22-02-02.03 Beantwoording Technische vragen D66 speelbeleid.docx
Tekst van het document
Technische vragen Politieke Avond d.d. 2 februari 2022: Agendapunt 3: Voorbereidende vergadering Nieuw speelbeleid ‘Samenspel (en) in Overbetuwe
Technische vragen: D66 Toelichting: Vraag:
Antwoord:
1.
Bij de formele BOSS-ruimte wordt gesproken over >30 kinderen 0-5 jaar of >70 jeugdigen 6-11 jaar. Per hoeveel inwoners wordt dit bekeken?
Deze aantallen zijn gekoppeld aan de werkelijke aantallen van inwoners per afgekaderde wijk op de plankaarten.
2. Wie houdt er overzicht over het aanbod van
Dit is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de beheerder en beleidsmedewerker spelen. In de beheerplannen is dit een aandachtspunt In het beheersysteem blijft deze plek deze aangemerkte functie behouden.
speelplekken over een kern of wijk? 3. Is het gegarandeerd dat bij het wegvallen van een speelplek dit wel een plek blijft om te recreëren in de openbare ruimte en niet opgeofferd wordt aan meer steen? 4. ‘’Zij kunnen eigen fondsen werven voor aanvullende voorzieningen, zoals toch een enkel speeltoestel.’’ Deze fondsen worden nu voornamelijk opgehaald door middel van Overbetuwe Doet.’’ Mocht dit in de toekomst niet meer mogelijk zijn, welke mogelijkheid biedt de gemeente dan om voldoende draagkracht mogelijk te maken in een wijk? 5. ’Hoe meer straatplekken ontmoeting hoe beter i.v.m. natuurlijke spreiding en rustpunten voor senioren/mensen met beperking/moeders met kleine kinderen’’ Wij gaan ervanuit dat dit ouders met kleine kinderen moet zijn, klopt dit?
Als gemeente ondersteunen we inwonersinitiatieven op dit moment met Overbetuwe Doet. Er is structureel geld voor geraamd. Als OD stopt, is dat waarschijnlijk omdat de vorm niet meer goed past. Ga je dan helemaal stoppen met inwoners ondersteunen, of zoek je alleen naar een andere vorm. Dat is t.z.t. de keuze van de raad. Jazeker. Juiste terminologie per abuis niet direct toegepast.
6. Hoe passen de jongeren in de inspraakstructuur gezien hun verspreiding over de kern? We lezen namelijk vooral over inspraak op wijk of straatniveau. Hoe wordt er gezorgd dat deze jongeren een plek hebben als niet een specifieke straat of wijk voor hun opkomt?
Jongerenplekken worden altijd in samenwerking met jongeren en jongerenwerk behandeld, dorps- en wijkraden worden daar ook automatisch bij betrokken voor een bredere scope en een breder draagvlak. Focus is een prettige leefomgeving voor alle inwoners.
7. Er verdwijnen plekken voor plekken die uitdaging geven; hoe gaat dit in zijn werk?
Plekken verdwijnen niet, maar in de nevenstructuur worden plekken omgevormd naar straatplekken met een BOSS-functie, maar zonder toestellen. Budgettair verschuift de waarde daardoor naar de grotere buurtof kernplekken. Vervangingsbudgetten zijn
8. Er wordt aangegeven ''Kritische noot hierbij is dat door de jaren heen het benodigd vervangingsbudget niet mee gegroeid is met deze situatie.'' Wat kan dit tot gevolg hebben?
9. Op de plankaarten missen we een aantal speeltuinen in nieuwbouwwijken die wel met de bewoners zijn gecommuniceerd ten tijde van de bouw. Hoe komt het dat deze speeltuinen wegvallen? Voorbeelden hiervan zijn de Tuyn van Limes in Herveld en de Hoge Wei in Oosterhout?
straks niet langer aan toestellen maar aan geheel van areaal in grotere wijk gekoppeld en daarmee flexibeler inzetbaar. Indien er geen impuls wordt gedaan ontstaat er steeds meer scheefgroei tussen waarde buiten en middelen voor vervanging ervan. Zonder een impuls kan naar de toekomst toe nog maar 50% van de speeltoestellen vervangen worden en zou de inventariswaarde moeten zakken van € 3,2 miljoen naar € 1.8 miljoen. Het huidige onderhoudsbudget is net voldoende voor het veilig in stand houden maar geeft geen ruimte voor extra’s of bijzonderheden. Het budget wordt bovendien steeds meer ingezet op duurder levensduur verlengend onderhoud. Als onderdelen te duur worden en toestellen onveilig, zullen deze verwijderd moeten worden. Plekken zullen dan langzaam leeg raken. Positief is dat er nog geen sprake is van hele grote achterstand in vervanging. Nu kiezen voor een impuls voorkomt het leegraken van plekken en behoudt het huidige speelaanbod/speelwaarde voor inwoners (scenario 2) of verbetert de speelwaarde naar een landelijk gemiddelde per kind (scenario 1). Deze twee plekken zijn helaas niet op kaart terecht gekomen, maar komen er wél. In de Hoge wei komt een speelplek nabij de dijk. Een tweede plek (noord) kent uitdagingen door een niet passende bestemming, maar dat wordt met bewoners besproken.
De derde plek op tekening bleek qua ligging geen veilige locatie (nabij ingang van de wijk) In Tuyn van Limes komt een natuurlijke speelplek in de aanwezige wadi. In nieuwbouwwijken is de ontwikkelaar in eerste instantie aan zet voor het creëren van de speelgelegenheden die op tekening zijn gezet. Inwonersparticipatie over de uiteindelijke invulling staat in afspraken van gemeente met de ontwikkelaar. De speelplek en groen zijn vrijwel altijd de sluitpost in planning, aanleg en budget, realisatie duurt daarom vaak lang. Regelmatig trekken bewoners al eerder aan de bel. Het komt voor dat daardoor bewoners samenwerken met de ontwikkelaar, maar ook dat de ontwikkelaar een budget overdraagt aan de gemeente en deze dan een participatieproject start met bewoners (T3). In een enkel geval regelen de bewoners bijna alles zelf en is de gemeente alleen ondersteunend (T2) (voorbeeld Vierslag Elst).
10. In een aantal kernen missen we op de plankaarten een kernplek. Hoe wordt de plaats van deze kernplekken bepaald?
Kernplekken zijn eigenlijk bovenwijkse plekken, dus niet elke kern hoeft een kernplek te hebben, alleen de grotere. De functie van kernplek kan in kleinere kern ook door buurtplek gedragen worden.
11. ’Omdat de informele speelruimte zo beperkt is, is het zoeken naar extra straatplekken voor informeel spel en ontmoeting meer verspreid over Oosterhout.’’ Hoe zou dit bijvoorbeeld vormgegeven kunnen worden?
In de Staalkaarten zijn er voorbeelden genoemd onder straatplek ontmoeten/kletsplek, straatplek groen/ straatplek verhard/ speel NB: In Oosterhout komt er een nieuwe, bij de omgeving passende speelplek nabij de dijk (Hoge Wei), die nog niet op kaart was ingetekend.
12. Wordt er bij de inrichting van het Molenhoekplein in Valburg rekening gehouden met de beperkte speelruimte?
Ja. In het ontwerp voor de buitenruimte bij de MFC en het Molenhoekplein is een speelvoorziening meegenomen en een speelveldje.