CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-12-07.14 Relevant stuk 3 Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025 (intern, versie 9)

Gemeenteraadsvergadering 7 december 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Routekaart Duurzaam Overbetuwe 20259.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Verbreden en versnellen in duurzaam denken en doen Datum: 5 oktober 2021 Registratienummer: 21int04386

2

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Inhoud 1 2

3

4

5

6

Voorwoord 3 Inleiding 4 Kader routekaart 6 2.1 Afwegingskader, kiezen in duurzaam 6 2.2 Rolneming in de routekaart 9 Energietransitie 11 3.1 Energiebesparing 11 3.2 Energieproductie 13 3.3 Energie en mobiliteit 15 Circulaire economie 18 4.1 Bedrijven en consumenten 18 4.2 Voedsel 20 Klimaatadaptatie 22 5.1 Biodiversiteit 22 5.2 Adaptieve groene omgeving 23 Routekaart in uitvoering 25 6.1 Programmatische aanpak, werken met richting 25 6.2 Meten van effect handelen gemeente 25

3

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Voorwoord Al in 2009, ver voor de ondertekening van het Nationaal Klimaatakkoord, startte Overbetuwe met het programma Overbetuwe naar Klimaatneutraal. Met de vaststelling van de eerdere Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2017 – 2020 zette de gemeenteraad vervolgens serieuze stappen op weg naar een klimaatneutraal Overbetuwe in 2050. Deze routekaart vertaalde deze ambitie in een jaarlijkse energiebesparing van 1,5% per jaar en gebruik van 14% duurzame energie in 2020, conform het Gelders Energieakkoord 2015. De nadruk lag in die eerste Routekaart op energiebesparing en toepassing van duurzame energie. Nu is het tijd voor een nieuwe routekaart, de Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025. Bij het opstellen daarvan hebben we nadrukkelijk rekening gehouden met de aanbevelingen van de Rekenkamer Overbetuwe. In deze actualisering van de Routekaart hebben we daarom veel nadrukkelijker de koppeling gelegd tussen duurzaamheidsdoelstellingen enerzijds en concrete voorgenomen activiteiten anderzijds. Wij leggen daarin de komende jaren de focus op wat uitvoerbaar is binnen de mogelijkheden van de middelen die de gemeente, maar ook de ondernemer en inwoner heeft. We concentreren onze doelstellingen meer op het verduurzamen van ons eigen handelen op velerlei terreinen (energie, afval, beleid, inkoop, etc) en werken deze doelstellingen uit in behapbare en haalbare stappen.

Zo hebben wij veel meer invloed op het daadwerkelijk halen van deze doelstellingen. Daarnaast formuleren we doelstellingen concreet voor de korte termijn (aantal jaren) in het perspectief van de doelen voor de lange termijn. Door de actualisering van de Routekaart te koppelen aan de P&C -cyclus verwachten wij een sterkere doorwerking van de Routekaart op de uitvoering van het beleid. De geactualiseerde routekaart besteedt aandacht aan meerdere duurzaamheidsthema’s. De afgelopen jaren ging de meeste aandacht vooral uit naar energietransitie. Nu worden de thema’s circulaire economie en klimaatadaptatie toegevoegd. Duurzaamheid strekt zich daarbij uit tot alle portefeuilles en is niet beperkt tot de portefeuille duurzaamheid. Deze aanpak maakt dat een gedetailleerde uitwerking met activiteiten en projecten, planning, taakverdeling en wijze van samenwerking nu bewust open blijft. Ook biedt de routekaart zo meer ruimte voor invulling direct vanuit de samenleving. Zo kan geanticipeerd worden op nieuwe mogelijkheden en snelle veranderingen. Met de Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025 in de hand zetten we de komende jaren opnieuw belangrijke stappen. We zorgen ervoor dat duurzaam denken en doen vanzelfsprekend wordt voor iedereen: inwoners, bedrijven en organisaties in Overbetuwe.

Als dat lukt, maakt de Routekaart zichzelf uiteindelijk overbodig en, natuurlijk het allerbelangrijkste: we behalen onze ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Namens het college, Dimitri Horsthuis – Tangelder Wethouder Duurzaamheid

4

1

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Inleiding

Een duurzaam Overbetuwe In Overbetuwe dragen we samen zorg voor onze leefomgeving. Meer dan ooit zijn wij ons ervan bewust dat dit een duurzame leefomgeving moet zijn. De Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 vraagt dan ook om recht te doen aan thema’s die de toekomst en het collectief betreffen. Dat vraagt een manier van denken en vooral doen waarbij iedereen streeft naar duurzaam handelen voor en met elkaar. Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en de gemeentelijke organisatie werken samen aan het creëren van deze duurzame samenleving. Een samenleving waarbij wij klimaatneutraal in onze vraag naar energie voorzien, waarin wij een circulaire economie creëren die geen grondstoffen onnodig verloren laat gaan én waarbij klimaatadaptatie ervoor zorgt dat onze leefomgeving beter om kan gaan met het veranderende klimaat. Koersverandering routekaart: verbreden, richting geven en houvast bieden In 2009 is gestart met het programma Overbetuwe naar Klimaatneutraal. In die tijd was Overbetuwe een pionier. Er was nog geen Nationaal Klimaatakkoord en geen Regionale Energie Strategie. Vele ideeën zijn sinds de start in 2009 omgezet in projecten van groot tot klein en van randvoorwaarden verbeterend tot realisatie. In 2017 is de eerste Routekaart Duurzaam Overbetuwe vastgesteld.

Deze routekaart omvatte een uitvoeringsparagraaf met activiteiten op basis van concrete kwantitatieve doelen. De nadruk lag hierbij op energiebesparing en de productie van hernieuwbare elektriciteit. De routekaart is recent geëvalueerd (RHDHV, juni 2020). De belangrijkste bevindingen van de evaluatie zijn: • De nieuwe routekaart moet verbreden, verduurzamen is meer dan energietransitie alleen; • De aanpak moet duurzaamheid verbinden met andere beleidsthema’s; • De rol van de gemeente verandert van trekker naar begeleider van het transitieproces.

Figuur 1.1

De nieuwe Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025 en zijn voorlopers

Nu in 2021 wordt de opvolger van de routekaart uit 2017 gepresenteerd. We maken hierbij gebruik van de opbrengsten van de werkconferentie op 21 juni 2019 waar raadsleden en burgerleden inspiratie opdeden en richting meegaven over een duurzame toekomst in Overbetuwe. De geactualiseerde routekaart besteedt aandacht aan meerdere duurzaamheidsthema’s. De nieuwe routekaart geeft richting, kaders en doelen op hoofdlijnen mee voor de komende vier jaar. In de geest van de nieuwe Omgevingswet, wordt zo de basis gelegd voor een meer programmatische aanpak. Uitwerking vindt plaats in meer specifieke beleidsnota’s en uitvoeringsplannen, waarbij duurzaamheid in alle gevallen een inclusief thema wordt. Duurzaamheid strekt zich daarbij uit tot alle portefeuilles en is niet beperkt tot de portefeuille duurzaamheid. Deze aanpak maakt dat een gedetailleerde uitwerking met activiteiten en projecten, planning, taakverdeling en wijze van samenwerking nu bewust open blijft. Ook biedt de routekaart zo meer ruimte voor invulling direct vanuit de samenleving. Zo kan geanticipeerd worden op nieuwe mogelijkheden en snelle veranderingen. De ambitie is om uiteindelijk in een situatie te komen dat een routekaart Duurzaam Overbetuwe niet meer nodig is. Het sectorale of gebiedsgerichte beleid heeft dit dan overgenomen en ingebed.

Duurzaam denken en doen is vanzelfsprekend geworden in het dagelijks werk van de gemeente Overbetuwe.

5

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Proces De routekaart is tot stand gekomen met professionele organisaties uit de Overbetuwse samenleving en de interne organisatie. Werksessies hebben plaatsgevonden met het college. Professionele organisaties die in Overbetuwe actief zijn rond duurzaamheid dachten in een online sessie mee door advies (ideeën en aandachtspunten) in te brengen. De gemeenteraad heeft suggesties en ideeën ingebracht tijdens twee rondetafelgesprekken en startte het proces in 2019 met een werkconferentie. Tot slot zijn verbanden gelegd tussen de sectorale thema’s die actief zijn met het verduurzamen van de gemeente. Routekaart en Omgevingsvisie De Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025 maakt onderdeel uit van een groter geheel. Enerzijds vindt de routekaart zijn basis in de Omgevingsvisie. Anderzijds biedt de routekaart het overkoepelend kader van het gemeentelijk beleid en hoe verduurzaming hierin vorm krijgt. Figuur 1.2 geeft aan welke onderwerpen nader uitgewerkt zijn in beleidsdocumenten.

Figuur 1.2

Verband tussen Routekaart Duurzaam Overbetuwe en beleidsomgeving

Leeswijzer, van kader naar richting en instrumenten De routekaart is opgebouwd uit drie delen. Eerst wordt in hoofdstuk 2 het kader beschreven waarbinnen de uitvoering van de routekaart plaatsvindt. Vervolgens gaan de hoofdstukken 3, 4 en 5 per thema in op de richting; welke doelen worden nagestreefd en hoe dit zich laat vertalen naar speerpuntprojecten. Tot slot besteedt hoofdstuk 6 aandacht aan de routekaart in uitvoering en de relatie met portefeuilles en jaarplannen. Rode draad is daarbij steeds verbreden en - binnen de invloedscirkel van de gemeente - richting geven aan de vele gezichten van het verduurzamen van de gemeente Overbetuwe.

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

6

2

Kader routekaart

Na een periode van verkennen van het concept duurzaamheid komen wij nu steeds meer in de fase duurzaam handelen. Duurzaam denken en doen moet gemeengoed gaan worden bij alle doelgroepen, niet alleen bij de voorlopers maar juist ook bij de middengroepen in onze samenleving. Duurzaam denken en doen moet de komende jaren toegankelijk worden voor iedereen (inwoners, bedrijven en organisaties) in Overbetuwe. De routekaart gaat daarbij helpen. Het is een parapluplan die de belangrijke thema’s van een duurzame Overbetuwse samenleving omvat. Verbreding, werken met drie thema’s De afgelopen jaren ging de meeste aandacht vooral uit naar energietransitie. Nu worden de thema’s circulaire economie en klimaatadaptatie toegevoegd.

HE EB MO

Hernieuwbare Energie Energiebesparing Mobiliteit

Figuur

2.1

CB VO

Circulaire Bedrijven Voedsel

BD GL

Biodiversiteit Groen & Landschap

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025 omvat 3 thema’s met in totaal 7 onderwerpen

Van pionieren naar meters maken, veelzijdig in aanpak Routekaart: parapluplan voor een duurzaam Overbetuwe De routekaart werkt als een parapluplan dat verschillende beleidsterreinen verbindt en kader en richting geeft. Dit voor de periode 2021 – 2025. De Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025 geeft daarbij aan hoe de gemeente op de drie duurzaamheidsthema’s energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie wil acteren. Qua rolinvulling rekening houdend met de cirkel van invloed en de diverse transitiesnelheden. De drie duurzaamheidsthema’s bevinden zich in verschillende stadia van ontwikkeling. Bij energietransitie zullen in de komende jaren meters gemaakt worden met o.a. zonnepanelen op daken, woningisolatie en grootschalige duurzame opwek (zonnevelden, windparken). Ten aanzien van warmte is duidelijk richting gegeven in de Transitievisie Warmte en moet de uitvoering nu op gang komen. Duurzaam voedsel is bijvoorbeeld een relatief nieuw thema waar het nog meer pionieren is. Ook bij de andere thema’s is dit beeld herkenbaar van verschillende stadia en verschillende transitiesnelheden. In figuur 2.1 is dit weergegeven; thema’s waar de nadruk op ‘meters maken’ ligt zijn groen omcirkeld, thema’s waar de nadruk op ‘pionieren’ ligt zijn oranje omcirkeld.

De routekaart onderkent dit en speelt hierop in door ruimte te bieden voor verschillende rollen van de overheid en voor een breed palet van activiteiten en projecten die Overbetuwe duurzamer maken. De gemeente is zich bewust van het feit dat de echte stappen gemaakt worden door inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties en dat de gemeente slechts helpt om dit mogelijk te maken. Steeds zal de gemeente daarbij op zoek gaan naar die activiteiten

7

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

en projecten waarbij het grootste effect wordt bereikt met relatief de minste inspanning. Door op die manier de inzet meer toe te spitsen op de invloed van de gemeente, kunnen we het meeste bereiken met de ons ter beschikking staande middelen.

Probleemstelling

Werken aan een duurzame samenleving is niet makkelijk. Het gaat om verandering. Dit proces verloopt met vallen en opstaan. Er zijn veel ambities en lange termijn doelstellingen. Wat regelmatig ontbreekt is een handelingsperspectief op korte termijn voor alle doelgroepen waarmee het proces van verduurzaming versneld kan worden. Het besef van urgentie, in combinatie met bewustwording van de noodzaak om tot een duurzame samenleving te komen, is daarnaast ook niet bij alle doelgroepen in dezelfde mate aanwezig. We willen veel, er zijn plannen genoeg, maar het ontbreekt aan een voldoende breed en krachtig instrumentarium. Soms ook met onzekerheid over de kosten en de baten. Is het wel betaalbaar en is het wel een effectieve investering? Duurzame beweging Overbetuwe Tegelijkertijd is er een Overbetuwse samenleving met inwoners, bedrijven en organisaties die willen veranderen, die duurzame ideeën en plannen hebben, maar die soms worstelen met de voorbereiding en uitvoering. Ook is er het besef dat niet alles (tegelijk) kan door beperkingen in mensen, middelen en mogelijkheden. Dergelijke zaken zijn niet altijd binnen de cirkel van invloed van betrokkenen adequaat op te pakken. Het is de uitdaging om als gemeente hierin een weg te zoeken die leidt tot toenemende betrokkenheid van de Overbetuwse gemeenschap en het halen van de gestelde duurzaamheidsdoelen.

Door het formuleren van richtingen (zie de thema’s, zie hoofdstuk 3, 4 en 5) en het hanteren van een uniform afwegingskader wordt deze weg verbeeld. Verduurzamen staat hoog op de agenda. De ambitie is er, maar het handelingsperspectief is nog niet altijd voldoende ontwikkeld. Daarom zetten we in op de juiste instrumenten om de transitie met succes uit te voeren. De aard en de mate van betrokkenheid van de gemeente daarbij bepalen wij op een transparante manier met behulp van een afwegingskader.

2.1

Afwegingskader, kiezen in duurzaam

De routekaart uit 2017 had als kenmerk dat vooraf met de samenleving projecten en activiteiten werden gedefinieerd. De uitvoering werd gevolgd en vastgesteld werd of hiermee de doelen werden gehaald. De huidige routekaart verlaat deze rigide vorm. De manier waarop doelen gehaald worden, wordt zo meer opengelaten. Dit heeft als voordeel dat makkelijker ingespeeld kan worden op initiatieven voor verduurzaming in Overbetuwe. Naast inhoudelijke richting voor inhoudelijke duurzaamheidsthema’s, vereist dit wel een afwegingskader om zo te kunnen bepalen of een initiatief aansluit bij de routekaart en het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. Bij een positief oordeel wordt het initiatief (= project, activiteit, proces, idee) ondersteund door de gemeente. Op welke manier die ondersteuning plaatsvindt, is vervolgens maatwerk. We werken hierbij pro-actief en interpreteren de term initiatief breed; dus een initiatief kan duurzaamheid sec of gecombineerd met sectorale thema’s zijn, alsook een globaal idee of een concreet uitgewerkte vraag betreffen, extern of intern (uitvoering beleid) ontstaan zijn. Het afwegingskader bestaat uit acht criteria die direct betrekking hebben op duurzaamheidsinitiatieven in relatie tot de rolinvulling (zie paragraaf 2.2). Het afwegingskader is van toepassing op initiatieven waarbij inzet wordt gevraagd van de gemeente Overbetuwe.

Het afwegingskader staat los van de wettelijke taken die de gemeente Overbetuwe heeft met betrekking tot initiatieven in haar rol als bevoegd gezag. De criteria worden stuk voor stuk gepresenteerd en toegelicht. De gemeente gebruikt het afwegingskader als checklist om een initiatief te beoordelen en te verbeteren. De gemeente Overbetuwe doet dit op een proactieve en constructieve manier: wij willen (met een op partnership gerichte instelling) het idee beter maken en de uitvoering mogelijk maken.

8

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Een afwegingskader impliceert ook soms nee zeggen tegen een initiatiefnemer die vraagt aan de gemeente om te helpen met het kunnen uitvoeren van het duurzame initiatief. Met het afwegingskader kan dit onderbouwd worden ten behoeve van meer begrip. Zo is ook het afleggen van verantwoording beter mogelijk.

AFWEGINGSKADER Initiatieven zijn welkom. Door het afwegingskader te hanteren willen wij deze initiatieven samen beter maken. Zo zorgen we ervoor dat de te plegen inspanning en investering sneller en/of beter leidt tot het met succes kunnen uitvoeren van een vervolgtraject. Het afwegingskader rond het beoordelen en begeleiden van duurzaamheidsinitiatieven richt zich op het aansluiten bij doelstellingen, het effect van het initiatief en de betrokkenheid van de samenleving, zie figuur 2.2. In totaal worden acht criteria gebruikt om tot duurzaamheidsprojecten te komen in de gemeente Overbetuwe die er toe doen. Samen met de initiatiefnemers willen wij deze criteria gebruiken als een leidraad om te komen tot goede projecten.

Figuur 2.2

Overzicht van de acht criteria voor de toetsing van duurzame initiatieven

1. DOELSTELLINGEN 1A Doel Sluit aan bij het in Overbetuwe te bereiken doel Het resultaat dat het initiatief beoogt legt een (meetbaar of vast te stellen) verband met de doelstellingen uit de routekaart. Waarbij al lopende initiatieven meegewogen worden. Onderscheid wordt gemaakt in het verbeteren van randvoorwaarden en de feitelijke verduurzaming. Gaat het om werken aan randvoorwaarden dan moet de doorkijk geboden worden op welke wijze dit bijdraagt aan uiteindelijk het daadwerkelijk realiseren van een duurzamer Overbetuwe. 1B Duurzaam breed Dekt meerdere facetten van verduurzaming Hoe duurzaam is het initiatief in brede zin? Dekt het meerdere thema’s van de routekaart of is dit mogelijk te maken? Zijn er meekoppelkansen met andere beleidsterreinen waardoor het initiatief in meerdere opzichten een goede ontwikkeling is voor Overbetuwe? 1C Momentum Nu is het juiste moment Sluit het initiatief ook in tijd (tempo en tussendoelen) aan bij de Routekaart? Waarbij reeds lopende initiatieven meegewogen worden. Vastgesteld wordt of het initiatief gezien de ontwikkelingen in het groter geheel op het juiste moment komt. Is het niet te vroeg waardoor een vervolg weinig kansrijk is? Is het niet te laat en is het daarom niet beter om aan te sluiten bij een al lopende ontwikkeling om zo te voorkomen dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden.

9

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

2. BELEIDSEFFICIENTIE 2A Impact De gemeente maakt lokaal het verschil Het initiatief doet een beroep op de gemeente. Maar is dit wel het juiste schaalniveau? Insteek moet zijn om maximaal gebruik te maken van de instrumenten die er zijn bij mede-overheden, passend bij de schaal van de opgave. Is het de gemeente met haar bijdrage die het verschil kan maken of is een andere organisatie meer geëigend? Waar mogelijk door optimaal gebruik te maken van Europese, nationale, provinciale en regionale instrumenten. 2B Hefboom Met minimale inspanning gemeente maximaal effect bereiken Het initiatief maakt duidelijk wat de gevraagde inspanning van de gemeente is; welke rol en eventuele bijbehorende inzet van middelen en menskracht (zie ook paragraaf 2.2). Nagegaan wordt wat de verhouding is tussen de inspanning die van de gemeente gevraagd wordt en de doelstelling van het project (gezien link met Routekaart). Hoe groter deze hefboom is, hoe beter op de weg naar een duurzame gemeente en hoe meer betrokkenheid van de gemeente gerechtvaardigd is. 3. BETROKKENHEID 3A Doelgroepen Werken voor doelgroepen die voor Overbetuwe belangrijk zijn Het initiatief maakt duidelijk op welke doelgroep men zich richt in de Overbetuwse samenleving. Bij voorkeur betreft dat een breed deel van de samenleving.

Extra waarde in geval een initiatief juist het verschil gaat maken door zich te richten op een doelgroep die niet op eigen kracht een volgende duurzaamheidsstap maakt (bijvoorbeeld een doelgroep die het financieel niet breed heeft). 3B Participatie Uitvoering van projecten door bedrijven en inwoners Overbetuwe Het initiatief vindt plaats in de gemeente Overbetuwe en heeft oog voor de lokaal betrokkenen, zonder dat dit tot leidt tot discriminatie van ondernemers. Het initiatief staat open voor participatie en/of betrokkenheid van inwoners, bedrijven of organisaties uit Overbetuwe. Indien relevant, kan deze betrokkenheid ook onderdeel zijn van een regionale samenwerking, waarbij er een duidelijk verband is met de gemeente Overbetuwe. 3C Draagvlak Projecten beschikken over een breed draagvlak Zijn de juiste organisaties aangehaakt bij het initiatief die juist het succes en de impact kunnen vergroten. Of richt het initiatief zich juist op het vergroten van duurzaam handelen (bewustzijn en begrip) bij partijen in de Overbetuwse samenleving? Het afwegingskader laat zich aanvullen met keuzes over rolinvulling (zie hierna) en inhoudelijke vragen volgend uit de thema’s zoals beschreven in hoofdstuk 3, 4 en 5.

2.2

Rolneming in de routekaart

De rol die de gemeente heeft bij de uitvoering van de routekaart kan verschillen van situatie tot situatie, zie ook het kader. Als de gemeente zelf realiseert is de rol die van uitvoerende overheid. In andere gevallen trekt de gemeente in de uitvoering vaak samen op met inwoners, bedrijven en organisaties. Ieder heeft zijn eigen rol in de uitvoering. Vaak is het WAT (= initiatief) duidelijk maar is het HOE (= rollen en organisatie) onvoldoende uitgewerkt. Daarom heeft de rolverdeling bijzondere aandacht nodig, en in het bijzonder dat wat van de gemeente Overbetuwe verwacht mag worden. Dit vanuit de gedachte dat de rol van de gemeente in die gevallen zo terughoudend als kan moet zijn, immers: het is de samenleving zelf waarin de verduurzaming tot stand moet komen. Ook wil de gemeente met de beschikbare middelen een zo groot mogelijk effect bewerkstelligen.

10

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Mogelijke rollen gemeente Overbetuwe in de uitvoering van de routekaart De regulerende, instruerende en kader stellende overheid: • Wettelijke taken waaronder vergunningverlening, handhaving; • Kaders middels planvorming en (juridische) regels. De samenwerkende, regisserende en stimulerende overheid: • Strategische ontwikkeling die (nog) niet door samenleving wordt opgepakt; • Samenwerking met regiogemeenten; • Bemiddeling tussen samenleving en initiatiefnemers. De ondersteunende en faciliterende overheid: • Fondsbeheer, duurzaamheidsfonds; • Expertise en communicatie rondom instrumenten duurzaamheid; • Initiatieven uit de samenleving. De uitvoerende overheid: • Beheer van eigen vastgoed en infrastructuur. De gemeente heeft oog voor de rol van bedrijven of organisaties bij het verduurzamen. Trajecten rond verduurzamen worden bij voorkeur uitgevoerd in samenwerking met meerdere lokale of regionale bedrijven of organisaties met een goede staat van dienst waarbij de consument keuzevrijheid wordt geboden. Voor gewenste ontwikkelingen vanuit inwoners werken we volgens de lijn van dorpsprofielen/ dorpsagenda’s, zoals benoemd in de Visie op interactie met de samenleving. De routekaart geeft een programmatisch kader voor de gewenste ontwikkeling. De dorpsagenda’s voeden dit vanuit de inwoners, zodat beide invalshoeken naast elkaar gewogen worden.

Zo wordt invulling gegeven aan de vier typen activiteiten uit de Interactievisie. De routekaart kan worden getypeerd als een type-3-activiteit, waarbij inwoners participeren via de dorpsagenda.

11

3

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Energietransitie

Het thema energietransitie is gericht op het energieneutraal worden van de gemeente Overbetuwe uiterlijk in 2050, maar zo mogelijk eerder. Het thema sluit aan bij het Nationaal Klimaatakkoord en het Gelders Energie Akkoord. De energietransitie in de gemeente Overbetuwe is gericht op het voorzien in de lokale energievraag (warmte, elektriciteit, mobiliteit) met bij voorkeur lokale bronnen. Het lokale potentieel wordt daarbij binnen de grenzen van het aanvaardbare benut. De ontwikkeling van het potentieel vindt plaats in regionaal verband en wordt afgestemd met de Regionale Energie Strategie. Inclusief uitwisseling van energiestromen in combinatie met energieopslag zodat overschotten elders worden ingezet en tekorten worden aangevuld. Het thema energietransitie is onderverdeeld in drie onderwerpen: • Energiebesparing, zie 3.1; • Duurzame energievoorziening, zie 3.2; • Duurzame mobiliteit, zie 3.3.

3.1

Energiebesparing

Bij energiebesparing gaat het om het terugdringen van de vraag naar energie. Besparen heeft altijd voorrang, wat je niet gebruikt wordt hoef je ook niet te produceren. Zo wordt door isolatiemaatregelen de vraag naar warmte verkleind. Energiezuinige apparaten verlagen de vraag naar elektriciteit. Bij mobiliteit daalt de vraag door de overstap naar elektrisch rijden. Een belangrijke vorm van besparen is preventie. Dat is de thermostaat lager zetten of minder vaak in de auto stappen en meer de fiets nemen. Preventie vraagt om verandering van ons gedrag.

Probleemstelling

• Daling energievraag zet zich niet autonoom door, een grens lijkt bereikt; • Verband tussen gemeentelijke inspanning en besparing is niet meetbaar; • Energie besparen is een kwestie van gedrag dat moeilijk beïnvloedbaar is.

Stip op de horizon, doelen

• Wij willen het absolute energieverbruik laten dalen, streven is 1% per jaar; • Wij willen dit doen door een doelgroep-/sectorgerichte benadering; • Wij doen dit bij voorkeur in combinatie met duurzame energieproductie. De gemeente kan op het gebied van energiebesparing resultaatverplichtingen opleggen bij nieuwbouw en bij bedrijven met een gemeentelijke milieuvergunning. De inspanningsverplichting is van toepassing op de bestaande gebouwde omgeving, bij bedrijven en op het gebied van de mobiliteit. Een energiebesparing van 1% per jaar absolute daling verbruik komt neer op (Klimaatmonitor, 2019): • Verwarmen 17 TJ per jaar op een verbruik van 1.723 TJ; • Elektriciteit 8 TJ per jaar (2,2 miljoen kWh) op een verbruik van 795 TJ; • Mobiliteit 31 TJ per jaar op een verbruik van 3.110 TJ.

12

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Welke effecten willen wij bereiken bij energiebesparing? • • • •

In elke sector wordt aantoonbaar werk gemaakt van energiebesparing; Binnen sectoren vindt olievlekwerking plaats, steeds meer bedrijven/mensen doen mee; Een platform van toeleveranciers is beschikbaar om zo besparen laagdrempelig te maken; De mogelijkheden (bedrijven, oplossingen, financiering) worden dichter bij verbruikers gebracht; • Een betere monitoring en delen van ervaringen, waar en hoe wordt energiebesparing bereikt. Van doel naar acties: programmatisch gericht, participatie gericht, duurzaam breed met focus • Sectoraanpak: gebouwde omgeving particulieren en huursector, MKB, grootverbruikers energie; • Werken met afspraken per sector, elke sector heeft zijn eigen plan; • Vooral gericht op terugdringen warmtevraag in combinatie met Transitievisie Warmte; • Vooral gericht op middengroep die (nog) niet uit zichzelf acteert; • Stimuleren van energie besparen door voorlichting en financieringsmogelijkheden. Speerpuntprojecten energiebesparing De projecten dragen bij aan het streven om tot een energiebesparing van 1% per jaar te komen. De volgende zes projecten worden als speerpunten gezien bij energiebesparing: 1. Campagne zuinig zijn met energie waarbij wijk- of doelgroepgericht samen met coaches en betrokken inwoners gewerkt wordt aan terugdringen energieverbruik (aardgas en elektriciteit).

Met financiële stimulansen (zoals bijvoorbeeld duurzaamheidsleningen) en het bieden van ondersteuning middels kennis en expertise (zoals bijvoorbeeld de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen) wordt ingezet op bereiken van 2.000 woningen in de gemeente (10% woningbestand). Werken aan maatregelen én gedrag. Tevens gericht op bieden handelingsperspectief; 2. Campagne samen met betrokken bedrijven gericht op het vervangen van bestaande aardgasketels door hybride warmtepompen daar waar warmtetransitie pas op lange termijn plaatsvindt. Jaarlijks vervangen circa 1.500 woningen in Overbetuwe hun aardgasketel. Beoogd doel 800 woningen per jaar stappen over op hybride warmtepomp. Met financiële stimulansen (zoals duurzaamheidslening, en actiekorting) en bieden van ondersteuning (bijvoorbeeld voorlichting en advies). Zoveel mogelijk gebruik maken van en aansluiten bij Rijksregelingen helpt; 3. In samenwerking met omgevingsdienst selectie van bedrijven / sectoren die circa 10% van de energievraag vertegenwoordigen. Door combinatie van handhaven en energieplan ontwikkelen bedrijven aanzetten tot reductie gebruik fossiele energie. Zorgen voor financieringsinstrumenten en/of afspraken met financiële wereld om dit aantrekkelijk mogelijk te maken, ondersteuning bij implementatie. Ook te combineren met duurzame energie; 4.

In samenwerking met corporaties plan maken als onderdeel van de Woonagenda voor verdere verduurzaming van woningen gericht op minimaal label B. Ook te combineren met duurzame energie. Gaat om circa 200 woningen per jaar. Gaat om meerjarige prestatieafspraken op basis van positieve ervaringen elders; 5. Bij warmtetransitie van woningen in kader van warmtekavels worden woningen per buurt of wijk aangepast tot minimaal label B. Gemeente faciliteert dit proces om tot energiebesparing te komen. Tot 2025 voorbereiding, uitvoering naar verwachting vanaf 2025; 6. Alle nieuwbouw (wonen en bedrijfsgebouwen) worden volgens de hoogste standaard van duurzaamheid gebouwd gericht op label A. Gaat om circa 200 woningen/gebouwen per jaar waarvoor de gemeente vergunning verleent. Ondersteuning middels inbreng kennis en expertise, denk aan een energiecoach. Ook te combineren met duurzame energie en toepassen circulaire materialen.

13

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Wat is de specifieke rol van de gemeente bij energiebesparing? Gemeente beschikt over weinig directe sturingsmiddelen, stimuleren kan wel mits instrumenten vanuit de nationale of provinciale overheid beschikbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn de inzet van een duurzaamheidsfonds Bank Nederlandse Gemeenten en nationale subsidie instrumenten zoals RREW en ISDE regeling. Bij grote bedrijven kan de gemeente sturend optreden vanuit de milieuvergunning en aandringen op het doorvoeren van energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd korter dan 5 jaar. Samenwerking gemeente met partners • Deelnemen in platforms, netwerken van waaruit energiebesparing georganiseerd gaat worden; • Combineren waar mogelijk met warmtetransitie en kleinschalige productie elektriciteit; • Zorgen voor afspraken met sectoren die uitvoerbaar zijn, in lijn met de landelijke afspraken volgend uit het Klimaatakkoord. Eigen verantwoordelijkheid gemeente • Verder terugdringen verbruik en fossiele CO2 footprint in gebouwen gemeente, verder gaan als wettelijk vereiste label C, wegverlichting vervoer en activiteiten van gemeenten (1% per jaar); • Neem energiebesparing (en breder verduurzaming) mee in de meerjarenplanning/onderhoud van gebouw portfolio.

Dit op basis van Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed van VNG (2020); • Borg energiebesparing (en breder verduurzaming) in samenwerking met contractpartijen die in opdracht van de gemeente werken zoals afvalbeheer, groenbeheer, weg- en waterbeheer en beheer van gebouwen; • Inclusief afstemming over dit thema met overheidsorganisaties die in de gemeente opereren zoals Rijkswaterstaat (RWS) en Waterschap Rivierenland.

3.2

Energieproductie

Bij energieproductie gaat het op de productie van duurzame energie in de gemeente Overbetuwe in de vorm van warmte, elektriciteit en andere energiedragers. Onderscheid wordt gemaakt tussen grootschalige en kleinschalige productie. Kenmerkend voor kleinschalig is dat bij een bedrijf of woning duurzame energie wordt geproduceerd waarmee de eigen vraag naar energie gedekt kan worden.

Probleemstelling • • • •

Omvangrijke pijplijn grootschalige elektriciteitsproductie, maar nog niet gebouwd; Bij elektriciteit is Overbetuwe met lopende initiatieven al vrijwel zelfvoorzienend; Bij warmte en mobiliteit is dit nog niet het geval; hoe geven we het vervolg vorm? Grootschalige elektriciteitsproductie legt groot beslag op het gebruik van ruimte.

Stip op de horizon, doelen

• We streven naar 17% duurzaam opgewekte energie in 2025; • Wij willen de geplande projecten (wind en zon) grootschalige elektriciteitsproductie realiseren à 168 GWh (604 TJ) tot 2030; • Wij willen een toename duurzame warmteproductie met een omvang van 2.400 woningen tot 2030, wij willen dit doen door uitvoering te geven aan de Transitievisie Warmte; • Wij willen individuele duurzame energieproductie (elektriciteit en warmte) blijven stimuleren. De gemeente wil verdere groei binnen deze doelstellingen mogelijk maken. De hernieuwbare productie van elektriciteit zal naar verwachting groeien tot 707 TJ rond het jaar 2025 (48 TJ

14

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

bestaand, 55 TJ groei kleinschalig en 604 TJ groei grootschalig). De omvang hernieuwbare warmte is 93 TJ en hernieuwbare energie mobiliteit is 165 TJ. Totale hernieuwbare energieproductie rond 2025 bedraagt daarmee 965 TJ. Uitgaande van het energieverbruik Overbetuwe van 5.636 TJ (2019, Klimaatmonitor) bedraagt het aandeel duurzaam opgewekte energie daarmee ruim 17%. Daarbij levert de gemeente Overbetuwe mogelijk al vanaf 2025 een meer dan evenredig aandeel in het halen van de RES-doelstelling voor 2030. Randvoorwaarde is wel dat de pijplijn van de grootschalige projecten op tijd gerealiseerd kan worden. Zo levert de gemeente Overbetuwe een aandeel van ruim 10% in het regionale bod; de regionale Energie Strategie (RES 1.0) legt een bod neer dat de grootschalige productie van elektriciteit tot 2030 doet groeien met 1,62 TWh. Het Overbetuws aandeel daarin is een factor 1,6 groter als naar rato van het elektriciteitsverbruik nodig zou zijn. Voor warmte geldt dat het aantal woningen op aardgas nu 18.560 bedraagt (2019). De Transitievisie Warmte zoals vastgesteld in 2020 geeft aan 2.400 woningen bestaande bouw voor 2030 aardgasloos te willen maken. Dit komt neer op een reductie van het aardgasverbruik in de gemeente Overbetuwe met 115 TJ.

Welke effecten willen wij bereiken bij hernieuwbare energieproductie?

• De huidige pijplijn grootschalige elektriciteitsproductie is gerealiseerd; • Eerste woningen en bedrijven gaan van het aardgas af (circa 400), zowel particulier als bij corporaties; • Het gebruik van daken voor zonnepanelen (en zonneboilers) is verdubbeld; • Er is een breed geaccepteerd uitvoeringsplan voor de warmtetransitie tot 2030; • Er is duidelijkheid in hoeverre collectieve warmtebronnen en warmtenetten worden toegepast; • Bij koeling in utiliteitsbouw (gebouwen zonder woonbestemming) wordt standaard Warmte Koude Opslag toegepast waar dit kan. Van doel naar acties: programmatisch gericht, participatie gericht, duurzaam breed met focus • Inwoners uitgebreid, divers en bij herhaling informeren over betekenis warmtetransitie; • Wind en zon optimaal landschappelijk en ecologisch inpassen, inclusief participatie; • Pro-actief ondersteunen van initiatiefnemers en duidelijke borging 50% lokale participatie; • Groei kleinschalig duurzame energie mogelijk maken bij bedrijven, huurders en woningeigenaren; • Nieuwbouw van woningen en bedrijven wordt energieneutraal uitgevoerd; • Duidelijk maken wat randvoorwaarden zijn voor productie hernieuwbare energie; • Warmtetransitie per gebied, starten in de meest kansrijke wijken. Speerpuntprojecten energieproductie De volgende drie projecten worden als speerpunten gezien in de groei van duurzame energie: 1.

Realisatie pijplijn projecten grootschalige opwek duurzame elektriciteit met een totaal verwachte elektriciteitsproductie van 604 TJ/jaar. Rol reguleren en faciliteren; 2. Vergroten zon op dak bij bedrijven, particulieren en op daken in eigendom van verhuurders om zo tot een ruime verdubbeling van de elektriciteitsproductie te komen, van 48 TJ in 2019 naar 103 TJ in 2025 (Klimaatmonitor 88 TJ in 2020). Rol stimuleren en faciliteren. Voor daken eigen en maatschappelijk vastgoed; zie onderstaand bij eigen gemeentelijke verantwoordelijkheid; 3. Ontwikkelen, ontdekken en initiëren, in lijn met Transitievisie Warmte van nieuwe mogelijkheden productie hernieuwbare warmte, gericht op realisatie na 2023 met een beoogde omvang van 115 TJ (2.400 woningen). Betreft startwijken in verschillende woonkernen.

15

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

De uitvoering van de speerpuntprojecten vraagt om middelen. De investeringen en hieraan relateerde subsidies komen van derden en rijk. Vanuit de gemeente wordt menskracht ingezet om de projectuitvoering mogelijk te maken. Wat is de specifieke rol van de gemeente bij energieproductie? Gemeente beschikt over weinig directe sturingsmiddelen, stimuleren kan wel mits instrumenten vanuit de nationale of provinciale overheid beschikbaar zijn. Inzet duurzaamheidsfonds BNG bij kleinschalige productie. Denk aan zonnepanelen op daken. Samenwerking met partners • Binnen ruimtelijk beleid in omgevingsvisie en omgevingsplan mogelijkheden bieden voor duurzame energieproductie; Deelnemen in platforms, netwerken van waaruit energieproductie georganiseerd gaat worden; • Zorgen voor afspraken met initiatiefnemers over spin off (participatie, ecologie etc.); • Faciliteren bij het tot stand komen van draagvlak voor de opgave. Eigen gemeentelijke verantwoordelijkheid • Benutten van mogelijkheden gebouwen, daken en eigen grond om zo duurzame warmte, koude of elektriciteit te produceren. De gemeente investeert gerelateerd aan eigen vastgoed en vastgoed dat door de gemeente langjarig gehuurd wordt; • Dit in harmonie met thema klimaatadaptatie, gerelateerd aan de inzet op een gezond leef- en werkklimaat.

3.3

Energie en mobiliteit

Bij energie en mobiliteit gaat het enerzijds om het preventie (minder kilometers maken) en energiezuinige mobiliteit én anderzijds om de transitie naar duurzame energie zoals elektriciteit, waterstof en biobrandstoffen. Kenmerkend voor de gemeente Overbetuwe is dat mobiliteit de grootste bron van CO2 is en de grootste verbruiker van energie. Dit wordt veroorzaakt door de snelwegen en waterwegen, zie figuur 3.1 en 3.2. Voor de gemeente Overbetuwe is het verduurzamen van de mobiliteit de grootse opgave waarbij tegelijkertijd geldt dat de gemeente hier maar beperkt invloed op heeft. Werken aan duurzame mobiliteit gebeurt op basis van het Ambitiedocument Overbetuwe 2030 sociale, slimme en schone mobiliteit. Eén van de speerpunten in dit document is duurzame mobiliteit.

Figuur 3.1

CO2-uitstoot gemeente Overbetuwe (Klimaatmonitor, 2019) Met 55% heeft mobiliteit het grootste aandeel in de CO2-uitstoot.

16

Figuur 3.2

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Energieverbruik mobiliteit per modaliteit (Klimaatmonitor, 2019) Rail betreft alleen dieseltreinen

Probleemstelling

• Mobiliteit wordt in Nederland traag duurzaam en dat werkt door in Overbetuwe; • Mobiliteit legt groot beslag op ruimte, natuur en leefomgeving van/in Overbetuwe; • De gemeente Overbetuwe heeft beperkt invloed op mobiliteitstransitie.

Stip op de horizon, doelen

• Wij willen duurzaam vervoer mogelijk maken door het aanbieden van een aantrekkelijk mobiliteitsnetwerk en het stimuleren van ketenmobiliteit met behulp van hubs; • Wij willen nul emissie mobiliteit (fiets, openbaar vervoer, elektrisch vervoer, etc.) stimuleren. Méér schone kilometers in onze dagelijkse verplaatsingen is ons streven; • Wij willen pro-actief inzetten op verduurzamen van vervoer via snelwegen en over water via regio en rijk. Gezien grote omvang energiemobiliteit zou Overbetuwe een voorhoede rol moeten spelen, samen met gemeenten in soortgelijke situatie. De gemeente heeft een inspanningsverplichting om de mobiliteit minimaal in hetzelfde tempo als gangbaar in Nederland te verduurzamen door te zorgen dat er infrastructuur is die dit mogelijk maakt. Dit is een veilig fiets en openbaar vervoer netwerk en voldoende laadpunten. Daarnaast heeft de gemeente een inspanningsverplichting waar het gaat om duurzaam openbaar vervoer dat door de provincie of regio wordt aanbesteed. De resultaatsverplichting is van toepassing op het eigen wagenpark en de inzet van vervoer in opdracht van de gemeenten.

Welke effecten willen wij bereiken bij duurzame mobiliteit?

• Een dusdanige groei van laadinfrastructuur dat deze niet belemmerend is op duurzaam vervoer; • Afname van aantal autokilometers, verandering modal split met meer openbaar vervoer en fiets. Van doel naar acties: programmatisch gericht, participatie gericht, duurzaam breed met focus • In lijn met landelijke richtlijnen zorgen voor voldoende laadpalen elektrisch vervoer; • Samen met logistieke sector zorgen voor tank- en laadinfrastructuur alternatieve brandstoffen; • Regionaal mogelijk maken (infra) van duurzame brandstoffen voor vervoer over water; • Stimuleren gebruik deelvervoer (fiets, auto, scooter) in samenwerking met derden; • Stimuleren gebruik openbaar vervoer (trein, bus), fiets en car pooling, laat de auto staan; • Zorgen voor een aantrekkelijke fiets infrastructuur (wegen, parkeren).

17

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Speerpuntprojecten mobiliteit De volgende vijf projecten worden als speerpunten gezien in de groei van duurzame mobiliteit: 1. Elektrisch vervoer faciliteren door de laadinfrastructuur op orde te hebben. Plaatsing via een concessie. Beoogde groei van 50 nu naar 500 laadpalen.in 2030, dit conform Klimaatakkoord; 2. Uitvoering geven aan de Fietsagenda, prioritering en aanvullende financiering is hiervoor noodzakelijk; toename gebruik van fiets en afname autogebruik is hierin één van de criteria. 3. Meedoen in het regionale programma Slim en schoon onderweg gericht op bedrijven in de gemeente Overbetuwe; 4. Monitoren van de ontwikkelingen rond elektrische auto, inclusief behoefte van gebruikers om zo gerichter laadinfrastructuur te ontwikkelen, dit in afstemming met Liander; 5. Aansturen op duurzaam wagenpark en duurzame regionale treinen, zowel bij OV-concessie in de regio en provincie als ook voor het wagenpark van de gemeente Overbetuwe. Wat is de specifieke rol van de gemeente bij mobiliteit? De gemeente zorgt voor de infrastructuur elektrisch vervoer en fietsinfrastructuur. Daarnaast beïnvloedt zij de provinciale concessie ten behoeve van een zo duurzaam mogelijk openbaar vervoer en doet mee in de regionale aanbesteding voor doelgroepen vervoer.

Ook stimuleert zij het gebruik van duurzame vervoersmiddelen door meer en meer aantrekkelijke routes hiervoor te creëren, denk aan fietspaden. Samenwerking met partners • Deelnemen aan platforms, netwerken van waaruit duurzame mobiliteit georganiseerd kan worden; • Stimuleren van duurzaam vervoer, dit in plaats van vervoer met fossiele brandstof, via infrastructuur die groei van gewenste mobiliteit mogelijk maakt. Eigen gemeentelijke verantwoordelijkheid • Eigen vervoer, inclusief van bedrijven die in opdracht werken, verduurzamen (zie circulair); • Openbaar vervoer verder verduurzamen op moment van aanbesteden, dit in regioverband; • Woon-werk verkeer verduurzamen door plan op te stellen waarin mogelijkheden worden verkend voor meer gebruik van fiets en OV en deelmobiliteit voor werkverkeer; • Inzetten mobiliteitsmakelaar gericht op efficiënt en duurzaam woon werkverkeer, uitvoeren mobiliteitsscan en opstellen mobiliteitsplan.

18

4

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Circulaire economie

Waar het bij energietransitie gaat over energie, gaat het bij de circulaire economie (CE) over materialen. Streven is om de materialen op een dusdanige wijze in te zetten dat er niet onnodig grondstoffen verloren gaan. De biobased economy (BBE) is een onderdeel van de circulaire economie waarbij biomassa als grondstof wordt gebruikt, een grondstof die door groei van biomassa steeds weer opnieuw aangevuld kan worden. Recycling en hergebruik zijn bekende onderdelen van de circulaire economie en hebben vooral betrekking op hoe wij met ons afval omgaan. Naast de bestaande inzet om ons afval zo hoogwaardig en zo goed mogelijk te hergebruiken, zet de routekaart in op de volgende stap om tot het sluiten van materiaalkringlopen te komen, dit door aandacht te besteden aan twee onderwerpen: • Bedrijven en consumenten, zie 4.1; • Voedsel, zie 4.2. Kenmerken van een circulaire economie: • Sluiten materiaalkringlopen, laag water- en energieverbruik met lage CO2 footprint; • Productie goederen dicht bij huis, voorkomen overdadige logistiek; • Kringloop maakt maximaal gebruik van biobased materialen; • Kringloop houdt biodiversiteit in stand, is goed voor landschap en natuur; • Gebruiksfase is onderdeel van de kringloop, heeft ook een lage milieu-impact; • In logistieke keten is naast de toevoerketen ook de retourketen georganiseerd; • Niet bezit is leidend maar het gebruik van producten.

4.1

Bedrijven en consumenten

Bij bedrijven en consumenten verschuift de aandacht van afval naar gebruik maken van duurzame grondstoffen en technieken waarmee hoogwaardig hergebruik beter mogelijk wordt. Zo is er het convenant Circulaire Grond Weg en Waterbouw. Ook in de regionale Woondeal speelt circulariteit inmiddels een grotere rol. Uitgangspunt bij circulair denken en doen is de R-Ladder Circulariteit van het Planbureau voor de Leefomgeving waarbij de nadruk ligt op het voorkomen van afval en het zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken van materialen en grondstoffen. Ook het initiatief BE Positive gericht op het energie positief maken van bedrijven besteedt aandacht aan hoe bedrijven met grondstoffen omgaan. De gemeente Overbetuwe streeft naar het effectief gebruik maken van nationale en regionale instrumenten bij het stimuleren van de circulaire economie onder bedrijven en inwoners.

Probleemstelling

• Bedrijven en consumenten zijn zich nog niet altijd bewust van circulaire • mogelijkheden; • Voorbeelden zijn onvoldoende bekend en mogelijkheden zijn niet onderkend.

Stip op de horizon, doelen • • • • •

Bedrijven CE minded maken zodat ontwikkeling meer autonoom wordt; Consumenten CE minded maken zodat circulaire vraag groeit; Consumenten bewuster laten omgaan met producten, minder afval; Gebruik maken van duurzame materialen met een lage milieuvoetafdruk; Voorzieningen bieden die de circulaire economie stimuleren.

Welke effecten willen wij bereiken met circulaire economie?

• In relatie tot de regionale opgave Circulaire Regio is de nul-situatie vastgesteld, hoe staat het met de circulaire economie in Overbetuwe, inclusief inzicht in de mogelijkheden om verder circulair te worden;

19

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

• Identificatie en ondersteuning van koploper bedrijven die verder willen met CE, inclusief mogelijkheden scheiding afvalstromen bij bedrijven ten behoeve van hoogwaardig hergebruik; • Duurzame lokale evenementen, inclusief gescheiden inzameling en afvalpreventie; • Voorkomen van lokaal zwerfvuil bij activiteiten. Van doel naar acties: programmatisch gericht, participatie gericht, duurzaam breed met focus • Nul-situatie: hoe circulair en duurzaam zijn bedrijven nu in Overbetuwe, inclusief het opsporen van goede voorbeelden in gemeente/regio en deze een (regionaal) podium bieden; • Kennisoverdracht via regio, bedrijven bewust maken van mogelijkheden CE; • Platform mogelijkheden ontwikkelen, bedrijven leren regionaal van elkaar. Speerpuntprojecten circulaire economie De volgende drie projecten worden als speerpunten gezien in de groei van circulaire denken en doen bij bedrijven en consumenten: 1. Toepassen van circulair gedachtengoed bij nieuwbouw van bedrijven en woningen door hier bij interactie met initiatiefnemers regionaal op aan te sturen en zo mogelijk vast te leggen in afspraken, voor woningbouw maken we gebruik van de afspraken over circulair bouwen in de Woondeal; 2. Circulair opdrachtgeverschap en circulair inkopen bij projecten Grond, Weg- en Waterbouw (GWW) conform het regionale convenant Circulariteit in GWW sector; 3.

Vergroten van bewustwording bij bedrijven en organisatie m.b.t. circulair denken en grondstoffen gebruik. Benadering van bedrijven die (naar omvang of aard) voldoende mogelijkheden hebben. Wat is de specifieke rol van de gemeente bij circulaire economie? De invloed op bedrijven als overheid is op het gebied van handhaving van bestaande weten regelgeving en vestigingsbeleid beperkt nauwelijks af te dwingen. De uitdaging voor de komende jaren is om CE (hoger) op de agenda te krijgen van de bedrijven in Overbetuwe en dit waar mogelijk hand in hand te laten gaan met energietransitie om zo steeds duurzamer bedrijven te krijgen. Ook in combinatie met het voor bedrijven aantrekkelijk te maken om zich in Overbetuwe te vestigen zoals groene bedrijventerreinen en aantrekkelijke kavels. Gericht op particulieren, maar ook bedrijven in hun rol als afvalproducent, is voortzetting van het afvalbeleid mogelijk gericht op preventie, het creëren van hoogwaardige kringlopen en het dichterbij brengen van de productie bij consumenten zodat bewustwording van kringlopen mogelijk wordt en zij actief betrokken kunnen zijn. Vele vormen zijn daarbij denkbaar zoals volkstuinen, tuinieren bij de boer, reparatie, kringloop van goederen, via lenen, et cetera.

Kringlopen brengen mensen en bedrijven dichter bij elkaar, er komt meer begrip en het werkt stimulerend om samen te ondernemen en zo afscheid te nemen van de lineaire economie. Samenwerking met partners • Bewustwording van noodzaak en waarde kringloopeconomie voor de samenleving; • Deelnemen aan platforms, netwerken van waaruit kringlopen georganiseerd kunnen worden; • Stimuleren van kringloopeconomie door vraag en aanbod bij elkaar te brengen, pilots. Eigen gemeentelijke verantwoordelijkheid • Duurzaam inkopen, goederen die langer meegaan en verantwoord zijn geproduceerd en/of worden onderhouden dit op basis van grondstoffen met een lage milieu impact en met goede mogelijkheden tot hergebruik aan einde van gebruiksperiode; • Bewustwording eigen personeel om zuinig en duurzaam om te gaan met goederen en verbruiksartikelen; • Faciliteiten bieden voor recycling; • Wees zuinig met water; • Koop lokaal; stimuleren aankopen bij lokale bedrijven.

20

4.2

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Voedsel

De voedselketen heeft een grote impact op ons milieu en legt een groot beslag op grondstoffen en energie. Vanuit de mogelijkheden die er in Overbetuwe zijn willen wij deze voedselketen zo duurzaam mogelijk inrichten.

Probleemstelling • • • •

Voedselproductie leidt tot te veel milieubelasting, zeker als het voedsel over grote afstanden getransporteerd wordt; Voedselproductie heeft soms een negatieve milieu-impact; De gemeente heeft nauwelijks invloed op de voedselproductie.

Stip op de horizon, doelen

• Meer productie voedsel in Overbetuwe voor lokaal/regionaal gebruik met korte ketens; • Bewustwording van duurzaam voedsel bij consument.

Welke effecten willen wij bereiken op het gebied van duurzaam voedsel? • • • • • • • •

Nul-situatie is vastgesteld, hoe staat het nu met voedselproductie in Overbetuwe? Volume en aantal initiatieven lokale voedselproductie is significant toegenomen; Meer situaties waar inwoners direct betrokken zijn bij voedselproductie; Bij evenementen en in publieke sector wordt bewust lokaal voedsel gepromoot en gebruikt; Meer boeren zijn overgestapt op kringlooplandbouw1; Duurzaam voedsel is op meer plekken en laagdrempeliger beschikbaar voor iedereen; De lokale productie (variatie en volume) van duurzaam voedsel is gestegen; Inwoners en bedrijven zijn bekend met wat Overbetuwe en de regio hier te bieden heeft.

Van doel naar acties: programmatisch gericht, participatie gericht, duurzaam breed met focus • Stimuleren kringlooplandbouw en lokale (regionale) productie van voedsel; • Stimuleren volkstuinen inclusief duurzaam conserveren en verkoop overschot; • Stimuleren eten met de seizoenen, lage water- en CO2 footprint voedsel; • Stimuleren duurzaam voedsel bij bedrijven en in zorginstellingen; • Zorgen voor een gezond inkomen door directe verkoop aan consument; • Combineren van voedselproductie met klimaatadaptatie-onderwerpen. Speerpuntprojecten voedselketen De volgende twee projecten worden als speerpunten gezien in de ontwikkeling van duurzame voedselketens: • Hoe staat het met voedselproductie dichtbij in Overbetuwe (nulmeting). Letterlijk in kaart brengen wat Overbetuwe (en regio) te bieden heeft voor consumenten en bedrijven. Gecombineerd met bewustwording en communicatie via huis aan huis bladen of events over de meerwaarde van duurzaam voedsel en wat wel/niet duurzaam is; • Stimuleren van initiatieven (promotie, communicatie, organisatie) gericht op duurzame voedselproductie in eigen gemeente, gaat om keten van productie tot consument. Wat is de specifieke rol van de gemeente bij lokale voedselproductie? Duurzaam voedsel en rol gemeente: de productie en het gebruik van duurzaam voedsel laat zich alleen stimuleren en niet verplichten.

Het gaat om meer bekendheid geven aan, vraag en aanbod bij elkaar brengen en trots zijn op producten uit eigen regio. De gemeente kan dit stimuleren en ondersteunen, dit samen met organisaties die zich hiervoor inzetten. Stimuleren van plaatselijke inzet menskracht.

1

Heeft ook een link met de klimaatadaptatie onderwerpen, zie hoofdstuk 5

21

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Samenwerking met partners • Ondersteunen van initiatieven bij particulieren en bedrijven gericht op lokale productie; • Bewustwording van noodzaak en waarde lokale voedselproductie voor de samenleving: gezond, lekker en betaalbaar; • Creëren van platforms, netwerken van waaruit kringlopen georganiseerd kunnen worden; • Bekendheid geven en verbinding maken met bestaande platforms; • Stimuleren van lokale voedselproductie door vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Eigen gemeentelijke verantwoordelijkheid Gezond leven en eten op het werk en thuis door collectief mogelijkheden aanbieden aan personeel en delen van ervaringen met elkaar.

22

5

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Klimaatadaptatie

Klimaatadaptatie gaat over het aanpassen van onze leefomgeving zodanig dat de gevolgen van klimaatverandering beter kunnen worden opgevangen. Aandacht wordt besteed aan twee onderwerpen: • Biodiversiteit, zie 5.1; • Groen en landschap, zie 5.2. De onderwerpen biodiversiteit én groen en landschap zijn verwant aan elkaar maar hebben beide ook andere specifieke aandachtsgebieden. Vandaar dat deze onderwerpen apart aandacht behoeven. Sommige acties ter bevordering van biodiversiteit en groene landschappen zullen dan ook van toepassing zijn op beide onderwerpen en aanspraak maken op dezelfde budgetten of subsidies. Andere acties zullen voornamelijk van toepassing zijn op één van de twee onderwerpen.

5.1

Biodiversiteit

In Overbetuwe wordt al geruime aandacht besteed aan groene landschappen en biodiversiteit via het Landschapsontwikkelingsplan (LOP), in samenhang met het Bestemmingsplan Buitengebied Overbetuwe. Onlangs is hier het Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte aan toegevoegd. Beide plannen worden periodiek uitgewerkt voor uitvoering in de praktijk. De routekaart wil volledig aansluiten bij bestaand (en te actualiseren) beleid en de uitvoeringsplannen die daaruit volgen.

Probleemstelling

• De natuur verschraald, wordt eentonig en daardoor kwetsbaar; • Natuur essentieel voor voortbestaan (insecten, vogels) neemt af.

Stip op de horizon; doelen

• Wij willen aantrekkelijke natuur in openbaar groen en landschap bieden voor mens, plant en dier; • Een praktisch uitvoerbare aanpak moet verder worden ontwikkeld en uitgevoerd; • De biodiversiteit moet in omvang en kwaliteit toenemen; • Biodiversiteit tonen, laat de rijkdom van Overbetuwe zien.

Welke effecten willen wij bereiken bij biodiversiteit?

• Werken aan behoud en uitbreiding van biodiversiteit is gemeengoed geworden; • Inspanning is gebaseerd op een breed gedragen uitvoeringsprogramma op basis van Landschapsontwikkelingsplan en Integraal Kwaliteitsplan (IKP) Openbare Ruimte; • Biodiversiteit is in kaart gebracht, inclusief de gebieden van zorg, monitoring is ontwikkeld. Hiervoor is aanvullende capaciteit en financiële middelen nodig; • Alle activiteiten waarbij de gemeente betrokken is worden getoetst aan biodiversiteit; • Inwoners en bedrijven worden gestimuleerd om bio-diverser te worden. Van doel naar acties: programmatisch gericht, participatie gericht, duurzaam breed met focus • Samen met natuurorganisaties (actueel) plan opstellen waar biodiversiteit knelpunten/kansen liggen. Geactualiseerde doelstellingen zoals het vergroten van biodiversiteit in het landschap worden verwerkt in het nog te actualiseren LOP; • Biodiversiteit vergroten samen met vrijwilligers en boeren; • Biodiversiteit en waterkwaliteit bevorderen in samenwerking met Waterschap Rivierenland; • Biodiversiteit vergroten door stimuleren van agrariërs onder andere door kringlooplandbouw en akkerranden (streven circa 10 hectare per jaar erbij).

23

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

Speerpuntprojecten biodiversiteit De volgende vijf projecten worden als speerpunten gezien in het vergroten van de biodiversiteit: 1. Uitvoering van de zes opgaven uit het IKP Openbare Ruimte; 2. Toepassen van Bioplus conform plan zoals vastgesteld bij beheer; 3. Ontwikkeling landschapszones De Danenberg, Knoop 38 en Boven-Linge; 4. Uitvoeren Bermbeheerplan; 5. Voortzetten akkerrandenproject. Wat is de specifieke rol van de gemeente bij verbeteren biodiversiteit? Biodiversiteit en rol gemeente: biodiversiteit is een onderwerp wat meer aandacht moet krijgen in de uitvoering van beleid. Als kader hiervoor dient het Integraal Kwaliteitsplan Openbare Ruimte en het Landschapsontwikkelingsplan. Samenwerking met partners • Ondersteunen van initiatieven bij particulieren en bedrijven gericht op biodiversiteit; • Bewustwording van noodzaak en waarde biodiversiteit voor de samenleving, wat is het? • Deelnemen aan platforms en netwerken van waaruit biodiversiteit georganiseerd kan worden; • Samen met marktpartijen aanbieden van mogelijkheden tot biodivers handelen; • Toetsen van publieke en vergunningsplichtige projecten op bijdrage biodiversiteit; • De gemeente stimuleert grondeigenaren in het buitengebied om biodiversiteit te vergroten; • De gemeente ondersteunt de ruim 250 landschapsvrijwilligers (knotgroepen, hoogstambrigade, vogelwerkgroep en natuurgroepen) in hun activiteiten.

Eigen gemeentelijke verantwoordelijkheid • Bij inrichting en beheer openbare ruimte aandacht voor biodiversiteit.

5.2

Adaptieve groene omgeving

Algemeen In het algemeen gelden voor klimaatadaptatie in een groene omgeving de uitgangspunten uit de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) Rivierenland. die geconcretiseerd zijn in LOP en vooral IKP Openbare Ruimte (zie ook 5.1.1). Hieronder wordt verder ingegaan op de specifieke probleemen doelstellingen voor de groene omgeving.

Probleemstelling

Het landschap verstedelijkt. Er wordt onvoldoende landschappelijk tegenwicht geboden aan verstedelijking. De omgeving is daarbij niet goed ingericht op het veranderende klimaat. Daarom hebben we vaker last van hetere zomers, hevigere regenbuien en langere perioden van droogte.

Stip op de horizon; doelen

• Een regionaal landschappelijk raamwerk biedt tegenwicht tegen verstedelijking met behoud en versterking van de bestaande landschappelijke kwaliteiten en het ontwikkelen van nieuwe landschappelijke zones; • De omgeving is beter bestand tegen het veranderende klimaat, zodat negatieve effecten van wateroverlast, langdurige droogte en hitte worden voorkomen of verminderd.

Welke effecten willen wij bereiken voor een adaptieve groene omgeving?

• Bewustwording en kennis van de urgentie tot klimaatadaptatief handelen bij inwoners, bedrijven en organisaties; • Een regionaal raamwerk ontwikkeling met o.a. regionale kaart Adaptieve Groene Omgeving; • Park Lingezegen ontwikkelt door en de groenzones De Danenberg en Knoop 38 zijn in uitvoering; • Versterking landschappelijke parels (uiterwaarden, landgoederen, Linge en dergelijke). Toekomstperspectief voor landbouw in agrarische gebieden in relatie tot klimaatbestendige inrichting van de land- en tuinbouw voor de langere termijn;

24

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2025

• Bij herinrichting of ontwikkeling van woon- en werkgebieden heeft klimaatadaptatie een plek. Van doel naar acties: programmatisch gericht, participatie gericht, duurzaam breed met focus • Ontwikkeling regionaal landschappelijk raamwerk; • Maatregelen ter versterking van landschappelijke parels uitvoeren; • Groennormen en ontwerpprincipes geformuleerd voor het klimaatadaptief ontwikkelen van bebouwd en onbebouwd gebied; • Klimaatadaptief handelen stimuleren bij inwoners en bedrijven in de regio (participatie). Wat is de specifieke rol van de gemeente bij bevorderen adaptieve groene omgeving? Om de verstedelijkingsopgaven goed en adaptief in te bedden dient de gemeente regionaal samen te werken. Naast de regionale samenwerking dient de gemeente ook lokaal actief te zijn om zo te werken aan een groene adaptieve omgeving. Dit is mogelijk door stimulering van grondeigenaren, inwoners en bedrijven en door regelgeving, communicatie en financiële instrumenten. Samenwerking met partners • Regionale samenwerking conform de Regionale Adaptie Strategie Rivierenland; • Ondersteunen van initiatieven bij particulieren en bedrijven gericht op een adaptieve groene omgeving; • Deelnemen aan platforms, netwerken tot behoud en versterking adaptieve groene omgeving; • Toetsen van publieke en vergunningsplichtige projecten op bijdrage aan groep en klimaatadaptatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=68ce3977-0139-427d-9743-4f585d952894