21-12-21 vervolg RTG windmolenpark A15-zone Zetten – Dodewaard d.d. 21 december 2021.pdf
Tekst van het document
Aan: collega-raadsleden
17 januari 2022
Van: deelnemers RTG 21 december 2021 Cc: Hans van de Moosdijk (presidium, voorronde voorzitter) Betreft: vervolg RTG windmolenpark A15-zone Zetten – Dodewaard d.d. 21 december 2021 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Hieronder kijken we op basis van het gevoerde rondetafelgesprek, welke no-regret stappen we kunnen zetten om in de besluitvorming maximaal voorgesorteerd te staan (met name qua draagvlak bij omwonenden en aangrenzende bedrijven) als er meer duidelijkheid is over de voorziene landelijke afstandsnormen. Het gaat om zaken die we snel goed willen (laten) uitzoeken, waardoor we als raad een aantal afgewogen keuzes kunnen maken: - wat het zoekgebied is en wat daarbij de beperkingen zijn op grond van staand beleid (punt 1 hieronder). - wel of niet wachten op landelijke afstandsnormen. Breng in beeld wat de gevolgen (voor en nadelen) zijn van wachten op landelijke afstandsnormen (besluitvorming) of het nader onderzoek van het RIVM in dat kader (voorbereiding landelijke besluitvorming). Welke alternatieven zijn er die rekening houden met gezondheid, geluidsoverlast, normen op een manier zoals dat bij zorgvuldige ruimtelijke ordening gebruikelijk is (punten 2 en 3 hieronder). - juridische scenario's (punt 4 hieronder).
Wat kunnen we doen om te voorkomen dat we te zijner tijd last krijgen van hoe het participatieproces tot nu toe is doorlopen in relatie tot bewoners en grondeigenaren niet zijnde initiatiefnemers. Waar kunnen zaken beter worden gemotiveerd, waar is nu aanvullende (herstel-)actie mogelijk? - welke objectieve informatie nodig is voor de raad om projecten goed te beoordelen met oog op een volgende stap in het proces (punt 5 hieronder) - welke rol de gemeente Overbetuwe in dit traject verder moet nemen als het gaat om participatie. Op basis van het RTG lijken alle partijen graag een stevige rol van de gemeenteraad te willen. Aandachtspunt is dan wel de afstemming met Neder-Betuwe. Proces 1. Uit de bewonersronde komt naar voren dat de historie van de totstandkoming van het zoekgebied voor de meeste betrokkenen niet helder is. Het zoekgebied zou wel in de RES Rivierenland staan en niet in de RES Arnhem – Nijmegen. Het is niet voor alle betrokkenen duidelijk op grond waarvan tot de keuze van dit zoekgebied is gekomen. Ook is niet duidelijk of de kaart die bij de intentieovereenkomst van februari 20201 was gevoegd, ook de juiste status van alle door de gemeenteraad via o.a. de omgevingsvisie vastgelegde ruimtelijke claims op het gebied weergeeft (en hoe zich dat bijv. verhoudt tot recent bericht over
1
Bij de intentieovereenkomst die in februari 2020 tussen B&W en initiatiefnemers is gesloten, was een kaart gevoegd ( https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/84d55e55-d5a4-4343-90bda36955437016?documentId=01a1248e-1f0c-4c85-bc5d-ec6d282d9f41&agendaItemId=66129d1b-a1fc-440aa75d-b775fa601ce5 ).
plannen voor woningbouw aan de rand van Zetten op basis van de door de raad vastgestelde omgevingsvisie). Conclusie: Zet die historie feitelijk op een rij, met verwijzing naar raadsbesluiten en de daarbij voorgelegde stukken, ook omdat dit voor het vervolgproces sowieso noodzakelijk is (actie ambtelijke organisatie). Geluid/gezondheid 2. Bij bewoners en initiatiefnemers is bekend: - Ten aanzien van het omgaan met gezondheidseffecten wordt internationaal gewerkt met geluidsnormen2 en afstandsnormen (aantal keer masthoogte of aantal keer tiphoogte). - Afstand tot een windturbine is een belangrijke factor voor het bepalen van de mogelijke prijsdaling; (in principe) alleen de eerste turbine die binnen 2km van een woning wordt geplaatst, veroorzaakt een statistische waardedaling van die woning3. - Ten aanzien van de blootstelling aan laagfrequent geluid (LFG) en de gezondheidseffecten daarvan heeft het RIVM voorgesteld om in Nederland meer onderzoek te doen.4 Uit de bewonersronde komt naar voren dat de zorgen over gezondheidseffecten5 te gemakkelijk zouden worden gebagatelliseerd. Initiatiefnemers herkennen dat niet en verwijzen o.a. naar inbreng GGD in het doorlopen participatieproces. Bewoners vonden die inbreng van de GGD onder de maat.
Aan de gebiedstafel is – op initiatief van de initiatiefnemers – op 16 september 2021 ook informatie verstrekt door Frits van den Berg, medeauteur van het rapport ‘Gezondheidseffecten van windturbinegeluid’ dat het RIVM april 2021 heeft gepubliceerd.6 In de initiatiefnemersronde kwam t.a.v. geluid naar voren dat de (inmiddels op losse schroeven staande) norm voor het geluid van de windmolens lager ligt dan het feitelijk geluid op woningen als gevolg van de A15, aan de zuidkant. Als het geluid van A15 en omgeving 20db hoger ligt dan van de windmolens, zou het geluid van de windmolens daartegen wegvallen. Conclusie: Deel de gegevens over de huidige geluidsbelasting van de woningen in (de directe omgeving van) het zoekgebied, zowel overdag als ‘s nachts en geef aan of een scherpere geluidsnorm voor windmolens naar redelijke verwachting normerend zal zijn of niet. Geef aan of dit voor de noordkant anders ligt dan voor de zuidkant (of niet). Beschrijf daarbij ook de huidige wetenschappelijke inzichten t.a.v. geluid (inclusief laagfrequent geluid) relevant voor deze situatie. Wat is mede op basis hiervan te zeggen over opties voor een afstandsnorm of geluidsnorm (er vanuit gaande dat vanuit ruimtelijke ordening de ontwikkeling van windmolens op een vergelijkbare manier moet worden beoordeeld als andere ruimtelijke
2
Zie https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/windenergie-opland/geluid/geluidnormering en https://www.nwea.nl/kb/wat-zijn-de-geluidsnormen-in-nederland-en-hoeverhouden-die-zich-tot-het-buitenland/ 3 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2020/01/windturbines-zonneparken-en%20woningprijzen-2019.pdf 4 https://www.rivm.nl/geluid/laagfrequent-geluid 5 Zie https://www.rivm.nl/windenergie/windmolens-gezondheid en https://www.rivm.nl/windenergie/reactieartikel-BB en https://www.windwiki.nl/ In de loop van 2022 komt vervolgonderzoek van het RIVM beschikbaar. 6 https://overbetuwe.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/84d55e55-d5a4-4343-90bda36955437016?documentId=c6b45583-9874-491c-aa5e-2559ae66bce7&agendaItemId=66129d1b-a1fc-440aa75d-b775fa601ce5 en https://www.rivm.nl/publicaties/gezondheidseffecten-van-windturbinegeluid
ontwikkelingen)? Zo ja, is op basis van dit aspect onderscheid te maken tussen varianten (opstellingen/posities die wel of niet kunnen) of niet? Zorg voor een gedeeld beeld van de feiten, van wat we wel en niet weten (los van verschil in weging tussen partijen). Vraag de deskundige die eerder aan de gebiedstafel plaatsnam de belangrijkste inzichten op papier te zetten of deel de bijlage waaraan het verslag van de gebiedstafel van 16 september 2021 en vraag evt. een onafhankelijk deskundige van de ODRA voor reflectie. Afstandsnormen 3. In het landelijke coalitieakkoord staat o.a. “We stimuleren het aanbod van hernieuwbare energiebronnen, door in te zetten op extra wind op zee, zon-op-dak, aardwarmte, groen gas en aquathermie. Tegelijkertijd schalen we de productie en import van waterstof op.“ en “Er komen heldere afstandsnormen voor de bouw van windmolens op land en we stimuleren (financiële) participatie van omwonenden om het draagvlak te versterken.” De Afdeling Rechtspraak van de Raad van State hanteert sinds 20187 als uitgangspunt dat gevolgen van enige betekenis aanwezig kunnen worden geacht binnen een afstand van tien keer de tiphoogte van de dichtstbijzijnde windturbine, gemeten vanaf de voet van de windturbine. Windwiki bepleit dit als afstandsnorm te hanteren. Conclusie: Maak inzichtelijk wat afstandsnormen van een aantal malen de masthoogte resp.
een aantal malen de tiphoogte in het zoekgebied betekenen (met cirkels), uitgaande van molens van 136m as-hoogte en 150m rotor. Geef aan in hoeverre met (onderdelen van) het huidige initiatief en opties voor afstandsnormen nog tot een goede ruimtelijke invulling/onderbouwing van de toekomstige invulling aan de zuidzijde van Zetten (o.a. met woningbouw) kan worden gekomen. Ga na of gemeenten die inmiddels lokale normen hebben gesteld, werken met afstandsnormen. Zo ja, maak inzichtelijk wat die normen (en evt. varianten daarop) voor plannen in ons zoekgebied zouden betekenen. Voor zover daarbij relevant, ga uit van de posities uit het oorspronkelijke voorstel als besproken in de regiekamers en de posities zoals opgenomen in de aan de gebiedstafel besproken voorkeursvariant van de huidige initiatiefnemers. Juridische risico’s in relatie tot Stichting Lyndensch Fonds (SLF) 4. Uit de ronde van de initiatiefnemers is duidelijk geworden dat SLF om financiele redenen niet meer is meegenomen in de ontwikkelingsfase (direct na het aangaan van de intentieovereenkomst) en dat SLF niet vertegenwoordigd is geweest aan de gebiedstafel. In het gesprek tussen initiatiefnemers en SLF door de wethouder op verzoek van de raad gehouden gesprek is samenwerking niet inhoudelijk opnieuw verkend, doordat Betuwewind aangaf hiertoe niet bereid te zijn.
Ook is niet verkend of via een vorm van gesocialiseerde grondvergoeding verschillen kunnen worden overbrugd. Dit betekent dat zonder aanvullende actie, het risico bestaat dat SLF zich juridisch tegen realisatie van (een deel van) de huidige plannen voor windturbines zal keren. Dit zal op zijn minst leiden tot vertraging. Het is een reële optie om alleen aan de zuidkant tot de ontwikkeling van 4 windturbines te komen. Ook aan de zuidzijde zijn – voor zover bekend – niet alle grondeigenaren betrokken geweest in het tot nu toe doorlopen proces. Als een pachter of een bewoner betrokken is geweest, is dan ook de eigenaar van grond of onroerend goed voldoende betrokken geweest (als die geen pachter 7
https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@6386/201608423-1-r6/
of bewoner is)? In het tot nu toe doorlopen proces is in elk geval relevant of de gemeente en/of initiatiefnemers correct zijn omgegaan met de belangen van SLF, mede in het licht van het Didam-arrest8. Aan de zuidkant is een belangrijke vraag of de positie (van SLF) op de grond van De Van Heumen de Sitterstichting op logische gronden is afgevallen of om andere redenen. Aan de noordkant is een belangrijke vraag of er voor de noordkant een ander, vanuit inwoners bezien beter plan mogelijk zou zijn als ook de grondposities van SLF gelijkwaardig in het proces worden meegenomen. Bovendien vergt besluitvorming over windmolens aan de noordkant ook dat duidelijk is of er op grondposities van SLF eventueel nog plannen voor windmolens te verwachten zijn. Conclusie: Inventariseer – mede in het licht van het Didam-arrest - of gemeente en initiatiefnemers juridische risico’s lopen m.b.t. het realiseren van (onderdelen van) de huidige voorkeursvariant, gelet op de omgang met SLF in de periode tussen nu en het aangaan van de intentieovereenkomst. En zo ja, wat er moet gebeuren om dit te herstellen c.q. risico’s te minimaliseren. Hierbij dient ook alle correspondentie tussen gemeente en SLF uit deze periode openbaar gemaakt te worden (zoals dat ook bij een Wob-verzoek zou gebeuren). Norm-rendement 5. Voor haalbare projecten zijn net-aansluitingen en een norm-rendement van 4% noodzakelijk.
Die net-aansluitingen zijn zowel bij SLF als bij initiatiefnemers Betuwewind en Betuwemolen naar zeggen zeker gesteld. Bij afwegingen waarbij het rendement bepalend is, is het voor omwonenden niet te checken/controleren of informatie van initiatiefnemers juist is. Hier ligt een wens om ondersteuning. Conclusie: Bezie in overleg met het bewonersplatform wat hier kan worden gedaan, betrek hierbij zo nodig meer onafhankelijke partijen als Energie Samen bij.
8
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2021:1778 en https://www.woningmarktbeleid.nl/onderwerpen/grondbeleid/gronduitgifte-overheden-arrest-didam