Westerwal Ontwerp 18-11-2021.pdf
Tekst van het document
64
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 7
(ontwerp)
Akoestisch onderzoek
65
bestemmingsplan Westerwal
66
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 8
(ontwerp)
Ontwerp Hogere Grens Waarde
67
bestemmingsplan Westerwal
68
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 9
(ontwerp)
Archeologisch onderzoek BO + IVO
69
bestemmingsplan Westerwal
70
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 10
(ontwerp)
Archeologisch advies document
71
bestemmingsplan Westerwal
72
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 11
(ontwerp)
Boorstaten
73
bestemmingsplan Westerwal
74
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 12
(ontwerp)
Oplegvel adviesdocument Archeologie
75
bestemmingsplan Westerwal
76
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 13
(ontwerp)
Quickscan natuurtoets
77
bestemmingsplan Westerwal
78
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 14
(ontwerp)
Stikstofberekening
79
bestemmingsplan Westerwal
80
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 15
(ontwerp)
Vleermuis onderzoek
81
bestemmingsplan Westerwal
82
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 16
(ontwerp)
Huismus onderzoek
83
bestemmingsplan Westerwal
84
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 17
(ontwerp)
Bomen Effect Analyse
85
bestemmingsplan Westerwal
86
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 18 Actualiserend milieukundig (water)bodemasbest-onderzoek en aanvullend bodemonderzoek
en
(ontwerp)
87
bestemmingsplan Westerwal
88
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 19
(ontwerp)
Verkeer en parkeren
89
bestemmingsplan Westerwal
90
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Bijlage 20
(ontwerp)
Samenvatting Participatie Westerwal Oudewater
91
bestemmingsplan Westerwal
92
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Regels
(ontwerp)
93
bestemmingsplan Westerwal
94
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan 'Westerwal' met identificatienummer NL.IMRO.0589.BPWesterwal-ON01 van de gemeente Oudewater; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aan-huis-gebonden beroep:
een vrij beroep, waarvan de activiteiten niet publiek gericht zijn, dat op kleine schaal in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning primair haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Zoals arts, notaris of advocaat; 1.6
achtererf:
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan; 1.7
antennedrager:
een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.8
antenne-installatie:
een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.9
archeologisch onderzoek:
een onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt; 1.10
archeologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden; 1.11
bebouwing:
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12
bedrijf:
een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen;
(ontwerp)
95
bestemmingsplan Westerwal 1.13
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.14
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15
bevoegd gezag:
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.16
bouwen:
het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten; 1.17
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.18
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor functies uit de bestemmingsomschrijving geschikt of geschikt te maken is; 1.19
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20
bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel; 1.21
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.22
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23
dakkapel:
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst; 1.24
dienstverlening:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen; 1.25
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
96
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
1.26
hoofdgebouw:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.27
huishouden:
een meerderjarige alleenstaande, dan wel twee of meer personen waarvan er ten minste één meerderjarig is, die duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voeren; 1.28
kantoor:
een voorziening gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.29
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:
het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, voor zover sprake is van een inrichting type A, zoals bedoeld in het Activiteitenbesluit, en voor zover de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij hoort; 1.30
maatschappelijke voorzieningen:
educatieve, sociaalmedische, sociale, culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen,voorzieningen ten behoeve van een gemeenschappelijke huiskamer voor de buurt, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie - met uitzondering van voorzieningen ten behoeve van gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten en sporten met dieren - en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.31
nutsvoorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie; 1.32
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak; 1.33
peil:
a. de bovenkant van de afgewerkte beganegrondvloer voor gebouwen indien de bovenkant van de afgewerkte beganegrondvloer ligt tussen 0 en 0,15 m boven het gemiddelde aansluitende afgewerkte terrein; b. in alle andere gevallen is dit de bovenkant van het direct aangrenzende laagstgelegen afgewerkte terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; 1.34
praktijkruimte:
een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied; 1.35
voorgevel:
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of ''uitstraling'' als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt;
(ontwerp)
97
bestemmingsplan Westerwal 1.36
woning(en):
een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één huishouden; 1.37
woongebouw:
een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
98
(ontwerp)
bestemmingsplan Westerwal
Artikel 2
Wijze van meten
Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten/gerekend: 2.1
afstand:
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwperceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is; 2.2
bouwwerken
tot
bouwhoogte van een antenne-installatie:
a. in geval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. in geval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; 2.3
bouwhoogte van een bouwwerk:
a. vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uizondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, airco's, warmtepompen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; b. bij ondergrondsbouwen: vanaf peil tot aan de bovenkant van de laagst gelegen afgewerkte vloer onder peil van een bouwwerk/gebouw; 2.4
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk:
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren; bij afwezigheid van een gevel: de rand van het bouwwerk geprojecteerd op het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6
oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7
vloeroppervlakte:
de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580;
(ontwerp)
99
bestemmingsplan Westerwal
100
(ontwerp)