22-02-15.17 Relevant stuk 2 Oplegdocument bij Speelbeleidnota 'Samenspel(en) in Overbetuwe'
Tekst van het document
Oplegdocument bij speelbeleidsplan 2023-2029 ‘Samenspel(en) in Overbetuwe’ Om bewegen, ontmoeten, spelen en sporten samen mogelijk te maken
Datum: 24 november 2021 Versie: 0.1 21uit09379/ 2021-011740
1
Samenvatting Gemeente Overbetuwe streeft naar een uitdagende en veilige leefomgeving die bijdraagt aan de fysieke en mentale ontwikkeling van kinderen 0-18 jaar en aan de leefbaarheid van de omgeving. We willen daarom mogelijkheden bieden om te Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten in de openbare ruimte. Met € 300 aan speelinvesteringen per kind zitten we net iets onder het landelijk gemiddelde van circa € 330. Ter vergelijk; in Lingewaard is dit €350 (2020), in Veenendaal € 377 (2020) en in Wageningen € 326 (2018). Vanuit de Omgevingswet en de Visie op de interactie met de samenleving gaan we voor de invulling van dit beleid in gesprek met inwoners en andere betrokken partijen, zowel op initiatief van hen als dat van ons. Op de cover van het nieuwe speelbeleid staat Samenspel(en) in Overbetuwe -Om bewegen, ontmoeten, spelen en sporten samen mogelijk te maken. Het gaat over het voortzetten van de koers om speelverbeteringen tot stand te brengen met en door interactie met inwoners. En het introduceert de aangepaste focus van voorheen spelen op speelplekken naar bewegen, ontmoeten, spelen en sporten (BOSS) in de openbare ruimte. De extra term Speelruimteplan 2.0 is om die reden al passend.
Er is óók hiervoor gekozen omdat het Overbetuwse speelareaal is gescreend op beheer en onderhoudseffecten voor een volgende beleidscyclus van 7 jaar en de conclusie is getrokken dat er een nieuwe strategie nodig is. In dit oplegdocument bij de speelbeleidsnota wordt uiteengezet wat dat behelst en wat het vraagt. De speelbeleidevaluatie en de verdieping in de financiële structuur bij de uitvoering van het speelbeleid heeft helder gemaakt dat het beschikbare budget om alle speelplekken te beheren en vervangen niet is meegegroeid met de uitbreiding van het speelareaal. Dat betekent dat we op termijn niet alle speeltoestellen en ondergronden kunnen vervangen. Tot op heden werden de onderhoud- en vervangingskosten beiden bekostigd uit exploitatiebudgetten. De vervangingen zijn echter investeringen en moeten anders bekostigd worden volgens de nieuwe koers van planmatig ramen. De speelgelegenheden maken deel uit van de in het IKP OR (Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte) opgenomen middelen. In de lijn van planmatig ramen worden in voorjaar 2022 beheer- en onderhoudsplannen vastgesteld. Gezien de financiële uitdagingen waar ook de Gemeente Overbetuwe voor staat is moeten we nu duidelijke keuzes maken. Er worden 2 uitgewerkte scenario’s voorgelegd in dit document.
De volgende keuzes maken het mogelijk om ons speelareaal ook op lange termijn aan te kunnen blijven bieden: • Keuze voor omvorming huidig speelareaal naar hoofd- en nevenstructuur, waardoor speelkapitaal eerlijker over de kernen wordt verdeeld en er door het toewerken naar goed geoutilleerde speelplekken binnen de hoofdstructuur met aanvullingen op de nevenstructuur voor iedereen een speelplek op bereikbare afstand beschikbaar is. De input vanuit de digitale speel enquête onder inwoners in 2020 is hierin meegenomen. • Keuze voor structurele projectondersteuning binnen de organisatie om participatief met inwoners te blijven werken Inwoners hebben deskundige begeleiding en advies nodig bij speelprojecten in verband met veiligheid, ontwerpadvies, onderlinge afstemming en inspiratie. Een interne deskundige projectbegeleider brengt meerwaarde voor de gemeentelijke organisatie door kennis van participatietrajecten, door integraal met andere disciplines en projecten af te stemmen en door intern sneller te kunnen handelen. • Jongerenbudget verlengen tot het eind van de volgende cyclus (2023-2029) Het budget om samen met jongeren te onderzoeken hoe hun ontmoetingsplekken verbeterd kunnen worden is begroot tot en met 2022.
Als de volgende cyclus voor ogen heeft te zorgen voor een goede basisvoorziening voor BOSS, is de verlenging van dit jaarlijkse budget nodig om voor deze doelgroep verbeteringen te creëren. • Keuze maken uit 2 scenario’s voor gewenste speel- en inventariswaarde: 1. € 385.500 extra inventariswaarde toevoegen in 16 jaar en toewerken naar een optimaal speelaanbod verdeeld over hoofd- en nevenstructuur. Speelwaarde per kind is op het landelijk gemiddelde van € 330,2. € 0,- extra inventariswaarde toevoegen en huidig speelaanbod herverdelen om tot goede hoofdstructuur te komen met aanvullingen in nevenstructuur. Speelwaarde per kind is met € 300,- onder het landelijk gemiddelde.
Aanbeveling Op basis van de visie in de nota heeft het de aanbeveling om te kiezen voor scenario 1, omdat de verbetervoorstellen dan uitgevoerd kunnen worden waarbij er budget is voor uitdagende buurtplekken en aantrekkelijke steunplekken, met tevens aandacht voor de groen- en grijze mogelijkheden die de speeltuin completer maken of de bespeelbare openbare ruimte in de directe omgeving beter in te richten. In tegenstelling tot scenario 2 kan in het voorkeursscenario 1 het huidig areaal volledig in stand gehouden worden, zijn er meer mogelijkheden voor buurtwensen, is er aanbod voor alle doelgroepen en liggen speelinvesteringen per kind op het landelijk gemiddelde.
2
Inhoud Samenvatting...............................................................................................................................................................................................2 Inhoud ..........................................................................................................................................................................................................3 1. Inleiding....................................................................................................................................................................................................4 1.1 Aanleiding .........................................................................................................................................................................................4 1.2 Beleidsdoelen...................................................................................................................................................................................4 1.3 Leeswijzer Nota Samenspel(en) in Overbetuwe............................................................................................................................4 1.4.
Begrippenlijst ...................................................................................................................................................................................5 2. Speelbeleid binnen de gemeente Overbetuwe: de startsituatie...........................................................................................................6 2.1 Waar staan we nu? ..........................................................................................................................................................................6 2.2 Wat zijn de nieuwe ontwikkelingen? ...............................................................................................................................................6 2.2.1 Omgevingswet/ omgevingsvisie..............................................................................................................................................6 2.2.2 Visie op de interactie met de samenleving .............................................................................................................................6 2.2.3 Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2025.................................................................................................................................7 2.2.4 Dorpsagenda’s
.........................................................................................................................................................................7 2.2.3 Sportbeleidsplan.......................................................................................................................................................................7 2.2.4 Financiële ontwikkelingen op gebied van beheer...................................................................................................................7 3. Beleidsuitgangspunten bij Samenspel(en) in Overbetuwe 2023-2029................................................................................................8 3.1. Samen werken aan spelen. En ontmoeten, bewegen en sporten. ..............................................................................................8 3.2. Iedereen een mooie speelplek op bereikbare afstand..................................................................................................................8 3.3.
Spelen kan overal............................................................................................................................................................................8 3.4 Spelen in veilige omgeving..............................................................................................................................................................8 3.5 Ruimte voor jongeren.......................................................................................................................................................................8 3.6 Onze rol als gemeente bij spoor 1 en 2 ..........................................................................................................................................9 3.7. Borging van speelareaal kan alleen door andere aanpak ............................................................................................................9 3.8. Integraal werken..............................................................................................................................................................................9 4.
Financiën ...............................................................................................................................................................................................10 4.1 De financiële feiten.........................................................................................................................................................................10 4.1.1. Meer grip op financiën door toewerken naar hoofd- en nevenstructuur ............................................................................10 4.1.2. Vervangingskosten ...............................................................................................................................................................10 4.1.3. Streefinventariswaarden per speelplek................................................................................................................................10 4.1.4. Jongerenbudget verlengen...................................................................................................................................................10 4.1.5. Projectbegeleiding participatieve speelprojecten vraagt om investeringen in tijd en geld.
...............................................10 4.2 Keuze uit twee scenario’s voor college en raad...........................................................................................................................10 4.3 De financiële gevolgen...................................................................................................................................................................12 4.3.1 Algemeen ...............................................................................................................................................................................12 4.3.2. Uitwerking voor de komende jaren.......................................................................................................................................12 4.3.3 Bron voor scenario-opties......................................................................................................................................................13
3
1. Inleiding Het faciliteren van spel, sport, bewegen en ontmoeten vinden we van groot belang binnen de gemeente Overbetuwe. De afgelopen jaren hebben we erop ingezet om samen met de omgeving speelplekken te creëren die tegemoetkomen aan de wensen van de gebruikers en de omgeving. We hebben daarvoor speelprojecten samen met kinderen, jongeren, (groot) ouders en omwonenden doorlopen. Waar mogelijk zijn daarbij leden van wijk- en dorpsraden aangesloten als ook Stichting Gehandicaptenplatform Overbetuwe. De wensen van de omgeving zijn dynamisch. De samenstelling van een buurt of wijk kan veranderen. Iedere buurt of wijk kent een andere vorm van (inwoners)organisatie of mate van participatie. Met dit beleid “spelen” we daaropin. Dit betekent dat we een visie hebben ontwikkeld om Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten (hierna: BOSS) samen mogelijk te maken voor de periode van 2023 tot en met 2029. Een visie die ruimte biedt aan invulling van speelruimte die passend is op dat moment én zoveel mogelijk aansluit bij de wensen van de omgeving. In de beleidsnota ‘Samenspel(en)’ wordt ingegaan op hoe we binnen de gemeentelijke context de inwonersparticipatie kunnen vergroten binnen de dynamiek van een veranderende omgeving. In dit oplegdocument leggen we college en raad twee verschillende financiële scenario’s voor die passen bij de uitvoering van het speelbeleid.
De raad wordt gevraagd om een besluit tot een van de scenario’s, waarna het beleid met de beschikbare middelen wordt uitgewerkt en uitgevoerd. In beide scenario’s die worden voor gelegd zijn ook de omvormingen van speelplekken en de aandacht voor jongerenplekken opgenomen aangezien daar geen keus is als we de basisvoorziening willen behouden. Het verschil van resultaten bij de verschillende scenario’s is vooral te zien aan de kwaliteit van de speelplekken en hun omgeving; van voldoende tot optimaal.
1.1 Aanleiding De reden voor herijking van het speelbeleid is dat het huidige beleid in werkingsduur is verlopen. Een evaluatie van speelbeleid 2014-2020 leverde de volgende speerpunten op om mee te nemen in nieuw speelbeleid: • Participatieve werkwijze voortzetten; • Inwoners beter faciliteren om meer zelf te doen; • Verbeteren deel speel-en ontmoetingsplekken; • Verbeteringen financiën; • Effect van nieuwe ontwikkelingen meenemen. Met dit nieuwe beleidsplan geven we een integrale invulling aan een uitdagende en veilige leefomgeving die bijdraagt aan de ontwikkeling van de jeugd en aan de leefbaarheid van de woonomgeving. We focussen niet alleen op spelen op formele speelplekken, maar op BOSS in de openbare ruimte. Vanuit de Omgevingswet en de Visie op de interactie met de samenleving gaan we voor de invulling van dit beleid in gesprek met inwoners en andere betrokken partijen, zowel op initiatief van hen als dat van ons. De evaluatie en de verdieping in de financiële structuur onder de uitvoering van het speelbeleid heeft helder gemaakt dat het beschikbare budget om alle speelplekken te beheren en vervangen niet is meegegroeid met de uitbreiding van het speelareaal. Dat betekent dat we op termijn niet alle speeltoestellen en ondergronden kunnen vervangen. Tot op heden werden de onderhoud- en vervangingskosten beiden bekostigd uit exploitatiebudgetten.
De vervangingen zijn echter investeringen. Om te voldoen aan planmatig ramen wordt er gelijktijdig met de opzet van nieuw speelbeleid gewerkt aan het opstellen van een beheer- en onderhoudsplan voor spelen binnen het Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (IKP OR). Gezien de financiële uitdagingen waar ook de Gemeente Overbetuwe voor staat moeten we nu duidelijke keuzes maken.
1.2 Beleidsdoelen Overbetuwe streeft naar een uitdagende en veilige leefomgeving die bijdraagt aan de volgende maatschappelijke effecten: • Ontwikkeling kinderen 0-18 jaar • Leefbaarheid omgeving Het speelbeleid sluit aan bij beleidsdoelen van de volgende aanpalende beleidsvelden: • Omgevingswet /omgevingsvisie • Visie op de interactie met de samenleving • Beleidsplan Sociaal Domein • Dorpsagenda’s • Sportnota • Kwaliteitsplan Openbare ruimte Wensen in een buurt verschuiven globaal per periode van 7 jaar door de veranderde inwonerssamenstelling. Onderhoudscycli van speeltoestellen duren veelal (een veelvoud van) 7 jaar. Om deze reden kent de beleidsnota en het nog opvolgende uitvoeringsplan binnen de kernen van Overbetuwe een looptijd van 2023-2029. In 2026 volgt een tussenevaluatie.
4
1.3 Leeswijzer Nota Samenspel(en) in Overbetuwe De inhoud van de nota is in het kort samen te vatten: • • • • •
Inleiding Visie: ‘Samen’ Beleid: Spreiding Inrichting/ Jongeren Strategie: 2 sporen/ Uitvoering Financiën: Ideaalsituatie uitgewerkt
In de nota leest u in het visiedeel over hoe we met inwoners samenwerken aan het mogelijk maken van BOSS in de openbare ruimte. Er is uitleg over de nieuwe indeling van speelvoorzieningen in een hoofd- en nevenstructuur en bijpassende inrichtingsprincipes. In navolging van speerpunten uit de evaluatie van voorgaand beleid treft u ook een pagina specifiek over plekken voor jongeren. De nota sluit af met een strategieaanpak in twee sporen en een doorkijk in financiën. Om die financiën beter te kunnen duiden en te koppelen aan veranderende financiële processen binnen de gemeentelijke organisatie, volgt in dit oplegstuk meer informatie. In de nota is vooral weergegeven hoe de budgetten verschuiven tussen plekken en dat daarmee de hoofdstructuur wordt geborgd.
1.4. Begrippenlijst Minder bekende begrippen die gebruikt worden in de nota zijn hier kort toegelicht: BOSS: Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten Hoofdstructuur: In elke kern of wijk vormen een aantal grote krachtige speelplekken tezamen de basisvoorziening om te kunnen BOSS, passend bij de wijk en inwoners in aantal, grootte, functie en op een bereikbare afstand. Gemeente is hier verantwoordelijk voor, maar betrekt inwoners bij ontwikkeling. Nevenstructuur: Dit zijn aanvullende BOSS-plekken naast de hoofdstructuur. Deze bestaat uit huidige speelplekken die omgevormd zullen worden naar kleinere in samenspraak met of op initiatief van inwoners. Speelprojectkaravaan: In 7 jaar trekt de gemeente langs alle kernen en wijken om –in samenwerking met inwoners- de hoofdstructuurplekken te verbeteren. Kernplek buurtplek steunplek: Verschillende typen speelplekken binnen de hoofdstructuur. Zie Staalkaartensectie in de nota. Straatplek: Type speelplek binnen de nevenstructuur. Zie Staalkaartensectie in de nota. Waarde per kind: Dit geeft de gemiddelde investering weer in speelaanbod per kind en geeft via een benchmark inzicht op de verhouding ervan met vergelijkbare middelgrote gemeentes. In de Plankaarten is deze waarde per buurt zichtbaar. Streefinventariswaarde: Waarde per type speelplek.
Hulpmiddel bij bepalen van eerlijk verdelen van speelareaal over het aantal kinderen in kernen, wijken en buurten. Tevens een variabele bij bepalen van budgetverdeling over kernen, wijken, buurten. Plankaart: Advieskaart met hoofd- en nevenstructuurplekken per kern of wijk die als basis te dient om met inwoners een kern- of buurtkaart te kunnen vormen als de speelprojectkaravaan voorbijkomt. Advies is op basis van landelijk aanvaarde normen en richtlijnen. Normen voor de afstand die een leeftijdscategorie kan afleggen tot een speelvoorziening en wenselijke oppervlakte van speelvoorzieningen. Kern- buurtkaart: Plan voor de kern, wijk of buurt die wordt opgesteld door gemeente in samenwerking met inwoners aan het begin van de speelprojectkaravaanfase. De adviezen uit de Plankaart zijn door vertaald en waar nodig aangepast naar een passend eindbeeld van BOSSruimte voor deze specifieke kern, wijk of buurt. Zie afbeelding pagina 10 in de nota. Staalkaarten: Inspiratiekaarten ter duiding van doel en inrichting van elk type speelplek. Tevens handvat voor de interactie met omwonenden hoe tot een afgewogen passend eindontwerp te komen. BOSS-landschap: Een landschapsomgeving die uitnodigt tot sporten en bewegen in plaats van een specifiek ingerichte speel- en sportplek. Zie visuals op pagina 7 in de nota.
Interactiematrix/ Eigenaarschapstypes: Matrix uit de Visie op interactie met de samenleving. Duidt wie eigenaar is van project/probleem en welke interactievorm daarbij past. Zie ook 2.2.2. in dit oplegdocument. Formele en informele speelruimte: Formele speelruimte: speelruimte die specifiek bestemd en ingericht is als speelruimte, zoals een speelplek met speeltoestellen of speelaanleidingen, of een veld met bijvoorbeeld doelen en baskets. Informele speelruimte is openbare ruimte met eenvoudige middelen die de fantasie van kinderen voor spel prikkelen, maar hier niet specifiek voor is ingericht. Denk aan hoogteverschillen, randen, trottoirs, plantsoenen, bespeelbare objecten, slootkanten, woonerfstraten. Cyclus: Speeltoestellen en –aanleidingen kennen vaak een levensduur van 7 jaar of een veelvoud daarvan. Wensen in een buurt verschuiven ook globaal per periode van 7 jaar door de veranderde inwonerssamenstelling. De beheer- en onderhoudscyclus hierop afstemmen is efficiënt. IKP OR: Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte. Omvat t.z.t. beheerplannen voor Groen, Wegen, Openbare verlichting en Spelen Kinderen, Jeugdigen, Jongeren: Kinderen: 0-5 jaar oud. Jeugdigen: 6-11 jaar oud. Jongeren: 12-18 jaar oud.
5
2. Speelbeleid binnen de gemeente Overbetuwe: de startsituatie In dit hoofdstuk blikken we terug op de resultaten van de uitvoering van speelbeleid afgelopen jaren. We geven aan hoe speelplekken tot op heden tot stand zijn gekomen. Op die manier leren we van de hetgeen we gedaan hebben. De werkwijzen die als positief ervaren worden dienen dan als basis voor het herijkte beleid. We benoemen ook nieuwe ontwikkelingen die daarop van invloed zijn.
2.1 Waar staan we nu? Anno 2020 hebben we 130 formele speelplekken in de gemeente. Op basis van eerder gestelde streefcijfers zijn er kwantitatief (ruim) voldoende speelplekken voor de leeftijd 0-11 jaar. Voor jongeren (12-18jaar) is een grote achterstand behoorlijk ingelopen; alleen in Oosterhout en Zetten zijn er te weinig plekken voor deze doelgroep. Ook in andere kernen (Heteren, Driel en Herveld) zouden meer plekken voor deze doelgroep tot meer tevredenheid over de leefomgeving van alle inwoners kunnen leiden. Uit de evaluatie van voorgaand speelbeleid blijkt dat Overbetuwenaren heel erg tevreden zijn over de kindvriendelijkheid van hun buurt. Over de kwaliteit van het speelaanbod is de helft tevreden, voornamelijk voor 12- plussers is aandacht voor kwaliteit en kwantiteit nodig. Inclusief spelen wordt standaard in elk speelproject meegenomen. De uitvoering van het speelbeleid is volledig participatief sinds 2014; dat houdt in dat we al met twee vormen van eigenaarschap werken. In gemeentelijke renovatierondes betrekken we kern- of wijkgewijs inwoners bij het besluitvormingsproces over hoe we de budgetten verdelen over de speelplekken in hun omgeving (eigenaarschaptype 3 van de interactievisie). In een meerjarenplanning van 7 jaar hebben we van 2014 en 2020 alle 130 speelplekken op deze manier behandeld.
Sinds 2019 zijn er via OverbetuweDoet.nl ook éxtra speelprojectimpulsen. Hier is de inwoner trekker (eigenaarschaptype 2) en is de gemeente faciliterend. Dit extra spoor vraagt meer duidelijkheid voor inwoners in ons nieuwe beleid.
2.2 Wat zijn de nieuwe ontwikkelingen? 2.2.1 Omgevingswet/ omgevingsvisie In het nieuwe speelbeleid houden we rekening met nieuwe ontwikkelingen. Uitgangspunt van de Omgevingswet is dat inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden samen verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit en ontwikkeling van de leefomgeving. De inrichting van de leefomgeving moet ertoe uitnodigen dat mensen meer bewegen, minder stress ervaren, elkaar kunnen ontmoeten en kunnen participeren in de maatschappij. Door kwalitatief groen in de kernen te behouden en toe te voegen, werken we aan meer klimaatbestendige dorpen en verbeteren we de leefomgeving en de natuurlijke diversiteit. Ook proberen we met een andere inrichting van de ruimte gezond gedrag te bevorderen en bij te dragen aan een betere leefkwaliteit. Dit is verwerkt in het Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte.
2.2.2 Visie op de interactie met de samenleving Vanuit de interactievisie maken we meer ruimte voor initiatieven uit de samenleving en zoeken we naar manieren om inwoners daarbij te helpen (type 2). Wanneer we als gemeente eigenaar zijn, worden beslissingen over speelaangelegenheden samen met inwoners gemaakt (type 3). De uitvoering van het speelbeleid leent zich daar uitstekend voor. De visie in het speelbeleid is hierop gebaseerd. Door participatieve werkwijzen bij speelprojecten is in de vorige beleidscyclus meer betrokkenheid van onze inwoners bij de fysieke leefomgeving aangetoond.
6
2.2.3 Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2025. Het Beleidsplan Sociaal Domein staat voor een sterke sociale basis, kwaliteit van leven van onze inwoners, voldoende mogelijkheden om talenten te ontwikkelen en een leefbare en inclusieve samenleving. Spelen draagt bij aan de sociale kwaliteit en de positieve gezondheid van inwoners (vitaal, meedoen, ontwikkeling en prettige leefomgeving).
2.2.4 Dorpsagenda’s Steeds meer dorpen hebben een eigen ontwikkelagenda opgesteld voor hun leefomgeving. Hierin zijn in sommige gevallen ook ontwikkelwensen op gebied van spelen, bewegen, ontmoeten en sporten opgenomen. Waar inwoners zelf hun agenda bepalen voor hun dorp of wijk maken we afspraken over samenwerking. Wensen en ontwikkelingen op speelgebied dienen goed afgestemd te worden tussen inwoners en gemeente. Beide partijen hebben hier een actieve rol in te vervullen. Waar mogelijk werken we met verschillende disciplines zo integraal mogelijk aan verbeterprocessen van de openbare ruimte.
2.2.3 Sportbeleidsplan In de nieuwe sportnota is een openbare ruimte die sport en bewegen stimuleert een van de uitgangspunten.
2.2.4 Financiële ontwikkelingen op gebied van beheer De evaluatie en de verdieping in de financiële structuur onder de uitvoering van het speelbeleid heeft helder gemaakt dat het beschikbare budget om alle speelplekken te beheren en vervangen niet is meegegroeid met de uitbreiding van het speelareaal. Dat betekent dat we op termijn niet alle speeltoestellen en ondergronden kunnen vervangen. Tot op heden werden de onderhoud- en vervangingskosten beiden bekostigd uit exploitatiebudgetten. De vervangingen zijn echter investeringen. Gezien de financiële uitdagingen waar ook de Gemeente Overbetuwe voor staat moeten we nu duidelijke keuzes maken. Er worden 2 uitgewerkte scenario’s voorgelegd in dit document. Nadat duidelijk is welke keuzes de raad over het speelbeleid heeft gemaakt wordt gewerkt aan het concreet opstellen van beheer- en onderhoudsplannen. Daarmee wordt voldaan aan het planmatig ramen. De speelgelegenheden maken deel uit van de in het IKP (Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte) opgenomen middelen.
7
3. Beleidsuitgangspunten bij Samenspel(en) in Overbetuwe 2023-2029 3.1. Samen werken aan spelen. En ontmoeten, bewegen en sporten. De gemeente gaat zorgvuldig om met gemeenschapsgeld. De huidige inventariswaarde is € 3,2 miljoen euro. Dit is omgerekend een bedrag per kind van circa € 300. Dit is net iets onder het landelijk gemiddelde van circa € 330. Ter vergelijk; in Lingewaard is dit € 350 (2020), in Veenendaal € 377 (2020) en in Wageningen € 326 (2018). Als inwoners naast het aanbod van de gemeente zelf meer speeltoestellen of andere plekken willen realiseren, kijken we hoe we hen hierbij kunnen ondersteunen. De participatieve werkwijze die in de vorige gemeentelijke renovatiecyclus van 7 jaar gemeengoed is geworden houden we vast bij de ontwikkeling en uitvoering van dit beleid.
3.2. Iedereen een mooie speelplek op bereikbare afstand Als gemeente zorgen we in de volgende cyclus binnen de financiële mogelijkheden in samenspraak met inwoners voor voldoende en passende speelplekken in onze kernen, zodat iedereen een mooie speelplek heeft op een bereikbare afstand (toelichting in kaders op pagina’s 6 en 8 in de nota en uitwerking in de plankaarten per kern). Dit noemen we de hoofdstructuur. De hoofdstructuur kent verschillende soorten plekken (kern-, buurt- en steunplekken) die samen het juiste BOSS-aanbod bieden voor de verschillend samengestelde wijken en buurten. Door deze soorten plekken streefinventariswaarden toe te kennen en daar in de volgende uitvoeringscyclus naar toe te werken, wordt het speelareaal eerlijker verdeeld over de verschillende kernen. Naast de basisspeelplekken uit de hoofdstructuur zijn er in de nevenstructuur aanvullende plekken om te bewegen, ontmoeten, spelen en sporten. Deze soort plekken noemen we straatplekken. In de eerstvolgende cyclus gaan we met inwoners in gesprek over de gewenste functie van deze plekken. Redenen waarom de inrichting van een plek kan veranderen, zijn: - Een speeltoestel is onveilig geworden en moet worden verwijderd. - De inrichting sluit niet meer aan bij de wensen/ samenstelling van de buurt.
Inwoners bepalen vervolgens zelf hoe zij invulling aan willen geven aan de straatplekken in de nevenstructuur. Er is éénmalig een klein budget vanuit de gemeente per plek beschikbaar voor de omvorming, maar inwoners kunnen ook zelf extra budgetten organiseren. Op deze straatplekken houden we als gemeente bestaande speeltoestellen overeind zolang dat veilig is en omwonenden dat willen. Vervanging van toestellen op deze plekken is niet geborgd in de budgetten. Voorbeelden van straatplekken zijn:
3.3. Spelen kan overal Bewegen, ontmoeten, spelen en sporten (BOSS) zijn activiteiten die we in de hele openbare ruimte kunnen en willen doen, dus niet alleen op formele speelplekken en niet alleen met speeltoestellen. Creatiever met de totale buitenruimte omgaan is het devies. Voor gemeente en inwoners. Bij woonuitbreidingen in de gemeente nemen we aantallen en oppervlaktes ten aanzien van gewenste minimale ruimte per kind, jeugdige of jongere over vanuit de beleidstabel op pagina 6 en 8 uit de nota.
3.4 Spelen in veilige omgeving Veiligheid, fysiek en sociaal, is van belang in de speelbeleving. Als gemeente voldoen we aan de inspectieplicht vanuit de Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS) voor het fysieke component. Voor het sociale component kunnen wij iets betekenen in aandacht voor bijvoorbeeld veilige verkeersroutes en -situaties, maar ook de mindset van inwoners speelt hierin een rol. We gaan al doende onderzoeken wat we op beide terreinen kunnen verbeteren. Een kwalitatief goede BOSS-omgeving zorgt voor meer gebruik, waardoor er op natuurlijke manier meer sociale controle ontstaat.
3.5 Ruimte voor jongeren Een prettige leefomgeving voor al onze inwoners vinden we belangrijk. Extra aandacht gaat uit naar speel- en ontmoetingsplekken voor jongeren. Als zij voldoende en passende ruimte hebben draagt dat bij aan een uitdagende en prettige leefomgeving die van belang is voor hun
8
ontwikkeling én positief werkt voor de leefbaarheid van de woonomgeving voor alle inwoners. Hoe meer aanbod, hoe beter de natuurlijke spreiding en hoe gemakkelijker de verwijzing. Dit verbeterd begeleidingskansen en beperkt overlast.
3.6 Onze rol als gemeente bij spoor 1 en 2 De rol van de gemeente is afhankelijk van wie initiatiefnemer van speelprojecten is en dus elke keer anders. Om hierbij te helpen is de interactiewijzer ontwikkeld. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor de uitvoering van het speelbeleid (zoals dat wordt vastgesteld). Dit noemen we spoor 1: uitvoering hoofdstructuur. Inwoners zijn welkom hieraan te participeren. Als inwoners aanvullende initiatieven nemen ten aanzien van de invulling van de speelruimtes zijn zij initiatiefnemer en kijken we als gemeenten hoe we ze kunnen faciliteren. Dit noemen we spoor 2: faciliteren nevenstructuur Dit beleid geeft duidelijke kaders als het gaat om wat wij als gemeente wel en niet doen en welke financiële middelen we ter beschikking hebben. We zijn duidelijk naar initiatiefnemers toe over welke hulp (financieel, organisatorisch, onderhoud) ze van ons mogen verwachten.
3.7. Borging van speelareaal kan alleen door andere aanpak Op termijn is er niet genoeg budget om het huidige speelareaal te vervangen. In de eerstvolgende cyclus 2023-2029 zal het behoud van het merendeel van de toestellen nog niet ter discussie staan, veel is nog veilig. Desalniettemin beginnen we in deze periode wel met de nieuwe inrichting van de hoofd- en nevenstructuur om een goede basisvoorziening te kunnen blijven borgen. Zo kunnen we inwoners in deze periode langzaam meenemen in deze nieuwe richting en ze uitleggen wat dit betekent.
3.8. Integraal werken De nieuwe wijze van werken vergt een integrale aanvliegroute waar spelen, groen, meubilair en verhardingen gelijktijdig worden opgepakt binnen de projectgrens speelplek. Daar waar kan is het wenselijk om gelijk het gehele areaal nieuw in te richten, echter de vervangingsplanningen voor groen, meubilair en verhardingen lopen nu niet gelijk. De ontwikkeling van het IKP OR gaat juist zorgen voor integraal werken binnen een totaliteit van beheerplannen en onderhoud inventarisaties onder verschillende disciplines als Groen, Spelen, Wegen en Openbare verlichting. Tot het zover is kunnen veel participatiegesprekken voor bulkprojecten groen en verhardingen worden bespaard door een % vanuit het reguliere groen en grijsbudget beschikbaar te stellen voor het mee oppakken binnen de speelruimte.
9
4. Financiën 4.1 De financiële feiten 4.1.1. Meer grip op financiën door toewerken naar hoofd- en nevenstructuur Door het beleid vanaf nu anders in te steken zorgen we ook op lange termijn voor goede basisspeelvoorzieningen. De indeling in hoofd- en nevenstructuur gaat ons helpen om grip te houden op de financiën. Het werken met exploitatiebudgetten druist in tegen het planmatig ramen. De vervangingsopgave die voor ons ligt is niet te dichten met het huidige exploitatiebudget. Dat zou betekenen dat toestellen die omvallen niet vervangen worden en we complete speelplekken moeten laten verdwijnen. Wat dit voorkomt: We werken toe naar een splitsing van het huidige speelareaal naar een hoofdstructuur voor de basisvoorziening met formele speel-, sport- en ontmoetingsplekken en daarnaast aanvullende (in)formele speelplekken op de nevenstructuur. Zo neem je verantwoordelijkheid voor het borgen van een prettige leefomgeving voor (niet alleen) de jongste inwoners. Het huidige areaal indelen in een hoofd- en nevenstructuur gaat daarmee niet over een bezuiniging, maar over bestaande budgetten beter inzetten met het oog op behoud van het areaal in de toekomst.
4.1.2. Vervangingskosten Met de koers naar planmatig ramen/ beheerplannen worden vervangingsbudgetten structureel geborgd op de begroting. De vervangingsbudgetten zullen per jaar verschillen maar dienen uiteindelijk geheel te passen binnen in het kader van deze nota geaccepteerde inventariswaarde. De beheer- en onderhoudsplannen die begin 2022 worden opgeleverd vormen de basis voor de vervangingsbudgetten.
4.1.3. Streefinventariswaarden per speelplek Voor een evenwichtige verdeling over kernen en wijken is het van belang te gaan werken met streefinventariswaarden per soort plek. Deze waarden zijn een variabele in de keuzes die gemaakt worden. Bij een inwonersinitiatief op de hoofdstructuur die boven de streefwaarde van deze plek uitkomt neemt de gemeente onderhoud op zich, maar reserveert geen vervangingsbudget. Bij een inwonersinitiatief op de hoofdstructuur die binnen de streefwaarde van deze plek blijft neemt de gemeente onderhoud op zich en neemt dit toestel mee in vervangingsbudgetten.
4.1.4. Jongerenbudget verlengen Het budget om samen met jongeren te onderzoeken hoe hun speelplekken verbeterd kunnen worden is tot 2023 beschikbaar. Een verlenging is tot 2029 (einde cyclus) nodig om de ruimte voor jongeren op orde te brengen. Voor de cyclus daarna is de verwachting dat dit budget fors afgeraamd kan worden.
4.1.5. Projectbegeleiding participatieve speelprojecten vraagt om investeringen in tijd en geld. Basisvoorwaarde bij beide scenario’s die aan college en raad worden voorgelegd is voortzetten van de projectmatige begeleiding van inwoners. We faciliteren inwoners met expertise, inspiratie en lopen met ze op in de veranderprocessen naar het optimaal gebruiken van de openbare ruimte voor BOSS. Deze projectmatige begeleiding was voor € 37.500,- beschikbaar tot en met 2020 en moet opnieuw ter beschikking gesteld worden met een extra impuls. Eerder bleek dit budget niet toereikend en er is sprake van inflatie en prijsstijgingen, een budget van € 50.000,per jaar is gewenst voor de 7 jaar van de beleidscyclus. Zonder deze impuls is de mogelijkheid om inwoners mee te laten participeren op de hoofdstructuur of ze te ondersteunen in de nevenstructuur niet uit te voeren volgens de Visie op de Interactie met de samenleving. De slag naar een hoofdstructuur met aanvullende nevenstructuur wordt dan voornamelijk bepaald door de ambtelijke organisatie met minimale afstemming met inwoners. Overbetuwe Doet aanvragen voor speelinitiatieven kunnen we dan minder optimaal ondersteunen. Gebrek aan een coördinator die integraal afstemt met andere uitvoerende disciplines intern, werkt het doel om gezamenlijke plannings- en uitvoeringskosten te verminderen tegen.
Ontwerp- en uitvoering vraagt om expertise die we niet zelf in huis hebben.
4.2 Keuze uit twee scenario’s voor college en raad In het kort: Er zijn investeringen nodig om te zorgen dat we op de lange termijn een goede hoofdstructuur aan speelgelegenheden kunnen (blijven) bieden en we mee willen bewegen als inwoners initiatieven nemen op het gebied van BOSS. De raad kan een keuze maken uit onderstaande twee scenario’s die geldig zijn voor de eerstkomende cyclus van 7 jaar. Het eerste scenario heeft de voorkeur, het tweede scenario is een alternatief.
10
Scenario’s (zie ook 4.3.3 tabel bron voor scenario-opties) Toelichting op scenario’s:
Speel investering per kind
Voorkeur scenario 1 volledig in stand houden huidig areaal, meer mogelijkheden voor buurtwensen, aanbod voor alle doelgroepen en speelinvesteringen per kind op landelijk gemiddelde Qua speelinvesteringen per kind zit Overbetuwe op het landelijk gemiddelde van € 330,- per kind. (Lingewaard zit op € 350)
Alternatief scenario 2 niet volledig in stand houden huidig areaal, minder mogelijkheden voor buurtwensen, niet overal passend aanbod voor alle doelgroepen en speelinvesteringen per kind onder landelijk gemiddelde Qua speelinvesteringen per kind zit Overbetuwe met € 300,- onder het landelijk gemiddelde van € 330,- per kind. (Lingewaard zit op € 350)
€ 385.500
€ 0,-
€ 273.000 / € 238.500 / € 228.000
€ 249.000 / € 214.500 / € 204.000
Nevenstructuur: 14 jaar € 10.200 Jongerenvoorzieningen 7 jaar € 34.300 € 50.000 Projectbegeleidingsinzet
Nevenstructuur: 14 jaar € 10.200 Jongerenvoorzieningen 7 jaar € 34.300 € 50.000 Projectbegeleidingsinzet
Verhoging inventariswaarde in/na 16 jaar Investeringsbedrag jaar 1-7/ 8-14 / 15-16 Omvormingskosten Aanvullende kosten Projectbegeleidings voortzetting Kwaliteit speelaanbod
Toewerken naar een meest optimaal speelaanbod verdeeld over hoofd- en nevenstructuur waar vervangingen op de hoofdstructuur geborgd zijn.
Beeld
Dit scenario levert uitdagende buurtplekken en aantrekkelijke steunplekken op de hoofdstructuur met aanvullingen in nevenstructuur.
Resultaat
•
Vervangingsmogelijkheden Nadelen
Eerlijke verdeling met krachtige grote samenspeelplekken; • Waar veel kinderen wonen zijn goede steunplekken; • Plekken in nevenstructuur mogen door inwoners worden ingericht en aangepast op buurtwensen (als dit (toch) toestellen zijn, dan geen vervangingsborging); • Enige ruimte in budget om gehele speelplek bespeelbaar in te richten. • Voor alle doelgroepen aanbod en uitdaging geborgd. Achterstallige vervanging geheel opgelost in omvorming over 14 jaar. Kleine kans op onvrede bij inwoners door uitsterven nevenstructuur; maar goed uit te leggen door mooie grote plekken. Dit vergt een integrale aanpak en voldoende fte om inwonersparticipatie/maatwerk in te vullen
Huidig speelaanbod herverdelen om tot goede hoofdstructuur te komen met aanvullingen in nevenstructuur. Vervangingen op de hoofdstructuur zijn geborgd. In dit scenario worden verbetervoorstellen uit de visie uitgevoerd waarbij budget is voor prima buurtplekken en steunplekken. Bij inrichting kiest men tussen toestel of bespeelbare openbare ruimte. • Eerlijke verdeling met grote samenspeelplekken; • Waar veel kinderen wonen zijn kleine steunplekken; • Plekken in nevenstructuur mogen door inwoners worden ingericht en aangepast op buurtwensen (als dit (toch) toestellen zijn, dan geen vervangingsborging). • Inclusief spelen wordt een uitdaging, aanbod is niet altijd voor alle doelgroepen geborgd.
Achterstallige vervanging deels opgelost in omvorming over 14 jaar. Kans op onvrede bij inwoners door uitsterven nevenstructuur en karigere inrichting steunplekken; maar deels te beantwoorden vanwege streven naar eerlijke verdeling met beschikbare budgetten Geen ruimte in budget dus kiezen tussen óf toestel óf bespeelbare ruimte (speelruimte in groen of grijs)
Opmerking: de in deze notitie opgenomen cijfers zijn gebaseerd op het onderzoek en de rapportage van de externe dienstverlener, Adviesbureau OBB. Bij het opstellen van de concept beheerplannen is gebleken dat deze cijfers nagenoeg overeenkomen met de uitgangspunten voor dit rapport. Wel is er sprake van enkele “verschuivingen”, zoals bijv. meubilair. Dat wordt binnen de beheerplannen meegenomen bij het beheerplan groen.
11
4.3 De financiële gevolgen 4.3.1 Algemeen Totaaloverzicht (16 jaar) Omschrijving
scenario 1
scenario 2
Uitvoering verbeter voorstellen
waarde per kind < dan gemiddeld
Toelichting
Inventariswaarde huidige situatie
€ 3.267.000
€ 3.267.000
toekomstige situatie
€ 3.652.500
€ 3.267.000
hogere investering
€ 385.500
€0
jaarlijkse kosten: vervangingsbudget excl. rente
€ 220.000
€ 193.500 1/16 van inventariswaarde
onderhoudsbudget
€ 74.000
€ 62.500
jaarlijks budget. Inzet t.b.v. buurtgericht/integraal werken
totale omvormingskosten
omvormingskosten: kosten omvormen nevenstructuur
€ 10.200
€ 10.200 budget kan na 14 jaar vervallen
€ 142.800
kosten jongerenvoorzieningen
€ 34.300
€ 34.300 budget kan na 7 jaar vervallen
€ 240.100
Totaal jaarlijkse lasten na 16 jaar
338.500
300.500
€ 37.500
Projectondersteuning conform € 37.500 beleid t/m 2020
€ 382.900
Aanvullende kosten € 12.500
€ 12.500 Extra gevraagde impuls voor projectondersteuning
€ 50.000
€ 50.000 Gewenste impuls vanaf 2023
4.3.2. Uitwerking voor de komende jaren In deze nota is al uiteengezet dat de vervangingen voor speelgelegenheden als een investering moeten worden gezien. Het hierboven genoemde overzicht bevat lasten voor het speelbudget in eindsituatie over 16 jaar (lange termijn). Een concreet onderhouds- en vervangingsplan voor o.a. spelen wordt thans opgesteld en in het voorjaar 2022 aan de raad ter vaststelling aangeboden. Daarbij wordt aangesloten bij de systematiek voor planmatig ramen (onderhoudsmethode). In de op handen zijnde beheerplannen zullen de concrete financiële gevolgen voor begroting 2023 en volgende jaren worden opgenomen (korte termijn). Bij het opstellen van de concept beheerplannen is gebleken dat deze cijfers nagenoeg overeenkomen met de uitgangspunten voor dit rapport. Wel is er sprake van enkele “verschuivingen” (zie 4.2). B&W zal bij het beleidsmatig laten vaststellen van de Speelnota de raad adviseren welke van de twee scenario’s (zie 4.2) het meest passend is. Areaaluitbreidingen komen ook voor, bijvoorbeeld door nieuwbouwwijken. In het IKP zijn voldoende budgetten voor areaaluitbreiding opgenomen. Voor niet geplande uitbreidingen door impulsen van bewoners worden geen vervangingskosten opgenomen. (zie 3.6 en 4.1.3)
12
4.3.3 Bron voor scenario-opties
13