RV Nota bodembeheer 2022 Oudewater (068292).pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Opsteller Kouwenberg, Katrien Vergadering van 13 september 2022 Kenmerk Z/22/049496 / D/22/068292 Portefeuillehouder Bas Lont Portefeuille Milieu/ODRU Onderwerp Nota bodembeheer 2022 Oudewater
Inleiding Bij graafwerkzaamheden en bij het baggeren van watergangen komt grond en/of baggerspecie vrij. Op het toepassen van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing en vanaf 1 januari 2023 de Omgevingswet. De oude nota bodembeheer die in 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld, is met de voorliggende “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” geactualiseerd en aangepast op basis van de laatste inzichten over risico’s voor lood bij jonge kinderen. Aanleiding voor het opstellen van een nieuwe nota bodembeheer is het verlopen van de geldigheidstermijn van de huidige bodemkwaliteitskaart en de wens van de gemeente om de hergebruiksmogelijkheden van gebiedseigen grond te vergroten op een duurzame en milieuverantwoorde wijze. Uitgangspunt van het beleid is: “streng waar het moet en soepel waar het kan”. Doordat voor sommige toepassingen lokale regels gaan gelden in plaats van landelijke, kan beter worden aangesloten op de maatschappelijke opgaven en ambities van de gemeente op het gebied van bouwen, duurzaamheid en circulaire economie. Als het beleid voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verwacht wordt 1-1-2023) vastgesteld is door uw raad, belandt het beleid, via overgangsrecht, automatisch in het tijdelijke deel van het omgevingsplan.
Dit heeft als voordeel dat de gemeente tot 1-1-2030 de tijd heeft om de beleidsregels uit te werken in het Omgevingsplan en te integreren in de overige beleidsregels t.a.v. bodem. De vernieuwde en geactualiseerde bodemkwaliteitskaarten voor PFAS en de standaardstoffen en de bodemfunctiekaart horen bij de voorliggende nota en zijn de beleids- en uitvoeringstools voor een duurzaam bodembeheer.
De raad besluit 1. De “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” met de bijbehorende bodemkwaliteitskaarten voor PFAS en standaardstoffen en de bodemfunctiekaart vast te stellen; 2. De bevoegdheid tot het nemen van besluiten met een uitvoerend karakter zoals opgenomen in hoofdstuk 11 van de “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” aan het college te delegeren. Het betreft de volgende onderwerpen: a. Wijzigen bodemfunctiekaart; b. Verlengen geldigheid bodemkwaliteitskaarten; c. Accepteren bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten; d. Uitbreiden “bodembeheergebied ODRU” met het grondgebied van een buur- of regiogemeente. 3. De bestaande “Nota bodembeheer regio Noordwest Utrecht” uit 2014 in te trekken op de dag van inwerkingtreding van de “Nota bodembeheer werkgebied ODRU”.
De bevoegdheid van de raad komt voort uit de volgende wet- en/of regelgeving Het vaststellen van gebiedsspecifiek grondstromenbeleid is een bevoegdheid van de gemeenteraad: - Besluit bodemkwaliteit, art. 44, lid 1 - Gemeentewet, art. 147.
Beoogd effect Het vergroten van de hergebruiksmogelijkheden van grond door het hergebruik van gebiedseigen rond te stimuleren en te faciliteren op een duurzame en milieuverantwoorde wijze.
Argumenten 1.1 Eenduidige regels voor het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie binnen het hele werkgebied van de ODRU Het beleid regelt het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en baggerspecie. Het beleid heeft niet als doel om actief de bodemkwaliteit te verbeteren op plaatsen waar deze niet voldoet aan de gewenste bodemkwaliteit gelet op de functie. Het is geen saneringsbeleid. Grond die toegepast wordt, moet echter wel minimaal voldoen aan de toepassingseis die hoort bij een bepaalde bodemfunctie. De “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” bouwt voort op de principes uit de vorige nota bodembeheer, waarmee beoogd wordt tijd en geld te besparen bij het uitvoeren van werkzaamheden op of in de bodem en het bodembeheer duurzaam uit te kunnen uitvoeren. Met het vaststellen van de nota wordt het kader voor het grondverzet en hergebruik van grond binnen de gemeente Oudewater beleidsmatig verankerd. Na vaststelling van dit beleid in de gemeenteraden van de overige ODRU-gemeenten is er sprake van eenduidige regels voor het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie binnen het hele werkgebied van de ODRU. 1.2 Duurzaam en kostenefficiënt hergebruik van vrijkomende grond De Omgevingswet die naar verwachting in 2023 in werking treedt, richt zich ook op het duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van de bodem en de ondergrond.
Met deze nota bodembeheer wordt hierop ingespeeld. Door het stellen van regels vinden grondstromen soepeler en dus efficiënter hun weg. Dit levert bijkomstige voordelen op: o.a minder grondtransporten (winst voor het milieu en de verkeersveiligheid) en bijdragen aan de circulaire economie. Verder zullen de financiële lasten voor met name bedrijfsleven en overheid verminderen. 1.3 Gebiedsspecifiek beleid bevordert duurzaam hergebruik van grond De gemeente heeft, in deze nota en binnen de mogelijkheden van het Besluit bodemkwaliteit, gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Bij het gebiedsspecifieke beleid is een afweging gemaakt tussen enerzijds het beschermen van kwetsbare bodemfuncties, zoals kinderspeelplaatsen en (moes)tuinen en anderzijds het optimaliseren van de mogelijkheden om grond binnen de gemeente toe te kunnen toepassen of te kunnen hergebruiken. Voor sommige toepassingen of stoffen zijn er lokale maximale waarden ingesteld om meer gebiedseigen grond (in hetzelfde gebied) te kunnen hergebruiken.
De voordelen van gebiedsspecifiek beleid zijn: gebiedseigen grond die niet helemaal schoon is, maar wel aan de functie-eis voldoet, kan vaker hergebruikt worden; de aankoop van primaire grondstoffen (zoals zand uit zandwinputten) en secundaire grondstoffen (zoals grond van een grondbank) vermindert; transportkosten en –afstanden (en daarmee emissie) en verwerkingskosten worden verder teruggebracht; er wordt beter en sneller voorzien in grondbehoefte bij locatie-ontwikkelingen (vergroten aanbod van toepasbare grond en werk met werk maken). 1.4 Er zijn geen zienswijzen ingebracht Naar aanleiding van de ter inzagelegging zijn er geen zienswijzen ingebracht. 2.1 Door bevoegdheden bij beperkte aanpassingen van de nota of bij de nota behorende kaarten te delegeren, kan sneller worden gehandeld Het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid en eventuele toekomstige wijzigingen op dit beleid moeten, conform artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit, worden vastgesteld door de gemeenteraad. Om praktische redenen worden besluiten met een uitvoerend karakter gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Het betreft besluiten voor: Wijzigen van de bodemfunctiekaart;
Het tijdelijk verlengen van de geldigheid van de bodemkwaliteitskaarten, op voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in de “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” beschreven gebiedsspecifieke beleid; Het onder voorwaarden accepteren van bodemkwaliteitskaarten van gemeenten die gelegen zijn buiten het bodembeheergebied waar het beleid voor opgesteld is (bodembeheergebied ODRU); Uitbreiding bodembeheergebied ODRU met het grondgebied van buur- of regiogemeenten die buiten het “bodembeheergebied ODRU” gelegen zijn.
Kanttekeningen
Financiën Dit voorstel heeft voor de gemeente geen nadelige financiële gevolgen.
Uitvoering Na vaststelling van de nota wordt deze met de bijbehorende bodemkwaliteitskaarten voor PFAS en standaardstoffen en de bodemfunctiekaart met bijbehorende kaarten bekend gemaakt op Overheid.nl. De publicatie van de door uw Raad vastgestelde “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” wordt kenbaar gemaakt aan belanghebbenden en betrokkenen. Ook wordt de nota gepubliceerd op de website van de gemeente Oudewater, zodat eenieder die gebruik wil maken van de bodemkwaliteitskaarten daar ook gebruik van kan maken. Tevens wordt de nota bodembeheer bekend gemaakt in het gemeenteblad. De regels van het in de nota beschreven gebiedsspecifieke grondstromenbeleid (deel 1 van de nota) komen na vaststelling door de raad, automatisch, via het overgangsrecht in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan terecht. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven de bodemfunctiekaart en de bodemkwaliteitskaarten voor PFAS en de standaardstoffen geldig, via overgangsrecht. De kaarten worden maximaal 5 jaar na de bestuurlijke vaststelling geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie wordt vastgesteld of aanpassingen van (één van) de kaarten noodzakelijk is. Uw Raad delegeert de bestuurlijke vaststelling van de aanpassingen van de kaarten aan het college van burgemeester en wethouders, onder voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in deze nota geformuleerde gebiedsspecifieke beleid.
Communicatie Na vaststelling van het vernieuwde en geactualiseerde gemeentelijke grond- en baggerstromenbeleid start er een communicatietraject. De interne en externe doelgroepen worden actief benaderd en voorgelicht over het vastgestelde beleid en het gebruik van de bodemkwaliteitskaarten. Tevens zal er een populaire versie van de nota in begrijpelijke taal worden opgesteld en zetten we middelen in die de doelgroepen zelf kunnen raadplegen. De kaarten die bij deze nota bodembeheer horen zijn raadpleegbaar op het Geoportaal van de ODRU (www.odru.nl).De meldingen voor het toepassen van grond en baggerspecie worden behandeld door de ODRU. Na vaststelling van de voorliggende nota, zal bij het beoordelen of een gemelde toepassing is toegestaan, tevens getoetst worden of voldaan wordt aan de lokale regels uit deze nota. De nota wordt vastgesteld voor een periode van maximaal 10 jaar. Aan het einde van deze periode wordt de nota geëvalueerd. De “Nota bodembeheer werkgebied ODRU” heeft 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
Samenhang met eerdere besluitvorming
Bijlagen - Raadsbesluit Oudewater Nota bodembeheer werkgebied ODRU - D/22/068906 - Nota bodembeheer werkgebied ODRU - D/22/068906 - Oplegnotitie nota bodembeheer - D/22/069043