22-02-02.05 Beantwoording technische vragen D66, Kadernota Samen aan Zet.docx
Tekst van het document
Technische vragen Politieke Avond d.d. 2 februari 2022: Agendapunt 5: Voorbereidende vergadering Kadernota Samen aan Zet
Technische vragen: D66 Toelichting:
Vraag: 1. Pag 7: er wordt gemeld dat er een kwaliteitsslag gemaakt is met het contracteren van beschermd wonen. Hoe, waar en met welke frequentie vindt controle op de gecontracteerde partijen plaats en hoe verhoudt zich dat tot het verlengen van de inkoopcontracten met een extra jaar?
Antwoord: De inkoop van de producten beschermd wonen wordt gedaan door de MGR. De kwaliteitsslag gaat o.a. ook over het strenger controleren bij de toegang als contractpartij. Bijvoorbeeld op het feit of een partij wel echt beschikt over voldoende gekwalificeerd personeel. Met alle te contracteren partijen zijn ook één of meerdere verificatiegesprekken gehouden. Met alle partijen worden meerdere voortgangsgesprekken per jaar gehouden. Dit is minimaal eens per kwartaal maar als er een situatie is die hiertoe aanleiding geeft, vaker. Bij deze gesprekken sluiten dan ook contractbeheerders, relatiemanagers en/of beleidsambtenaren aan. Het verlengen van de inkoopcontracten met een jaar is niet direct gerelateerd aan de kwaliteitsslag. Al is het wel zonder meer mogelijk omdat er geen belangrijke knelpunten zijn wat dit betreft. Maar qua volgorde is het zo dat ‘inkoop’ beleidsuitgangspunten en de hier in gewenste (uitvoerings)richting volgt. Tijdpad van ‘beleid’ en ‘(regionaal)uitvoeringsplan sloten echter niet voldoende op elkaar aan om nu al een nieuwe inkoopronde uit te zetten.
2. Pag 14: einddoelen 2032: er wordt aangegeven dat sommige gemeenten een “wijk GGZ-er” hebben. Graag wat meer informatie over voor- en nadelen van een “wijk GGZ-er” en hoe deze zich verhoudt tot een POH-GZZ.
Met een ‘wijk GGZ- er’ wordt in dit verband een medewerker bedoeld die werkt op het snijvlak van zorg en veiligheid. Bij andere gemeenten wordt dit ook wel een wijk ggd’er genoemd. Kenmerk van deze functionaris is dat hij/zij kennis heeft van psychiatrie (een SPV’er). Tot de taken behoren advies, het in kaart brengen van een probleem dat een inwoner heeft en, indien nodig, het toeleiden naar hulpverlening. De doelgroep waar deze functionaris zich op richt zijn inwoners
waarvan wordt vermoed dat men ondersteuning of hulp nodig heeft, maar die hier niet zelf om vragen of wellicht de weg hiertoe niet kunnen vinden. De wijk-GGZ’er (die ook Overbetuwe heeft) verleent zelf geen hulp in de vorm van behandeling. Een POH-GGZ is een functionaris in dienst van een 1e lijns-praktijk. Het is een onderdeel van de basis GGZ. Een POH GGZ biedt kortdurende behandeling en ondersteuning. Dit aan inwoners die hier zelf om vragen dan wel instemmen met een doorverwijzing naar de POH GGZ door een huisarts. 3. Pag 15, 19 en 21: De minimale basisset per gemeente: om hybride te kunnen werken en beschermd thuis te kunnen aanbieden moet een aantal zaken op orde zijn. a. Wanneer moet dit op orde zijn? Is dat 1-1-2023? b. Is de weg hier naar toe opgenomen in het nog op te stellen uitvoeringsplan wat het eerste kwartaal 2022 wordt opgesteld? c. Is het vooruitlopend op voornoemd uitvoeringsplan haalbaar voor Overbetuwe om deze basisset op orde te krijgen voor de gestelde datum? d. Wordt het uitvoeringsplan aan de raad voorgelegd of ter kennis gesteld? e. Wordt de monitoring alleen bijgehouden in een regionaal dashboard of ook (voor wat betreft het lokale deel) opgenomen in de monitor Sociaal Domein van Overbetuwe?
4. Heeft de Participatieraad van Overbetuwe een reactie gegeven op de kadernota Samen aan Zet en zo ja, mogen wij daarvan een afschrift ontvangen?
5. Tot slot: pagina 29 punt 10 . Er staat “alle gemeenten zijn bereid”. Er staat dus niet “zijn verplicht”. Waarom is er voor gekozen dit niet te verplichten?
a) Nee de ontwikkeling van beschermd wonen naar beschermd thuis, is een ontwikkeling die een aantal jaren in beslag gaat nemen. Hetzelfde geldt voor het onderdeel lokale infrastructuur. b) De weg hiernaar toe zal zowel worden opgenomen in het regionale uitvoeringsplan dat wordt opgesteld als in het lokale uitvoeringsplan. c) Conform het antwoord onder (a); nee dit is niet haalbaar voor 1.1.2023 maar dit is ook niet de doelstelling. d) De raad wordt in kennis gesteld van het uitvoeringsplan. e) Monitoring wordt bijgehouden in een regionaal dashboard maar ook in de monitor Sociaal domein Overbetuwe. Enkel op deze wijze kunnen we namelijk de eigen lokale vorderingen op ‘beschermd thuis’ en het meer preventief werken, in kaart brengen. Dit wel met de opmerking dat het niet alleen gaat over ‘tellen’ maar ook over ‘vertellen’. Dit wil zeggen dat ook aandacht zal zijn voor kwalitatieve evaluatie / monitoring door het betrekken van de doelgroep zelf en ervaringsdeskundigen. De Participatieraad van Overbetuwe heeft de kadernota ontvangen. Zij hebben ervoor gekozen om deze voor kennisgeving aan te nemen. De Participatieraad heeft aangegeven dat men de voorkeur heeft om vooral bij de lokale invulling van het beleid Beschermd wonen/ beschermd thuis betrokken te willen zijn.
Er staat ‘zijn bereid’ omdat in dit stuk wordt uitgegaan van de wens van de gemeenten in de regio (inclusief Arnhem) om tot goede afspraken te komen, dit mede in het kader
van de Norm voor opdrachtgeverschap. Deze norm voor opdrachtgeverschap legt echter op dat de regionale afspraken en samenwerking er moet komen. Niet dat dit verplicht moet door te werken met een regionale begroting waarin iedere gemeente alle budget inbrengt.