21-12-07-09 Relevant stuk 3 Financiële Verordening 2022 was-wordt lijst
Tekst van het document
Financiële verordening “was-wordt lijst” Artikel Artikel1 Definities
Artikel 3 Inrichting begroting
Financiële verordening 2017 a. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Overbetuwe en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; b. college: het college van burgemeester en wethouders; c. jaarstukken: de jaarrekening, het jaarverslag en de bijbehorende stukken van een begrotingsjaar; d. overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een per-sonenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onder-neming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt; e. structurele baten en lasten: baten en lasten die zich gedurende minimaal vier jaar voordoen; f. team: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college.
Financiële verordening 2021 a. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Overbetuwe en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; b. bbv: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten; c. college: het college van burgemeester en wethouders; d. jaarstukken: de jaarrekening, het jaarverslag en de bijbehorende stukken van een begrotingsjaar; e. overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een per-sonenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onder-neming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt; f. structurele baten en lasten: baten en lasten zonder een specifieke einddatum; g. team: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college.
Motivatie Begrip BBV toegevoegd zodat er in de rest van de verordening volstaan kan worden met de afkorting.
1.
1. Bij de begroting en de jaarstukken worden de baten en lasten per taakveld weergegeven onder elk van de
Lid 1: Aanpassing sluit aan bij de modelverordening van de VNG
Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het overzicht
Definitie van structurele baten en lasten aangepast aan de aanscherping hiervan in de BBV notitie “structurele en incidentele baten en lasten”.
en jaarstukken
2.
3.
4.
Artikel 7 Tussentijdse rapportages
1.
Artikel 10 Waardering en afschrijving vaste activa
1.
2.
3.
van baten en lasten en het overzicht van de overhead, de baten en lasten per taakveld weergegeven. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt, in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV, inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. In de jaarstukken wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. Het college informeert de raad viermaal per jaar door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting. Immateriele en materiele vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. De kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Over nieuwe investeringen wordt het eerste jaar geen afschrijving en rente berekend.
programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead. Lid 5 NIEUW In de verplichte bijlage incidentele baten en lasten worden ramingen van € 150.000 en hoger voorzien van een toelichting.
1.
1.
2.
3.
4.
Lid 5: Wettelijk gezien dienen alle incidentele baten lasten toegelicht tenzij de gemeenteraad hier een ondergrens voor heeft vastgesteld. Om te voorkomen dat de bijlage incidentele baten en lasten verzandt in details, besloot de raad bij de vaststelling van de begroting 2022 de ondergrenste bepalen op € 150.000
Het college informeert de raad tweemaal per jaar door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting.
Op basis van een raadsbesluit zijn er miv 2020 nog twee tussenrapportages per jaar.
Immateriele en materiele vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. De kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Over nieuwe investeringen wordt in het jaar, volgende op het jaar van ingebruikname van het actief, rente en afschrijving geraamd in de begroting. In de jaarstukken worden de toe te rekenen
Lid 3 en 4 van dit artikel zijn aangepast overeenkomstig de gehanteerde werkwijze.
rentelasten berekend op basis van de boekwaarde van het in ontwikkeling zijnde actief op 1 januari van het betreffende jaar. In de jaarrekening wordt de werkelijke afschrijving verwerkt met ingang van het jaar volgende op het het jaar van werkelijke ingebruikname van het actief.
Bijlage Afschrijvingsbeleid bij artikel 10
Algemene uitgangspunten Lid 2: Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 worden niet geactiveerd, met uitzondering van gronden en terreinen.
Algemene uitgangspunten Lid 2: Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 20.000 worden niet geactiveerd, met uitzondering van gronden en terreinen
MVA met economisch nut, lid 1, sub f en g Sub f : 3 jaar: smartphones, tablets, laptops; Sub g: 5 jaar: overige automatiseringsapparatuur/hulpmiddelen.
MVA met economisch nut, lid 1 sub f: 5 jaar: ICT voorzieningen die niet vallen onder de ‘Dienstverleningsovereenkomst ICT samenwerking Gemeenten Lingewaard en Overbetuwe Sub g: vervallen
MVA met een maatschappelijk nut, lid 1 Materiele vaste activa met maatschappelijk nut worden afgeschreven in 20 jaar. Voor de praktische toepassing hieronder een aantal voorbeelden op welke activa dit zoals van toepassing is: parken, plantsoenen, sportvelden, groenvoorzieningen, wegen, pleinen, rotondes, tunnels, viaducten, bruggen, geluidswallen, straatmeubilair, kaders, sluizen en waterkeringen.
MVA met een maatschappelijk nut, lid 1 Voor investeringen in de openbare ruimte geldt een afschrijvingstermijn van 40 jaar, met uitzondering van investeringen die een kortere levensduur hebben. MVA met een maatschappelijk nut, lid 2 In afwijking van lid 1 kan in een door de raad vastgesteld beheerplan een afwijkende levensduur opgenomen zijn en een minimum omvang van het te activeren investeringsbedrag. Lid 4 NIEUW Voor de aanleg van kunstgrasvelden geldt een
Dit artikel is voor de investeringen in de openbare ruimte aangepast aan de besluitvorming hierover in de Kadernota 2022. Voor de ICT investeringen aangepast rekening houdend met de afspraken in het kader van de ICT samenwerking met de gemeente Lingewaard.
afschrijvingstermijn voor de toplaag van 14 jaar en voor de ondergrond van 30 jaar. Artikel 11 Reserves en voorzieningen
Artikel 12 Kostprijsberekening
1.
In de begroting en jaarstukken vindt de renteberekening- en toerekening plaats in overeenstemming met de uitgangspunten van het in de Kadernota 2017 opgenomen Renterapport Lid 6: Het percentage voor de toerekening van de rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld en gebaseerd op de uitgangspunten van het Renterapport bij de Kadernota 2017.
1.
In de begroting en jaarrekening wordt geen rente berekend over de reserves, tenzij de reserve in het leven is geroepen voor de dekking van kapitaallasten.
Lid 6: Het percentage van de omslagrente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het achtste en negende lid. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond. Lid 7 Nieuw: In afwijking van het 6e lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. Lid 8 Nieuw: Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in het zevende lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De hoogte van het
De verwijzing naar het Renterapport zijn vervangen door de concrete handelswijze.
De verwijzing naar het Renterapport 2017 is vervangen door wijze van berekening die in de BBV is voorgeschreven en derhalve ook is opgenomen in de modelverordening van de VNG.
rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt bepaald aan de hand van de bij de begroting geraamde rentekosten als percentage van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt op een half procent afgerond.
Artikel 20 overgangsrecht
Lid 2: Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de Financiële verordening gemeente Overbetuwe 2007 van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening.
Lid 9 Nieuw: Als het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen zoals berekend overeenkomstig het achtste lid een percentage oplevert dat lager of gelijk is aan 1,0% dan bedraagt het rentepercentage voor deze rentevergoeding 1,5%. Lid 2 is vervallen
Dit lid is niet meer van toepassing omdat in de Kadernota 2022 nieuwe afschrijvingstermijnen zijn opgenomen die ook gaan gelden voor bestaande (oudere) investeringen.