CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-09-07.14 relevant stuk 3 Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Reethse Veld

Gemeenteraadsvergadering 22 juni 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Zonnepark Reethse Veld*22.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

719122 10 juli 2020

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Zonnepark Reeth

V2.0

Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 579 7550 AN Hengelo Telefoon (074) 248 99 40

Documenttitel

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth

Soort document

V2.0

Datum

10 juli 2020

Projectnummer

719122

Opdrachtgever

Zonnepark Reeth

Auteur

Jenno Ringersma, Pondera Consult

Vrijgave

Jan-Willem Broersma, Pondera Consult

Pondera Consult

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Leeswijzer

2

1.3

Ligging plangebied

2

1.4

Geldend bestemmingsplan

3

1.5

Procedurele context

5

2

Beleidskader

7

2.1

Rijksbeleid nut en noodzaak zonne-energie

7

2.2

Provinciaal beleid

9

2.3

Gemeentelijk beleid

11

2.4

Conclusie

13

3

Huidige situatie plangebied

14

3.1

Plangebied

14

3.2

Nabijheid van bebouwing

14

3.3

Natuur

15

4

Beschrijving van het plan

17

4.1

Keuze voor een grootschalig zonnepark

17

4.2

Locatiekeuze

17

4.3

Projecteigenschappen

17

4.4

Landschappelijke inpassing

21

5

Onderzoek

23

5.1

Bedrijven en milieuzonering

23

5.2

Natuur

23

5.3

Cultuurhistorie en archeologie

25

5.4

Waterhuishouding

28

5.5

Overig

29

6

Uitvoerbaarheid

34

6.1

Economische uitvoerbaarheid

34

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

34

Pondera Consult

7

Conclusie

Bijlage 1 – Ontwerp langschappelijke inpassing Bijlage 2 – Ecologisch onderzoek Bijlage 3 – Archeologisch onderzoek Bijlage 4 – Resultaten Watertoets Bijlage 5 – Rapportage bodemloket

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

36

Pondera Consult

1

1 INLEIDING 1.1

Aanleiding De initiatiefnemers hebben het voornemen een zonnepark te realiseren in de gemeente Overbetuwe, ingeklemd tussen de spoorlijnen Arnhem-Tiel en Arnhem-Nijmegen, 1 kilometer ten noordwesten van Knooppunt Ressen van de snelwegen A15 en A325. In Figuur 1.1 is de ligging van de zonnepark oranje indicatief omlijnd weergegeven. De daadwerkelijke begrenzing wordt gevormd door de grenzen van de percelen, zoals aangegeven in paragraaf 1.3. Figuur 1.1: Ligging beoogd Zonnepark Reeth (indicatief oranje omlijnd)

Bron: Google Earth

Het zonnepark bestaat uit een veldopstelling van zonnepanelen, een toegangspoort, landschappelijke verbeteringen (zie hoofdstuk 4.4), en een netaansluiting met compactstations en bijbehorende infrastructuur. De percelen waar het zonnepark op gerealiseerd wordt hebben een gezamenlijk oppervlakte van 4,9 hectare. Het zonnepark wekt elektriciteit op uit zonneenergie door gebruik te maken van PV-panelen (Photo Voltaic panelen). Het zonnepark krijgt een opgesteld vermogen van ongeveer 4 megawatt (MW), dit is voldoende om ongeveer 1000

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

2

huishoudens te voorzien van elektriciteit1. Daarmee levert het zonnepark een bijdrage aan de duurzaamheiddoelstellingen van de gemeente Overbetuwe. Voor de realisatie van het zonnepark is een omgevingsvergunning benodigd. Het zonnepark wordt planologisch ingepast door middel van een afwijking als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De voorliggende rapportage dient als zogeheten ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ bij de omgevingsvergunning voor de afwijking van het geldende bestemmingsplan.

1.2

Leeswijzer Dit hoofdstuk geeft de inleiding op het project inclusief de procedurele context. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van het geldende beleid op Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 3 wordt de huidige situatie ter plekke van het plangebied geschetst. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het plan. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens dieper ingegaan op de verschillende milieuonderzoeken. In hoofdstuk 6 worden de de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 de conclusie uitgewerkt.

1.3

Ligging plangebied Het plangebied ligt ten zuiden van het dorp Elst in de provincie Gelderland. Het plangebied bestaat uit twee kadastrale percelen, namelijk de percelen ELS00-N-262 en ELS00-N-3805. Deze percelen zijn ingeklemd tussen de spoorlijnen Arnhem-Tiel en Arnhem-Nijmegen. Tussen de percelen is een watergang gelegen, welke op een apart perceel ligt, zie Tabel 1.1. Het zonnepark zal niet worden gebouwd op dit perceel van het waterschap. De percelen zijn visueel weergegeven in Figuur 1.2. Tabel 1.1 kadastrale aanduiding zonnepark

1

Kadastrale aanduiding

Bebouwing

ELS00-N-262

Zonnepark

ELS00-N-3805

Zonnepark

ELS00-N-221

Tussenliggende strook met watergang

Op basis van een gemiddeld verbruik per huishouden van 3,5 MWh per jaar.

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

3

Figuur 1.2: Percelen van het plangebied.

Bron: Kadaster

1.4

Geldend bestemmingsplan Ter plaatse geldt het bestemmingsplan “Buitengebied Overbetuwe” (vastgesteld 30 april 2014). Ter plekke van de betreffende percelen geldt de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Archeologische verwachting 2’. Het plangebied wordt aan de oost- en westzijde begrensd door de bestemming ‘Verkeer – Spoor’. Ongeveer 120 meter ten zuiden van het plangebied liggen gasleidingen in oost-westelijke richting met de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’. Zie Figuur 1.3 voor een uitsnede van het bestemmingsplan. De voor ‘Agrarisch met waarden’ bestemde gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor: 1.

de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat niet-grondgebonden agrarische bedrijven niet zijn toegestaan, met uitzondering van: a. b.

de intensieve veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'; de glastuinbouwbedrijven ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw';

c.

de overige bestaande niet-grondgebonden agrarische bedrijven;

2.

het houden van dieren uitsluitend op de begane grondvloer;

3.

hobbymatig agrarisch grondgebruik;

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

4

4.

de bestaande bedrijfswoning(en), waarbij inwoning is toegestaan in de bedrijfswoningen, met dien verstande dat: a. waar dat is aangeduid een bedrijfswoning alleen is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; b.

5.

ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is

toegestaan; nevenactiviteiten, met dien verstande dat: a.

uitsluitend nevenactiviteiten zijn toegestaan zoals opgenomen in bijlage 6, 'Lijst van nevenactiviteiten' met inachtneming van de gebiedsaanduidingen zoals opgenomen in

b.

die bijlage; maximaal 25% met een absoluut maximum van 350 m2 van de bestaande bebouwing mag worden gebruikt;

c.

er geen detailhandel anders dan de verkoop van lokaal of streekeigen geproduceerde

d.

agrarische producten mag plaatsvinden; parkeren op eigen erf dient plaats te vinden;

e.

buitenopslag niet is toegestaan;

6. 7.

de bestaande paardenbakken binnen het bouwvlak of direct aansluitend aan het bouwvlak; de bestaande (verblijfs)recreatieve voorzieningen;

8.

teeltondersteunende voorzieningen;

9.

extensieve dagrecreatie met bijbehorende wegen en paden;

10. parkeerterrein ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; 11. een zend-/ontvangstinstallatie ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie'; 12. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; 13. de bestaande nutsvoorzieningen; 14. evenementen als medegebruik gedurende maximaal 7 aaneengesloten dagen inclusief opbouw en afbraak van bijbehorende voorzieningen; 15. proefboerderij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch proefboerderij'; 16. zorgboerderij ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij'; 17. Tevens zijn openbare nutsvoorzieningen toegestaan en verschillende infrastructurele werken en gebouwen ten behoeve van de hoofdbestemming van betreffende gronden. De voor ‘Archeologische verwachting 2’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem. Hiervoor geldt onder andere dat voor het bouwen van een bouwwerk groter dan 100 m2 de aanvrager een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. In hoofdstuk 5.3 wordt hier verder op ingegaan.

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

5

Figuur 1.3: Ligging bestemmingsplannen met de locatie van het beoogde zonnepark indicatief ingetekend (oranje).

Bron: Ruimtelijkeplannen.nl

Op basis van de hierboven benoemde functiebeschrijvingen en regels past het voorgenomen zonnepark niet binnen het geldende bestemmingsplan.

1.5

Procedurele context In deze paragraaf wordt ingegaan op de procedurele context van het plan.

1.5.1

Planvorm afwijkingsbesluit Omdat het planvoornemen niet past in het geldende bestemmingsplan is een planologische procedure benodigd om het plan mogelijk te maken. De initiatiefnemer is voornemens voor het zonnepark een omgevingsvergunningaanvraag in te dienen voor afwijking van het bestemmingsplan. Via deze procedure (ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo) is het mogelijk om af te wijken van het geldende planologisch regime. Voorwaarde voor verlening van de vergunning is dat de activiteit niet in strijd mag zijn met een ‘goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in de onderbouwing van de vergunningaanvraag.

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

6

1.5.2

Relatie met de m.e.r. In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Sinds de inwerkingtreding van de m.e.r.-richtlijn (mei 2017) geldt voor alle activiteiten die voorkomen op de D-lijst dat onder de drempelwaarde een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden gedaan (voor plannen/besluiten in kolom 3 en 4). Hierover moet het bevoegd gezag een besluit nemen; dat besluit is nodig voor onder andere de aanvraag voor omgevingsvergunning. Een zonnepark staat als zodanig niet op de D-lijst in het Besluit m.e.r.. Landinrichtingsprojecten, een stedelijke ontwikkeling en industriële installaties staan wel op de D-lijst. In de uitspraak 201807860/1/A1 van de Raad van State op 14 augustus 2019 wordt aangegeven dat het in dat proces behandelde zonnepark van 4,3 hectare niet als een landinrichtingsproject, een stedelijke ontwikkeling, of een industriële installatie gezien kan worden. Voor het zonnepark is geen vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.

1.5.3

Bevoegd gezag Primair is de gemeenteraad bevoegd gezag voor het vaststellen van een bestemmingsplan en burgemeester en wethouders voor het afwijken van het bestemmingsplan. Het plangebied van dit project ligt binnen de gemeente Overbetuwe. Deze gemeente is zodoende bevoegd gezag voor dit project.

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

7

2 BELEIDSKADER Dit hoofdstuk beschrijft beleid en wet- en regelgeving specifiek op het gebied van duurzame (zonne-)energie en ruimtelijke ordening. Hierbij komen eveneens nut en noodzaak van zonneenergie aan de orde, waarbij de doelstellingen van Rijk, provincie en gemeente ten aanzien van duurzame energie worden toegelicht.

2.1

Rijksbeleid nut en noodzaak zonne-energie

2.1.1

Klimaatakkoord Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken werkt Nederland aan een nationaal Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Eind 2018 is het ontwerp van het Klimaatakkoord gepresenteerd. In juni 2019 is een voorstel voor een Klimaatakkoord door het kabinet voorgelegd aan het parlement. Het centrale doel is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% ten opzichte van 1990, hetgeen in lijn is met het kabinetsakkoord van het huidige kabinet Rutte III. Het vergroten van de opwek van hernieuwbare energie levert hier een belangrijke bijdrage aan. Er wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar worden gebracht. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied.

2.1.2

Energieakkoord voor duurzame groei De energiesector in Nederland is verantwoordelijk voor meer dan twintig procent van de uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de energiebehoefte kan worden beperkt door energiebesparing en door grootschalige inzet van duurzame energiebronnen. Een dergelijke omschakeling in de Nederlandse energievoorziening betekent een forse inspanning. Deze ambities sluiten aan bij in Europees verband geformuleerde doelstellingen waaraan de lidstaten zich gecommitteerd hebben. In 2013 hebben ruim veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, andere maatschappelijke organisaties en financiële instellingen zich verbonden aan het Energieakkoord voor duurzame groei (hierna: Energieakkoord, 2013)2. Met het Energieakkoord komt een duurzame energievoorziening een stap dichterbij. In het Energieakkoord is vastgelegd dat in 2020 14% van alle energie duurzaam moet zijn opgewekt met een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023. Het doel van het akkoord is bovendien dat het nieuwe banen oplevert en een positief effect heeft op de energierekening van consumenten. In het akkoord zijn tien pijlers opgenomen die moeten leiden tot een duurzame energieopwekking. Het opschalen van hernieuwbare energieopwekking vormt één van deze pijlers.

In de Kortetermijnraming voor 20203 uit gevoerd door het Planbureau voor de Leefomgeving wordt

2

"Energieakkoord voor duurzame groei", Sociaal-Economische Raad (SER), september 2013. Geraadpleegd van: http://www.energieakkoordser.nl/energieakkoord.aspx 3 “Kortetermijnraming voor Emissies en Energie in 2020”. Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), januari 2019. Geraadpleegd van: https://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2019-kortetermijnramingvoor-emissies-en-energie-in-2020_3430.pdf

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

8

gesteld dat de doelstelling van 14% duurzame energie in 2020 met de huidige groeiverwachting (van 6,6% in 2017 naar 12,2% in 2020) niet binnen bereik is. Het opwekken van duurzame energie door Zonnepark Reeth is van belang om een bijdrage te leveren aan de doelstelling.

2.1.3

Energierapport 2016 Het Energierapport 20164 geeft aan dat Nederland voor de uitdaging staat om de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te brengen, waarbij in de 2e helft van de 21e eeuw, zoals afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs (2015) er mondiaal een balans moet zijn tussen de uitstoot en vastlegging van broeikasgassen (ofwel klimaatneutraliteit). Het kabinet houdt dus onverkort vast aan de Europese afspraken voor 2020, 2030 en 2050 en aan de afspraken uit het Energieakkoord die samen met milieuorganisaties, bedrijfsleven en overheden zijn gemaakt. Het Energierapport geeft daarom een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland. Het kabinet stelt voor de transitie naar duurzame energie drie uitgangspunten centraal: 1.

sturen op CO2-reductie;

2. 3.

verzilveren van de economische kansen die de energietransitie biedt; integreren van energie in het ruimtelijk beleid.

Volgens het Energierapport 20165 zijn de belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland zonne-energie, windenergie, bio-energie en aardwarmte. Een kleinere rol spelen waterkracht, omgevingswarmte (warmtepompen in woningen) en energie uit potentieel verschil zoet-zout (osmose-energie of ‘blue energy’). Hoewel grijze energie uit fossiele energiebronnen in de komende decennia nodig blijft, zal hernieuwbare energie een steeds groter onderdeel gaan uitmaken van de energiemix. Zonne-energie speelt daarbij een belangrijke rol omdat het relatief eenvoudig te installeren is in tegenstelling tot bijvoorbeeld wind op zee. Daarnaast is de winning van zonne-energie middels PV-panelen een beproefde technologie.

2.1.4

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft het integrale ruimtelijke beleidskader van het Rijk weer. In dit beleidsstuk worden ruimtelijke nationale opgaves, doelen en belangen voor de komende tientallen jaren geschetst. Een nationaal belang dat wordt besproken is het belang van ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie. Het Rijk stelt op het gebied van energie dat voor de opwekking en het transport van energie voldoende ruimte gereserveerd moet worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen als zon, wind, biomassa en geothermie in de totale energievoorziening moet omhoog. Verder wordt beschreven dat het bieden van ruimte aan duurzame energie als zonneenergie en biomassa de primaire taak is van de provincies en gemeenten. Rijksbeleid op het gebied van duurzame energie beperkt zich enkel tot windenergie.

2.1.5

Ladder duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven, dat indien een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt, in de toelichting van het plan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden volgens de systematiek van de ladder voor 4

"Energierapport 2016 - Transitie naar duurzaam", Ministerie van Economische Zaken, januari 2016. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/01/18/energierapport-transitienaar-duurzaam 5 Ministerie van Economische Zaken, januari 2016

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

9

duurzame verstedelijking. Een zonnepark betreft geen stedelijke functie in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit vloeit voort uit jurisprudentie. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 februari 2015 (201400570/1/R6) geeft aan dat functies die niet onder begripsbepaling zijn genoemd en ook niet in de handreiking zijn genoemd, niet als verstedelijking worden aangemerkt.

2.1.6

Ontwerp Nationale Omgevingsvisie Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet in 2021 staat de eerste Nationale Omgevingsvisie (NOVI) gepland eind 2019. In juni 2019 is de ontwerp-omgevingsvisie gepubliceerd. In de NOVI wordt de lange termijnvisie voor heel Nederland beschreven. De NOVI bevat uitgangspunten op het gebied van ruimtelijke ordening in Nederland en de Noordzee. In de ontwerp-NOVI is een voorkeursvolgorde voor de uitrol van zonnepanelen opgenomen. Om te stimuleren dat locaties zorgvuldig worden uitgekozen, heeft het Rijk in samenwerking met medeoverheden en andere stakeholders een voorkeursvolgorde uitgewerkt. De voorkeursvolgorde is als volgt: •

Zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen: omdat hier al sprake is van bebouwing zal het introduceren van zonnepanelen op deze plekken volgens de overheid doorgaans minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied.

•

Onbenutte terreinen in bebouwd gebied: vanuit de principes hiervoor hebben de onbenutte terreinen in bebouwd gebied de tweede voorkeur.

•

Landelijk gebied: om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Ook in dat geval gaat de voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties. Hoewel natuur- en landbouwgebieden daarbij niet volledig worden uitgesloten, ligt de voorkeur bij gronden met een andere primaire functie dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren of areaal in beheer van het Rijk (zoals Rijkswaterstaat, ProRail, Staatsbosbeheer), waaronder waar mogelijk bermen van spoor- en autowegen.

Zonnepark Reeth valt binnen de voorkeursvolgorde uit de ontwerp-NOVI in de derde voorkeur. Het plangebied bevindt zich in landelijk gebied, ingeklemd tussen spoorlijnen. Conclusie

Het voorgenomen zonnepark past binnen de doelstellingen van het Rijk om ruimte te bieden aan duurzame energieopwekking.

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Gelderland De Provinciale Staten van Gelderland hebben op woensdag 19 december 2018 de nieuwe Omgevingsvisie en geactualiseerde Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omgevingsvisie geeft de Provincie aan dat ze een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal zet. Met betrekking tot duurzame energie geeft ze aan dat er geïnvesteerd moet worden in nieuwe, alternatieve vormen van energie om toe te werken naar een schoon en welvarend Gelderland.

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

10

Gelderland wil in 2050 volledig klimaatneutraal te zijn. In 2030 wil ze, als tussenstap, verder zijn dan landelijk is afgesproken, namelijk 55% broeikasgasreductie. Hiervoor zijn verschillende vormen van duurzame opwekking van energie nodig. Deze vormen van energieopwekking moeten een plek krijgen in het Gelderse landschap. De provincie heeft een Themakaart Ruimtelijk Beleid opgesteld, waarin onder andere mogelijke locaties van grote zonneparken zijn aangewezen. Deze kaart is weergegeven in Figuur 2.1. Het plangebied van Zonnepark Reeth valt binnen dit gebied (groen), weergegeven in detail in Figuur 2.2. Figuur 2.1: Themakaart Ruimtelijk Beleid Grote Zonneparken

Bron: Provincie Gelderland

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

11

Figuur 2.2: Themakaart Ruimtelijk Beleid Grote Zonneparken detail

Bron: Provincie Gelderland

2.2.2

Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerde versie 2018)6 spreekt niet expliciet over zonneparken. De verordening dient als het (juridische) toetsingskader bij het opstellen van nieuwe ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan of een procedure afwijking bestemmingsplan omgevingsvergunning. Conclusie

Duurzame opwek van elektriciteit door middel van zonnepanelen wordt door de provincie aangemoedigd. Het beoogde plan maakt gebruik van deze vorm van duurzame opwek. Het plangebied ligt binnen het gebied waar volgens de Themakaart Ruimtelijk Beleid grote zonneparken mogelijk zijn.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2017-2020 In 2016 heeft de gemeente haar Routekaart Duurzaam Overbetuwe opgesteld. In deze routekaart geeft de gemeente het beleid aan en haar duurzame ambities tot 2020. Deze ambities zijn onder andere de vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen, van 4.072 terajoule aan energie uit fossiele brandstoffen in 2014 naar 3.298 terajoule energie uit fossiele brandstoffen in 2020. Dit wordt grotendeels bereikt door energiebesparing en het duurzaam opwekken van energie. Wat betreft de duurzame opwek van energie wordt geen enkele optie door de gemeente uitgesloten. Er worden echter enkele randvoorwaarden genoemd (overgenomen uit de Routekaart): • 6

De mogelijkheid om te participeren als burger;

Provincie Gelderland, Omgevingsverordening Gelderland, december 2018

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

12

•

Het project moet voordelen bieden voor inwoners die in de buurt wonen;

•

Zorgvuldige communicatie gericht op in kaart brengen zorgen en creëren draagvlak;

•

Zo duurzaam mogelijk uitvoeren van het project, doe waar mogelijk meer dan wet vereist;

•

Initiatief moet ruimtelijk inpasbaar en vergunbaar zijn;

•

Overlast tijdens de bouw en exploitatie moet geminimaliseerd worden.

Specifiek voor zonneparken geeft de gemeente aan dat er een voorkeur is voor initiatieven van ongeveer 4 tot 5 hectare. Het voorgestelde zonnepark voldoet aan deze grootte. Ook wordt dit project samen met het lokale buurtschap gerealiseerd en creëert het project meerwaarde voor omwonenden. Meerwaarde wordt gecreëerd door het zonnepark toegankelijk te maken en binnen het park ruimte te bieden voor natuurontwikkeling (zie paragraaf 4.4). Het voorgestelde project sluit hierdoor aan bij het beleid van de gemeente.

2.3.2

Omgevingsvisie 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie 2040 vastgesteld. Deze visie is een actualisatie van de Toekomstvisie(+). Deze visie betreft een integrale en toekomstbestendige koers voor de leefomgeving in de gemeente. De Omgevingsvisie onderscheidt zeven deelgebieden welke elkaar kunnen overlappen. Elk deelgebied kent ambities die leidend zijn bij de ontwikkeling van de deelgebieden. Waar nodig wordt maatwerk toegepast. De deelgebieden zijn weergegeven in Figuur 2.3. Grootschalige opwek van energie wordt geclusterd in het deelgebied ‘Energiezone’. Deze zone bevindt zich over de lengte van de A15 aan de noordkant van de snelweg. Het voorliggende projectlocatie sluit aan op de Energiezone. Bij de deelgebieden wordt aangegeven dat sommige ontwikkelingen de deelgebieden overstijgen. Hiervoor geldt er te allen tijde het volgende: •

Bij vrijkomende agrarische bebouwing: waarde-creatie voorop stellen aan de hand van (verbeteren van) omgevings- en milieuwaarden, aansluitend op de ambities per deelgebied.

•

Meer gedifferentieerd bezien van mogelijke nieuwe functies voor tijdelijk gebruik van vrijkomende agrarische loodsen, met respect voor de ambities per deelgebied.

•

Toepassing van clustering en bundeling bij transformatie van (leegstaand) agrarisch vastgoed naar woonfuncties. Waar nodig gebruiken we daarbij ook saldering om ‘plussen’ en ‘minnen’ op meerdere locaties met elkaar te verbinden en als totaal meerwaarde te creëren.

•

Kleinschalige extensieve recreatie (nevenfuncties) vooral stimuleren nabij het netwerk van recreatieve routes dat zich door het gehele buitengebied begeeft.

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

13

Figuur 2.3: Deelgebieden Overbetuwe

Bron: Omgevingsvisie2040 Overbetuwe

Conclusie

Het beoogde zonnepark past binnen de doelstellingen van de gemeente om het aandeel fossiele energie in de energiemix van de gemeente te doen verminderen. Door een gebiedsspecifieke landschappelijke inpassing, samenwerking met het lokale buurtschap, de toegankelijkheid en de ruimte voor natuurontwikkeling binnen het zonnepark wordt meerwaarde gecreëerd voor omwonenden. Ook sluit het project aan bij de grootte van 4 tot 5 hectare, die de gemeente nastreeft zoor zonneparken. Daarnaast sluit het zonnepark deels aan op de Energiezone.

2.4

Conclusie In dit hoofdstuk is het plaatsen van een zonnepark tussen de twee spoorlijnen aan het ruimtelijk beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente. Geconcludeerd kan worden dat het voornemen binnen deze ruimtelijke beleidskaders past. Zowel het Rijk, de provincie Gelderland als de gemeente Overbetuwe stimuleren hernieuwbare energieopwekking en de voorgenomen locatie past binnen het overheidsbeleid. Het plangebied ligt binnen de door de Provincie Gelderland aangewezen gebieden voor grootschalige opwek van zonne-energie. Daarnaast sluit het plangebied ruimtelijk aan bij de Energiezone, zoals aangewezen door de gemeente Overbetuwe. Ook de grootte van het zonnepark en de samenwerking met het lokale buurtschap de Reeth zijn passend binnen het beleid van de gemeente.

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

14

3 HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED 3.1

Plangebied Het plangebied betreft twee percelen welke nu voor landbouw worden gebruikt. Het plangebied heeft drie zijdes, waardoor het de vorm heeft van een driehoek met een punt richting het noorden. De oostelijke en westelijke zijden grenzen aan respectievelijk de spoorlijnen Arnhem – Nijmegen en Arnhem – Tiel en zijn 420 meter en 460 meter lang. Deze lijnen lopen in noordelijke richting naar elkaar toe en komen daar samen. De spoorlijnen liggen vrijwel gelijkvloers met het plangebied. De zuidelijke zijde wordt gevormd door een sloot (een Bwatergang) en is 250 meter lang. Ten zuiden en westen (aan de andere kant van het spoor) van het plangebied ligt agrarisch gebied. Ten zuidoosten van het plangebied ligt agrarisch gebied met een waterbassin. Ten noordoosten liggen de bedrijventerreinen De Merm en De Aam. Het plangebied wordt doorkruist door een watergang welke van oost naar west loopt. Dit water splitst het plangebied in twee delen. Het gehele plangebied, exclusief het water, beslaat 49.050 vierkante meter. In het noorden van het plangebied, langs de oostelijke zijde, staat een strook van struiken. De rest van het perceel bestaat uit grasland en riet (aan de oevers). Er zijn geen bomen aanwezig. In bijlage 2 (ecologisch onderzoek) behorende bij deze ruimtelijke onderbouwing, staan enkele foto’s van het plangebied.

3.2

Nabijheid van bebouwing De dichtstbijzijnde bebouwing bevindt zich op 50 meter ten oosten van het plangebied op de eerder genoemde bedrijventerreinen. De dichtstbijzijnde woning bevindt zich ook hier, op 70 meter van het plangebied. Deze woning heeft vanwege dichte bosschage geen zicht op het zonnepark. Andere woningen op het bedrijventerrein bevinden zich op 160 meter en hebben door de bebouwing op het bedrijventerrein geen zicht op het plangebied. Ten zuidoosten van het plangebied liggen twee boerderijen op 340 meter en ten zuiden een boerderij op 340 meter. Deze boerderijen hebben door het open landschap zicht (al dan niet met de spoorlijn ertussen) op het plangebied. Direct ten noorden van het plangebied ligt de dichtstbijzijnde woonwijk op 370 meter, de Korte Bemmelseweg. Deze woningen hebben door het talud van de Olympiasingel geen zicht op het zonnepark. Andere bebouwing ligt op meer dan 450 meter van het plangebied. Zie Figuur 3.1 voor een overzichtskaart met afstanden. De dichtstbijzijnde woonwijken van Bemmel en Oosterhout liggen op respectievelijk 1,8 en 2,3 kilometer, beiden aan de andere kant van de A15.

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

15

Figuur 3.1: Plangebied met afstanden tot woningen

Bron: BAG, PDOK, Pondera

3.3

Natuur Het plangebied bevindt zich niet in een Natura 2000- of Natuurnetwerk Nederland-gebied. Ook is het plangebied niet aangewezen als een bijzonder te beschermen weidevogelleefgebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn de uiterwaarden van de Waal, onderdeel van Natura2000-gebied de ‘Rijntakken’. De uiterwaarden omvatten het winterbed van de Waal en daarmee alle uiterwaardgebieden aan de noord- en de zuidoever van de Waal van Nijmegen tot aan Zaltbommel. Dit gebied bevindt zich op 3,2 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Het dichtstbijzijnde natuurgebied uit het Gelders Natuurnetwerk is het park Lingezegen, welk op 1,1 kilometer ligt. Zie Figuur 3.2 voor een overzichtskaart.

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

16

Figuur 3.2: Ligging natuurgebieden ten opzichte van plangebied. Lichtgroen is Gelders Natuur Netwerk (GNN), donkergroen is Natura2000

Bron: PDOK, Pondera

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

17

4 BESCHRIJVING VAN HET PLAN 4.1

Keuze voor een grootschalig zonnepark De energietransitie vraagt om een energielandschap dat steeds meer draait op duurzame energiebronnen. Om de doelstellingen te halen is het nodig dat verschillende vormen van energieopwekking worden ingepast in het landschap. Zonne-energie is één van die duurzame energiebronnen uit deze energiemix. De opwekking van zonne-energie in grondgebonden zonne-energie installaties zorgt voor relatief weinig (negatieve) milieueffecten, maar er is wel sprake van een relatief groot ruimtebeslag. Een zonnepark is technisch eenvoudig aan te leggen zonder ingrijpende grondwerkzaamheden. Dit zorgt ervoor dat het realiseren van een zonnepark relatief eenvoudig is. Een alternatief op het gebied van zonne-energie is het plaatsen van zonnepanelen op daken. Echter, niet al het dakoppervlak in Nederland is geschikt voor het opwekken van zonne-energie. Daarnaast hebben grondgebonden zonnesystemen vaak een grotere schaal dan dakgebonden systemen, waardoor ze meer bijdragen aan de doelstellingen zoals beschreven in hoofdstuk 2.1. Grondgebonden zonneparken zijn derhalve nodig om de doelstellingen te behalen. Het grootschalig opwekken van zonne-energie heeft voordelen ten opzichte van het decentraal en kleinschalig opwekken.

Ten opzichte van kleinschalig opwekken van zonne-energie op bijvoorbeeld dakoppervlak levert het opwekken van zonne-energie op een groot zonnepark zoals bij het Zonnepark Reeth een belangrijk efficiëntievoordeel door onder andere schaalvoordelen en transport.

4.2

Locatiekeuze De locatie is door initiatiefnemer gekozen op basis van een aantal technische, fysieke en sociaaleconomische uitgangspunten. Belangrijkste zijn: •

De locatie is ingeklemd tussen spoorlijnen, waardoor het effect op het landschap minimaal is;

•

de locatie sluit aan bij in het ruimtelijke beleid (zie hoofdstuk 2);

•

de locatie is beperkt zichtbaar vanaf de dichtstbijzijnde woningen;

•

de locatie ligt buiten beschermde natuurgebieden (Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland);

•

de locatie is open, zodat er nauwelijks schaduwwerking optreedt door bijvoorbeeld bomen en bebouwing.

4.3

Projecteigenschappen

4.3.1

Beschrijving van het project In Figuur 1.1 is de globale ligging van het zonnepark weergegeven. De percelen waar het zonnepark op gerealiseerd worden hebben een gezamenlijk oppervlakte van circa 5 hectare. De opstelling bestaat uit circa 10.000 panelen met een gezamenlijk opgesteld vermogen van

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

18

maximaal 4 Megawatt piek (MWp)7. De belangrijkste kenmerken van het project zijn hieronder weergegeven. Tekeningen van het basisontwerp van het zonnepark zijn opgenomen in de bijlage bij de aanvraag omgevingsvergunning. •

De percelen hebben een bruto oppervlak van ongeveer 5 hectare. De veldopstelling van het zonnepark zal een oppervlakte van ongeveer 3,6 hectare hebben;

•

De panelen worden geplaatst in rijen. Deze rijen lopen in oost-westelijke richting. De panelen in de rijen worden op het zuiden georiënteerd, waardoor een zo hoog mogelijke lichtinval op de panelen wordt behaald;

•

De panelen worden geplaatst op een daarvoor geïnstalleerd frame, ook wel tafel genoemd (zie Figuur 4.2). Deze tafels hebben een hoogte van maximaal 2 meter boven maaiveld (inclusief paneel);

•

De panelen worden geplaatst met een vrij beperkte hellingshoek waardoor een vrij vlak beeld ontstaat;

•

De tafels worden in de bodem verankerd middels palen (tot 2 meter diep), zodat nauwelijks ontgraving nodig is;

•

Er blijft een ruimte van enkele meters tussen de rijen panelen open om schaduwwerking onderling te voorkomen;

•

Er wordt aan de oost- en westkant van het plangebied een afstand van circa 3 meter vrij gehouden tot aan de watergangen voor een beheerpad;

•

Om verstoring van kleine marterachtigen (zie paragraaf 5.2) in de sloot ten westen van het plangebied te voorkomen, worden en geen (graafwerkzaamheden) uitgevoerd in betreffende sloot en de eerste 5 meter daarbuiten;

•

Er wordt een strook midden in het zonnepark, ruwweg lopende van zuid naar noord, vrijgehouden van zonnepanelen voor behoud van het wandelpad;

•

De panelen zijn van het type monokristallijn of polykristallijn. De panelen zijn zo ontworpen dat er zo veel mogelijk zonlicht opgenomen wordt om dit om te zetten naar elektriciteit, waardoor lichtschittering beperkt blijft;

•

Bestaande watergangen worden gehanteerd als afscheiding en ter beveiliging van het zonnepark. Doordat het plangebied omringd is met water en spoorlijnen, zijn hekken niet nodig. Bij de ingang van het zonnepark zal een poort geplaatst worden;

•

Onder de panelen wordt geen verharding toegepast maar wordt een bloemmengsel gezaaid ten behoeve van het leefgebied van bijen;

•

Er wordt een informatiebord geplaatst bij de zonneweide langs het wandelpad. Door een informatiebord biedt de zonneweide ook de mogelijkheid voor educatie en bewustwording;

•

Om de elektriciteit te kunnen leveren aan het elektriciteitsnet worden enkele transformatorstations met inkoopruimte gerealiseerd op het terrein. Deze stations worden landschappelijk ingepast tussen de zonnepanelen, om de eenheid in de opstelling te bewaren.

•

Het ontwerp houdt rekening met de bestaande landschappelijke situatie en sluit hierop aan.

7

Megawattpiek (MWp) is een meeteenheid voor de capaciteit van zonnepanelen om zonne-energie in elektriciteit om te zetten. Een opgesteld vermogen van 1 MWp zal 1 MW aan vermogen genereren bij standaardomstandigheden. Bij minder goede omstandigheden (weinig omgevingslicht) zal het opgestelde vermogen van 1 MWp minder dan 1 MW aan vermogen genereren.

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

19

Figuur 4.1: Opstelling rijen en oriëntatie zonnepanelen (indicatief, precieze detailengineering is later bekend) Bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving

Er wordt vergunning aangevraagd op basis van het basisontwerp van het zonnepark. Dit houdt in dat de exacte afmetingen van de constructie nog niet bekend zijn, maar in ieder geval binnen de uitgangspunten passen zoals in Het kaartje in Figuur 4.1 is afkomstig uit het schetsontwerp (landschappelijke inpassing). Het basisontwerp is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Tabel 4.1 is aangeven. Het basisontwerp is opgesteld op basis van het schetsontwerp dat in hoofdstuk 4.4 wordt toegelicht in het kader van de landschappelijke inpassing. Het kaartje in Figuur 4.1 is afkomstig uit het schetsontwerp (landschappelijke inpassing). Het basisontwerp is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Tabel 4.1 Bandbreedte afmetingen constructie en fundering Onderdeel zonnepark

Minimaal

Maximaal

Hoogte bovenste rand bovenste paneel

-

2 meter8

Hoogte onderrand onderste paneel

0,5 meter

-

Constructie (zie Figuur 4.2)

8

Hoogte opstelling van 2 meter is ten opzichte van het maaiveld.

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

20

Hellingshoek panelen

15°

20°

Breedte tafel

-

5 meter

Afstand tussen panelenrijen

2,5 meter

3,5 meter

0 meter9

2 meter

Fundering Diepte (schroef)palen

Figuur 4.2 Foto ter illustratie van installatieframe voor bevestiging zonnepanelen

4.3.2

Bijkomende voordelen van het zonnepark Naast een bijdrage aan de gemeentelijke, provinciale en Rijksdoelen ten aanzien van de opwekking van duurzame elektriciteit levert het zonnepark ook een bijdrage aan de biodiversiteit in de omgeving, door de onderliggende gronden op daarvoor geschikte locaties in te zaaien met een mengsel van bloemen en akkerkruiden. De biodiversiteit van bijen, vlinders en zweefvliegen staat sterk onder druk. Het belang van bijen, vlinders en zweefvliegen is enorm groot, zowel voor de natuur als voor de landbouw. In 2011 heeft de Statenfractie van de Partij voor de Dieren ook een initiatiefvoorstel ingediend, waarin Gedeputeerde Staten worden opgeroepen een aantal maatregelen te nemen om de achteruitgang van de honingbij en de wilde bijen te stoppen. Een van de maatregelen betrof een onderzoek naar mogelijkheden voor een bijenvriendelijk bermbeheer langs de provinciale wegen. De motie is in juli 2012 unaniem door Provinciale Staten aangenomen. Om meer ecologische doelstellingen te kunnen bereiken met het bermbeheer heeft de provincie besloten te laten onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een ecologisch bermbeheer waar flora en fauna van kunnen profiteren. De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in het rapport ‘Bijen in de berm’ (2014) van Bureau Waardenburg. In de uitvoering is door de Provincie 9

Indien blijkt dat de tafels op een andere manier veilig en bestendig tegen weersinvloeden bevestigd kunnen

worden dan behoort dit in het definitieve ontwerp tot de mogelijkheden.

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

21

gekozen om niet terug te gaan naar het ‘oude’ maaibeleid van voor de bezuinigingen op bermonderhoud en vanuit dat perspectief een pilot te selecteren voor een beperkt traject. In plaats daarvan heeft de Provincie een structurelere benadering gekozen. Op de bermen die in het onderzoeksrapport als meest waardevol en/of het hoogste potentieel geclassificeerd werden, is de maatregel maaien-afvoeren 2x/jaar of maaien-zuigen toegepast, indien technisch mogelijk. Deze aanpak leverde een grotere verbetering voor de ecologie van de bermen op dan de uitvoering van een pilot voor een beperkt aantal trajecten. Het zonnepark kan op dezelfde wijze bijdragen aan biodiversiteit als het ecologische bermbeheer, door hetzelfde maaibeleid toe te passen.

4.4

Landschappelijke inpassing In deze paragraaf wordt ingegaan op de wijze waarop het zonnepark het landschap zal gaan veranderen. De landschappelijke inpassing van het zonnepark is opgesteld door Oostzee Ontwerp en Omgeving. Oostzee is bekend met de omgeving van het beoogde zonnepark en heeft ruime ervaring met vergelijkbare opgaven. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing heeft Oostzee een inventarisatie en analyse van het (vigerende) beleid met betrekking tot landschap en van de ruimtelijke ontwikkelingen in en rond de locatie uitgevoerd. Tevens heeft een inventarisatie en analyse van de huidige landschappelijke situatie en de belangrijkste kenmerken en kwaliteiten daarvan plaatsgevonden. Verder is een bezoek aan de locatie uitgevoerd om de situatie ter plaatse te onderzoeken. Een complete beschrijving van de landschappelijke inpassing staat in bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Huidige situatie Het plangebied van het zonnepark ligt ingeklemd tussen twee spoorlijnen. Ten oosten en noordoosten van het plangebied ligt industrieterrein de Merm. Aan de andere kanten is het plangebied omringd door agrarisch gebruikt land met enkele boerderijen. Het plangebied wordt doorkruist door het water de Mermsche Zeeg. De naastgelegen agrarische percelen zijn rechthoekig, langgerekt, en liggen haaks op de Mermsche Zeeg.

Uitgangspunten bij ontwerp Bij het ontwerp van het zonnepark is rekening gehouden met de wensen van de bewoners van buurtschap Reeth. Daarom wordt in 30% van het plangebied natuur ontwikkeld met mogelijkheden tot wandelen, ontmoeten, en rondleidingen. Hiermee wordt tevens aangesloten bij de randvoorwaarden (zie paragraaf 2.3.1) die de gemeente stelt aan de ontwikkeling van zonneparken. Daarnaast zijn de hoekse vormen van de Zeeg en de agrarische percelen leidend geweest voor het ontwerp. De noordelijke punt van het plangebied wordt, volgens wens van de gemeente, vrijgehouden van elementen en opgaande beplanting. Tot slot worden stroken vrijgehouden voor onderhoud aan het park, beplanting, en watergangen. Bovengenoemde uitgangspunten hebben geleid tot een ontwerp. In het ontwerp zijn een aantal elementen opgenomen. Deze elementen zijn genoemd in Figuur 4.3.

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

22

Figuur 4.3: Elementen van het ontwerp

In Figuur 4.1 is het uiteindelijke ontwerp getoond. In bijlage 1 wordt het ontwerp in meer detail besproken. Hier worden ook principedoorsnedes getoond.

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

23

5 ONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt beschreven welke relevante milieu- en omgevingseffecten te verwachten zijn als gevolg van de realisatie van het zonnepark. Dit wordt per aspect beschreven, op basis van de wet- en regelgeving die van toepassing is op zonneparken.

5.1

Bedrijven en milieuzonering

5.1.1

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009). Een richtafstand is de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten.

5.1.2

Onderzoek Een zonnepark is niet in de VNG-publicatie opgenomen. Van zonnepanelen is geen milieuhinder te verwachten. Dat geldt mogelijk wel voor de bijbehorende transformatoren en opslagsystemen, die overdag (enig) geluid produceren. Voor deze onderdelen kan een vergelijk worden gemaakt met de in de VNG-publicatie vermelde categorie ‘elektriciteitsdistributiebedrijven van < 10 MVA’. Het betreft hier een milieucategorie 2-inrichting met een grootste aan te houden richtafstand van 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk, vanwege het milieuaspect geluid. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich als een rustig buitengebied, wat een vergelijkbaar omgevingstype is als een rustige woonwijk. De te plaatsen compactstations met transformatoren verspreid in het zonnepark zullen op ongeveer 250 meter van de dichtstbijzijnde woning (Bemmelseweg 60) staan. Dit is vele malen meer dan de richtafstand van 30 meter. Het zonnepark is vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering ruimschoots in te passen. Nader onderzoek ten aanzien van geluid of andere relevante aspecten is dan ook niet noodzakelijk.

5.1.3

Conclusie Vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.2

Natuur

5.2.1

Toetsingskader Wanneer er wordt gesproken over natuurbescherming, dient er onderscheid gemaakt te worden tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Vanaf 1 januari 2017 is deze bescherming geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb).

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

24

5.2.2

Onderzoek Gebiedsbescherming Op het gebied van gebiedsbescherming zijn het Natuurnetwerk Nederland (NNN), Natuurmonumenten (veelal overeenkomend met Natura 2000) en Natura 2000 de te beschermen gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Rijntakken’ dat op meer dan 3 kilometer van het plangebied ligt. De bescherming van Natura 2000-gebieden kent een externe werking. Dit betekent dat ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied een negatieve impact kunnen hebben op de ‘beschermingsdoelstellingen’ (ook wel instandhoudingsdoelstellingen genoemd) van dergelijke natuurgebieden. Er is een natuurtoets uitgevoerd voor het plangebied door ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot (bijlage 2). Ook is er een AERIUS-berekening uitgevoerd om de eventuele stikstofdepositie op natuurgebieden in kaart te brengen. Op basis van de natuurtoets en AERIUS-berekening kan geconcludeerd worden dat gezien de aard van de plannen, de plaatsing en de exploitatie van zonnepanelen, en de grote afstand tot Natura 2000-gebieden het is uitgesloten dat negatieve effecten van dit project plaatsvinden op Natura 2000-gebieden. Er is geen overlapping tussen het plangebied en het NNN. In het ecologisch onderzoek is geconcludeerd dat er geen negatieve effecten op het NNN optreden. Nadere toetsing hiernaar blijft dan ook achterwege.

Omdat geen houtopstanden worden gekapt worden ook geen gevolgen voorzien met betrekking tot houtopstanden. Soortenbescherming Naast gebiedsbescherming is er een wettelijk kader voor het beschermen van individuele soorten (flora en fauna). De Wnb kent een aantal verbodsbepalingen die aanleiding kunnen zijn om een ontheffing aan te moeten vragen voor bepaalde werkzaamheden. De relevante verbodsbepalingen zijn het doden of verwonden van soorten, het opzettelijk verontrusten van soorten of het verstoren, vernietigen, beschadigen van nesten of vaste rust- en verblijfsplaatsen. Dit kan in theorie voorkomen tijdens de bouwfase. Wanneer de bouw van het zonnepark leidt tot het overtreden van één van deze bepalingen zou een ontheffing van de Wnb moeten worden aangevraagd. In de natuurtoets, opgesteld door Adviesbureau Van der Goes en Groot, (zie bijlage 2) wordt geconcludeerd dat er geen beschermde flora voorkomt in het plangebied. Daarnaast is het plangebied niet geschikt voor beschermde soorten vissen, amfibieën en reptielen. De aanwezigheid van kleine marterachtigen, bijvoorbeeld de hermelijn, bunzing, en wezel kon op basis van de natuurtoets echter niet worden uitgesloten. Uit nader onderzoek blijkt de sloot (greppel) ten westen van het plangebied, parallel aan het spoor, leefgebied is voor kleine marterachtigen.

Om geen verstoring op deze beschermde soorten te veroorzaken mogen er geen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd in de greppel en een afstand 5 meter van deze greppel (verstoringsafstand). Deze randvoorwaarde is verwerkt in het inrichtingsplan van het zonnepark. Het gebied is niet geschikt voor andere beschermde zoogdieren.

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

25

Ten aanzien van het beschermingsregime vogelrichtlijn geldt dat er geen sprake is van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming mits er buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart tot 15 juli) wordt gewerkt of er maatregelen worden genomen om overtreding te voorkomen. Bij werkzaamheden in het broedseizoen moet voor het broedseizoen het plangebied ongeschikt worden gemaakt voor de vestiging van broedvogels. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt. Door het nemen van deze maatregelen zijn negatieve effecten op broedvogels uitgesloten. Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep, omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

5.2.3

Conclusie In ecologisch onderzoek (zie bijlage 3) is het de realisatie van het zonnepark getoetst aan de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. In het plangebied is geen NNN- of Natura 2000-gebied aanwezig. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn met de aanleg en de exploitatie van het zonnepark uitgesloten. Ten aanzien van soortenbescherming is uit het uitgevoerde onderzoek gebleken dat er kleine marterachtigen leven in de sloot ten westen van het plangebied. Door geen graafwerkzaamheden uit te voeren bij deze sloot en een afstand van 5 meter van deze sloot (verstoringsafstand) zijn geen negatieve effecten te verwachten op deze beschermde soorten. Deze randvoorwaarde is verwerkt in het inrichtingsplan van het zonnepark. Vanuit het aspect natuur is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.3

Cultuurhistorie en archeologie

5.3.1

Toetsingskader Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag voor de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. De Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 de Monumentenwet 1988 heeft vervangen, vormt het kader voor de bescherming van het cultureel erfgoed. Onder cultuurhistorie worden aanwezige archeologische waarden verstaan, maar ook overige cultuurhistorische waarden zoals historisch landschap, beschermende stads- en dorpsgezichten en monumenten.

5.3.2

Onderzoek Archeologie Ter plaatse van het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Archeologische verwachting 2’. Hiervoor geldt volgens artikel 35 van het vigerende bestemmingsplan het volgende:

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

26

“Artikel 35.1 De voor Waarde - Archeologische verwachting 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem.” Artikel 35.2 Bouwregels 35.2.1. Algemeen Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a)

bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk groter dan 100 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld;

b)

indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of;

2. 3.

de verplichting tot het doen van opgravingen of; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige en/of;

4.

de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.”

Om de archeologische waarden van het plangebied nader te onderzoeken (conform artikel 35.2.1 onder a), is een bureaustudie uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er een hoge verwachting geldt voor resten van bewoning uit het neolithicum tot en met de Romeinse tijd. De verwachting voor resten uit eerdere perioden is gezien de wordingsgeschiedenis van het landschap laag. De verwachting voor deze terreindelen voor resten van bewoning uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd is in verband met de relatief grote afstand tot de historische bebouwing en de ligging middenin gras- en akkerland, laag. Daarnaast is opgemerkt: “Het gebruik voor de akkerbouw zal op zijn minst tot oppervlakkige bodemverstoring geleid hebben. Het rooien van boomstobben van fruitbomen kan plaatselijk ook tamelijk diepe bodemverstoring hebben veroorzaakt. Mogelijk is de noordelijke helft van het plangebied opgehoogd.” Het volledige onderzoek is bijgevoegd als bijlage 3. Vanwege de hoge verwachting voor resten uit het neolithicum tot en met de Romeinse tijd wordt er een booronderzoek uitgevoerd om deze waarde in meer detail te bepalen. Oppervlaktekartering is tevens onderdeel van het vervolgonderzoek. In bijlage 3 is een plan van aanpak voor het archeologisch vervolgonderzoek opgenomen. Op basis van de uitkomsten van het booronderzoek worden vervolgstappen bepaald.

Indien uit dit booronderzoek blijkt dat er inderdaad resten aanwezig zijn, zal waarderend onderzoek plaats moeten vinden, om de omvang en datering van de vindplaats te bepalen. Om

719122 | Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

27

definitieve opgraving te voorkomen kan er in een latere fase ook gekozen worden om het funderingsontwerp of kabelligging dusdanig aan te passen dat geen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd ter plekke van gronden met hoge verwachtingswaarde. Deze wijzigingen zijn voor zonneparken relatief gemakkelijk door te voeren. Te allen tijde geldt dat archeologische waarden niet aangetast zullen worden. Indien uit het geplande vervolgonderzoek blijkt dat geen archeologische indicatoren aanwezig zijn, is geen nader onderzoek nodig en kunnen de werkzaamheden zonder beperkingen worden uitgevoerd. Op het gebied van archeologie geldt te allen tijde een zorgplicht. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Overige cultuurhistorie Op de kaart met Stads- en dorpsgezichten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed10 is te zien dat het dichtstbijzijnde beschermde dorps- en stadsgezicht dat van Nijmegen is. Dit beschermde dorpsgezicht ligt op circa 5,8 kilometer afstand vanaf het plangebied.

Gezien de grote afstand van het plangebied tot het beschermde dorpsgezicht, en de beperkte verdragende uitstraling van een zonnepark op de omgeving, is er geen effect op het beschermde gezicht te verwachten. In het beschermde dorpsgezicht liggen enkele Rijksmonumenten. De afstand tot de Rijksmonumenten en het plangebied is circa 5,8 kilometer. De bescherming van Rijksmonumenten heeft geen externe werking waardoor er geen effect op de Rijksmonumenten is door aanleg van het zonnepark. Op de Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie van de provincie Gelderland11 is te zien dat het dichtstbijzijnde monument de boerderij aan de Wolhoeksestraat 19 is, ten zuiden van het plangebied. Deze boerderij ligt op ongeveer 350 meter van het plangebied. Vanuit het aspect overige cultuurhistorie is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.3.3

Conclusie Ter plekke van het zonnepark geldt een archeologische verwachtingswaarde. Deze conclusie wordt bevestigd door archeologische bureauonderzoek. Er zal een archeologisch vervolgonderzoek worden uitgevoerd om de aanwezige waarde in meer detail te bepalen. Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek zullen eventuele vervolgstappen bepaald worden met een deskundig archeoloog en het bevoegd gezag. Alle eventuele vervolgstappen zien erop toe dat eventueel archeologische resten beschermd worden. Een eventuele aanpassing in het funderingsontwerp van het zonnepark, om graafwerkzaamheden op archeologisch waardevolle gronden te voorkomen, heeft geen invloed op de uitvoerbaarheid van het plan.

10

Kaart met stads- en dorpsgezichten, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2019. Geraadpleegd via: https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Beschermde%2DStads%2Den%2DDorpsgezichten 11 Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie, Provincie Gelderland, 2019. Geraadpleegd via: http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=06b30b3eff92405b9f97773b62d9c375

Ruimtelijke Onderbouwing Zonnepark Reeth | 719122 10 juli 2020 | V2.0

Pondera Consult

28

Het beoogde zonnepark doet geen afbreuk aan overige cultuurhistorische waarden in het plangebied en de omgeving ervan. Vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.4

Waterhuishouding

5.4.1

Toetsingskader Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de ordenende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beide is derhalve noodzakelijk om problemen zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc. te voorkomen. De verplichte watertoets is geregeld in de artikelen 3.1.1 en 3.16 van het Besluit ruimtelijke ordening. Vanaf het begin van de planvorming dient overleg gevoerd te worden tussen gemeente, waterbeheerders en andere betrokkenen. Doel van dit overleg is gezamenlijk de uitgangspunten en wensen vanuit duurzame watersystemen en veiligheid te vertalen naar concrete gebiedsspecifieke ruimtelijke uitgangspunten. Hierbij geldt dat afwenteling moet worden voorkomen en dat de drietrapsstrategie ‘vasthouden, bergen en afvoeren’ moet worden gehanteerd.

5.4.2

Onderzoek Keur en Legger Zowel de wandelroute door het zonnepark als onderhoudspaden zullen niet bestaan uit gesloten verharding. Regenwater kan ter plaatse dus infiltreren in de bodem. De zonnepanelen zelf zijn gemaakt van hard materiaal. Regenwater wat op de panelen valt zal door de hellingshoek van de panelen aflopen. Hierdoor zal water tussen de panelenrijen op de grond terechtkomen. De grond onder en tussen de panelen is niet verhard. Water dat op de grond terecht komt zal kunnen infiltreren in de bodem. Er wordt dus geen gesloten verharding toegevoegd aan het plangebied. Regenwater kan infiltreren in de bodem. Van een versnelde afvoer op oppervlaktewater is dan ook geen sprake. De omliggende sloten worden niet extra belast door het zonnepark. Het plangebied vormt ook geen onderdeel van een waterbergingsgebied en er zijn ook geen waterkeringen aanwezig. Bij het ontwerp is rekening gehouden met schouwpaden langs watergangen. De afstand tussen de zonnepanelen en de omliggende sloten zal minimaal vier meter zijn. Vanuit waterhuishoudingsoogpunt worden dan ook geen belemmeringen voor de aanleg van een zonnepark verwacht. Onderdeel van het project is het verbreden van de bestaande A-watergang met een natuurvriendelijke oever. Deze bestaande watergang (de Hermsche Zeeg) loopt in oostwestelijke richting door het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=f553faf2-075f-4a3c-b7a5-a3fd85914109