21-02-23.12 Beantwoording Technische vragen fractie BOB nav Raadsinformatiebrief informatie windpark Midden
Tekst van het document
Technische vragen fractie BOB nav Raadsinformatiebrief informatie windpark Midden-Betuwe Tijdens de behandeling in de voorronde in januari heeft BOB aangegeven dat we eerst het proces op orde willen hebben, voordat de raad een besluit neemt over het raadsvoorstel voor toepassing van de coördinatieregeling. In verband daarmee is afgesproken het presidium te verzoeken het raadsvoorstel te agenderen voor de raad van 23 februari a.s., zodat in de tussentijd een aantal in de voorronde uitgesproken intenties in daden zou kunnen worden omgezet. Conform afspraak is hierover de raad via een memo/raadsinformatiebrief geïnformeerd. Woensdagavond 17/2 zagen we dat die in het raadsinformatiesysteem stond. Over deze raadsinformatiebrief (hierna te noemen: brief) hebben wij, mede naar aanleiding van onze kontakten met bij het proces betrokkenen, de volgende technische vragen (zoals deels reeds op 29 januari jl. per mail aangekondigd): a. In de brief wordt toegelicht dat niet alle direct-omwonenden (“mensen woonachtig binnen 1.000 meter van het plangebied”) zijn benaderd. Vraag: Bent u (samen met de initiatiefnemers) op bereid om op zo kort mogelijke termijn alsnog deze bewoners te informeren over de ontwikkelingen en hen de mogelijkheid van procesparticipatie te bieden? Ja, een dergelijke brief wordt in de week van 22 februari verstuurd.
Tevens zal de inhoud van de brief in dezelfde week worden opgenomen op de gemeentepagina van het Gemeentenieuws. Vraag: Is het College het met ons eens dat als in een participatieplan een groep wordt omschreven die betrokken zal worden, de raad ervan mag uitgaan dat tenminste die groep wordt betrokken (en zo nodig op grond van maatwerk een ruimere groep) en dat ie groep daarna niet kan worden ingeperkt zonder dat de raad hierover is geïnformeerd? Dit is geen technische vraag. b. In de brief wordt aangegeven dat “800 meter de consensus is bij wind-op-landontwikkelingen als het gaat om een contour waarbuiten geluidsoverlast en/of slagschaduw niet of nauwelijks meer aan de orde is (of kan zijn)”. In de gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land zien wij dit niet terug in het begrip omwonenden1. Vraag: Welke bron/referentie hanteert u hierbij? Op grond waarvan komt u tot deze stelling en hoe verhoudt zich dit tot de in het participatieplan genoemde 1.000 meter? Er is geen sprake van een vastgelegde afstand. Deze afstand wordt veelal gehanteerd bij projecten met betrekking tot windmolens omdat de ervaring leert dat buiten deze grens geluidsoverlast (meer dan 47 decibel op de gevel van de woning) en/of slagschaduw (meer dan de wettelijke toegestane norm van in totaal 5 uur en 40 minuten) niet of nauwelijks meer aan de orde is.
In het participatieplan is een afstand tot 1.000 m genoemd.
1 "Diegene die in zijn woon- en leefomgeving een gevolg ondervindt van de komst van het windpark. Wie als
omwonenden worden aangemerkt is maatwerk per project. Een specifieke groep is de direct omwonenden, zij die geluid en/of slagschaduw kunnen ervaren."
c. Zoals bekend vinden wij (c.q. vindt de raad) het belangrijk dat de deelnemers aan de gebiedstafel kunnen meedenken over het “beste plan voor de inwoners”. Een gebiedstafel dient gaan initiatieftafel, maar echt een gebiedstafel te zijn. In de brief geeft u aan dat u heeft aangegeven dat geprojecteerde turbines buiten het zoekgebied op dit moment niet aan de orde zijn. Vraag: Is het juist dat de provincie Gelderland als uitgangspunt heeft dat de provincie volgend is op de gemeenten als het gaat om de bepaling van het zoekgebied? M.a.w.: Is het juist dat de gemeenten (wat betreft de provincie) ook de ruimte hebben om posities buiten het zoekgebied bij het proces te laten betrekken, als dit volgens de inwoners tot een voor de omgeving beter plan kan leiden? Er is geen sprake van een hiërarchie of volgorde tussen lokale en provinciale visies. De provinciale Omgevingsvisie bevat kaders en principes voor windenergie. De lokale omgevingsvisie bevat ook dergelijke kaders en principes.. Vraag: Op grond van welke argumenten komt u tot de stelling dat het zoekgebied niet ruimer kan worden gekozen, als de deelnemende inwoners aan de gebiedstafel dat zouden willen? Uw raad heeft in 2019 in de Omgevingsvisie bepaald uit te gaan van clustering van grootschalige opwek (denk aan windturbines) in de zone rondom de A15.
Dat is verwoord en gevisualiseerd als ‘energiezones’: “een nieuwe vorm van landschap die ingericht is voor inpassing van meer grootschalige vormen van energieopwekking”. Hiermee wordt de lijn van clustering rond de A15 uit de voorgaande Toekomstvisie+ (2009) gecontinueerd. d. Naar aanleiding van de discussie over de groep die betrokken is bij het participatieproces, realiseerden wij ons dat in het participatie/communicatieplan sprake is van omwonenden en niet van “omwonenden en eigenaren”, terwijl ook voor mensen die geen omwonende zijn maar wel eigenaar, betrokkenheid bij het proces van belang kan zijn. Vraag: Bent u (samen met de initiatiefnemers) bereid om ook eigenaren die geen omwonende zijn, te informeren over de ontwikkelingen en hen de mogelijkheid van procesparticipatie te bieden? Het verstrekken van informatie met betrekking tot het windpark en de mogelijkheden voor procesparticipatie zijn voor alle belanghebbenden hetzelfde.
BOB/18022021