21-10-19 Vragen en opmerkingen nav 2e kwartaalrapportage en berap
Tekst van het document
Vragen tijdens bespreking Berap, politieke avond dd. 19-10-21 Algemeen: Op dit moment hebben wij een stabiel betrouwbaar beeld van onze financiële situatie in het sociaal domein en zijn we in staat om realistische prognoses af te geven. Dit is het gevolg van een aantal verbeteringen die we hebben doorgevoerd in onze processen en bedrijfsvoering en de ontwikkeling van de monitor. Tot voor kort hadden we dat inzicht nog niet, waardoor we in eerdere rapportages steeds bijstellingen moesten melden. BOB -
Kunnen de uitkomsten van cliënt ervaringsonderzoeken (in het sociaal domein) eerder uitgewerkt worden, zodat dit meegenomen kan worden in de Berap? Antwoord: we nemen de resultaten van het cliënt tevredenheidsonderzoek (CEO) steeds mee in de eerstvolgende monitor sociaal domein. De resultaten CEO 2019 zijn gedeeld in de jaarmonitor sociaal domein 2020. In de monitor K3 rapporteren we over de resultaten van het CEO van 2020. Groen Links - Hoe kan het dat we in het sociaal domein steeds zo achter trends aanlopen? Op deze manier kan de raad niet goed sturen. Antwoord: ons is niet duidelijk waar de constatering dat wij achter lopen op landelijke (financiële) trends op gebaseerd is. We zien dat de trends die landelijk aan de orde zijn, vergelijkbaar zijn met de trends in Overbetuwe. Dit is inzichtelijk via de door het CBS beheerde dashboard van Waarstaatjegemeente.nl. Op basis van ons eigen dashboard en monitor hebben wij een betrouwbaar beeld van onze financiële situatie, inclusief een goede prognose. Wij volgen dit continu, en rapporteren hier ieder kwartaal over richting de raad. Dit met het oog op tijdige bijsturing. GBO -
Vraagt ook toelichting van portefeuillehouder op het feit dat de effecten van de financiële maatregelen uitblijven. Antwoord: wij hebben steeds gerapporteerd dat het effect van de maatregelen een eerste prognose betrof en de benodigde investeringen nog uitgewerkt moesten worden, daarom is steeds gesproken over een effect van de maatregelen in 2024. Inmiddels hebben wij dit inzicht heel goed uitgewerkt. De effecten blijven niet uit; het saldo van investeringen en effecten is nu goed verdisconteerd. PvdA -
Welke garanties kan de portefeuillehouder geven dat de wachttijden voor de Wmo eind 2021 wel gehaald worden? Antwoord: We focussen op het wegwerken van wachttijden bij het STO. We zijn hierbij afhankelijk van factoren waar wij geen invloed op hebben, zoals het aantal aanmeldingen. Wel hebben we te maken met krapte op de arbeidsmarkt wat oplossing bemoeilijkt. Wij hebben toegezegd dat wij in de 3e kwartaal monitor aangeven welke acties we uitzetten om de wachtlijsten terug te dringen. We vertrouwen erop dat deze acties in het gewenste effect sorteren.
D66 • ‘de begroting 2021 is geen realistische begroting meer omdat deze gebaseerd is op de financiële kaders die destijds golden’. Voor zover ik weet stellen we als raad de kaders vast en ik kan me niet herinneren deze kaders bijgesteld te hebben, behalve dan bij de vaststelling van de eerste berap. Graag een nadere toelichting. Antwoord: de raad stelt inderdaad de kaders vast; de regelgeving en budgettering wordt landelijk bepaald. Daar doelen we hier op. De voorgestelde aanpassing is beschreven in de eerste berap. Bij het opstellen van de eerste berap was de informatie die we nu hebben nog niet volledig beschikbaar. Op basis van de doorrekeningen die we hebben gemaakt zien we dat niet uitkomen met de primaire budgetten 2021. Om deze reden stellen we nu in de berap voor om de budgetten bij te stellen. De budgetten liggen veelal in de lijn met de realisatie 2020.
•
‘We zien een gewenste beweging, want de uitgaven voor zware jeugdzorg met verblijf daalt met 430k en als gevolg daarvan stijgt de uitgaven voor jeugdhulp zonder verblijf met 1,5 miljoen.’ Wij snappen niet wat er zo gewenst is aan deze beweging. De
verwachting was toch dat dit per saldo behalve beter voor de jeugdigen ook tot per saldo een daling van de kosten zou leiden. Inflatie, verhoging van tarieven en de continuiteitsbijdrage voor corona kunnen dit niet alleen veroorzaken. De inflatie is overigens eerder ook opgenomen in de eerste berap. Graag een nadere toelichting hierop. Antwoord: de beweging waarbij we een afname van jeugdzorg met verblijf zien is wel degelijk een positieve trend. Dit is in lijn met de gewenste beweging van zware ondersteuning naar lichte ondersteuning. De volgende stap, die we mede middels de maatregelen willen behalen is een afname van de uitgaven van jeugdzorg zonder verblijf. Hierbij benadrukken we dat de genoemde cijfers niet zo eenvoudig met elkaar te vergelijken zijn, en dat we te maken hebben met een autonome groei van de doelgroep, tarievenstijging, etc.
•
Over jeugdbescherming: daar staat bij paragraaf 3.3.: ‘we hebben verklaring voor de stijgingen’ en verderop bij paragaaf 6.2 staat: ‘We zien al jaren een stijging, en deze ligt in lijn met 2020. Vanaf 2022 verwachten we ‘als gevolg van de effecten van de maatregelen een daling van de uitgaven’. Ook deze conclusies kan ik niet volgen. Als onbekend is wat de stijging veroorzaakt, hoe realistisch is het dan te verwachten dat het bedrag gaat dalen?
Antwoord: er wordt in de berap voorgesteld om het budget 2021 te verhogen. Primair was deze te laag. Evenals het budget 2020. De stijging die we afgelopen jaren hebben gezien lijkt met ingang van 2021 te stabiliseren. Met de inzet van de maatregelen verwachten we vanaf 2022 ook de gewenste afname te realiseren.
•
bij HO: de aantallen stijgen met 1% en op grond daarvan stijgen de kosten met 5%. Vanwaar dat verschil?
Antwoord: de stijging van de kosten wordt bepaald door p * q. In dit geval stijgen de aantallen met 1%. Daarnaast hebben we te maken met een inflatie, zijn de tarieven gestegen en wenden inwoners zich steeds makkelijker tot de Wmo door het feit dat het moeilijk is aan particuliere hulp te komen. Zie ook pagina 13 van de monitor.
•
het voorstel om het budget voor de begeleiding en dagbesteding met 821k te verhogen ‘omdat de begroting van 21 is opgesteld op basis van oude kaders’. Misschien een detail: maar bij de 18 maatregelen is maatregel 4 het ombuigen van dagbesteding naar een basisvoorziening van eind 2020 nog een besparing van 50k op termijn aangegeven, in de eerste kwartaalrapportage van dit jaar zou deze 100k jaarlijks opbrengen, maar ook 100k kosten, dus budgettair neutraal en nu, 3 maanden later moet er 100k per jaar extra bij, bovenop de 821k die nu opgevoerd wordt. Van een besparing van structureel 50k binnen een jaar naar extra kosten van 1,2 miljoen op een totaal budget van 2,3 mln. Hoe kan dat?
Antwoord: De redenering die u hanteert kunnen wij maar deels volgen. De verhoging van 821k heeft betrekking op het bijstellen van de begroting op basis van realisatie 2020. Deze compenseert de eerdere afschaling van het bedrag in de kadernota; deze was niet realistisch en ten onrechte doorgevoerd. Dit staat los van maatregel 4.