CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

rv Actualisatie APV Oudewater (131596).pdf

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 7: Raadsvoorstel Actualisatie APV Oudewater (131596)2.701 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Opsteller Doedens, Corlijn Vergadering van Kenmerk Z/24/065959 / D/24/131596 Portefeuillehouder Danny de Vries Portefeuille Openbare orde en veiligheid Onderwerp Actualisatie APV Oudewater

Inleiding Wij stellen uw raad voor de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oudewater 2024 (hierna: APV) vast te stellen. De APV die voorligt is volledig herzien en geactualiseerd. De belangrijkste aanpassingen betreffen: tekstuele aanpassingen, regelgeving m.b.t. geveltuintjes, gevaarlijke honden, gebiedsontzegging, woonoverlast, sluiting van gebouwen en het tegengaan van een niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat en wijzigingen met betrekking tot de evenementenvergunning, vergunningplicht voor afhaalrestaurants, toevoeging messenverbod en verbod de weg te gebruiken als slaapplaats. Voor het opstellen van de APV is de tekst van de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG), versie najaar 2023, als leidraad gebruikt. Ook is waar mogelijk aansluiting bij de APV van Woerden gezocht. Alle wijzigingen zijn terug te vinden in bijlage D/24/131614 en een toelichting op de wijzigingen is te vinden in D/24/131605.

De raad besluit De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oudewater 2024 conform bijgevoegd raadsbesluit vast te stellen.

De bevoegdheid van de raad komt voort uit de volgende wet- en/of regelgeving Artikel 147, eerste lid, Gemeentewet.

Beoogd effect Een Algemene plaatselijke verordening die weer in lijn is met de actualiteiten.

Argumenten 1.1 Door de APV te actualiseren sluit deze beter aan op de huidige wet- en regelgeving

De APV is voor het laatst in 2017 herzien en aangepast aan de model-APV van de VNG. Door wijzigingen in wet- en regelgeving en (lokale) ontwikkelingen is het nodig om een nieuwe APV vast te stellen. 1.2 Kleine en technische wijzigingen verbeteren de duidelijkheid en leesbaarheid Door de voorgestelde kleine en/of technische aanpassingen aan te brengen in de artikelen 1:2, 1:3, 1:6, 1:8, 2:1, 2:4, 2:5, 2:6, 2:9, 2:10, 2:12, 2:14, 2:15, 2:18, 2:22, 2:23, 2:24, 2:28, 2:28a, 2:29, 2:30, 2:32, 2:34, 2:34b, 2:35, 2:39, 2:42, 2:45, 2:46, 2:47, 2:49, 2:50, 2:57, 2:58, 2:60, 2:62, 2:63, 2:64, 2:70, 2:75, 2:76, 2:77, 3:5, 4:1, 4:6, 4:11, 4:13, 4:18, 5:6, 5:8, 5:9, 5:11, 5:12, 5:13, 5:14, 5:16, 5:17, 5:18, 5:22, 5:23, 5:24, 5:25, 5:26, 5:27, 5:32, 5:33, 5:34, 5:36 en 6:1 wordt de APV leesbaarder en meer in lijn met de model-APV van de VNG. Onder deze aanpassingen vallen bijvoorbeeld het verwijderen van onnodige stukken tekst, het uitschrijven van verwijzingen naar artikelleden, veranderen van de zinsvolgorde, het verwijderen van overbodige verwijzingen naar de lex silencio (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) en het verbeteren van taal- of typefoutjes.

1.3 Artikel 1:1 Begripsbepalingen De definities van ‘motorvoertuig’, ‘parkeren’ en ‘voertuig’ stonden in artikel 5:1, en 5:31a, maar de termen worden ook buiten hoofdstuk 5 gebruikt, daarom wordt voorgesteld deze naar artikel 1:1 te verplaatsen. Er wordt voorgesteld om de definitie van ‘rechthebbende’ in overeenstemming met de modelverordening van de VNG te brengen. 1.4 Artikel 1:7 Termijnen Voorstel is om dit artikel beter aan te laten sluiten bij de Europese regelgeving met betrekking tot schaarse vergunningen. 1.5 Artikel 2:10 en 2:11 Het maken en hebben van geveltuinen Regelgeving voor het aanleggen van geveltuinen ontbrak. Door het aanpassen van het derde lid van artikel 2:10 wordt het college de mogelijkheid geboden om nadere regels omtrent het maken en hebben van geveltuinen op te stellen. Voor het maken en hebben van geveltuinen is geen omgevingsvergunning nodig zolang voldaan wordt aan de nadere regels die vastgesteld zijn door het college (artikel 2:11, derde lid). 1.6 Artikel 2:25 Evenementenvergunning De APV kent vier algemene weigeringsgronden voor evenementen in artikel 1:8. De praktijk leert dat de algemene weigeringsgronden slechts beperkt toepasbaar zijn. Aanvullend stonden er in de APV, in artikel 2:25, twee specifieke weigeringsgronden opgenomen. Specifiekere gronden maken het eenvoudiger om een weigeringsbesluit goed te motiveren.

Het aantal evenementen dat wordt geweigerd in de gemeente is minimaal, en het blijft ook de insteek om met voldoende bijsturing en begeleiding zo min mogelijk evenementen te hoeven weigeren. Toch zijn deze twee specifieke weigeringsgronden niet altijd voldoende. Daarom, wanneer het noodzakelijk wordt gevonden om een evenementenvergunning te weigeren, wil het college beschikken over de juiste tools om dit te doen. Met het toevoegen van de drie nieuwe voorgestelde specifieke weigeringsgronden verwacht het college hierin sterker te staan. Gezien de nieuwe weigeringsgronden zogeheten “kan-bepalingen” zijn, blijft weigeren nog steeds een (goed gemotiveerde) keuze. Naast het voorstel om drie nieuwe weigeringsgronden voor evenementenvergunningen toe te voegen, wordt ook voorgesteld om de regels voor meldingsplichtige evenementen meer in lijn te brengen met behoeften uit de praktijk. Zo zijn de termijnen voor het indienen en verbieden korter gemaakt en is een maximum aan de oppervlakte van objecten die geplaatst mogen worden toegevoegd. 1.7 Artikel 2:27 Afhaalzaken toegevoegd aan begrip openbare inrichting Bezorgcentra werden niet genoemd in de APV als openbare inrichting. Deze horecazaken hoeven derhalve niet over een exploitatievergunning te beschikken. Het gaat bijvoorbeeld om traiteurs, pizzabakkers, sushi- of shoarmazaken die louter maaltijden op bestelling thuis afleveren.

Het is wenselijk dat ook horecazaken die zich uitsluitend richten op bezorgen onder de vergunningplicht vallen. Met de vergunningplicht wordt beoogd om hinder en overlast voor de woon- en leefomgeving van de bezorgrestaurants en verstoring van de openbare orde tegen te gaan. Ook voor horecazaken die zich uitsluitend richten op bezorging, is regulering wenselijk. Met dit vergunningstelsel voor bezorgzaken en de uitbreiding van de definitie in artikel 2:27 wordt een nieuw rechtsregime van toepassing op reeds aanwezige bezorgcentra. De lokale afdeling van Koninklijke Horeca Nederland (hierna: KHN) is geconsulteerd over de mogelijke aanpassing waardoor bezorgrestaurants vergunningplichtig worden. KHN heeft aangegeven positief tegenover deze aanpassing te staan. Hiermee wordt oneerlijke concurrentie voorkomen. Hierbij heeft KHN aangegeven dat het wenselijk is om een

overgangstermijn in te stellen voor bestaande bezorgrestaurants. De gemeente zal de horeca informeren over de verplichting voor afhaal- en bezorgcentra om over een exploitatievergunning te beschikken. Exploitanten van bestaande afhaal- en bezorgcentra krijgen een redelijke termijn om de benodigde vergunning aan te vragen en kunnen hun inrichting exploiteren. Vanuit de gemeente wordt voorlichting over het vergunningenproces verstrekt en er is voor de exploitanten begeleiding beschikbaar om het aanvraagproces vlot te kunnen doorlopen. Ook worden gestandaardiseerde (aanvraag)formulieren beschikbaar gesteld om de administratieve druk voor een exploitant te verlichten. Verdere beperkingen van de administratieve lasten worden meegenomen in de uitwerking van het vergunningenproces. 1.8 Artikel 2:50a Messenverbod Steeds meer jongeren dragen messen of andere zaken die als steekwapen gebruikt kunnen worden bij zich. Dit is een landelijke trend. Dit levert een gevaar op voor de openbare orde en veiligheid. Van dit voorgestelde verbodsartikel gaat een preventieve werking uit en het geeft de politie en de boa's een handvat om te kunnen optreden.

1.9 Artikel 2:59 en 2:59a Gevaarlijke honden Met de voorgestelde wijziging van artikel 2:59, eerste en tweede lid, van de APV wordt bewerkstelligd dat een hond als hinderlijk of gevaarlijk kan worden aangemerkt alvorens een aanlijngebod of aanlijn- en muilkorfgebod wordt opgelegd. Het aanlijn- en/of muilkorfgebod dat de burgemeester kan opleggen voor het laten verblijven of laten lopen van een gevaarlijke hond op een openbare plaats of op het terrein van een ander, is niet in alle gevallen voldoende om bijtincidenten te voorkomen. Deze maatregel voorkomt niet dat mensen geconfronteerd worden met bijtincidenten op privéterrein. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan postbezorgers en koeriers, maar ook aan bijtincidenten die plaatsvinden binnen een huishouden. Om hier enigszins aan tegemoet te komen is artikel 2:59a opgenomen. Artikel 2:59a bepaalt dat het de eigenaar of houder van een gevaarlijke hond verboden is die hond zonder muilkorf op zijn terrein los te laten lopen. Het verbod geldt niet als er voorzieningen zijn getroffen waardoor gevaar voor derden in de openbare en vrij toegankelijke privéruimte niet aanwezig is.

Daarin zijn de volgende drie cumulatief geldende voorzieningen benoemd: - een duidelijk leesbaar waarschuwingsbord dat vanaf de weg zichtbaar is; - een buiten het terrein geplaatste brievenbus of aanbelmogelijkheid, en - een deugdelijke afrastering die voorkomt dat de hond zelfstandig buiten het terrein kan komen. Deze bepaling is gericht op de veiligheid in de openbare ruimte en voorkomt dat gevaarlijke honden op de openbare weg komen doordat ze van het terrein ontsnappen. Het verplicht plaatsen van een waarschuwingsbord zorgt ervoor dat mensen die een terrein willen betreden gewaarschuwd worden. 1.10 Artikel 2:65 Bedelarij Op grond van artikel 2:65 is het verboden te bedelen op openbare plaatsen in een door het college aangewezen gebied. Voorgesteld wordt om daar het motief ‘voorkoming of beëindiging van overlast’ aan toe te voegen. Aanleiding is een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens, waarin geoordeeld wordt dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen en dat deze beschermd wordt door artikel 8 EVRM (het recht op de eerbiediging van het privéleven). Dit recht kan op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM beperkt worden, mits deze beperking een legitiem doel dient, een wettelijke basis heeft en noodzakelijk is voor de democratische samenleving.

De laatste voorwaarde vereist een afweging van de belangen van het individu en die van de maatschappij. Veiligheidshalve wordt daarom het motief ‘voorkomen of beëindiging van overlast’ opgenomen in artikel 2:65. 1.11 Artikel 2:71 Definitie vuurwerk Bij ministeriële regeling op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit wordt bepaald welk vuurwerk aan particulieren beschikbaar mag worden gesteld. De voorgestelde toevoeging van de categorieaanduidingen F1, F2 of F3 in de definitie is overbodig. 1.12 Artikel 2:73a Carbidschieten Om onveilige situaties door het schieten van carbid tegen te gaan wordt voorgesteld een nieuw artikel toe te voegen. In dit artikel wordt het schieten van carbid verboden, tenzij aan een aantal voorwaarden voldaan is. Deze voorwaarden zijn afgestemd met de politie en hebben als doel de veiligheid te waarborgen. Belangrijkste voorwaarden uit het nieuw voorgestelde artikel zijn dat carbidschieten enkel met oud en nieuw en buiten de bebouwde kom mag.

1.13 Artikel 2:78 Gebiedsontzegging Voorgesteld wordt dit artikel aan te passen om beter aan te sluiten bij de modelverordening van de VNG, met behoud van de mogelijkheid om na twee overtredingen van een gebiedsontzegging een verbod van ten hoogste vier weken op te leggen. Samenloop met het Wetboek van Strafvordering, artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a is in het vijfde lid uitgesloten. 1.14 Artikel 2:79 Woonoverlast In het voorgestelde aangepaste artikel 2:79 van de APV is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. De gedragsaanwijzing aan verhuurders was alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte is die beperking vervallen. In verband hiermee is artikel 2:79 aangepast. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken.

Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct de verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. De burgemeester kan dan dus – als ultimum remedium – direct aan een verhuurder een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen. 1.15 Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaande gebouw of bijbehorend erf Dit voorgestelde artikel geeft de burgemeester de mogelijkheid over te gaan tot sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of daarbij behorend erf als overlast, verstoring van de openbare orde of aantasting van het woon- en leefklimaat dreigt. De burgemeester kan met behulp van artikel 2:80 optreden als in of vanuit een voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf strafbare feiten plaatsvinden waardoor de openbare orde of het woon- of leefklimaat nadelig wordt beïnvloed of als ondernemers van (dienstverlenende) bedrijven zoals garages, autoverhuurbedrijven, uitzendbureaus of winkels, overlast (blijven) veroorzaken of ter plaatse strafbare feiten plegen, deze faciliteren, gedogen of op andere wijze toestaan.

Ook geeft het artikel de burgemeester de mogelijkheid om op te treden als er in of vanuit een pand (niet zijnde een woning) wordt gegokt, waarvoor geen toestemming is gegeven op grond van de Wet op de Kansspelen. Als sprake is van een illegaal gokpand is zonder meer sprake van een aantasting van de openbare orde (in ruime zin te verstaan). Gokpanden die tevens als woning in gebruik zijn, kunnen niet op basis van dit artikel uit de APV worden gesloten, maar op grond van artikel 174a Gemeentewet. 1.16 Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Dit voorgestelde artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen waarvoor een verbod geldt om deze zonder vergunning uit te oefenen. Hij kan deze bevoegdheid inzetten als dat nodig is om verstoring van de openbare orde of nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid tegen te gaan, als die wordt veroorzaakt door een onveilig en malafide ondernemersklimaat vanuit een gebouw, een branche of in een gebied. Daarom wordt het ook wel de ‘ondermijningsvergunning’ genoemd. 1.17 Artikel 4:2 en 4:3 Collectieve en incidentele festiviteiten Voorgesteld wordt om in deze artikelen concrete geluidsnormen op te nemen in plaats van enkel te verwijzen naar het Activiteitenbesluit. Dit geeft meer duidelijkheid over welke normen gelden.

1.18 Artikel 4:5 Onversterkte muziek Voorgesteld wordt om aan dit artikel twee leden toe te voegen. Het nieuwe zevende lid maakt de definitie van geluidsgevoelige ruimten waar de geluidsnormen voor gelden duidelijker. Het nieuwe achtste lid zorgt dat indien geluidsmetingen door de gebruiker van de geluidsgevoelige gebouwen niet toegelaten worden, de geluidsnormen niet gelden. Als niet gemeten kan worden of geluid over bepaalde normen heen gaat, dan kan hier ook niet op gehandhaafd

worden en heeft een verbod geen zin. 1.19 Artikel 4:20 Verbod om de weg te gebruiken als slaapplaats Dit voorgestelde nieuwe artikel is op verzoek van de politie toegevoegd om handhaving op het slapen op openbare plaatsen mogelijk te maken. 1.20 Artikel 5:5 Voertuigwrakken Bij de uitvoering van dit artikel liep handhaving er tegenaan dat voertuigen niet altijd zowel rijtechnisch in onvoldoende staat waren als in kennelijk verwaarloosde toestand verkeerden. Daarom is het voorstel om het eerste lid aan te passen, zodanig dat niet beide zaken voorwaarden zijn om onder het verbod te vallen, maar één van beide zaken al voldoende is.

Kanttekeningen 1.1 De VNG werkt aan een nieuwe volledig gewijzigde Model-APV De modelverordening van de VNG sluit op dit moment niet volledig aan bij de Omgevingswet. Daarnaast zijn de kwaliteitsstandaarden voor verordeningen geactualiseerd. De VNG wil de modelverordening daarom ingrijpend herzien. De verwachting van de VNG op dit moment is dat de herziene modelverordening vanaf 2027 te gebruiken is. Voor de inhoudelijke wijzigingen die nu voor u liggen is het niet wenselijk te wachten tot 2027.

Financiën n.v.t.

Uitvoering Na bekendmaking zal de APV in werking treden.

Communicatie De nieuwe APV wordt op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt in het Gemeenteblad op www.officielebekendmakingen.nl.

Samenhang met eerdere besluitvorming De laatste grote wijziging van de APV was in 2017 (17R.00325 RV mbt algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oudewater 2017 (APV)) De laatste wijziging van de APV was de technische wijziging in verband met de Omgevingswet, vastgesteld in uw raad van 16 november 2023 (D/23/121088)

Bijlagen D/24/131606 Raadsbesluit APV D/24/131614 APV met zichtbare wijzigingen D/24/131605 Toelichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/580/documents/18116