Raadsvoorstel 'Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16' - Bijlage 3 (Concept zienswijze).pdf
Tekst van het document
Bezoekadres: Waardsedijk 219 3421 NE Oudewater Postadres: Postbus 100 3420 DC Oudewater
U10 netwerk t.a.v. de heer Hoeve Stadsplateau 1 3521AZ UTRECHT
Telefoon: 14 0348 Fax: (0348) 42 4108 info@oudewater.nl www.oudewater.nl
Onderwerp: Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de U16 Uw kenmerk:
n.v.t.
Uw brief van: 30 maart 2021 Geregistreerd onder nummer: n.v.t.
Documentnr.:
D/21/024155
Behandeld door/Doorkiesnummer:
Zaaknr.: Z/21/018104
R. van Doggenaar
KvK nummer: 53878388 IBAN nummer: NL88BNGH0285006789 Datum: 10 juni 2021
0348-428434 /
Geachte heer Hoeve,
Op 30 maart 2021 deelde u het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) met de colleges van de gemeenten van de U16. U deelde het concept IRP om gemeenteraden de mogelijkheid te bieden om een zienswijze op het document te geven. Via deze brief sturen wij u de zienswijze van de gemeenteraad van Oudewater. Informele consultatieronde colleges Voorafgaand aan het concept IRP heeft u het ontwerp IRP aan de colleges van de U16-gemeenten voorgelegd. Colleges kregen de mogelijkheid om via een informele consultatieronde een reactie te geven. De reactie van het college van Oudewater is als bijlage aan deze raadszienswijze toegevoegd. Wij verzoeken u om deze raadszienswijze in samenhang met de collegereactie te bezien. Beide reacties liggen namelijk in elkaars verlengde. Overigens zijn wij u erkentelijk voor de in het IRP gemaakte aanpassingen op basis van de collegereactie. Het standpunt over automobiliteit in de spits is genuanceerd, de directe financiële koppeling tussen groenontwikkeling en woningbouw losgelaten en de (potentiële) woningbouwlocatie Kerkwetering ingetekend. Daarnaast is Oudewater verbonden met het snelfietsroutenetwerk, heeft de Oude Hollandse Waterlinie een plek in het document gekregen en wordt Oudewater bij de Polderscheg genoemd. Kortom; veel van de aandachtspunten uit de collegereactie zijn in het concept IRP verwerkt.
Status van het IRP Van nature bestaat er een spanningsveld tussen regionale samenwerking en democratische legitimiteit. Het IRP is een product van de U16. De U16 is geen bestuurslaag, maar een netwerksamenwerking. Het IRP heeft geen wettelijk juridische status zoals gemeentelijke
omgevingsvisies en -plannen. Zowel de U16 als het IRP zijn voor hun waarde en legitimiteit afhankelijk van lokaal draagvlak en lokale besluitvorming. Vanuit deze realiteit is ervoor gekozen om het IRP van onderaf op te bouwen en te beschouwen als een adaptief document. Het IRP is hiermee een optelsom van lokale visies en de plek waar regionale afstemming plaatsvindt. Voortschrijdend inzicht, zowel op lokaal als regionaal niveau, kan leiden tot aanpassing van het IRP. Aan de andere kant vraagt belangenbehartiging richting Rijk en provincie wel om bepaalde mate van commitment op de inhoud. Gemeenten moeten elkaar als het ware vasthouden. Het spanningsveld tussen regionale samenwerking en democratische legitimiteit is niet volledig weg te nemen. De keuzes die u maakt om de kracht van regionale samenwerking te benutten, zonder de lokale bestuurslaag tekort te doen, steunen wij. Wel vragen wij u om, zelfs na eventuele vaststelling van het IRP, als U16 zichtbaar te blijven zijn om zo het lokale draagvlak voor deze regionale samenwerking te behouden en te versterken. Enkel wanneer u hier voldoende aandacht aan besteedt, kan regionale samenwerking succesvol zijn. Integraliteit RES-REP Een belangrijk vraagstuk voor ons is de relatie tussen de Regionale Energie Strategie (RES) U16 en het IRP.
Vooralsnog wordt in het IRP voor vraagstukken rondom energietransitie verwezen naar het RES-traject. Hierdoor lijkt er sprake te zijn van twee separate trajecten, terwijl het IRP de plek zou moeten zijn waar alles samenkomt. In het IRP geeft u aan (blz. 93), dat u voorafgaand aan de besluitvorming over het IRP een memo aanbiedt. Een memo waarin de samenhang en eventuele botsende belangen tussen de energieopgave en de overige opgaven zal worden beschreven. Wij zijn benieuwd naar de inhoud van dit memo en gaan er daarbij vanuit dat u in dit memo ook helderheid verschaft over de omgang met de verschillende tijdshorizonnen van het IRP (2040) en de RES (2030). De nog te verschaffen duidelijkheid over samenhang IRP met RES kan er te zijner tijd toe leiden dat deze zienswijze aangevuld wordt. Vitaliteit als centrale opgave Zoals eerder in onze collegereactie aangegeven, staan diverse onderdelen in het IRP ver af van de ruimtelijke uitdagingen in onze gemeente. Oudewater heeft geen groei ambities en ziet daardoor ook geen noodzaak voor een “schaalsprong”. Wij richten ons vooral op het toekomstbestendig en vitaal houden van onze gemeente en hebben geen behoefte aan het faciliteren van de enorme groeiopgave van de regio Utrecht.
Uiteraard begrijpen wij wel dat de groei van omliggende steden en bijbehorende ruimtelijke ingrepen gewenste en ongewenste consequenties (kunnen) hebben op onze gemeente. Vanuit deze invalshoek komen wij op voor de belangen van Oudewater en voelen wij ons constructief betrokken bij het IRP en de daarin beschreven ontwikkelingen. In het traject tot aan de totstandkoming van het huidige concept IRP heeft een verschuiving plaatsgevonden van een eenzijdige focus op het stedelijk gebied naar een meer gebalanceerd verhaal, waarin zowel aandacht is voor het stedelijk als het landelijk gebied. Zo doet de huidige omschrijving van de omgang met de agrarische transitie, waarin aandacht is voor economisch perspectief en de agrariërs als beheerders van het landschap, veel meer recht aan de realiteit dan eerdere teksten en uitspraken op dit onderwerp. Daarnaast wordt de belangrijke vitaliteitsopgave van de kleine(re) kernen in het IRP omarmd als regionaal vraagstuk. Wel zien wij in sommige onderdelen nog steeds enige onbalans tussen de aandacht voor het stedelijk en landelijk gebied. Zo kunnen wij de in het IRP gemaakte constatering van een oververtegenwoordiging aan dorpse milieus moeilijk plaatsen en strookt dit niet met onze beelden van
de praktijk. Het blijft van belang om naast de stedelijke uitdagingen voldoende aandacht te hebben voor de uitdagingen in het landelijk gebied. Het merendeel van de gemeenten in de U16 heeft nu eenmaal een landelijk karakter. Wij verzoeken u deze opmerking (oververtegenwoordiging) te schrappen. Mobiliteit en vitaliteit In het IRP beschrijft u het verschil tussen zelfstandige en verbonden vitaliteit. Zelfstandige vitaliteit gaat over werk en voorzieningen in een kern zelf. Verbonden vitaliteit gaat over werk en voorzieningen buiten een kern, die goed bereikbaar zijn met eigen of openbaar vervoer. In onze gemeente hebben wij met beide vormen van vitaliteit te maken. Voor ziekenhuiszorg, maar ook voor diverse vormen van kunst- en cultuurbeleving zijn de inwoners van de gemeente Oudewater afhankelijk van voorzieningen in andere gemeenten. Om op een goede manier van deze voorzieningen gebruik te kunnen maken is het van belang dat de mobiliteit op orde is. In het IRP geeft u prioriteit aan duurzame vormen van mobiliteit zoals de trein en de (elektrische) fiets. Autoverkeer wilt u zo veel mogelijk beperken. Voor het stedelijk gebied waar de drukte zich concentreert en alternatieven voor autogebruik beschikbaar zijn, snappen wij deze keuze. Voor het landelijk gebied blijft de auto echter het belangrijkste vervoersmiddel voor de (middel)lange afstand.
Juist in het kader van de verbonden vitaliteit, essentieel voor de leefbaarheid van onze gemeente, vragen wij aandacht voor het blijven faciliteren van autogebruik in het landelijk gebied. Uiteraard staan wij daarnaast open voor verkenningen naar en implementatie van duurzame vormen van mobiliteit, wanneer deze een reëel en betaalbaar alternatief vormen voor het autogebruik. Groeien voor eigen behoefte Wij vinden het goed dat het onderwerp ‘vitale kernen’ een prominente plek heeft in het IRP. Het groeien voor eigen behoefte, van fundamenteel belang voor de vitaliteit van kleine en middelgrote kernen, wordt omarmd. Daarnaast wordt expliciet benoemd dat een gezonde regio begint met vitale kernen. De opgave om kleine en middelgrote kernen vitaal te houden is dus niet enkel een lokale, maar ook een regionale opgave. Wij begrijpen de argumentatie waarom het onderwerp niet in de ontwikkelpaden is opgenomen. Kleine en middelgrote kernen kennen inderdaad een eigen dynamiek en afhankelijkheden en zijn moeilijk gezamenlijk in een tijdpad te plaatsen. Wel vragen wij aandacht voor het op de agenda houden van dit onderwerp. Als U16-regio staan wij gezamenlijk voor de opgave om de groei voor eigen behoefte van kleine(re) kernen te realiseren.
Indien zich moeilijkheden voordoen om deze groei te realiseren, bijvoorbeeld door beperkende kaders van andere overheden, dan verwachten wij dat we hier gezamenlijk als U16 het gesprek met deze overheden over aangaan. Ambities voor werken en groen & landschap Het bedrijventerrein Tappersheul bestempelt u in het IRP als een ‘Next Economy’-locatie. Dit houdt in dat het bedrijventerrein over eigenschappen beschikt, waardoor het in uw ogen geschikt is voor activiteiten verbonden aan het thema circulaire economie. Wat voor activiteiten dit precies behelst, wordt uit het IRP niet duidelijk. Wel spreekt u over het bieden van ruimte aan zwaardere milieucontouren. Wij hebben sterke twijfels over zwaardere milieucontouren op bedrijventerrein Tappersheul, maar gaan graag met u in gesprek over wat u precies voor ogen heeft. Eveneens twijfelen wij aan de mogelijkheden vanuit de beperkte ruimte die Oudewater heeft en krijgt voor bedrijvigheid. Circulaire bedrijvigheid heeft een (veel) grotere ruimtevraag. Wij zijn benieuwd naar uw ideeën en op welke wijze deze aansluiten op de reeds gevestigde bedrijvigheid op het bedrijventerrein. Bedrijvigheid die een belangrijke rol voor onze lokale werkgelegenheid vervult.
Ten slotte staan wij stil bij de ambities op het gebied van groen en landschap. Eerder hebben wij al aangegeven, dat wij het goed vinden dat er veel aandacht is voor de opgaven op het gebied van groen en landschap. Verplichtingen die het Rijk ons oplegt zien wij als onontkoombaar. De U16 aandacht voor groen en landschap komt echter voort uit een schaalsprong die voor de gemeente Oudewater niet hoeft. Aanpassingen aan groen en landschap staan dus ten dienste van de schaalsprong van het verstedelijkt gebied. Dat kan mogelijk voordelen voor Oudewater met zich meebrengen. Het is hierbij van belang om oog te houden voor de balans van de dienstbaarheid van het landschap aan het verstedelijkt én het landelijk gebied. Een gebiedsgerichte aanpak kan dienen als instrument om ruimte te bieden aan de belangen die in een specifiek gebied aanwezig zijn. Daarnaast blijft de financiering van de ambities een lastig vraagstuk. Wij vinden dit merkwaardig gezien het feit dat veranderingen in groen en landschap het gevolg zijn van de schaalsprong in het verstedelijkt gebied. Indien de ambities op het gebied van groen en landschap niet haalbaar blijken te zijn, kan dit gevolgen hebben voor andere thema’s die in het verstedelijkt gebied spelen.
Het is belangrijk om in de komende periode te monitoren in hoeverre stedelijke ambities om maatregelen in groen en landschap vragen en of die uitvoerbaar blijken te zijn of niet. Zeker op onderwerpen waarvan wij nu al weten, dat realisatie hiervan niet eenvoudig is. Samenvattend Voor het overzicht benoemen wij nogmaals onze belangrijkste opmerkingen en aandachtspunten: • Dank voor het op een goede manier verwerken van de collegereactie. • Heb aandacht voor de rol van het lokale bestuur en het spanningsveld tussen regionale samenwerking en democratische legitimiteit. • Wij zijn benieuwd naar de integratie van het RES in het IRP en sluiten niet uit dat het toegezegde memo tot een aanvulling op deze zienswijze leidt. • Geef voldoende aandacht aan het stedelijk én landelijk gebied – zorg voor een goede balans; • Mobiliteit is voor kleine(re) kernen van essentieel belang voor de vitaliteit. Geef voldoende ruimte aan automobiliteit indien er geen goede alternatieven aanwezig zijn. • Het groeien voor eigen behoefte van vitale kernen is niet enkel een lokale, maar ook een regionale opgave waarvoor wij gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen. • Licht nader toe wat uw plannen zijn met de ‘Next Economy’-bedrijventerreinen, waarbij wij sterke twijfels hebben over zwaardere milieucontouren en circulaire activiteiten op bedrijventerrein Tappersheul.
• Heb voldoende aandacht voor de dienstbaarheid van de groenambities aan het landelijk en stedelijk gebied en de financierbaarheid van deze ambities. Wij kijken uit naar de wijze waarop u onze zienswijze in het IRP verwerkt. Daarnaast ontvangen wij graag een nadere toelichting op de onderdelen waar wij dat hebben gevraagd. Mocht u vragen voor ons hebben, dan horen wij dat uiteraard graag. Indien nodig zijn wij tot een mondelinge toelichting van deze brief bereid. Hoogachtend, Namens de gemeenteraad,
De burgemeester,
De griffier,
Drs. D.C. de Vries
mr. A. van der Lugt
Deze brief is automatisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.