rv Zienswijze voorgenomen oprichting GR Omgevingsdienst - Utrecht (163236).pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling
Opsteller Burger, Ineke Vergadering van 10 december 2024 Kenmerk Z/23/065366 / D/24/163236 Portefeuillehouder Bas Lont Portefeuille Milieu/ODRU Onderwerp Zienswijze voorgenomen oprichting één omgevingsdienst in de provincie Utrecht door het treffen van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst - Utrecht - Oudewater
Samenvatting Op 7 december 2023 besloten de gezamenlijke algemeen besturen van de ODRU en RUD Utrecht om te starten met fase 1 van het traject om één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht op te richten. Op 17 oktober 2024 heeft het gezamenlijk algemeen bestuur de producten uit fase 1 (Richtingsplan, Rudimentaire begroting, Routekaart fase 2 en de ontwerp Gemeenschappelijke regeling) goedgekeurd en ingestemd met de start van fase 2 ‘inrichten’. Het addendum van het gezamenlijke AB 17-10-2024 bevat een aantal belangrijke aanvullende afspraken. Het traject vorming van 'één omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht is opgedeeld in drie fasen: Fase 1: richten. Deze fase wordt nu afgrond met het voorleggen van bijgevoegde stukken voor instemming aan het college en voor zienswijze aan de raad. Fase 2: inrichten. In deze fase wordt de routekaart uitgevoerd met daarin o.a. het opstellen van alle (financiële) verordeningen, regelingen en besluiten nodig voor de oprichting van de nieuwe omgevingsdienst Fase 3: verrichten. Deze fase is de start van de nieuwe organisatie op 1 januari 2026. De doorontwikkeling van de organisatie is onderdeel van fase 3 ‘verrichten’. Het gaat hierbij ook om de verdere ontwikkeling van de dienst volgens de U&H-strategie.
De eindproducten van fase 1 ‘richten’ van de ‘Routekaart naar één robuuste omgevingsdienst in Utrecht’ worden in dit voorstel kort toegelicht. Samen geven deze eindproducten de kaders van de nieuwe omgevingsdienst: de koers die de RUD Utrecht, de ODRU en de 27 beoogde deelnemers willen volgen met de oprichting van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht. Met de eindproducten worden de kaders voor de nieuw op te richten omgevingsdienst meegegeven. Alle colleges in de provincie Utrecht wordt nu gevraagd om in te stemmen met de ontwerp gemeenschappelijke regeling en de gemeenteraad/provinciale staten de gelegenheid te geven hun zienswijze hier op te geven. De gemeenteraad zal in een tweede ronde worden verzocht om toestemming te verlenen voor de nieuwe regeling Omgevingsdienst Utrecht. Daarnaast worden de kadernota 2026/ontwerp Begroting 2026 en de bijdrageverordening nog voor zienswijzen aan de raad aangeboden. De start van de taakuitvoering door de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht is voorzien per 1 januari 2026; op dat moment moet het proces van vaststelling conform de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn doorlopen. Geadviseerd wordt om nu in te stemmen met de ontwerp gemeenschappelijke regeling als belangrijke stap richting de uiteindelijke vorming van één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht.
De gemeenteraad wordt geadviseerd om een zienswijze in te dienen met de strekking dat de voorgestelde gemeenschappelijke regeling voldoet aan alle eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Echter, de financiële gevolgen (en kosten per deelnemer), risico's op de langere termijn en nog vast te stellen regelingen zijn nu nog niet bekend. Deze situatie maakt dat er tijdens fase 2 nog een aantal kritische momenten zijn. Bijvoorbeeld als
er ten gevolge van de nog te kiezen financieringssystematiek of risico's de komende jaren er een financieel nadelige situatie ontstaat. Bij de tweede ronde dat de raad wordt verzocht om toestemming te verlenen voor de nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht zijn de begroting 2026 en de bijdrageverordening van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht beschikbaar. Er moet in fase 2 nog veel werk verzet worden. De gemeente Oudewater wordt verzocht zeer alert te blijven ten aanzien van de betaalbaarheid van de nieuwe dienst. Dit inzicht moet voldoende duidelijk zijn voordat de raad toestemming kan verlenen voor het treffen van de nieuwe gemeenschappelijke regeling.
Gevraagd besluit 1. Kennis te nemen van de opdracht tot uitvoering van fase 2 ‘inrichten’, met de intentie per 1 januari 2026 één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht te vormen, op basis van de vier eindproducten van fase 1 ‘richten’, te weten: richtingsplan, ontwerp-gemeenschappelijke regeling, routekaart fase 2 en rudimentaire begroting, alsmede het addendum 17 oktober 2024 van het algemeen bestuur. 2. De zienswijze met kenmerk (D/24/163238) over de ontwerp gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht vast te stellen waarbij we het samengaan van de beide omgevingsdiensten ondersteunen, met daarbij wel een aantal voor ons belangrijke aandachtspunten, te weten; • eindproducten fase 1 'richten' zijn herkenbaar en duidelijk; • fase 2 bevat nog kritische momenten; • de raad maakt afweging alvorens te besluiten over de benodigde toestemming; • garantie geen extra verhoging van de bijdrage voor de gemeente vanaf 2026; • hanteer de meerwaarde als indicator voor het succes van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht; • bezuinigingen ook voor nieuwe Omgevingsdienst Utrecht aandachtspunt; • het worden drukke jaren voor de beide omgevingsdiensten. 3. Het college uiterlijk 6 februari 2025 de zienswijze van de raad op de ontwerp-regeling Omgevingsdienst Utrecht ten behoeve van de voorgenomen oprichting van één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht toe te sturen.
Waarom wordt dit voorstel nu voorgelegd Om de beoogde startdatum van 1 januari 2026 voor de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht te halen, dient nu de ontwerpgemeenschappelijke regeling voor de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht voor zienswijze aan de raad te worden voorgelegd. Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen volgt er later nog een ronde waarbij de gemeenteraad om toestemming wordt verzocht om de definitieve gemeenschappelijke regeling daadwerkelijk te treffen. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. In bijlage 6 staat het stroomschema voor de besluitvorming van de nieuwe gemeenschappelijke regeling.
Argumenten 1.1 Gezamenlijk vormen het Richtingsplan, de Rudimentaire begroting, de Routekaart fase 2 en de ontwerpGemeenschappelijke regeling, het kader en de koers die de RUD Utrecht, de ODRU en de 27 beoogde deelnemers willen gaan bij de oprichting van de nieuwe omgevingsdienst. Richtingsplan In het Richtingsplan staan de kaders waarbinnen de nieuwe omgevingsdienst wordt opgericht. Deze kaders - in de vorm van missie, visie en bestuurlijke, organisatorische en financiële uitgangspunten - vormen de basis voor de inrichting en de verdere doorontwikkeling van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht. Elementen uit het Richtingsplan komen terug in de Rudimentaire begroting, de Routekaart voor fase 2 ‘inrichten’ en de ontwerp Gemeenschappelijke regeling. De uitgangspunten zijn in vergelijkbaar met de afspraken met ODRU die nu gelden. Belangrijk uitgangspunt is dat het samengaan van de RUD en ODRU niet vanuit een bezuinigingsopgave is ingegeven. Rudimentaire begroting
Het doel van de rudimentaire begroting is een beeld te schetsen van de betaalbaarheid van de nieuwe organisatie, zonder dat alle gegevens van de nieuwe dienst al zijn bepaald. Plat gezegd zijn beide begrotingen bij elkaar opgeteld en is berekend of daar een nieuwe omgevingsdienst uit bekostigd kan worden. De uitgangspunten uit het richtingsplan zijn hier nog niet in verwerkt. Ook is er een vergelijking gemaakt van de nieuwe bijdrage versus de huidige bijdrage van de deelnemers. Basis voor de rudimentaire begroting waren de laatst vastgestelde begrotingen (2024) van beide huidige omgevingsdiensten. In fase 2 ‘inrichten’ wordt de keuze voor de nieuwe financieringssystematiek uitgewerkt. Dan kan de bijdrage per deelnemer berekend worden. De Kadernota 2026 en ontwerp Programmabegroting 2026, die in fase 2 worden opgesteld, worden in 2025 voor zienswijzen voorgelegd alvorens deze worden vastgesteld. . Routekaart fase 2 De Routekaart voor fase 2 ’inrichten’ schetst de contouren van de stappen en activiteiten voor de verdere inrichting van de nieuwe omgevingsdienst en beschrijft hoe deze gedekt worden. Tijdens fase 2 van het traject worden keuzes gemaakt over hoe de primaire processen en bedrijfsvoering worden ingericht. Daarnaast worden de verordeningen, regelingen vastgesteld en besluiten genomen die nodig zijn om de nieuwe omgevingsdienst op te richten.
Dit gebeurt op basis van de inhoudelijke uitgangspunten die in fase 1 zijn geformuleerd in het Richtingsplan. ontwerp- Gemeenschappelijke regeling De ontwerp Gemeenschappelijke regeling vormt de benodigde juridische basis voor de samenwerking en creëert één rechtspersoon voor de uitvoering van taken.
1.2 Een omgevingsdienst in de provincie Utrecht draagt bij aan een gelijker speelveld voor inwoners en bedrijven voor de hele provincie Utrecht. Het werken vanuit één omgevingsdienst zal bijdragen aan een uniforme uitvoering van de handhavingsstrategie. Ook zal de afhandeling van milieuvergunningen en meldingen in de hele provincie uniform worden afgehandeld. Eenheid en voorspelbaarheid in de uitvoering van taken is wenselijk met het oog op het level playing field. In principe wordt dit alles geborgd door de regionaal vastgestelde uniforme Uitvoerings- en handhavingsstrategie milieu.
1.3 Een grotere omgevingsdienst verhoogt en waarborgt de kwaliteit van de taakuitvoering. De oprichting van één omgevingsdienst voor Utrecht zorgt voor een noodzakelijke kwaliteitsimpuls en biedt continuïteit in de uitvoering van de taken die bij de omgevingsdiensten zijn belegd. Een grotere omgevingsdienst kan ontwikkelingen zoals veranderende wet- en regelgeving , landelijk beleid en groeiende complexiteit in het werkveld beter oppakken en de kosten hiervan beheersen. Dergelijke kosten worden immers door meer deelnemers gedragen. Door bundeling van kennis wordt ook de kwaliteit beter, doordat experts hun kennis met elkaar delen. De complexiteit van vraagstukken neemt toe omdat we steeds meer functies willen op een beperkte ruimte. Door de samenvoeging van complexe vraagstukken in één omgevingsdienst is er meer ruimte om experts op een specifiek gebied aan te stellen, wat nodig is om die complexe vraagstukken aan te kunnen. Bijvoorbeeld op het gebied van stikstof, zeer zorgwekkende stoffen en het doorontwikkelen van de risico-gerichte werkwijze. Samengevat biedt een grotere omgevingsdienst meer zekerheid voor een continue kwaliteit in de uitvoering van het werk wat een positief effect heeft kwaliteit van de leefomgeving in de provincie Utrecht.
1.4 De omgevingsdienst wordt congruent met het werkgebied van de provincie, de GGD en de Veiligheidsregio kan slagvaardiger functioneren. De omgevingsdienst en de deelnemers hebben op deze wijze zo min mogelijk gemeenschappelijke regelingen om mee af te stemmen. De samenhang tussen regiopartners op alle inhoudelijke dossiers biedt de mogelijkheid om opgaven samen efficiënt en effectief aan te pakken. Hierbij is wel van belang te borgen dat deze gemeenschappelijke regelingen goed blijven afstemmen met de deelnemers die eigenaar en opdrachtgever zijn van deze gemeenschappelijke regelingen.
1.5 Door deze samenvoeging voldoen de provincie en gemeenten in Utrecht aan de landelijke eisen voor robuustheid. Voor de beide omgevingsdiensten apart is het lastig om aan alle landelijke robuustheidscriteria te voldoen. Door in te stemmen met de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht kan automatisch beter voldaan worden aan de
robuustheidscriteria. De nieuwe dienst zal in de bedrijfsvoering nog wel moeten borgen dat aan alle robuustheidscriteria wordt voldaan.
1.6 De nieuwe omgevingsdienst draagt bij aan het vinden en behouden van gespecialiseerd personeel in een krappe arbeidsmarkt. In deze tijd is het lastig om goed en vast personeel te vinden. De nu bestaande kwetsbare en dunne bezetting op enkele specialistische functies in zowel de primaire als overhead-taken krijgt in de nieuwe organisatie een robuustere invulling. Er is voor experts meer ruimte om hun specialisme toe te passen en deze verder te ontwikkelen. De nieuwe organisatie kan zich ontwikkelen tot een (nóg) interessantere en aantrekkelijkere werkgever. Hierdoor kan gespecialiseerd personeel meer gebonden worden aan de organisatie.
1.7 Het nu al vaststellen van de voorgestelde ontwerp gemeenschappelijke regeling is noodzakelijk om binnen de huidige bestuursperiode (bestuurlijke wens) tot één robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht te komen. De Wet gemeenschappelijke regelingen stelt verplicht dat de gemeenteraad in twee ronden eerst om een zienswijze en daarna toestemming moet worden gevraagd. Dit afgezet tegen de tijd die nog beschikbaar is binnen de huidige bestuursperiode en de planning van de routing van bestuurlijke stukken ontstaat een zeer krappe planning.
1.8 De voorgestelde ontwerp-Gemeenschappelijke regeling voldoet aan alle eisen De ontwerp-Gemeenschappelijke regeling vormt de benodigde juridische basis voor de samenwerking en creëert één rechtspersoon voor de uitvoering van taken. De bedoeling is om de nieuwe Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht op te richten en na juridische en financiële afhandeling de beide bestaande gemeenschappelijke regelingen (RUD Utrecht en ODRU) op te heffen. De gemeenteraad heeft het recht om zienswijzen op de ontwerp-gemeenschappelijke regeling in te dienen. De ontwerp-regeling voldoet aan alle eisen uit de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen. De ontwerp-regeling komt in sterke mate overeen met de huidige gemeenschappelijke regeling van de ODRU. De regeling van de ODRU is recent nog aangepast vanwege de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen.
1.9 De samenstelling van het bestuur en de stemverhouding wijzigen niet. De voorgestelde samenstelling van het bestuur is net als bij de ODRU; een Algemeen Bestuur en een Dagelijks bestuur. De stemverhouding blijft in de nieuwe regeling één stem per deelnemer.
2.1 In de zienswijze staat dat niet alle gevolgen van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht voor de beoogde deelnemers zijn uitgewerkt. In de zienswijze geven we aan positief te staan tegenover het samengaan van deze twee omgevingsdiensten en dat het goed is dat fase 1 conform planning in oktober is afgerond. We geven wel een aantal belangrijke aandachtspunten mee. Het is de bestuurlijke ambitie om de nieuwe omgevingsdienst op te richten binnen deze bestuursperiode. Een nieuwe gemeenschappelijke regeling moet in twee ronden langs de raad. Dit brengt een lange doorlooptijd van de besluitvormingsprocedure met zich mee. Consequentie is dat de ontwerp-regeling eerder dan gebruikelijk in een dergelijk traject aan de raad wordt voorgelegd. Hier gaan we in de zienswijze op in. In de volgende fase, 'inrichten', wordt nog een aantal belangrijke zaken voor de nieuwe omgevingsdienst bepaald. Namelijk; • de financieringssystematiek voor de nieuwe dienst die de verdeling van de bijdrage per deelnemer bepaalt; • verordeningen, regelingen en besluiten die verder invulling geven aan het functioneren van de nieuwe dienst en de (financiële) afspraken met de deelnemers; • inzicht in de impact van de risico's voor de komende jaren.
Deze situatie maakt dat er tijdens fase 2 nog kritische momenten zijn. En kunnen er in fase 2 voor gemeente Oudewater aantoonbaar ongewenste effecten ontstaan. De raad zal daarom bij de toestemming moeten afwegen of het algemeen belang wordt geraakt.
2.2 Financiële aandachtspunten We geven in de zienswijze een aantal financiële aandachtspunten mee. Te weten; • de huidige bijdrage inclusief indexatie is uitgangspunt voor de nieuwe dienst; • de begroting en bijdrageverordening zijn belangrijke documenten alvorens de raad toestemming kan verlenen; • de vorming van één omgevingsdienst Utrecht is niet ingegeven vanuit een bezuinigingsopgave. We vragen de ODRU en de nieuw op te richten Omgevingsdienst Utrecht hier wel aandacht voor. De raden/staten krijgen in 2025 ook nog de mogelijkheid om een zienswijze op de Kadernota 2026 en/of de ontwerp Begroting 2026 en de Bijdrageverordening in te dienen. Onderstaand de planning. Periode voorbereiden besluit
Raadsvergadering
Toestemming regeling Omgevingsdienst Utrecht
Half april tot eind september
25 september .
Zienswijze begroting 2026
Half juli tot half augustus
25 september
Bijdrageverordening
Half juli tot half oktober
25 september
Uiterlijk 6 oktober moet de toestemming van de raad via het college bij de Stuurgroep naar één Omgevingsdienst zijn. Dat betekent dat het besluit om deze toestemming te verlenen in de raad van 25 september moet worden genomen. Dan zijn ook de financiële stukken beschikbaar waar de raad een zienswijze op kan geven.
2.3 De meerwaarde bevat de indicatoren voor het succes nieuwe Omgevingsdienst Utrecht In het richtingsplan is benoemd wat de meerwaarde is van het oprichten van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht. We verzoeken de genoemde punten onder meerwaarde om te zetten in indicatoren om de komende jaren te monitoren of en hoe deze meerwaarde behaald is.
3.1 Het college moet de zienswijze van de raad tijdig ontvangen Het college moet zorgen dat de zienswijze van de raad uiterlijk 3 maart naar de Stuurgroep naar één Omgevingsdienst Utrecht is gestuurd.
Kanttekeningen en risico's 1.1. De risico's zijn nog niet gekwantificeerd en compleet Een ingrijpend traject als het samengaan van twee diensten brengt ook risico's met zich mee. In het kader van het traject ‘Naar één omgevingsdienst in Utrecht’ zijn de risico’s in kaart gebracht. De Routekaart fase 2 (hoofdstuk 5) bevat de tot nu toe onderkende risico’s en de mogelijke beheersmaatregelen. Hierbij is onderscheid gemaakt in de risico’s voor het programma als geheel en dus voor de nieuwe omgevingsdienst (fase 3 van het traject) en risico’s voor de uitvoering van fase 2 ‘inrichten’. Het programmateam kon deze risico's nog niet kwantificeren in termen van kans x effect. In de
zienswijze vragen we dat dit in fase 2 gebeurt. Ook zijn de risico's op langere termijn nog niet in beeld gebracht. In het addendum van het Algemeen Bestuur van 17 oktober jl. is afgesproken dat dit in fase 2 alsnog gebeurt.
1.2 Het is een uitdaging om het goede van de ODRU (en de RUD) te behouden Er is tot nu toe niet met de deelnemers gesproken over de hoe we het goede van de RUD en ODRU kunnen behouden. Zo zijn de ODRU-gemeenten nauw betrokken bij de ODRU. We werken als partners goed samen. Het belang van uniform werken wordt door iedereen onderkend. Dit levert producten op die in gezamenlijkheid zijn opgesteld en daardoor goed aansluiten bij wat de ODRU-gemeenten willen. Het afgelopen jaar is een basis gelegd voor de samenwerking tussen de deelnemers van de RUD en ODRU die goede vooruitzichten biedt voor de nieuwe organisatie. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 17 oktober jl is afgesproken dat er in fase 2 een SWOT, sterkte zwakte analyse, wordt gemaakt, zie het Addendum. Deze SWOT helpt om de juiste keuzes voor de nieuwe organisatie te maken.
2.1. De kosten zijn nog niet in beeld De financiële gevolgen en kosten per deelnemer zijn nog niet uitgewerkt. Dit is het gevolg van de bestuurlijke ambitie om de nieuwe omgevingsdienst op te richten binnen de bestuursperiode in combinatie met het vaststellingstraject met daarin 2 rondes (zienswijze en verzoek om toestemming) langs de gemeenteraden, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen. In fase 2 'inrichten' wordt o.a. de financieringssystematiek voor de nieuwe dienst bepaald en worden de concrete financiële gevolgen wel duidelijk. De raden/staten krijgen in 2025 de mogelijkheid om zienswijze op de Kadernota 2026 en de ontwerp Begroting 2026 (én Bijdrageverordening) in te dienen. Ook worden de raden/staten tussen 11 april 2025 en 6 oktober 2025 door hun colleges gevraagd toestemming te verlenen tot het treffen van de nieuwe gemeenschappelijke regeling. Raden/staten mogen deze toestemming slechts weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Als er een financieel een te nadelige situatie ontstaat, kan dit het algemeen belang zodanig raken dat de raad conform de Wet gemeenschappelijke regelingen kan weigeren om toestemming te verlenen. Hier gaan we in de zienswijze nader op in.
2.3 De zeggenschap daalt omdat het totaal aantal deelnemers stijgt van 15 naar 27. Afstemming en het bereiken van draagvlak voor gezamenlijke doelstellingen zal met 27 deelnemers meer van bestuurders en regievoerders vragen dan met de huidige 15 ODRU-deelnemers. Dit kan de posities van deelnemers veranderen. Als het lastig wordt om als deelnemer invloed uit te oefenen, kunnen deelnemers er voor kiezen hun aandacht te richten op het opdrachtgeverschap en minder in te zetten op het meer overkoepelende belangen van de Omgevingsdienst Utrecht. Op dit moment is juist de gezamenlijke verantwoordelijk die de ODRU-gemeenten voelen voor de ODRU een positieve drijfveer om in gezamenlijkheid op te trekken.
2.4 Grotere diversiteit deelnemers De huidige gezamenlijke verantwoordelijkheid bij de ODRU-gemeenten komt o.a. doordat de ODRU-gemeenten redelijk vergelijkbaar zijn wat betreft de grootte; van middelgroot- tot kleine gemeente, en vergelijkbare maatschappelijke opgaven. De maat van de ODRU, middelgrote omgevingsdienst, sluit hier goed op aan. Cruciaal voor de toegevoegde waarde van een omgevingsdienst is het kennen van je deelnemers, zowel inhoudelijk als qua politieke gevoeligheden. In een grotere organisatie waarbij de deelnemers sturen op efficiënte uitvoering van taken, kan dit onder druk komen te staan. In het richtingsplan is in uitgangspunt 11 opgenomen het belang van het kennen van de lokale situatie van de deelnemers. Beide omgevingsdiensten én de deelnemers zijn zich bewust van dit belang en dit moet in fase 2 verder worden uitgewerkt.
2.5 De strakke planning zet de organisaties onder druk De zeer strakke planning zet de RUD en de ODRU onder druk. De medewerkers moeten namelijk ook gewoon hun productie draaien die met de deelnemers is afgesproken. Hierbij vraagt de implementatie van de Omgevingswet voorlopig ook nog extra aandacht. Daarnaast is in een recent visitatierapport geconstateerd dat de processen bij RUD en ODRU verschillend zijn. Er moet dus op dat vlak een grote integratieslag gemaakt worden. Dit nog los van het feit dat er bij een fusie ook ruimte moet zijn om culturen te integreren. In deze blijft het van belang vast te houden aan; 'zorgvuldigheid gaat voor snelheid'. Met deze oproep sluit de zienswijze af.
Financiële gevolgen van verwerking lasten regeling in de gemeentelijke begroting Fusietraject (eenmalige kosten) Het traject “Naar één omgevingsdienst in Utrecht” brengt eenmalige kosten met zich mee. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de kosten en de dekking. • De provincie Utrecht heeft voor het gehele programma 2 miljoen euro toegezegd. Hiervan is € 360.000 voor fase 1 gereserveerd. Er blijft dus € 1.640.000 over voor fase 2. • Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) stelt voor de vorming van robuuste omgevingsdiensten een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar. Er zijn voorwaarden aan de nu toegezegde middelen verbonden waaronder de bestuurlijke toezegging tot fusie en het realiseren van robuustheid. Het ministerie heeft recent een positieve grondhouding uitgesproken en toegezegd op zoek te gaan naar extra aanvullende financiering. • Het interbestuurlijk programma versterking VTH (IBP-VTH) stelt specifieke uitkeringen (SPUK’s) beschikbaar aan omgevingsdiensten. Deze zijn bij de ODRU en de RUD Utrecht volledig ingezet voor kosten in fase 1, waardoor hieruit voor fase 2 geen middelen meer resteren. • Uiteindelijk blijft er over een bedrag van € 789.000 dat gedekt moet worden door beide omgevingsdiensten. De projectorganisatie zal zich nog wel inzetten om hier dekking voor te vinden. De totale kostenbegroting fase 2
€ 4.973.000
Verwachte dekking Bijdrage provincie Utrecht ter realisatie van fase 1 en 2 Daarvan reeds besteed in fase 1
€ 2.000.000 -€ 360.000
Bijdrage van I&W ihkv robuustheid en fusie
€ 1.000.000
Totale dekking naar verwachting beschikbaar voor fase 2
€ 2.640.000
Het dekkingstekort komt hiermee op:
€ 2.333.000
Voorstel definitieve dekking Oplossing 1: Begroting verlagen
€ 1.544.000
Oplossing 2: Inzet vermogen huidige diensten / projectfactuur
€ 789.000
Totaal
€ 2.333.000
Structurele effecten (Omgevingsdienst in bedrijf) De structurele financiële effecten van de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht met een doorkijk naar de komende jaren inclusief de risico's komen aan de orde in fase 2 bij het opstellen van de kadernota 2026 en begroting 2026.
Risicoparagraaf Er is nu nog geen inzicht in de financiële consequenties en risico’s van de voorgenomen fusie RUD en ODRU voor de komende jaren. Tevens is een fusie een ingrijpend traject voor beide omgevingsdiensten en dit zal de komende jaren veel vragen van de medewerkers van beide diensten. Bij het opstellen van de jaarrekening van de gemeente zullen we bezien of we op basis van de dan beschikbare informatie dit fusietraject opnemen in de risicoparagraaf.
Vervolgproces De raad stuurt zijn zienswijze naar het college. Het college zorgt dat deze bij de Stuurgroep naar één omgevingsdienst terecht komt. Verdere uitvoering van het samengaan van beide omgevingsdiensten gebeurt op basis routekaart fase 2,. De ingediende zienswijzen kunnen tot aanpassingen in fase 2 leiden, daar besluit het gezamenlijk Algemeen Bestuur over. De raad dient in 2025 toestemming te verlenen aan de nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht. De raden/staten krijgen in 2025 ook nog de mogelijkheid om zienswijze op de Kadernota 2026 en/of de ontwerp Begroting 2026 (en Bijdrageverordening) in te dienen. Zie voor planning argument 2.5. Toestemming verlenen staat gepland vóór de mogelijkheid zienswijze op ontwerp Begroting 2026 (en Bijdrageverordening).
Bevoegdheid raad Artikel 51 Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen.
Bijlagen 1. Raadbesluit Voorgenomen oprichting één omgevingsdienst in de provincie Utrecht door het treffen van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht. D/24/164373 2. Zienswijze Voorgenomen oprichting één omgevingsdienst in de provincie Utrecht door het treffen van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht. D/24/163238 3. Aanbiedingsbrief aan de colleges, d.d. 24-10-2024. D/24/163239 4. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling (a) en artikelsgewijze toelichting bij ontwerp Gemeenschappelijke regeling (b). D/24/163239 5. Richtingsplan. D/24/163239 6. Rudimentaire begroting. D/24/163239 7. Routekaart fase 2 ‘inrichten’. D/24/163239 8. Stroomschema besluitvorming gemeenschappelijke regeling. D/24/163239 9. Addendum AB vergadering 17-10-2024. D/24/163239