21-11-09.13 Relevant stuk 2, Toelichting en regels bestemmingsplan
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Herveld, Hoge Hof
Bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof Gemeente Overbetuwe Status:
Ontwerp
Datum:
Augustus 2021
IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.HERVdehogehof-ONTD
Herveld, Hoge Hof
Datum Augustus 2021
Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres info@overbetuwe.nl
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en beschrijving plangebied 1.3 Huidig bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 5 7 7
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
8
Hoofdstuk 3
Toekomstige situatie
10
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
13 13 15 16
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.5 Geurhinder 5.6 Bodem 5.7 Externe veiligheid 5.8 Explosieven 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Waterparagraaf 5.11 Flora en fauna 5.12 Archeologie en cultuurhistorie 5.13 Verkeer en parkeren 5.14 Duurzaamheid
19 19 19 20 22 23 24 25 27 27 28 31 33 33 35
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de verbeelding en regels
36 36 36
Hoofdstuk 7
39
Financiële toelichting
Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Inspraak 8.3 Overleg 8.4 Vaststellingsprocedure 8.5 Beroep
40 40 40 40 40 40
(ontwerp)
3
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
4
(ontwerp)
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De initiatiefnemer wil 42 wooneenheden realiseren op het terrein waar momenteel zorgcentrum De Hoge Hof gelegen is. De 42 woningen worden onderverdeeld in 14 grondgebonden woningen en 28 appartementen. Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Herveld-Andelst'. Op basis van de huidige bestemmingen is het oprichten van woningen ruimtelijk en functioneel niet toegestaan. De woningen worden namelijk gerealiseerd binnen de bestemming 'Maatschappelijk', waar geen woningen (hoofdgebouwen) zijn toegestaan. Om het initiatief mogelijk te maken, is daarom een herziening van het bestemmingsplan voor het plangebied noodzakelijk. Dit bestemmingsplan 'Herveld, Hoge Hof' stelt de kaders vast waarbinnen de nieuwbouw van de woningen met de daarbij bijbehorende voorzieningen kan worden toegestaan.
1.2
Ligging en beschrijving plangebied
Het plangebied ligt in de kern Herveld, in het centrum van deze dorpskern. Het dorp bestaat uit twee delen: Herveld-Noord en Herveld-Zuid. Het plangebied ligt in het noordelijke deel van de kern. Herveld telt ruim 3.000 inwoners. Het plangebied ligt aan de westzijde van de straat De Hoge Hof. De Binnenstraat vormt de westelijke grens van het plangebied en de Hoofdstraat de noordzijde. Kadastraal staat het plangebied bekend als gemeente Valburg, sectie G en perceelnummer 1960. Op afbeelding 1.1 is de ligging en globale begrenzing van het plangebied weergegeven. Afbeelding 1.2 laat het kadastrale perceel zien waarbinnen het plangebied ligt.
Toelichting (ontwerp)
5
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Afbeelding 1.1: ligging en globale begrenzing plangebied (bron: Google Maps)
Afbeelding 1.2: weergave kadastrale percelen plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
6
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
1.3
Huidig bestemmingsplan
In het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Herveld-Andelst', dat sinds 23 september 2011 onherroepelijk is. Het plangebied heeft de bestemming 'Maatschappelijk' met functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk- zorgcentrum'. Daarnaast geldt voor het hele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van bestemmingsplan 'Herveld - Andelst' ter plaatse van het plangebied opgenomen. Op basis van de huidige bestemmingen is het oprichten van woningen ruimtelijk en functioneel niet toegestaan. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
Afbeelding 1.3: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Herveld - Andelst' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, worden in hoofdstukken 2 en 3 respectievelijk de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het voor dit bestemmingsplan van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of de ontwikkeling in ruimtelijk en milieuhygiënisch opzicht aanvaardbaar en haalbaar is en voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven en in hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen. In hoofdstuk 8 is de procedure beschreven.
Toelichting (ontwerp)
7
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
Het plangebied ligt ter plaatse van het huidige zorgcentrum 'De Hoge Hof', dat is gebouwd in 1974. Hoge Hof wordt momenteel gehuurd door een stichting en bestaat uit 74 zorgwoningen. De locatie ligt op een belangrijk knooppunt van de toegangswegen van Herveld-Noord, te weten de Hoofdstraat en de Binnenstraat. Daarnaast wordt de locatie omgeven door de weg Hoge Hof aan de zuid- en oostkant. Naast de bebouwing van het zorgcentrum zijn in het plangebied groen- en parkeervoorzieningen en verhardingen aanwezig. In de huidige situatie vormt de bebouwing in het plangebied, samen met de appartementenblokken oostelijke van de locatie, uit het niets een grootschalige wand. Van een stedenbouwkundige opbouw naar het centrum van Herveld-Noord, de woonwijken in de omgeving en de graslanden aan de overzijde van de Binnenweg is in de huidige situatie nauwelijks sprake. Omdat het plangebied aan de belangrijkste entree tot de kern ligt, doet dit enige afbreuk aan de uitstraling en aantrekkelijkheid van de kern. In afbeelding 2 zijn foto's van de huidige situatie in het plangebied opgenomen.
8
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Afbeelding 2: weergave huidige situatie (bovenste foto: plangebied vanuit zuidoosthoek, onderste foto: plangebied vanuit noordwesten/kruispunt Hoofdweg en Binnenweg), bron: Google Maps
Toelichting (ontwerp)
9
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Hoofdstuk 3
T oekomstige situatie
Oorspronkelijk was het voornemen van de stichting om in het plangebied een nieuw complex op te richten voor somatische zorg en Psychogeriatrische Zorg. Met de eigenaar is echter geen overeenstemming bereikt over dit voornemen, waarna de stichting een andere locatie op circa 150 meter van het plangebied heeft gevonden om een nieuw complex te ontwikkelen. De Hoge Hof komt hierdoor op korte termijn leeg te staan. De initiatiefnemer wil de locatie herontwikkelen door verschillende soorten woningen bouwen op het perceel van het huidige zorgcentrum. In totaal zullen 42 woningen gerealiseerd worden. Het gaat om 14 grondgebonden woningen, verdeeld over drie blokken, aan de zijde van de Binnenweg en 28 appartementen, verdeeld over 2 met elkaar verbonden blokken, aan de zijde van De Hoge Hof. Bij de planontwikkeling is rekening gehouden met de specifieke locatie van Hoge Hof en het bijzondere karakter van Herveld. Het plangebied ligt aan zowel de belangrijkste oost-westelijke ontsluitingsroute van Herveld-Noord en Andelst als de belangrijkste hoofdontsluiting tussen Herveld-Noord en Herveld-Zuid (zie afbeelding 3.1). Daarnaast vormt het plangebied het overgangsgebied tussen de grootschalige appartementen in Herveld-Noord ten oosten van het plangebied en de kleine dorpse stedenbouwkundige korrel in noordelijke richting en richting Andelst.
Zoals in hoofdstuk 2 al is beschreven, is van een logische en geleidelijke stedenbouwkundige opbouw in de huidige situatie nauwelijks sprake.
Afbeelding 3.1: ligging plangebied aan hoofdstructuren Herveld-Noord en -Zuid en Andelst Het belangrijkste uitgangspunt dat ten grondslag ligt aan het ontwerp van het plan, is daarom dat er stedenbouwkundig beter wordt aangesloten bij het dorpse karakter van de omgeving en dat er niet nog een groot eenvormig nieuwbouwcomplex aan het centrum van Herveld-Noord wordt toegevoegd. Met de
10
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof nieuwbouw wordt beoogd om een overgang te creëren van de kleinschalige woningen (dorpse korrel) aan de west-, noord- en zuidzijde en naar de oostelijk gelegen grootschalige appartementenblokken die het centrum van het dorp markeren. In afbeelding 3.2 is een indicatie en impressie van de inrichting van het plangebied met de woningen en bijbehorende voorzieningen en openbaar gebied weergegeven. Op de afbeelding is te zien dat blokken A en B gelegen zijn aan de Binnenstraat en qua maat en schaal aansluiten bij de woningen aan de overzijde van de weg. Blok C, dat het dichtst ligt bij de kruising van de Binnenstraat, is door een hogere verdiepingshoogte en steilere kap hoger dan de westelijk gelegen aangrenzende bebouwing. Het appartementenblok (D), dat aan de oostzijde aan de Hoofdstraat en de Hoge Hof is gepositioneerd, is drie lagen hoog en is hoger dan het blok (C), maar lager dan het oostelijk gelegen appartementengebouw. De eengezinswoningen (E) aan de Hoge Hof zijn twee lagen hoog met een kap en correspondeert qua schaal met het appartementenblok van drie lagen hoog aan de overzijde van de straat. De bestaande structuur van parkeren op de locatie wordt zo veel mogelijk behouden. Bij de locatie zullen in totaal 80 parkeerplaatsen worden gesitueerd.
Toelichting (ontwerp)
11
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Afbeelding 3.2: toekomstige situatie
12
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te bereiken, laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt niet in de nationale hoofdstructuur en het plan ziet op een ontwikkeling van lokaal belang. Het beleid met betrekking tot het realiseren van de woningen wordt dan ook neergelegd bij de decentrale overheden. Er zijn geen nationale belangen in het geding. Het initiatief conflicteert niet met het nationaal ruimtelijke ordeningsbeleid, zoals vastgelegd in de SVIR. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming.
Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels van het Barro worden gerespecteerd. Beoordeling en conclusie Het initiatief betreft een lokale ontwikkeling. Er zijn geen nationale belangen in het geding. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit bestemmingsplan. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: 'De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503).
In een bestemmingsplan moet worden aangegeven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en een motivering, dat de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Beoordeling De locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied en is in de huidige situatie al bestemd voor een stedelijke functie. Met het bestemmingsplan worden 42 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. In de huidige situatie is er sprake van 74 zorgwoningen. De huidige woningen behoren tot de bestaande plancapaciteit van Overbetuwe. Met het plan is daarom geen sprake van een toename van het aantal woningen, maar juist een afname met 32 woningen. Een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet noodzakelijk. Wel is in het kader van de beleidsmatige verantwoording en in het kader van een goede ruimtelijke ordening een beschouwing van het woningbouwbeleid (kwalitatieve en kwantitatieve aspecten) noodzakelijk.
Er is namelijk sprake van een ander type
Toelichting (ontwerp)
13
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof woningen ten opzichte van de huidige situatie en van een bouwplan van enige omvang. Programma en doelgroepen Het programma bestaat uit in totaal 42 woningen: 14 grondgebonden aaneengebouwde woningen en 28 appartementen. Daarvan zijn 38 woningen bestemd voor de sociale huursector. Twee appartementen en twee grondgebonden woningen zullen als vrije sector huurwoningen worden aangeboden. Initiatiefnemer wil een mix van doelgroepen bedienen met het project Hoge Hof, waarbij het zwaartepunt de doelgroep senioren zal zijn. Daarnaast is een zorgverlener in beeld om een aantal appartementen te huren, waarbij dus een combinatie van wonen met lichtere zorg zal plaatsvinden. Ten slotte zal een aantal woningen voor gezinnen bestemd zijn. Kwantitatieve behoefte Binnen de Subregionale Woonagenda Arnhem e.o. wordt uitgegaan van het toevoegen van circa 13.500 woningen in de periode 2017-2027. De kwantitatieve prognose is gebaseerd op de meest recente Primos-prognose. Voor Overbetuwe bedraagt de kwantitatieve behoefte in de periode 2018-2027 tussen de 1.160 en 1.330 woningen. Op de lange termijn (2018-2035) bedraagt de behoefte tussen de 1.550 en 1.880 woningen. In de Primos-prognose uit 2018 (Woningvoorraad Overbetuwe en subregio Arnhem e.o. 2015 - 2030') wordt de behoefte tot 2030 geraamd op circa 1.400 woningen.
De zorgwoningen die in de huidige situatie in het plangebied aanwezig zijn, behoren tot de bestaande woningvoorraad en zijn als woningen in de gemeentelijke basisadministratie aangemerkt. Aangezien het plan leidt tot een netto afname van 32 wooneenheden, legt het plan geen beslag op de resterende kwantitatieve opgave. In kwantitatief opzicht past het plan dus zonder meer binnen de regionale afspraken. Kwalitatieve behoefte Niet alleen de kwantitatieve, maar zeker ook de kwalitatieve behoefte is in het kader van een zorgvuldige belangenafweging van belang. De gemeenteraad heeft een motie aangenomen waarin is bepaald dat bij bouwplannen, die voorzien in de bouw van meer dan tien woningen, ten minste 30% van de te realiseren woningen in de betaalbare huursector moet worden gerealiseerd. Gelet op het bovenstaand beschreven programma voor het plangebied wordt ruimschoots aan deze eis voldaan. Meer dan 90% van de woningen (38 van de 42) zal immers als sociale huurwoning worden uitgevoerd. De behoefte aan sociale huurwoningen blijkt ook duidelijk uit de Woonagenda Overbetuwe 2020. In paragraaf 4.3 wordt daarop uitgebreider ingegaan. Verder voorziet het plan in een beperkt aandeel (4 woningen) duurdere huurwoningen. De gemeentelijke beleidskaders laten zien dat ook aan dergelijke huurwoningen een tekort is en dus behoefte aan nieuwe woningen bestaat.
Met de beoogde mix van doelgroepen wordt een gevarieerd woningaanbod gerealiseerd dat juist voorziet in woningen in de marktsegmenten met een actuele behoefte aan extra aanbod. Ten slotte leidt het plan tot een verbetering van de ruimtelijke uitstraling en samenhang in het plangebied en in relatie tot de omgeving. Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom op een locatie die de belangrijkste entree tot de kern Herveld-Noord vormt. In de huidige situatie vormt de bebouwing in het plangebied, samen met de appartementenblokken oostelijke van de locatie, uit het niets een grootschalige wand. Van een stedenbouwkundige opbouw naar het centrum van Herveld-Noord, de woonwijken in de omgeving en de graslanden aan de overzijde van de Binnenweg is in de huidige situatie nauwelijks sprake. Voor de nieuwbouw is als belangrijke voorwaarde dan ook gesteld dat de ruimtelijke uitstraling en samenhang moeten verbeteren. Bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig plan en bouwplan heeft daarom een zorgvuldig proces plaatsgevonden. In hoofdstuk 3 zijn de belangrijkste keuzes en randvoorwaarden al toegelicht. Het plangebied vormt een geschikte locatie om de geconstateerde woningbehoefte op te vangen en met het voorgestelde plan wordt dit op een zorgvuldige wijze gedaan. Conclusie
14
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing op het plan. In het kader van zorgvuldige besluitvorming is ingegaan op de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte voor het plan. De woningen leggen geen beslag op de resterende woningbouwcapaciteit, omdat een afname van het aantal woningen plaatsvindt. De aard en doelgroepen van de woningen wijzigen. De woningen voldoen in kwalitatief oogpunt aan de huidige vragen uit de woningmarkt. Er worden overwegend sociale huurwoningen gerealiseerd, waarbij senioren de voornaamste doelgroep zijn. Ook voor de andere doelgroepen (lichte zorg en overwegend goedkopere gezinswoningen) bestaat een duidelijke behoefte. Verder wordt ruimtelijk en qua typologie aangesloten op de omgeving en leidt het plan tot een verbetering van de ruimtelijke uitstraling en samenhang aan de entree van Herveld-Noord. Het plan is in lijn met de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen: met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving; stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds; focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland; door middel van 7 ambities verder verdiepen van de focus. De 7 ambities van de provincie zien op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven. Beoordeling en conclusie De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze verordening bevat concrete regels, waaraan het initiatief wordt getoetst. Wel kan worden gesteld dat het initiatief in lijn met de doelstellingen van de Omgevingsvisie is.
De provincie streeft onder meer naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, met aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. De voorgenomen ontwikkeling anticipeert op de huidige en te verwachten toekomstige behoeften op de woningmarkt, zoals een toenemende vraag naar geschikte huisvesting voor senioren. Het plan biedt een divers woningaanbod op een locatie dichtbij de centrumvoorzieningen van Herveld-Noord, die bovendien uitstekend bereikbaar is. Het plan draagt daarnaast bij aan een verbetering van de ruimtelijk-functionele structuur door een betere overgang tussen het centrum van Herveld-Noord, de omliggende woonwijken en het landelijk gebied te verzorgen. Het plan zorgt met de sloop van de huidige, weinig eigentijdse bebouwing, die wordt vervangen door nieuwe duurzame woningbouw, bovendien voor een verduurzaming van de woningvoorraad. Het plan is ook in overeenstemming met de regionale afspraken over woningbouw, zie ook hierna onder 'Omgevingsverordening Gelderland'. Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening dateert van december 2018.
De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Beoordeling Het thema 'wonen' is bij deze ontwikkeling van belang. Nieuwe woonlocaties zijn uitsluitend toegestaan wanneer de ontwikkeling in het geldende door Gedeputeerde Staten vastgestelde
Toelichting (ontwerp)
15
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof Kwalitatief/Kwantitatieve Woonprogramma past. Het woningbouwprogramma wordt op regionaal niveau afgestemd en frequent geactualiseerd. Binnen de Subregionale Woonagenda Arnhem e.o., waartoe Overbetuwe behoort, wordt uitgegaan van het toevoegen van in totaal circa 13.500 woningen in de periode 2017-2027. De kwantitatieve prognose is gebaseerd op de meest recente Primos-prognose. Voor Overbetuwe bedraagt de kwantitatieve behoefte in de periode 2018-2027 tussen de 1.160 en 1.330 woningen. Op de lange termijn (2018-2035) bedraagt de behoefte tussen de 1.550 en 1.880 woningen. Er ligt voor de gemeente dus een woningbouwopgave voor de korte en langere termijn. Met het bestemmingsplan worden 42 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. In de huidige situatie is er sprake van 74 zorgwoningen. De huidige woningen behoren tot de bestaande plancapaciteit van Overbetuwe. Met het plan is daarom geen sprake van een toename van het aantal woningen, maar juist een afname met 32 woningen. In kwantitatief opzicht is het plan dus in overeenstemming met de regionale woningbouwprogrammering. In kwalitatief opzicht is van belang dat het plan tot een verbetering van de ruimtelijke uitstraling en samenhang in het plangebied en in relatie tot de omgeving leidt.
Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom op een locatie die de belangrijkste entree tot de kern Herveld-Noord vormt. Het plangebied vormt een geschikte locatie om de geconstateerde woningbehoefte op te vangen en met het voorgestelde plan wordt dit op een zorgvuldige wijze gedaan. Daarnaast wordt woningbouw beoogd voor een doelgroep met een grote behoefte. Meer dan 90% van de woningen (38 van de 42) zal als sociale huurwoning worden uitgevoerd. De behoefte aan sociale huurwoningen blijkt duidelijk uit de Woonagenda Overbetuwe 2020. In paragraaf 4.3 wordt daarop uitgebreider ingegaan. Het plan is in overeenstemming met het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Woonprogramma. Conclusie Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwalitiet van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaat in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid.
In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven.
16
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Beoordeling Het plangebied ligt bestaand stedelijk gebied, waardoor er geen sprake is van benutting van een inbreidingslocatie. Het initiatief draagt bij aan het bereiken van de woningbouwopgave van de gemeente Overbetuwe. In paragraaf 4.1 is op het kwantitatieve aspect reeds ingegaan. In kwalitatief opzicht is van belang dat beschikbaar terrein binnen bestaand stedelijk gebied wordt benut. De elf kernen van Overbetuwe hebben allemaal hun eigen dynamiek en kenmerken. Daarbij kenmerkt het westelijk deel van de gemeente zich als een gebied met een meer landelijke functie. Herveld-Andelst is een leefgemeenschap van drie aaneengeschakelde dorpen, met tussenliggend het cultuurhistorisch waardevolle woerdenlandschap. De kernen kennen een onderlinge verbinding en zijn vanwege de ligging vlakbij de A15 en station Zetten-Andelst goed bereikbaar. Het plangebied ligt aan de rand van de kern, vlakbij het buitengebied (oeverwallen- en stroomruggenlandschap). Dit landschap kenmerkt zich door een verdicht en kleinschalig karakter met afwisselend landgebruik. De toekomstige bebouwing en openbare ruimte sluiten beter aan op dit landschap dan de huidige bebouwing. Er wordt een betere overgang gecreëerd. In hoofdstuk 3 is dit nader toegelicht. Het plangebied heeft al een bestemming als stedelijke functie (zorginstelling).
Vanuit een oogpunt van zorgvuldige locatie-afweging, is benutting van deze locatie voor de woningbouwopgave dan ook wenselijk. Er is sprake van een geschikte woonlocatie, die goed ontsloten is nabij de gebiedsontsluitingswegen. Het plan doet geen afbreuk aan de karakteristiek en specifieke kwaliteiten van Herveld-Andelst, maar sluit in ruimtelijk en functioneel opzicht juist aan op de in de omgeving aanwezige functies en bebouwing. Het plan is daarom in lijn met de Omgevingsvisie. Conclusie Dit bestemmingsplan past in de met de Omgevingsvisie gewenste beleidslijn. Woonagenda Overbetuwe 2020 In de Woonagenda 2020 verwoordt de gemeente Overbetuwe haar doelen en ambities op het gebied van wonen. Als basis voor deze woonagenda is een opgavennotitie opgesteld. Deze woningmarktanalyse geeft zicht op huidige en toekomstige kansen en knelpunten en is het startpunt voor de uitwerking van de woonagenda. De woonagenda bevat geen detaillistisch uitvoeringsprogramma, maar de koers waarbinnen de komende jaren plannen voor kernen en locaties kunnen worden uitgewerkt. De ontwikkelingen die de komende jaren afkomen op de gemeente (vergrijzing, gezinsverdunning) vragen om meer variatie in het woonaanbod. Over het algemeen zijn inwoners tevreden over hun woonsituatie. Niet voor iedereen is het echter even makkelijk om een woning naar wens te vinden.
De gemeente wil over voldoende woningen met de juiste kwaliteit beschikken om huishoudens de gewenste stappen in hun wooncarrière te laten maken. Dat wil zeggen voor iedere stap in de levensloop een geschikt woonalternatief. Accentpunten zijn: Aandacht voor urgente huisvestingsnood: inzetten op geschikte woningen voor bijzondere doelgroepen; Betaalbaarheid en beschikbaarheid: meer betaalbare huurwoningen beschikbaar; Wijs omgaan met de bestaande woningvoorraad: inzetten op verduurzaming; Een levensloopvriendelijke gemeente: langer thuis wonen en er op uit; Een gezonde woningmarkt in balans: prioriteren én versnellen van onze woningbouwplannen. Het aantal huishoudens binnen de gemeente neemt in de periode 2015-2040 naar verwachting toe met ca. 2.250. Tot 2025 is een uitbreiding van de woningvoorraad met 1.400 woningen nodig voor het oplossen van bestaande tekorten en het opvangen van de autonome huishoudengroei. Variatie in het woonaanbod is bij realisatie van nieuwbouw een speerpunt. De grootste vraag bestaat naar woningen voor starters en ouderen. Een ander uitgangspunt is dat nieuwe woningen zoveel mogelijk levensloopgeschikt worden gebouwd. De gemeente legt het accent op het bestaande bebouwde gebied: kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad en mogelijkheden voor inbreiding en intensivering, bijvoorbeeld door functieverandering.
Naast verbetering van de bestaande
Toelichting (ontwerp)
17
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof voorraad blijft nieuwbouw nodig om in te spelen op de ambities. Doel van de nieuwbouw is, naast het in de pas lopen met de groei van het aantal huishoudens, meer variatie in het woonaanbod te realiseren en beter aan te sluiten op de kwalitatieve behoefte. Beoordeling Het plangebied ligt bestaand stedelijk gebied. Er wordt een inbreidingslocatie benut, die momenteel bestemd is voor zorgdoeleinden. Dit past bij het uitgangspunt om mogelijkheden voor inbreiding en intensivering zoveel mogelijk te benutten. Voor wat betreft de kwantitatieve woningbehoefte wordt verwezen naar paragraaf 4.1. Het plan voorziet overwegend in sociale huurwoningen (38 woningen) en beperkt in huurwoningen in het (middel)dure segment (4 woningen). In de Woonagenda en overige relevante beleidsstukken ten aanzien van het thema wonen komen de volgende in dit verband relevante conclusies naar voren. De druk op sociale huurmarkt neemt toe. Dit komt bijvoorbeeld door de vraag van specifieke groepen, zoals vergunninghouders en EU-migranten, jongeren en gescheiden mensen. De gemeente Overbetuwe ziet dit bijvoorbeeld in de oplopende wachttijden en het afnemen van slaagkansen.
Door maatschappelijke ontwikkelingen, zoals extramuralisatie (mensen willen en moeten langer thuis wonen), het groeiend aantal vergunninghouders en de vergrijzing, is er steeds meer behoefte aan goedkope huurwoningen. Er is in de regio een groeiende groep huishoudens, die in aanmerking komen voor sociale huur. De Monitor Zorg en Wonen (2016) van de provincie Gelderland laat voor de gemeente Overbetuwe specifiek zien dat het aantal echte ouderen (85+) de komende jaren sterk toeneemt. Volgens raming van de gemeente neemt huishoudens, behorende tot de sociale doelgroep, toe tot 7.430 in 2030, dat is een groei van 1.560 huishoudens ten opzichte van 2015. Daarnaast is er tot 2030 ook sprake van huishoudensgroei. Als gevolg van vergijzing en gezinsverdunning dalen de gemiddelde huishoudinkomens. Er wordt daarom tot en met 2020 een behoefte tussen 350 en 400 sociale huurwoningen (goedkoop en betaalbaar), met tot 2030 een groei tussen 400 en 600 woningen verwacht. Ook komt de huisvestingsnood naar voren. Als oplossing wordt hiervoor aangegeven dat meer betaalbare huurwoningen gerealiseerd moeten worden. In de periode 2020-2030 neemt de vraag naar huurwoningen toe. Hier staat nog te weinig plancapaciteit tegenover. De groeiende behoefte richt zich in gelijke mate op zowel eengezins- als meergezinshuurwoningen.
Ook in de toekomst richt de vraag zich vooral op betaalbare (tot de liberalisatiegrens van € 710,68) en dure huurwoningen (boven de liberalisatiegrens). Een onderliggende verklaring is de voortgaande vergrijzing. Ouderen hebben relatief vaak een voorkeur voor het huursegment. De woonvraag in Overbetuwe richt zich op de 'vleugels' (goedkope koop, betaalbare huur en dure koop). Het realiseren van 4 (middel)dure woningen sluit aan bij de aanzienlijke toename van huishoudens met een hoger inkomen in de subregio Arnhem. In de gemeentelijke woonagenda is bovendien de behoefte aan duurdere woningen kenbaar gemaakt. Gezien deze conclusies kan worden gesteld dat met dit bestemmingsplan wordt voorzien in een actuele en deels urgente behoefte aan sociale huurwoningen in Overbetuwe. Een belangrijke doelstelling van de Woonagenda wordt met dit plan bereikt. De overige 4 woningen zijn duurdere woningen, waaraan eveneens behoefte is volgens de Woonagenda. Het programma is in kwalitatief opzicht dan ook passend in de Woonagenda. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Woonagenda Overbetuwe 2020.
18
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Hoofdstuk 5 5.1
M ilieu- en omgevingsaspecten
Milieueffectrapportage
Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom vanaf 1 april 2011 ook bij kleinere bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Ook de Implementatiewet 'herziening m.e.r. richtlijn', die sinds 16 mei 2017 in werking is, is voor dit bestemmingsplan van belang. De richtlijn wijzigt de procedure en de inhoud van het MER en de m.e.r.-beoordeling, maar ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit heeft gevolgen voor de inhoud en procedure van ruimtelijke plannen. Voor activiteiten, die zijn opgenomen in onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. en waarvan de omvang beneden de in kolom 2 genoemde drempel ligt, geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt de bouw van 42 nieuwe woningen mogelijk. Deze ontwikkeling wordt niet genoemd in lijst C van het Besluit m.e.r.
Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrein.” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk slechts 42 woningen in plaats van 2.000 woningen. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Er dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Er is voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan een aanmeldingsnotitie opgesteld. Deze is in bijlage 1 opgenomen. Op basis van de aanmeldingsnotitie en de beoordeling van deze notitie (vormvrije m.e.r.-beoordeling) heeft het bevoegd gezag conform de Implementatiewet 'Herziening m.e.r.-richtlijn' een besluit genomen, voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. Dit besluit van 8 juni 2021 is opgenomen in Bijlage 2. In dit separate besluit heeft het bevoegd gezag besloten dat de potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, dusdanig beperkt van aard en omvang zijn dat er geen significant nadelige milieugevolgen te verwachten zijn. Het doorlopen van een m.e.r.-procedure wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
5.2
Geluid
Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) moet bij een plan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. Alle wegen hebben geluidzones, met uitzondering van wegen die in een als 'woonerf' aangeduid gebied liggen en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor moet met een ontheffing een hogere waarde worden vastgesteld. De maximale ontheffingswaarde voor nieuwe woningen in stedelijk gebied is 63 dB. De gemeente heeft een beleidsnota voor het toepassen van hogere waarden opgesteld.
Toelichting (ontwerp)
19
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt de bouw van in totaal 42 woningen mogelijk. Het geplande bouwproject is niet gelegen binnen de zone van een zoneringsplichtige weg volgens de Wgh. Er hoeft niet getoetst te worden aan het normenstelsel van de wet. Wel zijn er mogelijk relevante 30 km/uur wegen, namelijk de Hoofdstraat en de Binnenstraat in de omgeving aanwezig. De hebben geen geluidzone, maar zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening onderzocht. De onderzoeksrapportage is opgenomen in Bijlage 3. In deze paragraaf worden enkel de belangrijkste conclusies vermeld. Railverkeers- en industrielawaai zijn in het kader van dit plan niet aan de orde. Uit het onderzoek blijkt dat zes woningen een (voor)gevel hebben waarvan de geluidbelasting valt in de bovengrensklasse 'onrustig' (48 – 53 dB). De hoogste geluidbelasting is 50 dB en daarmee worden er geen extra eisen gesteld vanuit de Nota Geluidsbeleid. Vierentwintig appartementen hebben een gevel met buitenruimte die valt in de ambitieklasse 'rustig' of zelfs 'zeer rustig'. Zes appartementen hebben een gevel met buitenruimte die vallen in de tussengrensklasse 'redelijk rustig' met geluidsbelasting van 43–48 dB. Alle woningen en appartementen hebben een geluidluwe gevel respectievelijk buitenruimte. Een zestal woningen kent een geluidbelasting (alle wegen tezamen, zonder aftrek) die hoger is dan 53 dB.
Het is op voorhand niet uit te sluiten dat een binnenniveau van 33 dB niet gegarandeerd kan worden. Geadviseerd wordt om deze gevels te onderwerpen aan een geluidweringsonderzoek, waarin eventueel maatregelen worden aangegeven, om het gewenste binnenniveau te kunnen garanderen. Dit zorgt op voorhand niet voor belemmeringen in de uitvoerbaarheid van het initiatief. Conclusie Het thema 'akoestiek' zorgt niet bij voorbaat voor belemmeringen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan gesteld worden dat er bij elke woning er sprake kan zijn van een goed woon- en leefklimaat en daarmee ook van een goede ruimtelijke ordening.
5.3
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2ìg/m3).
Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt in totaal 42 nieuwe woningen binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk. De planontwikkeling behoort tot een in de Regeling NIBM genoemde categorie van gevallen, namelijk woningen en blijft ruimschoots onder de drempelwaarde van 1.500 woningen. Daarom kan worden gesteld, dat de luchtkwaliteit met het initiatief niet in betekenende mate wordt aangetast en dat een
20
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof luchtkwaliteitonderzoek niet noodzakelijk is. De achtergrondwaarden ter plaatse van het plangebied moeten in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel onderzocht worden. Hieronder is een overzicht gegeven van deze achtergrondwaarden (die zijn achterhaald door middel van de NSL-monitoringstool). Uit de resultaten blijkt, dat de achtergrondwaarden ruim onder de norm liggen en sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.
Afbeelding 5.1: achtergrondwaarden luchtkwaliteit (PM10 en NO2) met ligging plangebied aangegeven (bron: NSL-monitoringstool) Conclusie De ontwikkeling valt onder de regeling NIBM. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Nader onderzoek is niet nodig.
Toelichting (ontwerp)
21
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
5.4
Bedrijven en milieuzonering
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies, zoals woningen. Bij de planontwikkeling moet rekening worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Als bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype.
Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies, die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. In gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Ten slotte kan sprake zijn van gebieden met een sterke functiemenging (functiemengingsgebieden), zoals stads- en dorpscentra en horecaconcentratiegebieden. In deze gebieden is een andere categorie-indeling van toepassing. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt nieuwe gevoelige functies, namelijk 42 woningen, mogelijk in het plangebied. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Herveld. Omdat in de omgeving van het plangebied naast woonfuncties ook maatschappelijke en bedrijfsbestemmingen voorkomen en het plangebied aan twee ontsluitingswegen grenst, wordt uitgegaan van het gebiedstype gemengd gebied' en zijn de gereduceerde richtafstanden van toepassing. Invloed initiatief op omgeving Woningen zijn geen milieubelastende functies. Het plan zorgt daarom ook niet voor belemmeringen voor omliggende gevoelige functies. Invloed omgeving op initiatief De bedrijven en milieubelastende functies in de omgeving zijn in afbeelding 5.2 weergegeven.
Direct ten oosten van het plangebied ligt zorgwoningencomplex 'Hofstaete'. Deze liggen op meer dan 10 meter afstand van de dichtstbijzijnde geprojecteerde woonblokken. Er wordt daarmee voldaan aan de richtafstand. Aan de Hoofdstraat 66 ligt een bedrijfsbestemming met de functieaanduiding 'aannemersbedrijf'. Gezien de omvang van de werkplaats krijgt een dergelijk bedrijf in de VNG publicatie een milieucategorie 3.1. Voor deze bedrijven geldt een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. Het dichtstbijzijnde woonblok ligt op circa 45 meter vanaf de grens van dit bedrijf. Er wordt dus voldaan aan de richtafstand. Daarbij zijn tussenliggende woningen reeds maatgevend voor het bedrijf. De woningen zijn daarom buiten de hindercontouren van omliggende functies voorzien.
22
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Afbeelding 5.2: bedrijven en milieubelastende functies in de omgeving, milieucategorieën en grens plangebied aangegeven Conclusie Bedrijven en andere milieubelastende functies in de omgeving zorgen niet voor belemmeringen voor de nieuwe woningen. De woningen leveren daarnaast ook geen belemmeringen op voor de omgeving. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' levert geen belemmeringen voor de ontwikkeling op.
5.5
Geurhinder
Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. Beoordeling In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen veehouderijen aanwezig. Daarom is uitgesloten dat er vanuit het aspect geurhinder belemmeringen voor de ontwikkeling van de woningen in het plangebied optreden en is nader onderzoek niet nodig. Conclusie In het plangebied is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voldoende gegarandeerd en er worden geen agrarische bedrijven belemmerd. Vanuit het aspect geurhinder zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling in het plangebied.
Toelichting (ontwerp)
23
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
5.6
Bodem
De bodemkwaliteit vormt een belangrijk aspect bij bouwontwikkelingen. In het kader van functiewijziging en herinrichting vormt de bodemkwaliteit bij ontwikkeling van ruimtelijke functies een belangrijke afweging. De Bouwverordening bevat een verbod voor het bouwen van woningen en andere gevoelige functies op verontreinigde grond. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt de bouw van in totaal 42 nieuwe woningen mogelijk. Daarmee wordt er nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt, waarin permanent personen verblijven. Een onderzoek naar de bodemkwaliteit is noodzakelijk. Daarom is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is opgenomen in Bijlage 4. Hierna volgt een samenvatting van de onderzoeksresultaten. Uit de analyseresultaten blijkt dat er plaatselijk een puinlaag is waargenomen, voornamelijk bestaande uit baksteen en beton en deels uit gebroken puin. Verder is de bodem plaatselijk zwak tot matig puinhoudend (baksteen en/of beton) en/of zwak glashoudend. De verdachte laag is plaatselijk licht verontreinigd met kobalt, nikkel, PCB en/of PAK. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met nikkel. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Gelet op de gemeten concentraties en het ontbreken van potentiële verontreinigingsbronnen ter plaatse wordt het uitvoeren van een nader bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht.
De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling (woningbouw). Als er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Asbest In de bodem zijn zintuiglijk diverse bijmengingen met puin of een gehele puinlaag waargenomen. De volledige puinlagen bevinden zich onder een deel van de klinkerverharding ter plaatse van parkeervakken. Gezien het feit dat het puin grotendeels gespecificeerd is als gebroken puin of een mengsel van baksteen en beton en zich nadrukkelijk enkel ter plaatse van de parkeervakken bevindt, betreft het vrijwel zeker aangebracht puin bij de inrichting van dit buitenterrein. Het is niet bekend wanneer dit puin is aangebracht en de aanwezigheid van asbest kan daarmee ook niet met zekerheid worden vastgesteld. Econsultancy adviseert derhalve een verkennend onderzoek asbest in puin conform de NEN 5897 uit te voeren ter plaatse van de aanwezige parkeervakken. Afhankelijk van deze resultaten zal al dan niet een verkennend onderzoek asbest in bodem moeten worden uitgevoerd ter plaatse van de onderliggende bodem. Conclusie Het aspect 'bodem' zorgt niet voor belemmeringen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Voor het aspect asbest wordt wel aanbevolen een verkennend onderzoek uit te voeren.
24
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
5.7
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's moeten worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron is, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het PR beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, etc.), waarbij de 10-6-contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het GR beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het GR wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het GR (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het GR moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegenomen in de beoordeling van het GR. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van nieuwe kwetsbare objecten in de vorm van woningen mogelijk.
Volgens de huidige bestemming was dit al mogelijk, maar omdat het aantal en de situering wijzigen, is de wijziging relevant in het kader van zowel het PR als het GR. Daarmee is er sprake van een nieuw kwetsbaar object. In de huidige situatie is het terrein onbebouwd. Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland wordt daarom een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In figuur 5.1 is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.
Toelichting (ontwerp)
25
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Afbeelding 5.3: uitsnede provinciale Risicokaart (raadpleging 27 augustus 2019) De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op. Transportroutes Het plangebied ligt op ± 780 meter van de Betuweroute en op ± 745 meter van de snelweg A15. Over deze transportassen vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Op basis van de regeling basisnet en de provinciale risicokaart is vastgesteld dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze risicobronnen niet over het plangebied ligt. Het plangebied maakt wel deel uit van het invloedsgebied van deze transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Buisleidingen Gezien de grote afstand tot buisleidingen, is er ten aanzien van de gasleidingen is geen nadere verantwoording noodzakelijk. Inrichtingen In afbeelding 5.3 is een uitsnede van de risicokaart opgenomen met hierop de risicobronnen in de omgeving van het plangebied. Daarnaast is een tabel toegevoegd met de eigenschappen van de bronnen en de omvang van de risicocontouren en invloedsgebieden van de risicobronnen. Uit de analyse blijkt dat
26
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof de risicoafstanden en groepsrisicogebieden van de bronnen in de omgeving allen niet tot aan het plangebied reiken. Er is daarom ook sprake van een veilig woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Verantwoording groepsrisico Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de transportroutes. Ontwikkelingen binnen het invloedsgebied hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Echter is de afstand tussen het plan en de risicobronnen dermate groot (groter dan 200 meter) dat de wetgever heeft aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Hierdoor hoeft niet de hoogte van het groepsrisico in beeld gebracht te worden, maar enkel nog de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het groepsrisico zal door de ontwikkeling echter niet of nauwelijks toenemen, gezien er momenteel ook al (minder redzame) mensen woonachtig zijn binnen de planlocatie. Conclusie Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor de realisatie van het initiatief.
5.8
Explosieven
De huidige gemeente Overbetuwe en buurgemeente Lingewaard maakten vanaf het begin van de geallieerde luchtlandingsoperatie 'Market Garden' op 17 september 1944 tot aan de bevrijding van Arnhem op 14 april 1945 deel uit van het frontgebied tussen de Duitsers en de Geallieerden. Overbetuwe en Lingewaard werden in hun geheel als oorlogsgebied beschouwd. Er is een gevechtspauze geweest na het oversteken van de brug bij Nijmegen. Het gebied is gedurende acht maanden frontgebied geweest waarbij het volledige eiland (gebied tussen de Rijn en de Waal) geëvacueerd is. Tevens zijn er in die periode hevige bombardementen uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie van oorlogsgegevens zijn 104 vliegtuigcrashes opgetekend en meer dan 1.000 oorlogsgraven. Door de oorlogshandelingen ontstonden er gebieden waarvan de bodem sterk met oorlogsmateriaal werd belast wat op dit moment nog gevaar kan opleveren voor mens en dier. De Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) gaat er in 2014 vanuit, dat slechts 35% van de munitie inmiddels uit de grond is verwijderd. Dit betekent dat we de komende decennia nog met deze explosieve erfenis te maken zullen hebben en er kans bestaat dat in het plangebied nog sprake is van onontplofte munitie.
Beoordeling en conclusie Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, graafwerkzaamheden, aanleg van kabels en leidingen en het uitvoeren van bepaalde onderzoeken, is de aanwezigheid van mogelijke niet-gesprongen explosieven (NGE's) van belang. Omdat er na de Tweede Wereldoorlog geen sprake is geweest van bouwactiviteiten in het plangebied, bestaat de kans dat er NGE's aanwezig zijn. Er is sprake van nieuwbouw van gebouwen in het plangebied. Ter plaatse van de nieuwbouw zijn bestaande gebouwen aanwezig. Daarom is het niet noodzakelijk om voorafgaand aan het uitvoeren van deze werkzaamheden na te gaan of een nader onderzoek naar de aanwezigheid van NGE's noodzakelijk is. Dit aspect vormt daarmee geen belemmering voor het initiatief.
5.9
Kabels en leidingen
Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken moet de leidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig plaats kunnen vinden. Beoordeling en conclusie In het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Dit aspect levert dan ook geen belemmeringen op voor de realisatie van het plan.
Toelichting (ontwerp)
27
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
5.10
28
Waterparagraaf
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Herveld, Hoge Hof
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal waterplan In december 2015 stelde het kabinet het Nationaal Waterplan vast. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2027 en 2015 er liggen. Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken.
Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies. Waterschap Rivierenland Waterbeheerplan 2016-2021 Dit plan, vastgesteld op 27 november 2015, gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkering en waterketen. In het Waterbeheerplan staat wat Waterschap Rivierenland de komende periode gaat doen om inwoners van het rivierengebied veiligheid en voldoende schoon en mooi water in sloten en plassen te kunnen blijven bieden. Het plan is in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe opgesteld. Keur Waterschap Rivierenland 2014 Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het Waterschap. De wateren en waterkeringen waarop de keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de legger wateren. Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd.