CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-03-23.16 Relevant stuk 2 - Adviesrecht en verplichte participatie bij afwijkingen omgevingsplan

Gemeenteraadsvergadering 23 maart 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Ambitiebepaling, adviesrecht en participatie onder de Omgevingswet2.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ADVIESRECHT GEMEENTERAAD EN VERPLICHTE PARTICIPATIE BIJ AFWIJKINGEN VAN HET OMGEVINGSPLAN

Een lijst met categorieën van gevallen: -

waarin de gemeenteraad haar adviesrol wilt nemen,

-

waarbij participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht wordt gesteld.

Versie 1.0, d.d. 10 januari 2021

Inhoudsopgave Uitleg en leeswijzer ................................................................................................................................. 2 Hoofdstuk 1 – Het adviesrecht van de gemeenteraad............................................................................ 3 Hoofdstuk 2 – Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten ............................... 5 Hoofdstuk 3 – Categorieën van gevallen adviesrecht en participatie..................................................... 7 Hoofdstuk 4 – Inwerkingtreding en wijziging ........................................................................................ 10

Uitleg en leeswijzer Onder de Omgevingswet kunnen vergunningen verleend worden door middel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Daarmee kan – ondanks strijd met het Omgevingsplan – toch een vergunning worden verleend door het college. De gemeenteraad kan gevallen van categorieën aanwijzen, waarin het college niet zomaar van het omgevingsplan kan afwijken en een vergunning kan verlenen. In die gevallen wordt de raad om bindend advies gevraagd. Ook kan de gemeenteraad het besluit nemen om participatie verplicht te stellen bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Hoe dit nu precies in elkaar zit, is te lezen in hoofdstuk 1 (uitleg over het adviesrecht van de raad) en hoofdstuk 2 (uitleg over de verplichte participatie). Een lijst met categorieën van gevallen waarvoor het adviesrecht en de verplichte participatie geldt, is opgenomen in hoofdstuk 3. Wanneer deze lijst met categorieën in werking treedt is te lezen in hoofdstuk 4. In datzelfde hoofdstuk wordt ook beschreven wanneer de lijst geactualiseerd kan/moet worden.

2

Hoofdstuk 1 – Het adviesrecht van de gemeenteraad

De Omgevingswet: rolverdeling gemeenteraad en college van B&W In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad stelt kaders vast, en het college geeft uitvoering aan deze kaders (en toetst of initiatieven passen binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders). Daarnaast houdt de gemeenteraad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen. Dat is met de komst van de Omgevingswet niet anders. Ook in de nieuwe situatie is het college van B&W het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. Het college krijgt wel meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en de gemeenteraad is nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het monitoren van de resultaten.

De huidige situatie: ‘verklaring van geen bedenkingen (VvGB)’ Het kan zijn dat een bouwplan niet past in het bestemmingsplan en het niet mogelijk is om via een binnenplanse afwijking of via bij AMvB aangewezen gevallen (kruimellijst) medewerking te verlenen. In dat geval kan onder de huidige wetgeving het college van B&W uitsluitend een omgevingsvergunning voor een initiatief of (bouw)plan dat in strijd is met het bestemmingsplan verlenen met instemming van de gemeenteraad. Dat kan via de procedure van een bestemmingsplan of via een projectomgevingsvergunning. Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan kan de gemeenteraad in de huidige situatie beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ zijn, een zogenoemde VvGB. Om het werkbaar te houden wijst de raad gevallen aan waarin een VvGB niet nodig is. Voor alle overige gevallen is deze verklaring dus wel nodig.

Het adviesrecht vervangt de VVGB Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wel een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan (artikel 16.15a onder b Omgevingswet). Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht; dan gaat de raad er niet over. De status van het raadsadvies Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Dit adviesrecht van de gemeenteraad is een zogenaamd verzwaard, bindend advies. Het college van B&W mag daar niet van afwijken. Raadsbesluit nodig over adviesrecht De gemeenteraad moet - vóórdat de Omgevingswet in 2022 van kracht wordt - een besluit nemen over de gevallen waarin hij advies wil geven. Het huidige raadsbesluit ‘aanwijzingslijst gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is’ vervalt namelijk automatisch bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft B&W niet naar de gemeenteraad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan.

3

Eenvoudigere en snellere procedures De gemeenteraad moet bij het bepalen van de gevallen meewegen dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Ook bij afwijkingen van het omgevingsplan is de reguliere procedure van toepassing (in principe 8 weken, optioneel 6 weken verlening). Hoewel er enkele gevallen zijn waarbij de termijn kan worden verlengd (onder meer op verzoek van aanvrager of als bevoegd gezag dat beslist) is de planning van de raadscyclus – en daarmee het agenderen in de gemeenteraad – daarbij echter geen reden om de procedure te verlengen. Het is dan ook zinvol dat de gemeenteraad vooraf bepaalt waar hij wel en geen rol voor zich ziet.

Lijst van gevallen adviesrecht Zie hoofdstuk 3 voor de lijst van gevallen waarvoor het adviesrecht geldt.

4

Hoofdstuk 2 – Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Participatie in de Omgevingswet Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. En het is verplicht voor het bevoegd gezag. De gemeente moet ervoor zorgen dat alle belanghebbenden hun meningen kunnen geven over een visie of plan. Zoals een Omgevingsvisie of een Omgevingsplan. Belanghebbenden zijn bijvoorbeeld inwoners, bedrijven, verenigingen, scholen. Bij een omgevingsvergunning moet de aanvrager aangeven of hij omwonenden bij de aanvraag betrokken heeft. En hij moet duidelijk maken wat er uit die participatie is gekomen. De aanvrager mag zelf weten op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt.

Vergunningverlening: toets Omgevingsplan In veruit de meeste gevallen is de gemeente het bevoegd gezag voor het verlenen van de vergunning. De gemeente toetst dan ook of het initiatief past in het Omgevingsplan. Daarbij zijn er drie mogelijkheden: 1. Het initiatief past binnen de regels. Gemeente verleent de vergunning, want het past binnen de kaders. 2. Het initiatief past met een binnenplanse afwijking. Zo’n afwijking kennen we nu ook in onze bestemmingsplannen. Dit heet onder de Omgevingswet een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (binnenplanse opa). 3. Het initiatief past niet. Als de gemeente wil meewerken aan het initiatief, moet ze een vergunning gaan verlenen in afwijking van het omgevingsplan. Zo’n initiatief is dan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (buitenplanse opa).

Participatie bij vergunningverlening Bij mogelijkheid 1 en 2 is participatie voor een initiatiefnemer niet verplicht. Dit zijn activiteiten die binnen de regels van het Omgevingsplan vallen. En bij het vaststellen van het Omgevingsplan zelf heeft al participatie plaatsgevonden. Participatie door de initiatiefnemer wordt wel gestimuleerd. Participatie kan wel verplicht zijn als iemand een vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (mogelijkheid 3) aanvraagt. Dat zijn activiteiten die niet in het Omgevingsplan staan. Hierover heeft dus nooit eerder participatie plaatsgevonden. Of participatie in deze situatie wel of niet verplicht is, is aan de gemeenteraad om te bepalen. De gemeenteraad kan namelijk categorieën van gevallen aanwijzen waarvoor deze verplichting geldt. Dat staat in artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet. Bij deze categorieën van verplichte participatie geldt dat de aanvrager bij de aanvraag van de vergunning moet laten zien hoe hij belanghebbenden bij de aanvraag heeft betrokken. De aanvrager mag echter zelf weten op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt. Het besluit van de gemeenteraad De gemeenteraad beslist dus of participatie ook verplicht moet zijn bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (opa’s). Hier zijn drie opties om uit te kiezen:

5

1. Participatie bij buitenplanse opa’s is niet verplicht; 2. Participatie bij buitenplanse opa’s is zo vaak mogelijk verplicht; 3. Alleen in bepaalde categorieën van gevallen is participatie verplicht. Ad 1. Voorstanders van deze optie willen terughoudend zijn in het opleggen van regels en dus ook de verplichting van participatie. Ad 2. Voorstanders van deze optie menen dat het niet logisch is dat participatie in alle instrumenten van de Omgevingswet verplicht is, behalve bij deze buitenplanse OPA’s. Als je het overal verplicht, wees dan ook consequent. Vooral ook omdat er bewust wordt afgeweken van de regels uit het Omgevingsplan. Dat kan nogal consequenties hebben voor omwonenden en belanghebbenden. Echter, een algemeen besluit het ‘in alle gevallen’ van buitenplanse opa’s participatie verplicht te stellen, is niet toegestaan. Er dient expliciet gemaakt te worden in welke gevallen de verplichte participatie dus wel geldt. In deze optie wordt een zo compleet mogelijke lijst van categorieën van gevallen vastgesteld. Ad 3. Voorstanders van deze optie kiezen ervoor om heel bewust te kijken naar initiatieven die het meest impact maken. Vaak wordt hier een koppeling gemaakt met de lijst van gevallen waarvoor de gemeenteraad gebruik wil maken van haar adviesrecht. Maar het staat de gemeenteraad geheel vrij om eigen categorieën van gevallen aan te wijzen.

Lijst met categorieën verplichte participatie In hoofdstuk 3 vindt u de voorgestelde lijst met categorieën voor verplichte participatie. U ziet dat hierbij aansluiting is gevonden met de lijst van categorieën voor het adviesrecht van de raad (uit hoofdstuk 2), maar dat de ‘drempel’ voor verplichte participatie lager ligt dan bij het adviesrecht. Op deze manier wordt zo veel als mogelijk participatie verplicht gesteld, terwijl toch de koppeling met het adviesrecht overeind blijft (combinatie tussen optie 2 en 3).

6

Hoofdstuk 3 – Categorieën van gevallen adviesrecht en participatie De gemeenteraad wil in de volgende gevallen -

gebruik maken van zijn adviesbevoegdheid; participatie verplicht stellen bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

1. Woningen

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) 1.1 Het toevoegen van 4 of meer woningen binnen de bebouwde kom; 1.2 Het toevoegen of bouwen van 1 of meer woningen in het buitengebied, tenzij sprake is van functie veranderingsbeleid; 1.3 Het vergroten van (bedrijfs)woningen buiten de bebouwde kom, waardoor deze groter worden dan 1000 m3.

Verplichte participatie (16.55 lid 7) Het toevoegen van 1 of meer woningen binnen de bebouwde kom; Het toevoegen of bouwen van 1 of meer woningen in het buitengebied, ook als sprake is van functieveranderingsbeleid; Het vergroten van (bedrijfs)woningen buiten de bebouwde kom, waardoor deze groter worden dan 1000 m3.

Toelichting: De bebouwde kom is dat gebied dat volgens de Bouwverordening gemeente Overbetuwe als zodanig is aangemerkt. Ad 1.1 (bij adviesrecht): Het toevoegen van 4 of meer woningen binnen de bebouwde kom is gebaseerd op de woningbouwprioriteringsafspraken. Bouwplannen met een toevoeging tot en met 3 woningen hoeven niet mee in de prioriteringsronde (in het kader van de woonagenda). Ad 1.2: Ook recreatiewoningen vallen hieronder. Ad 1.3: (Bedrijfs)woningen mogen volgens onze kruimelgevallenregeling tot 1000 m3 groot zijn.

2. Bedrijvigheid

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) 2.1 Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere categorie dan het omgevingsplan toestaat, zowel in de bebouwde kom en op bedrijventerreinen; 2.2 Het oprichten, veranderen of uitbreiden van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied;

Verplichte participatie (16.55 lid 7) Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een andere categorie dan het omgevingsplan toestaat, zowel in de bebouwde kom en op bedrijventerreinen; Het oprichten, veranderen of uitbreiden van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied;

Toelichting: De bebouwde kom is dat gebied dat volgens de Bouwverordening gemeente Overbetuwe als zodanig is aangemerkt. Het buitengebied is het gebied buiten de bebouwde kom.

7

3. Antenneinstallatie

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) Het oprichten of veranderen van een antenne-installatie hoger dan 40 m;

Verplichte participatie (16.55 lid 7) Het oprichten of veranderen van een antenne-installatie, ongeacht hoogte;

Toelichting: spreekt voor zich

4. Intensieve recreatie

Adviesrecht (16.15a onder b Ow)

Verplichte participatie (16.55 lid 7)

Projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen);

Projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen);

Toelichting: Onder intensieve recreatie wordt verstaan een gebied specifiek bedoeld voor recreatiedoeleinden. Het kan hier gaan om zowel dagrecreatie alsook verblijfsrecreatie. Bij deze vormen van recreatie is sprake van permanent ruimtebeslag, eventueel aangevuld met faciliteiten ten behoeve van dat recreatieve gebruik. Voorbeelden zijn recreatieterreinen, campings, zwemplassen, etc. Recreatief medegebruik van gronden voor wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zien wij als extensieve dagrecreatie.

5. Projecten m.b.t. energie opwekking

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) 5.1 Het realiseren van minimaal één windmolen van ten minste 15 meter hoogte;

Verplichte participatie (16.55 lid 7) Het realiseren van minimaal één windmolen, ongeacht de hoogte;

5.2 Het realiseren van weiden met zonnepanelen van minimaal 1 hectare; 5.3 Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie (zoals buurtbatterij, biomassainstallatie en waterstof).

Het realiseren van weiden met zonnepanelen, ongeacht de grootte; Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie (zoals buurtbatterij, biomassa-installatie en waterstof).

Toelichting: In de keuze en normering van de projecten genoemd onder 5.1 t/m 5.3 is het onderscheid gemaakt tussen grootschalige en individuele toepassing. Kleinschalige individuele energieopwekking voor eigen gebruik (bijvoorbeeld zonnepanelen op de eigen garage) valt daarbij buiten het adviesrecht van de gemeenteraad en verplichte participatie.

8

6. Maatschappelijke voorzieningen en sportvoorzieningen

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) 6.1 Het realiseren van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals een multifunctionele accommodatie (MFA) of multifunctioneel centrum (MFC);

Verplichte participatie (16.55 lid 7) Het realiseren van maatschappelijke voorzieningen;

6.2 Het realiseren van sportinfrastructuur, waaronder sportparken en sporthallen;

Het realiseren van sportinfrastructuur, waaronder sportparken en sporthallen;

Toelichting: 6.1

Met ‘grootschalig’ wordt hier bedoeld die maatschappelijke voorzieningen, die normaal gesproken niet zonder meer overal in de woonomgeving passen, gelet op specifieke eisen ten aanzien van het gebruik, situering en bereikbaarheid. In veel gevallen gaat het hier om intensieve functies/ voorzieningen, die tot 7 dagen in de week / 24 u per dag toegankelijk zijn.

7. Infrastructurele projecten

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) Het aanleggen/ bouwen van grootschalige infrastructurele (kunst)werken;

Verplichte participatie (16.55 lid 7) Het aanleggen/ bouwen van infrastructurele (kunst)werken;

Toelichting: Grootschalig (bij adviesrecht): hiermee wordt bedoeld o.a. de nieuw-aanleg van rondwegen, spoortunnels en viaducten.

8. Gevoelige onderwerpen

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) Indien - naar mening van het college sprake is van maatschappelijke onrust of anderszins politiek gevoelige initiatieven;

Verplichte participatie (16.55 lid 7) n.v.t.

Toelichting: De onderwerpen 1 t/m 7 van deze lijst zijn niet uitputtend. Er zullen zich gevallen voordoen, welke voorheen niet in te schatten waren, maar waarbij het college toch graag het advies van de gemeenteraad inwint. Omdat niet scherp te maken is om welke gevallen het concreet zal gaan, kan niet bij voorbaat participatie verplicht worden gesteld.

9

Hoofdstuk 4 – Inwerkingtreding en wijziging Datum inwerkingtreding Omgevingswet De inwerkingtreding van de in hoofdstuk 3 opgenomen ‘lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 16.15a onder b’ is gelijk aan de datum inwerkingtreding van de Omgevingswet. De inwerkingtreding van de in hoofdstuk 3 opgenomen ‘lijst met gevallen waarbij participatie verplicht is voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, als bedoeld in artikel 16.55 lid 7’ is gelijk aan de datum inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Actualiseren/ wijzigen van de lijst met gevallen Met het vaststellen van het definitieve omgevingsplan ontstaat de noodzaak om deze ‘lijst met gevallen’ te actualiseren. Maar ook nieuwe inzichten kunnen ertoe leiden dat aanpassingen nodig zijn. Ook dit actualisatiebesluit is aan de gemeenteraad.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=9503f87a-6fc7-499b-a662-24b7288fd66e