CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-10-05 A1 TIC; Herijkt plan van aanpak nieuwe Wet Inburgering, bijlage 1.pdf

Gemeenteraadsvergadering 7 december 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Wijzigingen regeling MGR SDCG7.478 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Integratie, Participatie en meedoen naar vermogen

Aanpak van de nieuwe Wet Inburgering in Overbetuwe 2022 - 2024 Anton Siedenburg, beleidsadviseur sociaal domein Datum: 15 augustus 2021 Corsanummer: 21uit14420

Wet Inburgering 2022-2024

Voorwoord Nederland kent een lange geschiedenis van de opname van migranten. Al sinds de tachtigjarige oorlog (1568 – 1648) heeft ons land ruimte geboden aan mensen die hier niet geboren zijn. Vlamingen, Portugezen en Fransen trokken naar ons land en brachten welvaart en kennis mee. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben vele Nederlanders onderdak geboden aan degenen die door de bezetter vervolgd werden. Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 hebben meer dan 300.000 mensen uit Indonesië zich in Nederland gevestigd. Samen met meer dan honderd andere landen heeft Nederland op 28 juli 1951 het Internationaal Vluchtelingen Verdrag ondertekend. Daarin is opgetekend wanneer iemand geldt als vluchteling en dat elk land vervolgens verplicht is asiel te verlenen aan die persoon. In Nederland zijn asielzoekers in het verleden vaak door een veelvoud aan verschillende vrijwilligersorganisaties wegwijs gemaakt. In 1979 zijn deze organisaties gefuseerd tot de landelijke Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland. Vluchtelingen die in Nederland aankomen, worden opgevangen in asielzoekerscentra van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA). De immigratie- en naturalisatiedienst (IND) beoordeelt of er aan de asielzoeker een verblijfsvergunning verleend moet worden. Daarnaast hebben zich de afgelopen decennia andere groepen migranten in ons land gevestigd.

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was er behoefte aan arbeiders door een tekort op de arbeidsmarkt. Daarom kwamen Italianen, Spanjaarden, en later Turken en Marokkanen naar ons land om te werken. Nederland, heeft verder samen met andere Europese landen, te maken met een continue stroom mensen die hier asiel aanvragen of zich om andere redenen vestigen. We zien dat de opname van nieuwkomers ons land de aflopen eeuwen gemaakt heeft tot wat het nu is; een multiculturele samenleving met een plek voor iedereen. In dit plan gaan we in op de integratie en participatie van mensen die een verblijfsstatus hebben gekregen en zich vestigen in onze gemeente. We blikken terug op onze resultaten tot op heden en geven weer hoe we inhoud geven aan de nieuwe rol van de gemeente als gevolg van de nieuwe Wet Inburgering. We krijgen een regierol waarbij we sterker dan voorheen nieuwkomers kunnen ondersteunen. Samen zorgen we ervoor dat zij een plek krijgen in ons land en in onze gemeente. We geven invulling aan integratie, participatie en meedoen naar vermogen van statushouders. Namens het college, Dimitri Horsthuis-Tangelder Wethouder

2

Wet Inburgering 2022-2024

0. Managementsamenvatting Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet Inburgering in werking. Deze datum is definitief. In 2020 stelden wij een plan van aanpak op voor de nieuwe Wet Inburgering in Overbetuwe in de veronderstelling dat deze op 1 juli 2021 in zou gaan en deelden dit met de gemeenteraad. In november 2020 volgde een rondetafelgesprek om deze aanpak te bespreken. De uitkomsten hiervan, de resultaten van de landelijke pilots inburgering en de vraag van de minister aan gemeenten om de tweede helft van 2021 al in de geest van de nieuwe wet te gaan werken, zijn de drie redenen waarom wij het plan uit 2020 herijken. Analyse: • Participatie en werk dragen in sterke mate bij aan het welbevinden van inwoners. • Participeren in de samenleving, met als einddoel betaald werk draagt in sterke mate bij aan de inburgering en integratie van de nieuwkomers. • Het huidige inburgeringstelsel is niet effectief. Niet meer dan 30% van de inburgeraars haalt de inburgering binnen de termijn van 3 jaar en dan nog vaak op een te laag taalniveau. • Na vijf jaar verblijf in Nederland, heeft maar 18% van de statushouders een betaalde baan.Een groot deel van de statushouders blijft langdurig afhankelijk van de bijstandsuitkering. Onze aanpak van de nieuwe wet Bij nieuwkomers wordt direct na de huisvesting een uitgebreide intake afgenomen door een klantmanager.

Op basis van de gegevens die daarbij worden opgehaald, wordt er een plan van aanpak opgesteld. De statushouder wordt geplaatst op een passend inburgeringstraject bestaande uit een leerroute en een participatietraject. De gemeente zorgt ervoor dat het eerste halve jaar de vaste lasten direct vanuit de bijstandsuitkering worden betaald (ontzorgt) zodat de statushouder de aandacht volledig aan de inburgering kan geven. Zij krijgen ook een training financieel beheer om het Nederlandse financiële systeem te leren kennen en om te leren omgaan met geld. De klantmanager monitort de inburgeringstrajecten nauwkeurig en stuurt bij waar nodig. De bedoeling is dat de statushouders stappen zetten op de treden van de participatieladder en hun inburgeringstraject na maximaal drie jaar afronden op een zo hoog mogelijk niveau. De doelgroep De gemeente wordt vanaf 2022 verplicht om inburgeringsplichtige statushouders een inburgeringstraject aan te bieden. Aan nieuwkomers die inburgeringsplichtig zijn maar geen statushouder (denk aan gezinsvormers), dient de gemeente de brede intake, een persoonlijk inburgeringsplan, de module arbeidsmarktparticipatie (MAP) en het participatieverklaringstraject (PVT) aan te bieden. Andere werkwijze Nieuwkomers worden direct na hun huisvesting in Overbetuwe gesproken door een klantmanager. Die stelt in overleg met de nieuwkomer een persoonlijk inburgeringsplan op.

Daarin staat beschreven hoe die na maximaal drie jaar de inburgering haalt en naar

3

Wet Inburgering 2022-2024

vermogen gaat participeren. Statushouders worden geplaatst op een inburgeringstraject dat bij hun mogelijkheden past, bestaande uit de juiste leerroute, een participatietraject, ontzorging, de MAP en PVT. De andere nieuwkomers bieden we de MAP en PVT aan. In het huidige stelsel zijn de nieuwkomers zelf verantwoordelijk om hun traject in te kopen en binnen drie jaar met succes af te ronden. Gemeenten hebben daar geen zeggenschap over. KPI’s 90% van alle nieuwkomers is binnen 3 maanden na huisvesting gestart met de inburgering. 80% van alle nieuwkomers op een inburgeringstraject is geslaagd binnen 3 jaar. 80% van alle nieuwkomers doet mee binnen 3 jaar. 40% van alle statushouders (in de bijstand) stroomt uit naar werk of studie binnen 2 jaar.

4

Wet Inburgering 2022-2024

Inhoud Voorwoord

3

0. Managementsamenvatting

4

1. Inleiding

6

1.1 Aanleiding 1.2 Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2025 ‘Een sterke sociale basis in Overbetuwe’ is leidend 1.3 ‘Op waarde geschat’ Cultuurvisie gemeente Overbetuwe 2022-2025 1.4 Sport en Beweegnota ‘Een leven lang gezond en actief6 1.5 Leeswijzer 2. Ervaringen in Overbetuwe

7

3. De Nieuwe Wet Inburgering

8

3.1 Het proces van vluchteling naar statushouder 3.2 De drie leerroutes 3.3 Het kader 4. Onze aanpak

11

4.1 Eerste opvang en begeleiding 4.2 De taal leren 4.3 Duale deel/participatie 4.4 Preventie en ontzorgen 4.5 Netwerkregie 5. Samenwerking

15

5.1 Met andere gemeenten 5.2 Landelijk 5.3 Criteria voor taalaanbieders 5.4 Regierol op beleidsniveau 6. Monitoring en evaluatie

16

Bijlage 1 De klantreis

17

Bijlage 2 Begrippenlijst en afkortingen2

21

5

Wet Inburgering 2022-2024

1. Inleiding 1.1 Aanleiding In 2011 besloot het kabinet dat nieuwkomers in Nederland vanaf 2013 zelf verantwoordelijk werden voor hun inburgering. Tot dan werden zij daarbij intensief ondersteund door de gemeenten. Sinds 2013 is het slagingspercentage van inburgeraars gezakt van gemiddeld 78% in 2012 naar 30% in 2018. Uit onderzoeken van het Rijk blijkt dat het niet werkt om nieuwkomers volledig verantwoordelijk te maken voor hun eigen inburgering. Zij weten hun weg niet goed te vinden in het Nederlandse systeem en kunnen lastig de kwaliteit van inburgeringscursussen inschatten. Als reactie op de knelpunten in het huidige inburgeringsstelsel verandert het drastisch per 1 januari 2022. Gemeenten worden weer wettelijk verantwoordelijk voor de inburgering. 1.2 Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2025 ‘Een sterke sociale basis in Overbetuwe’ is leidend In het Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2025 is het volgende opgenomen: Een sterke sociale basis1 , kwaliteit van leven van onze inwoners, voldoende mogelijkheden om talenten te ontwikkelen en een leefbare en inclusieve samenleving. Dát is onze ambitie. We handelen integraal vanuit de inwoner, vanuit mogelijkheden en vertrouwen. Daar waar inwoners ondersteuning nodig hebben, bieden we die.

In lijn met deze visie, heeft de gemeente de ambitie om alle nieuwkomers zo snel mogelijk te laten integreren en naar vermogen te laten participeren in de samenleving. Integratie is van belang om ervoor te zorgen dat nieuwkomers zoveel mogelijk participeren en een bijdrage leveren aan de samenleving. De centrale doelstelling is dat niemand aan de kant blijft staan en een bijdrage levert voor zichzelf, de woonkern en de samenleving. Daarvoor is het nodig dat de gemeente de nieuwkomers ondersteunt en faciliteert bij het doorlopen van hun inburgering. Alle instrumenten en methoden die we inzetten zijn gericht op het zo snel mogelijk voldoen aan deze behoefte. Verder is het van belang dat wij ons realiseren dat integratie en participatie er ook aan bijdragen dat de nieuwkomers welkom zijn en blijven in Overbetuwe. 1.3 ‘Op waarde geschat’ Cultuurvisie gemeente Overbetuwe 2022-2025 In de Cultuurvisie 2022-2025 staat het volgende vermeld in hoofdstuk 3.1: Cultuur verbindt, geeft voldoening en biedt inwoners een unieke manier om zich te uiten. Cultuur draagt bij aan sociale inclusie, het verkleinen van uitsluiting en het vergroten van de participatie. Kunstbeoefening kan een waardevolle bijdrage leveren aan de integratie en participatie van nieuwkomers. Specifiek willen wij aandacht besteden aan mensen met een migratieachtergrond en inwoners in kwetsbare situaties.

Kunst- en cultuurbeoefening en het delen ervan met de rest van de samenleving is een goed middel om je thuis te voelen, te integreren en te verbinden.

Met de sociale basis bedoelen we het geheel aan informele en formele diensten, voorzieningen en relaties in de leefomgeving van mensen. We kijken hoe de sociale basis (het collectief) bij kan dragen aan de mogelijkheden van individuen (volwassenen en jeugdigen) om te participeren op een manier die hen goed doet en waardoor zij ook van betekenis kunnen zijn voor die sociale basis.

1

6

Wet Inburgering 2022-2024

Bij de brede intake besteden we daarom aandacht aan de wensen en mogelijkheden van de nieuwkomers op het gebied van kunst en cultuur. De wensen en behoefte die in dit kader aan bod komen, koppelen we aan het brede aanbod van kunst en cultuur in de gemeente om de integratie te bevorderen. De afspraken die in dit kader worden gemaakt, nemen we mee in het Persoonlijk Inburgeringsplan. 1.4 Sport en Beweegnota ‘Een leven lang gezond en actief’ Paragraaf 1.3 van deze nota meldt: De gemeente benut de kracht van sport en bewegen om maatschappelijke doelen te realiseren. Sporten en bewegen zorgt voor verbinding tussen mensen en stelt hen in staat (beter) te participeren in de samenleving. En in hoofdstuk 2: Sport en bewegen moet toegankelijk zijn voor iedereen. Zeker ook voor kwetsbare doelgroepen als ouderen, mensen met een beperking, minima, statushouders, laaggeletterden en mensen met een gezondheidsachterstand. In Overbetuwe is een divers sport- en beweegaanbod. Net als kunst en cultuur, komen ook de wensen en mogelijkheden om te sporten uitgebreid aan bod tijdens de brede intake. Om de sportbeoefening te bevorderen om de lichamelijke gezondheid en algemene welzijn en participatie en integratie te bevorderen. De afspraken hierover worden opgenomen in het Persoonlijk Inburgeringsplan.

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 komen we terug op onze ervaring met het project ‘Versnelde integratie en participatie statushouders’ dat van 2017 tot 2020 heeft gelopen. De goede ervaringen van dit project kunnen we toepassen bij de uitvoering van de nieuwe Wet Inburgering (Wi2021).In hoofdstuk 3 gaan we uitgebreid in op de inhoud van de Wi2021. We leggen uit wanneer iemand een statushouder is, wat de inhoud is van de verschillende leerroutes en wat de kaders zijn van de Wi2021. In hoofdstuk 4 beschrijven we hoe we de verschillende stappen van het inburgeringstraject gaan uitvoeren in Overbetuwe. Daarna geven we in hoofdstuk 5 aan hoe we dit doen in samenwerking met alle andere betrokken partijen. We sluiten af met hoofdstuk 6 waarin we aangeven hoe we de voortgang van de inburgeringstrajecten gaan monitoren en evalueren.

2. Ervaringen in Overbetuwe Net als een groot deel van Europa, had Nederland in 2015 en 2016 te maken met een hoge instroom van vluchtelingen. De asielzoekerscentra (AZC) konden die niet allemaal direct opvangen en het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) vroeg gemeenten om noodopvang te regelen. Overbetuwe heeft hier gehoor aan gegeven en in september en december 2015 in totaal drie weken noodopvang verleend aan ongeveer 100 asielzoekers per week. Het bleek dat er in Overbetuwe een groot draagvlak was om deze mensen hier op te vangen. Vanuit de gemeenschap werden voor hen verschillende activiteiten georganiseerd. In de periode 2015-2017 heeft de immigratie en naturalisatiedienst (IND) zoveel mogelijk van de asielaanvragen uit 2015 en 2016 beoordeeld. Een grote groep aanvragen is gehonoreerd en deze mensen werden gekoppeld aan gemeenten om daar gehuisvest te worden. Voor de gemeenten, waaronder Overbetuwe, betekende dit dat vooral in 2016 en 2017 veel meer asielzoekers met een verblijfsstatus (statushouders) gehuisvest zijn dan in andere jaren. Samen 7

Wet Inburgering 2022-2024

met de wooncorporaties en enkele particulieren is dit gelukt. Na hun huisvesting, moesten deze statushouders beginnen met hun inburgering. Het was ons bekend dat het inburgeringsstelsel, met een slagingspercentage van maar 30%, niet voldoende effect had. College en raad van Overbetuwe besloten daarom om extra aandacht te geven aan deze groep statushouders om een hoger niveau van participatie en integratie te bereiken. Van juni 2017 tot januari 2020 heeft in Overbetuwe het project ‘Versnelde integratie statushouders’ gelopen. Daarin hebben we alle statushouders die zich tussen 2013 en 2020 in Overbetuwe hebben gevestigd en (nog) een bijstandsuitkering ontvingen, goed in beeld gebracht en naar passende trajecten geleid. Dit project was succesvol. Zo werd 38 % van de statushouders begeleid naar een betaalde baan en 12 % naar een beroepsopleiding. Landelijk waren deze percentages voor inburgeraars in die periode 18 en 15 procent. De succesfactoren van dit project, zoals een uitgebreide intake en plan van aanpak, de intensieve begeleiding, nauwe samenwerking met participatieaanbieders en de combinatie van taal- en participatietrajecten, zijn ook de belangrijkste ingrediënten van de Wi2021. De kennis en ervaring van dit project gebruiken we voor de inrichting van de Wi2021.

3. De Nieuwe Wet Inburgering Zoals in de inleiding is gemeld, hebben de magere resultaten van het huidige inburgeringsstelsel het Rijk ertoe aangezet dit stelsel drastisch te wijzigen. De aanpassingen van het inburgeringsstelsel moeten ervoor zorgen dat gemeenten betere mogelijkheden krijgen om zoveel mogelijk nieuwkomers zo snel mogelijk aan het werk en op het vereiste taalniveau te krijgen. Het recente verleden heeft uitgewezen dat de integratie niet lukt of lang duurt als daar geen extra aandacht aan wordt besteed. Dat geldt ook voor de mate van participatie. Vooral (vrijwilligers)werk blijft (langdurig) buiten schot. Een grote groep van onze inwoners blijft dan geïsoleerd en buitengesloten en doet door het gebrek aan participatie ook langdurig een beroep op de bijstand. Deze combinatie van factoren leidt ook tot een zwaarder beroep op de gezondheidszorg en de WMO. De Wi2021 legt de regie op de inburgering terug bij de gemeenten. Door het afnemen van de brede intake direct na de huisvesting in de gemeente, hebben wij een compleet beeld van de ontwikkelings-, participatie- en opleidingsmogelijkheden van nieuwkomers. Op basis daarvan leiden wij de statushouders naar een passend inburgeringstraject. Dat is een combinatie van Nederlandse les en een participatietraject.

Beide trajecten moeten elkaar aanvullen en versterken zodat de statushouder de Nederlandse taal op een zo hoog mogelijk niveau haalt en zo spoedig mogelijk gaat participeren naar vermogen. De klantmanagers houden constant een vinger aan de pols om bij te sturen als dat nodig is. Met de aanbieders van de taallessen en van de participatietrajecten wordt nauw contact onderhouden en er zijn regelmatig gesprekken met de statushouders. Zo kan er tijdig worden op- of afgeschaald bij de Nederlandse les, als alle partijen het hierover eens zijn. Participatieactiviteiten worden ook aangepast als de behoefte daartoe blijkt. Er wordt aandacht geschonken aan de gezondheidssituatie van de gezinnen, deelname aan kunst en culturele activiteiten, sportbeoefening en het opbouwen van contacten en netwerken in de buurt. We verwachten dat dit bijdraagt aan het welzijn van de statushouders. Gezinsvormers adviseren wij hoe zij het beste hun inburgering kunnen invullen om zo snel mogelijk te participeren naar vermogen. Wij kunnen hen niet tot keuzes dwingen. Zij krijgen nog altijd een lening van DUO om hun inburgering in te richten en vallen niet onder de groep die de gemeente een inburgeringsaanbod moet doen. 8

Wet Inburgering 2022-2024

De nieuwe Wet Inburgering houdt de volgende activiteiten in: • Gemeenten nemen een Brede Intake af en stellen een Persoonlijke Integratie en Participatieplan (PIP) op. • Er wordt door gemeenten aan statushouders een inburgeringsaanbod op maat gedaan. Het uitgangspunt is dat iedere nieuwkomer op een voor hem/haar zo hoog moge¬lijk niveau inburgert en participeert, het liefst via betaald werk, aan de hand van de drie leerroutes. Dit zijn: 1. De Onderwijsroute: 2. De B1 route: 3. De zelfredzaamheidsroute (Z-route). 4. De gemeenten monitoren de voortgang van de inburgering en handhaven hierop. 5. Gemeenten blijven het Participatieverklaringstraject (PVT) aanbieden. Dit wordt aangevuld met de modules: Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) en Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM). 6. De gemeenten krijgen de taak om statushouders te ontzorgen. Schematische weergave van de stappen in de nieuwe Wet Inburgering

3.1 Het proces van vluchteling naar statushouder Jaarlijks melden zich duizenden mensen in Nederland die hier asiel aanvragen. Deze asielzoekers worden opgevangen in asielzoekerscentra (AZC’s) in afwachting van de beoordeling van hun asielaanvraag. De immigratie en naturalisatiedienst (IND) beoordeelt of iemand in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning in Nederland. Diegenen die een verblijfsstatus krijgen toegekend (statushouders), moeten na de toekenning zo snel mogelijk gehuisvest worden om zo snel mogelijk te kunnen inburgeren, integreren en participeren. De statushouders worden verdeeld over de Nederlandse gemeenten naar rato van het gemeentelijke inwoneraantal. Het aantal te huisvesten statushouders fluctueert per jaar en is afhankelijk van het aantal asielzoekers dat zich in Nederland meldt en het aantal verblijfsstatussen dat de IND verleent. De afgelopen zeven jaar moest Overbetuwe 80, 119, 64, 66, 34, 33 en 66 statushouders huisvesten. De verwachting is dat dit er in 2022 40 zijn. 9

Wet Inburgering 2022-2024

3.2 De drie leerroutes Wanneer een statushouder is gekoppeld aan een gemeente wordt er een leerbaarheidstoets afgenomen door DUO. De uitslag van deze toets bepaalt de leerroute waarbinnen de nieuwkomer Nederlands leert. Onderwijsroute Een Nederlands schooldiploma is de beste startpositie op de arbeidsmarkt. Hoger opgeleide nieuwkomers die goed leerbaar zijn, worden via deze route daarom zo snel moge¬lijk doorgeleid naar een Nederlandse beroepsopleiding. De route bestaat uit een taalschakeltraject waarbij de focus ligt op het aanbieden van taallessen, met daarnaast aandacht voor andere noodzakelijke schoolvakken, studie-vaardigheden en loopbaanoriëntatie. Dit taalschakel¬traject moet uiteindelijk bijdragen aan het behalen van een startkwalificatie en doorstroom naar het reguliere onderwijs (MBO, HBO of WO). De schatting van het Rijk is dat 15% van de nieuwkomers deze route gaat volgen. B1-route Het Rijk veronderstelt dat het grootste deel van de nieuwkomers (60%) deze route zal volgen. Deelnemers moeten het examen op B1 niveau behalen. Dit is het minimale taalniveau dat is vereist om betaald werk te verkrijgen. Het leren van de taal wordt gecombineerd met werk of andere vormen van participatie (duale trajecten).

Als de klantmanager en de betrokken partners vaststellen dat taalniveau op B1 niveau (op onderdelen), ondanks de geleverde inspanningen, niet haalbaar blijkt, is het mogelijk om (op onderdelen) het inburgeringsexamen op taalniveau A2 af te leggen. Zelfredzaamheidsroute (Z-route) Voor mensen met een beperkt leerver¬mogen en voor wie de onderwijs-of B1-route buiten bereik ligt, komt er een route waarbij men leert zich in de maatschappij te redden: de Z-route. De verwachting is dat ongeveer 25% van de statushouders deze route zal volgen. Het doel van de Z-route is zelf¬redzaam worden in de samenleving en het zo veel mogelijk beheer¬sen van de Nederlandse taal. Vaak is men gewend in het land van herkomst kennis op te doen door te doen en minder door te leren. Daarom is het belangrijk om niet alleen taal aan te bieden in een traditioneel klaslokaal maar juist door allerlei activiteiten te organiseren zoals buiten wandelen, samen sporten, samen koken e.d. Deze activiteiten stimuleren het leren van de taal en participatie op een andere manier. 3.3 Het kader De Wi2021 stelt de volgende voorwaarden: 1. Alleen de statushouders hebben recht op een gratis gemeentelijk inburgeringsaanbod (keuze uit 3 leerroutes), twee gratis examenpogingen en maatschappelijke begeleiding. Binnen de Wi2021 worden geen ontheffingen meer verleend. 2.

Gezinsvormers en overige migranten hebben voor de leerroutes geen recht op een inburgeringsaanbod van de gemeente. Wél hebben zij recht op een brede intake, Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), een training Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM), de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), het volgen van een Participatieverklaringstraject (PVT) en een lening van DUO.

10

Wet Inburgering 2022-2024

3. De gemeente kan met het inburgeringsaanbod- en plicht pas starten als de brede intake heeft plaatsgevonden en de PIP is opgesteld. 4. De gemeente ontzorgt de statushouders. Gedurende de eerste zes maanden na de huisvesting in de gemeente, zorgt de gemeente voor de betaling van de vaste lasten. 5. De gemeente handhaaft op het meewerken aan de brede intake, PIP, voortgangsgesprekken, nakomen van de afspraken uit het PIP en het participatiedeel (P-wet). Bij het niet nakomen van afspraken, kunnen er boetes worden opgelegd. Hebben we het in dit plan over statushouders dan betreft het de groep hierboven genoemd bij punt 1. Wanneer het gaat over de groepen genoemd bij punten 1 en 2, dan hebben we het over nieuwkomers. In de tabel aangekruist, waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Aanbod inburgering

Statushouders

Gezinsvormers en overige migranten

Brede intake

X

X

Opstellen PIP

X

X

Maatschappelijke begeleiding

X

Financieel ontzorgen

X

Begeleiding bij inburgering

X

Alfabetisering

X

Leerroutes

X

MAP

X

X

PVT

X

X

X

4. Onze aanpak We gebruiken 2021 als overbruggingsjaar. Daarin zetten we werkprocessen alvast in gang om in januari 2022 klaar te zijn voor de Wi2021. Om aan onze ambitie te voldoen, pakken we de inburgering de tweede helft van 2021 aan zoals hieronder beschreven. De bedoeling is dat die aanpak in januari 2022 wordt uitgevoerd voor de nieuwkomers die vanaf dan onder de nieuwe wet vallen. (Zie ook bijlage 1, de klantreis) Voor statushou¬ders die vanaf juli 2021 nieuw instromen, combineren we taaltrajecten met leren in de praktijk. Door deze combinatie halen statushouders sneller het inburgerings-diploma en krijgen zij eerder een baan. De persoonlijke ontwikkeling en ondersteuning op gezondheid en zorg en aandacht voor kunst, cultuur en sport krijgen in het traject ook nadrukkelijk een plek. Daarvoor werken we nauw samen met onze externe partners en benutten we de ‘best practices’ van het project ‘Versnelde integratie statushouders’. Om de integratie en participatie van de nieuwkomers versneld te laten plaatsvinden, moeten wij hen goed in beeld hebben. Klantmanagers nemen kort na de huisvesting een intake af. Op basis daarvan stellen zij een trajectplan op in de geest van de PIP en geven zij statushouders een advies hoe en waar zij alle facetten van de inburgering kunnen gaan volgen2 .

Totdat de Wi2021 ingaat, zijn nieuwkomers zelf verantwoordelijk voor hun inburgering en kunnen wij niemand verplichten waar hij/zij de inburgering volgt. Wij adviseren hen te kiezen voor een traject waar zij de taal op een zo hoog mogelijk niveau kunnen behalen en de taallessen al zoveel mogelijk kunnen combineren met participatieactiviteiten.

2

11

Wet Inburgering 2022-2024

Zij worden vervolgens gekoppeld aan een passend duaal traject in samenwerking met onze externe partners. We monitoren of de resultaten worden behaald en sturen bij waar nodig. De aanbesteding voor de inburgeringstrajecten, regionaal uitgevoerd met de andere gemeenten van de Arbeidsregio Midden Gelderland3 , is eind juli afgerond. Voor de onderwijsroute gaat de regio samenwerken met de Hoge School Arnhem-Nijmegen (HAN), voor de B1-route met New Bees en Sagenn en voor de Z-route met New Bees. Zodra het mogelijk is, verwijzen wij nieuwkomers al naar deze partners om hun inburgering te volgen. We weten dan zeker dat zij een traject aangeboden krijgen in lijn met onze visie en wensen. Tot die tijd verwijzen we naar de huidige aanbieders in de regio, zoals het ROC Rijn IJssel. Wij werken op deze manier al in de geest van de nieuwe wet en zijn er daardoor op 1 januari 2022 klaar voor als de nieuwe Wet Inburgering ingaat. Schema inburgeringsroute

Het inburgeringstraject moet na uiterlijk drie jaar zijn afgerond en bestaat uit de volgende onderdelen: 4.1 Eerste opvang en begeleiding Wanneer we weten welke statushouder(s) we huisvesten op welk adres, pakt het Sociaal Team Overbetuwe (STO) haar rol bij de ondersteuning en begeleiding.

Dit zijn de gemeenten Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Rheden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar.

3

12

Wet Inburgering 2022-2024

Een eerste stap is om de nieuwkomers te koppelen aan een (vergelijkbaar) gezin in de buurt. Als het STO aanmeldingen van buurtbewoners heeft die graag iets willen betekenen voor buurtbewoners, worden zij ingezet. Als de statushouders bijvoorbeeld een gezin vormen met 3 kinderen van 12, 10 en 8 jaar kunnen zij in contact gebracht worden met een vergelijkbaar gezin uit de buurt. Dan kunnen de kinderen samen naar school en de weg gewezen worden naar de sportclub e.d. en de ouders naar de noodzakelijke voorzieningen. Wanneer het STO wat verder ontwikkeld is, maken we met hen de afspraak dat zij actief zorgen voor de verbinding van de nieuwkomers met de buurt, het opbouwen van een netwerk en voor verbinding met sleutelfiguren of andere ex-statushouders. Vooral om de signaalfunctie te verbeteren, vragen we het STO de samenwerking met de woningbouw, buurtgenoten, vrienden, scholingsinstantie en de school van de kinderen te versterken. De maatschappelijke begeleiding moet vanaf 2022 in ieder geval bestaan uit de componenten: 1. Praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen en bewegwijzering na de huisvesting en 2. Voorlichting over leefgebieden in de Nederlandse samenleving. In 2021 verzorgt Vluchtelingenwerk de maatschappelijke begeleiding. Gedurende het jaar onderzoeken we hoe we vanaf 2022 hieraan invulling geven.

4.2 De taal leren Taalverwerving als tweede taal is voor volwassenen een intensief proces. De snelheid van leren en de resultaten van een onderwijstraject hangen samen met een aantal factoren: • Het cognitieniveau van de deelnemer. • Het alfabetiseringsniveau van de deelnemer. • De vooropleiding van de deelnemer. Vanaf 2022 neemt de Dienst uitvoering Onderwijs (DUO) een leerbaarheidstoets af bij de nieuwkomers en bepaalt op basis daarvan welke leerroute zij moeten volgen. Op basis van die uitkomst plus de informatie uit de brede intake, koppelt de klantmanager de statushouder aan het passende inburgeringsaanbod. Via de brede intake brengt hij de competenties en de interesses van de statushouder in kaart. Op die manier kan een passend duaal traject ingezet worden. De Nederlandse taal leert de statushouder door middel van diverse leervormen en leeromgevingen. Deze omgevingen zijn hieronder weergegeven. Formeel onderwijs. Het klassikaal onderwijs wordt verzorgd door docenten met een NT-2 diploma. Vanaf 2022 verwijzen de klantmanagers de nieuwe statushouders door naar een passend taalaanbod op basis van het advies voor de leerroute. Informeel onderwijs bestaat vaak uit conversatielessen met onder andere taalmaatjes. Nativespeakers gaan bijvoorbeeld dieper in op een maatschappelijk onderwerp met de persoon die de taal leert. Omgeving.

Als mensen de taal niet of onvoldoende machtig zijn, is een stimulerende omgeving, waarin Nederlands gesproken wordt, erg belangrijk. De voorgaande leervormen kunnen niet op zichzelf staan als er geen of weinig contact is met native speakers. In 2021 oefenen wij hiermee al 13

Wet Inburgering 2022-2024

met enkele lokale partners. Statushouders worden daar geplaatst om de Nederlandse arbeidsmores te leren, maar vooral ook om in een omgeving te zijn waar zij zich tussen Nederlanders begeven. Ze oefenen Nederlands en bouwen een netwerk op met Nederlanders. Goed voor de taalontwikkeling en steun bij dagelijkse aangelegenheden. 4.3 Duale deel/participatie De klantmanagers ondersteunen statushouders bij het zoeken naar participatie-mogelijkheden. Via bestaande voorzieningen worden statushouders doorgeleid naar leer-/werktrajec¬ten, werkervaringsplaatsen, betaald werk, vrijwilligerswerk en activerend werk. Tegelijk met het taaltraject, gaan de nieuwkomers deelnemen aan een vorm van participatie/leren in de praktijk. Zij worden aan de volgende activiteiten gekoppeld: Sociale contacten stimuleren Het wegwijs maken en thuis voelen in de wijk is een on¬derdeel van de begeleiding die Vluchtelingenwerk en op korte termijn het STO geven aan statushouders. Na huisvesting wordt kennisgemaakt met de buren en wordt uitgelegd wat er in de buurt te doen is. In Elst is er een initiatief in het Huis van de Wijk om ontmoetingen in de wijk te stimu¬leren. Voorbeelden hiervan zijn taalinitiatieven en laagdrempeli¬ge inloopmogelijkheden waar nieuwkomers, ‘oudkomers’ en buurtbewoners elkaar ontmoeten en netwerken opbouwen. Hiermee wordt ook de sociale cohesie bevorderd.

Statushouders krijgen hier de kans om te ‘landen’ en leren over de Nederlandse gebruiken en behoefte aan ordening. We willen dat er naast het ‘ontmoeten’, nog meer aandacht komt voor relaties aangaan en die versterken. Het blijkt dat statushouders het moeilijk vinden hun sociale net¬werk uit te breiden. Er is behoefte aan ondersteuning bij het versterken van contactlegging met anderen. Ontmoeting in wijkcentra, social media en meedoen maatjes dragen hieraan bij. Forte Welzijn heeft vrijwilligers geworven die als ‘meedoen maatjes’ worden gekoppeld aan nieuwkomers en hen ondersteunen bij dit contactleggen en ontmoeten. Deelname duurt maximaal een jaar wanneer uiterlijk een stap vooruit gezet moet worden naar een volgende activiteit. Ondersteuning naar werk Samen met het Werkgeversservicepunt bieden wij ondersteuning aan status¬houders in hun loopbaan naar werk. Het traject op weg naar werk wordt ontwikkeld op basis van de ervaringen van de pilots duale trajecten die verschillende gemeenten de afgelopen twee jaar hebben opgedaan. We vragen werkgevers naar hun advies en hun ervaringen. 4.4 Preventie en ontzorgen Naast het neerzetten van een solide basis voor meedoen en thuis voelen, is het belangrijk om mogelijke problemen voor te zijn omdat die het meedoen in de samenleving in de weg kunnen staan. In de Wi2021 wordt ‘ontzorgen’ verplicht voor alle nieuwkomers in de bijstand.

Zo kan de nieuwkomer zich eerst focussen op participa¬tie en inburgering en leren hoe je financieel zelfredzaam kunt worden. Om te voorkomen dat de nieuwkomers na de periode van ontzorgen alsnog in de problemen komen, leren wij hen gedurende de periode van ontzorging omgaan met geld. We onderzoeken op dit moment of de klantmanagers dit zelf gaan verzorgen of dat we hiervoor trajecten inkopen 14

Wet Inburgering 2022-2024

4.5 Netwerkregie Omdat we te maken hebben met veel partners die elkaar nodig hebben om tot een integrale aanpak te komen, gaan we werken met een netwerk. De gemeente neemt de regie op zich om het netwerk op te zetten en de samenwerking aan te jagen. Kennisdeling wordt een belangrijke pijler van dit netwerk. We hebben hiermee al een begin gemaakt door een kennisnetwerk op te zetten. In dit netwerk doen verschillende partners en ervaringsdeskundigen mee: Vluchtelingenwerk, W&I, het STO, de GGD, de Vrijwilligerscentrale, de Woningcorpo¬raties, Forte Welzijn en diverse wijkinitiatieven.

5. Samenwerking Een goede samenwerking met partners in de gemeente is een belangrijke voorwaarde om de gestelde doelen te behalen. Het moet duidelijk zijn wie welke rol heeft, wat we van elkaar kunnen ver¬wachten en welke resultaten worden behaald. Dat verwoorden wij in de opdrachten die we geven aan de partners. Elk kwartaal rapporteren zij over de resulta¬ten en gaan we daarover met hen in gesprek. Zo kun¬nen we snel bijsturen wanneer de uitvoering niet goed loopt. 5.1 Met andere gemeenten De regionale werkgroep van gemeenten uit de arbeidsmarktregio Arnhem heeft de inkoop van inburgering¬strajecten gezamenlijk opgepakt. Vanwege het grotere aantal statushouders is het voordelig om dit gezamenlijk te doen omdat we daarmee betere afspraken kunnen maken met taalaanbieders, een gevarieerder aanbod kunnen organiseren en de kosten kunnen drukken. We delen ook ‘best practices’ met elkaar met betrekking tot de uitvoering van de wet. 5.2 Landelijk In de pilots van de Veranderopgave Inburgering die landelijk zijn uitgevoerd, is geoefend met verschillende methodieken. Bewezen interventies die uit deze landelijke onderzoeken¬ komen, gaan we gaandeweg invoeren met onze partners. 5.3 Criteria voor taalaanbieders De aanbieders waarmee we gaan samenwerken, worden geko¬zen op basis van een strenge selectie.

We stellen eisen die gaan over de uitvoering, zoals het aanbieden van duale trajecten. Wij willen dat zij zoveel mogelijk aansluiten op de situatie van de inburgeraar, vooral op het gebied van werk. Dat betekent dat er ook aandacht wordt gegeven aan vaktaal en dat werkenden een flexibel taalaanbod krijgen aangeboden, zoals lessen in de avonduren en op de werkplek. Daarnaast stellen we de eis dat de resultaten worden behaald die hierboven SMART zijn geformuleerd. 5.4 Regierol op beleidsniveau Op beleidsniveau wordt de integratie van de statushouders integraal opgepakt. Acties gericht op de bevordering van de integratie en participatie van statushouders worden vanaf 2021 ‘beleid breed’ (Participatiewet, WMO en Jeugdwet) opgepakt. Bij de ontwikkeling van het STO en in de beleidsnota Overbetuwe Werkt, de Cultuurvisie en Sportnota komt de inburgering hierdoor aan bod. Hiermee zorgen wij ervoor dat zaken die spelen bij statushouders en hun kinderen op het vlak van zorg,

15

Wet Inburgering 2022-2024

gezondheid en WMO samen met de participatievraagstukken worden opgepakt. Door de integrale aanpak komen belemmeringen, uitdagingen en mogelijkheden van de statushouders sneller in beeld. Trajecten sluiten beter op elkaar aan en zijn daardoor efficiënter.

6. Monitoring en evaluatie We monitoren de voortgang van de trajecten, zodat we kunnen voldoen aan de verantwoordingsplicht aan het Rijk, aan de informatiebehoefte van de gemeenteraad en tijdig kunnen bijsturen indien nodig. We meten of de voorgestelde aanpak de gewenste resultaten oplevert. Als nulmeting gebruiken we per 1 juli 2021de plaats op de participatieladder van de nieuwkomers zoals die is vastgesteld na de brede intake. In september 2022 vindt een tussenevaluatie plaats. In maart 2023 vindt de volgende evaluatie plaats. De wijze waarop geëvalueerd wordt is onderdeel van de aanpak. Indicatoren om de effectiviteit van onze aanpak in beeld te brengen, zijn: - stijging van de statushouders op de treden van de participatieladder - tevredenheid onder statushouders over de ondersteuning zelf en ervaren effect/opbrengst - percentage statushouders dat een bijstandsuitkering ontvangt (Mogelijke) methoden voor monitoring en evaluatie: - registreren van de positie op de participatieladder van de statushouders - registratie van statushouders en nieuwkomers - registratie van deelnemers - klanttevredenheidsonderzoek in het algemeen of per initiatief - storytelling Wat willen we bereiken? Eerder gaven we al aan dat aansluitend op de Visie van het Beleidsplan Sociaal Domein de gemeente de ambitie heeft om alle nieuwkomers zo snel mogelijk te laten integreren en naar vermogen te laten

participeren in de samenleving. Om de effectiviteit vast te stellen van dit beleidsplan gaan we via de monitor sociaal domein de kritieke prestatie indicatoren volgen. Dit zijn: 90% van alle nieuwkomers binnen 3 maanden na huisvesting gestart is met de inburgering. 80% van alle nieuwkomers op een inburgeringstraject geslaagd is binnen 3 jaar. 80% van alle nieuwkomers meedoet binnen 3 jaar. 40% van alle statushouders (in de bijstand) uitstroomt naar werk of studie binnen 2 jaar.

16

Wet Inburgering 2022-2024

Bijlage 1 De klantreis Stap 1. Voorinburgering AZC In afwachting van een woning in de gemeente Overbetuwe, verblijft de statushouder in een AZC (de bedoeling is een AZC in de regio). In het AZC wordt de statushouder voorbereid op de inburgering. Dit wordt de voorinburgering genoemd. Formeel behoort de voorinburgering niet tot de inburgering. Het is een vrijwillig onderdeel waarmee de statushouder alvast aan de slag kan om de Nederlandse taal en samenleving te leren kennen. Het programma Voorbereiding op inburgering (V-inburgering) biedt kennis en handvatten voor het zelfstandig wonen en leven in Nederland. Concreet: De voorinburgering zal niet door de gemeente worden uitgevoerd, maar door het COA. Stap 2. Koppeling klantmanager inburgering Klantmanagers inburgering gaan zich met de doelgroep statushouders bezig houden. Deze klantmanagers dienen affiniteit met en kennis van de doelgroep te hebben. Kennis en ervaring op het gebied van de inburgeringswet en Participatiewet is een vereiste. Statushouders moeten andere stappen doorlopen dan de overige inwoners die zich melden bij Werk en Inkomen. Vooral de opstart in de gemeente, met een éérste inregeldag, het opstarten van de ontzorging/leerroute en het doorlopen van het gehele inburgeringstraject wijken af van een reguliere bijstandsaanvraag. Ook kunnen de persoonlijke problemen die zich voordoen bij deze doelgroep afwijken.

Bijvoorbeeld het niet machtig zijn van de taal, trauma’s uit het verleden en wennen aan de Nederlandse cultuur. Om adequaat te kunnen schakelen binnen het inburgeringstraject dient de klantmanager inburgering dan ook voortdurend op de hoogte te zijn van de persoonlijke situatie van de statushouder en de voortgang van het inburgeringstraject. Tevens is de klantmanager het eerste aanspreekpunt voor de statushouders, externe partijen en interne collega’s als het om inburgeringszaken en participatie gaat. Concreet: Zodra de koppeling plaatsvindt met de gemeente Overbetuwe, zal de statushouder ook gekoppeld worden aan een klantmanager inburgering. De statushouder zal in diens caseload blijven voor de gehele duur van het inburgeringstraject. Stap 3 Warme overdracht en brede intake Zodra er een woning beschikbaar komt voor de statushouder(s), zal de klantmanager éénmalig naar het AZC gaan. Hier zal een warme overdracht plaatsvinden. Die bestaat uit een driegesprek met de statushouder en de casemanager van het COA. Opgedane inzichten en informatie over de statushouder (uit de voorinburgering) worden dan overgedragen. Daarnaast neemt de klantmanager de brede intake af. Bij de brede intake wordt o.a.

het volgende opgehaald bij de statushouder: het opleidingsniveau, praktische competenties, werknemersvaardigheden, werkervaring, leerbaarheid, motivatie/interesses (op het gebied van vrije tijd, cultuur en sport), mate van zelfredzaamheid, de gezinssituatie, het sociale netwerk en de fysieke/mentale gezondheid. Deze informatie wordt vastgelegd in ons klantvolgsysteem (dat daarvoor moet worden ingericht) en vormt het startpunt voor het later op te stellen Plan Inburgering en Participatie (PIP). Ook zal de klantmanager de leerbaarheidstoets aanvragen. 17

Wet Inburgering 2022-2024

Deze toets is voor alle statushouders verplicht en wordt door DUO afgenomen. Concreet: Kort na de koppeling aan een woning in de gemeente, vindt er een warme overdracht plaats (idealiter in het AZC), wordt de brede intake afgenomen en de leerbaarheidstoets aangevraagd. Stap 4. Verhuizing vanuit het AZC naar de gemeente Zodra er een woning beschikbaar is voor de statushouder, organiseren wij een “introductieweek”. Met de statushouder worden in deze week de volgende zaken opgepakt: - Aanvragen bijstandsuitkering; - inrichtingskrediet; - overbruggingskrediet indien nodig; - afsluiten van contracten voor gas, water en elektra; - het aanvragen van verzekeringen (zorg, maar ook WA en inboedel); - inschrijven bij de Basisregistratie Personen (BRP); - tekenen huurcontract; - aanvragen DigiD; - het aanvragen van kwijtscheldingen van o.a. gemeentelijke heffingen. De klantmanager heeft geen actieve rol bij deze stap, maar zal verschillende externe partijen en de collega’s rechtmatigheid inschakelen om dit uit te laten voeren. Hierbij is het voorstel om de organisatie die verantwoordelijk is voor de maatschappelijke begeleiding (momenteel Vluchtelingenwerk (VW)) het volgende te laten uitvoeren: aanvragen van de uitkering, het tekenen van het huurcontract, het inschrijven in het BRP, het wegwijs maken in de woonomgeving en de woninginrichting organiseren.

Concreet: De praktische taken worden opgepakt door de partij die de maatschappelijke begeleiding verzorgt (nu VW). De klantmanager inburgering schakelt de collega’s van rechtmatigheid in en monitort de voortgang. Stap 5. Opstellen Plan Inburgering en Participatie (PIP) Binnen zes weken na de inschrijving in de gemeente dient een concreet PIP te worden opgesteld. In het PIP wordt de informatie uit de brede intake en de uitkomst van de leerbaarheidstoets vastgelegd. Het is een persoonlijk inburgeringsprogramma voor het leren van de taal (door middel van een passende leerroute) in combinatie met (vrijwilligers)werk, , studie of stage. Het PIP bevat ten minste: - De gekozen leerroute (onderwijsroute, B1-route, Z-route); - De looptijd waarbinnen het einddoel moet zijn behaald; - Belangrijke randvoorwaarden, zoals hoe de kinderopvang en reizen naar school en participatielocatie wordt geregeld; - Afspraken m.b.t. de ontzorging voor minimaal 6 maanden; - Afspraken over de manier waarop de gemeente de voortgang monitort. Concreet: Het PIP zal door de klantmanager inburgering samen met de statushouder worden opgesteld en ondertekend.

18

Wet Inburgering 2022-2024

Stap 6 Inzet leerroutes Er zijn drie verschillende leerroutes. De onderwijsroute, de B1-route en de Z-route. De statushouder is verplicht één van deze routes te doorlopen. Zij/hij dient kort na vestiging in de gemeente te starten met het volgen van de leerroute. De klantmanager inburgering spreekt de statushouder over (de voorwaarden van) het volgen van de leerroute en meldt haar/hem hier vervolgens aan. De klantmanager inburgering is verantwoordelijk voor de monitoring van de voortgang van het leerroutetraject. Er moeten regelmatig (maandelijks in het eerste jaar) voortgangsgesprekken plaatsvinden met de statushouder. Zo kan in de gaten worden gehouden of de juiste leerroute is ingezet en het niveau haalbaar is. Gedurende het eerste anderhalve jaar kan de leerroute nog worden aangepast in de PIP, waardoor aanpassingen ook in deze periode moeten worden doorgevoerd. Ook zal de klantmanager inburgering de aanwezigheid en het nakomen van de verplichtingen monitoren. Concreet: Op basis van diens expertise, plaatst de klantmanager inburgering de statushouder op een passende leerroute en zorgt ervoor dat deze zich aan de afspraken houdt.

Stap 7 Inschakelen van specialisten Gelijktijdig met stap 5 zullen door de klantmanager inburgering ook de interne collega’s worden ingeschakeld, die nodig zijn om de statushouder te helpen om aan de verplichtingen van de nieuwe inburgeringswet te kunnen voldoen. 1. Aanvragen bijstandsuitkering: Het aanvragen van een bijstandsuitkering kan via de reguliere weg bij een klantmanager inkomen. Dit verloopt nagenoeg gelijk aan een “reguliere” aanvraag bijstandsuitkering. Het aanvragen van een inrichtingskrediet zal aanvullend zijn. Indien zich problemen voordoen bij het aanvragen van de uitkering, zal dit worden teruggekoppeld aan de klantmanager inburgering. 2. Inzet ontzorging: Financieel ontzorgen, betekent dat de gemeente het beheer van inkomsten en uitgaven geheel of gedeeltelijk uit handen neemt van de statushouder. De verplichte ontzorging bestaat uit het betalen van de huur, de rekeningen voor gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering. Deze kosten worden betaald vanuit de bijstandsuitkering. De periode van ontzorging gaat in op het moment dat het recht op bijstand ontstaat en duurt minimaal 6 maanden. De klantmanager inburgering draagt zorg voor het opstarten van de (financiële) ontzorging. Vanuit de uitkering worden vanaf de ingangsdatum bijstandsuitkering de vaste lasten doorbetaald en ontvangt de statushouder leefgeld.

De klantmanager inburgering kan monitoren of dit goed verloopt. Hiermee krijgt de statushouder een “adempauze” om grip te krijgen op de nieuwe situatie en wordt er voorkomen dat er schulden ontstaan. Van belang is om met de statushouder een duidelijk plan te maken met betrekking tot diens financiële zelfredzaamheid. Er moet maatmerk geleverd worden, waarbij de intensiteit van de begeleiding afneemt naarmate de inburgeraar langer in Nederland verblijft. Na de verplichte 6 maanden financiële ontzorging, zal gezamenlijk worden beoordeeld of het budgetbeheer moet worden verlengd. 3. Inzet, Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en Participatieverklaringstraject (PVT): Gemeenten moeten inburgeraars (zowel statushouders als gezinsvormers) gedurende de eerste

19

Wet Inburgering 2022-2024

18 maanden van de inburgering de MAP en het PVT aanbieden. Binnen deze 18 maanden moet de inburgeraar hiervoor ook het examen halen. Het doel van de MAP is om de competenties en arbeidskansen van de statushouder inzichtelijk te krijgen. Onderdeel van de MAP is daarom ook de praktische inzet op de arbeidsmarkt – denk aan vrijwilligerswerk, stage, een werkervaringsplaats en betaald werk. De MAP vormt onderdeel van de regionale aanbesteding voor de B1 en Z-route. In overleg bepalen de aanbieder en de klantmanager inburgering hoe het praktische deel wordt ingevuld. Het PVT bestaat voor alle inburgeringsplichtigen uit twee onderdelen: een inleiding in de kernwaarden van de Nederlandse samenleving en de ondertekening van de participatieverklaring. Met de ondertekening van de participatieverklaring tonen inburgeringsplichtigen hun betrokkenheid bij de Nederlandse samenleving en hun bereidheid om daar actief aan bij te dragen. Het PVT wordt verzorgd door Vluchtelingenwerk en daar kunnen alle nieuwkomers worden aangemeld. Concreet: De klantmanager inburgering schakelt de externe en interne specialisten in direct na de huisvesting van de statushouder. De klantmanager monitort de voorgang en heeft op frequente basis contact met deze specialisten.

20

Wet Inburgering 2022-2024

Bijlage 2 Begrippenlijst en afkortingen

Asielzoeker

Is iemand die een ander land om bescherming vraagt door een asielverzoek in te dienen

AZC Asielzoekerscentrum COA Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers DUO

Dienst Uitvoering Onderwijs

Gezinsvormer

Migratievorm waarbij een persoon naar Nederland komt om hier te gaan trouwen, een partnerschap te gaan sluiten, of te gaan samenwonen met een al in Nederland wonende partner, met wie betrokkene nooit eerder al dan niet gehuwd heeft samengewoond.

IND Immigratie en Naturalisatiedienst KNM Kennis Nederlandse Maatschappij MAP Module Arbeidsmarkt en Participatie Nieuwkomer

Een nieuwkomer woont nog niet lang genoeg in een nieuw land om geschreven en ongeschreven regels te kennen. Deze persoon kan er tijdelijk werken of studeren of zich permanent komen vestigen. Integratie kan via een eigen netwerk, een lokale open gemeenschap, een hulpvaardige organisatie of officiële inburgering.

PIP

Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie

PVT Participatieverklaringstraject Statushouder

Asielzoeker aan wie een asielstatus is verleend

Vluchteling

Is iemand die zijn woongebied is ontvlucht uit vrees voor geweld of zijn leven.

21

Dorpsstraat 67 6661 EH Elst Postbus 11 6660 AA Elst telefoon 14 0481

info@overbetuwe.nl www.overbetuwe.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=068cd4f4-4857-4c45-8aca-5aec91838736