rv Uitgangspuntennotitie programma Gemeentelijk Water & Klimaatbestendig 2025-2029 (146969).pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Opsteller Mehciz, Koen Vergadering van 27 augustus 2024 Kenmerk Z/24/070277 / D/24/146969 Portefeuillehouder Bas Lont Portefeuille Afval en riolering Onderwerp Uitgangspuntennotitie programma Gemeentelijk Water & Klimaatbestendig 2025 - 2029
Inleiding In dit raadsvoorstel nemen we u mee in de uitgangspunten voor het programma gemeentelijk water en klimaatbestendig 2025 – 2029. Hiermee geven we invulling aan de gemeentelijke watertaken - afvalwater, hemelwater en grondwater - en klimaatadaptatie. Onder de Omgevingswet verandert de vorm en functie van het huidige Gemeentelijk Waterbeleidsplan 2020 – 2024 (GWP) tot een Programma Water en Riolering. Het college van B&W is volgens de Omgevingswet bevoegd om dit nietverplichte programma vast te stellen. De gemeente is vrij om het Programma Water en Riolering uit te breiden met klimaatadaptatie. Daarom is ons voorstel om de overlappende inhoud van het GWP en het Actieplan Klimaatbestendig (AKB) samen te voegen tot een programma gemeentelijk water en klimaatbestendig 2025 - 2029. Dit programma vormt ook de basis voor de water- en rioolheffing. De financiële uitgangspunten krijgen een plek in de programmabegroting 2025-2028 die de gemeenteraad vaststelt. Programma’s onder de Omgevingswet zijn een praktische uitwerking van de Omgevingsvisie. Toen we aan de slag gingen met dit programma werd duidelijk dat sommige kaders ontbreken in de Omgevingsvisie.
Daarom vraagt het college de gemeenteraad om te besluiten over een aanpassing van de visie op bovenstaande onderwerpen (zie bijlage 1, Aanvullingen Omgevingsvisie, Joinnummer: D/24/154538) die we bij de volgende herziening kunnen toevoegen. Een aantal beleidsafspraken uit het programma zullen ook landen in het Omgevingsplan, omdat deze ook bindend zijn voor inwoners, bedrijven en ontwikkelaars. De gemeenteraad stelt uiteindelijk het Omgevingsplan vast. Het beleid is nog actueel. Wel zijn er op een aantal punten verbeteringen nodig om het betaalbaar te houden. Deze punten worden onder argumenten verder uitgewerkt. Daarnaast zorgen we met de samenvoeging van GWP en AKB voor één integraal programma. Als de gemeenteraad de uitgangspunten voor het programma Gemeentelijk Water en Klimaatbestendig vaststelt dan kan het college deze verder uitwerken tot een programma dat we eind 2024 kunnen vaststellen.
De raad besluit 1. Om voorgestelde aanpassingen van de Omgevingsvisie (als input voor de herziening) over de gemeentelijke watertaken en klimaatadaptatie vast te stellen.
2. Om de overlappende inhoud van het Gemeentelijk Waterbeleidsplan 2020 – 2024 (GWP) en het Actieplan Klimaatbestendig (AKB) samen te voegen tot een programma Gemeentelijk Water en Klimaatbestendig 2025 2029 (GWK). 3. Om de strategie 'rioolrenovatie, tenzij...' als uitgangspunt voor het programma Gemeentelijk Water en Klimaatbestendig vast te stellen. 4. Om een stijging van de water en rioolheffing van 5% excl. inflatie per jaar in 2025-2029 en 3% in 2030 als uitgangspunt voor het programma Gemeentelijk Water en Klimaatbestendig vast te stellen.
De bevoegdheid van de raad komt voort uit de volgende wet- en/of regelgeving De raad is bevoegd om over dit voorstel een besluit te nemen op grond van artikel 3.1, Omgevingswet en artikel 189, Gemeentewet.
Beoogd effect Een gezonde, veilige en klimaatbestendige leefomgeving door goed functionerend rioolstelsels, goede afwatering en klimaatbestendige maatregelen te nemen.
Argumenten 1.1 Aanpassing Omgevingsvisie In de vastgestelde Omgevingsvisie is geen kader of ambities opgenomen voor de gemeentelijke watertaak afvalwater. Ook voor klimaatadaptatie en bodemdaling in bebouwd gebied is het kader beperkt of ontbreekt. Met de voorgestelde wijzigingen in bijlage 1 is er een volledig en duidelijk kader in de Omgevingsvisie voor dit programma. De aanpassingen kunnen bij de volgende herziening van de Omgevingsvisie worden toegevoegd. 2.1 Samenvoeging Gemeentelijk Waterbeleidsplan en Actieplan Klimaatbestendig. Onder de Omgevingswet verandert de vorm van het huidige Gemeentelijk Waterbeleidsplan 2020 – 2024 (GWP) tot een Programma Water en Riolering. Het college van B&W is volgens de Omgevingswet bevoegd om dit niet-verplichte programma vast te stellen. De gemeente is vrij om het Programma Water en Riolering uit te breiden met klimaatadaptatie. Er is veel inhoudelijke overlap tussen de huidige vigerende beleidsstukken. Het samenvoegen van het GWP en het AKB tot een integraal programma gemeentelijk water en klimaatbestendig versterkt de integraliteit zorgt ervoor dat alle beleidsambities, eisen en initiatieven terug te vinden zijn in een enkel beleidsprogramma.
3.1 Uitgangspunten programma ; rioolrenovatie, tenzij Gestegen kosten Sinds 2019 - toen het huidige GWP werd opgesteld - zijn er een aantal ontwikkelingen geweest die de totale kosten voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken en klimaatadaptatie verhogen. De onderstaande tabel geeft een overzicht van deze ontwikkelingen en het verschil in jaarlijkse kosten tussen 2019 en 2024 die worden toegerekend aan de water- en rioolheffing. Kostenpost Beheer Baggeren BTW Kapitaallasten Totaal
Uitleg Inflatie 2019 – 2024 in sector Grond-, weg-, en waterbouw van 35,4% (CSB, 2024) Besluit raad 2021: toerekening van 75% van de baggerkosten Extra BTW op baggerkosten, door toename onderhoudskosten en toerekening BTW op afschrijving (besluit raad 2021) Ondanks inflatie binnen sector lager door de strategie rioolrenovatie tenzij…
Verschil € 345.000 € €
125.000 292.000
€
-59.000
€
703.000
Tabel 1: overzicht met ontwikkelingen en bijhorende jaarlijkse kostenverschil tussen 2019 en 2024.
De inflatie in de grond, weg- en waterbouw is veel hoger dan de consumenteninflatie en bedraagt in 2024 35,4% t.o.v. 2019. Daarnaast heeft de raad in 2021 besloten om 75% van de baggerkosten en BTW op de afschrijving van water- en rioolinvesteringen te dekken uit de water- en rioolheffing. Bovendien zorgt de toename van de onderhoudskosten en BTW op de baggerkosten voor extra BTW. Het is mogelijk om de investeringen en daarmee de kapitaallasten te verlagen door het principe ‘rioolrenovatie tenzij…’ toe te passen. Het nettoresultaat is 703.000 extra kosten per jaar die we dekken uit de water- en rioolheffing. Strategie 'rioolrenovatie, tenzij…' De stijgende kosten en wijzigingen in financieel beleid vragen om nog eens kritisch naar de wijze van onderhoud en vervanging te kijken. Het onderhoud en vervangen van riolering is verreweg de grootste kostenpost die we dekken uit de water- en rioolheffing. We zijn al een aantal jaren bezig met risicogestuurd rioleringsbeheer waarin we zowel maatschappelijke risico’s en acceptabele kosten meenemen. Onderdeel hiervan is om de levensduur van riolering te verlengen door renovatie. Dit doen we in plaats van het vervangen van de riolering aan het einde van de technische levensduur. Met rioolrenovatie kan de bestaande rioolbuis weer 50 jaar vooruit. Het renoveren van bestaande rioolbuizen noemen we relinen.
Hierbij wordt er een kunststof laag in de binnenkant van de buis aangebracht. Het voordeel van relinen is dat de verharding en fundering kan blijven liggen. Relinen is daarom goedkoper dan rioolvervanging (ongeveer 50% ten opzichte van het vervangen van één rioolbuis). Om de investeringskosten voor rioolvervanging te verlagen willen we de strategie 'rioolrenovatie, tenzij…' toepassen. Er blijven namelijk situaties waarin rioolvervanging wel aan de orde zal zijn. De tenzij’s op de strategie zijn: • Een hemelwaterriool (hwa) of infiltratiedrain is nodig of gewenst ter voorkomen of vermindering van hemelwateroverlast, afvalwateroverlast, riooloverstorten of paalrot. In deze situatie is relinen vaak niet kosteneffectief. Het relinen van bestaande afvalwaterriolering (dwa), en aanleg van enkel hwa kost nagenoeg evenveel als het helemaal openbreken van de weg en aanleggen van zowel dwa als hwa. • De rioolbuis ligt onvoldoende recht in de bodem. Een groot deel van het bebouwde gebied van gemeente Oudewater bevindt zich op zettingsgevoelige of slappe bodem. Als gevolg van bodemdaling kan riolering onvoldoende recht in de bodem komen te liggen. Relinen is dan geen adequate maatregel om het rioleringsstelsel in stand te houden. Deze situatie kan, bijvoorbeeld, voorkomen op de zettingsgevoelige bodem in Klein Hekendorp.
De strategie 'rioolrenovatie, tenzij..' betekent ook een nadruk op bovengrondse maatregelen om doelstellingen voor klimaatadaptatie te behalen. De programmering van rioleringsbeheer is niet alleen gebaseerd op de technische staat van het rioolstelsel, maar ook op de beleidsambities voor klimaatbestendigheid en projecten van andere beheerdisciplines. Wat willen we bereiken in met renovatie-, vervanging en herinrichtingsprojecten? De aankomende 5 tot 10 jaar staan er drie grote projecten op de planning voor rioolvervanging en/of renovatie en het realiseren van een klimaatbestendige inrichting van de bovengrond. Deze zijn nodig om een goed functionerend rioolstelsel in stand te houden en deze wijken klimaatbestendig in te richting voor 2050. We hebben hierin de strategie ‘rioolrenovatie, tenzij…’ toegepast. Revitalisatie Tappersheul In bedrijventerrein Tappersheul zijn wateroverlastknelpunten en is sprake van hittestress. Om het bedrijventerrein klimaatbestendig in te richten is een integrale oplossing nodig waarbij ook het private terrein een rol krijgt. Het bedrijventerrein heeft al hemelwaterriolering. Daarom zoeken we vooral naar bovengrondse maatregelen. Het bedrijventerrein ligt wel in zettingsgevoelig gebied. Het grootste deel van het stelsel ligt echter voldoende
recht in de bodem. Om een robuust rioolstelsel in stand te houden is slechts vervanging van enkele stukken rioolbuis nodig. Om het bestaande stelsel ook langer in stand te houden kunnen we relining toepassen. Masterplan Binnenstad Oudewater In de Binnenstad is sprake van hemelwateroverlast en hittestress. Bij de reconstructie van de Lange Burchwal is een groot wateroverlastknelpunt aangepakt. Om het rioolstelsel, en daarmee ook de Lange Burchwal, verder te ontlasten dienen we de rest van de binnenstad ook af te koppelen. In de oude binnenstad ligt een gemengd rioolstelsel (afvalwater en hemelwater bij elkaar in één buis) op stevige ondergrond. Bovendien is rioolvervanging in de oude binnenstad complex en duur. Daarom zoeken we vooral naar bovengrondse oplossingen voor afkoppelen en wateroverlastknelpunten. Klein Hekendorp Klein Hekendorp heeft deels een gemengd stelsel dat de aankomende 10 jaar aan vervanging toe is. Daarnaast zijn in Klein Hekendorp wateroverlastknelpunten die we kunnen voorkomen of fors verminderen door de aanleg van een hemelwaterriool op locaties waar deze nog ontbreekt. Verder ligt de riolering in Klein Hekendorp op meerdere plaatsen onvoldoende recht in de bodem door de zettingsgevoeligheid van de bodem. Daarom zal voor het grootste deel van deze wijk rioolvervanging nodig zijn.
De voorbereidingen starten halverwege deze planperiode en de uitvoering kan starten aan het einde van de planperiode, o.a. vanwege spreiding van werkzaamheden en personele capaciteit. Op dit moment blijft de riolering nog functioneren doordat we een aantal keer per jaar de riolering schoonspuiten. Het is daarom niet wenselijk om de rioolvervanging uit te stellen. 4.1 Uitgangspunten programma ; Stijging water en rioolheffing Om de kostenstijging van € 703.000 per jaar te dekken, is het nodig om de water en rioolheffing te laten stijgen. We hebben drie scenario’s (excl. Inflatie) berekend met een verschillend tempo waarmee de heffing stijgt om kostendekkend te zijn voor de aankomende 60 jaar: 1. 10%: een stijging van 10% excl. inflatie voor 2025 en 2026 gevolgd door een meer gematigde stijging van 8% in 2027. 2. 5%: een stijging van 5% excl. Inflatie per jaar voor de periode van 2025 – 2029 gevolgd door een stijging van 3% in 2030. 3. 1%: een geleidelijke stijging van de water en rioolheffing met 1% excl. Inflatie per jaar voor de periode 2025 – 2063. De drie scenario’s hebben we in de volgende grafiek gezet. Hierin wordt zichtbaar dat de uiteindelijke hoogte van de rioolheffing (excl. Inflatie) bij scenario 1 (€499) veel lager wordt dan bij scenario 3 (€557). De heffing bij scenario 2 komt iets hoger uit dan van scenario 1 op €505.
Afbeelding 2: Overzicht scenario’s voor stijging van de water en rioolheffing over de aankomende 60 jaar. Wij stellen de gemeenteraad voor om voor scenario 2 te kiezen. Hiermee spreiden we de stijging van de water en rioolheffing over 6 jaar en blijft de hoogte van de heffing op de lange termijn beperkt. Op de lange termijn zal de water en rioolheffing lager uitvallen dan als wordt gekozen voor een meer geleidelijke stijging van 1% per jaar voor de komende 30 jaar. Daarnaast betekent dit scenario ook een minder significante stijging van de water en rioolheffing op de korte termijn. Afbeelding 3 geeft een beeld van hoe de baten van de water en rioolheffing zich verhouden tot de lasten voor de aankomende 60 jaar onder scenario 2. Afbeelding 4 laat zien wat de omvang is van de voorziening riolering gedurende de komende 60 jaar. De voorziening zal komende 15 jaar eerst verdubbelen onder scenario 2. Daarna zal de voorziening steeds kleiner worden omdat er dan weer een golf aan rioolvervanging aankomt.
Afbeelding 3: Overzicht van de laten en baten vanuit water en rioolheffing (scenario 2) over de aankomende 60 jaar.
Afbeelding 4: Overzicht van de omvang van de voorziening riolering (scenario 2) voor de aankomende 60 jaar.
Kanttekeningen Als we de strategie 'rioolrenovatie, tenzij...' niet toepassen en alle riolering die daaraan toe is vervangen dan betekent dit extra investeringskosten van 5 á 10 miljoen voor de volgende 10 jaar. Dit komt doordat rioolvervanging een aantal keer duurder is dan rioolrenovatie.
Financiën Financieel overzicht De kostenstijging van € 703.000 per jaar hebben we doorgerekend. De onderstaande tabel geeft een overzicht de kosten
voor de gemeentelijke watertaken en klimaatbestendig voor de periode 2025 – 2029. Voor de water en rioolheffing laten we de bedragen voor scenario 2 zien. De oorzaak van de lichte stijging van de BTW is een stijging van BTW op de afschrijving van de investeringen.
Tabel 2: overzicht van de kosten, baten en ontwikkeling voorziening riolering. De onderstaande afbeelding geeft gedetailleerder weer hoe de totale kosten zijn verdeeld over de verschillende onderdelen van het rioolstelsel en de maatregelen voor klimaatadaptatie zoals inwonerscommunicatie en subsidie voor groene daken en afkoppelen. De linker cirkel geeft onderlinge kostenverdeling tussen BTW, baggeren, kapitaallasten en beheer weer. De rechter cirkel laat zien hoe 51% van beheer weer is opgebouwd uit zes kostenposten.
Afbeelding 1: overzicht van de kostenverdeling van de gemeentelijke watertaken tot en met 2029.
Uitvoering Het besluit van de gemeenteraad zullen we verder uitwerken tot een programma Gemeentelijk water en Klimaatbestendig 2025 – 2029. Zodra het college het programma heeft vastgesteld sturen we dit naar de gemeenteraad ter informatie. Ook zullen we de water en rioolheffing verwerken in de programmabegroting 2025 – 2028.
Communicatie Het inrichten van de openbare ruimte is één onderdeel van het klimaatbestendig maken van de gemeente. Een groot deel van de ruimte is privaat terrein. Dat betekent dat we samen moeten werken met bewoners en bedrijven. Dit doen we door in te zetten op drie pijlers: kennis, gedrag en houding. Door verschillende acties zoals de krachtportretten in de IJsselbode, het beschikbaar maken van de website www.klimaatklaar.nl en het verstrekken van subsidie voor de aanleg van groene daken/afkoppelen, enthousiasmeren we inwoners en laten we zien dat je met kleine stappen al verschil maakt. Dit wordt integraal onderdeel van het programma. Als het programma is vastgesteld dan zullen we de gemeenteraad en onze inwoners hiervan op de hoogte stellen. Ook houden we de raad op de hoogte van de uitgevoerde acties.
Samenhang met eerdere besluitvorming 1. Het Gemeentelijk Waterbeleidsplan 2020 - 2024 (corsanummer 19.011374)
2. Beleid klimaatbestendig Oudewater 2050 (geregistreerd als JOIN document d/21/004394)
Bijlagen 1. Aanvullingen Omgevingsvisie (geregistreerd als JOIN document: D/24/154538) 2.Raadsbesluit (geregistreerd als JOIN document: D/24/153325)