CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-05-25.04 Relevant stuk 3- ONTWERP-VERGUNNING Toelichitng-Bijlagen Ruimtelijke Onderbouwing Park15_Bijlagen_bij_de_toelichting_

Voorronde Zaal 1 11 mei 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Voorbereidende vergadering Omgevingsvergunning Reclamemast Park 1519.807 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit houdt in dat overheaddeuren en loading docks op zodanige afstand van de perceelgrens worden gesitueerd dat het laden en lossen en de daarvoor benodigde manoeuvreerruimte op eigen terrein plaats kan vinden.

voorbeelden grotere logistieke bedrijven

ruimte voor industriële complexen

v as t ges t eld op1 s ept em ber 2015 Par k 1 5 Be e l d k w a l i t e i t s p l a n

47

Ring min. 11 m

min. 3 m

min. 3 m

min. 20 m min. 10 m

Rietgraaf min. 3 m

min. 3 m

min. 20 m

* opties invulling groenzone - bomen en struiken - bomen en watergang - sedumdak ter afscherming parkeren

Kavel Maximaal bebouwbaar oppervlak

min. 10 m

Orientatie richting van representatieve voorgevel

Rietgraaf * opties invulling groenzone - bomen en struiken - bomen en watergang - sedumdak ter afscherming parkeren

Gevel evenwijdig aan ontsluitingsweg conform facetregel * Rooilijn voor laad- en losdocks en/of overheaddeuren plaats afhankelijk van soort en maat laad- en los voertuig Optioneel spijlenhek, 1 of 2 meter hoog, zwart, Heras spijlenhek of gelijkwaardig Verplichte haag/opgaand groen, 1,5-2 meter hoog Verplichte groenzone, voor inrichtingsopties zie pag. 20

Kavel Maximaal bebouwbaar oppervlak

B e e l d k wa l i t e i tsp l a n P a rk 1 5 va stg e ste ld o p 1 september 2015

48

6.3.4

Interne zone 3kavels grenzend aan overige straten

Op de kavels die noch aan de Ring, noch aan de Rietgraaf grenzen gelden alleen de basisrandvoorwaarden conform 6.3. Randvoorwaarden aan de bebouwing Gebouw en architectuur De gebouwen vormen eenduidige massa’s, hebben een abstracte architectuur en zijn minder rijk aan detaillering. De compositie van gevels en architectuur worden bepaald op het niveau van het gebouw en niet op de functie, verdieping of bedrijfsonderdeel. Ligging aan de groene bufferzone De bedrijfskavels die liggen in de gebieden met de aanduiding 3* vormen een overgangsgebied naar de groene buffer. Gezien de nabijheid van de groene buffer is een kleinere schaal van bedrijfsgebouwen gewenst. Bij gebouwen breder dan 12 meter is een geleding van de voorgevel verplicht. Elke 12 meter dient er een tussenlid te worden gemaakt dat minimaal 2 meter terug ligt. Materialen en kleuren

Materiaal: Plaatmateriaal gecombineerd met transparante vlakken, gevelindeling primair horizontaal Kleur: geen primaire kleuren. Kleuren met geringe verzadiging, groen- & zilvergrijs, passend bij de natuurlijke omgeving, samenhang in kleur. Ligging aan de groene bufferzone In de gebieden met 3* (grenzend aan de groene bufferzone zone wordt het gebruik van duurzame materialen voorgeschreven, bij voorkeur steenachtig, metaal, hout en glas.

Rooilijn Voor alle kavels geldt een minimale rooilijn van 3 meter uit de perceelsgrens. Randvoorwaarden aan de inrichting van het terrein

Overgang openbaar- privé Op de uitgeefbare kavel is een optioneel zwart spijlenhek van 1 of 2 meter hoog mogelijk. Laden en lossen Om redenen van verkeersveiligheid moet het laden en lossen volledig op eigen terrein plaatsvinden. Dit houdt in dat overheaddeuren en loading docks op zodanige afstand van de perceelgrens worden gesitueerd dat het laden en lossen en de daarvoor benodigde manoeuvreerruimte op eigen terrein plaats kan vinden.

eenvoudige hoofdvorm van plaatmateriaal

v as t ges t eld op1 s ept em ber 2015 Par k 1 5 Be e l d k w a l i t e i t s p l a n

49

Tertiaire ontsluiting of bedieningstraat min. 3 m

min. 3 m

min. 3 m

min. 3 m

min. 3 m

min. 3 m

min. 3 m

Kavel Maximaal bebouwbaar oppervlak KavelOriëntatie richting van representatieve voorgevel Maximaal bebouwbaar in oppervlak Bij kromming de weg: gevel evenwijdig aan ontsluitingsweg conform facetregel * Oriëntatie richting van representatieve voorgevel

Rooilijn voor laad- en losdocks en/of overheaddeuren plaats afhankelijk van soort en maat laad- en los voertuig Rooilijn voor laad- en losdocks en/of overheaddeuren Optioneel spijlenhek, 1 of 2 meter hoog, zwart, Heras spijlenhek of gelijkwaardig plaats afhankelijk van soort en maat laaden los voertuig Bij kromming in de weg: gevel evenwijdig aan ontsluitingsweg conform facetregel *

Optioneel spijlenhek, 1 of 2 meter hoog, zwart, Heras spijlenhek of gelijkwaardig

B e e l d k wa l i t e i tsp l a n P a rk 1 5 va stg e ste ld o p 1 september 2015

50

6.4 Werklandschappen

Werklandschappen Rondom Park15, ingebed in de omringende groene buffer met haar bongerds en veldjes, liggen de ‘groene parels’. Deze parels refereren aan de cultuurhistorie van landgoederen. Een oprijlaan vormt de navelstreng met Park15 en geeft het bedrijf de allure mee van een gebouw met een oprijlaan. Deze bijzondere bedrijfsgebouwen vormen de overgang van de groene rand naar het verstedelijkte binnengebied van Park15. Eventueel kunnen de werklandschappen ook vanaf de zuidzijde, via de aan te leggen woonlandgoederen ontsloten worden.

Randvoorwaarden aan de bebouwing Gebouw en architectuur Het gebouw heeft een sterk individueel karakter maar een zeer sterke relatie met haar omgeving, door het materiaalgebruik en de beperkte hoogte (12 m). Het steekt niet af maar vormt één geheel met het groen. Materialen en kleuren

Materiaal: Duurzame materialen, bij voorkeur steenachtig, hout, glas en staal, vegetatiedaken of keramische pannen Kleur: toepassing van lichte, natuurlijke tinten Rooilijn Voor alle kavels geldt een minimale rooilijn van 3 meter van de perceelgrens. Randvoorwaarden aan de inrichting van het terrein

Overgang openbaar- privé Op de uitgeefbare kavel is een haag als erfafscheiding verplicht. Laden en lossen Laden en lossen op de werklandschappen dient uit het zicht van de bufferzone plaats te vinden.

lichte natuurlijke kleuren

individuele gebouwen

unica in de bongerd

alzijdige gebouwen

v as t ges t eld op 1 s ept em ber 2015 Par k 1 5 Be e l d k w a l i t e i t p l a n

51

bufferzone min. 3 m

bufferzone

bufferzone

min. 3 m

min. 3 m

min. 3 m

bufferzone Kavel Maximaal bebouwbaar oppervlak Oriëntatie richting van representatieve voorgevel ofwel richting Park15, ofwel richting omliggende ontsluitingsweg Bij kromming in de weg: gevel evenwijdig aan ontsluitingsweg conform facetregel * Optioneel spijlenhek, 1 meter hoog, zwart, Heras spijlenhek of gelijkwaardig Verplichte haag/opgaand groen, 1-2 meter hoog

B e e l d k wa l i t e i tsp l a n P a rk 1 5 va stg e ste ld o p 1 september 2015

52

Bijlage I: Catalogus standaardelementen De bijlage met catalogus standaardelementen is een dynamische product. In de loop van de tijd wordt deze bijlage aangevuldt en aangescherpt.

Hekken voorzijde bij voorkeur:

hoogte 1,0 m*, uitvoering gestandaardiseerd, plaatsing op kavelgrens

type:

Heras Atlas, zwart spijlenhek of gelijkwaardig

overige zijdes:

maximaal 2 meter hoog

*

indien noodzakelijk voor de beveiliging van het bedrijf is aan de voorzijde ook een

zwart spijlenhek van 2,0 m toegestaan.

1,0 meter hoge hekken op kavelgrens

Nevengebouwen Dienen mee ontworpen te worden met het gebouw.

Kleinere elementen zoals aanbouwen, luifels, pergola’s, erkers Genoemde elementen dienen integraal onderdeel te zijn van het architectonisch ontwerp. Ze vormen een geheel met het gebouw in zowel in kleur- en als materiaalgebruik. Genoemde elementen mogen de eenheid in beeld van het gebouw niet verstoren en versterken juist de uitstraling van het gebouw.

Hagen beukhagen en elzenhagen, minimaal 1,50 meter hoog hekken op grens tussen twee kavels voorzien van beukhaag/elzenhaag luifels, pergola’s en erkers

Verlichting De straatverlichting zal apart ontworpen worden. full cut off, nader te bepalen

Bruggen De bruggen zullen apart ontworpen worden. nader te bepalen

standaard beukhaag

1,0 meter hoge hekken met toegangshek

v as t ges t eld op1 s ept em ber 2015 Par k 1 5 Be e l d k w a l i t e i t s p l a n

53

Parkeren op bebouw en onbebouwd terrein parkeermogelijkheden: •

parkeren op het dak

•

parkeren in parkeergarage

•

parkeren in plint onder gebouw

•

parkeren op collectieve parkeervoorzieningen

•

parkeren tussen gebouwen

•

parkeren op groenstroken naast gebouwen

•

parkeren onder dak

•

parkeren in gebouw

•

parkeren in tussenstraat

•

parkeren afgeschermd door beukhagen

•

parkeren naast of achter gebouw

parkeren in plint onder gebouw

parkeren onder dek

parkeren op collectieve parkeervoorziengen

parkeren in gebouw

parkeren op het dak

parkeren tussen gebouwen

parkeren in tussenstraat

parkeren in parkeergarage, met groen bekleed

parkeren op groenstroken naast gebouw

parkeren afgeschermd door beukhagen

Aantal pp conform bestemmingsplan: ASVV/CROW parkeerkencijfers-basis voor parkeernormering

noot: alle afbeeldingen zijn weergaves van bestaande situaties en/of vormen impressies van de te realiseren beeldkwaliteit

B e e l d k wa l i t e i tsp l a n P a rk 1 5 va stg e ste ld o p 1 september 2015

54

Reclamevoorzieningen gebouwen: •

tegen de gevel

•

geïntegreerd in architectuur van het gebouw

•

losse letters van maximaal 5 meter hoog

•

als los vrijstaand element

•

geen lichtbakken

•

niet boven de dakrand uitstekend

als los vrijstaand element

als onderdeel van het gebouw

v as t ges t eld op1 s ept em ber 2015 Par k 1 5 Be e l d k w a l i t e i t s p l a n

55

Bestrating in openbaar gebied als op kavel •

fietspaden: rode betontegels of rode asfalt

•

onverharde paden: halfverharding: gravi d’or/grauacke (of gelijkwaardig)

•

rijbanen: zwart asfalt voorzien van belijning

•

inritten: palet van lichtgrijs tot antraciete betonsteen, inrit en kavelbestrating dienen op elkaar afgestemd te worden

•

kavelbestrating: palet van lichtgrijs tot antraciete betonsteen en/of betonnen bestrating

Groenvoorzieningen Groenvoorzieningen dienen cultuureigen te zijn, ze moeten vroeger of nu in de omgeving

rode asfalt fietspad

rode betontegels fietspad

zwart asfalt rijbaan met middenberm

zwart asfalt rijbaan

kavelbestrating: palet van licht grijs tot anthraciet betonsteen

kavelbestrating: palet van licht grijs tot anthraciet betonsteen

voorkomen/kwamen.

onverharde paden: halfverharding

note: alle afbeeldingen zijn weergaves van bestaande situaties en/of vormen impressies van de te realiseren beeldkwaliteit

B e e l d k wa l i t e i tsp l a n P a rk 1 5 va stg e ste ld o p 1 september 2015

56

mevr. ir. Roelf Bollen 06 519 686 84 / roelf@urbanintervista.nl / www.urbanintervista.nl

Sint Jobskade 214

Lunettenbaan 51

3024 EN Rotterdam

Postbus 4020

T 06 519.68.684

3502 HA Utrecht

E roelf@urbanintervista.nl

T 030 750.9.750

I www.urbanintervista.nl

F 030 750.9.751 E info@onb.nl

Contactpersoon: Roelf Bollen

I www.onb.nl

Projectteam: Roelf Bollen, Jan Willem van der Sman, Kim van Zwieten

Projectnummer: 329805 / Kenmerk: 329805-D009

1 september 2015

od205 | omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing Reclamemast Park15

Bijlage 2

Visie op reclamevoering A15

65

PARK15 - Overbetuwe Visie op reclamevoering langs de A15

19 April 2019

0

INHOUDSOPGAVE

1

Locatie van de mast

4

2

Referentiebeelden type mast

8

1

Locatie van de mast

1

1

Zicht vanaf de A15 richting knooppunt Valburg

Zicht vanaf de A15 richting knooppunt Ressen

1

1

7

Reclamemast

locatie van de reclamemast

2

REFERENTIEBEELDEN

A

C

E

B

D

F

Advies uiterlijk Om de reclamemast haar eigen plek te geven achten wij het van belang dat hij geen dichte, ronde mast heeft zoals die van de 5 windturbines. Een zo transparant mogelijke, eventueel uit vakwerk bestaande mast (referentie naar de hoogspanningsmast) lijkt het meest passend. Qua kleurstelling heeft een witte mast de voorkeur, passend bij de windturbines zodat de aandacht uit gaat naar de reclame- uitingen en niet de mast zelf. Uitzondering is dat de mast zelf een kunstwerk wordt zoals voorbeeld J.

G

I

H

J 11

Colofon Visie op reclamevoering langs de A15

in opdracht van

projectnummer: Datum: Status:

16M8039 19 April 2019 Definitief

od205 | omgevingsvergunning Ruimtelijke onderbouwing Reclamemast Park15

Bijlage 3

Quickscan Flora en Fauna

79

Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo Huismanstraat 6 6851 GT Huissen T 074 – 202 02 58 M 06 – 11 56 13 37 algemeen@grasadvies.nl www.grasadvies.nl

Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Reclamemast Park 15

Opdrachtgever:

PRK

Projectcode:

PRK00219

Project:

Quickscan reclamemast Park 15

Datum:

29-04-2019

Status:

Definitief, v.2

Auteur:

A.S.J. van Proosdij

Gecontroleerd:

J.W. Boon

Colofon Opdracht Rapportage verkennend veldonderzoek (quickscan flora en fauna) conform de Wet natuurbescherming.

Opdrachtgever Park 15 Logistics BV Zijpendaalseweg 53A, 6814 CD Arnhem Postbus 370, 6800 AJ Arnhem Uw kenmerk: Flora en fauna onderzoek reclamemast Contactpersoon: De heer P. van den Wittenboer Tel: 06-22926238 Email: pvandenwittenboer@giesbersgroep.nl

Opdrachtnemer GRAS Advies Huismanstraat 6 6851 GT Huissen

Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo

Ons kenmerk: PRK00219\190424_103901 Datum: 29-04-2019 Contactpersoon: de heer A.S.J. van Proosdij

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ................................................................................................................................................................. 5

1.1

Inleiding ............................................................................................................................................................... 5

1.2

Samenvatting ....................................................................................................................................................... 6

1.3

Uitgangspunten ................................................................................................................................................... 7

1.4

Projectgebied ...................................................................................................................................................... 7

2.

Wet natuurbescherming ....................................................................................................................................... 8

2.1

Natura 2000 ......................................................................................................................................................... 8

2.2

Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................................. 8

2.3

Houtopstanden .................................................................................................................................................... 9

2.4

Soortenbescherming ........................................................................................................................................... 9

3.

Werkwijze ............................................................................................................................................................ 11

4.

Resultaten beschermde gebieden ....................................................................................................................... 11

4.1

Natura 2000-gebieden....................................................................................................................................... 11

4.2

Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................................................ 12

5.

Resultaten houtopstanden .................................................................................................................................. 12

6.

Resultaten beschermde soorten ......................................................................................................................... 13

6.1

Karakteristieken................................................................................................................................................. 13

6.2

Flora ................................................................................................................................................................... 13

6.3

Zoogdieren ........................................................................................................................................................ 13

6.4

Vleermuizen....................................................................................................................................................... 14

6.5

Vogels ................................................................................................................................................................ 14

6.6

Amfibieën .......................................................................................................................................................... 14

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 3

6.7

Reptielen .............................................................................................................15

6.8

Vissen ................................................................................................................................................................ 15

6.9

Ongewervelden ................................................................................................................................................. 15

7.

Conclusies en advies ............................................................................................................................................ 16

7.1

Beschermde gebieden ....................................................................................................................................... 16

7.2

Houtopstanden .................................................................................................................................................. 16

7.3

Beschermde soorten ......................................................................................................................................... 16

7.4

Zorgplicht........................................................................................................................................................... 16

8.

Bronnen ............................................................................................................................................................... 17

9.

Woordenlijst ........................................................................................................................................................ 18

Bijlage 1

Kaart met beoogde locatie reclamemast .................................................................................................. 19

Bijlage 2

Impressie projectgebied ........................................................................................................................... 20

Bijlage 3

Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna ................................................................ 22

Bijlage 4

Quickscanhulp ........................................................................................................................................... 23

Bijlage 5

Stappenplan Ministerie van Economische Zaken ..................................................................................... 26

Bijlage 6

Luchtfoto projectgebied met waarnemingen ........................................................................................... 27

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 4

1. Inleiding 1.1 Inleiding Het projectgebied Park 15 bevindt zich in Oosterhout, gemeente Overbetuwe. Het terrein wordt momenteel ontwikkeld tot bedrijventerrein. De eigenaar is voornemens om een reclamemast te plaatsen op de plaats die op het kaartje in bijlage 1 is aangegeven. De reclamemast wordt circa 25 m hoog en krijgt een driepoot onderstel met 3 palen die in een driehoek staan, op een afstand van ca. 6 tot 7 meter van elkaar. De exacte planning is nog niet bekend. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde gebieden, houtopstanden en plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming omvat de regelgeving betreffende deze soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming is van kracht sinds januari 2017 en vervangt de drie oude wetten: ‘Natuurbeschermingswet 1998’, ‘Boswet’ en ‘Flora- en Faunawet’. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is bescherming van de biodiversiteit, decentralisatie van verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regelgeving. Doelstelling rapport Het doel van dit verkennend onderzoek is het inzichtelijk brengen van de eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het projectgebied. Daarnaast wordt de ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht.

Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden uitspraken gedaan over mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en eventuele noodzakelijke vervolgstappen (vervolgonderzoeken). GRAS Advies GRAS Advies voert verkennende veldonderzoeken uit volgens de geldende soortprotocollen. De heer Dr. Ir. A.S.J. van Proosdij en de heer L.J. de Haan zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Oosterhout, provincie Gelderland

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 5

1.2 Samenvatting Beschermde gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken op circa 1,8 km afstand. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 8 km). Gelet op de ligging van het projectgebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000gebieden op voorhand worden uitgesloten. Gelet op de omvang van de voorgenomen werkzaamheden, is een substantieel, negatief effect op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland betreft het Natura 2000-gebied Rijntakken en enkele aangrenzende percelen op circa 1,8 km afstand. Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van Gelderland geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing aan de bepalingen uit de provinciale ruimtelijke verordening ten aanzien van NNN niet noodzakelijk. Daarnaast is, gelet op de geringe omvang van de werkzaamheden en de afstand tot percelen behorende tot het Natuurnetwerk Nederland, een negatief effect op NNN gebieden op voorhand uit te sluiten.

Houtopstanden Op het terrein bevinden zich geen houtopstanden groter dan 10 are of rijen bomen van meer dan 20 exemplaren. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied. Vleermuizen Het projectgebied is gezien de ligging langs de brede watergang tussen de hoge gebouwen en de geluidswal geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Indien de LED schermen in de nachtelijke uren worden gedimd, is een negatief effect op eventueel aanwezige, foeragerende vleermuizen op voorhand uit te sluiten. Vogels Het projectgebied is leef- en broedgebied van diverse soorten zang- en watervogels. Dit houdt in dat gedurende het broedseizoen geen werkzaamheden mogen worden uitgevoerd die leiden tot een verstoring of vernietiging van de exemplaren en/of nesten van deze soortgroep. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Amfibieën De watergang met natuurvriendelijke oever is een geschikt voortplantingsbiotoop voor diverse soorten kikkers, padden en salamanders, waaronder de strikt beschermde rugstreeppad en de poelkikker.

De watergang is geschikt als voortplantingsgebied, maar niet als overwinteringsgebied voor deze beide soorten. Gelet op de beperkte omvang van de werkzaamheden in en nabij de watergang en de ruime omvang van het potentiele leefgebied, is een significant negatief effect op deze soorten niet aannemelijk indien de werkzaamheden uitgevoerd worden in de voor deze soorten minst kwetsbare periode. Voor de rugstreeppad is dit 1 augustus tot 31 maart en voor de poelkikker 15 september – 15 maart. Nader onderzoek of een ontheffing op de Wet natuurbescherming is daarmee niet benodigd. Voor de overige soorten amfibieën die in dit gebied voor kunnen komen, geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 6

1.3 Uitgangspunten Als uitgangspunt voor deze rapportage is de inkomende e-mail van de heer Van den Wittenboer van 19-04-2019 met als onderwerp ‘Flora en fauna onderzoek reclamemast’ en met verwijzing naar de offerte van 24-04-2019.

1.4 Projectgebied Het projectgebied is gelegen in Oosterhout, gemeente Overbetuwe (Afb. 1.4.1 & 1.4.2). Het is gelegen aan de Rietgraafsingel op Park 15, tussen de Rijksweg A15 en het dorp Oosterhout. De eigenaar is voornemens om een reclamemast te plaatsen. De reclamemast wordt circa 25 m hoog en krijgt een driepoot onderstel met 3 palen die in een driehoek staan, op een afstand van ca. 6 tot 7 meter van elkaar. De panelen zijn verlicht d.m.v. LED. De exacte planning is nog niet bekend.

Afb. 1.4.1. Ligging van het projectgebied (binnenste rode kader).

Afb. 1.4.2. Luchtfoto van het projectgebied (binnen het rode kader).

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 7

2. Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht.

2.1 Natura 2000 De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin:  Instandhoudingsdoelen; welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats;  Begrenzing; welk areaal is beschermd. Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld. Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden. Verder wordt er in aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie.

Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’. Beschermde Natuurmonumenten Voorheen waren naast Natura 2000-gebieden ook Beschermde Natuurmonumenten beschermd conform de gebiedsbescherming. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is vervallen. Provincies kunnen wel besluiten om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt de gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap.

2.2 Natuurnetwerk Nederland Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland geregeld. In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden:  Bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken)  Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd  Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer  Ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, het Nederlandse deel van de Noordzee en de Waddenzee  Alle Natura 2000-gebieden Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 8

2.3 Houtopstanden De Wet natuurbescherming spreekt over een houtopstand indien sprake is van een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen De Wet natuurbescherming heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten (Artikel 4.2).

2.4 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Er is een stappenplan opgesteld door Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). Met dit stappenplan kan worden bepaald of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling. Bevoegdheid De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Beschermingsregime De Wet Natuurbescherming kent de onderstaande beschermingsregimes. Elk van deze beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor een vrijstelling of ontheffing van de verboden.  Soorten van de Vogelrichtlijn  Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn  Andere soorten (bescherming vanuit nationaal oogpunt) Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria zijn voldaan.  Er mag worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is  Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan (bijv.

volksgezondheid of openbare veiligheid)  De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van een soort De verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten zijn gericht op bescherming van de individuen van de soorten. De verbodsbepalingen mogen enkel overtreden worden met een ontheffing (het ‘nee, tenzij-principe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt niet gekeken naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 9

Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving In veel gevallen is er geen ontheffing nodig, maar kan er gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod. Er zijn diverse vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Bekende voorbeelden van vrijstellingen zijn onder meer het toepassen van de gedragscode of wanneer de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een Programmatische Aanpak of een Provinciale verordening. Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1 lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2 Lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De verbodsbepalingen betreffende andere soorten, artikel 3.3 lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Gedragscodes In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31). In de mogelijkheid die de wet biedt, wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen (naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode).

Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 10

3. Werkwijze Ten behoeve van deze quickscan flora & fauna is op twee manieren onderzocht of de voorgenomen ruimtelijke ingrepen mogelijk een negatief effect hebben op beschermde gebieden, plant- en diersoorten en houtopstanden. Tijdens een voorbereidend bureauonderzoek is informatie verzameld over: a. het projectgebied en de positie van het projectgebied t.o.v. beschermde gebieden in de omgeving van het projectgebied (Hoofdstuk 4. Resultaten beschermde gebieden) b. de ligging van de te kappen houtopstanden ten opzichte van de bebouwde kom grens (Hoofdstuk 5: Resultaten houtopstanden) c. waarnemingen van plant- en diersoorten in het projectgebied en in de omgeving van het projectgebied (Hoofdstuk 6: Resultaten beschermde soorten) Op basis van één verkennend veldonderzoek is de (kans op) aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten onderzocht in het projectgebied en in de directe omgeving van het projectgebied. Het terrein is onderzocht op basis van terreingesteldheid, potentiële aanwezigheid van beschermde soorten alsook de aanwezigheid van biotopen die geschikt zijn voor beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van bekende natuurinformatie (bijlage 4. Quickscanhulp). Daarnaast is het omliggende gebied globaal geanalyseerd waarmee een inschatting gemaakt kan worden of het projectgebied geschikt kan zijn als leefgebied voor beschermde soorten.

4. Resultaten beschermde gebieden 4.1 Natura 2000-gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied (Afbeelding 4.1.1). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken op circa 1,8 km afstand van het projectgebied, hiervan gescheiden door de bebouwde kom van Oosterhout en door agrarisch gebied dat nog ontwikkeld wordt tot bedrijventerrein. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 8 km) van het projectgebied. Het projectgebied is niet direct zichtbaar vanuit omliggende Natura 2000-gebieden. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake. Gelet op de ligging van het projectgebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Gelet op de omvang van de voorgenomen werkzaamheden, is een substantieel, negatief effect van het plaatsen van een reclamemast op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Er is geen sprake van significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden, het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

Afb. 4.1.1. Ligging van het projectgebied (binnenste rode kader) t.o.v. Natura 2000-gebied (lichtblauw en lichtgroen).

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 11

4.2 Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (Afbeelding 4.2.1). Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland betreft het Natura 2000-gebied Rijntakken en enkele aangrenzende percelen op circa 1,8 km afstand van het projectgebied. Het projectgebied wordt van dit Natura 2000-gebied gescheiden de bebouwde kom van Oosterhout en door agrarisch gebied dat nog ontwikkeld wordt tot bedrijventerrein. Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van Gelderland geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing aan de bepalingen uit de provinciale ruimtelijke verordening ten aanzien van NNN niet noodzakelijk. Daarnaast is, gelet op de geringe omvang van de werkzaamheden en de afstand tot percelen behorende tot het Natuurnetwerk Nederland, een negatief effect op NNN gebieden op voorhand uit te sluiten.

Afb. 4.2.1 Ligging van het projectgebied (binnenste rode kader) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (grijs en groen).

5. Resultaten houtopstanden Op het terrein bevinden zich geen houtopstanden groter dan 10 are of rijen bomen van meer dan 20 exemplaren. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 12

6. Resultaten beschermde soorten 6.1 Karakteristieken Tijdens het locatieonderzoek zijn in het projectgebied verschillende elementen aangetroffen (Tabel 6.1.1.). De foto’s in bijlage 3 geven een impressie van de situatie ter plaatse. Controleur Datum Dagdeel Weer

A.S.J. van Proosdij 24-04-2019 Middag Droog, half bewolkt, 14 ˚C, wind ZZO, 3 Bft

Tabel 6.1.1. Aangetroffen elementen. Elementen Gebouwen Water Houtachtige vegetatie Kruidachtige vegetatie

Aanwezig Nee Ja Nee Ja

Moeras en verlandingszone Agrarisch gebied Werken Erf / tuin / privé Bestrating / verharding

Ja Nee Nee Nee Ja

Omschrijving Watergang met natuurvriendelijke oever Wegberm, regelmatig gemaaid; natuurvriendelijke incidenteel gemaaid Natuurvriendelijke oever van watergang Weg, voetpad

oever,

6.2 Flora Het veldbezoek vond plaats in het groeiseizoen van planten zodat een goede indruk is verkregen van de aanwezige soorten. Hierbij is de aanwezigheid vastgesteld van enkele algemeen voorkomende grassoorten en kruiden waaronder kweek, roodzwenkgras, hondsdraf, ridderzuring, madeliefje, smalle weegbree en Jacobskruiskruid. Tijdens het veldbezoek zijn geen bijzondere of beschermde plantensoorten aangetroffen. Gezien de huidige inrichting van het projectgebied en het regelmatige onderhoud van grasveld en bermen, is het niet aannemelijk dat beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde flora en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

6.3 Zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen zoogdieren of sporen van zoogdieren aangetroffen. Gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving soorten als egel, haas en algemene muizensoorten worden verwacht. Het projectgebied is onderdeel van de leefomgeving van deze soorten. De bovengenoemde soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘andere soorten’, maar staan ook in de categorie ‘vrijgestelde soorten’. Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden een vrijstelling geldt voor deze soorten. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Een nader onderzoek naar beschermde zoogdieren en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 13

6.4 Vleermuizen Een vleermuisonderzoek valt buiten het kader van een quickscan. Wel is de potentie onderzocht van het terrein voor vleermuizen en is gelet op sporen. Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van gebouwen. Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarna is onderzocht welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is hiervoor is de checklist van het huidig geldende Vleermuisprotocol (2017) aangehouden. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. In het gebied zijn geen bomen of gebouwen met holtes of scheuren aangetroffen die groot genoeg en geschikt zijn als habitat voor vleermuizen. De aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied kan op voorhand uitgesloten worden. De bomen langs de weg zijn nog te klein en vormen geen duidelijke, robuuste lijnvormige structuur. Een eventuele functie als vliegroute voor vleermuizen is op dit moment niet aannemelijk.

In de toekomst, als de nog jonge bomen verder uitgroeien is een functie als vliegroute wel mogelijk. Het projectgebied is gezien de ligging langs de brede watergang tussen de hoge gebouwen en de geluidswal geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Indien de LED schermen in de nachtelijke uren worden gedimd, is een negatief effect op eventueel aanwezige, foeragerende vleermuizen op voorhand uit te sluiten.

Een nader onderzoek naar beschermde vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

6.5 Vogels Jaarrond beschermde vogels Er zijn geen bomen of gebouwen aanwezig waarin nesten aanwezig kunnen zijn van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn. De aanwezigheid van jaarrond beschermde vogels is niet aannemelijk. Broedvogels De jonge bomen bevatten geen nesten van broedvogels. Het is echter niet uitgesloten dat zangvogels deze bomen gebruiken als broedlocatie. In de watergang en op de oevers zijn kuifeenden, wilde eenden, blauwe reiger en grauwe ganzen waargenomen. Daarnaast zijn ook lepelaar en grote zilverreiger bekend uit het projectgebied. Het is aannemelijk dat m.n. eenden en ganzen in het gebied broeden. De overige watervogels gebruiken naar verwachting het gebied alleen om te foerageren. Het projectgebied is hiermee leef- en broedgebied van zangvogels en watervogels. Dit houdt in dat gedurende het broedseizoen geen werkzaamheden mogen worden uitgevoerd die leiden tot een verstoring of vernietiging van de exemplaren en/of nesten van deze soortgroep. Het broedseizoen ligt globaal tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere, maar ook latere broedgevallen zijn mogelijk. Deze ‘broedgevallen buiten het broedseizoen om’ zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Een nader onderzoek naar beschermde vogels en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

6.6 Amfibieën De watergang met natuurvriendelijke oever is een geschikt voortplantingsbiotoop voor amfibieën. Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of sporen van amfibieën waargenomen. Het is mogelijk dat diverse soorten kikkers, padden en salamanders het projectgebied gebruiken als leefomgeving, waaronder de rugstreeppad en de poelkikker. Rugstreeppad en poelkikker zijn beide strikt beschermd. De watergang en oevers is geschikt als leef- en voortplantingsgebied, maar niet als overwinteringsgebied. Gelet op de zeer beperkte omvang van de werkzaamheden waaronder graafwerk in en nabij de watergang en de ruime omvang van het potentiele leefgebied Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 14

van deze soorten amfibieën, is een significant negatief effect op deze soorten niet aannemelijk indien de werkzaamheden uitgevoerd worden in de voor deze beide soorten minst kwetsbare periode. Voor de rugstreeppad is dit 1 augustus tot 31 maart en voor de poelkikker 15 september – 15 maart). Nader onderzoek of een ontheffing op de Wet natuurbescherming is daarmee niet benodigd. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Voor de overige soorten amfibieën die in dit gebied voor kunnen komen, geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Een nader onderzoek naar beschermde amfibieën en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

6.7 Reptielen In het projectgebied zijn geen reptielen aangetroffen. Er zijn ook geen biotopen aangetroffen die geschikt zijn voor reptielen. Een nader onderzoek naar beschermde reptielen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

6.8 Vissen De watergang in het projectgebied is geschikt als biotoop voor vissen. De grote modderkruiper is bekend uit de omgeving van het projectgebied, (NDFF data 0-1 km afstand, bijlage 4), maar vanwege het ontbreken van dichte begroeiing in de watergang is deze watergang ongeschikt als leefgebied voor de grote modderkruiper. Ook voor andere, beschermde vissoorten is de watergang niet geschikt. De aanwezigheid van beschermde soorten vissen is daarmee niet aannemelijk. Een nader onderzoek naar beschermde vissen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

6.9 Ongewervelden Tijdens het veldbezoek zijn geen ongewervelden waargenomen. Vanwege het ontbreken van de voor beschermde ongewervelden benodigde specifieke habitats, is het niet aannemelijk dat beschermde soorten ongewervelden in het projectgebied aanwezig zijn. Een nader onderzoek naar beschermde ongewervelden en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 15

7. Conclusies en advies 7.1 Beschermde gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken op circa 1,8 km afstand. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 8 km). Gelet op de ligging van het projectgebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000gebieden op voorhand worden uitgesloten. Gelet op de omvang van de voorgenomen werkzaamheden, is een substantieel, negatief effect op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland betreft het Natura 2000-gebied Rijntakken en enkele aangrenzende percelen op circa 1,8 km afstand. Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van Gelderland geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing aan de bepalingen uit de provinciale ruimtelijke verordening ten aanzien van NNN niet noodzakelijk. Daarnaast is, gelet op de geringe omvang van de werkzaamheden en de afstand tot percelen behorende tot het Natuurnetwerk Nederland, een negatief effect op NNN gebieden op voorhand uit te sluiten.

7.2 Houtopstanden Op het terrein bevinden zich geen houtopstanden groter dan 10 are of rijen bomen van meer dan 20 exemplaren. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied.

7.3 Beschermde soorten Uit het veldonderzoek zijn de volgende restricties naar voren gekomen: Vleermuizen Het projectgebied is gezien de ligging langs de brede watergang tussen de hoge gebouwen en de geluidswal geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Indien de LED schermen in de nachtelijke uren worden gedimd, is een negatief effect op eventueel aanwezige, foeragerende vleermuizen op voorhand uit te sluiten. Vogels Het projectgebied is leef- en broedgebied van diverse soorten zang- en watervogels. Dit houdt in dat gedurende het broedseizoen geen werkzaamheden mogen worden uitgevoerd die leiden tot een verstoring of vernietiging van de exemplaren en/of nesten van deze soortgroep. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Amfibieën De watergang met natuurvriendelijke oever is een geschikt voortplantingsbiotoop voor diverse soorten kikkers, padden en salamanders, waaronder de strikt beschermde rugstreeppad en de poelkikker. De watergang is geschikt als voortplantingsgebied, maar niet als overwinteringsgebied voor deze beide soorten.

Gelet op de beperkte omvang van de werkzaamheden in en nabij de watergang en de ruime omvang van het potentiele leefgebied, is een significant negatief effect op deze soorten niet aannemelijk indien de werkzaamheden uitgevoerd worden in de voor deze soorten minst kwetsbare periode. Voor de rugstreeppad is dit 1 augustus tot 31 maart en voor de poelkikker 15 september – 15 maart. Nader onderzoek of een ontheffing op de Wet natuurbescherming is daarmee niet benodigd. Voor de overige soorten amfibieën die in dit gebied voor kunnen komen, geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij.

7.4 Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.” Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 16

8. Bronnen Boeken  Meijden, R. van der, Heukels' Flora van Nederland, Wolters-Noordhoff, 2005  Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora, Stichting Floron, Nijmegen 2011  Weeda, E.J. et al., Nederlandse Oecologische Flora, KNNV, Leiden, 1999 Internet  Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming met de onderdelen Natura 2000-gebieden, Houtopstanden en Soorten inclusief de beschermingsregimes Habitatrichtlijnsoorten, Vogelrichtlijnsoorten en Andere soorten. Geraadpleegd op 25-04-2019 https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2018-07-01  Alterra Onderzoeksinstituut Alterra draagt door deskundig en onafhankelijk onderzoek bij aan het realiseren van een kwalitatief hoogwaardige en duurzame groene leefomgeving. Geraadpleegd op 25-04-2019 http://www.synbiosys.alterra.nl  Kadviewer Kadviewer is een online kaartendienst waarmee geografische locaties opgezocht kunnen worden. Geraadpleegd op 25-04-2019 http://kadviewer.map5.nl  Overheid Provinciale verordening m.b.t. de Wet natuurbescherming en vrijgestelde soorten. Geraadpleegd op 25-04-2019 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/  Regelink Regelink is een kenniscentrum met betrekking tot de beschermde soorten in de Wet natuurbescherming. Geraadpleegd op 25-04-2019 http://www.regelink.net  Quickscanhulp Quickscanhulp genereert een lijst van waargenomen beschermde soorten met de minimale afstandsklasse tot het plangebied.

NDFF - quickscanhulp.nl 24-04-2019 12:17:41 (afstand tot projectgebied 0-10 km) https://app.quickscanhulp.nl/  Telmee Database van voorkomen van flora- en fauna in Nederland. Geraadpleegd op 25-04-2019 https://www.telmee.nl  Vleermuis.net Vleermuis.net is een kenniswebsite met informatie over het Vleermuisprotocol. Geraadpleegd op 25-04-2019 https://www.vleermuis.net  RAVON RAVON is een kenniscentrum voor reptielen, amfibieën en vissen. Geraadpleegd op 25-04-2019 https://www.ravon.nl

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 17

9. Woordenlijst Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens hebben een beperkte geldigheidstermijn. Voor vogels en soorten genoemd op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn hanteren we daarom een geldigheidstermijn van maximaal 3 jaar. Voor soorten genoemd op de bijlage bij de wet natuurbescherming is deze periode 5 jaar.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in de aanleiding van het onderzoek. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden. Zorgplicht ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. In de praktijk betekend dit: 1. Voorkomen dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 2. Beperken dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 3.

Ongedaan maken van toegebrachte schade Een voorbeeld van invulling geven aan de zorgplicht:  Bij het kappen van bomen controleren op mogelijke broedgevallen buiten het broedseizoen om. Passende gedragscode Een gedragscode is een ontheffing voor de beschreven maatregelen in bepaalde werken. De gedragscode geeft invulling aan de zorgplicht en het zorgvuldig handelen. Er zijn diverse gedragscodes, afhankelijk van het type werk: besteding beheer en onderhoud of ruimtelijke ingrepen. Gedragscode worden goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en hebben een geldigheidsduur van 5 jaar. Vervolgens dienen deze opnieuw gekeurd te worden. **De Gedragscode dient nog te worden herschreven / aangepast t.o.v. de Wet natuurbescherming 2017

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 18

Bijlage 1 Kaart met beoogde locatie reclamemast

Locatie van de beoogde reclamemast (rood kader) in het projectgebied.

Detailtekening locatie van de beoogde reclamemast (zwarte driehoek in rood kader) in het projectgebied.

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 19

Bijlage 2 Impressie projectgebied

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 20

Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Reclamemast Park 15 Projectnummer:PRK00219 Blad 21

Bijlage 3 Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna In het verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming wordt onderzoek gedaan naar het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten in het projectgebied. Ook wordt de ligging van het projectgebied onderzocht t.o.v. beschermde gebieden behorende tot het Natura 2000 netwerk en Natuurnetwerk Nederland. De volgende werkzaamheden behoren tot het verkennend onderzoek. Voorbereidend onderzoek  Verzamelen van gebiedsinformatie  Verzamelen van soorteninformatie en verspreidingsgebied  Informatie verzamelen over voorgenomen werkzaamheden in het projectgebied Verkennend veldonderzoek met inspectie van het terrein en/of gebouwen  Tijdens het veldonderzoek wordt het projectgebied en de directe omgeving geïnventariseerd op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt gekeken of het projectgebied geschikt is als habitat voor beschermde soorten. Het verkennend veldonderzoek geeft daarmee inzicht in de kans op aanwezigheid van beschermde soorten. Het is geen gedetailleerd en gespecialiseerd onderzoek.  Het is mogelijk dat er objecten of plekken zijn die niet de inspecteren zijn door de controleur. Dit kan bijvoorbeeld een watergang (vissen en amfibieën) zijn of holtes, spouwen en kieren in bomen en gebouwen (vleermuizen).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=a2341695-3ebf-425e-8926-2d4cfbfe8630