RV Financiele draagkracht huishoudelijke hulp.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Opsteller Wit, Emma de Vergadering van Kenmerk Z/21/034642 / D/21/046266 Portefeuillehouder Walther Kok Portefeuille Wmo, ouderenzorg, welzijn, Wulverhorst Onderwerp Financiële draagkracht huishoudelijke hulp
Inleiding Op 11 november 2021 heeft uw raad de motie Zelfredzaamheid WMO aangenomen (bijlage 1). Naar aanleiding van deze motie stellen wij u voor om de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oudewater 2020 te wijzigen en hiermee de volgende wijziging door te voeren: het invoeren van de beoordeling van de eigen financiële mogelijkheden bij de maatwerkvoorziening ‘hulp bij het huishouden'. Per 1 januari 2019 is het Wmo-abonnementstarief ingevoerd. Dit betekent dat een inkomensonafhankelijke eigen bijdrage van maximaal 19,- per maand wordt betaald als huishoudelijke hulp wordt toegekend. Sindsdien is het aantal aanvragen huishoudelijke hulp gestegen. Daarnaast zijn ook de kosten voor huishoudelijke hulp gestegen. In 2018 gaf de gemeente Oudewater 448.194 uit aan huishoudelijke hulp en 2021 is de prognose 685.150. Dit is een stijging van ongeveer 50% in drie jaar tijd. Volgens het rapport ’Monitor abonnementstarief Wmo 2021'[1] komt de stijging voornamelijk doordat midden- en hoge inkomensklassen een Wmo aanvraag doen. Het rijk wil gemeenten voor deze zogeheten aanzuigende werking niet afdoende compenseren, zo stelt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De VNG heeft gemeenten opgeroepen de grenzen van de wet op te zoeken (bijlage 2). Daarbij wordt ook geadviseerd om het inkomen mee te wegen bij een aanvraag voor huishoudelijke hulp.
Verschillende gemeenten hebben dit al ingevoerd, zoals Krimpen aan den IJssel en Leusden. Afgelopen zomer hebben deze gemeenten een brief van minister De Jonge ontvangen met het verzoek tot het wijzigen van het door de raad genomen besluit (bijlage 3). De gemeenten handelen volgens de minister namelijk in strijd met de Wmo 2015, omdat het inkomen niet mag worden meegewogen. De Wmo 2015 laat, bij de beoordeling of een inwoner van een gemeente in aanmerking komt voor hulp en ondersteuning op grond van deze wet, geen ruimte om de eigen financiële middelen van inwoners onder het begrip ‘eigen kracht’ te scharen. Het voeren van inkomensbeleid is en blijft een verantwoordelijkheid van het rijk, zo stelt De Jonge in zijn brief. Ondertussen laten de resultaten van de derde monitor van het abonnementstarief in de Wmo zien dat de kosten van het abonnementstarief verder zijn toegenomen. Minister de Jonge liet in het bestuurlijk overleg met de VNG weten dat er maatregelen nodig zijn nu de groei doorzet. De VNG heeft met VWS afgesproken om op korte termijn concrete voorstellen verder uit te werken voor de formatietafel. Het gaat dan vooral om aanvullende compensatie voor gemeenten, dit in afwachting van beleidsinhoudelijke maatregelen voor het abonnementstarief die gemeenten meer sturing geven bij de toegang.
Deze laatste vragen meer tijd, daarom is het van belang dat - in afwachting van maatregelen - gemeenten alsnog volledig worden gecompenseerd. Beide beslissingen moeten door het nieuwe kabinet worden genomen. In het nieuwe reageerakkoord staat dat het specifiek voor de huishoudelijke hulp een eerlijkere eigen bijdrage wil. In dit voorstel wordt uw raad voorgesteld om de “omstreden” maatregel van financiële zelfredzaamheid mee te wegen bij de maatwerkvoorziening ‘hulp bij het huishouden’. Voor niet AOW-gerechtigden wordt een inkomensgrens gehanteerd van 200% van het bruto wettelijk minimumloon en voor AOW-gerechtigden wordt een inkomensgrens van 150% van het bruto wettelijk minimumloon gehanteerd. De reden om twee inkomensgrenzen in te voeren is gelegen in het feit dat een niet AOW-gerechtigde aanzienlijk meer loonheffing op het inkomen dient af te dragen dan een AOW-gerechtigde en dus netto minder overhoudt. Indien een inwoner behoefte heeft aan ondersteuning en aanspraak wil maken op de maatwerkvoorziening ‘hulp bij het huishouden’ dient hij medewerking te verlenen aan het onderzoek dat daaraan voorafgaat. De onderzoekverplichting is opgenomen in artikel 2.3.2, eerste lid Wmo 2015. De gemeente mag de
financiële gegevens van een inwoner in het kader van de Wmo 2015 niet rechtstreeks bij de Belastingdienst opvragen omdat de gemeente daartoe niet wettelijk bevoegd is. Om die reden moeten de financiële gegevens bij de inwoner opgevraagd worden. De documenten (zoals een jaaropgave of een aanslag inkomstenbelasting) worden ingezien, maar worden niet gekopieerd en opgeslagen in de gemeentelijke administratie. Heeft de cliënt een hoger (gezins)inkomen dan 150% van het wettelijk minimumloon (AOW-gerechtigd) dan wel 200% van het wettelijk minimumloon (niet AOW-gerechtigd) dan is hij in principe financieel zelfredzaam. Hij kan dan financieel zelf in een oplossing voorzien en de aanvraag voor een maatwerkvoorziening ‘hulp bij het huishouden’ zal dan na afronding van het onderzoek kunnen worden afgewezen. Dit neemt niet weg dat elke individuele aanvraag zorgvuldig beoordeeld zal moeten worden. De uitkomst van het onderzoek kan anders zijn wanneer er bijvoorbeeld sprake is van beslag op het gezinsinkomen of hoge schulden. De eigen financiële mogelijkheden kunnen dan aanzienlijk beperkt zijn. Kortom, er dient in alle gevallen een volledig onderzoek plaats te vinden waarin rekening wordt gehouden met de individuele omstandigheden van de cliënt. Artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht eist een zorgvuldige voorbereiding van een besluit.
Een afwijzing puur op inkomen is daarom niet toegestaan. [1] Het ministerie van VWS en de VNG hebben advies- en onderzoeksbureau Significant Public in 2018 opdracht gegeven
om een opzet uit te werken voor de monitoring van de effecten van de invoering van het abonnementstarief en deze monitor elk jaar uit te voeren.
De raad besluit De raad besluit: I. Artikel 8 lid 2 onder a van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oudewater 2020 in te trekken en daarvoor in de plaats te stellen: Artikel 8.2 Een cliënt komt in aanmerking voor een (tijdelijke) maatwerkvoorziening: a. ter ondersteuning en bevordering van zijn zelfredzaamheid of participatie, voor zover hij dit naar het oordeel van het college nog niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk of hulp van informele organisaties dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan bewerkstelligen. Bij de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden worden bij de beoordeling van de eigen kracht en eigen mogelijkheden tevens de eigen financiële mogelijkheden (zelfredzaamheid) meegewogen. In dit geval wordt voor niet AOW-gerechtigden een inkomensgrens gehanteerd van 200% van het bruto wettelijk minimumloon en voor AOW-gerechtigden wordt een inkomensgrens gehanteerd van 150% van het bruto wettelijk minimumloon. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 4 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. II.
Deze wijziging in werking te laten treden op 1 april 2022.
De bevoegdheid van de raad komt voort uit de volgende wet- en/of regelgeving Artikel 147 lid 1 Gemeentewet.
Beoogd effect De beschikbaarheid van de huishoudelijke hulp aan onze inwoners te kunnen blijven borgen. Verder is het van belang dat de hulp terecht komt bij de inwoners die het echt nodig hebben.
Argumenten 1.1 De Wmo wordt onbetaalbaar Sinds de invoering van het Wmo-abonnementstarief zijn de kosten voor huishoudelijke hulp met 50% gestegen. Het kabinet compenseert de gemeente niet voldoende voor de extra kosten die zij maken sinds de invoering van het
abonnementstarief. De verwachting is dat met het invoeren van een inkomenstoets bij een aanvraag voor huishoudelijke hulp er vaker een aanvraag zal worden afgewezen. Dit zal leiden tot een daling van de uitgaven. Mogelijk leidt invoering van de inkomenstoets ook tot een verlaging van het aantal aanvragen. 1.2 De Wmo komt weer ten goede aan inwoners die echt nodig hebben De huidige Wmo 2015 heeft nadrukkelijk het karakter van een wet die bedoeld is om mensen te ondersteunen die niet zelfredzaam zijn. Het stadsteam komt regelmatig inwoners tegen die hun eigen huishoudelijke hulp hebben opgezegd, omdat het bij de gemeente goedkoper is. Als een inwoner voldoende inkomen heeft, kan hij of zij zelf huishoudelijk hulp regelen en betalen en is deze dus voldoende zelfredzaam. Het invoeren van het Wmo-abonnementstarief heeft als effect gehad dat ondersteuning ingezet wordt dat niet past bij de bedoeling van de wet. 1.3 Met het invoeren van deze maatregel wordt een sterk signaal afgegeven aan het (nieuwe) kabinet dat de grens bereikt is. De stijgende kosten voor huishoudelijke hulp zorgt er o.a. voor dat er tekorten ontstaan in het sociaal domein en middels de financiële heroriëntatie is er dan ook bezuinigd in het sociaal domein.
De kwetsbare inwoners kunnen hiervan de dupe worden, terwijl mensen met voldoende inkomen om de huishoudelijke hulp zelf te bekostigen via de gemeente een goedkope huishoudelijke hulp krijgen. Het invoeren van een inkomenstoets is een omstreden maatregel, maar het geeft wel een sterk signaal af dat de gemeente Oudewater hiervoor niet meer wil betalen. 1.4 Het voorstel is in lijn met de oproep en voorgestelde maatregelen van de VNG Dit voorstel is in lijn met de oproep en voorgestelde maatregelen van de VNG om meer recht te doen aan de financiële zelfredzaamheid van mensen. Daarmee zullen uiteindelijk minder aanvragen voor huishoudelijke hulp worden toegekend waardoor deze ondersteuning beschikbaar blijft voor mensen die dit hard nodig hebben.
Kanttekeningen 1.1 In strijd met de wet (artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015) Gemeenten die financiële mogelijkheden (zelfredzaamheid) betrekken bij het onderzoek naar de noodzaak van de voorziening worden teruggefloten door de minister. Volgens de minister en huidige jurisprudentie mogen gemeenten geen inkomenstoets invoeren voor huishoudelijke hulp. Dat is in strijd met de wet (artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015). De VNG stimuleert gemeenten echter om proefprocessen uit te lokken. De grenzen aan de Wmo zijn onduidelijk. Laat de rechter zich daarover maar buigen, vindt de VNG. 1.2 Groot risico dat het besluit ongegrond verklaard wordt Krimpen aan de IJssel gaat niet in op het verzoek van de minister om het besluit terug te draaien. Het niet ingaan op het verzoek van het ministerie kan tot gevolg hebben dat er een vernietigingsbesluit door de Kroon zal worden voorbereid. De gemeenten met “een inkomenstoets” hebben vervolgens de mogelijkheid om hier tegen in beroep te gaan bij de Raad van State. Als de Raad van State besluit dat een inkomenstoets niet mag, moet de gemeente Oudewater het besluit terug draaien. De kans is groot dat een rechter zal oordelen dat een wetswijziging nodig is om een financiële toets mogelijk te maken.
1.3 Risico op extra bezwaren Er bestaat het risico dat er extra bezwaren komen en dat bij een bezwaar/een proefproces de voorgestelde werkwijze als onacceptabel wordt gezien. Het betrekken van financiële zelfredzaamheid kan bij de rechter worden gezien als het invoeren van inkomenspolitiek en dit is inderdaad juridisch discutabel. 1.4 Afwachten tot landelijke wijzigingen abonnementstarief Uw raad kan er ook voor kiezen om af te wachten en de landelijke en regionale discussies over het abonnementstarief af te wachten. De VNG heeft nu met VWS afgesproken om op korte termijn concrete voorstellen verder uit te werken voor de formatietafel. In reageerakkoord staat het volgende: 'Het nieuwe kabinet wil voor specifiek de huishoudelijke hulp naar een eerlijkere eigen bijdrage met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid van lage- en middeninkomens'. De vraag is of er in 2022 al iets gaan veranderen, aangezien het nog niet concreet is en er naar alle waarschijnlijkheid een wetswijziging nodig zal zijn.
Financiën De prognose huishoudelijke hulp 2021 is € 685.150 (€ 675.150 ZIN en € 10.000 Pgb). De gemeente Oudewater beschikt niet over de inkomensgegevens van onze inwoners, maar naar schatting ligt bij 15-20% van de aanvragers voor
huishoudelijke hulp het inkomen boven de voorgestelde inkomensgrens[1]. Dit houdt in dat wanneer de inkomensgrens gehanteerd wordt, de kosten met eenzelfde percentage afnemen. Dit gebeurt echter geleidelijk (in ongeveer 5 jaar), doordat lopende indicaties niet direct worden aangepast maar pas na einddatum opnieuw worden beoordeeld en dan mogelijk niet worden toegekend. In ongeveer 5 jaar kan er een besparing gerealiseerd zijn van € 140.000. Of dit daadwerkelijk tot een bezuiniging gaat leiden, moet de komende jaren duidelijk worden doordat de vergrijzing toeneemt. Daarentegen kunnen er ook extra kosten ontstaan, doordat inwoners in bezwaar gaan. [1] Voor deze cijfers is gebruikt gemaakt van de eigen bijdrage / inkomensverdeling CAK Oudewater 2019. Aantal
inwoners naar inkomensklasse. We beschikken niet over meer recente cijfers.
Uitvoering Op 1 april 2022, indien uw raad positief heeft besloten, wordt de beoordeling van de eigen financiële mogelijkheden bij de maatwerkvoorziening ‘hulp bij het huishouden’ ingevoerd. Dit geeft de organisatie de tijd om iedereen goed te informeren. En het geeft ook het Stadsteam de mogelijkheid om zich goed voor te bereiden. Voor nieuwe aanvragers waaruit blijkt na onderzoek dat ze financieel draagkrachtig genoeg zijn, kan het Stadsteam afwijzen. Dit gaat gepaard met een zorgvuldig onderzoek en motivering. Lopende huishoudelijke hulp beschikkingen blijven bestaan, bij herindicaties zal de financiële draagkracht wel mee worden gewogen. Indien het om deze reden wordt afgewezen, wordt een overgangsperiode van twee maanden gehanteerd. De essentie van de overgangstermijn is om mensen te laten wennen aan de nieuwe situatie. Dit geeft de aanvrager de mogelijkheid om hulp bij het huishouden op een andere manier te organiseren. In uitzonderlijke gevallen waarbij het niet mogelijk is om een geschikte hulp te vinden zal de hulp vanuit de Wmo worden doorgezet. Tot slot zullen we de consequenties van deze beleidswijziging blijven monitoren en de landelijke ontwikkelingen blijven volgen. Indien nodig zal er gepaste acties genomen moeten worden.
Communicatie Indien uw raad akkoord gaat met het voorstel wordt er een persbericht verstuurd. Daarnaast wordt het ook gecommuniceerd op de website van het Stadsteam Oudewater
Samenhang met eerdere besluitvorming Motie "Zelfredzaamheid WMO" geregistreerd onder Join nummer: D/21/046292
Bijlagen 1. Motie "Zelfredzaamheid WMO" geregistreerd onder Join nummer: D/21/046292 2. VNG advies Maatregelen beheersing kosten abonnementstarief geregistreerd onder Join nummer: D/21/046287 3. Brief minister de Jonge: geregistreerd onder Join nummer: D/21/046290 4. Raadsbesluit "Wijziging artikel 8 lid 2 onder a van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oudewater 2020" geregistreerd onder Join nummer: D/21/046299 5. Advies participatie raad geregistreerd onder Join nummer: D/22/049219