RV Zembad.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Opsteller Beumers, Richard Vergadering van 25 januari 2022 Kenmerk Z/22/037079 / D/22/049468 Portefeuillehouder Bob Duindam Portefeuille Ruimtelijke Ordening Onderwerp Raadsvoorstel krediet, wensen en bedenkingen overeenkomsten tbv exploitatie beheer, erfpacht, gemeentegarantie zwembad Oudewater
Inleiding Op 3 december 2019 heeft SBZO een plan ingediend voor een zwemvoorziening (zie bijlage 1). U heeft het college verzocht om de haalbaarheid van het plan nader te onderzoeken. Het college heeft op 10 juni 2021 met SBZO een intentieovereenkomst gesloten om een aantal uitgangspunten met elkaar af te spreken voor een nadere uitwerking van het plan van SBZO op basis van welke uitwerking de gemeente zal onderzoeken of deze plannen in maatschappelijk, stedenbouwkundig, planologisch financieel en economisch opzicht haalbaar zijn. De resultaten van het onderzoek op de onderzoeksvragen zoals deze door de gemeenteraad in de motie zijn opgesteld naar de haalbaarheid van het zwembadplan van Stichting Beheer Zwembad Oudewater zijn op 20 november 2021 naar u toegestuurd en in het Forum van 26 november 2021 nader toegelicht. Op 26 november 2021 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan die gemeenten, kort geformuleerd, ertoe nopen bij verkoop/uitgifte in erfpacht van onroerende zaken door een overheidslichaam een selectieprocedure te volgen, tenzij door het overheidslichaam kan worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde is.
Het college als gevolg van arrest haar werkwijze voor het zwembad herijkt door een selectieprocedure op te starten om te bezien of er mogelijk nog andere marktpartijen dan SBZO zouden willen meedingen naar verkrijging van het erfpachtrecht en exploitatie en beheer van de zwemvoorziening. Op 16 december 2021 heeft U het bestemmingsplan Tappersheul III vastgesteld waardoor de zwemvoorziening planologisch mogelijk gemaakt is. Om de zwemvoorziening de realisatie, exploitatie en beheer van de zwemvoorziening door SBZO mogelijk te maken is het college voornemens om twee subsidies te verstrekken en een gemeentegarantie te stellen ten behoeve van een lening van SBZO en diverse overeenkomsten te sluiten met SBZO. We willen u in de gelegenheid stellen om uw wensen en bedenkingen kenbaar te maken op deze te stellen gemeentegarantie en deze te sluiten overeenkomsten.
De raad besluit 1. Kennis te nemen van de door de gemeente Oudewater georganiseerde transparante selectieprocedure ten behoeve van het verlenen van een recht van erfpacht ten behoeve van een te realiseren zwembad en buitenbad met bijbehorende voorzieningen, alsmede het recht en de verplichting om het te exploiteren, te beheren en onderhouden, waarbij de Gemeente heeft besloten het plan van SBZO als beste te beoordelen; 2. Te besluiten het plan van SBZO als haalbaar te beschouwen, waarbij wordt onderkend dat er risico’s aan dit plan verbonden zijn; 3. Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit van het college om, op aanvraag, aan SBZO een éénmalige subsidie te verstrekken tot een bedrag van (maximaal) € 300.000,- voor de verdere uitwerking van het bouwplan en prijsvorming ten behoeve van de bouw van de zwemvoorziening; 4. Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit
van het college tot het aangaan van de bijgevoegde “Uitvoeringsovereenkomst ten behoeve van de realisatie van een zwembad en een buitenbad met voorzieningen”, en de daarbij behorende een door de gemeente te verlenen éénmalige subsidie van € 2.500.000,-. De subsidie voor het uitwerken van het bouwplan en prijsvorming wordt verrekend met deze subsidie; 5. Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit van het college om een gemeentegarantie af te geven tot een bedrag van € 2.800.000,- voor een door SBZO te sluiten lening voor de nieuwbouw van de zwemvoorziening; 6. Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit van het college tot het aangaan van de bijgevoegde “Concessieovereenkomst ten behoeve van de exploitatie en het onderhoud van het Zwembad te Oudewater”, op grond van welke overeenkomst de gemeente aan SBZO een jaarlijks te indexeren exploitatiebijdrage voor 10 jaar ter beschikking zal stellen van € 225.000,-; 7. Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit van het college tot het aangaan van de bijgevoegde “Overeenkomst tot het vestigen van een recht van erfpacht”; 8.
Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het voorgenomen besluit van het college tot het aangaan van het bijgevoegde “Afsprakenkader met betrekking tot de realisatie en exploitatie van een nieuw zwembad in Oudewater”; 9. De exploitatie en het beheer en onderhoud van de zwemvoorziening aan te wijzen als Dienst van algemeen economisch belang (DAEB); 10. De volgende budgetten beschikbaar te stellen: a. € 2.500.000,- voor de te verlenen subsidie ten behoeve van de realisatie van een zwembad en een buitenbad met voorzieningen, waarvan € 300.000,- ten behoeve van verdere planuitwerking en prijsvorming ten behoeve van de bouw van de zwemvoorziening, en dit ten laste te brengen van de Algemene Reserve; b. De hogere exploitatielasten ten opzichte van de huidige begroting ad € 23.500,- op te nemen in de kadernota. 11. Bereid zijn om de extra structurele lasten te dekken door middel van een eventuele OZB-verhoging en dit op te nemen in de Kadernota 2023. 12. De eenmalige lasten van € 50.000 aan interne voorbereidingskosten ten laste te brengen van het begrotingssaldo 2022.
De bevoegdheid van de raad komt voort uit de volgende wet- en/of regelgeving Artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet. Artikel 7 van de Financiële verordening Oudewater 2020.
Beoogd effect Behoud van de voorzieningenniveau in de gemeente Oudewater voor een gezonde gemeenschap.
Argumenten 1.1 Plan van SBZO is geselecteerd. Om tot deze besluitvorming gekomen is na de bespreking in het Forum met SBZO (Stichting Beheer Zwembad Oudewater) verder gesproken om ook tot contractuele afspraken te komen. Echter op 26 november 2021 heeft de Hoge Raad de uitspraak gedaan dat gemeentelijke gronden niet zonder meer aan één partij gegund mogen worden zonder een marktverkenning. Ondanks de gesprekken al ver gevorderd waren is toch besloten om SBZO op dat moment niet meer te zien als enige gegadigde voor de erfpacht, exploitatie en beheer van het nieuwe zwembadterrein. Op basis van het arrest hebben marktpartijen in de periode van 28 december 2021 tot 11 januari 2022 12:00 de mogelijkheid gekregen om gemotiveerd hun interesse te tonen. Er zijn door de gemeente minimale criteria gesteld om een inschrijving te doen voor het in erfpacht krijgen van de grond en exploitatie en beheer. Ook SBZO moest zich een inschrijving doen. Er hebben zich twee partijen gemeld. De aanmelding van één partij bevatte geen nadere motivatie op de gevraagde selectiecriteria. Hierdoor is deze aanmelding afgewezen. De enige andere aanmelding van SBZO is positief beoordeeld.
Daarom kon verder gegaan worden met SBZO als partij voor het erfpachtrecht, exploitatie en beheer van het nieuwe zwembad mits de plannen in alle opzichten zoals geformuleerd in de intentieovereenkomst haalbaar zijn en er wederzijdse bereidheid bij gemeente en SBZO is om met elkaar een/de vervolgovereenkomst(en) aan te gaan. 1.2 Het college wijkt af van het gemeentelijk aanbestedingsbeleid. Het betreft een burgerinitiatief waar voor meerdere jaren inzet wordt gepleegd voor de gemeenschap. Hiervoor wordt een concessieovereenkomst voor het exploiteren van het zwembad gesloten. Het drempelbedrag van het gemeentelijk aanbestedingsbeleid voor concessies is zodanig laag dat er slechts voor één jaar de overeenkomst aangegaan zou
kunnen worden. Daar het van belang is om de exploitatie met het burgerinitiatief voor meerdere jaren vast te leggen is besloten om af te wijken van het gemeentelijk aanbestedingsbeleid, maar wel binnen de regels te blijven van de Europese aanbestedingswetgeving voor concessies. 2.1 Het plan is getoetst als haalbaar, maar er zijn wel risico’s. Naar aanleiding van de motie Vreemd aan de Orde van de Dag van 12 december 2019 is het plan van SBZO nader beoordeeld voor wat betreft de exploitatie en realisatie van de zwemvoorziening (zie bijlage2). In de beoordeling is ingegaan op aspecten die bij de bouw en exploitatie een rol spelen. Ruimtelijk gezien is het plan nu passend binnen het vastgestelde bestemmingsplan Tappersheul III. Het plan bevat een 25 meter binnenbad en 50 meter buitenbad met ligweide en andere bijbehorende voorzieningen. Stedebouwkundig gezien is het plan passend bevonden. Met deze nieuwe voorziening krijgt Oudewater een voorziening die hoogwaardiger is dan het huidige Statenbad. Uit de beoordeling blijkt dat de bouwkosten van het plan realistisch zijn, maar wel scherp geprijsd. Het plan zal met betrekking tot de realisatie voor SBZO uitdagend zijn om binnen budget te blijven. Ook is zijn er risico's benoemd met het feit dat SBZO een vrijwilligersstichting is.
Financieel gezien is het plan risicovol voor de gemeente Oudewater omdat het plan niet zonder financiële ondersteuning van de gemeente kan. 2.2 De exploitatiekosten zijn laag voor de beoogde zwemvoorziening maar wel hoger dan bij het Statenbad. Uitgangspunt van de exploitatie is dat afhankelijk van het seizoen altijd één van de twee baden is geopend. Dit betekent dat er wel een geheel jaar kosten en opbrengsten zijn voor de zwemvoorziening en ook het gehele jaar door inzet van personeel nodig is waarbij het zwemwater op een slimme wijze wordt gebruikt. Geconstateerd is dat door de inzet van vrijwilligers de personele lasten laag zijn. Het bestuur van SBZO heeft aangegeven dat zij er alles aan zullen doen om ook op lange termijn naast vast personeel voldoende vrijwilligers in te zetten voor de exploitatie. De totale exploitatiekosten zijn hoger geraamd dan bij de huidige exploitatie van het Statenbad. Hierbij moet opgemerkt worden dat in de exploitatie van SBZO voor de nieuwe zwemvoorziening rekening is gehouden met onderhoudsinvesteringen in de komende 40 jaar en de financieringslasten voor de bouw van het zwembad, terwijl dit bij het huidige Statenbad niet het geval is. Ook er is natuurlijk een verschil tussen het huidige buitenbad en de in het plan voorziene binnen- én buitenbad.
Hierdoor is een vergelijk tussen de exploitatielasten van het huidige Statenbad en de nieuwe zwemvoorziening niet goed mogelijk. Op basis van het huidige financieringsplan is berekend dat een gemeentelijke bijdrage van € 225.000 nodig is om een deel van de kosten te dekken. SBZO heeft aangegeven dat een uitgangspunt van hogere bijdrage van circa € 260.000 beter zou zijn omdat in de berekening rekening is gehouden met de huidige raming zonder zekerheid te hebben over rentestijgingen over het komend jaar en inflatiecorrecties (exploitatieramingen zijn van 2021), maar ook dat er dan aan het eind van de looptijd er financiële middelen zijn voor vervangingsinvesteringen voor het zwembad. Met de realisatie en exploitatie van de zwemvoorziening ontstaat er een voorziening waar de inwoners van Oudewater jaarrond kunnen zwemmen in plaats van alleen in het zomerseizoen in het Statenbad. Dit betekent voor de begroting op het moment dat het zwembad open gaat er jaarlijks € 23.500 euro extra nodig is dan het bedrag dat nu opgenomen is in begroting. 2.3 Bijdrage van gemeente nodig voor de realisatie. Ook de realisatiekosten van de nieuwe zwemvoorziening zijn beoordeeld naar aanleiding van de motie. Deze kosten worden als zeer laag beschouwd.
SBZO heeft aangegeven dat de kosten zo laag kunnen zijn door veel inzet van de lokale ondernemers die tegen een lage prijs voor de lokale gemeenschap willen werken. Wel heeft SBZO haar realisatieraming aangepast omdat een stijging van de bouwkosten te verwachten is. Het is aan SBZO om binnen budget te blijven. SBZO zal door middel van een lening van € 2,8 miljoen een deel van de realisatiekosten financieren en de gemeente zal een éénmalige bijdrage doen van € 2,5 miljoen. Voor de lening van € 2,8 miljoen zal de gemeente garant staan. De totale realisatiekosten betreffen niet alleen de daadwerkelijke bouwkosten, maar ook de kosten voor het nader uitwerken van het plan in bouwtekeningen en dergelijke. Dit ter nadere inperking van de risico’s. 3.1 Eenmalige subsidie nodig voor het verder uitwerken van het plan. Het huidige plan moet nog in detail worden uitgewerkt. Dit is nodig voor onder andere de omgevingsvergunning, maar ook een daadwerkelijke prijsvorming van marktpartijen is nu nog niet mogelijk. Ook ten behoeve van de financiering van het bouwplan heeft SBZO een nadere uitwerking nodig. De gemeente wil in verband met de gemeentelijke bijdrage voor de realisatie ook zekerheid hebben dat het plan daadwerkelijk binnen budget kan worden gerealiseerd.
Door SBZO een éénmalige subsidie toe te kennen van maximaal € 300.000 voor planuitwerking kan er zekerheid worden verkregen in de uitwerking. SBZO moet nadien aantonen dat het project nog steeds past binnen de gestelde financiële kaders. Deze gemeentelijke subsidie gaat dan wel af van de totale gemeentelijke bijdrage voor de realisatie van de zwemvoorziening ter waarde van € 2,5 miljoen euro. Ná vaststelling dat de definitieve planvorming binnen de gestelde kaders past, wordt de resterende subsidie van € 2,2 miljoen beschikbaar gesteld aan SBZO. 4. In de uitvoeringsovereenkomst wordt de eenmalige gemeentelijke bijdrage en bijbehorende voorwaarden voor de zwemvoorziening geregeld. In deze overeenkomst (zie bijlage 5) is geregeld dat er door de gemeente maximaal € 2.500.000 wordt bijgedragen voor de realisatie van de zwemvoorziening. De bijdrage voor het nader uitwerken van het plan gaat hiervan af. Er wordt een betalingswijze van de bijdrage gevolgd die gelijk oploopt met de betalingen die nodig zijn voor de realisatie van de bouw.
Zodra de nieuwe zwemvoorziening is geopend, kan het huidige Statenbad worden gesloopt en komt het gebied voor woningbouw beschikbaar. Er wordt gestuurd op een opbrengst van tenminste € 2.500.000 uit dit woningbouwproject binnen de huidige woningbouwkaders. 5. Om een lening voor de realisatie van de zwemvoorziening te verkrijgen heeft SBZO een gemeentegarantie nodig. De stichting heeft zelf geen vermogen om de bouw van de nieuwe zwemvoorziening te betalen. Dit betekent dat zij een lening aan moeten gaan voor het resterende bedrag van € 2,8 miljoen. SBZO heeft gevraagd of de gemeente een gemeentegarantie wil verlenen als achtervang voor de lening. De nota financiële sturing geeft de toetsingskaders aan waar binnen een gemeentegarantie kan worden afgegeven. In de bijlage 3 is deze getoetst. De garantstelling voor de lening wordt pas aangegaan als uit de nadere uitwerking en prijsvorming blijkt dat binnen de afgesproken financiële kaders gebleven wordt. 6. In de concessieovereenkomst worden afspraken vastgelegd over de exploitatie en het beheer van de zwemvoorziening. SBZO is zelf verantwoordelijk voor tekorten in haar exploitatie. In de concessieovereenkomst (zie bijlage 4) worden afspraken vastgelegd over de hoogte van de gemeentelijke bijdrage van € 225.000 (prijspeil 2023) met een jaarlijkse cpiindexatie voor de exploitatie en beheer en onderhoud voor een looptijd van 10 jaar.
Ook zijn de bijbehorende voorwaarden hierin vastgelegd. 7. De erfpachtovereenkomst regelt de wijze waarop SBZO de grond kan gebruiken. In deze overeenkomst (zie bijlage 6) wordt het gebied vastgelegd waarvoor SBZO een erfpachtcanon moet gaan betalen. Deze jaarlijkse canon komt overeen met de financiële kaders zoals deze door u zijn vastgelegd voor de grondprijs voor maatschappelijke bestemmingen in de grondexploitatie voor Tappersheul III. Verder is de afspraak gemaakt dat de gemeente aan het eind van de looptijd de opstallen in eigendom krijgt en dus volledig de beschikking krijgt over het terrein. De beroepstermijn van het bestemmingsplan loopt tot 15 februari. Tot dat moment zal er nog onzekerheid zijn of het plan daadwerkelijk planologisch gezien gerealiseerd kan worden. 8. In het afsprakenkader staat de onderlinge samenhang tussen de erfpachtovereenkomst, uitvoeringsovereenkomst en concessieovereenkomst. Iedere overeenkomst heeft een specifiek doel. Het afsprakenkader (zie bijlage 7) legt de verbindingen tussen de overeenkomsten en hierin zijn de bedoelingen van beide partijen nader weergegeven. 9.1 Exploitatie en beheer van zwembaden betreft een DAEB-activiteit (Dienst van Algemeen Economisch Belang).
De lidstaten, waaronder lokale en regionale overheden zoals de gemeente, beschikken over een ruime beoordelingsmarge bij het bepalen of een dienst kan worden aangemerkt als DAEB (zie de Mededeling van de Europese Commissie betreffende de toepassing van staatssteunregels op de voor verrichten van diensten van algemeen economisch belang verleende compensatie, 11 januari 2012, Pb. 2012, C 8/4, overweging 46 en het Besluit van de Europese Commissie (Vrijstellingsbesluit) van 20 december 2011, 2012/21/EU, overweging 8). Zoals in de 'inleiding' overwogen zijn DAEB diensten die van algemeen belang kunnen worden geacht, maar die door de markt niet op de door de overheid gewenste wijze worden aangeboden, met name omdat ze niet rendabel zijn. Aan deze dienstverlening kunnen dan ook bepaalde vereisten worden gesteld om het publieke belang te waarborgen. Kort gezegd moet het bij DAEB gaan om aanvullingen op de markt. Bij de exploitatie en het beheer van de zwemvoorziening gaat het om een aanvulling op de markt. De diensten die door de zwemvoorziening worden aangeboden zijn in het algemeen belang, en zonder overheidssteun is kostendekkende exploitatie hiervan niet goed mogelijk. Om die reden kan het beheer en de exploitatie van de zwemvoorziening worden aangemerkt als DAEB. Ook het huidige Statenbad voldoet aan de criteria die worden gesteld aan de DAEB activiteiten.
9.2 Aanwijsbesluit noodzakelijk om de met SBZO afgesproken financiële compensatie te laten voldoen aan staatssteunregels. Omdat de exploitatie en het beheer van de zwemvoorziening kan worden aangemerkt als DAEB is het Vrijstellingsbesluit van toepassing op grond waarvan aan de onderneming aan wie de DAEB is opgedragen een financiële compensatie kan worden geboden. Zonder die financiële compensatie is een kostendekkende exploitatie immers niet mogelijk. Ten aanzien van het beheer en exploitatie van de zwemvoorziening geldt dat in de overeenkomsten een jaarlijkse gemeentelijke bijdrage is opgenomen. Deze bijdrage is niet hoger dan hetgeen nodig is ter dekking van de aan de DAEBverplichtingen gebonden kosten, met inbegrip van een redelijke winst, en voldoet ruimschoots aan de maximumbedragen die op grond van de Europese vrijstellingsregelingen kunnen worden verstrekt. Noodzakelijke bijkomende voorwaarde is echter nog wel dat er een openbaar besluit wordt genomen waarin de lidstaat, in dit geval de gemeente Oudewater als lokale overheid, de activiteit die het betreft aanwijst als DAEB en daarbij tevens aangeeft de onderneming die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de activiteit. Zonder dit aanwijsbesluit voldoen de steunmaatregelen niet aan de regels op het gebied van staatssteun.
Met betrekking tot de overige voorwaarden voor geoorloofde staatssteun op basis van het Vrijstellingsbesluit zullen, voor zover nog niet geborgd in de met SBZO gesloten overeenkomsten, aanvullende afspraken worden gemaakt tussen SBZO en de gemeente, teneinde te verzekeren dat de uitvoering van de DAEB volledig binnen de kaders van het Vrijstellingsbesluit plaats vindt.
11. Verhoging van de exploitatiebijdrage nodig. In de meerjarenbegroting is nu de jaarlijkse bijdrage aan SBZO opgenomen, van € 213.000 (prijspeil 2022, ongeveer € 215.000,- op prijspeil 2023). Deze subsidie wordt voor het nieuwe zwembad verhoogd naar € 225.000,- (prijspeil 2023). De jaarlijkse subsidie wordt dus verhoogd met € 10.000,Rekening houdend met alle gemeentelijke bijdragen en kosten waaronder de geraamde kapitaallasten voor het parkeerterrein, is een structurele hogere bijdrage van € 23.500,- nodig vanuit de gemeentelijke begroting. Dit zou -zonder bezuinigingen elders- tot een eventuele OZB-verhoging kunnen leiden van 1% om het begrotingsbeeld niet verder te verslechteren. 12. Er worden kosten gemaakt voor ambtelijke begeleiding. De kosten die wij als gemeente maken voor ambtelijke begeleiding van dit project bedragen naar verwachting ongeveer € 50.000,-. Op basis van de verslaggevingsregels mogen deze kosten niet geactiveerd worden en moeten dus direct als kosten verantwoord worden in 2022. Naar verwachting is vanuit budgetoverhevelingen van 2021 naar 2022 voldoende ruimte ter dekking. Een definitief voorstel hiervoor ontvangt u bij de budgetoverhevelingen danwel de voorjaarsrapportage. Vooralsnog wordt dit bedrag in mindering gebracht op het begrotingssaldo.
Kanttekeningen 2.1 De bouwkosten kunnen hoger uitvallen Sinds SBZO haar plan heeft ingediend zijn de bouwkosten gestegen. Hierop is een correctie doorgevoerd. Echter het is mogelijk dat de bouwkosten toch hoger uitvallen. Dit zou betekenen dat SBZO een keuze moet maken om haar plan soberder uit te voeren indien dit mogelijk is of dat zij een andere financiering moet organiseren. 2.2. De uiteindelijke exploitatielasten kunnen hoger uitvallen De zwemvoorziening is nog niet gerealiseerd. SBZO heeft al enige jaren ervaring met de exploitatie van het Statenbad. Met het nieuwe bad zal ervaring moeten worden opgedaan of de kosten voor onderhoud en beheer van de voorziening daadwerkelijk overeenstemmen met de ramingen. De architect van SBZO is echter zeer ervaren met het ontwerpen van zwembaden. Hierdoor mag van de architect verwacht worden dat het gebouw zo ontworpen is dat er geen onverwachte kosten voor het beheer en onderhoud ontstaan. Ook zal duidelijk moeten worden of er op korte en langere tijd er voldoende inwoners uit Oudewater zijn die zich vrijwillig inzitten voor de zwemvoorziening. 5. De gemeente loopt een risico om op enig moment de betaling voor de lening op te moeten overnemen. Op het moment dat SBZO niet meer aan haar verplichtingen die in de contracten zijn geregeld zou kunnen voldoen zal de financier een beroep doen op de gemeentegarantie.
Dit betekent dat de gemeente Oudewater voor de dan resterende looptijd vast zit aan een lening. In de overeenkomsten is wel geregeld dat als dit moment zich voor doet de gemeente eigenaar wordt van de zwemvoorziening. De gemeente Oudewater heeft dan een zwemvoorziening waarna zij de keuze heeft om een andere exploitant te vinden of de gebouwen niet meer in gebruik te nemen. Het financieringsplan van de lening is zodanig opgesteld dat er voldoende financiële middelen zijn voor SBZO om regulier- en grootonderhoud te verrichten. Echter dit onderhoud is niet meer voorzien aan het eind van de looptijd. Dit betekent dat de gemeente Oudewater voor het eind van de looptijd voor een gelijkwaardige keuze komt te staan als de keuze die nu voorligt ten aanzien van het Statenbad. 6. Herziening van afspraken kan na 5 en 10 jaar In de overeenkomst is afgesproken dat na een looptijd van 5 jaar er gezamenlijk gekeken kan worden of de indexatie aansluit bij de kosten en opbrengstenontwikkelingen. Dit zou op dat moment kunnen betekenen dat er een hogere of lagere bijdrage nodig is. Tegelijkertijd kan SBZO ook worden uitgedaagd om juiste haar opbrengsten ten opzichte van de kosten te verhogen zodat de bijdrage niet zou hoeven mee te stijgen zoals dit nu geraamd is. Na 10 jaar kan de overeenkomst, met goedkeuring van beide partijen worden herzien.
De gemeente heeft met deze 10 jaar wel veel meer zekerheid dan op dit moment in het Statenbad waar de overeenkomst iedere keer 1 of 2 jaren wordt verlengd. 7. Opbrengsten uit Statenland zijn nog niet zeker De gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op de verwachte opbrengsten van Statenland. Zolang dit gebied nog niet daadwerkelijk kan worden gerealiseerd omdat er onder andere planologische procedures nodig zijn, is er geen zekerheid dat deze inkomsten daadwerkelijk komen.
Financiën Uitgangspunt is dat de gemeente een éénmalige bijdrage doet van in totaal 2.500.000,-. De verwachte opbrengsten vanuit Statenland zullen een aantal jaren later volgen, dit uitgaande van de aanname dat op Statenland woningbouw mogelijk zal zijn. Dit betekent ook een tijdelijke rentelast. Hierdoor ontstaat tijdelijk een tekort in de Algemene Reserve.
De Algemene Reserve wordt na het verstrekken van de subsidies € 2,5 miljoen lager en wordt tijdelijk negatief. De provinciale toezichthouder zal dan vragen om een herstelplan van de Algemene Reserve. Ook het weerstandsvermogen verslechtert dus (tijdelijk) met dit bedrag. Met de opbrengsten vanuit Statenland wordt de Algemene Reserve over enkele jaren weer aangevuld met € 2,5 miljoen. In de tussenliggende periode is sprake van een negatieve Algemene Reserve. Daarnaast is er op Tappersheul III ook nog een aanleg van het parkeerterrein nodig, dat tegelijkertijd ook dienst gaat doen voor de beoogde skeelerbaan en een ter plaatse beoogde toekomstige sporthal. De kosten voor de aanleg van het parkeerterrein zullen voor een deel (ophoging e.d) uit de GREX Tappersheul III worden betaald. Voor het woonrijp maken van het parkeerterrein is een krediet nodig van € 240.000,-. Hiervoor zal een apart krediet worden aangevraagd. Komende periode zal naar verwachting blijvende ambtelijke begeleiding nodig zijn voor het project. De verwachting is dat de kosten hiervoor € 50.000 bedragen. Dit komt in eerste instantie ten laste van het begrotingssaldo 2022. Bij de budgetoverhevelingen 2021-2022 of de voorjaarsrapportage verwachten wij u aan te geven waar wij de dekking voor deze kosten vinden.
Uitgangspunt is dat vanaf 2023 een gemeentelijke bijdrage voor de exploitatie van € 225.000,- met een cpi-indexatie nodig is. In de huidige begroting is een lager bedrag opgenomen (€ 213.000, prijspeil 2022). Rekening houdend met alle kapitaalslasten ,waaronder de gemeentelijke bijdrages en de geraamde kosten voor het parkeerterrein en de opbrengsten uit Statenland, betekent dat er een structurele hogere bijdrage van € 23.500,- nodig zal zijn vanuit de gemeentelijke begroting voor het zwembad. Door het verstrekken van de garantiestelling loopt de gemeente Oudewater het risico dat de geldverstrekker de gemeente Oudewater aanspreekt als SBZO niet aan zijn (financiële) verplichtingen voldoet. Dit risico wordt meegenomen in de gemeentelijke risicoanalyse, deze wordt opgenomen in de paragraafweerstandsvermogen van de begroting en de jaarrekening. Conform de gehanteerde systematiek bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit 10% van de hoofdsom van € 2,8 mln. De benodigde weerstandscapaciteit wordt dus verhoogd met € 280.000. Met een te verstrekken subsidie van €2,5 miljoen stijgt de schuldquote met ongeveer 10%. De solvabiliteit neemt met ca 5% af door een forse daling in het EV tot het moment dat er opbrengsten van Statenland tegenover komen te staan. Op dit moment beweegt de vermogenspositie rond de nullijn, deze subsidie verslechtert de positie nog verder.
Na het realiseren van de verkopen van het Statenland herstelt de financiële positie zich weer naar het huidige niveau.
Uitvoering - Na instemming zal het gebied van de nieuwe zwemvoorziening zo spoedig mogelijk geschikt worden gemaakt om te kunnen bouwen - Na een positief besluit zal ook verder gewerkt worden aan de planvorming voor Statenland, waarbij een voorstel zal komen een grondexploitatie voor het gebied te gaan vaststellen.
Communicatie
Samenhang met eerdere besluitvorming 1. Intentieovereenkomst 2. Bestemmingsplan Tappersheul III
Bijlagen 1. Plan SBZO d.d. 3 december 2019 (D/22/049894) 2. Beoordeling plan SBZO d.d. 20-11-2021 (D/22/049896) 3. Toetsing ivm garantstelling SBZO (D/22/049897) 4. Concessieovereenkomst ten behoeve van de exploitatie en het onderhoud van het Zwembad te Oudewater (D/22/049893) met bijlagen 1. Meerjarenexploitatieraming (D/22/049944) (GEHEIM) en bijlage 2. opzet beheer en
onderhoudsplan (D/22/049943) 5. Uitvoeringsovereenkomst ten behoeve van de exploitatie en het onderhoud van het Zwembad te Oudewater (D/22/049891) met bijlage 1 Bedrijfsplan SBZO (D22/04941) (GEHEIM), bijlage 2 Planuitwerking en bouwkostenraming (D/22/04940) (GEHEIM) en bijlage 3 Kruisjeslijst (D/22/049945) 6. Erfpachtovereenkomst ten behoeve van de exploitatie en het onderhoud van het Zwembad te Oudewater (D/22/049892) met bijlage 1 Situatietekening behorend bij de overeenkomst recht van erfpacht (D/22/049939) 7. Afsprakenkader ten behoeve van de exploitatie en het onderhoud van het Zwembad te Oudewater (D/22/049893) 8. Raadsbesluit (D/22/49900)