rv Delegatie vaststelling Omgevingsplan in het kader van de Omgevingswet (115997).pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Opsteller Chaudron, Ton Vergadering van 22 augustus 2023 Kenmerk Z/23/061981 / D/23/115997 Portefeuillehouder Ivo ten Hagen Portefeuille Ruimtelijke ordening en Volkshuisvesting, inclusief implementatie Omgevingswet Onderwerp Delegatie vaststelling Omgevingsplan in het kader van de Omgevingswet
Inleiding Met de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt, wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De wet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De wet biedt een kader dat overheden op decentraal niveau meer afwegingsruimte geeft om de doelen voor de leefomgeving te bereiken. De raad kan ervoor kiezen om taken te delegeren naar het college. Dit betekent dat het college deze taken mag uitvoeren zonder besluit in de raad. De raad blijft uiteraard de kaderstellende en controlerende taak behouden. Als het gaat om de Omgevingswet zijn er enkele situaties die om praktische redenen zijn te delegeren. Met praktisch wordt bedoeld dat er zaken sneller afgehandeld kunnen worden of dat voorkomen wordt dat zaken dubbel worden gedaan. Dit past ook bij één van de doelen van de Omgevingswet, namelijk een snellere dienstverlening.
De raad besluit De gemeenteraad besluit om: Zodra de Omgevingswet in werking is getreden: Aan het college op grond van de artikelen 2.8 en 4.14, lid 5 van de Omgevingswet te delegeren: 1. De bevoegdheid tot het vertalen van in afwijking van het omgevingsplan verleende omgevingsvergunningen naar het omgevingsplan. De Omgevingswet bepaalt dat na de transitieperiode (2032) verleende vergunningen binnen vijf jaar verwerkt moeten worden in het omgevingsplan. 2. De bevoegdheid tot het vertalen van door de raad vastgesteld beleid in regels in het nieuwe Omgevingsplan onder voorwaarde dat: a. De raad bij het vaststellen van het beleid heeft aangegeven dat het college het beleid moet vertalen in regels in het Omgevingsplan, en b. Het college de raad via een raadsinformatiebrief informeert over de wijze van verwerking van het beleid in het Omgevingsplan 3. De bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit, onder voorwaarde dat het besluit van het college in een eerstvolgende raadsvergadering wordt bekrachtigd.
De bevoegdheid van de raad komt voort uit de volgende wet- en/of regelgeving De bevoegdheid tot delegatie komt voort uit de artikelen 2.8 en 4.14, lid 5 van de Omgevingswet.
Beoogd effect Met het delegeren van uw bevoegdheid voor het wijzigen van het Omgevingsplan voor de specifiek genoemde situaties blijft de administratieve last beperkt en hoeven wij uw raad niet met dergelijke - louter technisch en administratieve wijzigingen te belasten. Bij het afwegen van de besluiten met betrekking tot de voorbereiding en implementatie van de Omgevingswet spelen de volgende uitgangspunten een rol Naast de bovengenoemde wettelijke uitgangspunten achten wij de volgende eigen uitgangspunten ook van belang: - acceptabel houden van de kosten voor de inwoners/aanvragers: - leges - inzet ambtelijke organisatie (capaciteit) - werkbaarheid in relatie tot de dienstverlening - snellere procedures - haalbare behandeltermijnen - vergadercyclus en reces - Samenwerking met Woerden - uniforme werkprocessen besparen kosten en tijd.
Argumenten 1. De bevoegdheid tot het vertalen van in afwijking van het omgevingsplan verleende omgevingsvergunningen naar het omgevingsplan. De Omgevingswet bepaalt dat na de transitieperiode (2032) verleende vergunningen binnen vijf jaar verwerkt moeten worden in het omgevingsplan. Ons college besluit - rekening houdend met het adviesrecht van de raad - over het verlenen van een omgevingsvergunning die afwijkt van het omgevingsplan. Het besluit waarbij is afgeweken moet dan op grond van de Omgevingswet verwerkt worden in het omgevingsplan. Als na besluitvorming op de vergunning waarbij is afgeweken al dan niet met advies van uw raad nogmaals door uw raad een besluit genomen moet worden over het wijzigen van het omgevingsplan is er sprake van een dubbele besluitvorming over hetzelfde onderwerp. De Omgevingswet bepaalt dat na de transitieperiode (2032) verleende vergunningen binnen vijf jaar verwerkt moeten worden in het omgevingsplan. Het gaat hierbij alleen over initiatieven die afwijken van het omgevingsplan. 2. De bevoegdheid tot het vertalen van door de raad vastgesteld beleid in regels in het nieuwe Omgevingsplan onder voorwaarde dat: a. De raad bij het vaststellen van het beleid heeft aangegeven dat het college het beleid moet vertalen in regels in het Omgevingsplan, en b.
Het college de raad via een raadsinformatiebrief informeert over de wijze van verwerking van het beleid in het Omgevingsplan Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal door de raad vastgesteld beleid moeten worden vertaald in het nieuwe omgevingsplan. Hier geldt ook de redenering uit het voorgaande delegatiepunt dat het gaat om een verwerking van een besluit dat al genomen is en dat we willen voorkomen dat er dubbele besluitvorming plaatsvindt. Met het voorliggende delegatiebesluit krijgt het college de bevoegdheid om beleid te verwerken tot planregels, indien de raad daartoe toestemming heeft verleend bij het vaststellen van de beleidskaders. Het kan echter voorkomen dat de beleidsregels abstract van aard zijn, waar de regels in het Omgevingsplan concreet moeten zijn. Het college moet deze vertaalslag dan maken, op grond van de gedelegeerde bevoegdheid en verleende toestemming. Het is wenselijk dat de raad zicht houdt op de wijze waarop het college beleidsregels implementeert in het Omgevingsplan. Dat wordt geborgd door de onder b genoemde voorwaarde dat het college bij wijziging van het Omgevingsplan de raad informeert. Wel kan de raad er voor kiezen om bij vaststelling van het beleid af te zien van een raadsinformatiebrief als op voorhand overduidelijk is hoe het college het beleid zal omzetten naar planregels. 3.
De bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit, onder voorwaarde dat het besluit van het college in een eerstvolgende raadsvergadering wordt bekrachtigd.
Het derde delegatiepunt gaat om het nemen van een voorbereidingsbesluit. Een voorbereidingsbesluit is een verklaring dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor bouw- en aanlegactiviteiten. Hierdoor wordt voor het gebied waarvoor het besluit wordt genomen de bestaande situatie als het ware het tijdelijk bevroren totdat het omgevingsplan is gewijzigd. Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor aanpassing van het omgevingsplan bewust een vergunningaanvraag indient die in strijd is met de voorgenomen aanpassing. De noodzaak tot het nemen van een voorbereidingsbesluit komt nauwelijks voor (tot nu toe is het een enkele keer voorgekomen), maar wanneer dit nodig is, is het belangrijk dat er snel gehandeld kan worden. Het college kan hierin sneller acteren.
Kanttekeningen n.v.t.
Financiën n.v.t.
Uitvoering Dit besluit zal verwerkt gaan worden in de nieuwe werkprocessen in de organisatie.
Communicatie Het besluit zal langs de geëigende weg bekend gemaakt worden in het gemeenteblad.
Samenhang met eerdere besluitvorming
Bijlagen • D/23/115999 - raadsbesluit