22-05-10.06 Beantwoording Technische vragen ChristenUnie Boterhoeksestraat.docx
Tekst van het document
Format technische vragen Datum indienen: 5 mei 2022 Datum politieke avond: 10 mei 2022 Agendapunt: 5 Cluster Ruimte Onderwerp: Bestemmingsplan Boterhoeksestraat Toelichting: indien nodig, toelichting/aanleiding vraag Vraag/vragen: 1. In het raadsvoorstel zag ik geen inhoudelijke toetsing van het plan aan de in Overbetuwe gewenste woningtypen/prijscategorieën voor bouwplanne. Wat is daar de reden van? 2. In het plan is sprake van ’tiny houses’. Normaliter zijn dit kleine vrijstaande woningen met een zo klein mogelijke groene footprint. In het plan zijn het kleine geclusterde huisjes met 3 bouwlagen. Heeft Overbetuwe een definitie voor het toetsen van tiny houses? Zijn het in dit plan echte tiny houses of slechts kleine compacte huisjes. 3. Waarom is er in het raadsvoorstel geen eenduidige omschrijving of de tiny houses als huur of koop op de markt komen? En is de genoemde verkoopprijs in een overeenkomst met de ontwikkelaar vastgelegd zodat dit geen ‘verrassingen’ oplevert? 4. Waarom bevat het bestemmingsplan geen duurzaamheidsparagraaf? Hoe is de duurzaamheid gezekerd? 5. Waarom zijn in de verbeelding geen bouwhoogten opgenomen? Indiener/fractie: Harry Bruggema, ChristenUnie Antwoord(en) ambtelijke organisatie: 1. Begin 2020 is het initiatief ingediend voor de woningbouwprioritering. Daarmee is het getoetst aan de op dat moment geldende kaders.
Het plan heeft een prioritaire status gekregen en daarmee de mogelijkheid om binnen drie jaar tot realisatie te komen. 2. Ons woonbeleid kent geen exacte definitie van een ‘’Tiny House’’. Een algemene definitie van deze term bestaat ook (nog) niet. De Woonagenda 2025 benoemt wel dat het om een leefstijlgerelateerde doelgroep gaat, die vaak in het groen wil wonen, in een eigen gemeenschap. Een reguliere tussenwoning, maar dan met een extra smalle beukmaat in een reguliere nieuwbouwwijk, is dus geen ‘’Tiny House’’. De ‘’Tiny Houses’’ die gerealiseerd worden binnen dit project, zijn geschikt voor deze leefstijlgerelateerde doelgroep. 3. Omdat er nog geen afspraken zijn met de woningcorporatie over de sociale huurwoningen is dit nog nader te bepalen. Het maakt voor de aansluiting op het resterend streefprogramma niet uit in welke verdeling (tussen sociale huur en kopen tot €200.000) gerealiseerd wordt. In de exploitatieovereenkomst die met de initiatiefnemer is gesloten is vastgelegd dat voor sociale huur de liberalisatiegrens geldt (in 2021 was dit: €752,33) en dat voor het woningtype ‘Goedkoop (sociaal)’ een maximumprijs van €200.000 geldt. 4. In onze bestemmingsplannen wordt op dit moment standaard nog geen paragraaf aan duurzaamheid gewijd. In de toelichting wordt hier wel over gesproken, maar in de planregels is dit (vooralsnog) niet mogelijk.
Dit onderwerp zal onder de Omgevingswet een grotere rol gaan spelen. Op de volgende manieren is voor dit project toch de duurzaamheid geborgd: - In de exploitatieovereenkomst is het volgende opgenomen: Partijen zijn geheel onverplicht overeengekomen dat elke woning, alsmede het woongebouw waartoe zij behoort, ten minste voldoet aan: een GPR-score van 8,0. Ter informatie: GPR maakt middels een rekentool inzichtelijk hoe duurzaam een gebouw is op de 5 thema’s: Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. De waarde ligt tussen de 1 en de 10, waarbij 10 het meest duurzaam is. De GPR-score die voor deze ontwikkeling is overeengekomen is dus relatief hoog. - Daarbij is in het bestemmingsplan het plan wel getoetst aan het landelijke, provinciale en gemeentelijke beleid – waar duurzaamheid veelal deel van uitmaakt – en wordt voor deze aspecten geconcludeerd dat het plan in lijn is met deze beleidsstukken. - Tevens is in het beeldkwaliteitsplan een aantal (landschappelijke) duurzaamheidsaspecten aan het plan genoemd. Deze landschappelijke inpassing, alsook het (duurzame) beheer ervan zijn middels een voorwaardelijke verplichting geborgd in het bestemmingsplan.
Format technische vragen 5. Het opnemen van bouwhoogten in de verbeelding is een optie die vaker wordt toegepast voor kleinere bestemmingsplannen. Een andere optie is om de bouwhoogten in de planregels op te nemen. Voor deze laatste optie is in dit geval gekozen, omdat onderhavig plan een grotere ontwikkeling betreft, waarbij een grotere verscheidenheid aan gebouwtypes met verschillende (bouw- en goot-) hoogtes van toepassing is. VERSCHIL POLITIEKE EN TECHNISCHE VRAGEN Technische vragen zijn vragen naar feiten, harde gegevens. Deze vragen kunnen dan ook prima door ambtenaren beantwoord worden. Zodra er naar een mening (van het college of de burgemeester) wordt gevraagd, betreft het een politieke vraag. Politieke vragen kunnen ook over onderwerpen gaan die niet op de raadsagenda staan. In ibabs staat bij persoonlijke documenten=>werkwijzer 2018-2011 onder punt 8 een format voor de schriftelijke, politieke vragen. Je treft deze ook als bijlage bij dit verhaal. Uiteraard is het niet altijd eenvoudig om onderscheid te maken tussen technische en politieke vragen. De griffie kan je daarbij helpen en zal de raads- en burgerleden daar graag (gevraagd en ongevraagd) over adviseren.
Een paar voorbeelden om je eigen vragen aan te spiegelen: Technisch: -Hoeveel ambtelijke uren gaan we besparen door het invoeren van livestream en hoeveel is dit uitgedrukt in euro's? - Waar komt de eis van 16-18 cm vandaan? Is dit wettelijk voorgeschreven? Politiek: -Is het college op de hoogte van een bestuurdersvergoeding die boven de Balkenende- norm ligt? Wat vindt het college hiervan? Twijfel: -kunnen de kaders, welke uit de discussie van het de Nieuwe Visie Afvalstoffenplan komen alsnog in de aanbesteding worden toegevoegd? Als bedoeld wordt of het technisch mogelijk is de kaders in de aanbesteding toe te voegen, dan kan dit een technische vraag zijn. Wordt het college gevraagd of ze genegen zijn om ook het te doen, dan betreft het een politieke vraag. TECHNISCHE VRAGEN Wanneer stel ik een vraag? De raad heeft recht op alle informatie die hij nodig heeft om zijn taak goed uit te voeren. Dat is een belangrijk recht. Aan de andere kant is het ook wel belangrijk jezelf af te vragen welke informatie je echt nodig hebt. Nieuwsgierigheid is een goede eigenschap voor een raadslid, maar veel vragen helpt niet altijd om op de hoofdlijnen te blijven en het ambtelijke apparaat niet onnodig te belasten.
Vooropgesteld: als je een raadsvoorstel of nota niet begrijpt, en daarom geen besluit kunt nemen, dan moet je natuurlijk een vraag stellen! Gaat het om een detail dat je niet begrijpt, dan kun je afwegen of het nodig is de vraag te stellen. Een goed criterium voor jezelf om langs je technische vraag te leggen die je van plan bent in te gaan dienen: zal het antwoord op de vraag een verschil maken in mijn besluit om voor of tegen het voorstel te stemmen? M.a.w.: als ik antwoord A krijg stem ik voor, als ik antwoord B krijg stem ik tegen? Als dit niet het geval is, en het antwoord er dus niet wezenlijk toe doet, dan hoef je de vraag niet te stellen! Dat is in het begin vast wennen, een beetje eng zelfs, om niet alles tot in de finesses te weten. Maar het helpt je tegelijk om op de hoofdlijnen te blijven, je niet te verliezen in details en zo het overzicht te houden. Bovendien scheelt het de ambtelijke organisatie een hoop tijd. Indienen technische vragen In het seniorenconvent is afgesproken dat raads- en burgerleden technische vragen voor voorronde of raad tot de donderdagmorgen 8.00 uur voor de betreffende politieke avond via mail kunnen aanleveren bij de griffie. De griffie bundelt de vragen per agendapunt (waarbij
Format technische vragen aangegeven wordt welke vraag van welke fractie is) en stuurt deze (uiterlijk 10 uur) naar de bestuursondersteuning, die de vraag uitzet bij de deskundige medewerker. De antwoorden van de medewerkers worden dan voor maandagavond, via de griffie naar de raad gezonden (via ibabs). De raad heeft dan een dag om de antwoorden tot zich te nemen ter voorbereiding op de politieke avond. Indien de antwoorden niet binnen de termijn beantwoord kunnen worden bijvoorbeeld als informatie van externen moet worden opgevraagd wordt dit bericht met aangeven van de datum waarop de antwoorden gegeven kunnen worden. Nb.1. De medewerker zal de vragen en antwoorden delen met de portefeuillehouder, zodat deze ook volledig op de hoogte is. Medewerkers kunnen technische vragen, waarvan ze menen dat deze politiek zijn, voorleggen aan de portefeuillehouder. De portefeuillehouder besluit of hij hierover afstemming in het college wil. De antwoorden op de technische vragen kunnen dan wel al richting raad, de antwoorden op de politieke vragen komen dan na collegebehandeling. In dit geval kan het dus zo zijn dat de antwoorden na het college pas op de dag van de voorronde beschikbaar komen Nb.2. Het blijft ook altijd mogelijk om rechtstreeks een vraag aan een ambtenaar te stellen in geval van een verhelderende feitelijke vraag.
Als de vraag en het antwoord ook relevant zijn voor andere raads- en burgerleden, kan de ambtenaar altijd besluiten om de vragen en antwoorden naar de griffie te sturen voor verspreiding