rb Technische wijziging APV Oudewater ivm Omgevingswet (121088) - get.pdf
Tekst van het document
Gemeente Oudewater
RAADSBESLUIT Oudewater D/23/121088 Z/23/063288 Agendapunt:
7
Onderwerp:
Technische wijziging APV Oudewater ivm Omgevingswet
De raad van de gemeente Oudewater;
gelezen het voorstel d.d.
10 oktober 2023
van:
- burgemeester en wethouders
gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, 2.21, eerste lid, onder a en b, en 3.148, tweede lid, onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer
juncto artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;
besluit:
Artikel | De Algemene plaatselijke verordening gemeente Oudewater 2017 als volgt gewijzigd vastte stellen:
A Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:
- beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
2. De definities van ‘bevoegd gezag’, ‘bouwwerk’ en ‘gebouw’ komen te luiden: - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;
Pagina 1 van 9
- bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage | bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
B Artikel 1:2, vierde lid, komt te luiden: 4. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
e Aan artikel 1:4 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
D Voor de bestaande tekst van artikel 1:5 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende:
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
E Voor de bestaande tekst van artikel 1:6 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende:
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
FE Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het vijfde lid vervalt en de leden 6, 7 en 8 worden vernummerdtot 5, 6 en 7. 2. Het zesde lid (nieuw) komtte luiden: 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een
weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
G Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid komt te luiden:
Pagina 2 van 9
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. Het tweede en vijfde lid vervallen en de leden 3 en 4 worden vernummerd tot 2 en 3. 3. Het derde lid (nieuw) komt te luiden: 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een
weg of waterstaatswerk waarvoorregels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
H Artikel 2:12, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale
omgevingsverordening of waterschapsverordening.
| Artikel 2:21, tweede lid, komt te luiden: 2. Het eerstelid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
J Artikel 2:25, derde lid, komt te luiden: 3. De burgemeester kan binnen drie weken na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de
openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Dit kan onder andere het geval zijn wanneer het evenement plaatsvindt in een stiltegebied, zoals aangewezen in de provinciale omgevingsverordening.
K Artikel 2:28, tweede lid, komtte luiden:
2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbareinrichting in strijd is met het omgevingsplan of als de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraagis ingediend, is afgegeven.
L Artikel 2:30, vijfde lid, komt te luiden:
Pagina 3 van 9
5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Wet
milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is voorzien.
M Artikel 2:39, derde lid, onder b, komt te luiden:
b. als de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
N Artikel 2:60, eerste lid, aanhef, komt te luiden: 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer,
zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
O Artikel 2:71 komtte luiden: Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerkdatter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
P
Artikel 3:6, vierde lid, komtte luiden: 4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
op de Wetmilieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, gebaseerde voorschriften.
Q Artikel 3:13, eerste lid, onder b, komt te luiden:
b. de vestiging of exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan;
R Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd:
Pagina 4 van 9
1. De definitie van ‘Besluit komt te luiden: a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de Omgevingswet; 2. De definitie van ‘inrichting’ komt te luiden: b. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet
luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als
bedoeld in het Besluit; 3. De definitie van ‘geluidsgevoelige gebouwen’ komtte luiden: f. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Besluit; 4. De definitie van ‘geluidsgevoelige terreinen’ komt te luiden: g. gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Besluit;
s Artikel 4:5 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede lid komt te luiden: 2. Bij onversterkte muziek zoals bedoeld in artikel 2.18 lid 1f en artikel 2.18 lid 5 van het Besluit, bedragen de waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr, LT in gevoelige ruimten niet meer dan 40 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur, 35 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 25 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. De bedrijfsduurcorrectie wordt op onversterkte muziek toegepast. 2. Het zesde lid komt te luiden:
6. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing.
T Artikel 4:6 komt te luiden: Artikel 4:6 Overige geluidshinder 1. Het is verboden - buiten een inrichting - om in de openbare ruimte en de private buitenruimte, toestellen, technische installaties of muziekinstallaties in werking te hebben, waardoor voor de omgeving geluidshinder wordt veroorzaakt. 2. Van geluidshinder, zoals bedoeld in het eerste lid, is sprake als het langtijdgemiddeld
beoordelingsniveau LAr,LT, hoger is dan 45 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur, 40 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 35 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur op de gevel van gevoelige gebouwen en op de grens van gevoelige terreinen. De geluidsniveaus worden gemeten en beoordeeld conform de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999.
3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen en kunnen daarbij geluidsvoorschriften stellen die afwijken van de in het tweede lid genoemde geluidsniveaus en/of van de in het tweede lid genoemde beoordelingspunten.
Pagina 5 van 9
4. Het verbod geldt niet voor zoverin het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de
Provinciale omgevingsverordening. 5. Op de ontheffing in lid 3 is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
6. In afwijking van de geluidsniveaus genoemd in het tweede lid, gelden voor installaties bedoeld voor warmte- of koude opwekking opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een
bouwwerk, de geluidsnormen en meetvoorschriften zoals aangegeven in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. 7. In afwijking van de geluidsniveaus die volgen uit het zesde lid, kunnen burgemeester en wethouders, voorinstallaties bedoeld voor warmte- of koude opwekking opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, die vergunningsvrij zijn geplaatst vóór 1 april
2021 of waarvoor omgevingsvergunning is aangevraagd vóór 1 april 2021, andere geluidsnormen stellen en/of andere beoordelingspunten toekennen.
U Artikel 4:13 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, aanhef, komt te luiden: 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: 2. Het derde lid komt te luiden: 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de
Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
Vv Artikel 4:15, tweede lid, komt te luiden:
2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinderzijn betrokken bij de afweging.
Ww Artikel 4:17 komt te luiden: Artikel 4:17 Definitie In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of
voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Pagina 6 van 9
X Artikel 4:18, eerste lid, komt te luiden:
1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.
Y Artikel 5:5, tweede lid, komt te luiden:
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Z Artikel 5:6, derde lid, komt te luiden:
3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.
AA Artikel 5:18, tweede lid, komt te luiden:
2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.
AB Artikel 5:20, eerste lid, komt te luiden: 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
AC Artikel 5:24, vijfde lid, komt te luiden: 5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een
waterstaatswerk waarvoorregels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
AD
Pagina 7 van 9
Artikel 5:25, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een
waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de
Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.
AE Artikel 5:26, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van
Strafrecht, de Omgevingswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de provinciale omgevingsverordening.
AF Artikel 5:28, tweede lid, komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van
Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.
AG Artikel 5:30, tweede lid, komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens
de Omgevingswet.
AH Artikel 5:32, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet,
afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Al Artikel 5:33, vierde lid, onder b, komt te luiden: b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten
aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
AJ
Pagina 8 van 9
Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid komt te luiden: 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de
Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het vijfde lid komtte luiden: 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
onder 1’ of 3’, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel II 1. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024. 2. In afwijking van het eerste lid treden onderdeel R en S vanartikel | in werking op de 31 december 2023.
Pagina 9 van 9