21-05-25.14 Relevant stuk 4- BP Rijzenburg, toelichting
Tekst van het document
Uit het vervolgonderzoek, zie bijlage 8, blijkt dat de Grote Modderkuiper binnen het plangebied niet aanwezig is. Wel zijn er vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Stikstofdepositie Voor de beoogde ontwikkeling is een AERIUS berekening uitgevoerd met de AERIUS calculator (versie 2019), zie bijlage 11. Uit de berekening volgt dat er voor de gebruiksfase geen natuurgebieden zijn met stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. De berekening voor de aanlegfase maakt geen onderdeel uit van de ruimtelijke procedure en wordt overlegd bij de aanvraag van de omgevingsvergunning bouw. Conclusie Voor de ontwikkeling van het plan is een ontheffing verkregen in het kader van de Wet Natuurbescherming waarvan de algemene voorschriften opgevolgd dienen te worden. Het aspect stikstofdepositie (gebruiksfase) vormt geen belemmering voor de ruimtelijke procedure. De berekening voor de aanlegfase maakt geen onderdeel uit van de ruimtelijke procedure en wordt overleg bij de aanvraag van de omgevingsvergunning bouw. 5.12 Verkeer en parkeren Verkeer In de huidige (planologische) situatie heeft de boerderij de bestemming ‘wonen’. In de toekomstige situatie is er sprake van 21 woningen verdeeld over tien rijwoningen en elf appartementen in de boerderij. De verkeersgeneratie binnen het plangebied is berekend volgens de CROW publicatie 317 (Kencijfers Parkeren en Verkeersgeneratie).
Hierbij is aansluiting bij de parkeernota, wat betekent matig stedelijk, rest bebouwde kom en de maximale verkeersgeneratie. Voor de toekomstige situatie is er (worstcase) uitgegaan van het woningtype ‘koop tussen/hoek’. Functie
Verkeersgeneratie (mvt per etmaal)
Huidige situatie: één vrijstaande woning
10
Toekomstige situatie: 21 ‘koop tussen/hoek’
160
Toe/afname
+ 150
De voorgenomen ontwikkeling leidt tot een toename van 150 verkeersbewegingen per etmaal. Het werkdaggemiddelde komt hiermee uit op afgerond 170 verkeersbewegingen (1,11x150=166,5). Met deze toename wordt de intensiteit op de Rijksweg-Noord verhoogd doordat de toegang van het plangebied zich aan deze weg bevindt. De Rijksweg-Noord is de doorgaande weg van Arnhem naar Nijmegen en bevat aan beide zijden vrijliggende fietspaden. Bij de ontsluiting aan de oostzijde worden voorzieningen getroffen zodat het plangebied (voor gemotoriseerd verkeer) niet toegankelijk is vanuit
23
Toelichting (vastgesteld)
Bestemmingsplan, Elst, Rijzenburg, Rijksweg-Noord 86-88
deze zijde. De toename in verkeersbewegingen gebiedsontsluitingsweg Rijksweg-Noord is beperkt verkeersproblematiek of onveilige situaties.
vanwege de planontwikkeling op en leidt naar verwachting niet
de tot
Parkeren Op basis van de nota Parkeernormen 2016 van de gemeente Overbetuwe is het plangebied aangewezen als ‘rest bebouwde kom’ en getypeerd als ‘matig stedelijk’. Voor de woningen ‘koop tussen/hoek’ is op basis hiervan een parkeernorm opgenomen van 2,3 per woning. Met de ontwikkeling worden verdeeld over het plangebied in totaal 50 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein. Hiermee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm van 2,3 per woning (21x2,3=48,3). Conclusie Op basis van het bovenstaand is de conclusie dat ten aanzien van verkeer en parkeren er voor de beoogde ontwikkeling geen belemmeringen zijn. 5.13 Waterhuishouding Nationaal Waterplan 2016-2021 Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan 20162021 geeft de hoofdlijnen, principes en inrichting van het nationale waterbeleid in de planperiode 20162021 met een vooruitblik tot 2050. Het Rijk speelt proactief in op klimaatverandering. Doel is het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.
Het beleid is integraal van opzet door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het Rijk initieert zelf en werkt samen met andere partijen, stimuleert en informeert om de beleidsdoelen te bereiken. Naast overheid zijn bedrijven en burgers zich in 2021 meer bewust van de kansen en bedreigingen van water in hun omgeving. Het Waterplan is aan te merken als een Structuurvisie. Dit beleidsplan gaat uit van een stroomgebiedbenadering. In Nederland is sprake van de 4 stroomgebieden: • de Rijn • de Maas • de Schelde • de Eems Per stroomgebied is het beleid verschillend. Voorts zijn er strategieën gericht op deelgebieden zoals de Zeeuwse Delta, het Rivierengebied, het IJsselmeer, de Noordzee, de Kust en het Waddengebied. Het plangebied is gelegen in het stroomgebied van de Rijn. De doelen en maatregelen die betrekking hebben op het stroomgebied van de Rijn zijn doorvertaald naar het waterschapsbeleid en komen nader aan bod. Duurzaam waterbeheer 21e eeuw (2000) De kern van het Waterbeleid 21e eeuw is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. Dit betekent dat in het landschap en in de stad ruimte gemaakt wordt om water op te slaan.
Bijvoorbeeld dat toegelaten wordt dat rivieren bij hoge waterstanden gecontroleerd buiten hun oevers treden, op plekken waar daar ruimte voor is gemaakt. Daarmee worden problemen in andere, lager gelegen gebieden voorkomen. Vasthouden, bergen, afvoeren De waterbeheerder heeft gekozen voor een strategie, die uitgaat van het principe dat een overvloed aan water wordt opgevangen waar deze ontstaat. Dat betekent dat het water niet meer zo snel mogelijk afgevoerd wordt, maar dat het water zolang mogelijk wordt vastgehouden onder andere in de bodem. Is vasthouden niet meer mogelijk, dan bergen de waterbeheerders het in gebieden die daarvoor zijn
24
Toelichting (vastgesteld)
Bestemmingsplan, Elst, Rijzenburg, Rijksweg-Noord 86-88
uitgekozen. Zo wordt tevens verdroging voorkomen. Pas als het niet anders kan, wordt het water afgevoerd. Schoon houden – scheiden – schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen, is het belangrijk dat hemelwater niet vervuild raakt. Dit kan door eisen te stellen aan materialen. Waterbeheerplan 2016-2021 Waterschap Rivierenland Dit plan, vastgesteld op 27 november 2015, gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkering en waterketen. In het Waterbeheerplan staat wat Waterschap Rivierenland de komende periode gaat doen om inwoners van het rivierengebied veiligheid en voldoende schoon en mooi water in sloten en plassen te kunnen blijven bieden. Het plan is in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe opgesteld. Keur Waterschap Rivierenland 2014 Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het Waterschap.
De wateren en waterkeringen waarop de keur van toepassing is zijn vastgelegd in de legger wateren. Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht wanneer minder verharding dan 500 m² in stedelijk gebied of minder dan 1.500 m² in landelijk gebied wordt toegevoegd. Waterplan gemeente Overbetuwe In 2008 heeft de gemeente Overbetuwe in samenwerking met het Waterschap Rivierenland het Waterplan Overbetuwe vastgesteld. Het waterbeheerplan van het waterschap is recent geactualiseerd, eveneens in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe. Beide plannen gelden naast elkaar. In het Waterplan Overbetuwe wordt het beleidskader geschetst en worden concrete maatregelen voor het watersysteem uitgewerkt. Naast het waterplan wordt parallel een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) opgesteld waarin de maatregelen voor de riolering (waterketen) worden uitgewerkt.
Met het opstellen van een waterplan wordt inzicht gegeven in de relevante wateropgaven voor de gemeente Overbetuwe, zoals: • wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan; • waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit; grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast; • beleving van water, burgers betrekken bij water; • afspraken en taken van waterschap en gemeente. In het waterplan is een RO-attentiekaart per kern op genomen. Doorvertaling bestemmingsplan Bebouwing In de huidige situatie bestaat de bebouwing in het plangebied uit de boerderij ‘Rijzenburg’ en de voormalige schuur aan de zuidkant. De te realiseren woningen worden gesitueerd in de voormalige boerderij, in de nabijheid van de voormalige schuur en in een nieuw te realiseren gebouw aan de noordkant van het plangebied. Per saldo betekent dit dat de toename in bebouwing enkel bestaat uit de nieuwe woonbebouwing aan de noordkant van het plangebied. Deze bebouwing heeft een oppervlakte van 410 m2. De bijgebouwen bij de woonbebouwing in het plangebied hebben een oppervlakte van 72 m2. In totaal worden erg 11 bijgebouwen beoogd wat leidt tot een toename aan bebouwing van 792 m2. Tijdens de ontwikkeling van het plan wordt geen gebruikgemaakt van uitlogende materialen
25
Toelichting (vastgesteld)
Bestemmingsplan, Elst, Rijzenburg, Rijksweg-Noord 86-88
Verharding Het uitgangspunt van het plan is om het plangebied in te richten met zo min mogelijke verharding. In het plan zijn om die reden de parkeerplaatsen en paden voorzien van waterdoorlatende halfverharding. - Noordelijk inrit In de huidige situatie is de noordelijke inrit verhard. De noordelijke inrit wordt deels vervangen door waterdoorlatende betonstenen en deels vervangen door halfverharding. De wijzigingen aan de noordelijke inrit leiden ten opzichte van de huidige situatie tot een verbetering van de hydrologische situatie. - Zuidelijke inrit De huidige verharde inrit wordt versmald waarbij de te verwijderen delen worden ingericht als bloemrijk grasland. Het versmalde pad wordt ten in de nieuwe situatie voorzien van halverharding. De wijzigingen aan de zuidelijke inrit leiden ten opzichte van de huidige situatie tot een verbetering van de hydrologische situatie. - Parkeerplaatsen en overige paden De parkeerplaatsen worden voorzien van halverharding en gras. De overige paden worden ingericht met waterdoorlatende betonstenen. - Verharding rondom boerderij Rijzenburg Rondom de boerderij wordt ten opzichte van de huidige situatie circa 170m2 aan nieuwe verharding toegevoegd bestaande uit betontegels. In bijlage 9 is het ontwerp van het plan weergegeven.
De toename in verharding door de realisatie van de bebouwing en door de aanleg van paden en parkeerplaatsen bedraagt in totaal circa 2.700 m2. Berekening compensatie Op basis van de vereisten van het Waterschap Rivierenland geldt voor de initiatienemer dat de toename van het aantal vierkante meter aan verharding gecompenseerd moet worden. Voor onderhavige situatie geldt de vuistregel dat 663 m3 waterberging per hectare verharding dient te worden gerealiseerd. De compensatieberekening ziet er in dit geval als volgt uit: 2.700 * 0,0663 m3 = 180 m3 benodigde waterberging. Waterberging plangebied Met de ontwikkeling van het plan wordt voorzien in een retentievlak van circa 720 m² waarvan de bodem uitgevlakt wordt met circa 0,25 cm ten opzichte van omliggend peil. Hiermee wordt voldaan aan de benodigde berging (720 m² * 0,25 = 180 m³). Het retentievlak heeft een overloop naar de westelijk gelegen Grift. In bijlage 10 is het ontwerp van de waterretentie binnen het plangebied weergeven. Conclusie De toename van het verhard oppervlak in het plangebied wordt gecompenseerd door het uitbreiden van het oppervlaktewater. Het aspect waterhuishouding vormt na realisatie van de noodzakelijke berging geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. 5.14 Duurzaamheid De gemeente Overbetuwe en de initiatiefnemer hechten grote waarde aan duurzaamheid.
Vanaf 1 januari 2021 moet alle nieuwbouw in Nederland voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Deze verplichting vloeit voort uit onder meer de Europese richtlijn EPBD. Voor woningbouw geldt dat vergunningaanvragen voor 1 juli 2020 moeten voldoen aan de BENG-eisen. De nieuwbouw zal daarom moeten voldoen aan de BENG-eisen. De drie BENG indicatoren waar de eisen op worden gebaseerd zijn: • energiebehoefte; • primair fossiel energieverbruik; • aandeel hernieuwbare energie. Uitgangspunten voor de nieuwe woningen in het plan zijn ondermeer het toepassen van een warmtepomp en een PV-systeem voor de opwekking van elektriciteit. Bij de verdere uitwerking van het bouwontwerp, zal nader worden bekeken met welke maatregelen de BENG-eisen kunnen worden gehaald.
26
Toelichting (vastgesteld)
Bestemmingsplan, Elst, Rijzenburg, Rijksweg-Noord 86-88
HOOFDSTUK 6 JURISICHE PLANBESCHRIJVING 6.1 Algemene opzet Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan ‘Elst, Rijzenburg, Rijksweg-Noord 86-88’ bestaat uit de volgende onderdelen: De toelichting In de toelichting is de ontwikkeling verantwoord, zowel op basis van het beleid, als op basis van milieuhygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. De bestemmingsregels De bouw- en gebruiksregels binnen de verschillende bestemmingen. Daarnaast zijn waar nodig afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen, om het plan de benodigde flexibiliteit te geven. De verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Tuin’, ‘Groen’, ‘Verkeer- Verblijf’ en 'Waarde Archeologische verwachting 1. 2 en 3 opgenomen. Verder zijn enkele bouwvlakken opgenomen. De opzet van het plan Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de burgers en voor de overheid. Qua systematiek is voor het plangebied zoveel mogelijk aangesloten bij een recent vastgesteld bestemmingsplan van de gemeente Overbetuwe waarin tevens woningbouw wordt mogelijk gemaakt. Daarnaast is aangesloten bij het ter plaatse vigerende bestemmingsplan.
6.2 Toelichting op de verbeelding en regels Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de beoogde functies). De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Groen Deze gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen met bijbehorende additionele voorzieningen zoals straatmeubilair en speelvoorzieningen, gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming, nutsvoorzieningen, sierwater, wateraanvoer en -afvoer, waterberging en taluds. Verkeer - Verblijf Deze gronden zijn bestemd voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen. Tuin De bestemming Tuin heeft betrekking op de bij de bij de Boerderij Rijzenburg behorende tuinen. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. In het kader van de privacy van de bewoners zijn ter plaatse van de ‘specifieke vorm tuin – erfafscheiding’ erfafscheidingen toegestaan van ten hoogste 2 meter. Ten zuiden van Boerderij Rijzenburg wordt ter plaatse van de ‘specifieke vorm van tuin – haag’ voorzien in het aanplanten en de instandhouding van een windhaag. Voor het waarborgen van de cultuurhistorische waarde rondom Boerderij Rijzenburg en het totaalbeeld van het plan te conditioneren is het van belang ‘verrommelling’ door bouwwerken, al dan niet
27
Toelichting (vastgesteld)
Bestemmingsplan, Elst, Rijzenburg, Rijksweg-Noord 86-88
vergunningvrij binnen de bestemming ‘tuin’ uit te sluiten. Om die reden dienen de gronden binnen de bestemming ‘tuin’ niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. Wonen De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen, de uitoefening van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit (onder voorwaarden), tuinen en erven, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen ten behoeve van het wonen en nutsvoorzieningen. Op de verbeelding is – binnen de bestemming ‘Wonen’ – een bouwvlak opgenomen, waarbinnen de gebouwen moeten worden gesitueerd. De maximaal toegestane bouwhoogte is opgenomen op de verbeelding en bedraagt 10 en 11 meter. Er zijn maximaal 21 woningen toegestaan. Ten zuiden van het zuidelijk woonblok wordt ter plaatse van de ‘specifieke vorm van wonen – haag’ voorzien in het aanplanten en de instandhouding van een windhaag. Waarde - Archeologische verwachting 1, 2 en 3 In het plangebied zijn de archeologische dubbelbestemmingen overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Elst, Schil Westeraam A325’. Dit ten behoeve van het behoud en de bescherming van archeologische waarden in of nabij het plangebied.
Naast de betreffende dubbelbestemmingen hebben de betrokken gronden altijd nog de hoofdbestemming 'Wonen’, ‘Groen’ of ‘Verkeer – Verblijf’. De bepalingen van de hoofdbestemming en de dubbelbestemming zijn dan beide van toepassing, maar bij strijd tussen deze bepalingen prevaleren de bepalingen van de dubbelbestemming. De reden hiervoor is dat de belangen van de dubbelbestemming zwaarder wegen dan die van de hoofdbestemming. De dubbelbestemmingen bevatten een vergunningplicht voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan voor alle opgenomen bestemmingen. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan.
Het gaat hierbij om de bevoegdheid om door middel van een omgevingsvergunning af te kunnen wijken van de regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene wijzigingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een wijzigingsplan afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Dit betreft kleine wijzigingen van de bestemmingsgrenzen. Algemene procedureregels In deze bepaling staat aangegeven welke procedure dient te worden gevolgd bij de voorbereiding van een wijzigingsbevoegdheid, afwijkingsbevoegdheid of een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden.
28
Toelichting (vastgesteld)
Bestemmingsplan, Elst, Rijzenburg, Rijksweg-Noord 86-88
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het voor alle bestemmingsplannen verplichte overgangsrecht is opgenomen. Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier regels kunnen worden aangehaald. HOOFDSTUK 7 FINANCIËLE TOELICHTING Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkelingen is dat deze voor de gemeente budgetneutraal worden ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad van Overbetuwe verplicht om, indien er sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. De kosten worden verhaald door middel van een met de initiatiefnemer afgesloten anterieure overeenkomst.
Met de ontwikkelende eigenaar van de gronden die binnen het plangebied gelegen, is tevens een planschadeovereenkomst afgesloten. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over het verhaal van kosten, dit is daarin op afdoende wijze vastgelegd. Middels de afgesloten overeenkomst is het kostenverhaal voldoende verzekerd en is de financiële haalbaarheid in voldoende mate aangetoond. HOOFDSTUK 8 OVERLEG EN INSPRAAK De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien kan het noodzakelijk zijn om belanghebbenden de gelegenheid te bieden om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dit is afhankelijk van de inspraakverordening van de gemeente. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. De terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan is openbaar bekend gemaakt door het plaatsen van een publicatie in ‘De Betuwe’ op 29 mei 2019. Inwoners van de gemeente Overbetuwe en overige belanghebbenden zijn op grond van de Inspraakverordening in de gelegenheid gesteld vanaf donderdag 30 mei 2019 tot en met woensdag 10 juli 2019 inspraakreacties kenbaar te maken.
Naar aanleiding daarvan zijn inspraakreacties en is door een overlegpartner gereageerd, zie bijlage 12. Op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening wordt het ontwerpbestemmingsplan 'Elst, Rijzenburg, Rijksweg-Noord 86-88' van de gemeente Overbetuwe zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegd en is het digitaal te bekijken op de websites www.overbetuwe.nl en www.ruimtelijkeplannen.nl. Dit wordt openbaar bekend gemaakt door het plaatsen van een publicatie in 'De Betuwe' en Staatscourant. Een ieder is in de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
29
Toelichting (vastgesteld)