brink. De woningen hebben een sterke onderlinge relatie rond een groene en boomrijke brink. In dit deelgebied worden zeven vrijstaande woningen gerealiseerd. De woningen worden landschappelijke ingepast met inheemse beplanting zoals Els, Wilg, Lijsterbes en Es. De kavels worden gescheiden met groene 'losse' hagen. Voor de kavelgrensbeplanting wordt ook gebruik gemaakt van inheemse soorten zoals Hondsroos, Liguster, Sleedoorn en Kornoelje.
Afbeelding 8: Deelgebied “De Groene Brink” (bron: House of Architects)
Toelichting (ontwerp)
13
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Deelgebied “Poel in het Bos” Het deelgebied “Poel in het Bos” is de noordoostelijke kamer van het plan. De woningen zijn gesitueerd aan de historische poel in het bos. Het zijn bosrijke kavels. In dit deelgebied worden drie vrijstaande woningen gerealiseerd. Woningen met alle een eigen relatie met de poel. Er worden inheemse soorten aangeplant welke passen bij het bostype en de poel, zoals Schietwilg en Boswilg. De kavelbeplanting bestaat uit losse hagen van o.a. Boswilg.
Afbeelding 9: Deelgebied “Poel in het Bos” (bron: House of Architects)
Deelgebied "Wonen in de Boomgaard" Het deelgebied "Wonen in de Boomgaard" is de zuidoostelijke kamer van het plan. De woningen zijn landelijk gesitueerd in een boomgaard met oude en nieuwe fruitbomen. In dit deelgebied worden drie vrijstaande woningen gerealiseerd. Er worden fruitbomen aangeplant, zoals Kers en Appel. Onder de bomen wordt het ingericht met bloemrijkgrasland. De kavels worden gescheiden door een kastanje houten schapenhek.
14
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Afbeelding 10: Deelgebied “Wonen in de Boomgaard” (bron: House of Architects)
Deelgebied "Tiny Greenhouses" Het deelgebied "Tiny Greenhouses" is de zuidwestelijke kamer van het plan. Er worden twee woongebouwen gerealiseerd met ieder vier tiny houses (acht woningen totaal). Er wordt een gezamenlijke kas en gezamenlijk bijgebouw (voor bergingen) gerealiseerd. De woningen worden gerealiseerd aan een open weiland. Een informele ontsluiting aan de noordzijde met de mogelijkheid tot kort parkeren. Tussen de kavels en het weiland ligt een greppel om de tiny houses zoveel mogelijk onderdeel te maken van het weiland. De kavelbeplanting bestaat uit lage hagen van o.a. Veldesdoorn.
Toelichting (ontwerp)
15
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Afbeelding 11: Deelgebied “Wonen in de Boomgaard” (bron: House of Architects)
16
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo'n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen. Beoordeling en conclusie Het initiatief is aan te merken als een lokale ontwikkeling. Er zijn, gelet op de aard van het project en de ligging van het plangebied, geen nationale belangen, zoals opgenomen in de NOVI, in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van ruimtelijke plannen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen moeten de regels van het Barro worden gerespecteerd. Beoordeling en conclusie Het initiatief is een lokale ontwikkeling. Er zijn geen nationale belangen in het geding. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit plan. Ladder voor duurzame verstedelijk ing Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
De ladder is een motiveringsinstrument dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: 'De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503). In een bestemmingsplan moet worden aangegeven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling
Toelichting (ontwerp)
17
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren voorziet in een behoefte plus een motivering als de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien". Beoordeling Trede 1 - actuele regionale behoefte In de woonagenda subregio Arnhem e.o. 2021 t/m 2023 is de regionale behoefte weergegeven voor de gemeenten Arnhem, Rheden, Overbetuwe, Lingewaard en Renkum. Daarin wordt gesteld dat in de gemeente Overbetuwe er minstens 600 sociale huurwoningen (waarvan 300 ter compensatie van andere nieuwbouwprojecten), 150 midden huurwoningen en 700 koopwoning onder de NHG-grens moeten worden gerealiseerd in de periode tot 2030. Aansluitend op de regionale woonagenda heeft de gemeente Overbetuwe de uitgangspuntennotitie woonagenda Overbetuwe 2025 opgesteld ter voorbereiding op de gemeentelijke woonagenda Overbetuwe 2025. In de uitgangspuntennotitie staat de woningbehoefte van de regionale woonagenda vertaalt naar het streefprogramma.
Het totale streefprogramma (ook zachte plancapaciteit) bevat 2.000 woningen, omdat het project NIOO reeds geprioriteerd is, past het binnen de behoefte. Er wordt geprogrammeerd op 130%, dat betekent dat de ruimte in het streefprogramma is om te programmeren tot 2.600 woningen. Het project NIOO-terrein voorziet zowel kwantitatief als kwalitatief in de woningbehoefte. Het plan voegt 26 woningen toe, waarvan 8 in het betaalbare segment (sociale huur of koop tot € 200.000), en 18 koopwoningen > € 310.000,-. Trede 2 - ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op het perceel aan de Boterhoeksestraat 48 te Heteren. Binnen het vigerend bestemmingsplan is het plangebied grotendeels bestemd als "bedrijf"en in mindere mate als 'agrarisch'. Het plangebied ligt vrijwel tegen de kern Heteren, aan maar is feitelijk geen onderdeel van de verkeerskundige bebouwde kom, doordat het daar enkele meters buiten ligt. Om te kunnen bepalen of er sprake is van een ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied moet gekeken worden naar het begrip bestaand stedelijk gebied. Conform de Bro is bestaand stedelijk gebied als volgt: 'Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
Deze bepaling wordt aangevuld door de aanwezige jurisprudentie waaruit blijkt dat alle gronden waarop een agrarische bestemming rust, en als dusdanig gebruikt worden, geen onderdeel uitmaakt van bestaand stedelijk gebied. Conform die bepaling kan gesteld worden dat een gedeelte van het plangebied bestaand stedelijk gebied is en een gedeelte niet. Dit vertaalt zich naar 21 woningen die binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden en 5 woningen die buiten bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden. Trede 3 - Multimodaal bereikbare locatie Gezien de realisatie van 5 van de 26 woningen buiten bestaand stedelijk gebied moet er gekeken worden naar de geschiktheid en beschikbaarheid van deze locatie en andere locaties. Het plangebied bestaat voor een gedeelte uit bestaand stedelijk gebied en een gedeelte agrarisch gebied, binnen het bestaand stedelijk gebied is voldoende ruimte om de voorgenomen 26 woningen te realiseren. Echter is dit niet mogelijk omdat een gedeelte van het bestaand stedelijk gebied binnen de milieu richtafstanden valt van een naastgelegen bedrijf. De 5 woningen die binnen agrarisch gebied gerealiseerd worden zijn direct aangrenzend aan het bestaand stedelijk gebied en worden eveneens ontsloten via het bestaand stedelijk gebied. De oppervlakte aan bestaand stedelijk gebied dat niet
18
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren bruikbaar is in verband met de milieu richtafstanden is aanzienlijk groter dan de oppervlakte aan agrarisch gebied dat gebruikt wordt voor de realisatie van de 5 woningen. Naast het plangebied moet er gekeken worden naar andere mogelijke locaties in de omgeving waar 26 woningen gerealiseerd kunnen worden. Aan de hand van luchtfoto's en de geldende bestemmingsplannen voor de kern Heteren 'Heteren Indoornik' en 'Heteren - Centrum'valt af te leiden dat er binnen de kern Heteren onvoldoende ruimte is om 26 woningen op een degelijke wijze in te kunnen passen. Aan de hand daarvan kan geconcludeerd worden dat in de kern Heteren en omliggende omgeving het plangebied de meest geschikte locatie is voor de realisatie van deze hoeveelheid woningen. Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 26 nieuwe woningen. Gezien de aard en omvang van de beoogde functie en bebouwing in relatie tot de huidige bestemmingen, is deze ontwikkeling geheel als een nieuwe stedelijke ontwikkeling te beschouwen. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgevoerd ten aanzien van de woningen die in het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Deze onderbouwing is opgenomen in Bijlage 1.
Voor een uitgebreide onderbouwing van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte wordt verwezen naar Bijlage 1. Aan de hand van de uitgebreide onderbouwing kan gesteld worden dat de ladder van duurzame verstedelijking voldoende onderbouwd is.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen: met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving; stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds; focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland; door middel van 7 ambities verder verdiepen van de focus. De 7 ambities van de provincie zien op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven. Beoordeling De Omgevingsvisie stelt het stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds centraal. Met dit bestemmingsplan wordt de sanering van een bedrijfslocatie en de realisatie van 26 woningen mogelijk gemaakt.
Daarbij is, gelet op de omgeving, uitdrukkelijk gekeken naar de in de omgeving aanwezige waarden en is hiermee bij de planopzet en -uitwerking rekening gehouden. Daarnaast is de sanering van de bedrijfsbestemming (en de asbestdaken) een positieve ontwikkeling nabij de kern Heteren. Bij de ontwikkeling wordt op verantwoorde en evenwichtige wijze rekening gehouden met het behouden en versterken van de aanwezige landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden, in lijn met het gedachtengoed van de Omgevingsvisie. Bij de uitwerking van de ontwikkeling is ook gestreefd naar een optimaal woon- en leefklimaat. De landelijke omgeving, direct bij de bebouwde kom van Heteren, is daar bij uitstek geschikt voor. Conclusie Het plan past in de doelstellingen en ambities, die de provincie in de Omgevingsvisie heeft vastgelegd. Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De
Toelichting (ontwerp)
19
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren meest recente versie van de Omgevingsverordening dateert van 31 maart 2021. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Beoordeling De planlocatie Boterhoeksestraat 48, Heteren ligt binnen de volgende aanduidingen: tijdelijk verbod nieuwvestiging, uitbreiding en hervestiging glastuinbouw; Romeinse limes; intrekgebied; De bovengenoemde aanduidingen met betrekking tot glastuinbouw, het plussenbeleid en de boringsvrije zone en intrekgebieden zorgen niet voor belemmeringen. Het plan maakt geen nieuwvestiging, uitbreiding of hervestiging van een glastuinbouwbedrijf mogelijk. Daarnaast is er geen sprake van winning van fossiele energie of van enige handelingen waardoor direct of indirect warmte aan de bodem of het grondwater wordt onttrokken of toegevoegd. Het plan voorziet daarnaast onder meer in het saneren van een bedrijfsbestemming.
Romeinse limes De regels ten aanzien van de Romeinse Limes bepalen dat nieuwe ontwikkelingen de kernkwaliteiten van de Romeinse Limes niet mogen aantasten (artikel 2.60). In paragraaf 4.11 van dit bestemmingsplan wordt onderbouwd dat de voorgenomen ontwikkelingen geen negatieve invloed hebben op de kernkwaliteiten van de Romeinse Limes. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.
3.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid. In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
20
Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd.
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven. Beoordeling De planlocatie Boterhoeksestraat 48 is een overgangsgebied dat behoort tot het buitengebied en grenst aan de kern van Heteren. De Omgevingsvisie geeft in samenhang met het Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe het landschappelijk kader voor ontwikkelingen in het buitengebied. Bij de planontwikkeling is nadrukkelijk rekening gehouden met de ligging op een snijvlak van verschillende karakteristieke gebieden en de daarbij behorende bestaande en te ontwikkelen kwaliteiten. Onder het kopje 'Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe (LOP)' wordt hier nader op ingegaan. Ook aan enkele overige opgaven wordt door het voorliggende plan bijgedragen, namelijk het streven naar een gevarieerde dorpse woonomgeving, verbinden van netwerken met de samenleving en het clusteren van voorzieningen. Het plan voorziet in een combinatie van woningen in een landelijke omgeving aan de rand van de bebouwde kom van Heteren. Waarbij er een onderscheidend landelijk woonmilieu wordt gecreëerd. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe (LOP) In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2009 zijn de (algemene) doelstellingen en gebied specifieke opgaven voor Overbetuwe geformuleerd.
De hoofddoelstelling is het ontwikkelen van een sterke samenhangende landschappelijke structuur met een eigen Betuwse identiteit, die tegenwicht biedt aan de verstedelijking en waarbij belangrijke landschappelijke waarden duurzaam in stand worden gehouden. Per deelgebied zijn daarnaast gebied specifieke opgaven opgenomen. Beoordeling In het Landschapsontwikkelingsplan van de gemeente Overbetuwe wordt onder andere het behouden en versterken van de openheid, grootschaligheid en de kenmerkende weidebouw in de kommen, tegenover de kleinschalige structuur van de oeverwallen als doelstelling geformuleerd. De planlocatie is gelegen tussen de open en grootschalige uiterwaard en het open en grootschalige komgebied, maar het perceel zelf is gelegen in een meer besloten gebied (zie afbeelding 12). Een van de doelstellingen is het stimuleren van de aanleg van gebied specifieke beplanting (o.a. erf-, kavelgrens- en wegbeplanting) op de oeverwallen. In paragraaf 2.2 is beschreven op welke wijze hier invulling aan is gegeven. Voor een meer optimale aanhechting aan de dorpskern is het wenselijk om (een gedeelte van) het perceel dat in eigendom is bij de kerk, kadastraal bekend als gemeente Heteren, sectie F, nummer 770 (perceel ten noorden van de woningen aan de Steenovenlaan) buiten het huidige plangebied, mee te nemen in de ontwikkeling.
Door de gemeente is aangegeven dat aanhechting door een directe toegangsweg te realiseren zeer wenselijk is en zij zal zich mede inspannen om dit samen met SolVast gerealiseerd te krijgen.
Afbeelding 12: Deelgebieden en landschapstypen (bron: Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe). Conclusie
Toelichting (ontwerp)
21
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren Het plan levert een bijdrage aan meerdere doelstellingen van het LOP en is hiermee dus in overeenstemming.
22
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Hoofdstuk 4 4.1
M ilieu- en omgevingsaspecten
Milieueffectrapportage
Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom vanaf 1 april 2011 ook bij kleine bouwprojecten, zoals het onderhavige, beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Ook de Implementatiewet 'herziening m.e.r. richtlijn' is relevant. Sinds 16 mei 2017 is deze wet in werking. De richtlijn heeft de procedure en de inhoud van het MER en de m.e.r.-beoordeling, maar ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling gewijzigd. Dit heeft gevolgen voor de inhoud en procedure van ruimtelijke plannen. Voor activiteiten, die zijn opgenomen in onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. en waarvan de omvang beneden de in kolom 2 genoemde drempel ligt, geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Beoordeling en conclusie Met dit bestemmingsplan wordt enerzijds voorzien in een sanering van een bedrijfsbestemming en daarnaast de realisatie van 26 woningen.
Gezien de aard en omvang van deze ontwikkeling, kan dit als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r., worden beschouwd. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is daarom noodzakelijk. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de aanmeldingsnotitie vindt een beoordeling/toets plaats aan de criteria, die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze is opgenomen in Bijlage 2. Aanbevolen is om geen MER op te stellen. Het bevoegd gezag neemt voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan een afzonderlijk besluit hieromtrent.
4.2
Geluid
Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) moet bij een plan een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. Alle wegen hebben geluidzones, met uitzondering van wegen die in een als 'woonerf' aangeduid gebied liggen en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor moet met een ontheffing een hogere waarde worden vastgesteld. De gemeente Overbetuwe heeft specifiek beleid vastgesteld in de Nota geluidbeleid en de Nota hogere grenswaarden. Beoordeling Met dit bestemmingsplan worden nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt op de planlocatie
Toelichting (ontwerp)
23
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren Boterhoeksestraat 48, Heteren, namelijk 26 woningen. In de omgeving van de planlocatie zijn enkele wegen aanwezig met diverse snelheidsregimes. Spoorwegen en geluidgezoneerde industrieterreinen zijn in de omgeving niet aanwezig. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Boterhoeksestraat (N837), Steenovenlaan en de Randwijkse Rijndijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de Kamperfoeliestraat ook meegenomen in het akoestisch onderzoek. De rapportage is opgenomen in Bijlage 3. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de relevante omliggende wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijdt. Vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening is tevens de cumulatieve geluidbelasting berekend. Deze blijft eveneens (ruimschoots) onder de voorkeursgrenswaarde. Er zijn dan ook geen akoestische belemmeringen voor de geplande woningen. Conclusie Het aspect akoestiek vormt geen belemmering voor het plan.
4.3
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2ìg/m3).
Beoordeling en conclusie Met dit bestemmingsplan wordt een bedrijfsbestemming gesaneerd en worden 26 woningen gerealiseerd. Daarmee is op voorhand zeker, dat het initiatief niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Het plan leidt tot een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen en levert geen relevante wijziging in de verkeersafwikkeling op. Een luchtkwaliteitsonderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling.
24
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
4.4
Bedrijven en Milieuzonering
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies, zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden, zodat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Als bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies, die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Beoordeling en conclusie De omgeving van het plangebied wordt getypeerd als rustige woonwijk/buitengebied doordat het plangebied gelegen is in het buitengebied en er geen grote menging van functies aanwezig is. Om die reden moet de ruimste richtafstand worden aangehouden ten aanzien van milieubelastende activiteiten.
In de omgeving van het plangebied liggen enkele bedrijven (functies) waarvoor op basis van de VNG brochure richtafstanden gelden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige bedrijvigheid. De rapportage is opgenomen in Bijlage 4. In onderstaande afbeelding zijn de bedrijven in de omgeving opgenomen. Hieruit blijkt dat ten opzichte van de meeste functies (ruimschoots) wordt voldaan aan de richtafstanden waardoor er geen belemmeringen optreden. Op de functies aan de Boterhoeksestraat 50 en Randwijkse Rijndijk 8 wordt nader ingegaan na de afbeelding.
Afbeelding 13: Bedrijven in de omgeving (bron: Quickscan Bedrijven en Milieuzonering Lycens)
Toelichting (ontwerp)
25
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Boterhoeksestraat 50 - Constructiebedrijf J.P. Bornbach Het constructiebedrijf is gelegen op circa 100 meter vanaf de gevel van de meest in de nabijheid gelegen woning. Voor het constructiebedrijf geldt een richtafstand van 100 meter voor het aspect geluid, voor de overige aspecten geldt een richtafstand van 30 meter. Met de richtafstand van dit bedrijf is rekening gehouden (zie afbeelding 14). Randwijkse Rijndijk 8 - Paardenbak en mestplaat Op een woonperceel Randwijkse Rijndijk 8 is een paardenbak en mestplaats aanwezig voor het hobbymatige houden van paarden. De richtafstand vanaf paardenbakken en mestplaten voor het hobbymatig houden van paarden bedraagt 30 meter conform het activiteitenbesluit. De mestplaats is feitelijk gelegen op minstens 60 meter van de gevel van de meest in de nabijheid gelegen woning. De paardenbak ligt feitelijk op minimaal 45 meter (zie afbeelding 14). Op basis daarvan kan gesteld worden dat er geen hinder ondervonden zal worden ten aanzien van de mestplaats.
Afbeelding 14: Hindercirkels van de bedrijven in de omgeving (bron: Quickscan Bedrijven en Milieuzonering Lycens)
Conclusie In de nabijheid van het plangebied zijn meerdere milieubelastende activiteiten te vinden waarvan de richtafstanden niet worden overschreden. De omliggende functies worden niet in de bedrijfsvoering belemmerd en ter plaatse van de te realiseren woningen kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' zorgt niet voor belemmeringen voor het initiatief.
26
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
4.5
Geurhinder
Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. Er zijn drie agrarische bedrijven in de omgeving van het plangebied. De dichtstbijzijnde veehouderij ligt op een afstand van circa 215 meter van de woningen (zie ook paragraaf 4.4). Gelet op de richtafstand van 100 meter vormt deze geen belemmering voor het plan. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar het uitgevoerde onderzoek. De rapportage is opgenomen in Bijlage 4. Beoordeling en conclusie Er wordt ruim voldoende afstand aangehouden tot de in de omgeving van het plangebied gevestigde agrarische bedrijven (of andere bedrijven met een geuruitstraling). Het aspect 'geur' zorgt daarom niet voor belemmeringen in dit plan.
4.6
Bodem
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald, dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening moet worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. Voor de gevallen waarin de bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, bepaalt de Wet bodembescherming dat de grond zodanig moet worden gesaneerd, dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 26 woningen mogelijk. Daarmee worden er nieuwe gevoelige objecten mogelijk gemaakt, waarin personen verblijven. Een onderzoek naar de bodemkwaliteit is noodzakelijk. Daarom is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen als Bijlage 5. Uit het verkennende bodemonderzoek blijkt het volgende: Resultaten grond De bovengrond op het noordelijke terreindeel bevat plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan nikkel. Op basis van de rekenregels voldoet de grond aan de achtergrondwaarde. Verder zijn in de grond op dit terreindeel geen parameters in verhoogde gehalten gemeten.
De stoffengroep PFAS is niet gemeten in gehalten welke de maximale waarden voor de functieklasse landbouw/natuur overschrijden. De bovengrond op het zuidelijk terreindeel bevat plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan enkele zware metalen en bestrijdingsmiddelen. De gemeten gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate. Plaatselijk is nikkel gemeten in een licht verhoogd gehalte. Op basis van de rekenregels voldoet die grond aan de achtergrondwaarde. Ten aanzien van PFAS voldoet de grond aan de functieklasse landbouw natuur doordat de gemeten gehalten de maximale waarden voor deze functieklasse niet overschrijden. De milieu hygiënische kwaliteit van de grond ten aanzien van chemische parameters vormt geen belemmering voor de geplande planologische procedure, de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van de locatie. De bovengrond op het noordelijk terreindeel waarin asbestverdacht materiaal is aangetroffen bevat asbest in een gewogen gehalte welke de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) overschrijdt. Tevens blijkt het in deze twee gaten aangetroffen asbestverdachte materiaal daadwerkelijk asbesthoudend te zijn. Dit betekent dat ter plaatse van beide gaten de interventiewaarde voor asbest wordt overschreden. Daarmee
Toelichting (ontwerp)
27
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren is sprake van een ernstige verontreiniging met asbest welke wel een belemmering vormt voor de planologische procedure. Ter plaatse van de gaten rondom de aangetoonde verontreiniging is zintuigelijk geen asbest aangetroffen en analytisch is in de grond geen asbest aangetoond. De verontreiniging heeft een omvang van ongeveer 50 m³ (125 m² x 0,4 m¹). Formeel dient nader onderzoek uitgevoerd te worden, op basis van het uitgevoerde onderzoek is de omvang van de verontreiniging echter in voldoende mate in beeld. Het uitvoeren van nader onderzoek wordt om die reden niet noodzakelijk geacht. De verontreiniging is aangetoond op een slecht toegankelijk terreindeel. Op deze locatie heeft in het verleden geen bebouwing gestaan. De herkomst en daarmee het tijdstip van ontstaan van de verontreiniging is niet eenduidig te herleiden. De bovengrond op het zuidelijk terreindeel bevat geen asbest. De bodemkwaliteit ten aanzien van asbest vormt op dit terreindeel geen belemmering voor de geplande planologische procedure, de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van de locatie. Resultaten grondwater Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties aan barium.
Aangezien met betrekking tot de verhoogde concentraties geen antropogene bron bekend is, is barium vermoedelijk van nature in verhoogde concentraties in het grondwater aanwezig. De gemeten concentraties overschrijden de streefwaarde in geringe mate en vormen geen belemmering voor de geplande planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van de locatie. Resultaten geohydrologisch onderzoek Uit de meetresultaten blijkt dat de gemiddelde k-waarde 0,46 m/24 uur bedraagt. De relatief lage k-waarde is toe te schrijven aan de bodemopbouw voornamelijk bestaande uit klei welke een negatieve invloed hebben op de doorlatendheidscapaciteit. Op basis van de gemiddelde doorlatendheidscapaciteit wordt geconcludeerd dat de locatie hooguit redelijk geschikt is voor de infiltratie van hemelwater. Conclusie Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat de aangetoonde asbestverontreiniging op het noordoostelijk terreindeel een belemmering vormt voor de geplande planologische procedure, de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) en de geplande herontwikkeling van de locatie. Deze verontreiniging met een omvang van circa 50 m³ dient te worden gesaneerd voorafgaande aan de bouwwerkzaamheden. De overige aangetoonde bodemkwaliteit vormt hiervoor geen belemmering.
4.7
Externe veiligheid
Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's dienen te worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.
28
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren Groepsrisico Het groepsrisico is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer.
Verantwoording groepsrisico Transport over de weg Op circa 1,4 kilometer ten oosten van het plangebied is de rijksweg A50 (wegvak G5) gelegen, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plaatsgebonden risico en het plasbrandaandachtsgebied vormen geen aandachtspunt voor de planontwikkeling. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van toxische gassen (GT4) van deze weg. De risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg (toxisch scenario) worden meegenomen in deze beperkte verantwoording van het groepsrisico. Buisleidingen Het plangebied is deels gelegen binnen zowel de 100% letaliteitsafstand als de 1%-letaliteitsafstand voor externe veiligheid van de buisleiding N-568-32-deel-1. Voor deze buisleiding is de hoogte van het groepsrisico kwantitatief vastgesteld middels een CAROLA-berekening (bijlage 6). Uit deze berekening is gebleken dat ter hoogte van het plangebied geen PR 10-6-risicocontour van toepassing is. Voorts volgt uit de berekening dat ter hoogte van het plangebied zowel in de huidige als de toekomstige situatie geen groepsrisico wordt berekend. De risico's als gevolg van het transporten van gevaarlijke stoffen door buisleidingen zijn wel meegenomen in deze beperkte verantwoording van het groepsrisico.
Tracébeheerder Er dient over de mogelijke consequenties van de voorgestelde ontwikkeling en eventueel te treffen maatregelen vooraf overleg plaats te vinden met de tracébeheerder. Verantwoordingsplicht Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen zijn getroffen om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag. Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten verplicht het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Bevb (Besluit externe veiligheid buisleidingen) geeft de regionale brandweer/Veiligheidsregio een wettelijke adviestaak bij het invullen van de verantwoordingsplicht. Het advies van de regionale brandweer/ Veiligheidsregio gaat vooral over het groepsrisico en mogelijkheden om een ramp of zwaar ongeval te voorkomen of de omvang ervan te beperken en de zelfredzaamheid van personen te vergroten. Voor zover mogelijk wordt in dit hoofdstuk invulling gegeven aan de verantwoordingsplicht.
De aanvullende adviezen van de regionale brandweer/ Veiligheidsregio dient de gemeente Overbetuwe mee te wegen in haar besluitvorming. De verantwoording van het groepsrisico heeft betrekking op beschreven relevante risicobronnen.
Toelichting (ontwerp)
29
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren Aspecten in de verantwoording die bij alle risicobronnen van toepassing zijn, zijn zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Mobiliteit van de aanwezigen Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die specifiek voor verminderd zelfredzame personen bedoeld zijn. Dit betekent dat het uitgangspunt is dat de aanwezige personen zich bij een eventuele dreigende situatie zelfstandig (of met hulp van overige aanwezigen) in veiligheid kunnen brengen. Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen De mogelijkheden voor ontvluchting van het gebied, de ontvluchting van gebouwen en de schuilmogelijkheden in gebouwen worden bij de onderscheidenlijke risicobronnen beschouwd aangezien deze afhankelijk zijn van het ongevalsscenario. Risicocommunicatie In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, gebaseerd op de relevante scenario's). In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden.
Vluchtroutes dienen zichtbaar en duidelijk te worden aangeduid. De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheidsregio's door het bestuur van de Veiligheidsregio's uitgevoerd te worden. De Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in voorbereiding op een alarmering bij rampen. Bevt - Water-, weg- en spoorwegtransport In artikel 7 en 8 van het Bevt is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht. In een beperkte verantwoording worden de volgende aspecten beschouwd: a. mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; b. zelfredzaamheid ten aanzien van nog niet gerealiseerde (beperkt) kwetsbare objecten. Ad a Als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A50, is binnen de planlocatie uitsluitend het toxisch scenario relevant. Toxisch scenario Toxische vloeistoffen en gassen kunnen vrijkomen als de tankwagen met toxische stoffen het begeeft als gevolg van bijvoorbeeld een incident. Hierbij komen de toxische stoffen vrij in de vorm van een plas of een wolk. Een toxische plas zal vervolgens (gedeeltelijk) verdampen, waarbij een toxische wolk wordt gevormd. Afhankelijk van de windrichting en de weersomstandigheden kan de toxische wolk richting het plangebied drijven.
Zorgnorm De brandweerzorgnorm is een aanbevolen opkomsttijd die afhankelijk is van het soort object en de risico's voor de aanwezige personen. De opkomsttijd bestaat uit een optelsom van de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd betreft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren totdat men gereed is om te vertrekken naar het plaats van het incident. De uitruktijd voor een beroepskorps ligt lager dan die van een vrijwillig korps, omdat de beroepsmedewerkers zich in de directe nabijheid van de kazerne bevinden.
30
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, Boterhoeksestraat 48, Heteren
Bestrijdbaarheid/beheersbaarheid De beheersbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om haar taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Hierbij hanteert de brandweer richtlijnen zoals beschreven in de publicatie "Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid" van brandweer Nederland. Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn. De aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het plangebied is met het oog op een toxisch scenario niet relevant. Ook ten aanzien van de bereikbaarheid is bij een toxisch scenario met name de bereikbaarheid van de risicobron maatgevend. De inrichting van het plangebied heeft geen invloed op de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen ter plaatse van de risicobron. Ad b Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten.