CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-11-09.18 Relevant stuk 1, K2 2021 monitor Sociaal domein

Gemeenteraadsvergadering 9 november 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: 2e Bestuursrapportage 20218.089 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Monitor sociaal domein Gemeente Overbetuwe Tweede kwartaalrapportage 2021

Versie: 0.1 Datum: 01-09-2021 Steller: T. Heutinck / E. Haanraadts

Inhoud Inhoud .........................................................................................................................2 1 Inleiding ................................................................................................................3 2 Toegang................................................................................................................4 2.1 2.2 2.3 2.4

3

Jeugdhulp.............................................................................................................7 3.1 3.2 3.3 3.4

4

Aantallen Wmo .......................................................................................................12 Verdieping maatwerkvoorzieningen Wmo ...........................................................13 Top 10 aanbieders Wmo ........................................................................................15

Participatiewet ...................................................................................................16 5.1 5.2 5.3 5.4

6

Aantallen Jeugdhulp ................................................................................................7 Verdieping maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp....................................................8 Verwijzers Jeugdhulp ............................................................................................10 Top 10 aanbieders Jeugdhulp...............................................................................11

Wmo ....................................................................................................................12 4.1 4.2 4.3

5

Aantal ondersteuningsvragen STO ........................................................................4 Aantal zorgelijke- en zorgmeldingen......................................................................5 Wachttijden ...............................................................................................................5 Bezwaren en adviezen .............................................................................................6

Aantal regelingen Participatiewet en TOZO.........................................................16 In- en uitstroom ......................................................................................................17 Volume index uitkeringen......................................................................................18 Gegevens Meedoen-regeling Overbetuwe...........................................................19

Betaalbaarheid en financiële maatregelen ......................................................21 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Ontwikkelingen betaalbaarheid sociaal domein .................................................21 Prognose resultaat 2021........................................................................................21 Besparing en investering per financiële maatregel ............................................24 Mutaties in bestuursrapportage............................................................................26 Stand van zaken per financiële maatregel ...........................................................26

Bijlage: Begrippen....................................................................................................29

1 Inleiding Voor u ligt een integrale monitor sociaal domein over het tweede kwartaal van 2021. In deze kwartaalrapportage laten we zien hoe we er in het sociaal domein in Overbetuwe voor staan. Onze ambitie uit het beleidsplan Sociaal Domein 2020-2025 staat centraal: we zetten ons in om signalen vroegtijdig te signaleren en ondersteuning nabij, toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief goed te organiseren. Samen met onze (welzijns)partners werken we aan deze ambitie vanuit één integraal Sociaal Team Overbetuwe (STO). We rapporteren in de kwartaalrapportage over de operationele resultaten middels kwantitatieve metingen op basis van indicatoren. In de jaarrapportage rapporteren we daarnaast op strategisch niveau via een kwalitatieve meting op basis van KPI’s met streefwaarden om te kunnen volgen of we onze ambities waarmaken. In de jaarmonitor zullen we waar mogelijk ook vergelijken met andere gemeenten. Indicatoren In deze kwartaalrapportages rapporteren we aan de hand van deze indicatoren, bij de jaarmonitor 2021 koppelen we de indicatoren aan streefwaarden en gaan we dieper in op het realiseren van onze doelstellingen.

- Aantal ondersteuningsvragen van inwoners aan het STO - Aantal zorgelijke meldingen en zorgmeldingen - Wachttijden bij het STO - Aantal binnengekomen bezwaarschriften en afgegeven adviezen - Aantal inwoners met een maatwerkvoorziening - Maatwerkvoorzieningen naar leeftijdsgroep en zorgtype - Verhouding PGB – ZIN voor maatwerkvoorzieningen - Toegang tot Jeugdhulp via gemeente versus wettelijk bepaalde verwijzers - Het aantal inwoners met een regeling participatiewet - Aantal gestarte en beëindigde regelingen - Realisatie van ondersteuning ten opzichte van de begroting Doorontwikkeling monitor en externe omstandigheden (corona, aanbesteding) Met deze kwartaalrapportage zetten we weer een stap richting een betrouwbare monitor op basis waarvan we kunnen sturen. Ons dashboard is steeds beter gevuld, en het interne proces om te komen tot een goede duiding van de data is inmiddels ingericht. Vergelijkingen met 2020 blijven lastig. Ten eerste omdat 2020 een a-typisch jaar was vanwege corona, wat ook in 2021 nog een flinke invloed heeft op de samenleving. Ten tweede omdat we in 2020 te maken hadden wijzigingen bij de gecontracteerde aanbieders en de producten als gevolg van de regionale aanbesteding voor de Wmo en de Jeugdwet. En tot slot hadden we in 2020 geen kwartaalrapportage.

Financiën In deze kwartaalrapportage sociaal domein is een uitgebreide financiële rapportage toegevoegd, deze is input geweest voor de tweede bestuursrapportage. In de bijlage hebben we een begrippenlijst toegevoegd.

2 Toegang In dit hoofdstuk geven we inzicht in de resultaten op het gebied van de toegang en bezwaren in het tweede kwartaal van 2021 afgezet tegen het tweede kwartaal van 2020. We doen dit aan de hand van de volgende indicatoren: - Aantal ondersteuningsvragen van inwoners aan het STO - Aantal zorgelijke meldingen en zorgmeldingen - Wachttijden bij het STO - Aantal binnengekomen bezwaarschriften en afgegeven adviezen

2.1

Aantal ondersteuningsvragen STO 2020

2021 Totaal K2 2020 Apr Mei

Jun

Totaal K2 2021

74 172

154 267

355 670

4 16 3 1 1 3 73

4 6 4 5 1 2 104

3 21 2 2 2 141

11 43 9 6 4 7 318

459

372

592

1423

Apr

Mei

Jun

Jeugd Wmo STO per gebied Driel Elst Herveld-Andelst Heteren Oosterhout Slijk-Ewijk Zetten-Hemmen Overig

108 211

107 204

154 285

369 700

127 231

3 25 8 5 1 4 21

4 30 11 3 3 2 14

4 21 9 4 4 5 21

11 76 28 12 8 11 56

Eindtotaal

386

378

507

1271

Figuur 1 Aantal ondersteuningsvragen binnengekomen bij het STO, 2e kwartaal 2020 en 2e kwartaal 2021

Duiding ondersteuningsvragen STO In figuur 1 zien we het totaal aantal geregistreerde ondersteuningsvragen bij het STO. De vragen die in deze tabel per STO-gebied zijn weergegeven, betreft vragen van inwoners waar de ondersteuning direct is opgepakt door het STO. De rest van de cijfers betreft vragen die nader onderzocht moesten worden dan wel waar naar een maatwerkvoorziening is verwezen. Het totaal aantal vragen dat binnen is gekomen bij het STO is in het tweede kwartaal 2021 licht toegenomen ten opzichte van het tweede kwartaal 2020. Het screenersteam kijkt in eerste instantie met de inwoner of een basisvoorziening passend is. De informatie uit tabel 1 is nog niet te vergelijken met andere tabellen in deze rapportage. We implementeren in de laatste maanden van 2021 een beter registratieproces van alle vragen die binnen komen bij het STO en de afhandeling ervan. Zodat we beter zicht krijgen op vragen per leefgebied, wachttijden en op- en afschaling (zichtbaar maken tot welke ondersteuning de vraag heeft geleid: eigen netwerk, basisvoorziening of maatwerkvoorziening). Ook de start medio 2021 van het STO screenersteam draagt hier aan bij.

2.2

Aantal zorgelijke- en zorgmeldingen

Maand April ‘21 Mei ‘21 Juni ‘21 Totaal

Zorgelijke melding 1 2 4 7

Zorgmelding 2 5 5 12

Figuur 2 Aantal zorgelijke meldingen en zorgmeldingen binnengekomen bij het IVT/STO (definitie begrippen: zie bijlage)

Maand April ‘21 Mei ‘21 Juni ‘21 Totaal

Advies Veilig Thuis 7 8 22 37

Melding Veilig Thuis 18 13 24 55

Figuur 3 Aantal meldingen en adviezen dat binnen is gekomen bij Veilig Thuis voor Overbetuwe

Duiding cijfers interventieteam en Veilig Thuis We hebben helaas geen beschikking over de volledige cijfers van Veilig Thuis van 2020. Het aantal meldingen bij Veilig Thuis is in het tweede kwartaal gestegen ten opzichte van het eerste kwartaal, toen waren er 35 meldingen. Deze stijging komt voornamelijk doordat de politie meer capaciteit heeft. Het totaal aantal meldingen over het eerste half jaar van 2021 is 88, dit ligt in lijn met de meldingen die we in de eerst half jaren van 2019 (95) en 2020 (91) hadden. Het verhoogde aantal meldingen bij Veilig Thuis heeft in het tweede kwartaal nog weinig effect gehad op het aantal zorgmeldingen bij het interventieteam. Dit heeft als reden dat een groot gedeelte van de meldingen die binnenkomen bij Veilig Thuis overgedragen worden naar andere partijen, of afgesloten worden zonder vervolg. En daarnaast is er bij Veilig Thuis door organisatorische veranderingen nog sprake van een kleine achterstand in de verwerking en behandeling van de meldingen. Waardoor er mogelijk nog een aantal meldingen uit het tweede kwartaal overgedragen kunnen worden als zorgmelding aan het interventieteam.

2.3

Wachttijden

Op het moment dat een vraag binnenkomt bij het STO moet binnen 6 weken onderzoek gedaan zijn en vervolgens binnen 2 weken een besluit genomen worden (wettelijke termijn). - Jeugd: de wachttijd bij jeugd van moment melding tot aan eerste contact/afspraak is momenteel binnen de wettelijke 6 weken. Echter we zien dat de druk momenteel oploopt door beperkte capaciteit tijdens de vakantieperiode en personele wisselingen. - Wmo: de laatste maanden zijn de wachttijden voor Wmo verder opgelopen. Op dit moment zitten we op ongeveer 3 maanden wachttijd voor eenvoudige vragen, en voor gecompliceerde zaken zelfs iets daarboven. We hebben een verbeterplan opgesteld om de wachttijd terug te brengen binnen de wettelijke termijn. We investeren in formatie, daarnaast brengen we structurele verbeteringen aan in het werkproces en de registratie en werken we aan vermindering van de administratieve druk. Dit verbeterplan wordt met hoge urgentie uitgevoegd, het streven is dat de wachttijden eind 2021 binnen de wettelijke termijnen vallen. - Participatiewet: er is geen wachttijd voor aanvragen voor een bijstandsuitkering. Bij aanvragen voor de Meedoen-regeling is een korte wachttijd (circa vier weken), de verwachting is dat deze op korte termijn ingelopen is.

2.4

Bezwaren en adviezen

Figuur 4 Aantal binnengekomen bezwaarschriften per wet in het 2e kwartaal 2021

Figuur 5 Aantal afgegeven adviezen op bezwaarschriften per wet in het 2e kwartaal 2021

Toelichting bezwaren en adviezen Bezwaarschriften, adviezen en beslissingen worden niet per definitie opeenvolgend in hetzelfde kwartaal afgerond. Het kan hierdoor voorkomen dat er adviezen en beslissingen in het tweede kwartaal van 2021 zijn afgegeven op bezwaarschriften uit eerdere kwartalen. Er zijn in het tweede kwartaal van 2021 13 beslissingen op bezwaar genomen (2x Wmo en 11x Participatiewet). In al deze gevallen is het advies van de commissie gevolgd. Daarnaast zijn er zijn in het tweede kwartaal van 2021 3 klachten ingediend met betrekking tot het Sociaal Domein. Deze klachten zijn nog in behandeling, er is nog geen uitkomst bekend en geen (formele) afhandeling geregistreerd.

3 Jeugdhulp In dit hoofdstuk geven we inzicht in de resultaten van Jeugdhulp in het tweede kwartaal van 2021 afgezet tegen het tweede kwartaal van 2020 aan de hand van de volgende indicatoren: - Aantal jeugdigen met een maatwerkvoorziening - Maatwerkvoorzieningen jeugdhulp naar leeftijdsgroep en zorgtype - Verhouding PGB – ZIN voor maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp - Toegang tot Jeugdhulp via gemeente versus wettelijk bepaalde verwijzers

3.1

Aantallen Jeugdhulp

Figuur 6 Aantal unieke jeugdigen met één of meerdere lopende maatwerkvoorzieningen

Figuur 7 Aantal lopende maatwerkvoorzieningen voor jeugdigen

Duiding aantallen Jeugdhulp Figuren 6 en 7 geven inzicht in het aantal maatwerkvoorzieningen dat door jeugdigen gebruikt is en het aantal unieke jeugdigen met een maatwerkvoorziening; één jeugdige kan meerdere voorzieningen gebruiken. Ons streven is een daling van het aantal jeugdigen met een maatwerkvoorziening door maatregelen zoals de nieuwe regionale contractering, het screenersteam

en de PO J. Deze daling zien we nog niet terug in de totale cijfers, de implementatie van de maatregelen is nog volop in ontwikkeling en heeft meer tijd nodig om zichtbaar resultaat op te leveren. De gewenste beweging zien we wel voorzichtig terug wanneer we kijken naar de verschillende zorgtypen, dat is zichtbaar in de volgende figuren.

3.2

Verdieping maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp

Figuur 8 Aantal unieke jeugdigen met een lopende maatwerkvoorziening op peildatum, naar leeftijd

Figuur 9 Aantal lopende maatwerkvoorzieningen op peildatum, verdeeld naar zorgtype per leeftijdsgroep

Figuur 10 Verhouding PGB – ZIN voor gestarte maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp per kwartaal

Figuur 11 Aantal lopende maatwerkvoorzieningen op peildatum, onderverdeeld naar zorgtype

Duiding verdieping maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp De figuren 8 t/m 11 geven inzicht in de maatwerkvoorzieningen voor Jeugdhulp. Een aantal zaken verdient aandacht: - Regionale contractering. Er is een flink aantal producten gewijzigd bij de nieuwe regionale contractering per 1 juli 2021. Deze producten sluiten niet altijd aan bij de behoefte, en niet alle nieuwe afspraken zijn duidelijk bij aanbieders. Dit leidt tot discussie, en er worden nu soms meerdere voorzieningen ingezet bij een jeugdige waar voorheen één voorziening voldeed. Dit heeft in principe geen effect op de uitgaven. We gaan met de regio aan de slag om meer duidelijkheid bij alle betrokkenen te creëren. - De groep 18+ met een voorziening is net als het eerste kwartaal zichtbaar toegenomen. Dit komt doordat opvoedondersteuning voor ouders sinds augustus 2020 op naam van de ouders wordt geregistreerd en voorheen op naam van de jeugdige. Wel zien we dat soms dat een 18+ jongere te laat in beeld komt, waar eerder een GI de regie had. Hierdoor moet tijdelijk verlengde jeugdzorg voortgezet worden zodat er een plan gemaakt kan worden voor de toekomst. Dit heeft onze aandacht. - Jeugdhulp zonder verblijf: we zien conform onze verwachting een toename van voorzieningen per jeugdige, vooral in basisbegeleiding en specialistische begeleiding (GGZ) als gevolg van de gewenste daling van jeugdhulp met verblijf.

- Jeugdbescherming en jeugdhulp met verblijf: we zien de gewenste daling als gevolg van de inzet van de Praktijkondersteuner Jeugd (POJ). We houden echter rekening met een stijging de komende tijd, aangezien uitspraken bij de rechtbank uitgesteld zijn als gevolg van corona. Er is nog geen landelijke data beschikbaar om te kunnen vergelijken. Verder wordt er vanuit het STO minder ingezet op de drangtrajecten (preventief kader vanuit jeugdbescherming) omdat sprake is van lange wachtlijsten bij de GI’s. - Vervoer jeugdzorg. De stijging van 35% ten opzichte van juli 2020 wordt veroorzaakt doordat vervoer jeugdzorg vanwege corona heel laag was in juli 2020. Om de lange termijn ontwikkeling goed te kunnen bekijken richten we ons op een wat langere tijdsperiode. We zien dan een dalende trend van het aantal voorzieningen van begin 2019 tot nu, waarbij de nieuwe inkoopcontracten medio 2020 een duidelijk kantelpunt zijn. Binnen de nieuwe inkoopcontracten

-

-

3.3

is het vervoer naar de BSO+ nadrukkelijk de verantwoordelijkheid van de aanbieder, dit heeft geleid tot een daling. VVE (voorschoolse educatie) wordt ingezet door de jeugdarts van het consultatiebureau. We zien net als het eerste kwartaal een stijging. Dit komt doordat in 2020 veel kinderdagverblijven gesloten worden door corona, waardoor minder kinderen gezien werden. PGB en zorg in natura. We zien een stabiel beeld. Ook als we naar de financiële waarde van de afgegeven beschikkingen kijken, komt het beeld overeen.

Verwijzers Jeugdhulp

Figuur 12 Aantal lopende maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp op peildatum, verdeeld naar verwijzer

Duiding verwijzers Jeugdhulp Figuur 12 laat de verwijzingen per verwijzer naar maatwerkvoorzieningen zien. - Verwijzingen door huisartsen: het aantal verwijzingen door huisartsen is conform verwachting licht gedaald. De verwijzingen die huisartsen doen betreffen wel relatief vaak (dure) vormen van specialistische GGZ. Dit bespreken we met huisartsen en de PO J’s. - Verwijzingen door de jeugdarts: deze zijn toegenomen, met name jeugdhulp zonder verblijf. We bespreken dit met de jeugdarts, onlangs is een nieuwe jeugdarts gestart. - Verwijzingen jeugdbescherming: we hebben geen verklaring voor de toename. We bespreken dit met de Gecertificeerde Instellingen (GI). - Zelfverwijzers: dit betreft verwijzingen door dyslexie-aanbieders. We zien een toename, dit is conform afspraken met betreffende aanbieders. We gaan deze werkwijze van verwijzen en registratie veranderen, dit valt in de toekomst onder verwijzingen STO.

3.4

Top 10 aanbieders Jeugdhulp

Figuur 13 Top 10 aanbieders Jeugdhulp o.b.v. goedgekeurde declaraties, periode 1-1-21 t/m 30-06-21

Duiding top 10 aanbieders Het aantal maatwerk voorzieningen dat per aanbieder weergeven is, kan hoger lijken dan in werkelijkheid het geval is. Dit komt omdat er in periode 1 januari tot en met 30 juni voorziening geëindigd en direct weer gestart zijn. In dat geval worden twee voorzieningen geteld, terwijl het in werkelijkheid één traject betreft. Dit is onder ander bij de OG Heldringstichting het geval, waar er bij sommige trajecten bewust meerdere kortdurende voorzieningen worden afgegeven. Wat opvalt, is dat het aantal verwijzingen door het STO bij de grootste aanbieders relatief laag is, met uitzondering van Pluryn en Entrea. Dit maakt duidelijk dat de invloed van andere verwijzers groot is.

4 Wmo In dit hoofdstuk geven we inzicht in de resultaten op het gebied van de Wmo in het tweede kwartaal van 2021 afgezet tegen het tweede kwartaal van 2020. We doen dit aan de hand van de volgende indicatoren: - Aantal inwoners met een Wmo maatwerkvoorziening - Wmo maatwerkvoorzieningen naar leeftijdsgroep en zorgtype - Verhouding PGB – ZIN voor Wmo maatwerkvoorzieningen

4.1

Aantallen Wmo

Figuur 14 Aantal lopende maatwerkvoorzieningen WMO

Figuur 15 Aantal unieke inwoners met één of meerdere Wmo maatwerkvoorzieningen

Duiding aantallen Wmo De tabellen 14 en 15 geven inzicht in het aantal inwoners met een Wmo maatwerkvoorziening; één inwoner kan meerdere voorzieningen gebruiken. Het tweede kwartaal van 2021 zien we ten opzichte van juli 2020 een lichte toename van het aantal maatwerkvoorzieningen (+37 = 1%) en het aantal unieke inwoners met een voorziening (+18 = 1%). Deels gaat het om een autonome groei (vergrijzing, langer thuis wonen). En de invoering van het abonnementstarief laat de vraag stijgen. Als gevolg van de corona-maatregelen worden de intakes voornamelijk telefonisch gedaan. Dit maakt het moeilijker een aanvraag juist te beoordelen. Onze inzet is erop gericht om de maatwerkvoorzieningen voor de

Wmo zoveel mogelijk om te buigen tot een basisvoorziening, zodat we de groeiende groep inwoners met een ondersteuningsbehoefte kunnen blijven ondersteunen.

4.2

Verdieping maatwerkvoorzieningen Wmo

Figuur 16 Aantal unieke inwoners met lopende Wmo maatwerkvoorziening op peildatum, naar leeftijd

Figuur 17 Aantal lopende Wmo maatwerkvoorzieningen op peildatum, naar zorgtype, per leeftijdsgroep

Figuur 18 Aantal lopende Wmo maatwerkvoorzieningen op de betreffende peildatum, naar zorgtype

Figuur 19 Verhouding PGB – ZIN voor gestarte maatwerkvoorzieningen Wmo per kwartaal

Duiding verdieping maatwerkvoorzieningen Wmo We zien nog steeds een stijging van het aantal lopende maatwerkvoorzieningen (1%), maar deze is minder groot dan het eerste kwartaal van 2021 (5%). Deze stijging is met name te zien in de leeftijdscategorie van 65 jaar en ouder, in het bijzonder bij inwoners vanaf 80 jaar. Ook zien we een lichte toename bij jongeren onder de 18. - De toename van de huishoudelijke ondersteuning (+5%) is te verklaren door het abonnementstarief, maar ook door het feit dat het moeilijk is aan particuliere hulp te komen. Daarom wendt men zich nu makkelijker tot de Wmo. - Woonvoorzieningen: de stijgende lijn (+ 9%) is deels te verklaren door de toenemende vergrijzing en het langer thuis blijven wonen, maar ook door de krapte op de huizenmarkt. Inwoners die vanwege beperkingen zouden moeten verhuizen, blijven in hun eigen huis wonen. We zien verder een toename van het aantal pgb-aanvragen voor rolstoelen en tilliften in particuliere verzorgingshuizen. - De sterke daling in 2020 van het vraagafhankelijke vervoer (50% tov 2019) is in 2021 gestabiliseerd. Als gevolg van een teruglopende deelname door de corona maatregelen is ook het dagbestedingsvervoer afgenomen. - PGB-ZIN: in het tweede kwartaal van 2021 is het Pgb-gebruik na een stijging begin dit jaar weer op het niveau van 5% en komt overeen met het tweede kwartaal van 2020.

4.3

Top 10 aanbieders Wmo

Figuur 20 Top 10 aanbieders Wmo naar goedgekeurde declaraties, betrekkingsperiode 1-1-21 t/m 30-06-21

5 Participatiewet In dit hoofdstuk geven we inzicht in de resultaten op het gebied van de Participatiewet, TOZO en de meedoenregeling in het tweede kwartaal van 2021 afgezet tegen het tweede kwartaal van 2020. We doen dit aan de hand van de volgende indicatoren: - Het aantal inwoners met een regeling participatiewet - Aantal gestarte en beëindigde regelingen

5.1

Aantal regelingen Participatiewet en TOZO

Figuur 21 Aantal lopende regelingen IOAW, IOAZ en Participatiewet per maand per januari 2020

Duiding aantal regelingen Participatiewet Het eerste kwartaal zagen we al een lichte stijging van het aantal bijstandsuitkeringen. In het tweede kwartaal zien we dat deze stijging geleidelijk doorzet. De verwachting is dan ook dat het aantal bijstandsuitkeringen de komende periode langzaam op zal lopen. Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op het uitkeringsbestand. Het versoepelen van de corona maatregelen en de afbouw van een aantal regelingen kan in de toekomst leiden tot reorganisaties en ontslagen. Door op zowel lokaal als regionaal niveau mogelijkheden te benutten, proberen we de groei van het bijstandsbestand stabiel te houden. Binnen de nieuwe visie op re-integratie -Overbetuwe werktonderscheiden we drie groepen inwoners, op basis van baankansen: - Spoor 1: hierbij zetten we sterk in op inwoners van werk naar werk begeleiden en inwoners met een korte afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen. - Spoor 2: binnen deze groep gaan we inwoners werkfit maken. Middels een methodische werkwijze gaan we inwoners in een assessementcenter laten deelnemen aan diverse branches om hen stappen op weg naar werk te laten maken. Onderdeel van deze groep zijn ook inwoners met een indicatie banenafspraak (doelgroepenregister) - Spoor 3: binnen deze groep onderscheiden we inwoners die niet of heel moeilijk aan het werk kunnen.

Hierbij is participatie en meedoen in hun eigen omgeving voorlopig het hoogst haalbare. Credo is en blijft bij deze groep: participatie in onze lokale samenleving. Middels een meer methodische en outreachende aanpak binnen de nieuwe visie zorgen we ervoor dat inwoners niet of minder snel een uitkering aanvragen maar van werk naar werk begeleid worden. Vanwege een verandering in de achterliggende definitie- en berekenmethode zijn de cijfers van dit figuur niet één op één te vergelijken met de cijfers uit de eerste kwartaalrapportage. Daarnaast kunnen uitkeringen met terugwerkende kracht verleend of stopgezet worden, waardoor dat aantallen soms minimaal veranderen ten opzichte van vorige rapportages. Dit geldt ook voor onderstaande figuren.

Figuur 22 Aantal lopende regelingen TOZO per maand

Duiding aantallen TOZO Het aantal TOZO4 aanvragen is conform verwachting laag gebleven. Kijkend naar waar de TOZO voor bedoeld is, is het aantal nog relatief hoog te noemen. Mede omdat in oktober de TOZO regeling definitief zal eindigen. De kans is dan ook aanwezig dat deze ondernemers een beroep gaan doen op de algemene bijstand. Diverse consulenten zijn afgelopen periode in gesprek gegaan met deze laatste groep. Deze groep is te verdelen in ondernemers uit de cultuursector, evenementenbranche en de marginale zelfstandigen. Met name deze laatste groep zal mogelijk een beroep doen op de bijstand of Besluit bijstandverlening zelfstandigen.

5.2

In- en uitstroom

Figuur 23 In- en uitstroom regelingen IOAW, IOAZ en participatiewet, H1 2020 en H1 2021

Duiding In- en uitstroom In vergelijking met vorig jaar is de uitstroom nagenoeg gelijk. De instroom is echter flink gestegen ten opzichte van de instroom vorig jaar. Dit komt doordat relatief veel statushouders zich hebben gevestigd en het aflopen van kortdurend recht op een werkloosheidsuitkering.

5.3

Volume index uitkeringen

Figuur 24 Volume BUIG index voor de periode juli 2020 t/m juni 2021 t.o.v. december 2020

Figuur 25 Gemiddelde jaarprijs uitkering BUIG voor de periode juli 2020 t/m juni 2021

Duiding Volume index uitkeringen In figuur 24 zien we het bijstandsvolume en de ontwikkeling hiervan; de referentiemaand december 2020 is op 100 gesteld. Op die manier wordt inzichtelijk gemaakt hoe de groei en daling van het bijstand bestand in Overbetuwe ten opzichte van andere gemeenten van vergelijkbare grote heeft plaatsgevonden. De schommelingen bij ons zijn groter dan bij eigen grootteklasse en alle organisaties. Dit komt door de vergelijking van een absoluut getal (Overbetuwe) met een

gemiddelde. Ondanks de schommelingen in onze grafiek is de ontwikkeling van het volume BUIG tussen december 2020 en juni 2021 gemiddeld iets lager dan de referentiemaand, namelijk 99,6 (groene lijn). Hiermee lopen we gelijk aan de gemiddelde trend van organisaties van vergelijkbare grootte als Overbetuwe. De verwachting is dat de komende maanden dit getal richting 100 of zelfs iets daar boven zal stijgen. In figuur 25 is de gemiddelde prijs per uitkering weergegeven. Deze ligt lager dan het landelijk gemiddelde. Dit komt onder andere door een juiste verrekening van inkomsten en een relatief hoog aantal inwoners met parttime werk. Door parttime werk vullen wij minder aan op de uitkering. Dat de gemiddelde jaarprijs toch oploopt verklaren we door de stijging in het aantal bijstand aanvragen. De verhouding aantal bijstand aanvragen ten opzichte van aantal parttime werkers en verrekening van inkomsten is toegenomen. We verwachten dat de gemiddelde jaarprijs wat verder gaat oplopen.

5.4

Gegevens Meedoen-regeling Overbetuwe

2020 Volledig jaar

2021 T/m 6 augustus

Figuur 26 Aantal deelnemers Meedoen-regeling Overbetuwe naar rol

Figuur 27 Top 15 bestedingen en totaalbedrag per aanbieder Meedoen-regeling Overbetuwe in 2020

Figuur 28 Top 15 bestedingen en totaalbedrag per aanbieder Meedoen-regeling Overbetuwe t/m 6-8-2021

Duiding Meedoen-regeling Overbetuwe In het eerste kwartaal voorspelden we dat het totaal uitgegeven bedrag in 2021 uiteindelijk hoger zou uitkomen dan het totaal van 2020 (€73.015). Op peildatum 6 augustus is er al voor €101.425 besteed aan punten in de webwinkel. We zijn de bestedingen van 2020 dus al ruimschoots gepasseerd. Hieruit concluderen we dat de bekendheid en het gebruik van de Meedoen-regeling is gestegen. We zien dat ook terug aan het inloggedrag van mensen met een account, die dit jaar ook vaker inloggen dan vorig jaar. Het aantal deelnemers is slechts licht gestegen (+7 deelnemers) t.o.v. de cijfers uit de eerste kwartaalrapportage. Een verklaring kan zijn dat er door personeelstekort nog 56 aanvragen onbehandeld zijn. Deze achterstand verwachten we rond begin september ingehaald te hebben. De groei van 200 deelnemers in 2021 t.o.v. 2020 die we in het eerste kwartaal hebben voorspeld lijkt hiermee nog binnen bereik, maar is wellicht aan de hoge kant. Exclusief de 56 mogelijk nieuwe deelnemers zitten we op een totaal van 1315 deelnemers in 2021 op peildatum 6 augustus, ten opzichte van 1248 deelnemers in 2020.

6 Betaalbaarheid en financiële maatregelen De onbeheerst oplopende uitgaven voor de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet waren aanleiding om in te grijpen in het sociaal domein. In het beleidsplan Sociaal Domein 2020-2025 (vastgesteld 1011-2020) schetsen we een financieel kader voor de komende jaren, inclusief 18 maatregelen die gericht zijn op het beheersbaar maken en terugdringen van onze uitgaven. In dit hoofdstuk beschrijven we naast de uitgaven in het eerste half jaar van 2021 ook hoe dit zich verhoudt tot de initiële begroting voor 2021 en de realisatie in 2020, en doen we een prognose voor de uitgaven voor heel 2021. Daarnaast gaan we in op de investeringen en de besparen die we verwachten bij de maatregelen. Deze cijfers komen overeen met de tweede bestuursrapportage. Hierin vragen we in totaal € 2,4 miljoen aan extra budget aan om een realistische begroting te krijgen: € 1,9 miljoen voor de tekorten en € 533.000 voor de investeringen voor de maatregelen, dit bedrag is inclusief inzet van tijdelijke formatie (€ 335.000). Indicator: - Realisatie van ondersteuning ten opzichte van de begroting

6.1

Ontwikkelingen betaalbaarheid sociaal domein

In 2021 is voortvarend gestart met de implementatie van het beleidsplan en de uitvoering van de maatregelen. De maatregelen bestaan uit beleidsmatige ingrepen en aanpassingen in de bedrijfsvoering. We hebben inmiddels geconcretiseerd welke investeringen de maatregelen vragen en op welk moment de besparingen voorzien zijn. Alle maatregelen zijn inmiddels voorbereid en in uitvoering, en maken deel uit van de kwartaalrapportage. Voor enkele maatregelen geldt dat de implementatie afspraken met betrokken partners vraagt. Dit betreft vooral partners met wie er een subsidie- of inkooprelatie is. Met deze partijen maken we afspraken over hun bijdrage aan de realisatie van de maatregelen en de impact die dat voor hen heeft. Verschillende maatregelen vragen verder de bestuurlijke vaststelling van nieuwe kaders en regels; de voorbereiding hiervan loopt in alle gevallen. Deze worden opgenomen in de bestuurlijke planning. Naast de genoemde maatregelen, is gewerkt aan de bedrijfsvoering in het sociaal domein. We hebben nu een voortdurend en betrouwbaar inzicht in kosten en kwaliteit. Er is een kort-cyclische systematiek ingericht van evaluatie en bijsturing, waar beleid, uitvoering en ondersteuning in samenwerken. De informatievoorziening is versterkt en processen zijn vereenvoudigd volgens de Lean systematiek waardoor de efficiëntie en slagkracht is toegenomen.

6.2

Prognose resultaat 2021 JAAR

2021

OMSCHRIJVING BEGROOT

2021

2021

PROGNOSE RESULTAAT

JEUGDBUDGET

18.175

19.784

-1.609

WMO BUDGET

6.991

7.459

-468

PARTICIPATIE BUDGET

6.213

6.109

104

BASISVOORZIENINGEN SD

4.855

4.775

80

TOTAAL

36.235

38.128

-1.893

Tabel 1 prognose resultaat 2021 totaal

Toelichting per kolom  Begroot 2021 De begroting 2021 is geen realistische begroting meer, immers deze is gebaseerd op financiële kaders die destijds bij vaststelling golden, te weten de begrote uitgaven en de taakstelling voor het sociaal domein. Bovendien was nog onvoldoende zicht op het te verwachten effect van de maatregelen en de benodigde investeringen.  Prognose 2021 De kolom prognose 2021 geeft een realistisch beeld van de te verwachten uitgaven in heel 2021. Deze informatie is gebaseerd op de realisatie van het eerste half jaar van 2021, en er is rekening gehouden met de effecten en investeringen van de maatregelen.  Resultaat 2021 De kolom resultaat 2021 tenslotte betreft het verschil tussen de vastgestelde begroting 2021 en de prognose 2021. Het tekort van ruim 1,9 miljoen is verwerkt in de tweede bestuursrapportage. Dit betekent dat we in de derde kwartaalrapportage kunnen rapporteren op basis van een geactualiseerde begroting. Jeugdhulp 2021

realisatie

prognose

prognose

begroot

resultaat

OMSCHRIJVING

K1

K2

K3 & K4

2021

2021

2021

JEUGDHULP ZV

2.737

2.561

5.639

10.937

9.478

-1.459

JEUGDHULP MV

1.664

1.690

3.597

6.951

7.381

430

PGB JEUGD

98

100

342

541

346

-195

VERVOER JEUGDZORG

49

49

21

119

319

200

CORONA VERVOER

9

0

-9

0

0

-0

CORONA CONTINUITEIT

27

0

-27

-0

0

0

JEUGDBESCHERMING-RECLASSERING

253

253

531

1.037

480

-557

VEILIG THUIS

80

80

39

199

421

222

TAAKSTELLING

0

0

0

0

-250

-250

4.918

4.733

10.133

19.784

18.175

-1.609

TOTAAL Tabel 2 prognose resultaat 2021 Jeugdhulp

Duiding financiële resultaten Jeugdhulp We verwachten een tekort van 1.6 miljoen euro ten opzichte van de initiële begroting 2021. De verwachte uitgaven 2021 (prognose) liggen in lijn met de uitgaven 2020 (19,7 miljoen euro). Zoals aangeven onder het kopje begroot 2021 is de begroting 2021 opgesteld op basis van oude financiële kaders. Bovendien heeft het Rijk extra middelen toegezegd in de mei-circulaire voor jeugdzorg (1,2 miljoen euro in 2021). Om deze reden wordt in de tweede berap ook voorgesteld om de initiële begroting 2021 bij te stellen. Onderstaand lichten we de financiële mutaties zoals vermeld in de berap ten opzichte van de begroting 2021 toe: - We zien minder uitgaven (€ 430.000) bij zware jeugdzorg (met verblijf) en als gevolg daarvan een toename van uitgaven van jeugdhulp zonder verblijf (€ 1.459.000). Dit is de gewenste beweging. De financiële stijging voor het totaal aan jeugdhulp is iets hoger dan we zouden verwachten. Dit komt door inflatie, verhoging van tarieven en de continuïteitsbijdrage corona die we hebben verstrekt aan aanbieders. Hiervoor krijgen we geen compensatie vanuit het rijk. - Voor PGB-Jeugd verwachten we € 195.000 meer te gaan uitgeven dan dat er voor 2021 begroot was. De verwachte uitgaven liggen in lijn met voorgaande jaren. - Bij Vervoer Jeugdzorg geven we in 2021 minder uit (€ 200.000) dan begroot. Zie paragraaf 3,2.

- Bij Jeugdbescherming en reclassering zien we al jaren een stijging van de uitgaven. Ten opzichte van begroting 2021 zien we stijging van € 557.000. De verwachte realisatie 2021 ligt wel in lijn

-

-

met de uitgaven 2020. Vanaf 2022 verwachten we als gevolg van de effecten van de maatregelen een daling in de uitgaven. We verwachten een positief resultaat bij Veilig Thuis (VT) doordat de vaste bijdrage in 2021 wordt verlaagd conform regionale afspraken. Verder hebben we over 2020 een afrekening gekregen inzake een incidenteel voordeel. We verwachten een voordeel van € 222.000 in 2021. Initieel is het maatregelenplan op de begroting 2021 ingericht; dit is bij de kadernota 2022 gewijzigd (zoals daarin ook uitvoerig beschreven). Dit betekent dat de taakstelling voor het sociaal domein in 2021 nog niet gerealiseerd wordt. Deze gaat uit van een lineaire afbouw van kosten vanaf 2021, waar de kadernota laat zien dat de effecten van de maatregelen vanaf 2023 optreden, na een periode (2021 en 2022) dat investeringen en besparingen gelijk oplopen. Daarmee is het niet langer realistisch de taakstelling (€ 250.000) als kader te handhaven.

Wmo 2021

realisatie

prognose

prognose

begroot

resultaat

OMSCHRIJVING

K1

K2

K3 & K4

2021

2021

2021

BEGELEIDING

673

654

1.826

3.153

2.332

-821

HO

759

753

1.596

3.108

3.053

-55

VERVOER WMO

185

173

304

662

692

30

CORONA VERVOER

0

0

0

0

0

0

CORONA CONTINUITEIT

0

0

0

0

0

-0

EIGEN BIJDRAGE WMO

-71

-67

-297

-435

-368

67

HULPMIDDELEN

254

243

474

971

1.282

311

TOTAAL 1.801

1.756

3.902

7.459

6.991

-468

Tabel 3 prognose resultaat 2021 Wmo

Duiding financiële resultaten Wmo Ten opzichte van de begroting 2021 verwachten we een tekort van € 468.000. Dit tekort komt in grote lijnen overeen met de ontwikkelingen zoals in dit document beschreven. Bovendien verwachten we minder uit te geven dan in 2020. Hierbij maken we een aantal specifieke opmerkingen: - We stellen voor de begroting 2021 voor begeleiding en dagbesteding met € 821.000 te verhogen. De mutatie in 2021 komt ook hier doordat de begroting 2021 is opgesteld op basis van oude financiële kaders. We verwachten €117.000 minder uit te geven in vergelijking met realisatie 2020 door een afname aan voorzieningen en lagere tarieven. - Huishoudelijke ondersteuning: we verwachten een aanzuigende werking als gevolg van het abonnementstarief. In de begroting 2021 is hier al rekening mee gehouden. We verwachten € 55.000 meer te gaan uitgeven dan begroot. - Voor Wmo dagbestedingsvervoer en vraagafhankelijk vervoer verwachten we een voordeel ten opzichte van de begroting als gevolg van corona. De prognose 2021 is bijgesteld en we verwachten € 30.000 minder uit te geven. - Evenals in 2020 verwachten meer te ontvangen aan eigen bijdragen WMO; per saldo € 67.000. - Wmo woon- en rolvoorzieningen: door de afgenomen vraag verwachten we in 2021 minder uit te geven dan begroot (€ 311.000).

Het is echter mogelijk dat het aantal aanvragen de komende periode gaat toenemen nu de corona maatregelen verruimd zijn en er meer verbouwingen plaatsvinden. Overigens heeft Kersten Hulpmiddelen het hulpmiddelenbestand van de gemeente Overbetuwe overgenomen sinds dit jaar. In plaats van koop worden de hulpmiddelen nu gehuurd, de financiële consequenties hiervan zijn nog niet duidelijk.

Participatie 2021

realisatie

prognose

prognose

begroot

resultaat

OMSCHRIJVING

K1

K2

K3 & K4

2021

2021

2021

BIJSTANDSVERLENING

-284

-107

260

-130

-56

74

FRAUDEBESTRIJDING

1

0

10

11

36

25

ARMOEDE- EN MINIMABELEID

400

375

1.009

1.785

1.796

11

SOCIALE WERKVOORZIENING 1.026

998

1.850

3.874

3.874

0

165

149

257

570

564

-6

TOTAAL 1.308

1.415

3.386

6.109

6.213

104

REINTEGR. EN PARTICIPATIE UITV. Tabel 4 prognose resultaat 2021 participatie

Duiding financiële resultaten participatie - Door corona hadden we een groter aantal aanvragen voor een bijstandsuitkering dan verwacht. Gelukkig hebben en houden we een sterke lokale economie en wordt er geen sterk beroep gedaan op bijstandsuitkeringen. Daarnaast verwachten we een positieve invloed van onze inzet op re-integratie van onze inwoners. Tevens zetten we nog meer dan hiervoor in op het van werk naar werk begeleiden van inwoners die werkloos dreigen te raken. Om die reden verwachten we minder uit te geven aan BUIG dan begroot (€ 418.000). Voor de loonkostensubsidie verwachten we tevens minder uit geven dan begroot. Op basis van een doorrekening van het aantal kandidaten dat gebruik maakt van deze subsidie verwachten we een voordeel van € 117.000. Tegenover de afname van de uitgaven BUIG en loonkostensubsidie ontvangen we ook minder aan rijksbijdragen. Per saldo heft dit het voordeel op. We ontvangen € 535.000 minder aan budget. Voor de BBZ verwachten we in 2021 minder uit te geven dan begroot. Voor bijstandsverlening verwachten we hierdoor een voordeel van € 74.000. - Voor fraudebestrijding wordt in 2021 een voordeel van € 25.000 verwacht. Er wordt minder uitgeven om o.a. een medewerker handhaving te kunnen bekostigen. - Voor armoede- en minimabeleid geven we in 2021 € 11.000 minder uit (meedoen-regeling). - De begroting 2021 van de MGR is bijgesteld.

Hierdoor hebben we bij re-integratie en participatie een voordeel van € 6.000. Basisvoorzieningen 2021 OMSCHRIJVING TOTAAL

realisatie K1 K2 568

305

prognose K3 & K4

prognose 2021

begroot 2021

resultaat 2021

3.902

4.775

4.855

80

Tabel 5 prognose resultaat 2021 basisvoorzieningen

Duiding financiële resultaten basisvoorzieningen De basisvoorzieningen worden hoofdzakelijk middels subsidie bekostigd en blijven daarom binnen de begroting. Ten opzichte van de begroting 2021 zien we enkele mutaties van per saldo € 80.000. - We verwachten voor SMI kinderopvang in 2021 minder uit te geven (€ 25.000, maatregel 18). - Als gevolg van de inflatie stellen we enkele subsidies bij. Hierdoor wordt het budget voor algemeen maatschappelijk werk (€ 14.000) en ondersteuning divers (€ 15.000) bijgesteld. - We verwachten voor Jeugdgezondheidszorg minder te gaan uitgeven in 2021 (€ 55.000). - Bij IVT en overige budgetten geven we in 2021 minder uit (€ 28.000) dan begroot.

6.3

Besparing en investering per financiële maatregel

In onderstaand overzicht geven we een indicatie van de te verwachten besparing per maatregel per post in de begroting. De besparing op formatie valt buiten de begroting van het sociaal domein, deze besparingen zijn daarom niet opgenomen in onderstaande overzichten.

Besparing per maatregel per begrotingspost * exclusief besparing structurele formatie 5. Alternatieve vervoersvoorzieningen - besparing vervoer Wmo 8. Basisondersteuning, regie, evaluatie - besparing Ambulante hulp op locatie aanbieder - besparing Daghulp op locatie aanbieder - besparing Jeugdhulp in netwerk vd jeugdige 10. Praktijkondersteuner jeugd - besparing Ambulante hulp op locatie aanbieder - besparing Daghulp op locatie aanbieder 11. Afschalen zware jeugdzorg - besparing Met verblijf gesloten plaatsing / residentieel - toename Met verblijf gezinsgericht - toename Met verblijf pleegzorg 12. Financieringsvorm / beschikkingsarm - besparing Begeleiding - besparing Ambulante hulp op locatie aanbieder 15. Controle - besparing Met verblijf pleegzorg / plaatsing / gezinsgericht 16. Inzet op toezicht, handhaving, fraude - besparing PGB jeugd / PGB Wmo 18. Beleidsregels kinderopvang - besparing Kinderopvang (SMI) TOTAAL te verwachten besparing

Besparing x € 1.000

-‘21-

-‘22-

-‘23-

-‘24-

0

-25

-25

-25

0

-91

-403

-856

0

-159

-289

-470

0

-668

-909

-1149

0

-250

-500

-500

0

-200

-400

-400

0

-50

-50

-50

-25

-25

-25

-25

-25

-1468

-2601

-3475

Investering per maatregel In onderstaand overzicht geven we een geactualiseerde indicatie van de investering per maatregel. Voor een deel van de investeringen is reeds dekking gevonden door herprioritering in onze begroting. De investeringen betreffen enkele subsidies voor onze partners, proceskosten en incidentele expertise die we hebben ingehuurd omdat dit binnen de organisatie niet beschikbaar is: - Tijdelijke expertise om het dashboard ten behoeve van de monitor te ontwikkelen. - Structurele formatie voor het screenersteam, de PO J’s en handhaving. Investering per maatregel

Investering x € 1.000

* inclusief kosten incidentele formatie

-‘21-

1. Dashboard

30

0

0

0

4. Dagbesteding: subsidie basisvoorziening

0

100

100

100

5. Vervoer: subsidie vrijwilligers

10

10

10

10

8. STO: inzet gedragsdeskundige en leertraject

50

140

140

90

9. Formatie screenersteam

60

200

200

200

10. PO J: formatie

204

204

204

204

12. Advisering

10

10

0

0

14. Licenties, processen, infovoorziening, communicatie

242

180

50

25

15. Formatie controles

35

60

0

0

16. Formatie handhavingsspecialist

96

80

80

80

Overig (licenties e.d.)

105

140

15

0

TOTAAL Investering

717

984

784

709

Reeds gevonden dekking

309

347

334

359

TEKORT (zoals vermeld in de 2e berap)

-533

-777

-465

-350

-‘22-

-‘23-

-‘24-

6.4

Mutaties in bestuursrapportage

1.274 335 1.609

468

-105

-80

Verschil

-311 779

Bestuursrappotage

-111 6

Totaal

-52 -28

-42 454 -70 6 -311 779 1.274 335 533 2.425

-42 474 -45 6 -301 779 1.274 335 2.480

-20 -25 -10 -55

Investeringen

Basisvoorzieningen

Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie. 6.2 Wijkteams. 6.3 Inkomensregelingen. 6.5 Arbeidsparticipatie. 6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo). 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+. 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-. 6.82 Geëscaleerde zorg 18-. Totaal x € 1.000

Participatie

Jeugd

WMO

In onderstaande tabel zijn de mutaties op de begroting 2021 die voortvloeien uit deze monitor opgesomd. Deze mutaties zijn verwerkt in de tweede bestuursrapportage.

10 482 41

Tabel 6 mutaties op de begroting 2021

Het totale verschil op de taakvelden Samenkracht en burgerparticipatie (€ 20.000), Inkomensregelingen (€ 25.000) en Maatwerkvoorzieningen (Wmo) (€ 10.000) wijkt af van de tweede bestuursrapportage. Dit verschil wordt veroorzaakt omdat er uitvoeringsbudget wordt ingezet om personele lasten te dekken. Deze personele lasten worden toegerekend aan het taakveld waardoor het in de berap niet tot een mutatie leidt. Aangezien we in deze monitor niet over personele lasten rapporteren ontstaat er een verschil met de berap.

6.5

Stand van zaken per financiële maatregel

In onderstaand overzicht gaan we kort in op de stand van zaken per maatregel. Randvoorwaarden uitvoering maatregelen 1. Inrichten van een betrouwbare monitor. Deze maatregel is geeffectueerd, al blijven we investeren in verbetering. 2. Nieuwe omgekeerde, integrale verordening Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. Bij deze omgekeerde verordening zijn niet de wetten en regels leidend, maar de ondersteuningsvraag van de inwoner. De planning is dat deze in oktober 2021 aan de raad ter vaststelling wordt aangeboden. 3. Samenwerking welzijnspartners als basis. Het afgelopen jaar is geïnvesteerd in de samenwerking met de 3 welzijnspartners (Forte, Sante en MEE). Dit heeft geresulteerd in een gezamenlijk plan van aanpak als basis voor de subsidieverlening, de basis voor hiervoor is ons beleidsplan sociaal domein 2020-2025.

Voorkomen van ondersteuning en versterken van basis voorzieningen 4. Dagbesteding ombuigen naar een basisvoorziening. Uitvoering van deze maatregel heeft afgelopen periode nog geen prioriteit gehad. We hebben geïnventariseerd waar inwoners zelf initiatief willen nemen om ontmoetingsplekken te realiseren. Daarnaast werken we samen

met Forte een plan van aanpak uit om een open inloop voor een zwaardere doelgroep te organiseren, hierbij gaan we nu ook andere partners betrekken. We verwachten dat méér mensen gebruik kunnen maken van deze basisvoorziening voor dezelfde kosten, waardoor deze maatregel geen besparing oplevert. 5. Alternatieve vervoersvoorzieningen en vrijwilligersvervoer. Dit betreft een structurele besparing bij vervoer Jeugdzorg. We willen een deel van het huidige Wmo vervoer door vrijwilligersvervoer laten overnemen. We hebben hier onderzoek naar gedaan en denken aan de lokale ritten met een begin- en eindbestemming binnen de gemeentegrenzen. Momenteel worden gesprokken met partners gevoerd. 6. Integrale begeleiding statushouders en gezinshereniging. Het financieel resultaat van deze maatregel ligt buiten onze invloedsfeer. De integrale benadering blijft wel actueel vanwege de nieuwe wet inburgering. 7. Huishoudelijke ondersteuning (HO) opnieuw contracteren. Uitvoering van deze maatregel heeft afgelopen periode nog geen prioriteit gehad. Inzet van deze maatregel is gericht op het temperen van de stijging, een besparing realiseren blijkt echter niet mogelijk; we zetten in op stabilisering. Het indiceringsprotocol (normenkader) is aangescherpt, dit leidt tot minder ureninzet HO.

We werken nu aan een nieuwe contractering voor HO vanaf 2022 waarbinnen ruimte is om delen van de HO om te vormen tot een basisvoorziening.

Sociaal team Overbetuwe: focus op basisondersteuning en regie 8. Basisondersteuning, regie op complexe vragen, evaluatie na zes maanden. We beginnen ondersteuning altijd met een basisvoorziening, en na 6 maanden evalueren we dit. Dit vereist een verandering in onze werkwijze en een andere houding van de medewerkers van het STO. Een driejarig leertraject (Krachtgericht werken) draagt hier aan bij, deze is in april 2021 gestart. We gaan ervan uit dat de besparing van deze maatregel hoger is dan vooraf ingeschat. 9. Screeningteam STO: één integrale toegang voor ondersteuningsvragen. We investeren in kwalitatief hoogwaardige screening en vraagverheldering aan de voorkant zodat we onnodige ondersteuning voorkomen en gericht inzetten. Het screenersteam is inmiddels goed opgestart, hiertoe is tijdelijk extra formatie ingezet. We gaan de werkwijze eind 2021 evalueren. 10. Praktijkondersteuner jeugd om specialistische jeugd-ggz te verminderen. Van deze maatregel verwachten we een flinke besparing. De PO Jeugd zijn oktober 2020 gestart. De eerste ervaringen zijn positief, samenwerking met de huisartsen loopt goed, maar blijft een aandachtspunt. In de periode oktober 2020 tot juni 2021 zijn er 51 jeugdigen naar de POJ doorverwezen. Hiervan 21 door huisartsen, 1 door een jeugdarts en de rest door het STO. De PO J’ers hebben veel gesprekken gevoerd met jeugdigen en/of hun ouders.

De inzet is bij de meeste jeugdigen gericht (geweest) op kortdurende behandeling, in sommige casussen is gestart met probleemverheldering en een enkele keer is overbruggingszorg, psychotherapie en observatie ingezet. In de genoemde periode is voor 15 jeugdigen het ondersteuningstraject met positief resultaat afgerond, 2 jeugdigen zijn alsnog doorverwezen naar specialistische, geïndiceerde jeugdhulp omdat langduriger of specialistischer ondersteuning nodig bleek. Voor de overige jeugdigen loopt de ondersteuning nog. In de volgende rapportage gaan we dieper in op de meerwaarde van de functie PO J naar aanleiding van de eerste evaluatie die nu in de maak is over de periode oktober 2020 t/m juni 2021. 11. Afschalen zware jeugdzorg, versterken pleegzorg en gezinshuizen. We richten ons op het vergroten c.q. versterken van het gezinsgerichte aanbod zoals gezinshuizen, pleegzorg en begeleide kamertraining. Deze beweging is ingezet vanuit het rijk en speelt zich bovenregionaal (afbouw van het aantal bedden in de jeugdzorg+), regionaal (transformatieplan regio) en ook lokaal af. We gaan vanaf eind 2021 actief in gesprek met lokale aanbieders.

Algemene en procesmatige maatregelen 12. Andere financieringsvorm kernpartners en beschikkingsarm werken. We hebben verkennende gesprekken gevoerd met onze belangrijkste partners om gezamenlijk tot een passende financieringsvorm te komen en over te kunnen gaan op beschikkingsarm werken. Het streven is om onze partners medeverantwoordelijk te maken voor de beweging en het resultaat. Na deze verkennende fase ga we komend najaar verder in gesprek met de kernpartners gezamenlijk (als collectief). 13. Efficiënte inzet eigen medewerkers. Op basis van een formatieonderzoek en een formatie-calculatie schrijven we momenteel een inrichtingsplan. Dit leidt tot het efficiënter inzetten van medewerkers. 14. Verbetering administratieve processen, vermindering bureaucratie. Een extern bureau heeft onderzoek gedaan naar onze werkprocessen en een advies uitgebracht om te komen tot meer eenduidigheid en efficiëntie in onze werkprocessen en registratiesystemen. De verbeterpunten worden momenteel uitgevoerd en zijn naar verwachting eind 2022 afgerond. 15. Controle: woonplaatsbeginsel, dubbele beschikkingen en overschrijdingen. - Woonplaatsbeginsel: voorbereiding van de nieuwe wet woonplaatsbeginsel. Inmiddels is duidelijk geworden dat we hier geen financieel voordeel mee halen (zie mei-circulaire).

- Controle inbouwen en sluitend proces inrichten gericht op voorkomen van dubbele beschikkingen, stapeling van zorg en overschrijdingen van de duur van de beschikking. 16. Inzet op toezicht, handhaving en bestrijding fraude. Deze inzet is in eerste instantie gericht op het voorkomen dat geld bedoeld voor zorg niet besteed wordt aan zorg. Bij sanctioneren wordt daarnaast financieel voordeel verwacht. In een uitvoeringsplan werken we uit op welke wijze we invulling geven aan kwaliteits- en handhavingstaken en preventie. Voor de uitvoering hebben wij een opsporingsambtenaar en werken we samen met de regio. 17. Regie op de overgang Wmo naar Wlz en samenhang Wmo en ZVW. Uitgangspunt is en blijft dat de inwoner passende ondersteuning krijgt. Door enkele activiteiten (deskundigheidsbevordering, cliëntondersteuning, samenwerking, pro-actief handelen) zorgen we ervoor dat de inwoner deze passende ondersteuning tijdig ontvangt vanuit de juiste geldstroom. 18. Beleidsregels kinderopvang VVE, SMI en BSO Plus veranderen. We passen de Subsidieregeling tegemoetkoming kosten kinderopvang aan (eind 2021) en gaan alle Sociaal Medische Indicaties opnieuw beoordelen op basis van de aangepaste regeling. Daarnaast implementeren we de verandering van de vergoeding BSO Plus.

Bijlage: Begrippen Term Basisvoorzieningen / algemene voorzieningen Begeleiding Wmo Jeugdzorg versus jeugdhulp

Jeugdbescherming Jeugdhulp met verblijf Jeugdhulp zonder verblijf Jeugdreclassering Meedoen-regeling

Rolstoelen en (vervoers)voorzieningen Sociaal Team Overbetuwe (STO) Screenersteam

TOZO

Vervoer

VVE Wmo Woonvoorzieningen Zorgelijke meldingen en zorgmeldingen

Definitie Aanbod van diensten / activiteiten dat voor iedere inwoner van Overbetuwe (van -9 maanden tot 100+) toegankelijk is zonder voorafgaand onderzoek naar behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de inwoner, gericht op maatschappelijke ondersteuning. Betreft het mantelzorgcompliment, persoonlijke verzorging, kortdurend verblijf, activerend werk en begeleiding zintuiglijk, specialistisch en basis. Jeugdhulp betreft alle vormen van ondersteuning aan jeugdigen variërend van lvb, opvoedvragen, opvoedhulp, jeugd-lvb en jeugd-ggz ofwel licht ambulant tot en met intensieve, zeer gespecialiseerde ondersteuning. Jeugdzorg is de wettelijke verzamelnaam voor jeugdhulp zonder en met verblijf, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Onder toezichtstelling en voogdij, binnen het gedwongen kader Jeugdhulp met verblijf bij gezinshuizen, pleegzorg, terrein-gebonden verblijf, jeugdzorg plus en verblijf in leef- of behandelgroepen. Ondersteuning op het gebied van dyslexie, dagactiviteiten en -behandeling (daghulp), opvoedhulp, ambulante begeleiding en ambulante GGZ. Reclasseringsmaatregelen, samenloop. Volwassenen en thuiswonende minderjarige kinderen vanaf 4 jaar kunnen op Meedoen in Overbetuwe producten uitkiezen in de webwinkel. De regeling is bedoeld voor gezinnen waarbij het (gezamenlijk) inkomen (werk of uitkering) niet hoger is dan 120% van de geldende bijstandsnorm.

Rolstoelen en -voorzieningen zoals scoot-mobielen en aangepaste fietsen. Één integraal team van professionals van de gemeente en van onze (welzijns)partners. Het STO kan inwoners op allerlei manieren faciliteren, ondersteunen, de weg wijzen, een keukentafelgesprek inzetten voor vraagverheldering en een ondersteuningsplan opstellen. Het screenersteam is het eerste aanspreekpunt voor zowel de inwoner, partners/professionals (huisartsen, zorgaanbieders etc.) en medewerkers van het STO en de gemeente. De screener doet vraagverheldering en advisering bij binnenkomende vragen, zet indien nodig een vervolgactie uit en ondersteunt de vraagsteller totdat de vraag op de juiste plek ligt. Een landelijke regeling die voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. En in een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. Wmo vraagafhankelijk vervoer: regiotaxivervoer t.b.v. sociaal-recreatieve doeleinden (bijv. familiebezoek, kapper of sportclub) voor inwoners met een Wmo-pas. Vervoersdiensten / Wmo dagbestedingsvervoer: vervoer van en naar aanbieders groepsbegeleiding in het kader van de Wmo. Vervoer Jeugdzorg: vervoer in het kader van de Jeugdwet van jeugdigen van en naar zorgaanbieders.

Voorschoolse en vroegschoolse educatie Wet maatschappelijke ondersteuning Woonvoorzieningen, trapliften en woningaanpassingen. Zorgelijke meldingen zijn meldingen die binnen komen bij het Interventieteam (IVT) van bijvoorbeeld politie, huisarts en woningcorporaties, maar exclusief de meldingen van VT. Zorgmeldingen zijn die meldingen die bij VT gedaan zijn en daarna naar het IVT afgeschaald worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=0393265a-837c-4902-afc3-26268767a277