21-09-07.12 Relevant stuk 1 Kwartaalrapportage K1 Sociaal Domein 2021
Tekst van het document
Monitor sociaal domein Gemeente Overbetuwe Eerste kwartaalrapportage 2021
Versie: 0.1, 21bij08302 Datum: 19-05-2021 Steller: T. Heutinck / E. Haanraadts
INHOUD INHOUD .......................................................................................................................1 1 Inleiding ................................................................................................................2 2 Toegang................................................................................................................3 2.1 2.2 2.3 2.4
3
Jeugdwet ..............................................................................................................6 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4
Aantal regelingen participatiewet en TOZO.........................................................15 In- en uitstroom ......................................................................................................16 Gegevens BUIG ......................................................................................................16 Gegevens Meedoenregeling Overbetuwe ............................................................17
Betaalbaarheid en financiële maatregelen ......................................................20 6.1 6.2 6.3
1
Aantallen Wmo .......................................................................................................11 Verdieping maatwerkvoorzieningen Wmo ...........................................................12 In- en uitstroom Wmo ............................................................................................14 Top 10 aanbieders Wmo ........................................................................................14
Participatiewet ...................................................................................................15 5.1 5.2 5.3 5.4
6
Aantallen Jeugdhulp ................................................................................................6 Verdieping maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp....................................................7 Verwijzers Jeugdhulp ..............................................................................................9 In- en uitstroom Jeugdhulp ...................................................................................10 Top 10 aanbieders Jeugdhulp...............................................................................10
Wmo ....................................................................................................................11 4.1 4.2 4.3 4.4
5
Aantal ondersteuningsvragen STO ........................................................................3 Aantal zorgelijke- en zorgmeldingen......................................................................4 Wachttijden ...............................................................................................................4 Bezwaren en adviezen .............................................................................................4
Betaalbaarheid sociaal domein.............................................................................20 Stand van zaken financiële maatregelen .............................................................20 Besparing en investering per maatregel..............................................................22
1 Inleiding Voor u ligt een integrale monitor sociaal domein over het eerste kwartaal van 2021. In deze monitor laten we zien hoe we er in het sociaal domein in Overbetuwe voor staan. Onze ambitie uit het beleidsplan Sociaal Domein 2020-2025 staat centraal: we zetten ons in om signalen vroegtijdig te signaleren en ondersteuning nabij, toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief goed te organiseren. We rapporteren in de kwartaalrapportage over de operationele resultaten middels kwantitatieve metingen op basis van indicatoren. In de jaarrapportage rapporteren we daarnaast op strategisch niveau via een kwalitatieve meting op basis van KPI’s met streefwaarden om te kunnen volgen of we onze ambities waarmaken. Indicatoren In deze kwartaalrapportage rapporteren we op basis van een aantal indicatoren. Deze wijken iets af van de indicatoren in de jaarrapportage 2020. Deze afwijking is het gevolg van de bespreking in de gemeenteraad en de doorontwikkeling van de monitor. -
Aantal ondersteuningsvragen van inwoners aan het STO Aantal zorgelijke meldingen en zorgmeldingen Wachttijden bij het STO Aantal binnengekomen bezwaarschriften en afgegeven adviezen Aantal inwoners met een maatwerkvoorziening Maatwerkvoorzieningen naar leeftijdsgroep en zorgtype Verhouding PGB – ZIN voor maatwerkvoorzieningen Aantal inwoners waarbij de maatwerkvoorziening gestart en beëindigd is Toegang tot Jeugdhulp via gemeente versus wettelijk bepaalde verwijzers Realisatie van ondersteuning ten opzichte van de begroting
Doorontwikkeling monitor Met deze kwartaalrapportage zetten we weer een stap richting een betrouwbare monitor op basis waarvan we kunnen sturen. Ons dashboard is steeds beter gevuld, en het interne proces om te komen tot een goede duiding van de data is inmiddels ingericht. Het is echter nog niet mogelijk om op basis van deze data voorspellingen te doen. In 2020 is namelijk niet ieder kwartaal een rapportage opgeleverd. Bovendien hadden we in 2020 te maken wijzigingen als gevolg van de regionale aanbesteding voor de Wmo en de Jeugdwet. Het aantal aanbieders is fors verminderd en veel producten zijn veranderd. Hierdoor zijn mutaties gedaan bij de verwijzingen en hebben verschuivingen plaatsgevonden als gevolg van aanbieders die niet langer gecontracteerd zijn. Corona Ook in 2021 hebben we nog te maken met ingrijpende maatregelen als gevolg van de coronapandemie. Dit heeft flinke invloed op de samenleving. Zowel de ondersteuning aan inwoners als de samenwerking in de keten zijn beïnvloed door de beperkte contact momenten. We constateren nog steeds een toename van inwoners met financiële problemen, verlies van werk, toename van psychische problemen, school verzuim, onveilige situaties in gezinnen en sociaal isolement, dit zal in 2021 verder doorwerken. Maar ook kwetsbare inwoners die na eerdere ondersteuning stabiel waren, keren terug met hulpvragen.
2
2 Toegang In dit hoofdstuk geven we inzicht in de resultaten op het gebied van de toegang en bezwaren in het eerste kwartaal van 2021 afgezet tegen het eerste kwartaal van 2020. We doen dit aan de hand van de volgende indicatoren: - Aantal ondersteuningsvragen van inwoners aan het STO - Aantal zorgelijke meldingen en zorgmeldingen - Wachttijden bij het STO - Aantal binnengekomen bezwaarschriften en afgegeven adviezen
2.1
Aantal ondersteuningsvragen STO 2020
Jeugd Wmo STO per gebied Driel Elst Herveld-Andelst Heteren Oosterhout Slijk-Ewijk Zetten-Hemmen Overig Eindtotaal
jan 132 389
feb 120 241
7 24 20 1 3 9
6 37 13 5
28 613
2021
Totaal K1 mrt 2020 jan feb mrt 131 383 97 119 154 242 872 248 206 227 16 86 43 7 8 27
4 14 3 3
1 14 2 1
14
3 25 10 1 5 4
6
17 453
17 438
62 1504
54 429
Totaal K1 2021 370 681
2
4 19 7 2 1 4
9 47 12 6 1 12
90 435
109 527
253 1391
Figuur 1 Aantal ondersteuningsvragen binnengekomen bij het STO, 1e kwartaal 2020 en 1e kwartaal 2021
Duiding ondersteuningsvragen STO In deze tabel zien we het totaal aantal geregistreerde ondersteuningsvragen bij het STO. De vragen die in deze tabel per STO-gebied zijn weergegeven, betreft vragen van inwoners waar de ondersteuning direct is opgepakt door een medewerker of vrijwilliger van het STO. De rest van de cijfers betreft vragen die nader onderzocht moesten worden dan wel waar naar een maatwerkvoorziening is verwezen. Het totaal aantal meldingen dat binnen is gekomen bij het STO is gedaald. De daling is vermoedelijk het gevolg van de corona maatregelen. Het STO heeft inwoners zoveel als mogelijk telefonisch of fysiek gesproken. Maar het STO was minder zichtbaar in de dorpen vanwege het wegvallen van spreekuren. Daarnaast hebben inwoners langer gewacht met het stellen van een vraag, we zien dan ook wel een stijging zien van zwaardere ondersteuningsvragen. De informatie uit tabel 1 is nog niet te vergelijken met andere tabellen in deze rapportage. We implementeren in de tweede helft van 2021 een beter registratieproces van alle vragen die binnen komen bij het STO en de afhandeling ervan. Zodat we beter zicht krijgen op vragen per leefgebied, wachttijden en op- en afschaling (zichtbaar maken tot welke ondersteuning de vraag heeft geleid: eigen netwerk, basisvoorziening of
3
maatwerkvoorziening). Ook de start medio 2021 van het STO screenersteam1 draagt hier aan bij.
2.2
Aantal zorgelijke- en zorgmeldingen
Maand Januari ‘21 Februari ‘21 Maart ‘21
Zorgelijke melding 6 6 6
Zorgmelding 1 3 4
Figuur 2 Aantal zorgelijke meldingen en zorgmeldingen binnengekomen bij het interventieteam/STO
Maand Januari ‘21 Februari ‘21 Maart ‘21
Advies Veilig Thuis 12 8 7
Melding Veilig Thuis 9 12 13
Figuur 3 Aantal meldingen en adviezen dat binnen is gekomen bij Veilig Thuis voor Overbetuwe
Duiding cijfers interventieteam en Veilig Thuis We zien een afname in het aantal zorgmeldingen bij het IVT en een afname van meldingen bij Veilig Thuis. Dit komt niet overeen met de landelijke tendens, namelijk dat het aantal meldingen juist stijgt als gevolg van de coronamaatregelen. Ook de politie heeft aangegeven dat ze minder meldingen hebben t.a.v. huiselijk geweld en kindermishandeling. We maken ons zorgen over gezinnen die mogelijk niet in beeld zijn. Dit wordt verder besproken en geanalyseerd op regionaal niveau. Zoals beschreven bij figuur 1 werken we aan een optimalisatie van ons registratieproces zodat we op- en afschaling beter zichtbaar kunnen maken.
2.3
Wachttijden
Op het moment dat een vraag binnenkomt bij het STO moet binnen 6 weken onderzoek gedaan zijn en vervolgens binnen 2 weken een besluit genomen worden (wettelijke termijn). - Jeugd: de wachttijd bij jeugd van moment melding tot aan eerste contact/afspraak is momenteel binnen de wettelijke 6 weken. - Wmo: eind 2020 constateerden we een achterstand bij de Wmo. Voor de eenvoudige vragen is er een behoorlijke inhaalslag gemaakt. De wettelijke termijn wordt op dit moment voor de meeste eenvoudige vragen net gehaald. Voor de wat gecompliceerdere zaken bestaat er momenteel binnen de STO’s een wachttijd van tussen de 8 en 11 weken, dit is langer dan de wettelijke termijn. Momenteel ligt de focus op een verbetering van ons werkproces bij de afhandeling van de complexe vragen. - Participatiewet: er is geen wachttijd.
1 Het screenersteam is het eerste aanspreekpunt voor zowel de inwoner, partners/professionals (zijnde
huisartsen, zorgaanbieders etc.) en medewerkers van het STO en de gemeente. De screener doet vraagverheldering en advisering bij binnenkomende vragen, zet indien nodig een vervolgactie uit en ondersteunt de vraagsteller totdat de vraag op de juiste plek ligt.
4
2.4
Bezwaren en adviezen
Figuur 4 Aantal binnengekomen bezwaarschriften per wet in het 1e kwartaal 2021
Figuur 5 Aantal afgegeven adviezen op bezwaarschriften per wet in het 1e kwartaal 2021
Toelichting bezwaren en adviezen Bezwaarschriften, adviezen en beslissingen worden niet per definitie allemaal opeenvolgend in hetzelfde kwartaal afgerond. Het kan hierdoor voorkomen dat er adviezen en beslissingen in het eerste kwartaal van 2021 zijn afgegeven op bezwaarschriften uit eerdere kwartalen. Er zijn in het eerste kwartaal van 2021 8 beslissingen op bezwaar genomen (3x Wmo en 5x Participatiewet). In al deze gevallen is het advies van de commissie gevolgd. Daarnaast zijn er zijn in het eerste kwartaal van 2021 3 klachten ingediend met betrekking tot het Sociaal Domein. Deze klachten zijn nog in behandeling en is er dus nog geen uitkomst.
5
3 Jeugdwet In dit hoofdstuk geven we inzicht in de resultaten op het gebied van Jeugdhulp in het eerste kwartaal van 2021 afgezet tegen het eerste kwartaal van 2020. We doen dit aan de hand van de volgende indicatoren: - Aantal jeugdigen met een maatwerkvoorziening - Maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp naar leeftijdsgroep en zorgtype - Verhouding PGB – ZIN voor maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp - Aantal jeugdigen waarbij de maatwerkvoorziening gestart en beëindigd is - Toegang tot Jeugdhulp via gemeente versus wettelijk bepaalde verwijzers
3.1
Aantallen Jeugdhulp
Figuur 6 Aantal lopende maatwerkvoorzieningen voor jeugdigen
Figuur 7 Aantal unieke jeugdigen met één of meerdere lopende maatwerkvoorzieningen
6
Duiding aantallen Jeugdhulp Figuren 6 en 7 geven inzicht in het aantal maatwerkvoorzieningen dat door jeugdigen gebruikt is en het aantal unieke jeugdigen met een maatwerkvoorziening; één jeugdige kan meerdere voorzieningen gebruiken. Het aantal voorzieningen voor Jeugdhulp is licht gedaald, dit was vorig jaar in het eerste kwartaal ook zo. We zien een aantal oorzaken voor deze daling. Door corona is de drempel om hulp te zoeken wat hoger, veel vragen zijn wel telefonisch opgepakt. Uit het jaarverslag van de GGD blijkt dat de jeugdgezondheidszorg ook minder kinderen heeft gezien dan vorig jaar, wat mogelijk heeft geleid tot minder meldingen bij het STO. We zien overigens wel een toename van vragen van kinderen die vastlopen omdat de maatregelen erg lang duren, bijvoorbeeld kinderen met een depressie. Tot slot kunnen we voorzichtig concluderen dat we effect zien van de beweging die we hebben ingezet. Denk aan de inzet van de praktijkondersteuners jeugd, het feit dat de consulenten van het STO iets kritischer zijn met doorverwijzing naar een maatwerkvoorziening en er wordt meer een oplossing gezocht en gevonden in een basisvoorziening.
3.2
Verdieping maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp
Figuur 8 Aantal unieke jeugdigen met een lopende maatwerkvoorziening op peildatum, naar leeftijd
Figuur 9 Aantal lopende maatwerkvoorzieningen op peildatum, verdeeld naar zorgtype per leeftijdsgroep
7
Figuur 10 Aantal lopende maatwerkvoorzieningen op peildatum, onderverdeeld naar zorgtype
Figuur 11 Verhouding PGB – ZIN voor gestarte maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp per kwartaal
Duiding verdieping maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp De figuren 8 t/m 11 geven inzicht in de maatwerkvoorzieningen voor Jeugdhulp. - Het totaal aantal voorzieningen is licht gedaald, echter de groep 18+ met een voorziening is zichtbaar toegenomen (van 1% naar 3%). Dit komt doordat opvoedondersteuning voor ouders sinds augustus 2020 op naam van de ouders wordt geregistreerd en voorheen op naam van de jeugdige. Verder is diverse keren gebruik gemaakt van de verlengde jeugdwet. - We zien een daling bij jeugdbescherming en voorzieningen met verblijf en een stijging van voorzieningen zonder verblijf. Deze ontwikkeling is conform ons doel dat jongeren zo veel mogelijk thuis wonen en gesteund worden door het eigen netwerk. We zien hier ook het resultaat van onze inzet: - Inzet van de Praktijkondersteuner Jeugd (POJ) vanuit het STO, in samenwerking met de huisartsen, gericht op het tijdig zetten van de juiste ondersteuning en een daling van het aantal verwijzingen naar zware ondersteuning. De POJ’s zijn het eerste kwartaal met ongeveer 30 kinderen/hulpvragen aan de slag gegaan, waarvan twee derde meisjes. De volgende kwartaalrapportage gaan we wat dieper op de resultaten in.
- De nieuwe contractering waarbij afgestapt is van all-in voorzieningen en de gecontracteerde aanbieders actief samenwerken bij het monitoren van passende zorg, afschalen waar kan en gebruik maken van elkaars expertise. - De keuze van het STO om minder drangtrajecten in te zetten zoals intensief gezinsgerichte aanpak en preventieve jeugdbescherming omdat het effect vaak tegenvalt en de voorzieningen duur zijn.
8
-
-
-
3.3
Voor vervoer jeugdzorg heeft geen samenvoeging van voorzieningen plaatsgevonden met de nieuwe contractering in juli 2020. Bovendien geeft de maand juli 2020 geen goed beeld omdat dit in de schoolvakantie valt. Het geeft een beter beeld om bij vervoer wel te vergelijken met maart 2020 in plaats van met juli 2020 zoals weergegeven in de tabel. Als we vergelijken met maart 2020 zien we een daling van 47 naar 39 voorzieningen, dit is in lijn met de verwachting omdat de BSO sinds kort verantwoordelijk is voor het vervoer van school naar de BSO en ouders van de BSO naar huis. VVE (voorschoolse educatie) wordt ingezet door de jeugdarts van het consultatiebureau. Het consultatiebureau heeft minder kinderen gezien door corona, en toch is aantal verwijzingen gestegen. Hieruit concluderen we dat zorgen over kinderen goed boven tafel zijn gekomen. Tot slot de verhouding tussen PGB en zorg in natura. We zien een redelijk stabiel beeld. We streven ernaar om in een volgende kwartaalrapportage deze informatie ook financieel zichtbaar te kunnen maken.
Verwijzers Jeugdhulp
Figuur 12 Aantal lopende maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp op peildatum, verdeeld naar verwijzer * Zelfverwijzers/geen verwijzers is een restcategorie die valt onder STO, dit voegen we samen.
Duiding verwijzers Jeugdhulp Figuur 13 laat de verwijzingen per verwijzer naar maatwerkvoorzieningen zien. De stijging komt overeen met figuur 10. - Het aantal unieke jongeren met jeugdhulp is niet gestegen, maar dat is niet zichtbaar in de figuur van verwijzingen. Ons streven is dat verwijzingen zoveel mogelijk via of in afstemming met het STO verlopen. Afgelopen jaar is daarom actief contact gezocht met de huis- en jeugdartsen met als doel intensiever samen te werken. Het resultaat was in 2020 merkbaar in de daling van verwijzingen van de huisarts. Echter in K1 zien we een lichte toename van het aantal verwijzingen naar een maatwerkvoorziening. Het aantal unieke jeugdigen met een voorziening daarentegen is wel gedaald. We hebben hier nog geen verklaring voor, we bespreken dit binnenkort met de huisartsen, jeugdartsen en de POJ.
9
-
3.4
Het aantal verwijzingen door de Gecertificeerde Instellingen voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI’s) laat een stijging zien terwijl de jeugdbeschermingsmaatregelen zijn afgenomen. De wachtlijsten bij de GI’s zijn teruggedrongen, dit kan een verklaring zijn. We gaan samen met de regio investeren in een betere samenwerking met de GI’s, zodat we ook meer zicht krijgen op trends.
In- en uitstroom Jeugdhulp
Figuur 13 Aantal jeugdigen waarvan de maatwerkvoorziening is gestart of beëindigd
Duiding in- en uitstroom jeugdhulp Het eerste kwartaal van 2021 is een toename in uitstroom te zien ten opzichte van het eerste kwartaal van 2020. We verwachten een toename van hulpvragen wanneer de coronamaatregelen verruimd worden. Het saldo van figuur 12 kan niet één op één vergeleken worden met de ontwikkeling in unieke jongeren met één of meerdere maatwerkvoorzieningen uit figuur 7. Dit komt door verschillende beproefde rekenmethodes die in het verleden bepaald zijn. We zijn momenteel aan het onderzoeken of we deze gelijk kunnen trekken aan elkaar.
3.5
Top 10 aanbieders Jeugdhulp
Figuur 14 Top 10 aanbieders Jeugdhulp o.b.v. goedgekeurde declaraties, periode 1-1-21 t/m 31-03-21
Duiding top 10 aanbieders Het aantal maatwerk voorzieningen dat per aanbieder weergeven is kan hoger lijken dan in werkelijkheid het geval is. Dit komt omdat in de betrekkingsperiode van de geleverde zorg, 1 januari tot en met 31 maart, er jongeren zijn geweest waarvan de voorziening geëindigd is en vervolgens direct weer is gestart. In dat geval worden in bovenstaand figuur twee voorzieningen geteld, terwijl het in werkelijkheid gezien kan worden als één traject van
10
dezelfde zorg. Dit is onder ander bij de OG Heldringstichting vaker het geval, waar er bij sommige trajecten expres kortdurende voorzieningen worden afgegeven.
11
4 Wmo In dit hoofdstuk geven we inzicht in de resultaten op het gebied van de Wmo in het eerste kwartaal van 2021 afgezet tegen het eerste kwartaal van 2020. We doen dit aan de hand van de volgende indicatoren: - Aantal inwoners met een Wmo maatwerkvoorziening - Wmo maatwerkvoorzieningen naar leeftijdsgroep en zorgtype - Verhouding PGB – ZIN voor Wmo maatwerkvoorzieningen - Aantal inwoners waarbij de maatwerkvoorziening gestart en beëindigd is
4.1
Aantallen Wmo
Figuur 15 Aantal lopende maatwerkvoorzieningen WMO
Figuur 16 Aantal unieke inwoners met één of meerdere Wmo maatwerkvoorzieningen
12
Duiding aantallen Wmo Tabel 15 en 16 geven inzicht in het aantal inwoners met een Wmo maatwerkvoorziening; één inwoner kan meerdere voorzieningen gebruiken. De tabel met het aantal Wmomaatwerkvoorzieningen geeft een vertekend beeld. De toename in 2020 is te verklaren door een administratieve opschoning medio 2020 als gevolg van de nieuwe regionale inkoop. We kunnen er van uitgaan dat het aantal maatwerkvoorzieningen feitelijk ongeveer gelijk is gebleven. Echter, het aantal unieke inwoners met een voorziening is wel toegenomen. De verklaring ligt voornamelijk in het abonnementstarief. Daarnaast is de behoefte aan huishoudelijke ondersteuning gegroeid bij mensen die corona hebben gehad, en het wegvallen van structuur als gevolg van de corona-maatregelen leidde tot een toename van begeleiding.
4.2
Verdieping maatwerkvoorzieningen Wmo
Figuur 17 Aantal unieke inwoners met lopende Wmo maatwerkvoorziening op peildatum, naar leeftijd
13
Figuur 18 Aantal lopende Wmo maatwerkvoorzieningen op peildatum, naar zorgtype, per leeftijdsgroep
Figuur 19 Aantal lopende Wmo maatwerkvoorzieningen op de betreffende peildatum, naar zorgtype *Vervoersdiensten betreft vervoer voor Wmo dagbesteding. *Vervoersvoorzieningen betreft Wmo-vraagafhankelijk vervoer en voorzieningen als scootmobiels.
14
Figuur 20 Verhouding PGB – ZIN voor gestarte maatwerkvoorzieningen Wmo per kwartaal
Duiding verdieping maatwerkvoorzieningen Wmo We zien de stijging van 5% stijging van het aantal inwoners met een maatwerkvoorziening terug bij alle leeftijden van boven 18 jaar. De toename bij lopende voorzieningen is te verklaren door de administratieve opschoning, feitelijk is de toename beperkt. Daarnaast zien we bij een aantal zorgtypen wel een verandering: - Bij huishoudelijke ondersteuning (HO) is de toename van voorzieningen te verklaren doordat veel voorzieningen HO tijdelijk zijn verlengt in plaats van een herindicatie als gevolg van achterstand bij de Wmo-consulenten. - Dagbesteding en vervoer zijn beiden gedaald als gevolg van de corona maatregelen. - De leeftijdsgroep 60 t/m 79 jaar is een grote groep, waar vaak rond de leeftijd 75 jaar het kantelpunt is van een toenemende ondersteuningsbehoefte. Het aantal inwoners met een voorziening van 75 t/m 79 jaar is dan ook met 10% gestegen t.o.v. de aantallen van maart 2020, dit is hoger dan de algemene stijging (6%) in de leeftijdsgroep 60 t/m 79. De groep 75 jaar en ouder heeft voor een hogere druk op de Wmo gezorgd. - PGB-ZIN: in het eerste kwartaal van 2021 is het gebruik van PGB aanzienlijk toegenomen. Deze stijging komt overeen met de groei in aantal voorzieningen die we bij de Wmo zien en is evenredig verdeeld over de zorgtypes.
4.3
In- en uitstroom Wmo
Figuur 21 Aantal inwoners waarvan de Wmo maatwerkvoorziening is gestart of beëindigd
Duiding in- en uitstroom Wmo Zowel in het eerste kwartaal van 2020 als in 2021 is bij meer personen een Wmovoorziening gestart dan beëindigd. Dit beeld komt overeen met voorgaande tabellen. Het saldo van figuur 21 kan niet één op één vergeleken worden met de ontwikkeling in unieke inwoners met één of meerdere maatwerkvoorzieningen uit figuur 16. Dit komt door verschillende beproefde rekenmethodes die in het verleden bepaald zijn. We zijn momenteel aan het onderzoeken of we deze gelijk kunnen trekken aan elkaar.
15
4.4
Top 10 aanbieders Wmo
Figuur 22 Top 10 aanbieders Wmo naar goedgekeurde declaraties, betrekkingsperiode 1-1-21 t/m 31-03-21
16
5 Participatiewet In dit hoofdstuk geven we inzicht in de resultaten op het gebied van de Participatiewet, TOZO, de BUIG en de meedoenregeling in het eerste kwartaal van 2021 afgezet tegen het eerste kwartaal van 2020. We doen dit aan de hand van de volgende indicatoren: - Het aantal inwoners met een regeling participatiewet - Aantal gestarte en beëindigde regelingen
5.1
Aantal regelingen participatiewet en TOZO
Figuur 23 Aantal lopende regelingen BBZ, IOAW, IOAZ en participatiewet per maand per januari 2020
Duiding aantal regelingen Participatiewet In figuur 23 zien we in het eerste kwartaal van 2021 een lichte stijging van het aantal bijstandsuitkeringen. De stijging is onder andere te verklaren door het beëindigde seizoensgebonden werk aan het einde van de zomer. Inwoners hebben vaak nog WW-recht opgebouwd die tegen het einde van het jaar begin nieuwe jaar afloopt. Doordat we in deze periode ook te maken hebben gehad met corona is deze stijging nu wat later in het jaar gekomen. Terrassen mochten bijvoorbeeld langer open blijven. Ook zien we vrij veel schommelingen, waarbij de mediaan het gemiddelde aangeeft. Dit gemiddelde is gelijk met 2020. Hieruit kunnen we concluderen dat we een vrij stabiel bestand hebben. De verwachting is dat het aantal bijstandsuitkeringen de komende perioden langzaam op zal lopen. Door het versoepelen van de coronaregels en de afbouw van een aantal regelingen kunnen er juist dan reorganisaties en ontslagen plaatsvinden.
Figuur 24 Aantal lopende regelingen TOZO per maand
17
Duiding aantallen TOZO We verwachten dat het aantal TOZO4 aanvragen laag zal blijven doordat steeds meer bedrijven open gaan. Daarnaast werkt de rijksoverheid aan steeds meer versoepelingen, nemen de besmettingen af en de vaccinaties toe. Dit alles zorgt voor een plan dat steeds meer gericht is op het openen van de maatschappij. Omdat TOZO bedoelt is voor zelfstandig ondernemers die door de coronacrisis geen of onvoldoende inkomen hebben is de verwachting dus dat de TOZO in de huidige situatie minder aangevraagd of toegekend zal worden. Het aantal TOZO3 aanvragen is in vergelijking met TOZO2 iets hoger. TOZO2 viel in de zomer, toen de maatregelen versoepeld werden. Mensen zijn op vakantie geweest. Terrassen, restaurants mochten open. Daarnaast was TOZO2 de eerste met een partner toets.
5.2
In- en uitstroom
Figuur 25 In- en uitstroom regelingen BBZ, IOAW, IOAZ en participatiewet, K1 2020 en K1 2021
Duiding In- en uitstroom In het eerste kwartaal zien we een stijging van het totaalbestand met negen uitkeringen. Dit komt met name door de instroom van statushouders. Tevens zien we dat er een toename is van het aantal aanvragen van jongeren die afkomstig zijn van het Praktijkonderwijs en het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO).
5.3
Gegevens BUIG
Figuur 26 Volume BUIG index voor de periode april 2020 t/m maart 2021 t.o.v. december 2020
18
Figuur 27 Gemiddelde jaarprijs uitkering BUIG voor de periode april 2020 t/m maart 2021
Duiding gegevens BUIG In figuur 26 zien we het bijstand volume en de ontwikkeling hiervan. Waarbij de referentiemaand december 2020 op 100 gesteld is. Op die manier wordt inzichtelijk gemaakt hoe de groei en daling van het bijstand bestand in Overbetuwe ten opzichte van andere gemeenten van vergelijkbare grootte heeft plaatsgevonden. De schommelingen die we ook in figuur 23 zagen komen hier terug, waarbij het duidelijk te zien is dat een landelijke trend is. In figuur 27 gaat het om de gemiddelde jaarprijs die wij per uitkering betalen. Bij referentiegemeenten zien we een stijging van de jaarprijs per uitkering terwijl deze in onze gemeente relatief stabiel blijft. Dit komt onder andere door een juiste verrekening van inkomsten en een relatief hoog aantal inwoners met parttime werk. Zo is gemiddelde totaalbedrag aan inkomsten uit parttime werk per uitkering met €65,- gestegen. Door parttime werk hoeft er minder aan uitkering uitbetaald te worden.
5.4
Gegevens Meedoenregeling Overbetuwe
2020 Volledig jaar
Figuur 28 Aantal deelnemers Meedoenregeling Overbetuwe naar rol
19
2021 T/m 12 mei
Figuur 29 Top 15 bestedingen en totaalbedrag per geanonimiseerde aanbieder Meedoenregeling Overbetuwe in 2020
Figuur 30 Top 15 bestedingen en totaalbedrag per geanonimiseerde aanbieder Meedoenregeling Overbetuwe t/m 12 mei 2021
Duiding Meedoenregeling Overbetuwe De Meedoenregeling is in het eerste kwartaal van 2021 een volledig jaar in uitvoering en dat geeft mogelijkheden om te vergelijken. Ondanks de Coronapandemie blijft het aantal deelnemers stijgen. De verwachting is dat met de verdere afname van corona-beperkingen
20
het weer makkelijker wordt om deel te nemen aan het maatschappelijk leven via het aanbod dat de Meedoenregeling daarvoor biedt. De drie bovenstaande figuren dienen ter informatie over de Meedoenregeling Overbetuwe. Het totaal aantal deelnemers in 2020 was voor het volledige jaar 1248. Op basis van gemaakte prognoses, voorafgaand aan de invoering van de Meedoenregeling, verwachten we een groei van 200 personen per jaar. Op peildatum 12 mei 2020 hebben we 1308 deelnemers en lijkt de prognose haalbaar. Directe communicatie aan inwoners en ketenpartners in armoede en schuldenbestrijding dragen hier aan bij. De verdeling/verhouding in de rollen van de deelnemers is niet significant veranderd. Een voorzichtige stijging in het daadwerkelijk bereik van kinderen (in aantallen) lijkt zich af te tekenen ondanks een gelijkblijvend percentage van kinderen binnen de Meedoenregeling. De top 15 van verkopen geeft een wisselend beeld vergeleken met het eerste jaar van de Meedoenregeling. Een lokale aanbieder van huishoudelijke elektronica heeft zich teruggetrokken als aanbieder omdat de bijdrage die men voor deelname leverde (10% van de verkoopwaarde) te zwaar drukte op de marge van hun verkopen. Het terugtreden van aanbieders vanwege die reden is geen trend. Verder is te zien dat producten en diensten die mensen meer keuzevrijheid geven populair zijn.
Cadeau- en tegoedbonnen geven een grotere mate van flexibiliteit en keuzevrijheid. Vrijheid om zelf te kiezen is een belangrijke pijler binnen de Meedoenregeling die via dergelijke producten benadrukt wordt. Sport en bewegen zijn in beide jaren populair en zijn sprekende voorbeelden van “hoe meedoen in de samenleving” er in de praktijk kan worden ingevuld. Inwoners hebben rechtstreeks en indirect via ketenpartners invloed op het aanbod. Dat gebeurt doordat inwoners suggesties, klachten, behoeften en vragen met ons delen. Het totaal uitgegeven bedrag op 12 mei 2021 (€62.781) ligt nog iets onder het totaal van 2020 (€73.015), maar ook hier verwachten we voor heel 2021 een stijging t.o.v. 2020. In het eerste jaar van de Meedoenregeling hebben we gezien dat het in het laatste kwartaal een toename van uitgaven heeft plaatsgevonden. Of dat een trend is kan aan het eind van 2021 beter worden ingeschat.
21
6 Betaalbaarheid en financiële maatregelen De onbeheerst oplopende uitgaven voor de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet zijn aanleiding geweest om in te grijpen in het sociaal domein. In het beleidsplan Sociaal Domein 2020-2025 (vastgesteld 10-11-2020) schetsen we een financieel kader voor de komende jaren, inclusief 18 maatregelen die gericht zijn op het beheersbaar maken en terugdringen van onze uitgaven. Het beleidsplan heeft integrale dienstverlening voor het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) als doel. In dit hoofdstuk beschrijven we de stand van zaken, op basis van de volgende indicator: - Realisatie van ondersteuning ten opzichte van de begroting
6.1
Betaalbaarheid sociaal domein
We nemen in deze rapportage geen financiële resultaten over het eerste kwartaal van 2021 op. Dit omdat het op dit moment nog te vroeg is om een realistische weergave te geven omdat nog niet alle facturen binnen en verwerkt zijn. Bovendien kan de behandeling van de kadernota nog invloed hebben op de begroting. Begroting 2021 versus realisatie 2020 De begroting 2021 is gebaseerd op de budgetten van het kader SD, zoals opgenomen in het vastgestelde (10-11-2020) beleidsplan Sociaal Domein 2020-2025. De begroting 2021 wordt nog bijgesteld als gevolg van: - Een prijscompensatie ter hoogte à €385.000 (in de eerste berap 2021) - Extra middelen van het rijk à € 1 tot € 1,5 mln. voor jeugdzorg (mei circulaire 2021) - Verlaging budget sociale werkvoorziening à €200.000 (in de eerste berap 2021). De realisatie in 2020 is de basis voor verdere rapportage. De vastgestelde begroting voor 2021 laat namelijk geen actueel beeld zien, bovenstaande bijstellingen moeten nog verwerkt worden en het effect van de 18 maatregelen is er niet in opgenomen. Verwacht resultaat 2021 ten opzichte van de huidige begroting Basisvoorzieningen De basisvoorzieningen worden hoofdzakelijk middels subsidie bekostigd en blijven daarom binnen de begroting. Jeugd Voor jeugd zien we onder andere dat (zware) zorg steeds duurder wordt. Het tekort op Jeugdhulp wordt in 2021 gecompenseerd door het Rijk (zie hierboven).
Wmo Bij Wmo hebben we te maken met vergrijzing en een aanzuigende werking door de door het rijk ingestelde abonnementstarief. Participatiewet Door de Coronacrisis hadden we een groter aantal aanvragen voor een bijstandsuitkering verwacht. Gelukkig hebben en houden we een sterke lokale economie en wordt er geen sterk beroep gedaan op bijstandsuitkeringen. Daarnaast verwachten we een positieve invloed van onze inzet op re-integratie van onze inwoners. Tevens zetten we nog meer dan hiervoor in op het van werk naar werk begeleiden van inwoners die werkloos dreigen te raken. Om die reden hebben we een verwacht positief BUIG resultaat ingeboekt van €300.000.
6.2
Stand van zaken financiële maatregelen
Om financieel in balans te komen en te blijven hebben we als onderdeel van het Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2025 18 maatregelen geformuleerd. Uitgangspunt is dat de ondersteuning aan inwoners stabiel blijft. In onderstaand overzicht gaan we kort in op de stand van zaken per maatregel.
22
a) Randvoorwaarden uitvoering maatregelen Maatregel 1) Inrichten van een betrouwbare monitor. De monitor 2020 was een eerste stap in de ontwikkeling naar een nieuwe monitor. Voorliggende kwartaalrapportage 2021 is weer een stap verder in de ontwikkeling. 2) Nieuwe omgekeerde, integrale verordening Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. De planning is dat deze rond de zomer van 2021 gereed is en in oktober aan de raad ter vaststelling wordt aangeboden. 3) Samenwerking welzijnspartners als basis. Het afgelopen jaar is geïnvesteerd in de samenwerking met de 3 welzijnspartners (Forte, Sante en MEE). Dit heeft geresulteerd in een gezamenlijk plan van aanpak als basis voor de subsidieverlening.
b) Voorkomen van zorg en versterken basis voorzieningen Maatregel en indicatie structurele besparing 4) Dagbesteding ombuigen naar een basisvoorziening. We hebben geïnventariseerd waar inwoners zelf initiatief willen nemen om ontmoetingsplekken te realiseren. Daarnaast werkt Forte een plan van aanpak uit om een open inloop voor de zwaardere doelgroep te organiseren. We verwachten dat meer mensen gebruik kunnen maken van deze basisvoorziening voor dezelfde kosten. 5) Alternatieve vervoersvoorzieningen en vrijwilligersvervoer. We willen een deel van het huidige Wmo vervoer door vrijwilligersvervoer laten overnemen. We hebben hier onderzoek naar gedaan en denken aan de lokale ritten met een begin- en eindbestemming binnen de gemeentegrenzen. Dit wordt momenteel nader uitgewerkt. 6) Integrale begeleiding statushouders en gezinshereniging. Het financieel resultaat van deze maatregel ligt buiten onze invloedsfeer, het te besparen bedrag is aangepast naar nul euro. De integrale benadering van de begeleiding van statushouders is wel belangrijk en kan inspirerend zijn voor het STO. Daarom laten we deze maatregel wel staan, ook in verband met de voorbereiding op de nieuwe wet inburgering. 7) Huishoudelijke ondersteuning (HO) opnieuw contracteren Het indiceringsprotocol (normenkader) is aangescherpt, dit leidt tot minder ureninzet HO.
We hebben op basis van onderzoek geconcludeerd dat het omvormen van HO tot een basisvoorziening niet het gewenste effect oplevert. Daarom werken we nu aan een nieuwe contractering voor HO vanaf 2022 waarbij we in afstemming met aanbieders HO op innovatieve wijze gebiedsgericht gaan organiseren.
c) Sociaal team Overbetuwe: focus op basisondersteuning en regie Maatregel en indicatie structurele besparing 8) Basisondersteuning, regie op complexe vragen, evaluatie na zes maanden We beginnen ondersteuning altijd met een basisvoorziening, en na 6 maanden evalueren we dit. Dit vereist in een verandering in onze werkwijze, maar vraagt ook een andere houding van de medewerkers van het STO. Een driejarig leertraject (Krachtgericht werken) draagt hier aan bij, deze is in april 2021 gestart. 9) Screeningteam STO: één integrale toegang voor ondersteuningsvragen We investeren in kwalitatief hoogwaardige screening en vraagverheldering aan de voorkant zodat we onnodige zorg voorkomen en ondersteuning gericht inzetten. De implementatie van de nieuwe werkwijze wordt momenteel doorgevoerd, hiertoe is tijdelijk de inzet van extra formatie nodig. 10) Praktijkondersteuner jeugd om specialistische jeugd-ggz te verminderen De PO Jeugd zijn oktober 2020 gestart. De eerste ervaringen zijn positief, samenwerking met de huisartsen loopt ook goed. Medio 2021 wordt de aanpak geëvalueerd. 11) Afschalen zware jeugdzorg, versterken pleegzorg en gezinshuizen We richten ons op het vergroten c.q. versterken van het gezinsgerichte aanbod zoals gezinshuizen,
23
pleegzorg en begeleid kamertraining. Deze beweging is ingezet vanuit het rijk en speelt zich bovenregionaal (afbouw van het aantal bedden in de jeugdzorg+), regionaal (transformatieplan regio) en ook lokaal af. Op lokaal niveau gaan we vanaf eind 2021 actief in gesprek met lokale aanbieders.
d) Algemene en procesmatige maatregelen Maatregel en indicatie structurele besparing 12) Andere financieringsvorm kernpartners en beschikkingsarm werken We gaan medio 2021 in gesprek met onze belangrijkste partners om gezamenlijk tot een passende financieringsvorm te komen en over te kunnen gaan op beschikkingsarm werken. Het streven is om onze partners medeverantwoordelijk te maken voor de beweging en het resultaat. 13) Eigen medewerkers inzetten bij de ondersteuning van inwoners Op basis van een formatieonderzoek door een extern bureau schrijven we momenteel een inrichtingsplan. Dit zal vermoedelijk leiden dat een formatiebesparing. Besparing op formatie valt echter buiten de begroting van het sociaal domein. 14) Verbetering administratieve processen, vermindering bureaucratie Een extern bureau heeft onderzoek gedaan naar onze werkprocessen en een advies uitgebracht om te komen tot meer eenduidigheid en efficiëntie in onze werkprocessen en registratiesystemen. De verbeterpunten worden momenteel uitgevoerd en zijn naar verwachting eind 2022 afgerond. 15) Controle: woonplaatsbeginsel, dubbele beschikkingen en overschrijdingen a. Woonplaatsbeginsel: voorbereiding van de nieuwe wet woonplaatsbeginsel. Hier verwachten we financieel voordeel mee te halen. b.
Controle inbouwen en sluitend proces inrichten gericht op voorkomen van dubbele beschikkingen, stapeling van zorg en overschrijdingen van de duur van de beschikking. 16) Inzet op toezicht, handhaving en bestrijding fraude Deze inzet is in eerste instantie gericht op het voorkomen dat geld bedoeld voor de zorg niet besteed wordt aan de zorg. Bij sanctioneren wordt daarnaast financieel voordeel verwacht. In een uitvoeringsplan werken we uit op welke wijze we invulling geven aan kwaliteits- en handhavingstaken en preventie. Voor de uitvoering hiervan is een opsporingsambtenaar aangesteld. 17) Regie op de overgang Wmo naar Wlz en samenhang Wmo en ZVW Uitgangspunt is en blijft dat de inwoner passende ondersteuning krijgt. Door enkele activiteiten (deskundigheidsbevordering, cliëntondersteuning, samenwerking, pro-actief handelen) zorgen we ervoor dat de inwoner deze passende ondersteuning tijdig ontvangt vanuit de juiste geldstroom. 18) Beleidsregels kinderopvang VVE, SMI en BSO Plus veranderen We passen de Subsidieregeling tegemoetkoming kosten kinderopvang aan (eind 2021) en gaan alle Sociaal Medische Indicaties opnieuw beoordelen op basis van de aangepaste regeling. Daarnaast implementeren we de verandering van de vergoeding BSO Plus.
6.3
Besparing en investering per maatregel
In onderstaand overzicht geven we een indicatie van de te verwachten besparing per maatregel en per post in de begroting. NB De besparing op formatie vallen buiten de begroting van het sociaal domein, deze besparingen zijn daarom uit onderstaande overzichten gehaald. Besparing per maatregel per begrotingspost * exclusief besparing formatie 4 Dagbesteding ombuigen naar basisvoorziening 5 Alternatieve vervoersvoorzieningen - besparing Vervoer Wmo 6 Integrale begeleiding statushouders
24
Besparing x € 1.000
-2021-
-2022-
-2023-
-2024-
0 0
-100 -10
-100 -35
-100 -70
0
0
0
0
7 Huishoudelijke ondersteuning (HO) - besparing Hulp bij huishouden 8 Basisondersteuning, regie, evaluatie - besparing Begeleiding - besparing Daghulp op locatie aanbieder 9 Screeningteam STO - besparing Begeleiding 10 Praktijkondersteuner jeugd - besparing Ambulante hulp locatie aanbieder 11 Afschalen zware jeugdzorg - besparing Met verblijf gesloten plaatsing - besparing Met verblijf residentieel - toename Met verblijf gezinsgericht 12 Financieringsvorm / beschikkingsarm - besparing Begeleiding - besparing Ambulante hulp op locatie aanbieder 13 Inzet medewerkers bij ondersteuning - besparing formatie 14 Verbetering Administratieve processen - besparing formatie 15 Controle: woonplaatsbeginsel e.d. - besparing Met verblijf pleegzorg - besparing Met verblijf gesloten plaatsing - besparing Met verblijf gezinsgericht 16 Inzet op toezicht, handhaving, fraude - besparing PGB jeugd - besparing PGB Wmo 17 Regie op de overgang naar Wlz - besparing Begeleiding - besparing Dagbesteding - besparing Ambulante hulp op locatie aanbieder 18 Beleidsregels kinderopvang - besparing Kinderopvang (SMI) - besparing Ambulante hulp op locatie aanbieder TOTAAL Besparing
0
-100
-100
-100
0
-20
-50
-100
0
-30
-60
-60
0
-200
-400
-500
0
-50
-100
-200
0
-500
-500
-500
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-500
-500
-500
0
-50
-50
-50
0
-50
-75
-100
-25
-50
-50
-50
-25
-1660
-2020
-2330
Investering per maatregel In onderstaand overzicht geven we een indicatie van de te verwachten investering per maatregel. Investering per maatregel * exclusief kosten formatie - 4. Dagbesteding: subsidie basisvoorziening - 5. Vervoer: subsidie vrijwilligers - 7. HO: kwaliteitsmeting - 8. STO: inzet gedragsdeskundige - 8. STO: leertraject - 14. Aanschaf- en implementatie software TOTAAL Investering
25
Investering x € 1.000 -20210 10 0 0 50 70 130
-2022100 10 50 90 50 0 300
-2023100 10 0 90 50 0 250
-2024100 10 0 90 0 0 200