Technische vragen VVD en D66.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen D/22/049055 Z/21/032300
Vragen gesteld door:
Ronald Gabriëls
Van de Fractie(s) :
VVD en D66
Op datum:
13 januari 2022
Naar aanleiding van:
Raadsvoorstel kadernota VRU 2023
Datum beantwoording:
14 januari 2022
Opsteller:
Jurriaan van Wakeren
Beantwoording van de vragen: Vraag 1 In de aanbiedingsbrief van de kadernota is te lezen dat “De mutaties van het financiële kader hebben voor het grootste deel betrekking op de loon- en prijsaanpassing, inclusief de stelpost voor de loonontwikkeling 2023. Hiervoor worden dezelfde percentages gehanteerd als waarmee de uitkering aan gemeenten via het gemeentefonds wordt geïndexeerd. Hoe verhoudt dit percentage zich tot het percentage voor de sector Rijk? Antwoord 1 Voor de loon- en prijs ontwikkeling hanteert de VRU in de kadernota de procentuele mutatie van het indexcijfer ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ (voor de lonen) en ‘prijs bruto binnenlands product-pbbp’ (voor de prijsgevoelige budgetten) zoals berekend door het Centraal Planbureau. Deze percentages worden ook door het rijk gebruikt voor de berekening van de groei van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De begrotingsuitgangspunten (en indexpercentages) van de eigen rijksbegroting spelen geen rol in de gemeenschappelijke regeling. Vraag 2 Voor een oordeel van de raad over de hoogte van weerstandsratio is ook inzicht in de risico’s nodig.
Wetende dat het college enkele kanttekeningen plaatst bij de risico’s, hoe wordt de Raad in staat gesteld dat aspect mee te nemen in de beoordeling over de hoogte van het weerstandratio? Antwoord 2 De weerstandsratio betreft de verhouding tussen de weerstandscapaciteit (de bedrijfsvoeringsreserve) en de financiële risico’s die de VRU loopt. Een aantal van deze risico’s is op dit moment niet gekwantificeerd. De huidige weerstandsratio (2.2) op papier valt daardoor in werkelijkheid naar alle waarschijnlijkheid lager uit. De Raad kan zich onvoldoende uitspreken over de gewenste verhouding zolang de daadwerkelijke weerstandsratio niet bepaald kan worden. Via de zienswijze wordt de VRU verzocht de financiële risico’s in samenspraak met de accountant alsnog zoveel mogelijk te kwantificeren. Als de risico’s gekwantificeerd zijn kan de daadwerkelijke weerstandsratio bepaald worden en wordt de raad in staat gesteld zich uit te spreken over de gewenste weerstandscapaciteit. Pagina 1 van 2
Bijlagen:
Pagina 2 van 2