CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage Scan Basiskwaliteit Natuur - gemeente Oudewater.pdf

Forum Ruimte 27 mei 2025, gemeente OudewaterBij agendapunt: 7: Presentatie Groen moet je doen!9.635 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025 GEMEENTE OUDEWATER

GEMEENTE OUDEWATER

1

COLOFON Dit is een rapportage van NLadviseurs DATUM UITGAVE: OPGESTELD DOOR: PROJECTNUMMER: OPDRACHTGEVER:

Maart 2025 NLadviseurs 339.05.24 Gemeente Oudewater

ADRES:

Schelmseweg 93 6816 SJ Arnhem www.nladviseurs.nl info@nladviseurs.nl

Copyright: Alle rechten voorbehouden. Voorafgaand aan vermenigvuldiging van zinsneden en afbeeldingen uit deze rapportage gelieve contact op te nemen met NLadviseurs.

HOOFDSTUK 1: INLEIDNG

4

1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Basiskwaliteit Natuur 1.4 Leeswijzer HOOFDSTUK 2: METHODIEK

HOOFDSTUK 6: AANBEVELINGEN

7

13

3.1 Landschapstype Landelijk - veenweidelandschap Stedelijk HOOFDSTUK 4: SOORTENANALYSE

4.1 Soorten en soortgroepen 4.2 Resultaten basissoortenanalyse Stedelijk Veenweidelandschap 4.3 Resultaten plussoortenanalyse Stedelijk Veenweidelandschap 4.4 Overzicht resultaten

26

5.1 Resultaten gidssoorten en hotspots 5.2 Getoetste gidssoorten veenweidelandschap

2.1 Basiskwaliteit Natuur 2.2 Landschapstypering 2.3 Soortanalyse Algemeen Verschillende soortcategorieën binnen BKN Gegevensverzameling en analyse 2.4 Hotspotanalyse Algemeen Gidssoorten Methodiek hotspotanalyse HOOFDSTUK 3: LANDSCHAPSTYPE

HOOFDSTUK 5: HOTSPOTANALYSE

6.1 Maatregelen ten behoeve van de Basiskwaliteit Natuur Beheermaatregel Inrichtingsmaatregel Toevoegingsmaatregel Bewustwordingsmaatregel 6.2 Ambassadeurssoorten gekoppeld aan de typen en maatregelen 6.3 Maatregelen natuurgebied 6.4 Maatregelen parken 6.5 Maatregelen buitengebied 6.6 Maatregelen industrie en kantoorgebied 6.7 Maatregelen sportpark 6.8 Maatregelen woonwijk- en stadscentrum 6.9 Maatregelen lintbebouwing en erf 6.10 Kritische prestatie indicator HOOFDSTUK 7: VERVOLG BKN

16

30

45

7.1 Vervolg BKN 7.2 Monitoring Monitoring van condities Monitoring van soorten BIJLAGE

Bijlage I Soortenanalyse Bijlage II Hotspotdeelgebieden Bijlage III KPI maatregelen op kaart

51

INLEIDING HOOFDSTUK 1:

4

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

1.1 AANLEIDING De biodiversiteit in Nederland staat onder druk en haar kwaliteit vermindert. Steeds meer planten diersoorten nemen af in aantal en verdwijnen uit gebieden. Door verlies van soorten worden ecologische netwerken kwetsbaar, wat gevolgen heeft voor het functioneren van ecosystemen. De focus op het beschermen en herstellen van de zeldzame soorten in natuurgebieden is ontoereikend voor het waarborgen van een goede kwaliteit van natuur in Nederland. Zowel voor onze natuurgebieden als voor de kwaliteit van de leefomgeving moeten we in heel Nederland deze negatieve spiraal van natuurarmoede omkeren. Van het Rijk tot aan gemeentes heeft iedereen een rol in het omkeren van deze ontwikkeling, elk op zijn eigen schaalniveau en met de beschikbare middelen. Dit geldt ook voor de gemeente Oudewater. Gemeente Oudewater heeft vanuit verschillende ambities en gemeentelijke programma’s doelstellingen komen ook voor in de verschillende groenbeleidsplannen van de gemeente Oudewater.

GEMEENTE OUDEWATER

Binnen de gemeente is er behoefte ontstaan om middels een onderzoek (scan) een beter overzicht van de staat van biodiversiteit in de gemeente Oudewater te verkrijgen.

1.2 DOEL Deze scan heeft de volgende doelen: •

•

Duidelijk in beeld brengen welke locaties ecologisch van belang zijn als verbinding en als locatie met hoge concentratie van soorten en/of individuen. Een overzicht van karakteristieke plant- en diersoorten die in de landschapstypen van de gemeente Oudewater voorkomen.

1.3 BASISKWALITEIT NATUUR Basiskwaliteit Natuur (BKN) is een instrument om voor verschillende landschapstypen in Nederland aan te geven welke acties en maatregelen er nodig zijn om de aanwezigheid van de voor dat landschap karakteristieke, algemene planten en dieren te stimuleren. Het is een onafhankelijke meetlat gebaseerd op een gedegen analyse van de omgeving en vormt de basis om samen met belanghebbenden aan de

slag te gaan met het herstellen van de omgeving. De focus van BKN ligt op de condities van het landschap en daarom is het van belang om de landschappelijke condities voor BKN te monitoren. In deze opdracht richten we ons met name op een analyse van soorten: welke algemene soorten horen bij de Basiskwaliteit Natuur van Oudewater en welke soorten zijn er aanwezig? Het uitvoeren van een soortenanalyse is een belangrijke stap om inzicht te krijgen in de huidige staat van de biodiversiteit in een gebied. De soortenanalyse is verbonden met de landschappelijke condities, omdat de aanwezigheid en diversiteit van soorten direct afhankelijk zijn van de kwaliteit en variatie van het landschap. Dit verband speelt een centrale rol binnen de methodiek van BKN. Meer hierover in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 7.

5

1.4 LEESWIJZER In hoofdstuk 2 is de methodiek toegelicht, met speciale aandacht voor de aanpak van de soortenanalyse en de hotspotanalyse. Hoofdstuk 3 schetst de verschillende landschapstypen binnen het onderzoeksgebied, waarbij veenweide en stedelijk gebied nader worden uiteengezet. De hoofdstukken 4 en 5 presenteren de resultaten van respectievelijk de soortenanalyse en de hotspotanalyse. Op basis van deze uitkomsten worden in hoofdstuk 6 aanbevelingen gedaan voor maatregelen per landschapstype ten behoeve van de gekozen ambassadeurssoorten en daarbij horende KPI’s. Tot slot geeft hoofdstuk 7 inzicht in het verdere proces rondom de Basiskwaliteit Natuur, inclusief mogelijke vervolgstappen.

Groene specht

6

METHODIEK HOOFDSTUK 2:

7

GEMEENTE OUDEWATER

7

2.1 BASISKWALITEIT NATUUR

2.2 LANDSCHAPSTYPERING

Basiskwaliteit Natuur (BKN) richt zich op het duurzaam behoud en herstel van biodiversiteit door te zorgen dat algemene soorten in voldoende mate aanwezig zijn in een gebied. Hierbij ligt de focus op het optimaliseren van de landschappelijke condities die minimaal aanwezig moeten zijn om algemene soorten algemeen te maken of te houden.

Aan de basis van de BKN-methodiek staat de landschapsindeling van een gebied. Zoals genoemd is het landschap leidend en de soorten volgend voor BKN. Het is daarom belangrijk om de verschillende landschapstypen van de gemeente Oudewater te identificeren.

Voor de gemeente Oudewater brengen we in beeld hoe het ervoor staat met de aanwezigheid van BKN-soorten binnen de gemeentegrenzen. Deze analyse geeft een eerste indicatie van de basiskwaliteit natuur in de gemeente. Dit hoofdstuk is een uiteenzetting van de totstandkoming van dit rapport, aan de hand van de landschapstypering, de soortanalyse en de hotspotanalyse.

De gemeente is opgedeeld in landelijk (veenweidelandschap) en stedelijk gebied, welke verder zijn opgesplitst in landschaps- en gebiedstypen.

2.3 SOORTENANALYSE ALGEMEEN

Het uitvoeren van een soortenanalyse is een belangrijke stap om inzicht te krijgen in de huidige staat van de biodiversiteit in een gebied. De soortenanalyse is verbonden met de landschappelijke condities, omdat de aanwezigheid en diversiteit van soorten direct afhankelijk zijn van de kwaliteit en variatie van het landschap. Dit verband speelt een centrale rol binnen de methodiek van BKN. Zo zijn de aanwezige soorten indicatoren voor de landschapskwaliteit. Elke soort stelt specifieke eisen aan zijn leefomgeving, zoals

8

voedsel, beschutting, vocht en verbindingen met andere leefgebieden. Het voorkomen van soorten weerspiegelt daarmee de kwaliteit van de aanwezige landschapselementen. Amfibieën wijzen bijvoorbeeld op gezonde waterpartijen met natuurlijke oevers. Dagvlinders geven aan dat kruidenrijke vegetaties goed zijn ontwikkeld en vogels zoals de geelgors zijn afhankelijk van houtsingels en bosranden. Door soorten te analyseren, ontstaat een indirect beeld van de kwaliteit van het landschap en de mate waarin de basale ecologische voorwaarden (de 5 V’s: voedsel, verbinding, verblijfplaats, vocht en veiligheid) aanwezig zijn. De invloed van het landschap op soorten is een leidend basisprincipe binnen BKN. Daarnaast heeft de variatie in landschapselementen invloed op de soortenrijkdom. Landschappen met een grote variatie aan elementen, zoals houtsingels, poelen, kruidenrijke graslanden en ruigtes, bieden leefgebieden voor een breder scala aan soorten. De soortenanalyse kan ook kwetsbare landschapselementen blootleggen. Als gidssoorten ontbreken in gebieden waar zij wel verwacht worden, kan dat bijvoorbeeld

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

wijzen op een verslechterde landschapsconditie, zoals intensieve landbouw of watervervuiling. Herstel van deze condities kan bijdragen aan de terugkeer van soorten en een verbeterde biodiversiteit.

•

VERSCHILLENDE SOORTCATEGORIEËN BINNEN BKN In de BKN-methodiek wordt gesproken van verschillende categorieën van soorten: basissoorten en plussoorten.

•

beschermd. Deze soorten zijn al onder de aandacht via andere sporen van het natuurbeleid; Ze komen voor in matig voedselrijke tot voedselrijke milieus, maar kunnen ook afhankelijk zijn van lokaal schrale milieus, zoals onbemeste bermen. Het zijn geen soorten die alleen tot overwegend voedselarme milieus beperkt zijn; De soorten die recent hebben geprofiteerd van klimaatopwarming vormen een bijzondere categorie.

Basissoorten Basissoorten zijn indicatief voor een landschap met condities waar de basiskwaliteit op orde is. Voor deze analyse is gebruik gemaakt van de lijst BKN-basissoorten voor het veenweidelandschap en het stedelijk gebied. Op de lijst van het veenweidelandschap staan 168 soorten. Op de stedelijke lijst staan 179 soorten. De basissoortenlijst zijn terug te vinden in bijlage 1. Basissoorten kenmerken zich door de volgende eigenschappen: • •

Ze zijn wijdverspreid in een landschap met goede condities voor BKN; Ze zijn alleen bij uitzondering via de Habitatrichtlijn of als bedreigde soort

Plussoorten Plussoorten zijn soorten die we tegenwoordig nog zelden buiten beschermde natuurgebieden vinden en afhankelijk zijn van bijzondere natuurkwaliteit. Als deze soorten in het veenweidelandschap of stedelijk gebied voorkomen, is dat een indicatie van belangrijke extra kwaliteit die BKN overstijgt, een plus dus. Voor de soortenanalyse hebben we gebruik gemaakt van de lijst plussoorten voor het stedelijk gebied, waar 78 soorten staan vermeld. Op de lijst van plussoorten voor het veenweidelandschap staan 28 soorten vermeld. De lijst met plussoorten is terug te vinden in bijlage 1. IJsvogel

GEMEENTE OUDEWATER

9

GEGEVENSVERZAMELING EN ANALYSE De soortenanalyse die we hebben uitgevoerd, is gebaseerd op verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Daarbij hebben we gebruik gemaakt van waarnemingen over de periode 2019-2023. We kijken dus naar een periode van 5 jaar. Een dergelijke periode geeft een representatief beeld van de situatie in gemeente Oudewater. Het beslaat voldoende jaren voor het verkrijgen van een goed beeld wat betreft het aantal waarnemingen en tegelijk houdt de tijdspanne rekening met de stedelijke ontwikkeling van het gebied in de afgelopen periode.

Schaalniveau Het oppervlak binnen de gemeentegrens is verdeeld in 203 hokken van 500 bij 500 meter. Hierbij zijn deze hokken verdeeld in stedelijk en landelijk (veenweidelandschap). Er zijn 13 hokken aangewezen als stedelijk en 190 als veenweidelandschap. Dit is noodzakelijk voor de analyse van de aantal basis- en plussoorten per hok. Zoals eerder gezegd verschillen deze soorten per categorie (gebied). Statistisch gezien geeft een analyse op uurhok niveau (5x5 km) een betrouwbaarder beeld dan

10

een analyse op een kleinere schaal. Echter, met een uurhok-analyse gaat variatie in de verspreidingspatronen i.c.m. landschappelijke elementen verloren. Op gemeenteschaal, waar natuurgebieden, kernen en landschapstypen elkaar frequent afwisselen is zo’n abstractieniveau te hoog. Daarom hebben we gekozen voor hokken van 500 bij 500 meter, wat een beter inzicht geeft in lokale verschillen binnen de gemeente.

Analyse van de data De analyses zijn uitgevoerd met de programma’s QGIS en R. De data is gescreend op consistentie en volledigheid. In totaal is gebruik gemaakt van 41.502 waarnemingen. Voor elk hok (500x500 m) is gekeken naar de aanwezigheid van het aantal individuele soorten vanuit de lijst BKN-soorten. Hierbij zijn de relevante soorten voor het betreffende landschapstype meegenomen. Voor de BKN-soorten zijn verspreidingsgegevens uit de NDFF gehaald en gekoppeld aan vlakken op basis van overlap. De waarneming is toegekend aan het vlak waar deze het meest mee overlapt. De data is niet geschikt voor het vormen van een nauwkeurig verspreidingsbeeld, omdat er niet wordt gekeken naar het aantal

waarnemingen, maar naar het aantal unieke waarnemingen. Het waarnemerseffect speelt een rol in wat betreft de volledigheid van de data. Geen waarneming betekent niet zonder meer dat een soort niet aanwezig is. Over het algemeen geldt dat op locaties met een hoge recreatiedruk (stad- en dorpskernen, natuurgebieden en goed toegankelijke gebieden) meer waarnemingen worden gedaan dan in gebieden met een lage recreatiedruk. Ook de aanwezigheid van natuurliefhebbers kan bijdragen aan meer waarnemingen in een bepaald gebied, waardoor een vertekend beeld ontstaat. Bovenstaande effecten worden grotendeels beperkt doordat in de analyse alleen de aanwezigheid van een soort behorende bij een bepaalde soortgroep relevant is en er niet wordt gekeken naar het aantal waarnemingen. Met name in hokken met weinig waarnemingen (en waarnemingen in een beperkt aantal soortgroepen) is er kans dat er meer soorten(groepen) aanwezig zijn. Andersom kan gesteld worden dat wanneer een soort is opgenomen in de NDFF deze soort ook daadwerkelijk aanwezig is. De data in de NDFF is geverifieerd.

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

2.4 HOTSPOTANALYSE ALGEMEEN

De hotspotanalyse heeft als doel een relatie te leggen tussen soortendiversiteit en hoeveelheid waarnemingen. Locaties waar deze twee in hoge mate aanwezig zijn, definiëren we als een hotspot. De hotspotanalyse is uitgevoerd aan de hand van de lijst vastgestelde gidssoorten. De hotspotanalyse is een belangrijk instrument voor de aanpak van BKN. De analyse brengt de gebieden in kaart waar de biodiversiteit relatief hoog is, door de relatie te leggen tussen soortendiversiteit en hoeveelheid waarnemingen van die soorten. Niet alleen de diversiteit aan soorten, maar ook het aantal waarnemingen is belangrijk voor het bepalen van de kwaliteit van het landschap. Het aantal aanwezige organismen kan als de basis van het ecosysteem worden gezien en heeft directe invloed op de diversiteit, stabiliteit en veerkracht van soorten. Zonder voldoende massa stort de basis van het ecosysteem in, wat de biodiversiteit drastisch kan verminderen. In de hotspotanalyse nemen we daarom zowel de diversiteit als hoeveelheid waarnemingen van soorten mee.

GEMEENTE OUDEWATER

Hotspots kunnen essentiële schakels in het landschap vormen, bijvoorbeeld als stepping stones voor soorten of als ecologische verbindingen. De hotspots kunnen een voorbeeldfunctie hebben voor plekken waar het minder goed gaat. Verder kan het interessant zijn om te onderzoeken of de hotspots met elkaar verbonden kunnen worden. Door de analyse wordt duidelijk op welke locaties natuurherstel meer of minder effect zal hebben. Dit helpt gemeenten en natuurbeheerders om effectief beleid te voeren hierop.

gebruik maakt van een zelfde habitat of biotoop. Wanneer er maatregelen genomen worden die gericht zijn op het versterken van het habitat van deze gidssoorten, hebben deze ook effect op een bredere groep BKN-soorten.

Kortom, de hotspotanalyse is een cruciale stap voor het realiseren van Basiskwaliteit Natuur. Het biedt inzicht in waar biodiversiteit behouden of juist versterkt kan worden, en vormt daarmee een belangrijke basis voor een veerkrachtig landschap.

Uit de BKN-soortenlijst veenweidelandschap hebben we soorten geselecteerd die indicatief zijn een hoge diversiteit aan habitat, de aanwezigheid van een grotere groep aan soorten, en die representatief zijn voor gemeente Nieuwegein. Daarbij hebben we rekening gehouden met de diverse stedelijke gebiedstypen. Denk daarbij aan de gebiedstypen stadskernen, woonwijken, bedrijventerreinen en stedelijk groen. Dit levert een lijst met gidssoorten op die gebruikt is voor het komen tot een hotspotanalyse.

GIDSSOORTEN

METHODIEK HOTSPOTANALYSE

Gidssoorten zijn een selectie van de BKN(basis)soorten die herkenbaar zijn voor een breder publiek en als representatief worden beschouwd voor een bredere set aan soorten in een bepaald landschap. De aanwezigheid van gidssoorten is vaak een indicatie voor de aanwezigheid van een grotere groep soorten die

De hotspots zijn middels een GIS-analyse tot stand gekomen. Hierop is de Kernel Density Estimation (KDE) methode toegepast (kaart 4). Deze methode berekent op basis van de hoeveelheid waarnemingen en de afstand tot elkaar, de dichtheid van waarnemingen in een bepaald gebied. Hierbij gaat het om enkel de

11

waarnemingen van de gidssoorten. De gebieden met een hoge dichtheid hebben we beoordeeld op het waarnemerseffect. Veel waarnemingen geconcentreerd in een tuin vallen in de categorie waar het waarnemerseffect van toepassing is. Deze potentiële hotspot valt daarmee buiten de aangemerkte clusters. De interpretatie is gedaan op basis van luchtfoto’s en kaarten.

1

VASTSTELLEN LANDSCHAPSTYPE Stedelijk Landelijk (veenweide)

3

2

3

VASTSTELLEN AANWEZIGE BKN-SOORTEN

Stedelijk - basissoorten & plussoorten Landelijk (veenweide) - basissoorten & plussoorten

4 ANALYSEREN BKN-SOORTEN

BEPALEN BKN-SOORTEN PER LANDSCHAPSTYPE

HOTSPOT EN GIDSSOORTEN ANALYSE

5

MAATREGELEN PER LANDSCHAPSTYPE EN GIDSSOORT

Landelijk (veenweide) - gidssoorten

Grote kattenstaart

12

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

LANDSCHAPSTYPE HOOFDSTUK 3:

13

GEMEENTE OUDEWATER

13

3.1 LANDSCHAPSTYPE Het landelijk gebied binnen de gemeentegrens bestaat uit de landschapstype ‘Veenweidelandschap’. Het veenweidelandschap is een karakteristiek Nederlands landschap dat voorkomt in laaggelegen delen van Nederland. Het veenweidegebied is ontstaan uit veengebieden die door de mens ontwaterd werden voor landbouw. Hierdoor klonk de veenbodem in en daalde het maaiveld. Het waterpeil wordt gereguleerd via sloten, gemalen en poldersystemen om wateroverlast te voorkomen en landbouw mogelijk te houden. Het landschapsbeeld bestaat uit lange, smalle percelen met brede sloten ertussen, die ontstaan zijn door de veenontginning. De weidegebieden bestaan uit uitgestrekte graslanden die vooral gebruikt worden voor veeteelt. Door de lage ligging van het land zijn boerderijen vaak op iets verhoogde plekken gebouwd. Door voortdurende ontwatering en klimaatverandering oxideert het veen, wat CO2-uitstoot veroorzaakt en leidt tot verdere inklinking. Er zijn initiatieven om bodemdaling en CO2-uitstoot te beperken, zoals vernatting van veenweidegebieden en het bevorderen van natuurinclusieve landbouw.

14

Het veenweidelandschap is rijk aan weidevogels zoals de grutto, kievit, scholekster en tureluur. Door ontwatering en intensieve landbouw nemen de aantallen van deze soorten echter af. De vochtige graslanden bevatten soortenrijke vegetatie, zoals dotterbloemen en pinksterbloemen.

STEDELIJK

Het veenweidelandschap is een typisch Nederlands cultuurlandschap met een rijke geschiedenis en grote ecologische waarde, maar staat door bodemdaling, klimaatverandering en veranderend landgebruik onder druk.

Voor de verdere analyse is het oppervlak binnen de gemeentegrens is verdeeld in 103 hokken van 500 bij 500 meter. Hierbij zijn deze hokken verdeeld in stedelijk en veenweidelandschap. Er zijn 13 hokken aangewezen als stedelijk en 190 als landelijk. Er is enig overlap in de landschapstypen binnen de hokken stedelijk en landelijk.

Naast het landelijke gebied dat getypeerd wordt door het veenweidelandschap bestaat de gemeente ook uit een stedelijk gebied. In de gemeente Oudewater zijn wee kernen voor het stedelijk gebied, namelijk Oudewater en Papekop. Deze landschapstypen kunnen verder worden gesplitst in gebiedscategorieën.

LANDELIJK - VEENWEIDELANDSCHAP • • •

Buitengebied Erf buitengebied Natuurgebied

• • • • • •

Centrum Wijkcentrum Kantoorgebied/industrie Begraafplaats Sportpark Verblijfgroen

Tot slot is er in de gemeente een aantal gebieden dat onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze gebieden zijn meegenomen in de soortenanalyse. Normaal gesproken worden beschermde natuurgebieden niet meegenomen als onderdeel van de BKNmethodiek, omdat deze gebieden al een beschermde status genieten. Om het beeld toch zo compleet mogelijk te maken, hebben we de NNN ook geanalyseerd op aanwezige soorten.

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

GEMEENTE OUDEWATER

15

SOORTENANALYSE HOOFDSTUK 4:

16 16

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

4.1 SOORTEN EN SOORTGROEPEN In totaal zijn in de analyse voor het veenweidelandschap 168 basissoorten en 27 plussoorten meegenomen. Voor het stedelijke gebied gaat het om 179 basissoorten en 78 plussoorten. Dit zijn de Meetsoorten voor Basiskwaliteit Natuur, waarbij specifiek gekeken is naar de soorten die worden aangeduid voor de bebouwde kom. Deze lijsten zijn opgesteld door SoortenNL. De geselecteerde soorten zijn inheems en goed gedocumenteerd in termen van landelijke verspreiding en beschermingsstatus. Soorten die kenmerkend zijn voor bepaalde biotopen of milieucondities zijn meegenomen om de representativiteit voor het landschap te waarborgen. De soorten zijn gekoppeld aan specifieke biotopen en gevoeligheden voor drukfactoren, wat inzicht biedt in hun ecologische eisen en de onderliggende landschapscondities. Omdat de soorten indicatief zijn voor de kwaliteit van het landschap, zeggen ze ook iets over aanwezigheid van andere algemene soorten (ook van andere soortgroepen).

GEMEENTE OUDEWATER

De soorten zijn onderverdeel in 13 soortgroepen voor het stedelijk gebied: reptielen, amfibieën, bijen, dagvlinders, korstmossen, landzoogdieren, libellen, paddenstoelen, sprinkhanen en krekels, vaatplanten, vissen, vogels en vleermuizen. Binnen de BKN worden geen soorten binnen de soortgroep reptielen genoemd onder het veenweidelandschap.

4.2 RESULTATEN BASISSOORTENANALYSE De kaart ‘Aantal unieke basissoorten in de gemeente Oudewater’ geeft een beeld van de aanwezige basis BKN-soorten in de verschillende hokken.

BKN-soortenlijst – reptielen en paddenstoelen – geen waarnemingen zijn geregistreerd. De meest waargenomen soort is de huismus, met 126 waarnemingen, gevolgd door de meerkoet, kauw Turkse tortel en spreeuw. In totaal zijn er 13 hokken (500x500 m) in het stedelijk gebied. De analyse is gedaan aan de hand van 179 basissoorten. In 6 hokken zijn er 20-30 basissoorten gezien. In 3 hokken zijn er 30-40 basissoorten gezien. De hoogste score betreft >60 soorten, in de gemeente Oudewater zijn er geen hokken aanwezig met deze score.

VOORKOMEN BASISSOORTEN STEDELIJK GEBIED (PER HOK)

STEDELIJK Op basis van de basissoortenlijst voor de bebouwde kom (bijlage 1) zijn in totaal 1.790 waarnemingen van basissoorten geregistreerd. Deze lijst omvat 179 soorten, verdeeld over 13 soortgroepen.

60+

0

50 tot 60

2

40 tot 50

2

30 tot 40

2

20 tot 30

3

10 tot 20

In totaal zijn 89 unieke basissoorten waargenomen. Op soortgroepniveau zijn er 12 unieke waarnemingen binnen de gemeente. Dit betekent dat voor twee soortgroepen uit de

6

1 tot 10

0

0

0

17

VEENWEIDELANDSCHAP Deze analyse is op basis van de basissoortenlijst voor het veenweidelandschap (bijlage 1) gedaan, waar 168 basissoorten op staan die onderverdeeld zijn in 13 soortgroepen. In totaal zijn 145 unieke basissoorten waargenomen binnen het veenweidelandschap van de gemeente Oudewater. Dit heeft geresulteerd in 21.272 geregistreerde waarnemingen van basissoorten. Binnen de gemeente Oudewater zijn van de 13 soortgroepen in 12 soortgroepen waarnemingen bekend van basissoorten. Van de soortgroep ‘paddenstoelen’ zijn geen basissoorten waargenomen. De meest waargenomen basissoort is de kievit, (1.270 waarnemingen), gevolgd door de grote zilverreiger, knobbelzwaan, grutto en krakeend.

De verspreiding van de soorten is geanalyseerd aan de hand van 500×500 m hokken. Het veenweidelandschap van de gemeente Oudewater bestaat uit 190 van deze hokken. In het grootste deel daarvan – 67 hokken – zijn 1-10 basissoorten waargenomen, gevolgd door 46 hokken met 10-20 basissoorten. In slechts 6 hokken, verspreid over een klein deel van de gemeente, zijn 60 of meer basissoorten waargenomen. Deze cijfers tonen aan dat er in een groot deel van de gemeente Oudewater nog ruimte is om de natuur te versterken en daarmee meer basissoorten aan te trekken.

VOORKOMEN BASISSOORTEN VEENWEIDELANDSCHAP (PER HOK) 60+

6

50 tot 60

13

40 tot 50

Binnen de 13 waargenomen soortgroepen springt de groep vogels er duidelijk uit, met in totaal 19.244 waarnemingen. De op één na grootste groep betreft de landzoogdieren, met beduidend minder waarnemingen, namelijk 485.

7

30 tot 40

23

20 tot 30

28

10 tot 20

46

1 tot 10 0

67 3

Kievit

18

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

GEMEENTE OUDEWATER

19

20

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

4.3 RESULTATEN PLUSSOORTENANALYSE De kaart ‘Aantal unieke plussoorten in de gemeente Oudewater’ geeft een beeld van de aanwezigheid van soorten die wijzen op extra landschapskwaliteit. De kaart is net zo opgebouwd als bij de basissoorten, maar met een focus op soorten die wat zeggen over deze hogere kwaliteitsindicatoren.

STEDELIJK De lijst van 78 plussoorten (bijlage 2) is onderverdeeld in 9 soortgroepen. Er zijn 11 unieke plussoorten in de gemeente Oudewater waargenomen. In totaal zijn er 104 waarnemingen van plussoorten bekend in het stedelijk gebied. De 11 plussoorten zijn verdeeld over 5 soortgroepen. Deze soortgroepen zijn: dagvlinders, korstmossen, vaatplanten, amfibiën, vogels. Dat betekent dat er vanuit de BKN-lijst 4 soortgroepen van de plussoorten aanwezig zijn.

Wanneer we kijken naar welke plussoorten er het meest zijn waargenomen, zien we de ooievaar en ijsvogel op een gedeelde eerste plek met 40 waarnemingen. Deze wordt gevolgd door de koninginnenpage. Van de overige soorten zijn 1 of 2 waarnemingen bekend. Net als bij de basissoorten scoort ook bij de plussoorten de soortgroep vogels het hoogst met 95 waarnemingen. De scores in de daaropvolgende soortgroepen zijn aanzienlijk lager.

VOORKOMEN PLUSSOORTEN STEDELIJK GEBIED (PER HOK) 4 en meer

3 tot 4

1

0

2 tot 3

5

1 tot 2

0

7

0

Van de 78 stedelijke plussoorten zijn in de meeste hokken 1-2 soorten waargenomen, namelijk in 7 hokken. In 5 hokken zijn 2-3 plussoorten waargenomen. De hoogste score, 4 of meer plussoorten, wordt in 1 hok behaald.

De soorten in de 4 soortgroepen die niet zijn waargenomen, zijn soorten die over het algemeen weinig of zelden voorkomen. Denk aan bijvoorbeeld de eikelmuis, gladstelige heksenboleet of de gewone grootoorvleermuis.

GEMEENTE OUDEWATER

21

VEENWEIDELANDSCHAP De lijst van 27 plussoorten (bijlage 2) is onderverdeeld in 11 soortgroepen. Van de landelijke plussoorten zijn er 18 waargenomen binnen de gemeente Oudewater, wat een goede score is. In totaal zijn er 1.964 waarnemingen van plussoorten geregistreerd binnen de gemeente. Binnen 9 van de 11 BKN-soortgroepen zijn waarnemingen van plussoorten gedaan. In de soortgroepen dagvlinders en bijen zijn de plussoorten van het veenweidelandschap echter niet waargenomen binnen de gemeentegrenzen. Dit betreft specifiek de zilveren maan en de moshommel. Daarnaast zijn enkele andere plussoorten niet waargenomen, zoals de groene glazenmaker, grote modderkruiper, klein boomzonnetje, glanzig fonteinkruid en zompsprinkhaan. Dit komt doordat deze soorten hogere eisen stellen aan hun habitat of moeilijker waar te nemen zijn.

Net als bij de basissoorten is de soortgroep vogels het sterkst vertegenwoordigd, met 1.841 waarnemingen. De daaropvolgende soortgroepen scoren aanzienlijk lager, met als tweede scorende met slechts 51 waarnemingen, de soortgroep amfibieën.

VOORKOMEN PLUSSOORTEN VEENWEIDELANDSCHAP (PER HOK) 4 en meer

3 tot 4

2 tot 3

1 tot 2

Bij de analyse van de 500×500 m hokken blijkt dat in een groot deel van het veenweidelandschap gebied geen waarnemingen van plussoorten bekend zijn. In 83 van de 190 hokken zijn geen plussoorten geregistreerd. In 43 hokken zijn 1-2 plussoorten waargenomen. De hoogste categorie, ‘4 en meer plussoorten’, is in 9 hokken behaald.

0

9

21

37

43

83

Deze gegevens onderstrepen het belang van maatregelen om plussoorten te stimuleren, zodat ze in een groter deel van de gemeente kunnen voorkomen.

Van de waargenomen plussoorten binnen het veenweidelandschap is de slobeend het vaakst geregistreerd, met 525 waarnemingen. Andere veel waargenomen soorten zijn de watersnip, zomertaling en wulp.

22

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

GEMEENTE OUDEWATER

23

24

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

4.4 OVERZICHT RESULTATEN Inderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de resultaten van de soortenanalyse ten opzichte van de BKN. Tabel 1: Overzicht BKN en resultaten analyse UITGANGSPUNTEN EN RESULTATEN

BASISSOORTEN

PLUSSOORTEN

Stedelijk

Veenweidelandschap

Stedelijk

Veenweidelandschap

Aantal BKN-soorten lijst

179

168

78

27

Aantal waarnemingen van soorten

1.790

21.272

104

1.964

Aantal waarnemingen van unieke BKN-soorten

89

145

11

18

Aantal waarnemingen unieke soortgroepen

12

1

5

9

GEMEENTE OUDEWATER

25

HOTSPOTANALYSE HOOFDSTUK 5:

26 26

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

5.1 RESULTATEN GIDSSOORTEN EN HOTSPOTS De kaart Aantal unieke gidssoorten (pag. 29) in de gemeente Oudewater geeft een beeld van de aanwezigheid van gidssoorten. De kaart is net zo opgebouwd als de basis- en plussoortenkaart uit de soortenanalyse. In totaal zijn er 5.923 waarnemingen verwerkt in de kaart. Het gaat daarbij om waarnemingen van de 38 vastgestelde gidssoorten voor de gemeente Oudewater. Dat betekent dat er 10 soorten van de 48 gidssoorten van het veenweidelandschap niet zijn waargenomen. De soorten die niet zijn waargenomen zijn de gele lisboorder, gestippelde rietboorder, gewoon vuurzwammetje, glanzig fonteinkruid, groene glazenmaker, moshommel, rietluipaard, waterspitsmuis, zeggedoorntje, zwartwordende wasplaat.

Op de Hotspotkaart gemeente Oudewater zijn vier hotspots in beeld gebracht. Deze zijn in detail te zien op de vier verschillende deelkaarten. De clusters (te zien in het groen) vormen zich op en rondom de natuurlijk ingerichte delen zoals rondom het Veenweidepark, Wileskop, Zorgboerderij De grazige weiden en de weides tussen de Dubbele Wiericke en Achterwetering. Deze hotspots zijn interessante gebieden in de gemeente. De verschillende deelkaarten zijn te zien in de bijlage.

VOORKOMEN GIDSSOORTEN VEENWEIDELANDSCHAP (PER HOK) 15 en meer

10 tot 15

Van de 190 hokken 500x500 m zijn in 25 hokken geen waarnemingen bekend van de gidssoorten. In 103 van de hokken zijn van de 45 gidssoorten er 1-5 soorten waargenomen. In 49 van de hokken werden 5-10 van de gidssoorten waargenomen. De hoogste score ‘15 en meer’ werd in 4 van de 190 hokken behaald.

4

12

49

5 tot 10

103

1 tot 5

0

25

Rietzanger GEMEENTE OUDEWATER

27

5.2 GETOETSTE GIDSSOORTEN VEENWEIDELANDSCHAP Tabel 2: Overzicht van de gidssoorten van het veenweidelandschap per soortgroep

SOORTGROEP

SOORT

AMFIBIEËN

Bastaardkikker, heikikker, meerkikker, rugstreeppad

BIJEN

Gewone slobkousbij, moshommel

DAGVLINDERS

Argusvlinder, bruin zandoogje

LIBELLEN

Groene glazenmaker, grote roodoogjuffer, variabele waterjuffer, vroege glazenmaker

NACHTVLINDERS

Gele lisboorder, gestippelde rietboorder, moeraswalstrospanner, rietluipaard

PADDENSTOELEN

Gewoon vuurzwammetje, zwartwordende wasplaat

REPTIELEN

Ringslang

SPRINKHANEN EN KREKELS

Moerassprinkhaan, veenmol, zeggedoorntje

VAATPLANTEN

Echte koekoeksbloem, gewone dotterbloem, glanzig fonteinkruid, grote egelskop, grote ratelaar, kale jonker

VISSEN

Bittervoorn, kleine modderkruiper, vetje

VOGELS

Blauwborst, fuut, gele kwikstaart, grutto, rietzanger, slobeend, sprinkhaanzanger, tureluur, goudplevier, kievit, knobbelzwaan, ransuil

ZOOGDIEREN

Bunzing, hermelijn, waterspitsmuis

VLEERMUIZEN

Meervleermuis, rosse vleermuis

28

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

29 GEMEENTE OUDEWATER

AANBEVELINGEN HOOFDSTUK 6:

30 30

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

6.1 MAATREGELEN TEN BEHOEVE VAN DE BASISKWALITEIT NATUUR De gemeente scoort binnen de basiskwaliteit natuur van het veenweidelandschap 145 van de 168 basissoorten en 18 van de 27 plussoorten. Op de gidssoorten scoort de gemeente 38 van de 48 soorten. Echter zijn 35% van vakken van het buitengebied 10-20 basissoorten waargenomen en in 24% 20-30 basissoorten zijn waargenomen. Dit laat zien dat in een groot gedeelte van de gemeente de basissoorten van het veenweidelandschap nog niet aanwezig zijn en er nog veel stappen te nemen zijn om de condities voor deze soorten te ontwikkelen en/of te versterken. Om de natuur binnen de gemeente te versterken kunnen een aantal maatregelen worden getroffen. Voor deze maatregelen zijn er vanuit de gidssoorten van de BKN veenweidelandschap, ambassadeurssoorten vastgesteld. De maatregelen zijn gekoppeld aan de ambassadeurssoorten en deze zijn weer gekoppeld aan de gebiedscategorieën. De maatregelen worden per gebiedscategorie weergegeven in dit hoofdstuk. De maatregelen zijn in tabelvorm weergegeven waarbij wordt aangegeven voor welke soortgroep deze invloed heeft, de prioriteit en wat voor type maatregel

GEMEENTE OUDEWATER

dit is. Deze ambassadeurssoorten kunnen ook gebruikt worden voor de monitoring. De trends in soorten en aantallen kunnen aangeven of de genoemde maatregelen werken. In paragraaf 6.10 zijn de maatregelen verder kort beschreven met bijpassende KPI. In bijlage 3 is een kaart weergegeven waarop een aantal maatregelen een specifieke locatie hebben meegekregen. Dit is een eerste aanzet om van het niveau gebiedscategorie naar een specifieke locatie te komen. Dit vraagt nog een verdere detaillering en tijdsinverstring om een volledig beeld te krijgen. Er zijn vier typen maatregelen:

ontwerpvraagstuk ten grondslag. Een voorbeeld van een inrichtingsmaatregel is het omvormen van gazon naar bloemrijk gras. Het beheertypen verandert en er zijn ‘grootschalige’ maatregelen voor nodig.

BEHEERMAATREGEL

BEWUSTWORDINGSMAATRGEL

Deze maatregelen betreffen een aanpassing van het huidige beheer wat positieve invloed heeft op gidssoorten. Zo heeft een divers maaibeheer een positieve invloed op het oranjetipje, een gidssoort voor het buitengebied. Door vegetatie te sparen en gefaseerd te werken zullen meer waardplanten voor de soort komen en daarmee de condities voor deze soorten verbeteren.

Deze maatregelen laten bewoners of andere betrokkenen de schoonheid en voordelen van de natuur en bijbehorende biodiversiteit zien. Het is belangrijk mensen bewust te maken van de natuur, de noodzaak van biodiversiteit en te laten zien wat zij zelf kunnen doen om de natuur te stimuleren. Door de bewustwording ontstaat begrip voor beheer- of inrichtingsmaatregelen. Als bewoners en andere actoren samen zich inzetten voor de natuur betekent dit een positieve trend van de ambassadeurssoorten.

INRICHTINGSMAATREGEL Deze maatregelen zijn dusdanig dat een beheertype verandert. Vaak ligt hier een

TOEVOEGINGSMAATREGEL Bij een toevoegingsmaatregel blijft het beheertype gelijk. Er vindt echter een aanpassing van de inrichting plaats of er wordt een extra beheertype toegevoegd. Denk aan het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. Het type oever blijft gelijk, echter wordt deze anders ingericht.

31

PRIORITERING

Prioriteit 3 - Grootschalige en kostbare ingrepen

Aan de maatregelen in dit hoofdstuk is een prioritering gekoppeld. Om effectief bij te dragen aan biodiversiteit en specifiek de ambassadeurssoorten, is een prioritering van de maatregelen gegeven op basis van invloedsfeer, haalbaarheid, impact en kosten. De prioriteiten zijn als volgt ingedeeld:

Deze maatregelen vragen langdurige voorbereiding, financiering en mogelijk beleidsmatige aanpassingen. Hoewel de impact groot kan zijn, zijn ze complex in de uitvoering en vereisen ze een brede samenwerking en investeringen op lange termijn.

Prioriteit 1 - Eenvoudige maatregelen met grote winst voor ambassadeurssoorten Deze maatregelen zijn relatief eenvoudig te implementeren, hebben een grote positieve impact op de biodiversiteit en zijn kostenefficiënt. Ze kunnen snel worden uitgevoerd en dragen direct bij aan het verbeteren van leefgebieden.

Door deze gestructureerde aanpak worden maatregelen afgestemd op de beschikbare middelen en de meest urgente biodiversiteitsdoelen, waarbij maatregelen met een prioriteit van 1, als basis dienen. Overige prioriteiten kunnen worden gerealiseerd bij voldoende middelen en draagvlak.

Prioriteit 2 - Middelgrote maatregelen met redelijke winst voor biodiversiteit Deze maatregelen vragen meer ruimtelijke planning of financiële middelen, maar leveren wel een redelijke bijdrage aan het verbeteren en versterken van ecosystemen. Ze vergen enige afstemming en samenwerking met verschillende belanghebbenden.

Bruine kikker

32

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

6.2 AMBASSADEURSSOORTEN GEKOPPELD AAN TYPEN EN MAATREGELEN GEBIEDSCATEGORIE

BUITENGEBIED

NATUURGEBIED

Rugstreeppad

x

x

WATER

SPORTPARK

x

Krabbescheer

x

x x

x

x

Moerassprinkhaan

x

x

Grote ratelaar

x

x

x

x

x

x

Rosse vleermuis

x

Bunzing

x x

Bruine kikker x

x

x x

x

x

x x

x

x

Laatvlieger Oranjetipje

x x

Gierzwaluw IJsvogel

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x

Slechtvalk x

x

Bittervoorn

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Tuinhommel

INDUSTRIE/ LINTBEBOUWINGKANTOORGEBIED ERF

x

x

x

Grote kattenstaart

CENTRUM

x

Ringslang

Kievit

WOONWIJK

x

Gewone slobkousbij

Rietzanger

PARK

x

x x

x

x x

Huiszwaluw Argusvlinder

x

x

x

Egel

x

x

Gewone pad

x

x

Zwarte roodstaart

GEMEENTE OUDEWATER

x

x x

x

33

6.3 MAATREGELEN NATUURGEBIED MAATREGEL

PRIORITEIT

Aanleggen en beheren van natuurvriendelijke oevers

3

Waterschap

Beheer sturend op diversiteit in soorten en leeftijd van bomen

1

Gemeente

Beschermen en verbeteren waterkwaliteit (waterpeil)

3

Waterschap

Divers maaibeheer (sinus, tijdstippen, methoden)

1

Gemeente

Groenblauwe structuren met elkaar verbinden

3

Met regio

Laten staan van dood hout

1

Gemeente met inwoners

Poelen aanleggen

2

Gemeente

Realiseren takkenrillen en stammenstapels

1

Gemeente met inwoners

Realiseren zoom-mantel-kern vegetatie (geleidelijke bosranden)

1

Gemeente met inwoners

Stimuleren van inheemse bomen, heesters en kruiden

1

Gemeente

Beheermaatregel Vogels

34

Inrichtingsmaatregel

Vleermuizen

Insecten

TYPE

INVLOEDSFEER

Toevoegingsmaatregel

Bewustwordingsmaatregel

Amfibieën en reptielen

Vaatplanten

BKN AMBASSADEURSSOORTEN

Overige zoogdieren

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

6.4 MAATREGELEN PARKEN MAATREGEL

PRIORITEIT

Aanleggen en beheren van natuurvriendelijke oevers

3

Gemeente

Beheer sturend op diversiteit in soorten en leeftijd van bomen

2

Gemeente

Beschermen van oude bomen

1

Gemeente

Divers maaibeheer (sinus, tijdstippen, methoden)

1

Gemeente

Laten staan van dood hout

1

Gemeente

Omvormen van gazon naar bloemrijk gras

2

Gemeente

Realiseren takkenrillen en stammenstapels

1

Gemeente

Rommelhoekjes aanwijzen voor gevallen bladeren en snoeisel

2

Gemeente

Stimuleren van inheemse bomen, heesters en kruiden

1

Gemeente

Beheermaatregel Vogels

GEMEENTE OUDEWATER

Inrichtingsmaatregel

Vleermuizen

Insecten

TYPE

INVLOEDSFEER

Toevoegingsmaatregel

Bewustwordingsmaatregel

Amfibieën en reptielen

Vaatplanten

BKN AMBASSADEURSSOORTEN

Overige zoogdieren

35

6.5 MAATREGELEN BUITENGEBIED MAATREGEL

PRIORITEIT

Aanleggen en beheren van natuurvriendelijke oevers

3

Waterschap

Beschermen en verbeteren waterkwaliteit (waterpeil)

3

Waterschap

Boeren adviseren over het plaatsen van kleine landschapselementen

2

Gemeente

Divers maaibeheer (sinus, tijdstippen, methoden)

1

Gemeente

Geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken

3

Buiten de invloedsfeer van de gemeente

Groenblauwe structuren met elkaar verbinden

2

Regio

Inzaaien bloemrijke akkerranden

2

Gebiedseigenaren

Poelen aanleggen

2

Gemeente en gebiedseigenaren

Beheermaatregel Vogels

36

Inrichtingsmaatregel

Vleermuizen

Insecten

TYPE

INVLOEDSFEER

Toevoegingsmaatregel

Bewustwordingsmaatregel

Amfibieën en reptielen

Vaatplanten

BKN AMBASSADEURSSOORTEN

Overige zoogdieren

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

6.6 MAATREGELEN INDUSTRIE EN KANTOORGEBIED MAATREGEL

PRIORITEIT

Divers maaibeheer (sinus, tijdstippen, methoden)

1

Gemeente

Plaatsen neststenen en -kasten

2

Eigenaren van gebouwen

Realiseren van groene en/of bruine daken

3

Eigenaren van gebouwen

Stimuleren van inheemse bomen, heesters en kruiden

2

Gemeente en eigenaren

Vergroenen gevels van gebouwen

3

Eigenaren van gebouwen

Vleermuisvriendelijke verlichting

1

Gemeente en gebiedseigenaren

Beheermaatregel Vogels

GEMEENTE OUDEWATER

Inrichtingsmaatregel

Vleermuizen

Insecten

TYPE

INVLOEDSFEER

Toevoegingsmaatregel

Bewustwordingsmaatregel

Amfibieën en reptielen

Vaatplanten

BKN AMBASSADEURSSOORTEN

Overige zoogdieren

37

6.7 MAATREGELEN SPORTPARK MAATREGEL

PRIORITEIT

Aanplanten besdragende struiken

1

Gemeente en vereniging

Aanplanten fruit- en notenbomen

1

Gemeente en vereniging

Beschermen van oude bomen

2

Gemeente en vereniging

Geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken

3

Gemeente en vereniging

Omvormen van gazon naar bloemrijk gras

2

Gemeente en vereniging

Plaatsen neststenen en -kasten

2

Gemeente en vereniging

Realiseren takkenrillen en stammenstapels

1

Gemeente en vereniging

Realiseren van groene en/of bruine daken

3

Gemeente en vereniging

Rommelhoekjes aanwijzen voor gevallen bladeren en snoeisel

2

Gemeente en vereniging

Stimuleren van inheemse bomen, heesters en kruiden

1

Gemeente en vereniging

Beheermaatregel Vogels

38

Inrichtingsmaatregel

Vleermuizen

Insecten

TYPE

INVLOEDSFEER

Toevoegingsmaatregel

Bewustwordingsmaatregel

Amfibieën en reptielen

Vaatplanten

BKN AMBASSADEURSSOORTEN

Overige zoogdieren

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

6.8 MAATREGELEN WOONWIJK- EN STADCENTRUM MAATREGEL

PRIORITEIT

Aanplanten besdragende struiken

1

Gemeente

Geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken

3

Gemeente

Groenblauwe structuren met elkaar verbinden

2

Gemeente

Natuurlijke wadi realiseren

1

Gemeente

Omvormen van gazon naar bloemrijk gras

2

Gemeente

Schuttingen laten begroeien door klimplanten als klimop, 3 bosrank en wilde kamperfoelie

Gemeente

Schuttingen vervangen voor hagen als beuk, veldesdoorn 2 of liguster

Gemeente

Stimuleren van inheemse bomen, heesters en kruiden

1

Gemeente

Tegels vervangen voor groen met inheemse beplanting

3

Gemeente

Vleermuisvriendelijke verlichting

2

Gemeente

Beheermaatregel Vogels

GEMEENTE OUDEWATER

Inrichtingsmaatregel

Vleermuizen

Insecten

TYPE

INVLOEDSFEER

Toevoegingsmaatregel

Bewustwordingsmaatregel

Amfibieën en reptielen

Vaatplanten

BKN AMBASSADEURSSOORTEN

Overige zoogdieren

39

6.9 MAATREGELEN LINTBEBOUWING EN ERF MAATREGEL

PRIORITEIT

Aanplanten besdragende struiken

1

Gemeente

Aanplanten fruit- en notenbomen

1

Gemeente

Beschermen van oude bomen

1

Gemeente

Groenblauwe structuren met elkaar verbinden

3

Gemeente

Omvormen van gazon naar bloemrijk gras

2

Gemeente

Plaatsen neststenen en -kasten

1

Gemeente

Realiseren takkenrillen en stammenstapels

1

Gemeente

Rommelhoekjes aanwijzen voor gevallen bladeren en snoeisel

2

Gemeente

Beheermaatregel Vogels

40

Inrichtingsmaatregel

Vleermuizen

Insecten

TYPE

INVLOEDSFEER

Toevoegingsmaatregel

Bewustwordingsmaatregel

Amfibieën en reptielen

Vaatplanten

BKN AMBASSADEURSSOORTEN

Overige zoogdieren

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

6.10 KRITISCHE PRESTATIE INDICATOREN Een kritische prestatie-indicator (KPI) is een indicator die gebruikt wordt om de geleverde inzet voor een bepaald doel te meten. De KPI’s geven hiermee handvatten om direct en effectief aan de slag te gaan met biodiversiteitsherstel. Voor de maatregelen beschreven in 6.2-6.9 zijn KPI’s geformuleerd die zowel over beleid als uitvoering gaan. Door KPI’s te richten op maatregelen die een gemeente kan beïnvloeden sturen we niet direct op soortenaantal maar op de basisvoorwaarden voor de ontwikkeling van biodiversiteit. Met andere woorden: het stuurt op beheersbare factoren die de leefomgeving van soorten moet verbeteren. KPI’s kun je in een korte cyclus meten. De doelsoorten zijn vaak lastiger te meten, maar monitoring van ambassadeurssoorten blijft essentieel om de vooruitgang in beeld te kunnen brengen en de effectiviteit van de KPI’s te evalueren. Deze monitoring omvat dus een langere cyclus. Beide cycli samen zorgen voor een versnelling in biodiversiteitsherstel. Doordat de KPI’s SMART zijn geformuleerd

GEMEENTE OUDEWATER

leveren ze concrete meetresultaten op en zijn ze dus zeer geschikt voor publiekscommunicatie. Deel bijvoorbeeld op een vast moment in het jaar de vernieuwde statistieken. Het doen van een benchmark van de KPI is gewenst, maar niet vereist. Als er geen capaciteit voor het doen van een benchmark is, laat dat je dan niet weerhouden te beginnen KPI-monitoring. 1. AANLEGGEN EN BEHEREN VAN NATUURVRIENDELIJKE OEVERS Flauw aflopende oevers met inheemse beplanting verbeteren waterkwaliteit, voorkomen erosie en bieden leefgebied voor amfibieën, insecten en watervogels. KPI: % van de gemeentelijke wateroevers met natuurvriendelijk beheer (flauwe taluds, inheemse oevervegetatie, ecologisch maaibeheer). 2. AANPLANTEN BESDRAGENDE STRUIKEN Inheemse struiken zoals meidoorn, sleedoorn en vlier bieden voedsel voor vogels en insecten en dragen bij aan een robuust ecosysteem. KPI: Aantal nieuw aangeplante inheemse besdragende struiken in de openbare ruimte.

3. AANPLANTEN FRUIT- EN NOTENBOMEN Bomen zoals mispel, wilde appel en walnoot voorzien in voedsel voor mens en dier, verhogen biodiversiteit en hebben net als andere bomen verschillende voordelen voor klimaatadaptatie. KPI: Aantal nieuw aangeplante fruit- en notenbomen in de openbare ruimte. 4. BEHEER STUREND OP DIVERSITEIT IN SOORTEN EN LEEFTIJD VAN BOMEN Gevarieerd boombeheer voorkomt monoculturen, verhoogt de weerstand tegen ziekten en plagen en versterkt het stedelijk ecosysteem. KPI: % van bosplantsoenvakken waar dit beheer wordt toegepast. 5. BESCHERMEN EN VERBETEREN WATERKWALITEIT (WATERPEIL) Actief waterbeheer voorkomt verdroging en vervuiling, ondersteunt aquatische biodiversiteit en vermindert hittestress in de openbare ruimte. KPI: % gemeentelijke waterlichamen met een verbetering volgens de KRW-normen ten opzichte van het vorige meetmoment. 6. BESCHERMEN VAN OUDE BOMEN Behoud van oude bomen is essentieel voor

41

biodiversiteit, klimaatadaptatie en behoud van historisch groen in de gemeente. KPI: Aantal aangewezen toekomstbomen dat behouden blijft binnen gemeentelijk groenbeheer. Oudewater: Aantal verleende subsidies voor monumentale bomen. 7. BOEREN ADVISEREN OVER HET PLAATSEN VAN KLEINE LANDSCHAPSELEMENTEN Hagen, bomenrijen en poelen verbeteren biodiversiteit, verminderen wind- en watererosie en ondersteunen bestuivende insecten en kleine zoogdieren. KPI: Aantal agrarische bedrijven dat jaarlijks deelneemt aan gemeentelijke adviessessies over landschapselementen. 8. DIVERS MAAIBEHEER (SINUS, TIJDSTIPPEN, METHODEN) Gefaseerd en gevarieerd maaien stimuleert bloemenrijkdom, beschermt insecten en voorkomt verdroging, wat gunstig is voor de lokale biodiversiteit. KPI: % van het openbaar groen beheerd met gefaseerd maaibeheer of sinusbeheer.

Moerassprinkhaan

42

9. GEEN CHEMISCHE BESTRIJDINGSMIDDELEN GEBRUIKEN Voorkomt vervuiling van bodem en water, beschermt insectenpopulaties en ondersteunt natuurlijke plaagbestrijding in het stedelijk groenbeheer. Gemeentes hebben invloed op o.a. pachtbeleid. (Zie Gemeentelijke handleiding Regulering bestrijdingsmiddelen van Natuur&Milieu en Urgenda, 2024.) KPI: Aantal beleidsmaatregelen die het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door derden binnen de gemeentegrenzen beperken of verbieden. 10. GROENBLAUWE STRUCTUREN MET ELKAAR VERBINDEN Door ecologische verbindingen te realiseren tussen water, parken en natuurgebieden ontstaan veilige migratieroutes voor dieren. KPI: Aantal km ecologische verbindingszones tussen groengebieden en waterpartijen. 11. INZAAIEN BLOEMRIJKE AKKERRANDEN Bloemenstroken langs akkers trekken bestuivers en natuurlijke plaagbestrijders aan en zorgen voor een kleurrijk en biodivers landschap. KPI: Aantal hectare in gemeentegrenzen met

bloemrijke akkerranden. (Laat agrarische bedrijven ook hun bloemrijke akkerranden melden voor een completer beeld.) 12. LATEN STAAN VAN DOOD HOUT Staand en liggend dood hout biedt nestgelegenheid voor vogels, schuilplaatsen voor insecten en draagt bij aan een gezonde bosbodem. KPI: % van gemeentelijke bospercelen waarin dood hout beleidsmatig behouden kan blijven (staand en liggend). Voor liggend dood hout: % gedunde bomen wat in het perceel is blijven liggen. 13. NATUURLIJKE WADI REALISEREN Een wadi vangt regenwater op, voorkomt wateroverlast en creëert een tijdelijk vochtige leefomgeving voor planten en dieren. KPI: Aantal wadi’s aangelegd als onderdeel van klimaatadaptieve maatregelen. 14. OMVORMEN VAN GAZON NAAR BLOEMRIJK GRAS Door gazons extensief te beheren en in te zaaien met inheemse kruiden, ontstaan ecologisch waardevolle graslanden met nectarbronnen. KPI: % gazon binnen de gemeente omgevormd

GEMEENTE OUDEWATER

naar bloemrijk grasland. 15. PLAATSEN NESTSTENEN EN -KASTEN Neststenen en kasten voor vogels en vleermuizen bieden extra broedgelegenheid in de bebouwde omgeving en versterken populaties. KPI: % nieuwbouwprojecten in de gemeente met neststenen en nestkasten. Aantal geplaatste neststenen en nestkasten voor vogels, vleermuizen in de openbare ruimte. 16. POELEN AANLEGGEN Kleine waterpartijen bieden leefgebied voor amfibieën, libellen en watervogels en helpen bij de opvang en infiltratie van regenwater. KPI: Aantal nieuw aangelegde poelen binnen gemeentelijke natuur- en recreatiegebieden. 17. REALISEREN TAKKENRILLEN EN STAMMENSTAPELS Takkenrillen en houtstapels creëren schuil- en overwinteringsplekken voor egels, insecten en kleine zoogdieren en stimuleren biodiversiteit. KPI: Aantal takkenrillen en stammenstapels aangelegd in parken en natuurgebieden.

isoleren gebouwen, verminderen hittestress en bieden voedsel en nestgelegenheid voor insecten en vogels. KPI: Aantal subsidieaanvragen voor een groen dak. 19. REALISEREN ZOOM-MANTEL-KERN VEGETATIE (GELEIDELIJKE BOSRANDEN) Door bosranden geleidelijk op te bouwen met struiken en kruiden, ontstaat een divers leefgebied voor vogels, insecten en zoogdieren. KPI: Aantal kilometer nieuw ingerichte of verbeterde bosrand met functionele zoommantel-kern-opbouw. 20. ROMMELHOEKJES AANWIJZEN VOOR GEVALLEN BLADEREN EN SNOEISEL Ongeordende hoekjes in parken en plantsoenen bieden voedsel en schuilplaatsen voor egels, amfibieën en insecten, en stimuleren bodemleven. KPI: Aantal aangewezen ecologische rommelhoekjes per wijk of park.

18. REALISEREN VAN GROENE EN/OF BRUINE DAKEN Begroeide daken vangen regenwater op,

43

21. SCHUTTINGEN LATEN BEGROEIEN DOOR KLIMPLANTEN Groene schuttingen verbeteren de luchtkwaliteit, bieden voedsel en schuilplekken en dragen bij aan verkoeling in stedelijke gebieden. KPI: Aantal m² schuttingen begroeid met ecologisch waardevolle klimplanten. 22. SCHUTTINGEN VERVANGEN VOOR HAGEN Inheemse hagen zorgen voor biodiversiteit, bieden schuilplaatsen en voedsel voor vogels en insecten en verbeteren de luchtkwaliteit. KPI: % van erfafscheidingen omgezet naar inheemse hagen. 23. STIMULEREN VAN INHEEMSE BOMEN, HEESTERS EN KRUIDEN Inheemse soorten ondersteunen lokale fauna, vereisen minder onderhoud en zijn beter bestand tegen het veranderende klimaat. KPI: Aantal beheervakken waar uitheems plantgoed is vervangen door inheems plantgoed.

KPI: Aantal m² versteende oppervlakte vervangen door groen. Aantal subsidies verstrekt voor het afkoppelen van regenpijpen. Oudewater: Aantal financiële impulsen verstrekt voor groenblauwe schoolpleinen. 25. VERGROENEN GEVELS VAN GEBOUWEN Klimplanten en groene gevels isoleren gebouwen, verminderen hittestress en bieden leefgebied voor insecten en vogels. KPI: Toename van m² groene gevels. 26. VLEERMUISVRIENDELIJKE VERLICHTING Voorkomt verstoring van vleermuizen door vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen. Voor vleermuisvriendelijke verlichting zijn een aantal richtlijnen. Verlichten enkel waar het nodig is en zorg voor de juiste armatuur en lamphoogte, met een gerichte lichtstraal en rood of amberkleurig licht. (Zie Factsheet Vleermuizen Verlichting, van de Zoogdiervereniging.) KPI: % van openbare verlichting die vleermuisvriendelijk is.

27. BEWUSTWORDING Dit is een maatregel die moeilijk in te prikken is, maar voor structurele verandering wel erg belangrijk is. Door inwoners actief te informeren over de schoonheid en het belang van een verhoogde biodiversiteit raken ze namelijk meer betrokken bij hun leefomgeving. KPI: Aantal gemeentelijke social media posts over biodiversiteit. Aantal ‘groene vrijwilligers’ in de gemeente. Aantal beleidsstukken waar het woord ‘biodiversiteit’ in wordt genoemd.

24. TEGELS VERVANGEN VOOR GROEN Vergroening van versteende oppervlakken verbetert waterinfiltratie, verlaagt hitteeffecten en verhoogt de biodiversiteit in de openbare ruimte.

44

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

VERVOLG BKN HOOFDSTUK 7:

GEMEENTE OUDEWATER

4545

In dit hoofdstuk doen we een voorschot op de vervolgstappen voor BKN in de gemeente. Dit aan de hand van de stappen zoals geformuleerd door kennisnetwerk Samen voor Biodiversiteit.

STAP 1

IN KAART BRENGEN VAN HET GEBIED

STAP 2

VISIE, PARTICIPATIE EN COMMUNICATIE

STAP 3

HERSTELMAATREGELEN FORMULEREN

STAP 4

DOEN, LEREN, BETER DOEN

7.1 VERVOLG BKN Zoals in de inleiding aangegeven, richt Basiskwaliteit Natuur (BKN) zich op meer dan alleen soorten. BKN is een concept wat nog in ontwikkeling is en zich richt op het herstel van de condities voor de algemene soorten in Nederland. Kijkend naar de verschillende landschapstypes stel je jezelf de vraag: “Aan welke knoppen moeten we hier draaien om algemene soorten te faciliteren?”

Grote ratelaar

46

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

STAP 1: IN KAART BRENGEN VAN HET GEBIED In deze stap wordt de huidige kwaliteit van het gebied in kaart gebracht en de gewenste ontwikkelingsrichting bepaald.

•

•

Deze stap wordt afgesloten door een grove evaluatie van de status quo van de geselecteerde soorten en toepasselijke condities.

Welk landschapstype is van toepassing op het gebied? Dit kan gebaseerd zijn op een eigen classificatie of een bestaande indeling. • Welke condities en algemene soorten zijn kenmerkend voor bij dit landschapstype? • Welke condities en algemene soorten zijn op dit moment aanwezig? In deze stap vorm je een beeld van hoe het gebied er zou zien als er een basiskwaliteit van de natuur zou zijn, op basis van de hieronder opgesomde condities. Ook beschrijf je welke basis- en plussoorten hier zouden moeten voorkomen. Laat op dit moment nog buiten beschouwing of het sturen op die conditie binnen je invloedssfeer ligt. Onder condities wordt binnen de BKNmethodiek het volgende verstaan: • Abiotische condities: nutriëntenbalans, bodemkwaliteit, waterkwaliteit, luchtkwaliteit; • Inrichting: variatie in biotopen: landschapselementen, connectiviteit;

GEMEENTE OUDEWATER

Beheer en gebruik: intensiviteit van landbouw, bevolkingsdruk (zonering), ecologisch beheer, aanpak van invasieve exoten.

STAP 2: VISIE, PARTICIPATIE EN COMMUNICATIE Terug naar de vraag: “Aan welke knoppen moeten we draaien om algemene soorten weer te kunnen faciliteren?” Een sleutelwoord in deze zin is “we”: het realiseren van een BKN is vaak een gezamenlijke inspanning. Het betrekken en managen van strategische partners speelt daarom een cruciale rol in het proces. Denk hierbij aan de provincie, het waterschap, agrarische collectieven en zeker ook vrijwilligersgroepen die zich inzetten voor natuur en landschap. Samen vormen zij de uitvoeringscoalitie. Benader de partijen waarmee je wilt samenwerken met de kernboodschap uit Stap 1: “Wij vinden dat een veenweidelandschap

in deze omgeving zou moeten voldoen aan bepaalde condities en een specifieke groep soorten zou moeten kunnen huisvesten. Op dit moment is dat niet het geval. Kunnen jullie ons helpen om hiermee aan de slag te gaan?” Wanneer je werkgroep uitbreidt, kan het nodig zijn om je streefbeeld voor het landschap bij te stellen op basis van de nieuwe expertise die aan tafel komt. Belangrijk om te onthouden: je coalitie is nooit te klein om te beginnen. Zelfs als een bepaalde partij niet direct meedoet en dat invloed heeft op de slagkracht, start dan met wat je wél kunt doen. Blijf gedurende de volgende stappen communiceren met de partijen waarmee je graag zou samenwerken. STAP 3: HERSTELMAATREGELEN FORMULEREN Nu je helder hebt welke condities je nastreeft en wie je uitvoeringscoalitie vormt, formuleer je maatregelen om de kwaliteit van die condities – en daarmee het landschap – te verbeteren. Zorg ervoor dat maatregelen die momenteel niet haalbaar zijn, bijvoorbeeld door een gebrek aan draagvlak of financiering, niet uit beeld raken. Zet alle maatregelen om in concrete actiepunten en werk ze zo gedetailleerd

47

mogelijk uit. Denk hierbij aan het tijdspad, de taakverdeling, de begroting, de uitvoering en de communicatie. Dit kunnen maatregelen zijn zoals beschreven in het vorige hoofdstuk. Voer de geplande maatregelen uit, maar blijf tegelijkertijd communiceren over de voortgang en de gewenste effecten. Stakeholders die in eerste instantie terughoudend waren, kunnen door de behaalde resultaten alsnog worden overtuigd. Basiskwaliteit Natuur is tenslotte van belang voor iedereen, van landgoedeigenaren tot ondernemers op een bedrijventerrein. STAP 4: DOEN, LEREN, BETER DOEN Het realiseren van een BKN is een iteratief proces. Gebruik onderstaande vragen om het proces te controleren en te verbeteren. 1. Is er verbetering in de condities van mijn gebied? 2. Is er verbetering in de aantallen & diversiteit van algemene soorten? 3. Heb ik het gewenste effect bereikt? 4. Hoe kan ik het beter doen? Het beantwoorden van deze vragen kan aan de hand van monitoring. Monitoring geeft inzicht waar je je maatregelen nog kunt

48

bijsturen. Zowel monitoring van de condities (bijvoorbeeld het meten van de waterkwaliteit en de aanwezigheid van landschapselementen) als het monitoren van de algemene soorten in jouw gebied. Een toename in het aantal én de diversiteit van soorten geeft namelijk ook aan dat de omstandigheden in je gebied zijn verbeterd. Kies soorten die kenmerkend zijn voor het gebied, zoals de basis-, plus- of gidssoorten uit deze rapportage.

7.2 MONITORING Zoals eerder genoemd, kunnen zowel de condities als de soorten worden gemonitord. Een combinatie van beide wordt aanbevolen om de voortgang effectief te volgen en te beoordelen. Kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) kunnen, zoals besproken op pagina 38, in een korte cyclus worden gemeten, terwijl soortmonitoring doorgaans meer tijd vergt. In deze paragraaf wordt op beide vormen van monitoring ingegaan. MONITORING VAN CONDITIES Het monitoren van condities gebeurt bij voorkeur aan de hand van KPI’s. Een KPI geeft inzicht in de prestaties van de uitvoerder en biedt een meetbare indicator voor de voortgang.

In het vorige hoofdstuk is per maatregel een KPI voorgesteld. Voor elke conditie worden KPI’s geformuleerd die zo SMART mogelijk zijn. KPI’s meten de resultaten van genomen maatregelen en in hoeverre deze bijdragen aan de gestelde doelen, zonder daarbij een vastomlijnde werkwijze voor het behalen van die doelen voor te schrijven. Een voorbeeld hiervan is het aandeel groenblauwe landschapselementen binnen een gebied, wat eenvoudig te monitoren is via kaartanalyse. Een toename van dit aandeel duidt waarschijnlijk op een verbeterde connectiviteit en grotere variatie in het landschap, vooral wanneer de onderliggende maatregelen voldoen aan bepaalde voorwaarden, zoals het gebruik van inheems plantmateriaal en de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Mocht soortmonitoring later echter een ander beeld schetsen, dan kan het nodig zijn om de voorwaarden van de maatregel aan te passen of de aanpak te herzien. MONITORING VAN SOORTEN De monitoring van soorten richt zich in principe op alle indicatorsoorten die representatief

SCAN BASISKWALITEIT NATUUR 2025

zijn voor het veenweidelandschap en stedelijk gebied. Dit biedt de basis voor de beoordeling van de biodiversiteit in het kader van Basiskwaliteit Natuur (BKN). Bij de monitoring zijn de volgende uitgangspunten van belang: •

•

•

Voor de gekozen ambassadeurssoorten zijn de methodieken te gebruiken die zijn weergegeven in de tabel op de volgende pagina.

Focus op goed onderzochte soortgroepen, zoals vogels, vaatplanten, dagvlinders, libellen, amfibieën, vissen en zoogdieren. Samenwerking met lokale experts en vrijwilligers voor specialistische soortgroepen zoals bijen, korstmossen en paddenstoelen. Selecteer soorten die landschap en drukfactoren weerspiegelen, met meerdere soorten per biotoop en drukfactor.

Door een gestructureerde en doelgerichte monitoring op te zetten, kan tijdig worden ingespeeld op ecologische veranderingen en kan de effectiviteit van natuurmaatregelen worden geoptimaliseerd. Dit draagt bij aan een solide basis voor het behouden en versterken van de biodiversiteit in het kader van Basiskwaliteit Natuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/641/documents/19698