CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-11-09.12 Relevant stuk 2, ONTD BP brahms-schubertstraat

Gemeenteraadsvergadering 9 november 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat"25.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Potentiele verblijfplaatsen van vleermuizen, zoals bebouwing, bouwwerken of holenbomen ontbreken in het plangebied.

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat

Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. Voor de grondgebonden zoogdier- en amfibieensoorten, die een rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden en verwonden' en het 'beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties '(of de soort is niet beschermd). De functie van het plangebied als foerageergebied is voor de in het gebied voorkomende vogel-, amfibieen-, en grondgebonden zoogdiersoorten niet beschermd. De functie van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen wordt door uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet aangetast. Stikstofdepositie Doordat het dichtstbijzijnde voor stikstof gevoelig Natura 2000-gebied (Rijntakken) op meer dan 5 km afstand ligt van het plangebied en vanwege het beperkt aantal verkeersbewegingen is geen depositie te verwachten welke de grenswaarde (0,00 mol/ha/jaar) overschrijdt. Tevens is bij besluit van 26 april 20181 bepaald is dat nieuwbouwwoningen per 1 juli 2018 aardgasvrij moeten zijn, vanuit de te realiseren woningen zullen geen stikstofemissies optreden vanwege aardgasverbruik.

Op basis van de Handreiking woningbouw en AERIUS, gepubliceerd op 4 februari 2020 is aannemelijk te maken dat er geen depositie zal optreden voor bij het toevoegen van 8 woningen op de desbetreffende locatie. Om voorgaande redenen is geen AERIUS- berekening uitgevoerd. Conclusie Mits bezette vogelnesten beschermd worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de ligging van het plangebied op enige afstand van beschermd (natuur)gebied, hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op deze gebieden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en -gebieden. 1

Staatsblad 2018, nr. 109 en 129; Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (voortgang energietransitie)

4.9

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat

Figuur 4.4: uitsnede archeologische verwachtingenkaart (bron: gemeente Overbetuwe) Toets De planlocatie is gekenmerkt als Archeologische verwachtingszone categorie 4 gebied, gebieden met een hoge archeologische verwachting. Meandergordel / oever op kom complex. De regels ten behoeve van het bestemmingsplan bestaan uit het 'Streven naar behoud in huidige staat; inventariserend archeologisch onderzoek verplicht (IVO-protocol 2) als het bruto-oppervlak van de ingreep groter is dan 100 m² én de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm –Mv'. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd door Laagland Archeologie (projectnr. 2018, d.d. november 2018), zie Bijlage 7. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat het plangebied archeologische sporen bevat. Er zijn maximaal drie laklagen in oeverafzettingen aangetroffen vanaf 130 à 160 cm –Mv (7,11 à 7,42 m +NAP). In de bovenste laklaag op 130 à 160 cm –Mv (7,11 à 7,42 m +NAP) zijn overal archeologische indicatoren in de vorm van één enkel fragmentje gebroken kwarts en houtskool aangetroffen. In boring 1 is in de middelste laklaag op 170 tot 210 cm –Mv een fosfaatvlek aangetroffen. Verder zijn afgezien van recente bijmengingen geen archeologische indicatoren aangetroffen.

De bovenste afzettingen bestonden voor een belangrijk deel uit beddingafzettingen van een ondiepe geul en geroerde grond, waarin geen archeologische sporen te verwachten zijn. Intacte oeverafzettingen die de boven beschreven beddingafzettingen afdekken, zijn slechts nog maar deels aanwezig doordat de bodemopbouw op drie van de vijf boorpunten tot 60 à minimaal 70 cm uit een verstoorde bodemopbouw bestaat. Het archeologisch belang hiervan is hoog. Echter omdat de diepte van de geplande verstoring vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –Mv reikt en de laklagen met mogelijke vindplaatsen zich op een diepte van tenminste 130 cm – mv bevinden, blijft de verstoring van een mogelijke vindplaats zeer beperkt. Om deze reden is er geen vervolgonderzoek uitgevoerd en wordt het plangebied vrijgegeven. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets In en nabij het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig die als gevolg van dit plan (de realisatie van acht woningen) geschaad zouden kunnen worden.

4.10

Niet-gesprongen explosieven

De gemeente Overbetuwe maakte vanaf het begin van de geallieerde luchtlandingsoperatie 'Market Garden' op 17 september 1944 tot aan de bevrijding van Arnhem op 14 april 1945 deel uit van het frontgebied tussen de Duitsers en de Geallieerden. Overbetuwe werd in zijn geheel als oorlogsgebied beschouwd. Er is een gevechtspauze geweest na het oversteken van de brug bij Nijmegen. Het gebied is gedurende acht maanden frontgebied geweest waarbij het volledige eiland (gebied tussen de Rijn en de Waal) geëvacueerd is. Tevens zijn er in die periode hevige bombardementen uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie van oorlogsgegevens zijn o.a. 34 vliegtuigcrashes, meer dan 300 mijnenveldenen meer dan 200 veldgraven opgetekend. Door de oorlogshandelingen ontstonden er gebieden waarvan de bodem sterk met oorlogsmateriaal werd belast wat op dit moment nog gevaar kan opleveren voor mens en dier. De Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) gaat er in 2014 vanuit, dat slechts 35% van de munitie inmiddels uit de grond is verwijderd. Dit betekent dat we de komende decennia nog met deze explosieve erfenis te maken zullen hebben en er kans bestaat dat in het plangebied nog sprake is van onontplofte munitie. Beoordeling Er worden met onderhavig planvoornemen acht nieuwe woningen met bijbehorende voorzieningen zoals nutsaansluitingen etc. gerealiseerd.

Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, uitvoeren van graafwerkzaamheden, aanleg van kabels en leidingen en het uitvoeren van bepaalde onderzoeken, is de aanwezigheid van mogelijke conventionele explosieven (CE) van belang. In het verleden is de locatie bebouwd geweest. De bebouwing is gesloopt en momenteel ligt het perceel braak. Conclusie De bodem van de projectlocatie is in het verleden gedeeltelijk geroerd. Het is nu nog niet tot in detail duidelijk op welke locatie en tot welke diepte bodemroerende werkzaamheden plaatsvinden voor de bouw van de woningen. Bij vergunningverlening ontstaat hierover meer duidelijkheid. Op dat moment kan worden beoordeeld of nader onderzoek naar explosieven noodzakelijk is.

4.11

Verkeer / parkeren

Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Schubertstraat en de Brahmsstraat die in een 30 km/u zone liggen. Deze wegen sluiten aan op de Grote Molenstraat. Voor twee-onder-één kap woningen geldt een kencijfer van 7,8 verkeersbewegingen per woning per dag. Dit betekent op basis van het bouwplan voor 8 twee-onder-één kapwoningen dat er 62,4 verkeersbewegingen ten gevolge van het plan zullen plaatsvinden. Een (beperkte) toename van verkeersbewegingen kan eenvoudig via de huidige weg worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De beleidsregels voor parkeren zijn vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Gemeente Overbetuwe 2016'. In het kader van de ontwikkeling van het woningbouwplan is door Loendersloot een parkeeronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek (7 september 2020, referentienummer 5677) is als Bijlage 8 bij deze toelichting gevoegd. Het plan bestaat uit het realiseren van acht twee-onder-één kap woningen in de koopsector. Op basis van de Nota Parkeernormen geldt voor dit type woning op deze locatie een parkeernorm van 2,5 parkeerplaatsen per woning. Dat betekent dat de totale parkeerbehoefte als gevolg van het plan 20 parkeerplaatsen bedraagt (8 x 2,5). Een gedeelte van deze parkeerplaatsen wordt op eigen terrein gerealiseerd. Zeven woningen beschikken over een lange oprit met garagebox. Eén woning beschikt over een dubbele oprit met een garagebox. Conform de parkeernota dient de rekenwaarde per type oprit als uitgangspunt voor het aantal beschikbare parkeerplaatsen te worden gebruikt. In totaal worden daarmee 10,4 parkeerplaatsen opgevangen. De resterende parkeervraag (afgerond 10) dient te worden opgevangen in de openbare ruimte. Om de bestaande, actuele parkeerdruk te bepalen is in het parkeeronderzoek een parkeerinventarisatie uitgevoerd in een afgebakend gebied.

Dit afgebakende gebied wordt gedefinieerd als 'alle beschikbare openbare parkeerruimte met een loopafstand tot honderd meter van de voordeur van de herontwikkeling'. Het totaal aantal plaatsen binnen het onderzoeksgebied is in kaart gebracht. In het gebied zijn 48 openbare parkeerplaatsen aanwezig. Vervolgens is op achttien verschillende momenten een inventarisatie van het aantal geparkeerde auto's binnen dit gebied uitgevoerd. In de parkeernota heeft de gemeente Overbetuwe vastgelegd dat een parkeerdruk van maximaal 85% aanvaardbaar is. Deze eis geldt op elk willekeurig moment. De verwachte toename in de parkeerdruk bedraagt 10 parkeerplaatsen. De verwachte toename van de bezettingsgraad binnen het onderzoeksgebied betreft (10/48) * 100% = 20,83%. Indien de huidige bezettingsgraad in de openbare ruimte toestaat dat de parkeervraag toeneemt met 20,83% zonder dat de limiet van 85% overstegen wordt, is de parkeercapaciteit voldoende. Voor voldoende parkeercapaciteit mag de huidige bezettingsgraad dus niet boven de 85% - 20,83% = 64,17% uitkomen. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat de bezettingsgraad/parkeerdruk in de omgeving gemiddeld 49,65% bedraagt. Om de parkeerbalans te kunnen berekenen is naast dit gemiddelde ook het drukste moment van belang. Dit moment viel op dinsdag- en donderdagnacht met een druk van 60,42%.

Op basis van het parkeeronderzoek kan worden geconcludeerd dat er in de openbare ruimte voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn om, in het deel van de parkeerbehoefte die niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden, te voldoen. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.

4.12

Duurzaamheid

De gemeente Overbetuwe hecht veel waarde aan duurzaamheid. Vanaf 1 juli 2020 moet alle nieuwbouw in Nederland voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Deze verplichting vloeit voort uit onder meer de Europese richtlijn EPBD. Bij de verdere uitwerking van het bouwontwerp, zal nader worden bekeken met welke maatregelen de BENG-eisen kunnen worden gehaald. De woningen zullen daarnaast in ieder geval gasloos worden uitgevoerd.

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Planopzet en systematiek

De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2

Toelichting op de regels

5.2.1

Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.

Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijk en van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies;

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat afwijk en van de gebruik sregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels: In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.

De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Tuin De bestemming 'Tuin' is onder andere bestemd voor tuinen, in- en uitritten en parkeervoorzieningen en heeft een relatie met de aangrenzende woonbestemming, ten behoeve waarvan onder voorwaarden mag worden gebouwd. Wonen De gronden in dit bestemmingsplan met de bestemming wonen zijn bestemd voor twee-aaneen gebouwde woningen. In totaal mogen er maximaal 8 woningen gebouwd worden ter plaate van deze bestemming. Waarde - Archeologische verwachting 2 In het plangebied is de archeologische dubbelbestemming opgenomen. Dit ten behoeve van het behoud en de bescherming van archeologische waarden in of nabij het plangebied. Naast de betreffende dubbelbestemming hebben de betrokken gronden altijd nog de hoofdbestemming 'Wonen’ en ‘Tuin'. De bepalingen van de hoofdbestemming en de dubbelbestemming zijn dan beide van toepassing, maar bij

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat strijd tussen deze bepalingen prevaleren de bepalingen van de dubbelbestemming. De reden hiervoor is dat de belangen van de dubbelbestemming zwaarder wegen dan die van de hoofdbestemming. De dubbelbestemmingen bevatten een vergunningplicht voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden.

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiertoe wordt tussen gemeente en initiatiefnemer een overeenkomst gesloten. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat

Hoofdstuk 7 7.1

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Gelderland Conform het door de provincie Gelderland gehanteerde beleid is het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. De provincie heeft geen bezwaar gegeven. Waterschap Rivierenland Op 8 oktober 2018 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Rivierenland. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap - met inachtneming van de uitgangspunten - een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2

Inspraak

Na overleg met de gemeente is de voorgenomen ontwikkeling tijdens een digitale informatiebijeenkomst op maandag 12 oktober 2020 voorgelegd aan de buurt. Schipperbosch heeft de plannen gepresenteerd waarna er vragen gesteld konden worden en de buurt haar mening kon geven. De presentatie en de het verslag van de digitale bijeenkomst zijn bijgevoegd in Bijlage 9 en 10. De reacties van insprekers en van overlegpartners hebben niet geleid tot aanpassing van het voorontwerpplan.

7.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 17 juni 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat

Bijlagen toelichting Bijlage 1 Schetsontwerp

Bijlagen toelichting (vastgesteld)

35

Elst Schubertstraat Locatiestudie | 27-11-2019

5700

10000

10000

5700

5700

5700

5700

11500

5700 5700

11500

5700

Elst Schubertstraat

Locatiestudie | situatie 1:500 | 27-11-2019

Elst Schubertstraat

Locatiestudie | situatie 1:1000 | 27-11-2019

Elst Schubertstraat

Locatiestudie | situatie 1:1000 | 27-11-2019

Elst Schubertstraat

Locatiestudie | sfeerimpressie | 27-11-2019

Elst Schubertstraat

Locatiestudie | sfeerimpressie | 27-11-2019

Elst Schubertstraat

Locatiestudie | sfeerimpressie | 27-11-2019

Elst Schubertstraat

Locatiestudie | sfeerimpressie | 27-11-2019

bestemmingsplan Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat

Bijlage 2 Aanmeldnotitie

46

Bijlagen toelichting (vastgesteld)

Aan: Gemeente Overbetuwe Postbus 11 6660 AA Elst Borne, 5 december 2019 Ons kenmerk: 18JA043 Bijlagen: -

Betreft:

aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Schubertstraat 18-20 Elst

Geachte College van de gemeente Overbetuwe, Zoals bij u bekend zijn wij bezig met de ontwikkeling van maximaal 8 woningen in de woonwijk ElstNoordoost. De initiatiefnemers willen de nu nog onbebouwde grond herontwikkelen ten behoeve van acht twee-onder-één kap woningen aan de Schubertstraat en de Brahmsstraat. Momenteel is hiervoor een bestemmingsplan in voorbereiding. Sinds 16 mei 2017 is een aanmeldnotitie nodig wanneer er sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn). Het heeft niet alleen betrekking op een bestemmingsplan, maar ook op bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking. Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf, dus ook bij het ontwikkelen van een klein ruimtelijk plan is een aanmeldnotitie nodig. In deze aanmeldnotitie zijn de milieueffecten in relatie tot het planvoornemen geïnventariseerd. Hierbij wordt ingegaan op de volgende drie onderdelen:  Kenmerken van het project;  Plaats van het project;  Kenmerken van de potentiële effecten. Op basis van deze notitie dient het bevoegd gezag een besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapportage.

Kenmerken van het betreffende project Het voornemen bestaat in dit geval uit een bestemmingsplanherziening ten behoeve van de realisatie van maximaal 8 woningen in Elst. Het plangebied is gelegen in de woonwijk Elst-Noordoost, gesitueerd ten westen van het spoor en ten noorden van het centrum. In de huidige situatie is er aan de Schubertstraat en Brahmsstraat in Elst sprake van een braakliggend terrein. In het verleden is op nummer 18 een woning met tuin aanwezig geweest en op huisnummer 20 stond een bedr ijfspand met meerdere opvolgende bestemmingen: winkel, kantoor, horeca en politiebureau. Voor 1970 was het plangebied onbebouwd en waarschijnlijk in gebruik als boomgaard.

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Hoofdstraat 43  7625 PB Zenderen  T 074 255 70 20  IBAN NL88ABNA0491760361  BIC ABNANL2A KvK Veluwe-Twente 08140851  Btw nr. NL 8151.28.939.B01  info@ad-fontem.nl  www.ad-fontem.nl

Plaats van het project Het plangebied bestaat uit de kadastrale percelen nummer 3416 en 3417, sectie I aan de Brahmsstraat en de Schubertstraat te Elst in de gemeente Overbetuwe. De planlocatie grenst aan de oostzijde aan meerdere achtertuinen, aan de zuidzijde aan de zijkant van een woonperceel, aan de westzijde aan de Schubertstraat en aan de noordzijde aan de Brahmstraat. Het plangebied ligt ten oosten van het sportcentrum de Helster en is verder omgeven door zowel vrijstaande als aaneengebouwde woningen. Het perceel ligt niet binnen NNN (Natuurnetwerk Nederland). De dichtstbijzijnde NNN-gronden liggen op een afstand van 475 meter ten noordoosten van het plangebied. Het betreffende perceel is op circa 5.3 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied gelegen. Het nieuwe bouwblok waarbinnen woningen kunnen worden gerealiseerd liggen op een afstand van meer dan 50 meter van het tegenover gelegen sportcentrum.

Kenmerken van de potentiële effecten Voor wat betreft de potentiele milieueffecten van de planontwikkeling zijn de volgende aspecten van belang/relevant. Bedrijven en milieuzonering / geur Ten westen van het plangebied is een sportcentrum aanwezig welke op basis van de VNG -uitgave Bedrijven en Milieuzonering een maximale richtafstand heeft van 50 meter. De onderlinge afstand tussen de planlocatie en het sportcentrum voldoet aan deze richtafstand. Daarnaast is er een parkeerterrein aanwezig ten behoeve van het sportcentrum. De grootste richtafstand voor een parkeerterrein is 30 meter voor het aspect geluid. De onderlinge afstand tussen de planlocatie en het parkeerterrein voldoet aan deze richtafstand. Van andere bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied is geen sprake. De verdere omgeving bestaat namelijk uit woonbebouwing, wat niet als een milieubelastende functie wordt aangemerkt. Uit de beoordeling komt naar voren dat ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft bedrijven en milieuzonering. Ecologie Er is in het kader van het bestemmingsplan een quick scan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd.

De conclusie uit het onderzoek is dat mits bezette vogelnesten beschermd worden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van de Wnb leidt. De voorgenomen activiteiten leiden ook niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Een negatief effect op het Natura 2000 gebied is uit te sluiten op basis van de invloedssfeer van de voorgenomen activiteit. Er is sprake van een geruime afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebied. De invloedssfeer van de activiteit is lokaal waardoor deze geen negatief effect heeft op Natura 2000-gebied. Stikstof Het gebied ligt 5,3 km van N2000. Gelet op de afstand tot N2000 en de ontwikkeling van slechts 8 woningen is het niet aannemelijk dat dit project zal leiden tot verhoging van de N-depositie. Verkeerseffecten en luchtkwaliteit Het aantal verkeersbewegingen naar het plangebied zal met de herontwikkeling van de percelen voor woningbouw wijzigen. Op basis van het aantal te bouwen woningen van 8 woningen zorgt het plan voor een verkeersgeneratie van circa 80 verkeersbewegingen per dag. In publicatie 317 'kencijfers parkeren -2-

en verkeersgeneratie' van het CROW zijn kengetallen opgenomen voor de verkeersgeneratie van nieuwe woningen per woningtype, stedelijkheidsgraad en ligging waarin de totale verkeersgeneratie per woning opgenomen is. Er is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad ‘sterk stedelijk' en ligging 'rest bebouwde kom'. De CROW-publicatie geeft een minimum en maximum kengetal. Er is uitgegaan van een gemiddelde van deze twee getallen. Er zijn namelijk geen specifieke kenmerken van d e voorgenomen ontwikkeling op deze locatie die de verkeersgeneratie vooraf laten afwijken (of anders maken dan) dan een gemiddelde ontwikkeling van deze functies op een vergelijkbare locatie. Voor twee onder een kap woningen geldt een kencijfer van 7,8 verkeersbewegingen per woning per dag. Dit betekent op basis van het bouwplan voor 8 twee onder een kapwoningen dat er 62.4 verkeersbewegingen ten gevolge van het plan zullen plaatsvinden. Deze beperkte toename van verkeersbewegingen ten behoeve van de maximaal 8 woningen kan eenvoudig via de Brahmsstraat en Schubertstraat worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Het extra verkeer ten gevolge van het plan (circa 62.4 waarbij in de worst case scenario 80 verkeersbewegingen is aangehouden) heeft daarbij geen onevenredige effecten op de luchtkwaliteit ter plaatse.

De ontwikkeling is aan te merken als ‘niet in betekenende mate’. Externe veiligheid De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van maximaal acht nieuwe woningen. Er is daarmee sprake van de realisatie van acht nieuwe kwetsbare objecten. Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van 415 meter van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen. Op basis van onderhavige onderzoek kan worden geconcludeerd dat er ten aanzien van het aspect externe veiligheid geen belemmering is voor de bestemmingsplanwijziging en het realiseren van de woningen in het plangebied. Water Op 08-10-2018 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht. De watertoets is als bijlage bijgevoegd bij het bestemmingsplan. Het waterschap adviseert positief over het plan, onder de voorwaarde dat er voldoende rekening wordt gehouden met bepaalde aandachtspunten. Zo neemt het verhard oppervlak toe. Dit heeft gevolgen voor de waterhuishouding en daarmee is het plan waterhuishoudkundig relevant.

Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Bebouwing In de huidige situatie bestaat de mogelijkheid een bedrijfsgebouw ten behoeve van detailhandel zoals een supermarkt te bouwen met bijbehorende verharding rondom het gebouw. De te realiseren woningen worden gesitueerd ter plaatse van deze te vervallen bouwlocatie voor detailhandel waar voorheen een woning en bedrijfsgebouw aanwezig waren. De nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van 660 m2. Per saldo betekent dit dat er een afname van bebouwing is. Verharding Het uitgangspunt van het plan is om het plangebied in te richten met waterdoorlatende verharding. In het plan zijn om die reden de openbare parkeerplaatsen voorzien van waterdoorlatende verharding. Daarnaast is er verharding aanwezig ter plaatse van de opritten en parkeerplaatsen bij de woningen.

-3-

Compensatie De herontwikkeling van de detailhandelslocatie brengt per saldo geen toename aan bebouwing met zich mee. De verharding die wordt aangebracht wordt grotendeels waterdoorlatend. Derhalve hoeft er niet gecompenseerd te worden. Het aspect waterhuishouding vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. Het ruimtelijk plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer toegestuurd te worden aan Waterschap Rivierenland. Conclusie is dat er ten gevolge van de inrichting van het plangebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan. Archeologie De planlocatie is gekenmerkt als Archeologische verwachtingszone categorie 4 gebied, gebieden met een hoge archeologische verwachting. Meandergordel / oever op kom complex. De regels ten behoeve van het bestemmingsplan bestaan uit het 'Streven naar behoud in huidige staat; inventariserend archeologisch onderzoek verplicht (IVO-protocol 2) als het bruto-oppervlak van de ingreep groter is dan 100 m² én de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm –Mv'. In het kader daarvan is Door Laagland Archeologie V.O.F. is een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek is vervat in een rapportage die als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd. Het archeologisch belang hiervan is hoog.

Echter omdat de diepte van de geplande verstoring vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –Mv reikt en de laklagen met mogelijke vindplaatsen zich op een diepte van tenminste 130 cm – mv bevinden, blijft de verstoring van een mogelijke vindplaats zeer beperkt. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. Geluid Met het realiseren van woningen worden geen geluidbelastende functies voor de omgeving gerealiseerd. Ten aanzien van het aspect geluid kent de planontwikkeling naar buiten toe derhalve geen (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Het aspect ‘geluid’ is wel relevant voor het plangebied zelf (aanvaardbaar woon- en leefklimaat) gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van haar omgeving. Het plan voorziet in de bouw van acht woningen op het perceel Brahmsstraat - Schubertstraat ong. te Elst. De woningen liggen op korte afstand van zowel de Brahmsstraat als de Schubertstraat, echter deze wegen liggen ter plaatse in een 30 km/u zone. Bovengenoemde geluidszone in het kader van de Wet geluidhinder is daarom niet geldig voor de planlocatie. Ook voldoet de planlocatie aan de VNG richtafstanden voor het aspect geluid voor de functie veldsportcomplex (met verlichting) en/of sporthallen van 50 meter en de functie parkeerterrein van 30 meter.

Voor het plan is voor het aspect wegverkeerslawaai sprake van een goede ruimtelijke ordening. Bodem De woningbouwontwikkeling betreft geen bodembelastende activiteit. In het kader van de planontwikkeling is nader onderzocht of het plangebied geschikt is voor het beoogde gebruik. In dat kader is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat op de onderzoekslocatie , Schubertstraat 18-20 te Elst, plaatselijke en ernstige PAK- verontreining en matige olieverontreiniging aangetroffen wordt in de bodemlaag 0,3-1,0 m-mv met een beperkte omvang van 5 m3. Het overige terrein is niet of minimaal verontreinigd. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en geldt er geen saneringsnoodzaak. De aangetroffen bodemkwaliteit vormt geen belemmering bij een toekomstige transactie of herontwikkeling. De aangetroffen verontreiniging kan bij een eventuele herontwikkeling -4-

verwijderd worden. De locatie is geschikt bevonden voor het beoogde gebruik. De milieuhygiënische bodemkwaliteit is in voldoende mate vastgesteld en heeft geen consequenties voor wat betreft de voorgenomen woonfunctie. NGE Er worden met onderhavig planvoornemen acht nieuwe woningen met bijbehorende voorzieningen zoals nutsaansluitingen etc. gerealiseerd. Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, uitvoeren van graafwerkzaamheden, aanleg van kabels en leidingen en het uitvoeren van bepaalde onderzoeken, is de aanwezigheid van mogelijke conventionele explosieven (CE) van belang. In het verleden is de locatie bebouwd geweest. De bebouwing is gesloopt en momenteel ligt het perceel braak. De bodem van de projectlocatie is in het verleden gedeeltelijk geroerd. Het is nu nog niet tot in detail duidelijk op welke locatie en tot welke diepte bodemroerende werkzaamheden plaatsvinden voor de bouw van de woningen. Bij vergunningverlening ontstaat hierover meer duidelijkheid. Op dat moment kan worden beoordeeld of nader onderzoek naar explosieven noodzakelijk is.

De woningbouwontwikkeling niet voor significante negatieve milieueffecten. De milieueffecten van de ontwikkeling zijn beperkt te noemen. Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn geweest.

Hoogachtend,

Ad Fontem BV, A.Veenendaal MSc

-5-

bestemmingsplan Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat

Bijlage 3 Besluit aanmeldnotitie

52

Bijlagen toelichting (vastgesteld)

Onderwerp: Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan “Eist, SchubertstraatBrahmsstraat” Ons kenmerk: 21bwb00018

Burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe; gelet op hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en op het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.); overwegende dat: - het bestemmingsplan “Eist, Brahmsstraat-Schubertstraat” voorziet in de juridisch planologische regeling ten behoeve van de realisatie van acht woningen (twee-onder-een kap-woningen) in het plangebied aan de Brahmsstraat-Schubertstraat te Eist; - het bevoegd gezag verplicht is een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt (artikel 7.17, eerste lid van de Wet milieubeheer); - bij de voorbereiding voor elk besluit dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op bijlage D van het Besluit m.e.r.

en die onder de drempelwaarden vallen, een vormvrije m.e.r.beoordeling moet worden uitgevoerd om te toetsen of belangrijke nadelige milieugevolgen van deze activiteit(en) kunnen worden uitgesloten (artikel 2, vijfde lid onder b van het Besluit m.e.r.); - burgemeester en wethouders in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan bevoegd zijn omtrent het nemen van het vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit (artikel 7.1, vierde lid van de Wet milieubeheer); - burgemeester en wethouders voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbesluit van het bestemmingplan een beslissing dienen te nemen omtrent de vraag of vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt (artikel 7.17, tweede lid, juncto artikel 7.19, eerste lid, van de Wet milieubeheer); - voor het opstellen van dit besluit gebruik is gemaakt van de in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), artikel 4, lid 3, bedoelde selectiecriteria; - de in dit bestemmingsplan beoogde activiteit, de aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject, staat vermeld in bijlage D, categorie 11.2, van het Besluit m.e.r; - de drempelwaarde voor deze categorie niet wordt overschreden, zodat de vormvrije m.e.r.beoordelingsplicht geldt; - door de initiatiefnemer de benodigde onderzoeken zijn aangeleverd voor de vormvrije

m.e.r-beoordeling; - uit de vormvrije m.e.r-beoordeling, die voor de voorgenomen ontwikkeling is uitgevoerd, blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten, zodat kan worden volstaan met de vormvrije m.e.r.-beoordeling en er geen milieueffectrapport behoeft te worden opgesteld;

Besluiten: 1. Op grond van artikel 7.19, eerste lid van de Wet milieubeheer behoeft geen milieueffectrapport te worden opgesteld, omdat de activiteit niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Aldus besloten in de vergadering van 8 juni 2021.

Burgemeester en wethouders, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

P.J.E. Breukers.

R.P. Hoytink-Roubos .

bestemmingsplan Elst, Brahmsstraat-Schubertstraat

Bijlage 4 Bodemonderzoek

Bijlagen toelichting (vastgesteld)

55

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Schubertstraat 18-20 te Elst Kadastrale gegevens: Gemeente Elst, sectie I, nummer 3416 en 3417

Projectnummer: Datum:

20191859 31 juli 2019

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Schubertstraat 18-20 te Elst Kadastrale gegevens: Gemeente Elst, sectie I, nummer 3416 en 3417

Opdrachtgever Schipper Bosch de heer S. van Vuuren Postbus 5197 6802 ED Arnhem Adviesbureau

Projectleider

MILON bv

Mirjam van de Giessen

Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel info@milon.nl / www.milon.nl 073 - 5477253 Status definitief

Versie 1

Datum 31 juli 2019 Projectnummer 20191859

Kwaliteitscontrole

Auteur

Bregje van Lieshout

Shana Coomans MSc

Inhoudsopgave 1 Inleiding .................................................................................. 3 1.1 Algemeen .......................................................................... 3 1.2 Aanleiding en doel .............................................................. 3 1.3 Opbouw van het rapport ...................................................... 3 1.4 Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid .................................. 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek .............................................. 4 2.1 Algemeen .......................................................................... 4 2.2 Afbakening en locatiegegevens ............................................. 4 2.3 Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken ........ 7 2.4 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie .......... 8 2.5 Hypothese ......................................................................... 9 3 Uitvoering verkennend bodemonderzoek .............................. 10 3.1 Onderzoeksstrategie ......................................................... 10 3.2 Veldwerkzaamheden ......................................................... 10 3.3 Zintuiglijke waarnemingen ................................................. 11 3.4 Laboratoriumwerkzaamheden ............................................

11 3.5 Analyseresultaten ............................................................. 12 3.6 Bespreking van de resultaten ............................................. 14 4 Samenvatting en conclusies .................................................. 16

Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart 2. Situatietekening 3. Boorbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten

1

Inleiding

1.1

Algemeen

MILON bv te Veghel heeft in opdracht van de heer S. van Vuuren namens Schipper Bosch te Arnhem een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Schubertstraat 18-20 te Elst. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Normen NEN 5725, NEN 5740 en NEN 5707.

1.2

Aanleiding en doel

Het verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de locatie. Het doel van het verkennend bodem- en asbestonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw en de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater.

1.3

Opbouw van het rapport

In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde: ▪ ▪ ▪ ▪

resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); resultaten van het verkennend bodemonderzoek(hoofdstuk 3); resultaten van het verkennen asbestonderzoek (hoofdstuk 4); conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).

De bijbehorende tekening(en), boorprofielen, analysecertificaten en toetsingstabellen zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen.

1.4

Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen" en protocol 2002 "Het nemen van grondwatermonsters" en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. MILON bv is gecertificeerd volgens dit procescertificaat. Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en is financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.

Projectnummer: 20191859 Datum: 31 juli 2019

Pagina 3 van 21

2

Milieuhygiënisch vooronderzoek

2.1

Algemeen

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 nl Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk dienen in het vooronderzoek de onderzoeksvragen uit de NEN 5725 'Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek' beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ▪ Informatie opdrachtgever en eigenaar; ▪ Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; ▪ Website Bodemloket; ▪ Historisch topografisch kaartmateriaal, website topotijdreis; ▪ Actuele luchtfoto’s (Google Earth en Bing Kaarten); ▪ Grondwaterkaart van Nederland/DINOloket; ▪ Kadaster.

Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreininspectie uitgevoerd. De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in onderhavig hoofdstuk.

2.2

Afbakening en locatiegegevens

Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 10 meter beneden maaiveld. Gezien de ligging en het gebruik van de locatie in relatie tot het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht. De onderzoekslocatie betreft een braakliggend terrein ter plaatse van de Schubertstraat 20 te Elst. In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven.

Projectnummer: 20191859 Datum: 31 juli 2019

Pagina 4 van 21

Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie

Schubertstraat 18-20

Kadastrale gegevens locatie

gemeente Elst, sectie I, perceelnummer(s) 3416 en 3417

Coördinaten Rijksdriehoekstelsel

x: 186707

Oppervlakte locatie (in m2)

circa 2.000

www.planviewer.nl/kaart

Oppervlakte bebouwd (in m2)

niet bebouwd

www.planviewer.nl/kaart

Huidig gebruik

braakliggend

Verhardingen

onverhard

y: 437529

www.planviewer.nl/kaart

https://pdokviewer.pdok.nl

De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1.

Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (rood omrand) bron: Google Maps

Ten oosten en ten zuiden van de onderzoekslocatie zijn percelen gelegen in gebruik als wonen met tuin. Ten noorden en ten westen zijn respectievelijk de openbare wegen Brahmsstraat en Schubertstraat gelegen. De onderzoeklocatie ligt binnen de bebouwde kom van Elst. De directe omgeving bestaat hoofdzakelijk uit woonbebouwing. Voor een indruk van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar figuur 2 en de situatietekening in bijlage 2.

Projectnummer: 20191859 Datum: 31 juli 2019

Pagina 5 van 21

Figuur 2: huidige situatie (4 foto's)

Projectnummer: 20191859 Datum: 31 juli 2019

bron: locatie-inspectie MILON bv

Pagina 6 van 21

2.3

Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken

Gebruik en potentiële bronnen Volgens historisch kaartmateriaal was omstreeks 1900 de onderzoekslocatie in gebruik als agrarisch gebied. Vanaf 1930 tot omstreeks 1970 is het te onderzoeken gebied in gebruik geweest als boomgaard en/of het telen van bomen. Op basis hiervan is de locatie verdacht op het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s). Rond 1970 is de woonwijk waarbinnen de onderzoekslocatie is gelegen aangelegd. Gedurende het aanleggen van de woonwijk is de onderzoekslocatie in gebruik geweest voor de opslag van bouwmaterialen. Op de onderzoekslocatie is rond 1972 bebouwing gerealiseerd. Het pand is in gebruik geweest als bloemenwinkel, café, sauna, kantoor en politiebureau. In 2006 is de bebouwing gesloopt. Tot op heden is het perceel braakliggend. Voor zover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie geen verdachte locaties aanwezig of aanwezig geweest en zijn geen potentieel bodembelastende activiteiten uitgevoerd. Asbest Asbest bevat mineralen met een vezelstructuur en zijn van natuurlijke herkomst. Asbestvezels in de lucht kunnen bij inademing longvlieskanker, buikvlieskanker of longkanker veroorzaken. De hoeveelheid asbest bij blootstelling en type asbestvezels die worden ingeademd, beïnvloeden de risico’s. Niet alle asbesthoudende producten zijn even hard.

Deze hardheid is van invloed op de mate waarin asbestvezels vrij kunnen komen (hechtgebonden of niet-hechtgebonden). Asbest is na de 2de Wereldoorlog tot de jaren 80 van de vorige eeuw veel toegepast. Asbest werd gebruikt in gebouwen en woningen omdat het sterk, slijtvast, isolerend, brandwerend en goedkoop is. De risico's die asbest oplevert voor de gezondheid werden pas later bekend. Losgebonden asbest is vanaf 1983 vrijwel niet meer toegepast. De beroepsmatige toepassing en verkoop van alle soorten asbest is sinds 1 juli 1993 verboden. Sinds 1 juni 1997 zijn voorafgaand aan de sloop van gebouwen asbestinspecties verplicht, waardoor de kans kleiner is geworden dat er asbest in de bodem en recyclinggranulaten terecht komt. Sinds 2005 is het gebruik van alle soorten asbest verboden in de Europese Unie. De voormalige bebouwing op het perceel dateert uit 1972. Gezien dit bouwjaar is het aannemelijk dat asbesthoudende materialen in het pand aanwezig zijn (geweest). Gezien deze bebouwing is gesloopt, is mogelijk asbest in de bodem geraakt. Hierom is de locatie verdacht op het voorkomen van asbest. Uitgevoerde bodemonderzoeken Binnen de onderzoekslocatie zijn meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken betreffen: 1. Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Schubertstraat 20 (Arns Milieutechniek, rapport met nummer 50050701, d.d. 11 oktober 2000); 2.

Verkennend bodemonderzoek Schubertstraat 20 (MILON bv, rapport met nummer 26540, d.d. 25 oktober 2006); 3. Aanvullend grondwateronderzoek Schubertstraat 20 (MILON bv, rapport met nummer 26566, d.d. 20 december 2006); Projectnummer: 20191859 Datum: 31 juli 2019

Pagina 7 van 21

In het onderzoek (rapport 1) uit 2000 zijn analytisch geen verhogingen aangetoond in de bovengrond. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehaltes aan kwik en nikkel aangetoond. Lokaal een matige verontreiniging met minerale olie en een sterke verontreinig met PAK in grond en grondwater aangetroffen. De verontreiniging met PAK in de grond is ingekaderd op maximaal 5 m³. In het verkennend bodemonderzoek (rapport 2) in 2006 zijn in de bovengrond analytisch geen verhoogde gehaltes aangetoond. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten ter plaatse van de PAK verontreiniging. In het grondwater zijn geen van de parameters in een verhoogd gehalte aangetoond. Omwille van de verontreiniging met PAK, welke is aangetoond in 2000, is in december 2006 (rapport 3) het grondwater aanvullend geanalyseerd op PAK. Hierbij is slechts een licht verhoogde concentratie aan naftaleen en fluorantheen gemeten.

2.4

Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie

De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa 8,3 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw tot 25 m-mv zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 2,0 m-mv bestaat de bodem uit Holocene afzettingen (complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en weinig grof zand). Hieronder is tot 20,0 de formatie van Kreftenheye (zandige eenheid, hoofdzakelijke bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen) aanwezig. Vervolgens is de formatie van Peize en formatie van Waalre (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen) aanwezig. Volgens opgave van de provincie Gelderland ligt het onderzoeksgebied niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken. Uit de bodemkwaliteitskaart van de Milieusamenwerking regio Arnhem blijkt dat de onderzoeklocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit op onbelaste percelen naar verwachting voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse wonen.

De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemfunctieklasse wonen.

Projectnummer: 20191859 Datum: 31 juli 2019

Pagina 8 van 21

2.5

Hypothese

Gelet op het gebruik van de locatie en de afwezigheid van bodembedreigende activiteiten op de locatie en in de directe omgeving is de locatie onverdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Hierom wordt, conform de NEN 5740, de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie niet lijnvormig (ONV-NL). De verontreiniging met PAK en minerale olie die in het verleden is aangetoond in de (onder)grond dient echter te worden geactualiseerd. Daarnaast is op de onderzoekslocatie in het verleden een boomgaard aanwezig geweest. Hierom dient het standaardpakket voor de bovengrond uitgebreid te worden met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Voor het overige worden binnen de onderzoekslocatie geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en het standaardpakket grondwater. In 2006 is de bebouwing op de locatie, welke dateerde uit 1972, gesloopt. Gezien het bouwjaar van het pand is het aannemelijk dat hier asbestverdacht materiaal is gebruikt. Derhalve wordt een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd, conform NEN 5707, met de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld op schaal van monsterneming.

Projectnummer: 20191859 Datum: 31 juli 2019

Pagina 9 van 21

3

Uitvoering verkennend bodemonderzoek

3.1

Onderzoeksstrategie

Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740:2009+A1:2016 nl bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie niet lijnvormig (ONV-NL). De veldwerkzaamheden en de te analyseren grond- en grondwatermonsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie en weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Veldwerkzaamheden en analyses Locatie

Opp. (m2)

Boringen en peilbuizen tot 0,5 m-mv

tot 2,0 m-mv

peilbuis

Laboratorium (analyses)* grond

grondwater

bovengrond

ondergrond

Actualisatie verontreiniging PAK en minerale olie

-

-

3

-

2x standaardpakket

-

-

Gehele terrein

2.246

9

2

1

2x standaardpakket + OCB

1x standaardpakket

1x standaardpakket

*het standaardpakket voor grond bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stof. Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.

3.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocollen 2001 en 2002. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 10 juli 2019 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer R.P.W.M. (Ruud) van Galen, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het verrichten van handboringen en plaatsen van peilbuizen conform tabel 2; ▪ het zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; ▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuis na plaatsing.

Projectnummer: 20191859 Datum: 31 juli 2019

Pagina 10 van 21

Op 18 juli 2019 heeft de bemonstering van het grondwater plaatsgevonden, uitgevoerd door de heer R.P.W.M. (Ruud) van Galen, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Hierbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het bepalen van de grondwaterstand; ▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuis, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; ▪ het bemonsteren van het grondwater. Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater tijdens de grondwaterbemonstering gefiltreerd middels een 0,45 μm filter.

3.3

Zintuiglijke waarnemingen

Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen verharding aanwezig. De bovengrond bestaat overwegend uit zwak humeuze, matig zandige klei. De ondergrond bestaat hoofdzakelijk uit zwak zandige klei. Zintuiglijk zijn bij diverse boringen in de boven- en/of ondergrond bijmengingen aangetroffen met bakstenen en/of beton. Voor het overige zijn geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Specifiek wordt vermeld dat geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2. In tabel 2 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven. Tabel 3: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis 01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=850ca220-0e6c-466d-ba9f-33e01d2fff1e