21-10-19 Beantwoording technische vragen begroting 2022 nieuw.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Programmabegroting 2022
Inhoudsopgave 1.1. Technische vragen programmabegroting 2022 – D66…………………………………………………………………… 1.2. Technische vragen programmabegroting 2022 – GBO…………………………………………………………………… 1.3. Technische vragen programmabegroting 2022 – VVD………….………………………………………………………… 1.4. Technische vragen programmabegroting 2022 – CDA………………………………………………………………………. 1.5. Technische vragen programmabegroting 2022 - GL…………………………………………………………………….. 1.6. Technische vragen programmabegroting 2022 - CU………………………………………………………………….. 1.7. Technische vragen programmabegroting 2022 - BOB……………………………………………………………….
1
D66 1.1. D66
Vraag
Antwoord
1.
Doel en beoogd effect Jaartal moet vermoedelijk 2022 zijn? Effect septembercirculaire Is het mogelijk voor behandeling op 2/11 aan te geven wat in grote lijnen het effect van de septembercirculaire is op de meerjarenraming?
Ja, dat moet inderdaad het jaartal 2022 zijn in plaats van 2021.
3
Provinciaal toezicht Is deze concept begroting voorgelegd aan de Provincie en zo ja, wat was hun reactie?
Deze conceptbegroting is nog niet voorgelegd aan de provinciaal toezichthouder. De begroting is de uitwerking van de Kadernota die uiteraard wel is besproken met / beoordeeld door de toezichthouder. Daarnaast heeft tijdens het opstellen van de begroting afstemming plaatsgevonden met de toezichthouder over o.a. het verwachte meerjarenperspectief, op te nemen structurele middelen jeugdzorg, effect herverdeling gemeentefonds en uitkomsten septembercirculaire.
4
Sociaal Domein (berap) Op pagina 6 wordt aangegeven dat het beoogde effect van de 18 maatregelen uitblijft, op pagina 73 (in de risicoparagraaf) wordt aangegeven dat er een risico is dat het effect op termijn niet bereikt wordt, op pagina 35 dat een aantal ombuigingen niet haalbaar blijkt en dat er een aanvullende investering nodig is van 777k om de geplande maatregelen die nog wel overeind staan te realiseren, naast dat het sociaal domein natuurlijk een ‘open
De prognose voor 2021 is gebaseerd op een doorrekening van de realisatie van het eerste en tweede kwartaal 2021. Voor jeugd en Wmo ligt de verwachte realisatie 2021 in lijn met de realisatie 2020. Het klopt dat er ‘niks bijzonders’ aan de hand is met de uitgaven. Echter, de primaire begroting 2021 blijkt te laag. Op basis van prognose 2021 is de begroting opgehoogd en zodoende meer realistisch.
2
Via een informatiememo (zaaksysteemnummer 2021-009564) bent u inmiddels geïnformeerd over de financiële consequenties van de septembercirculaire 2021 en wat de effecten daarvan zijn op de meerjarenraming 2022-2025 zoals die in de Programmabegroting 2022 is opgenomen.
De maatregelen zijn voortvarend in gang gezet en resulteren in het beoogde effect. In deze berap zijn de investeringen die nodig zijn voor effectuering expliciet gemaakt en er is meer zicht is op het effect per maatregel. Deze effecten zien we met ingang van 2022 en zijn verwerkt in de meerjarenramimg 20222025.
2
5
6
einde regeling’ is. Er wordt voor voor dit jaar een overschrijding verwacht van 2,1 mln (pag 113, financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid en tweede bestuursrapportage), terwijl er niet iets ‘bijzonders’ aan de hand is, zoals bijvoorbeeld een sterke toename van het aantal inwoners dat een beroep doet op de zorg. Een deel van het tekort is veroorzaakt door het uitblijven van effect van de 18 maatregelen en de benodigde investeringen om de overige maatregelen te bewerkstelligen, maar een deel lijkt toch structureel. Waarom is de raming voor de lange termijn niet aangepast op grond van de cijfers tot en met het 2e kwartaal? Vergroten weerstandsvermogen en solvabiliteitsratio Op pagina 6 wordt aangegeven dat het weerstandsvermogen eenmalig in 2022 wordt verhoogd door toevoegen van het rekeningresultaat van 2022 aan de Algemene Reserve. Als het rekeningresultaat van de jaren ’23 en verder ook wordt toegevoegd aan de Algemene Reserve, wat is dan de prognose van de Solvabiliteitsratio in de tabel op pagina 10? OZB De grondslag voor de OZB wijzigt per 1 januari 2022 van m3 naar m2. Daardoor zullen er individuele verschillen ontstaan in de hoogte van de aanslagen. Hoe gaat dit z’n beslag krijgen? (In de vorm van extra informatie, extra uren personeel).
Bij de berekening van de solvabiliteitsratio wordt het eigen vermogen gedeeld door de totale passiva. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het verwachte resultaat. In de tabel op pagina 10 is in de opgenomen solvabiliteitsratio’s dus al rekening gehouden met de positieve begrotingssaldi in 2023 t/m 2025 want deze maken al deel uit van het eigen vermogen. Oftewel de opgenomen percentages blijven ongewijzigd.
In het communicatieplan voor de aanslagvervaardiging 2022 wordt aandacht besteed aan de verplichte wijze van taxeren van woningen per 1 januari 2022 naar gebruiksoppervlakte en niet meer op inhoud. Vorig jaar zijn de etagewoningen al op gebruiksoppervlakte getaxeerd. Dat heeft niet tot veel extra vragen geleid.
3
7
8
9
10
11
Risicoprofiel Op welke momenten in de jaarlijkse P&C cyclus wordt het risicoprofiel geactualiseerd? Strakke begrotingsdiscipline Er wordt gesteld dat er een strakke begrotingsdiscipline moet worden gehanteerd. Aan welke maatregelen kan worden gedacht naast de reeds toegepaste maatregelen om de begrotingsdiscipline verder te verbeteren?
In zowel de jaarstukken als de begroting is een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen. Het risicoprofiel wordt hiermee dus twee keer per jaar geactualiseerd.
Grote investeringen hebben invloed op solvabiliteit Er wordt ook gesteld op pagina 11 dat een groei van de investeringsbehoefte effect heeft op de solvabiliteit. Nu verwachten we met ingang van 2026 een flinke extra investering te doen, waarvan de exploitatiekosten vanaf dat jaar tot een structurele stijging van bijna 1 miljoen per jaar leiden. Als alle overige baten en lasten gelijk blijven, wat heeft deze extra last dan voor effect op de verschillende ratio’s (mn solvabiliteit, weerstandsratio en de structurele exploitatieruimte)? Uitgangspunten begroting: prijsinflatie Er wordt volgens het overzicht rekening gehouden met 1,4%, het laatste cijfer van CBS geeft een percentage dat bijna twee keer zo hoog is. Welke effecten heeft dit op de begroting? Aantal inwoners 84.634 inwoners klopt waarschijnlijk niet. Moet het 48.634 zijn?
Als met de flinke extra investering in 2026 bedoeld wordt het nieuw sportcentrum in Elst dan is het zo dat de investering / inzet van het investeringsbudget van ruim 20 miljoen al in de periode 2023-2025 plaatsvindt en dat de structurele lasten zich vanaf 2026 zullen voordoen.
Bijvoorbeeld alleen ruimte voor nieuw beleid (nieuwe uitgaven) bij inleveren van financiële ruimte binnen bestaand beleid. Strakker sturen op inzet van de budgetten door de budgethouders.
Effect op de solvabiliteit: gering, eigen vermogen wijzigt qua omvang niet veel en in ontwikkeling langlopende leningenportefeuille is al rekening gehouden met meer leningen door investeringsbehoefte komende jaren. Effect op de weerstandsratio: gering, algemene reserve wijzigt niet qua omvang en naar verwachting ook geen groter risicobedrag want benodigd budget is beschikbaar gesteld. Effect op structurele exploitatieruimte: het begrotingsoverschot zal kleiner worden door de nieuwe lasten en dus zal de structurele exploitatieruimte dalen.
In de begroting is gerekend met een prijsstijging van 1,4% welke gecompenseerd wordt door een compensatie via de algemene uitkering (AU). De hoogte van de AU hangt namelijk mede af door de inflatie/prijsstijgingen die het Rijk verwacht. Hogere inflatieramingen leiden enerzijds dus tot hogere lasten binnen onze begroting, maar daar zal dan een hogere AU tegenover komen te staan. Dus gemiddeld genomen zal het effect op onze begroting neutraal zijn.
Het inwoneraantal moet inderdaad 48.634 zijn.
4
12
15 km zone Waar kunnen wij de kosten vinden die zijn gemoeid met het onderzoek naar en de eventuele uitvoering van de inrichtingen van de woonstraten in de gemeente tot 15 km zone?
13
Leerlingprognoses Hoe is er bij deze kostenberekening rekening gehouden met de leerling groei van de scholen in de wijk Westeraam? Risico blaashal Waaruit worden de kosten betaald gemoeid met de aanschaf van de blaashal? We hebben begrepen dat de gemeente borg staat en/of de lasten van HCOB overneemt bij niet doorgaan? Beleidsindicator niet sporters Waarom is hier niets ingevuld? Laatste bekende cijfer uit ‘waarstaatjegemeente’ van het % nietsporters is uit 2020: 47,1% Overbetuwe versus 49,3 landelijk. In 2016: 47,2 resp 48,7. Budget basisvoorzieningen Het budget wordt verhoogd met 880k. Graag een nadere uitleg waarom dit budget verhoogd wordt.
14
15
16
17
Participatiewet Waarom wordt een groter begrotingspost van € 620.000,opgenomen? Gaat het om meer bijstandsgerechtigden? En wat
Bij nieuwe woningbouwprojecten, zoals Tuyn van Limes en Vire Hof in Driel worden er al straten ingericht als woonerf die voldoen aan de criteria voor een woonerf. Daarnaast wordt in de raadsmemo ‘Herinrichting van 30km/u naar 15 km/u’ die in het vierde kwartaal naar u wordt verstuurd, worden vermeld op welke manier het college uitvoering wilt geven aan de motie. Voor het toepassen en inrichten heeft het CROW-richtlijnen opgesteld, welke worden opgenomen in het nieuwe Handboek Locatie Eisen. Bij het toekennen van woonstraten (30km/u) naar woonerven (15km/u) zullen er geen nadere onderzoeken worden uitgevoerd. Het toekennen welke wegen van 30km/u naar 15km/u kunnen, zal integraal worden bekeken per wijk. De uitvoering van deze maatregel zal plaatsvinden bij onderhoudswerkzaamheden aan bepaalde wegvakken. Voor nu zijn er geen middelen gereserveerd. Mochten er wel extra middelen benodigd zijn, dan zal dat via een afzonderlijk voorstel gaan. De kostenberekening is gemaakt op basis van de berekende leerlingprognose. Deze wordt tweejaarlijks in overleg met de schoolbesturen opgesteld. Het betreft een momentopname en kan afwijken van de werkelijke hoeveelheid kinderen op de scholen.
Dit kan met name het geval zijn bij het voortgezet onderwijs aangezien dit regionale onderwijsvoorzieningen zijn Mocht de blaashal niet op de beoogde locatie kunnen worden gerealiseerd dan neemt de gemeente de aanschaf en exploitatie van de hal over. De constructie verandert dan. HCOB is geen eigenaar meer en de BOSA-regeling is niet meer van toepassing. De aanschafprijs wordt dan hoger. Daarnaast kunnen er extra kosten komen wanneer wordt gekozen voor een andere locatie. Al deze kosten zijn nog niet opgenomen in onze begroting. De lasten kunnen worden gedekt uit bv. Extra inkomsten (verhuur van de hal), financiële ruimte in de bestaande budgetten, uit het begrotingssaldo of een combinatie hiervan. Op 18-08-2021 zijn deze gegevens ingevuld vanaf waarstaatjegemeente.nl, de gegevens van 2020 waren destijds nog niet bekend.
In de Kadernota 2022 is de begroting voor basisvoorzieningen omlaag bijgesteld op basis van uitgaven in 2020. Echter, 2020 was een a-typisch jaar door corona, het was achteraf gezien niet realistisch om de begroting omlaag te brengen. Bovendien hebben we diverse verplichtingen (subsidies). We hebben daarom de begroting weer bijgesteld tot een realistische begroting. Er wordt in principe niet meer uitgegeven dan voorheen op deze posten. Vertrekpunt voor de Kadernota 2022 was de realisatie 2020. De begroting 2022 is gebaseerd op geactualiseerde doorrekeningen. Het verschil kan door een aantal zaken worden verklaard. Ten eerste waren er in de realisatie 2020 incidentele baten uit oude jaren opgenomen. Daarnaast verwachten we een toename van het aantal kandidaten voor de loonkostensubsidies ten opzichte van 2020. Ook is er
5
betekent dat voor de komende jaren vanaf 2023?
rekening gehouden met een daling van de Rijksbijdrage en verwachten we een beperkte stijging van het aantal bijstandsgerechtigden in 2022 ten opzichte van 2020.
Beleidsnota’s volksgezondheid en milieu De opgesomde nota’s zijn voor een groot deel uit 2009. Staan deze op de planning om te evalueren en indien nodig bij te stellen? En zo ja, wanneer? Beleidsindicator hernieuwbare elektriciteit Klopt het dat we in Overbetuwe op 6,1% hernieuwbare elektriciteit zitten versus landelijk op 20,1%?
In juni 2021 is de regionale visie van Gelderland-Midden op Publieke Gezondheid vastgesteld. De cijfers van de gezondheidsmonitor 2020 zijn in september beschikbaar gesteld. In Q4 2021 komt deze informatie gebundeld naar de raad. Overbetuwe richt zich op de vertaling van het nationale Preventieakkoord naar een lokaal akkoord voor Overbetuwe. De VNG heeft hiervoor gelden beschikbaar gesteld. In november worden de plannen voor het lokale preventieakkoord ingediend bij de VNG om in januari te kunnen starten met de activiteiten. In 2022 staat een geactualiseerde nota Publieke Gezondheid Overbetuwe op de planning. Ja dat klopt. Dit wordt o.a. verklaard doordat sommige RES regio’s veel meer ruimtelijke mogelijkheden hebben voor opwek duurzame (wind)energie, bijvoorbeeld Flevoland. Overigens gaat de nieuwe routekaart duurzaamheid meer op duurzame energie (elektriciteit en warmte) sturen en niet alleen maar op elektriciteit.
20
Speerpunt 39. Wonen onder hoogspanningskabels Er volgt nog een voorstel volgens de tekst. Wanneer kan de raad een voorstel verwachten?
Inmiddels is duidelijk dat de provincie een bijdrage van 2 miljoen beschikbaar stelt voor de 8 deelnemende gemeenten. Op dit ogenblik vindt er overleg plaats tussen de gemeenten en de provincie over een verdeling van het beschikbaar gestelde bedrag. We verwachten dat er in november duidelijkheid over komt en daarna volgt er een voorstel.
21
Speerpunt 42. Klantgerichte dienstverlening Is het voldoen aan het besluit Digitale dienstverlening een wettelijke plicht? En zo ja dan hebben wij de volgende vraag: In de tekst staat: De digitale dienstverlening voldoet in 2022 ‘zo veel als mogelijk’ aan het besluit Digitale Toegankelijkheid. Waarom kan er niet volledig worden voldaan aan het besluit en wat ontbreekt er straks dan nog?
Ja, het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid is wettelijke plicht en verplicht overheidsinstanties om te zorgen dat hun websites en apps toegankelijk zijn voor iedereen. Sinds 23 september 2020 moeten alle websites voldoen aan de standaard EN 301 549 en zijn voorzien van een actuele toegankelijkheidsverklaring. Hiervoor moet gemeente Overbetuwe zowel technische- als content gerelateerde wijzigingen doorvoeren. Dit geldt voor alle websites waar de gemeente Overbetuwe (mede)eigenaar van is. Dit betreffen op dit moment 15 webomgevingen. Het uitvoeren van toegankelijkheidsonderzoeken ligt ten grondslag aan de toegankelijkheidsverklaring. De gemeente is verplicht alle webomgevingen waar zij (mede-)eigenaar van is eens per 3 jaar te laten onderzoeken. Om te kunnen voldoen aan de technische toegankelijkheidsvereisten zijn we mede afhankelijk van onze leveranciers van de digitale dienstverlening, zoals de website en diverse applicaties. De meeste leveranciers hebben het afgelopen jaar hun software toegankelijk gemaakt, enkele partijen zijn hier nog mee bezig. Daarnaast moet alle content op de website op toegankelijke wijze aangeboden worden. Dat betekent een actualisatie van alle huidige webpagina’s en de daarop geplaatste PDF’s, filmpjes. Dit zijn enkele honderden bestanden. Tevens moet de organisatie getraind worden in het produceren van digitaal toegankelijke content.
Het is aldus een omvangrijke opgave die we met de (beperkte) beschikbare capaciteit moeten volbrengen en we streven er naar om in 2022 zo veel als mogelijk aan het besluit Digitale Dienstverlening te voldoen.
18
19
6
22
23
24
25
Leges omgevingsvergunningen Waarom wordt er een stijging verwacht van de leges, terwijl de verwachting ook is dat de leges door de invoering van de omgevingswet zullen dalen? Termijn afhandeling bezwaar WOZ Er wordt aangegeven dat ernaar gestreefd wordt om bezwaren tegen de WOZ binnen 5 maanden af te handelen. Hoeveel procent van de bezwaren wordt binnen deze termijn afgehandeld? Kostendekkendheid leges Waaruit bestaan de leges bij Verkeer en Vervoer? En hoe komt het dat de dekkingsgraad slechts 19,4% is? Kwijtschelding belastingen Het aantal aanvragen dat niet wordt gehonoreerd is hoog (365 aanvragen, 265 gehonoreerd). Waar wordt dit door veroorzaakt en is het efficiënter/mogelijk om dit percentage niet gehonoreerde aanvragen omlaag te brengen? Een aanzienlijk deel van de verleende kwijtscheldingen lokale belastingen wordt verleend aan ontvangers van een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Welke besparingen zijn er mogelijk om ontvangers van een PW uitkering bij voorbaat kwijtschelding te verlenen? Welke belemmeringen zijn er om dit niet uit te voeren en hoe kunnen deze worden opgeheven?
De stijging van de leges voor omgevingsvergunningen vloeit geheel voort uit de raad voorgestelde verhoging van de kostendekking (begrotingsbehandeling 2021) en uit een voorstel in de Kadernota 2022. De verhoging wordt gerealiseerd door de legestarieven te verhogen. De gevolgen voor de invoering van de nieuwe Omgevingswet zullen wij, uiterlijk bij de Kadernota 2023, aan u voorleggen. De afgelopen 10 jaar zijn 95% van de WOZ-bezwaren binnen 5 maanden, dus voor 1 oktober, afgehandeld. Dit jaar lukt dat niet. De reden is het groter aantal bezwaren, onder andere van de no cure no pay bureaus. Op 14 oktober 2021 is 46% afgehandeld.
Dit betreft de kosten en de baten voor de afgifte van invalidenparkeerkaarten. Uitsluitend de externe advieskosten worden betrokken in de legesheffing, niet de ambtelijke kosten.
Het komt vaak voor dat inwoners kwijtschelding aanvragen omdat ze schulden hebben. Maar schulden hebben is geen reden om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Bij de beoordeling van een kwijtscheldingsverzoek is de gemeente gebonden aan landelijke wet- en regelgeving. De gemeente Overbetuwe gaat daarnaast uit van hogere kosten van bestaan (kosten als huur, hypotheek, voeding, kleding en medicijnen) dan landelijk toegestaan. Namelijk 100% in plaats van 90%. Dit is geregeld in de kwijtscheldingsregeling van de gemeente Overbetuwe. Inwoners die voor het eerst een aanvraag kwijtschelding indienen geven op het formulier aan of zij wel of geen toestemming geven om te toetsen bij het Inlichtingenbureau. Geven ze toestemming dan worden ze elk jaar getoetst door het Inlichtingenbureau. Komen ze volgens de kwijtscheldingsregeling van de gemeente Overbetuwe in aanmerking voor kwijtschelding dan krijgen ze die automatisch en hoeven ze verder geen actie meer te ondernemen. Omdat de gemeente gebonden is aan de landelijke wet- en regelgeving én al gebruik maakt van de automatische kwijtscheldingtoets via het Inlichtingenbureau zijn geen verdere besparingen op het proces van kwijtschelding te realiseren.
7
26
27
28
29
Onbenutte belastingcapaciteit Waarom wordt in het staatje p pagina 71 de onbenutte belastingcapaciteit meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit als op pagina 69 wordt gesteld dat uitgegaan wordt van een situatie zonder dat dit leidt tot beleidswijzigingen bij het bereiken van onze maatschappelijke doelen? Opsomming risico’s De onzekerheid over de hoogte van de algemene uitkering van het Rijk en compensatie voor de gedecentraliseerde taken zijn niet opgenomen als risico in dit lijstje, waarom niet? En hoe zit het met de opschalingskorting, is deze meegenomen in onze begroting of is dit ook nog als risico te bestempelen? Meerjaren-onderhoudsplanningen velden Hiervoor zijn toch al voorstellen gedaan bij de ombuigingsvoorstellen dit voorjaar? Wat is hierover uiteindelijk besloten? Op pag 116 is dit besluit volgens ons verwerkt door een extra inhaalafschrijving van 1290k in 2021. In de tabel op pagina 82 wordt vermeld dat er geen voorziening beschikbaar is op dit onderdeel, maar dat deze wel van voldoende omvang is. Klopt dat wel? Ziekteverzuim Er wordt in samenwerking met de Arbodienst verder invulling gegeven aan (preventief) ziekteverzuim. Wanneer wordt dit plan
Een van de verplichte onderdelen in het staatje met de (geprognotiseerde) beschikbare weerstandscapaciteit is de onbenutte belastingcapaciteit en dus moet dat ook worden opgenomen in het staatje op pagina 71.
De hoogte van de Algemene Uitkering (AU) incl. aanvullende middelen voor naar gemeente overgehevelde taken is niet iets waar Overbetuwe specifiek wat aan kan doen, of maatregelen kan treffen. Gesprekspartner van het Rijk hiervoor is de VNG. De omvang van de AU is dus voor alle gemeenten een gegeven en daarom niet meegenomen in het lijstje met risico’s. In de berekening van de AU voor de meerjarenperiode 2022-2025 is rekening gehouden met het actuele scenario van de door het Rijk doorgevoerde opschalingskorting dus het is niet nodig om dit ook nog als risico te bestempelen. Overigens heeft het Rijk via de septembercirculaire 2021 besloten om de opschalingskorting in 2022 eenmalig te schrappen. Zie ook de informatiememo waarna wordt verwezen bij vraag 2 van D66. Inderdaad hebben we met de ombuigingsvoorstellen vooral gekeken naar de systematiek hoe de Gemeente Overbetuwe de MJOP structureel in de begroting op kunnen nemen. Dit is ook in het onderdeel reëel ramen naar voren gekomen. Als onderdeel van het planmatig ramen en vervangingsinvesteringen is via de Kadernota 2022 besloten om voor investeringen in kunstgrasvelden de componentenmethode toe te passen. Dit betekende dat we voor de vervanging van de component ’toplaag’ een afschrijvingstermijn van 14 jaar gaan hanteren en in 2022 te maken krijgen met een inhaalafschrijving van de ‘oude’ investering van de toplagen.
De inhaalafschrijving, inderdaad een bedrag van € 1.290K, is geraamd in jaarschijf 2022 van de voorliggende begroting 2022 en dus niet in jaarschijf 2021. (Zie ook pagina 28 van de Kadernota 2022). Het is correct dat er geen voorziening beschikbaar is, maar op de plaats van het woordje “Ja” had inderdaad “n.v.t.” moeten staan. Wat er in de tabel staat, is dus niet juist. Op dit moment wordt de aanbesteding voor de nieuwe Arbodienst per 1 januari 2022 doorlopen en deze bevindt zich in de fase van voorlopige gunning. In het programma van eisen voor deze aanbesteding is expliciet aandacht voor (preventief) ziekteverzuim opgenomen. In de visie en werkwijze van de nieuwe Arbodienst is hiervoor ruim aandacht. In Q1 2022 gaan we in samenwerking met de nieuwe Arbodienst het plan en de implementatie verder concretiseren. Dit met als doel de duurzame inzetbaarheid van onze 8
30
geïmplementeerd en wordt op basis van dit plan verwacht dat het verzuim naar het gemiddelde gaat dalen en zo ja op welke termijn of indien niet: wat moet daar dan meer voor gebeuren?
medewerkers te vergroten en het verzuim te laten dalen. De daling van het verzuim laat zich moeilijk voorspellen. Het werkgerelateerde verzuim is beïnvloedbaar maar voor het medisch verzuim en de effecten van Covid 19 ligt deze beïnvloeding lastiger.
Reserves en voorzieningenduurzaamheidsbudget Bij de ombuigingen (2.9 Duurzaamheidsbudget), is aangegeven dat er een bestemmingsreserve is gevormd bij de jaarrekening van 220k (gevuld met de onderuitputting van de afgelopen twee jaar). Waar kunnen we deze bestemmingsreserve terugvinden en hoe hoog is deze?
Deze bestemmingsreserve is niet terug te vinden in deze PB2022. Bij het opstellen van het overzicht VI Reserves en voorzieningen (pagina 120) is ervan uit gegaan dat de middelen in de BR Duurzaamheid in 2021 zullen worden ingezet en er dus geen saldo meer is op 1-1-2022. In de jaarrekening 2021 zal de BR Duurzaamheid sowieso terug te vinden zijn.
Naast bovenstaande vinden diverse andere inspanningen plaats w.o. verzuimtrainingen, speerpunt duurzame inzetbaarheid, overleggen (met de medewerker, leidinggevende, P&O, bedrijfsarts, preventieadviseur en andere partijen), hybride werken en organisatieontwikkelingen (zie reactie op vraag 7 van BOB).
9
GBO 1.2 GBO 1.
Vraag
Antwoord
Is er al iets te zeggen over het effect van de septembercirculaire, met name op het verloop van de Algemene Reserve? (Het verwacht resultaat 2021 is -1.005; saldo AR op 1-1-2022 verwacht 6.149)
Via informatiememo (zaaksysteemnummer 2021-009564) bent u inmiddels geïnformeerd over de financiële consequenties van de septembercirculaire 2021 en wat de effecten daarvan zijn op de meerjarenraming 2022-2025 zoals die in de Programmabegroting 2022 is opgenomen. De septembercirculaire 2021 heeft een positief effect van 748K waardoor het verwachte resultaat 2021 dus uitkomt op -257K en het verwachte saldo op de AR per 1-1-2022 dus toeneemt met 748K.
2.
De lokale lastendruk (Pag. 67) komt uit op 1,4% in de plus. Nu is dit een gemiddelde waarbij de diverse “soorten” inwoners tezamen worden genomen. Is het mogelijk om voor bepaalde groepen (inkomen, wel of niet huiseigenaar) de stijging van de lasten in beeld te brengen?
De gevolgen van de beperkte stijging in de lokale lastendruk is voor elke huishouding anders. Dat hangt per huishouding vooral af van de waarde van de woning en het aantal malen dat restafval wordt aangeboden. Er zijn bij de gemeente geen gegevens bekend die een verbinding leggen tussen deze twee variabelen. Ook zijn geen gegevens bekend over de relatie tussen inkomen en woonsituatie. Het is dus niet mogelijk om het gevraagde in beeld te brengen.
3.
OZB Toch verhoging. Is dat écht nodig? Wat als we minder zouden verhogen? 2022 4% 2023 6% (hiervan is in kadernota bespreking geen sprake van geweest) 2024 2% 2025 2% Is dit, zoals eerder aangegeven, náást de reguliere jaarlijkse index-verhoging Wat is het effect van de stijgende huizenprijzen? Wat is het effect op de kosten van de diverse bewonersgroepen? (Nominale verhoging per jaar, per huizencategorie (tot 2 ton, van 2 tot 4
a. mindere verhoging: zie antwoord bij vraag 2 van D66. b. Jaarlijkse index verhoging: OZB wordt ook nog verhoogd met de jaarlijkse index. Voor 2022 is dat 1,4%. c. Stijgende huizenprijzen: voor de gemeente is de gewenste OZB opbrengst het uitgangspunt. Een stijging van de WOZ-waarde leidt tot een evenredig lager OZB-tarief. d. Effect stijging: grofweg betekent dat de OZB-lasten voor eigenaar stijgen met € 1,- per jaar voor elke 1% tariefstijging per € 100.000 WOZ-waarde. e. Nieuwe waarderingsmethode: Voor het belastingjaar 2022 zal de OZB worden gebaseerd op de nieuwe WOZ-waarden per de waardepeildatum 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2022 moeten de woningen getaxeerd worden op basis van de gebruiksoppervlakte (GBO) en niet meer op bruto inhoud
10
ton etc?) Met als basis de woz waarde per 1-1-2021 (is dat al de nieuwe waarderingsmethode?)
4
Sociaal Domein Kan zich blijkbaar niet houden aan de opgedragen bezuinigingen, althans het resultaat wordt later verwacht. -> op welke wijze kan de raad bijdragen aan het wel tijdig realiseren van de begrotingsgrenzen. -> welke zekerheid hebben we dat de ingezette maatregelen tot het gewenste resultaat leiden en welke bijstellingen zijn daartoe nog te verwachten?
Voor de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet geldt dat het openeinderegelingen zijn. De toetsingscriteria voor toegang tot deze regelingen zijn wettelijk bepaald en kunnen niet door de raad worden aangepast. De middelen voor uitvoering van deze regelingen worden door de regering vastgesteld, op basis van verdeelmodellen. De mate van beïnvloeding van kosten en baten door gemeentelijk beleid is hierdoor beperkt. De 18 maatregelen zijn erop gericht deze beïnvloeding te maximaliseren. Er is geen zekerheid dat de maatregelen leiden tot de beoogde effecten; inzet van het college is op actieve monitoring waardoor tijdige bijsturing mogelijk is. Er zijn bijstellingen te verwachten wanneer onze monitor nieuwe inzichten geeft, dan wel wanneer ervan rijkswege wijzigingen in regelgeving en financiering plaatsvinden.
5
Participatiewet: Ten opzichte van de Kadernota 2022 neemt voorliggende begroting voor participatie met 620.000,- toe. De bijstelling wordt veroorzaakt door een geactualiseerde doorrekening van de budgetten bijstandsverlening Omdat het een substantieel bedrag is willen wij de oorzaken van deze stijging weten en wat kan worden gedaan om deze stijging te temperen.
Vertrekpunt voor de Kadernota 2022 was de realisatie 2020. De begroting 2022 is gebaseerd op geactualiseerde doorrekeningen. Het verschil kan door een aantal zaken worden verklaard. Ten eerste waren er in de realisatie 2020 incidentele baten uit oude jaren opgenomen. Daarnaast verwachten we een toename van het aantal kandidaten voor de loonkostensubsidies ten opzichte van 2020. Ook is er rekening gehouden met een daling van de Rijksbijdrage en verwachten we een beperkte stijging van het aantal bijstandsgerechtigden in 2022 ten opzichte van 2020.
11
VVD 1.3 VVD 1
Vraag
Antwoord
Vraag/vragen: In de gepubliceerde
Zie antwoord bij vraag 2 van D66. De betreffende informatiememo is vrijdag 15 oktober 2021 aan de Griffie gestuurd en dus voor 20 oktober 2021 in uw bezit.
Programmabegroting 2022 is ten aanzien van de OZB behalve de inflatie ook een hoger stijgingspercentage dan 2 toegepast. De invloed van de septembercirculaire valt buiten het kader van de programmabegroting. Ten aanzien hiervan hebben wij de volgende vragen: (1) Welke invloed zal de septembercirculaire op de begroting 2022 hebben? (2) Hoe wordt het resultaat van de septembercirculaire verwerkt? (3) Kan uitvoering worden gegeven aan de motie M3 van 6 juli 2021? Omdat wij veronderstellen dat de onderliggende gegevens bij u beschikbaar zijn, verzoeken wij u om beantwoording uiterlijk op 20 oktober 2021.
12
CDA
1.4 CDA 1
2
3
4
5
Vraag
Antwoord
Op welke wijze is de septembercirculaire verwerkt in de begroting 2022/2025? Mocht de circulaire nog niet verwerkt zijn, komt de vraag op wanneer zijn de uitkomsten van de circulaire te verwachten en daarbij in het bijzonder welk effect heeft de circulaire op de begroting van 2022? Indien zou worden besloten om het weerstandvermogen met € 1.000.000 te laten toenemen in plaats van € 1.903.000, welk effect heeft dat voor 2022 en 2023 op de voorgestelde verhoging van de OZB? Welk effect heeft hetgeen in vraag wordt beschreven op de weerstandsratio?
De septembercirculaire 2021 is nog niet verwerkt in de voorliggende Programmabegroting 2022. Jaarlijks wordt de begroting altijd gebaseerd op de meicirculaire van dat jaar.
Op pagina 11 wordt weergegeven dat onvoorziene lasten binnen de vastgestelde begroting moet worden opgevangen. Hoe realistisch is het om te veronderstellen dat prijsstijgingen infrastructurele werken, zonder een verhoging van € 25.000, =, binnen de vastgestelde begroting kunnen worden opgevangen? Op pagina 49 wordt opgemerkt dat de definitieve invulling van de bezuiniging van € 300.000 op de algemene
Zie antwoord bij vraag 2 van D66 voor de effecten van de septembercirculaire 2021.
Indien wordt besloten om het weerstandsvermogen met € 903.000 minder te laten toenemen zou er in 2022 dus € 903.000 aan extra lasten of € 903.000 aan minder inkomsten kunnen worden opgenomen. In jaarschijf 2022 zit een voorgestelde OZB-verhoging van 4% (bovenop de stijging van 1,4% vanwege inflatie) en in jaarschijf 2023 zit een OZB-verhoging van 6% en dat komt neer op een totaalbedrag van ca. € 848.000 in 2023. Dit zou dan dus geschrapt kunnen worden. De weerstandsratio wordt berekend door eenmalige weerstandscapaciteit te delen door het bedrag aan risico’s. Het risicobedrag is 4,245 miljoen. Wanneer in plaats van 1,903 miljoen maar 1,0 miljoen wordt toegevoegd aan het weerstandsvermogen dan stijgt de eenmalige weerstandscapaciteit dus naar 6,149 + 1,000 = 7,149 miljoen. De ratio wordt dan dus: 7,149/ 4,245 = 1,68 Dat is niet realistisch en dus is die verhoging van € 25.000 in de begroting opgenomen. Dit betreft overigens een bedrag aan kapitaallasten die volgen uit het extra investeringsbedrag voor geplande infrastructurele werken van € 750.000. Uitgaande van 1,5% rente en een afschrijvingstermijn van 40 jaar geeft dit dus aanvullende kapitaallasten van afgerond € 25.000.
De invulling van de bezuiniging is verwerkt in het begrotingssaldo. Het verwerken van de invulling van de bezuiniging op de juiste taakvelden bij de eerste bestuursrapportage 2022 heeft geen effect op de voorgestelde verhoging van de OZB. 13
dekkingsmiddelen niet verwerkt kon worden in de begroting. Welk effect heeft het verwerken van de verlaging bij de eerste bestuursrapportage 2022 op de voorgestelde verhoging van de OZB?
6
Waar moet aan gedacht worden als niet onderzochte lasten als op pagina 51 wordt verwoord dat 86% van de geraamde lasten wordt gecontroleerd?
Dit betreffen enerzijds niet-materiële lasten zoals de kleinere inkomensoverdrachten (bv. aan het Rijk) en te betalen belastingen, als ook lasten die niet buiten de organisatie gaan zoals bijvoorbeeld afschrijvingen en reserveringen.
7
Volgt uit het overzicht van pagina 67 dat de totale lastenstijging voor OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing € 1,03 per maand (per huishouden) is?
Ja, het is wel een gemiddeld bedrag.
8
Wat is de reden geweest om het versterken van de zorgstructuur bij onderwijs onder te brengen en niet bij het sociaal domein?
Het betreft hier het versterken van de zorgstructuur binnen het onderwijs. Door de samenwerking te verstevigen tussen het onderwijsveld, de samenwerkingsverbanden, het schoolmaatschappelijk werk, het Regionaal Bureau Leerplicht en de jeugd- en gezinsconsulenten zetten we in op vroegsignalering binnen het onderwijs en voorkomende we inzet van zwaardere zorg. Daarnaast zoeken we waar mogelijk de verbinding met het STO.
9
Hoe worden de extra beschikbaar gestelde gelden in het kaden van het Nationaal Programma onderwijs (NPO) vanwege corona ingezet?
Momenteel wordt een overzicht gemaakt van de inzet van de NPO - onderwijsmiddelen en onderzoeken we kansen en behoeften binnen de kinderopvang, primair- en voortgezet onderwijs en de ketenpartners in het voorliggend veld. Hieruit volgt een plan voor de inzet van de gemeentelijke NPO-middelen.
10
Op dit moment zitten we als gemeente nog steeds boven het landelijke gemiddelde met betrekking tot jongeren met een hulpvraag. Hoe gaat de gemeente dit terugdringen als we enerzijds willen bezuinigen (die bezuinigingen zijn opgenomen in de begroting) en anderzijds extra geld ontvangen
Hier zijn diverse maatregelen op gericht, waarvan de belangrijkste de inzet van de PO-Jeugd is. We verwachten hierdoor minder rechtstreekse verwijzingen vanuit de huisartsen naar (dure) jeugdzorg. En daarnaast een betere screening en ondersteuning in een vroegtijdig stadium. De eerste resultaten zijn positief.
14
Groen Links 1.5 GL
Antwoord
1
Op blz 12 staat een tabel met de financiële uitgangspunten. Daarin wordt o.a. inwonertal genoemd. De waarde ervan zou 84.634.000 zijn?
Zie vraag 11 van D66.
2
In dezelfde tabel wordt de formatie genoemd (overbetuwenorm). Als waarde wordt 0 (nul) gegeven. Wat betekenen deze waarden?
De Overbetuwenorm geeft aan met hoeveel fte de formatie gaat groeien in de begroting 2022. De waarde 0 geeft aan dat de formatie niet groeit in de begroting 2022. Sterker nog er is een taakstelling gelegd op het P-budget van € 250.000 in 2022 oplopend naar totaal 1 miljoen in 2024. In de paragraaf Bedrijfsvoering onder het kopje Kaderstellende systematiek P-budget is bij bullet 3 ook genoemd dat de automatische groei van de formatie/ pbudget bij groei van het aantal inwoners o.b.v. de systematiek p-budget vooralsnog wordt bevroren. Bij de evaluatie systematiek p-budget 2022 worden nieuwe afspraken gemaakt.
3
Programma 4: Heeft dit programma geen beleidsnota's? Waarom niet?
Uitgangspunt voor de algemene teksten ed. bij de programma’s waren de teksten in de Programmabegroting 2021. Die zijn vervolgens geactualiseerd. In de begroting 2021 stonden bij dit programma ook geen beleidsnota’s vermeld. Bij het opstellen van de begroting 2023 zal nadrukkelijk worden gekeken of er nog beleidsnota’s van toepassing zijn op programma 4 en zo a dan zullen die uiteraard worden vermeld.
4
We lezen op pagina 34 dat de lasten in programma 6 ruim 2.4 mln hoger zijn begroot. De onderbouwing is dat 2020 een a-typisch jaar was. Wat is de onderbouwing van de huidige raming?
Vertrekpunt was de realisatie 2020. In de huidige begroting zijn de budgetten voor Wmo, Jeugdwet en Participatiewet gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de aantallen en tarieven. Het effect van de 18 beleidsmaatregelen is meegenomen in de verwachte ontwikkelingen van de aantallen. Daarnaast zijn ook investeringen om te komen tot deze verwachte besparing opgenomen. De overige budgetten zijn gebaseerd op een goede onderbouwing van verwachte kosten.
5
Ook op blz 40 (paragraaf 7.2) staat dat de baten van de riolering 3.414.000 zijn. Op blz 14 (financiele positie) staat dat we 1,9 miljoen baten uit de riolering hebben. Wat is de goede waarde?
Op blz. 40 staan de baten. Die bestaan uit de opbrengt rioolheffing (€ 1.938.000) + de onttrekking uit de voorziening riolering (€ 1.471.000) + overige inkomsten (€ 5.000) is in totaal € 3.414.000.
15
CU 1.6 CU
Antwoord
1
Op pagina 34 onder het kopje WMO staat dat de begroting 2022 tov de kadernota met 16k afneemt. In de tabel bovenaan de pagina staat echter dat de begroting met 16k toeneemt (van 7828k naar 7844k). Kunt u aangeven welke informatie juist is?
Het budget neemt ten opzichte van de kadernota toe met 16k. De weergave in de tabel is juist. Onder het kopje Wmo staat een fout, hier had toename in plaats van afname moeten staan.
2
Op pagina 61 wordt voorgesteld 'om de stijging uitsluitend te verwerken in de vaste tarieven'. Wat betekent dit voorstel voor het uitgangspunt van 100% kostendekkende tarieven?
De kostendekkendheid wijzigt niet. In plaats van een stijging van ruim 7,0% voor vaste én variabele tarieven, wordt nu voorgesteld om alleen het vaste tarief te verhogen met 10,7%.
3.
Op pagina 61 wordt voorgesteld 'om de stijging uitsluitend te verwerken in de vaste tarieven'. Wat zouden de tarieven worden als de stijging over beide tarieven en over alle specificaties (diftar, rest 140lt., rest 240 lt. & ondergronds) daarbinnen worden doorberekend?
Als gekozen zou worden om de stijging door te berekenen over alle tarieven, stijgen die tarieven met ruim 7,0%. Concreet: 2022 bij ruim 7,0% Omschrijving tarief 2021 stijging Vast bedrag 183,14 196,05 Restafval 140 liter 11,08 11,86 Restafval 240 liter 16,87 18,06 Ondergrondse ledigingen (rest) 4,76 5,10
4.
Op pagina 6 & 7 is de stelpost prijsinflatie infrastructurele werken aangepast met/opgenomen van 25k. Wat is de rationale van de berekening achter 25k?
Er is gekeken naar de totale omvang van de geplande infrastructurele werken. Op basis daarvan is uitgegaan van € 750.000 aan extra investeringsbudget voor opvang prijsinflatie. Uitgaande van een rentepercentage van 1,5% en een afschrijvingstermijn van 40 jaar zijn de kapitaallasten dan afgerond € 25K.
16
BOB 1.7 BOB 1.
Antwoord Bij de uitgangspunten in de begroting wordt uitgegaan van een prijsinflatie (materiele overheidsconsumptie) van 1,4%. Waar is dit aan ontleend? Waarom wordt niet de raming uit het CEP van het Centraal Planbureau gebruikt van 1,7%? Wat is materieel voor de begroting het verschil als uitgegaan wordt van 1,4 ipv 1,7%?
Bij de Kadernota 2021 is ervoor gekozen om voor de berekening van de prijsinflatie voortaan uit te gaan van de Index Materiële Overheidsconsumptie (IMOC-percentage). Dit percentage wordt door het CBS berekend en geeft de prijsontwikkeling weer in onder andere “de bedrijfstak” openbaar bestuur. Vanwege de 1,4% prijsinflatie is in de begroting een stelpost prijsstijgingen opgenomen van € 591.000. Bij 1,7% zou deze stelpost dan dus € 718.000 zijn. Uitgangspunt is dat de prijsinflatie wordt gecompenseerd door de Algemene Uitkering (AU). Dus hoger percentage zou ook leiden tot hogere AU en dus zou er voor de begroting geen materieel verschil moeten zijn.
2.
Bij de indicatoren winkeldiefstallen en diefstal uit woning staan de in maart 2021 gepubliceerde voorlopige gegevens niet vermeld. Waarom niet?
Bij het invullen van de indicatoren worden de gegevens gebruikt van waarstaatjegemeente.nl, de gegevens zijn ingevuld op 18-08-2021.
3
Bij de bibliotheek staat vermeld “ Met omliggende gemeenten en OBGZ werken wij aan eenduidige financiering en (maatschappelijke) verantwoording.” Wat mogen we in 2022 op dit punt aan concrete stappen verwachten?
Deze onderwerpen worden geagendeerd in de ambtelijke en bestuurlijke overleggen met OBGZ en de omliggende gemeenten om in 2022 te komen tot bestuurlijke afspraken over deze thema’s.
4
Bij het sociaal domein staat oa vermeld “ - Wonen en zorg: visie ontwikkelen en implementeren” Kunt u een projectplan of plan van aanpak met de raad delen?
Het plan van aanpak is in de maak. Deze wordt eind oktober met de raad gedeeld.
5
t.a.v. Basisvoorzieningen wordt vermeld “Het jaar 2020 bleek ook voor de basisvoorzieningen een atypisch
In de Kadernota 2022 is de begroting voor basisvoorzieningen omlaag bijgesteld op basis van uitgaven in 2020. Echter, 2020 was een a-typisch jaar als gevolg van corona, het was achteraf gezien niet realistisch om de begroting omlaag te brengen. Bovendien hebben we diverse 17
jaar. Een aantal budgetten is niet uitgegeven, dit is geen maatstaaf voor de toekomst. Ten opzichte van de kadernota (realisatie 2020) verhogen we het budget voor basisvoorzieningen in totaal met € 880.000.” Kunt u een nadere onderbouwing van dit bedrag met de raad delen?
verplichtingen (subsidies). We hebben daarom de begroting weer bijgesteld tot een realistische begroting. Er wordt in principe niet meer uitgegeven dan voorheen op deze posten.
6
bij de Participatiewet is sprake van een bijstelling ten opzichte van de kadernota (realisatie 2020) met € 620.000 wordt veroorzaakt door een geactualiseerde doorrekening van de budgetten bijstandsverlening.
Vertrekpunt voor de Kadernota 2022 was de realisatie 2020. De begroting 2022 is gebaseerd op geactualiseerde doorrekeningen. Het verschil kan door een aantal zaken worden verklaard. Ten eerste waren er in de realisatie 2020 incidentele baten uit oude jaren opgenomen. Daarnaast verwachten we een toename van het aantal kandidaten voor de loonkostensubsidies ten opzichte van 2020. Ook is er rekening gehouden met een daling van de Rijksbijdrage en verwachten we een beperkte stijging van het aantal bijstandsgerechtigden in 2022 ten opzichte van 2020.
7
in augustus 2020 heeft de raad ingestemd met de conclusie van het rekenkamerrapport ‘voorbij het opgavegericht werken’. Daaraan gekoppeld heeft de raad een opdracht gegeven aan het College. Kunt u op de verschillende onderdelen van die opdracht aangeven wat de stand van zaken mbt de realisatie is (oa implementatieplan vaststellen, doelen, indicatoren, monitoring)?
U refereert aan de opdracht aan het college volgend uit het raadsbesluit genaamd Rekenkamerrapport ‘Voorbij het opgavegericht werken’ d.d. 8 september 2020 (20rb000075). Dit betrof 6 aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek. Hieronder geven wij de stand van zaken weer met betrekking tot de realisatie van deze opdracht. In juli 2020 hebben wij de “Organisatievisie en koers Overbetuwe 2020” vastgesteld. Hierin beschrijven wij de missie van de organisatie en via welke 4 pijlers wij deze missie gaan bereiken, aan de hand van onze kernwaarden als moreel kompas. Daarnaast is eind 2020 de interactievisie “Gemeente Overbetuwe: Samenlevingsgericht, communicatief en betrouwbaar!” vastgesteld. Hierin staat hoe we met onze inwoners willen samenwerken, ook in lijn met de Omgevingswet die 1 juli 2022 in werking treedt. De bouwstenen voor de gewenste cultuurverandering in de organisatie waren daarmee gereed. De leerpunten uit de evaluatie opgavegericht werken hebben wij zo goed mogelijk een plek gegeven in deze twee visies. Daarmee kon de focus meer verlegd worden naar het implementeren van de ‘zachte’ kant van organisatieontwikkeling (zoals kernwaarden). Alhoewel corona dat implementeren wel wat bemoeilijkt en vertraagd heeft. Onze missie geeft aan wie we willen zijn en waar we naar toe willen groeien. De volgende stap is hoe we dat gaan doen.
Om concreet te maken hoe we dat gaan doen, hebben we begin 2021 de “Ontwikkelagenda 2021-2022” vastgesteld. In dit implementatieplan benoemen we vier actielijnen op het vlak van organisatieontwikkeling die we de komende twee jaar gaan uitwerken, inclusief het gewenste resultaat. Per actielijn geven we aan wat we gaan doen, wanneer en door wie. Hiermee wordt de invulling van onze missie stap voor stap concreter en leren we al doende wat dit betekent voor ons als organisatie, voor ons werk, voor onze medewerkers en vooral voor onze inwoners. We
18
kiezen bewust voor periodes van twee jaar. Daarmee dwingen we onszelf keuzes te maken in wat we nu en wat we later aanpakken. Met de uitvoering van de opdrachten uit deze ontwikkelagenda zijn we op dit moment druk bezig. Halfjaarlijks maken we voortgangrapportages om behaalde resultaten en planning te monitoren. Input vanuit bv. medewerkersonderzoeken en/of tevredenheidsonderzoeken onder inwoners en bestuurders gebruiken wij hier, indien mogelijk, bij. Het monitoren van de wijze waarop medewerkers het veranderingsproces en hun werk beoordelen, is wat anders verlopen dan gedacht door corona. Tegelijkertijd heeft deze bijzondere periode wel de deuren geopend voor andere manieren van contact en in gesprek blijven met elkaar over het werk en welbevinden. Van georganiseerde groepsgesprekken tot spontane, digitale koffiemomenten. Hoe we hier in de toekomst mee om willen gaan, is nog onderwerp van gesprek. Naar aanleiding van de evaluatie van het p-budget (2019/2020) is vanuit de raad de behoefte gebleken om naast en/of vóór de formele momenten in de P&C-cyclus geïnformeerd te worden over majeure (organisatie)ontwikkelingen. De toenmalige gemeentesecretaris heeft over dit thema in oktober 2019 en augustus 2020 een presentatie gegeven. Omdat dit in een behoefte voorzag, is afgesproken dit periodiek in deze vorm te herhalen.
In juni 2021 heeft de huidige gemeentesecretaris de raad via een presentatie geïnformeerd over organisatieontwikkeling in de komende jaren. Dit zal in de toekomst opnieuw georganiseerd worden.
8
In mei 2021 heeft de raad ingestemd met de conclusies en aanbevelingen van het rekenkamerrapport ‘uit de schulden’. Hoe staat het met de implementatie van de aanbevelingen, met name aanbevelingen 6 en 7?
De aanbevelingen waarop wordt gedoeld verhouden zich tot een betere monitoring en het delen van de resultaten van deze monitoring. Net als bij andere beleidsterreinen binnen het sociaal domein worden nu Kritische Prestatie Indicatoren geformuleerd. Deze zijn onderdeel van de herijking van de gemeentelijke visie op schuldhulpverlening als onderdeel van het gehele sociaal domein binnen onze gemeente. Uiterlijk februari 2022 ligt deze visie ter besluitvorming voor bij de raad.’ Daarnaast is als aanbeveling aangegeven om te komen tot een analyse van de relatief lage kosten per inwoner voor dit taakveld. Terwijl de gemaakte kosten voor de inwoners die daadwerkelijk hulp en ondersteuning op dit vlak ontvangen relatief hoger zijn. Vooruitlopend op de nieuwe visie over dit taakveld: het voornemen is om nog sterker dan voorheen in te zetten op preventie zodat zware interventies relatief minder nodig zijn.
19