uitgebreide antwoorden Vragen VVD Oudewater bij RV Verordening Jeugdhulp gemeente Oudewater 2025 [T-943].pdf
Tekst van het document
Vragen VVD Oudewater t.a.v. verordening Jeugdhulp gemeente Oudewater 2025 1. Onder artikel 6. Onderzoek staat bij Lid 4c dat diverse aspecten worden onderzocht. In hoeverre wordt schuldenproblematiek meegenomen in dit onderzoek? Door het Stadsteam wordt een brede uitvraag gedaan, waarbij ook naar de financiën wordt gevraagd. Deze uitvraag is om te beoordelen of er een verwijzing inzake schuldhulpverlening wenselijk is. Echter, voor het onderzoek inzake de inzet van jeugdhulpvoorzieningen wordt geen rekening gehouden met de financiële mogelijkheden van ouders. Het inkomen, vermogen en of schulden vallen niet onder de wettelijke definitie bij de beoordeling van eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders. Wel kan er gekeken worden wat het belang van ouders is bij het verwerven van inkomen. Er vindt dan echter geen financiële draagkrachtmeting plaats (zie artikel 7 van de Verordening). 2. Wanneer wordt bepaald of een zorgvraag onder WMO of Jeugd valt, dan wel onder de WLZ? Als er immers geen of beperkt ontwikkelperspectief is, kan het een stabielere start geven wanneer gelijk een traject via de WLZ wordt gestart. Klopt dit beeld? Er wordt altijd gekeken of een zorgvraag onder de jeugdwet valt of onder een andere wet die passend is voor de zorgvraag of dat er voorliggende (algemene) voorzieningen zijn die ingezet kunnen worden.
Dit vindt u ook terug in de verordening onder artikel 6, vraag 6 en 7. Een jeugdige kan een Wlz-indicatie krijgen als er sprake is van een verstandelijke beperking, lichamelijke ziekte of beperking en/of een zintuiglijke handicap én als hij/zij blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht nodig heeft. Bij een jeugdige wordt wel gekeken of er toekomstige ontwikkelingen zijn inzake de zorgbehoefte en of er gesproken kan worden van blijvende 24 uurs toezicht. Onder de Zorgverzekeringswet valt de verzorging van kinderen die verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. Dit betekent dat de verzorging noodzakelijk is als gevolg van een gezondheidsprobleem of de gezondheid wordt bedreigd. De begeleiding die samenhangt met geneeskundige zorg wordt gezien als verpleging en valt daarom ook onder verpleging in de Zvw. De Wmo is voor inwoners vanaf 18 jaar tenzij er sprake is van een aanvraag voor een hulpmiddel. Minderjarige gehandicapten kunnen voor het gebruik van een rolstoel en overige hulpmiddelen alsook voor woningaanpassingen een beroep doen op de Wmo 2015. (Kamerstukken I, 2013/14, 33 841, nr. J, blz. 25). 3. Onder artikel 12 worden de inhoud van een beschikking geduid.
Worden net zoals bij GGZ-beschikkingen, de kosten van de voorziening opgenomen? Zo nee, waarom niet? Deze kosten worden (nog) niet opgenomen in de beschikkingen tenzij er sprake is van een persoonsgebonden budget. In de beschikking staat wel welke zorg en de hoeveelheid zorg die afgegeven wordt. Er wordt gewerkt met een vast format, waar, nu, geen ruimte is voor het invullen van de kosten.
4. Onder artikel 15 wordt gesteld dat indien geen tijdige en kwalitatief goede jeugdhulp beschikbaar is in de vorm van ZIN, wordt gekeken naar een maatwerkcontract ofwel PGB ter hoogte van 100% van de kosten van Jeugdhulp. Wie bepaalt in deze context of de jeugdhulp “kwalitatief goed” is? In hoofdstuk 4 van de Jeugdwet en in artikel 13 van de verordening staan een aantal kwaliteitseisen opgenomen. Ook staat in artikel 13 opgenomen dat het college nadere regels kan opstellen voor een nadere invulling van dit artikel. De kwaliteitseisen zullen verder worden uitgewerkt in de nadere regels en beleidsregels. 5. Onder artikel 16 wordt gesproken over de kwaliteitseisen. Hoe wordt gaandeweg een zorgtraject beoordeeld of deze kwaliteitseisen worden gehaald en hoe wordt de cliënt (en diens omgeving) hierbij betrokken? Artikel 8.1.3 van de Jeugdwet geeft aan dat er een periodieke heronderzoeksplicht voor gemeenten is. In artikel 12 van de verordening is opgenomen dat de gemeente periodiek onderzoek verricht. Dit zal nader uitgewerkt worden in de nadere regels en beleidsregels, maar dit artikel ziet ook toe op de kwaliteit van de geleverde jeugdhulp en vastgestelde doel(en) inzake de inzet van de jeugdhulp. Voor wat betreft de zorgaanbieders heeft Inkoop & Monitoring Utrecht West hier een rol in.
In de contracten zijn minimaal de uitvoering van de wettelijke kwaliteitseisen als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet, opgenomen. Met de zorgaanbieders worden accountant gesprekken gevoerd over het nakomen van de afspraken in de contracten en de samenwerking. Ook worden de kwaliteitseisen vanuit de afspraken Inkoop Utrecht West gebruikt bij het afsluiten van een maatwerkcontract. Het Stadsteam heeft overleg met de, in een casus betrokken, zorgaanbieder en de jeugdige en ouders en houdt o.a. met hun professionele bril in de gaten of er adequate en kwalitatief goede zorg wordt ingezet. Ronald Gabriëls Raadslid VVD Oudewater