CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16' - Bijlage 9 (Stand van zaken en vooruitblik participatie).pdf

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 16.: Raadsvoorstel ‘Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16’3.269 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stand van zaken en vooruitblik – Participatie Integraal Ruimtelijk Perspectief De participatie rondom het IRP (REP) is tweeledig: ● Regionale participatie – belangenorganisaties in de regio Utrecht met regionaal belang en invloed participeren bij de vorming van het IRP en geven van inzichten op het programmeren. ● Lokale participatie – Gemeentelijk draagvlak is essentieel om op een succesvolle wijze over te gaan tot programmeren. Gemeente-overstijgende projecten moeten worden verankerd in lokaal beleid. Daar is draagvlak voor nodig bij de lokale stakeholders. Communicatiedoelstellingen De uitgangspunten voor alle communicatie zijn ‘verbinden, verbeelden en versterken’. Verbinden – Er wordt verbinding gezocht tussen de U16 gemeenten, belangenorganisaties en bewoners. Waar mogelijk wordt er voorgesorteerd op de alliantievorming die nodig is voor de uitvoerende fase van het IRP. Verbeelden – De visie van de U16 dient tot de verbeelding spreken voor gemeenten, belangenorganisaties en bewoners. Verbeelden dient te gebeuren in heldere communicatie (taal of visueel) met eenduidige betekenis en vertaald naar de lokale ambities Versterken – De inzichten die worden opgehaald vanuit de participatie versterken de planvorming en het draagvlak voor het programmeren.

Participatieniveau Voor participatieprocessen kunnen er diverse wijze van benadering te hanteren, een andere vorm van participatie en communicatie. We onderscheiden 5 vormen van participatie: Beslissen De besluitvorming wordt overgedragen aan de stakeholder. Resultaten uit het proces hebben een bindende werking. Samenwerken We werken als partners samen en overleggen vanaf het begin met elkaar. Samen zoeken we naar oplossingen en samen nemen we een besluit. Raadplegen We vragen om meningen, ervaringen en ideeën. We gebruiken waar mogelijk de reacties van betrokken personen bij het vervolg. De reacties zijn niet dwingend maar wegen wel mee bij het nemen van besluiten.

Inspreken We vragen om inzichten. De agenda is grotendeels bepaald, maar betrokkenen worden gezien als gesprekspartners bij de ontwikkeling van beleid. Het REP / de gemeenten is niet verplicht iets te doen met de uitkomsten van deze gesprekken. Informeren We willen dat de stakeholders op de hoogte zijn van de ontwikkelingen op ruimtelijk gebied. De agenda en kaders staan vast en er zijn weinig tot geen wijzigingen mogelijk. Regionale stakeholders Voor regionale stakeholders worden de participatieniveaus raadplegen en samenwerken gehanteerd. Regionale stakeholders worden geraadpleegd om nieuwe inzichten te vergaren en om de haalbaarheid te toetsen. Daarnaast wordt er samengewerkt om de uitvoer van het IRP te realiseren. Lokale stakeholders Voor lokale stakeholders wordt er op de participatieniveaus informeren en raadplegen. De inwoners van de gemeenten worden geïnformeerd over het regionale samenwerkingsverband en de ambities in de regio. Lokale organisaties worden geraadpleegd voor inzichten, kansen en uitdagingen op het gebied van lokale projecten.

Participatie regionale stakeholders Het inzetten van een regionaal participatieproces dient meerdere doelen. Het verzamelen van input en inzichten voor de nog te nemen keuzes voor het concept IRP. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de kennis en expertise van stakeholders binnen hun vakgebied. Het dient om te informeren, biedt de mogelijkheid om de gekozen strategie beargumenteerd toe te lichten en te onderzoeken op welke punten het nog schuurt. Tevens dient een participatieproces voor het creëren van draagvlak en enthousiasme voor de strategische redeneerlijnen. Participatie komt van het werkwoord participeren en betekent in de kern dus vooral ‘meedoen’. Het participatieproces IRP gaat dan ook verder dan enkel het ophalen van wensen en behoeftes. Het streven is om stakeholders medestanders te maken voor de gemeenschappelijke voorkeursrichting om alvast voor te sorteren op de uitvoerende fase. Gezien de vele ruimtelijke trajecten waarop al geparticipeerd is of wordt (POVI, UNed, RSU, RES) is het belangrijk om gebruik te maken van de input die tijdens deze trajecten is vergaard en hier verder op voort te zetten bij de participatie voor het IRP zodat er geen dubbelingen plaatsvinden en het tevens voor de stakeholders overzichtelijk blijft. Binnen de verschillende domeinen is er de afgelopen jaren al veel met regionale stakeholders gesproken.

Zo is onder meer het ontwikkelbeeld Groen en Landschap tot stand gekomen dankzij de input van vele organisaties en denkt MKB-midden samen met betrokken bedrijventerreinen mee naar de opgave vanuit economie. Ook partners, zoals de provincie, organiseerden diverse inhoudelijke bijeenkomsten, bijvoorbeeld over de omgevingsvisie of het Ringpark.

Participatiebijeenkomst 15 maart Het concept IRP is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de 16 gemeenten (U16). Het concept IRP wordt ter zienswijze aangeboden aan de raden en daarnaast wordt het concept IRP getoetst bij de grootste regionale belangenorganisaties in de regio Utrecht. Deze toetsing heeft plaats gevonden middels een participatiebijeenkomst op maandag 15 maart 2021. De bijeenkomst moet worden gezien als de start van een verdere dialoog met name ook gericht op het tot stand komen van het programmeren. Binnen deze bijeenkomst wordt er gezocht naar de integraliteit van de opgaven en thema’s. Er zijn 30 belangenorganisaties uitgenodigd die een regionale visie en expertise hebben. Doelstellingen van de bijeenkomst: ● ● ● ●

informeren over het (concept) IRP en redeneerlijnen toetsen van draagvlak ophalen waar verder de dialoog over moet gaan inzichten vergaren ter verrijking van het IRP en omtrent uitvoering (fase 4 programmeren)

Tijdens de bijeenkomst worden de belangenpartijen geïnformeerd over de redeneerlijnen in het IRP en getoetst of dit te verenigen is met hun eigen visie en ambities. Daarnaast faciliteren we de dialoog tussen deze partijen om elkaars perspectief en belangen in te laten zien en te onderzoeken waar de overeenkomsten en tegenstrijdigheden zijn. Dit is tevens het uitgangspunt voor het vervolgtraject op regionale participatie. De visie moet gedragen worden door deze partijen en de dialoog wordt aangegaan om kansen te benutten en bottlenecks te voorzien bij de uitvoerende fase. Samenvatting bijeenkomst en vergaarde inzichten ter aanvulling / aanscherping van het concept IRP - Participatiebijeenkomst 15 maart 2021 Aanwezig REP: • Sander Jansen • Klaas Verschuure • Sanneke Lisman • Dionne Baaré • Gerben Vat • Jan Maurits van Linge • Bastian Jansen • Stephanie Baneke • Dagvoorzitter - Jim Wouda, Dietz Strategie & Communicatie Presentatie • •

Wouter Onclin – Site Urban Development Geurt van Randeraat – Site Urban development

Deelnemers: • • • • • • • • • • •

NEPROM NMU LTO Noord Utrecht Science Park Fietsersbond Bouwend Nederland NVM Makelaars NV Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug Dura Vermeer Natuurmonumenten

Presentatie door Site Urban Development Wouter Onclin heeft de redeneerlijnen en opgaven uit het Integraal Ruimtelijk perspectief toegelicht aan de hand van een presentatie. Discussies Break-out Rooms De deelnemers zijn vervolgens opgedeeld in twee break-out rooms. Waarin de deelnemers verdeeld zijn op basis van belangenvertegenwoordiging. Er is voor gekozen in de break-out rooms de diverse perspectieven bij elkaar te zetten om de dialoog met elkaar aan te gaan. Samenvatting gesprekken in Break-out Rooms We zitten in een ruimtestrijd om alle opgaven een plek te geven. De vraag wordt gesteld of de goede keuzes gemaakt worden voor de lange termijn. We werken met de kennis van nu, echter weten we niet welke innovatieve oplossingen nog mogelijk zijn in de toekomst. Met name voor de woningbehoefte vragen de partijen zich af hoe de kosten van de verschillende opgaven die nu moeten worden meegenomen (stapeling) zich verhouden tot de behoefte aan betaalbare woningen. Men doet een oproep om een realisatiestrategie op te bouwen en scherpte te brengen in de haalbaarheid. De vraag is of er nu ingezet wordt op de op de juiste locaties en op de juiste type woningen? Er wordt voorgesteld om met een aantal steden een innovatieprogramma op te stellen en te leren van elkaar.

Er zijn tijdens de break-out room sessies diverse handreikingen gedaan door de deelnemers over hoe gezamenlijk de opgaven aan te pakken: • •

•

Uit de landbouwhoek (LTO): Wil graag meedenken hoe landbouw te mengen met recreatieve functies en groen. Vanuit Ontwikkelend Nederland (NEPROM) wordt aangegeven dat zij realisme kunnen brengen in de plannen. Zij zijn onlangs een programma gestart: ‘Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen’. Dit programma is tevens ontstaan in samenwerking met het Ministerie en ze zijn nog op zoek zijn naar meer partners. Vanuit daar kan naar innovaties in het vakgebied gekeken worden. Dura Vermeer geeft aan dat zij als aannemer wil helpen met het herontwikkelen van verouderd stedelijk gebied. Ze geven wel aan dat zij hulp in de transformatie en

herbestemming hierbij kunnen gebruiken. Op deze manier kan er versnelling optreden en meer visie komen om die stap te maken. Alle partijen geven aan dat ze mogelijkheden en uitdagingen zien in het IRP en eigenlijk allemaal wel ergens onderdelen zagen waar ze aan kunnen bijdragen. Echter botst het nog niet op dit abstracte niveau. Er wordt aangegeven dat er wel tijdig ingezoomd moet worden zodat het scherp wordt waar het botst en waar de echte ruimtelijk keuzes liggen. Hierbij is de verwachting dat het niet om de euro’s gaat maar om hoogwaardige kwalitatieve invulling van de vierkante meters. We moeten het dus met name daar over hebben. De vraag is hoe je leidend principes behoudt die nu als uitgangspunt gebruikt worden. De deelnemers geven aan dat dit vraagstuk ook bij de markt neergelegd moet worden. Op de vraag aan de deelnemers waar de grootste uitdagingen liggen wordt geantwoord; ‘Het zoeken naar integrale, innovatieve oplossingen. Hoe kunnen we elementen combineren en mengen. Er moeten in een vroeg stadium scherpe keuzes worden gemaakt. Durf die keuzes te maken, anders kom je geen stappen verder’. De oproep vanuit de deelnemers is dat er duidelijk in beeld moet worden gebracht wat er precies nodig is, wat het kost en wat er nodig is om het te realiseren. Take-aways van de bijeenkomst voor het IRP Scherpe keuzes Alle aanwezige partijen waren erg constructief in de dialoog.

Allen begrijpen de strijd om de ruimte en de opgaven die dit met zich meebrengt. Het perspectief moet nog verscherpt worden om de verwachte ‘botsingen’ goed te kunnen aanduiden. Er wordt aangegeven dat het belangrijk is dat in dit stadium ook al scherpe keuzes gemaakt moeten worden, ook als dit geen populaire keuzes zijn. Actie voor IRP: Concretiseren van het perspectief. Het uitharden van de keuzes die in het IRP gemaakt zijn en die nog in uitwerking zijn. Uitvoerbaarheid Er zijn nog zorgen over de uitvoerbaarheid van het perspectief. De betaalbare woningbouw op binnenstedelijk plekken en de groenopgave, natuur als leidend principe, worden concreet genoemd. De stapeling van ambities / opgaven op specifieke plekken, zoals de A12 zone en de stedelijke verdichtingslocaties zien de deelnemers als grote uitdagingen. Alle deelnemers zijn het eens dat er een juiste balans tussen ambitie en realisme gevonden moet worden en willen hier graag over meedenken en meewerken bij de uitvoering. Daarnaast wordt er een duidelijke oproep gedaan om het financiële aspect te benoemen in het perspectief. Wat is er nodig om de plannen te realiseren, en hoe moet dit bedrag verdiend worden? Actie voor IRP: Een realisatie-en investeringsstrategie opstellen voor het IRP.

Dit betekent dat er scherpte nodig is welke opgaven welke kosten en opbrengsten met zich meebrengen en waar de prioriteiten liggen bij de uitvoering. Welke onderdelen gefinancierd kunnen worden in de publiek-private allianties en welke posten ‘onrendabel’ zijn, maar cruciaal voor de kwalitatieve groei van de regio.

Waarborgen van de redeneerlijnen Hoe kunnen we waarborgen dat de leidende principes die nu in het perspectief geformuleerd zijn gedurende de realisatie nageleefd worden? Er zijn met name zorgen om integraliteit en samenhang van het perspectief en om de bepaalde leidend principes vast te houden bij de uitvoering. Actie voor IRP: De 16 samenwerkende gemeenten staan samen aan de lat om de visie en uitvoering gezamenlijk scherp te houden en te bewaken. In het IRP wordt toegevoegd hoe de kwalitatieve en kwantitatieve voorgang gemonitord wordt. Integraliteit en innovatie Functiemenging is meerdere malen genoemd als één van de oplossingen voor de integrale opgaven. Hierbij dient er op zoek te worden gegaan naar innovatieve manieren om de beperkte ruimte efficiënt te gebruiken. Belangrijk is dat thematische benadering van vraagstukken in het IRP wordt losgelaten en altijd op zoek wordt gegaan naar de integraliteit. Actie voor IRP: In het vervolgtraject innovatieve marktpartijen uitnodigen om mee te denken over uitvoeringsvraagstukken. Flexibele tafels De bijeenkomst van 15 maart heeft ons geleerd dat regionale stakeholders positief staan ten opzichte van de ingeslagen weg. De organisaties zijn over het algemeen goed op de hoogte van de opgaven en men wil graag aan de slag gaan om de toekomst vorm te geven. Er is de afgelopen jaren veel gepraat en het is tijd voor actie.

Er is bereidheid om op thema’s mee te denken. Hierbij worden innovatie en financierbaarheid vaak genoemd. De bijeenkomst van 15 maart is de start van een verdere dialoog met deze stakeholders. De deelnemers van de bijeenkomst van 15 maart hebben aangegeven dat verdere aanscherping van het IRP nodig is zodat deze van abstracte visie leidt tot een document waarin al scherpe keuzes gemaakt zijn. De strijd om de ruimte is voor iedereen duidelijk en ook dat dit diverse complexe uitdagingen met zich meebrengt. De stakeholders hebben aangegeven dat ze graag meedenken en meewerken aan de integrale opgaven en dat met name het beantwoorden van de ‘hoe’-vraag een belangrijke vervolgstap is. Hoe pakken we deze opgaven integraal aan? Welke investeringen zijn ermee gemoeid? En hoe wordt dit met elkaar verdiend? Goede vervolgvragen die we in flexibele tafels door publieke en private partijen gezamenlijk willen laten onderzoeken. De keuze voor flexibele en kleinere tafels is dat deze kunnen wisselen in omvang, samenstelling en frequentie. Hiermee kunnen we ook meerdere stakeholders betrekken en voorkomen er een te vaste en ingesleten groep ontstaat. In de tafels moet de juiste balans gevonden worden tussen ambitie en realisme in de uitvoeringsplannen. Aan de tafels moeten markt en overheid elkaar uitdagen en innovatie stimuleren.

In de flexibele tafels kunnen er deelthema’s van het IRP als stappen voor de uitvoeringsstrategie ingebracht worden om te toetsen. Afhankelijk van het deelthema worden de juiste partijen samengebracht om over dit deelthema te discussiëren en

eventuele vragen die vanuit het REP nog openstaan te beantwoorden. Denk hierbij aan tafels over de onderwerpen: financiële haalbaarheid, functiemenging maar ook een tafel voor innovatie in het ruimtelijke domein. De inzichten die bij deze tafels worden opgehaald kunnen worden gebruikt voor het IRP om kansen en uitdagingen nog scherper te stellen. Tevens biedt het mogelijkheid om draagvlak te creëren bij diverse marktpartijen voor de visie en de uiteindelijke allianties voor de uitvoer. Uitgangspunten voor flexibele tafels ● Representatieve vertegenwoordiging (publiek, privaat en maatschappelijk); ● Toevoegen van partijen die zorgen voor inspiratie ( innovatie / out-of-the-box oplossingen). Je wilt in de tafels zowel toetsen als inspireren; ● Duidelijke kaders over reikwijdte van het advies per tafel (mee-ontwerpend, bindend ● of alleen adviserend). Ook dat kan per thema en tafel verschillen; ● Begeleiding door deskundige voor realistische afwegingen; 1. Vertegenwoordiging belangen van individuen. Organisaties die de belangen van individuen/inwoners vertegenwoordigen (GGD, Vereniging Eigen Huis, fietsersbond etc.). Deze partijen wordt ter opvolging gevraagd om (indien nodig bij specifieke vraagstukken) inzichten vanuit hun leden op te vragen door bijvoorbeeld enquêtes uit te zetten.

Op deze wijze wordt er gericht informatie opgehaald op vraagstukken waar de leefomgeving van deze individuen/inwoners beïnvloedt door kan worden.

2. Vertegenwoordiging belangen van organisaties Koepelorganisaties die de belangen van diverse bedrijven vertegenwoordigd ( NEPROM, LTO, INretail). De dialoog wordt aangegaan met deze partijen voorsorterend op het (lokaal) programmeren van het integraal ruimtelijk perspectief en er wordt gezamenlijk onderzocht waar draagvlak is voor samenwerking met partijen. Dit is in afstemming met het algemene plan van aanpak ‘programmeren’. 3. Marktpartijen en experts Afhankelijk van het vraagstuk en eventueel deelgebied vragen we marktpartijen aan te sluiten om vanuit expertise inzichten te geven. De markt dient input te kunnen geven op de uitvoerbaarheid de visie. Daarnaast willen we ter inspiratie kennisinstellingen of experts vragen om met een andere bril naar de vraagstukken te kijken. Denk hierbij o.a. aan innovatiepartners. Communicatiemiddelen De communicatie dient transparant en toegankelijk te zijn. Stakeholders kunnen hun voorkeur aangeven hoe zij op de hoogte gehouden willen worden. Tijdens het participatieproces zoeken we altijd naar kansen en verbinding. Dit dient een vast onderdeel

te zijn van gesprekken met alle stakeholders. Waar zien zij kansen, welke ideeën/wensen hebben zij? En waar zijn mogelijkheden voor samenwerkingen? Ter ondersteuning van het regionale participatieproces dient het volgende gerealiseerd te worden: ● Een platform / regionale website waarop informatie gedeeld wordt bestemd voor inwoners en organisaties. Daarnaast kunnen gemeenten ook gebruik maken van de informatie over de regionale opgaven (infographics, video’s) die op dit platform gedeeld wordt voor de vertaling bij lokale projecten. ● Een duidelijke governance structuur van U16. Hoe verhoudt U10/16 zich ten opzichte van het Rijk, provincie en de gemeenten. Welke verantwoordelijkheden heeft de U10/U16 en op welke vlakken kunnen stakeholders zich richten tot U16 en waarvoor moeten ze bij de provincie/gemeenten zijn? ● Gebruik maken van bestaande platforms om draagvlak te creëren. Denk hierbij aan spreektijd op congressen over thema’s zoals duurzaam bouwen, landschap of het werken van de toekomst.

Lokale participatie De participatie op lokaal niveau vraagt om maatwerk. In de zestien gemeenten heeft het gesprek over de ruimtelijke toekomst op een zeer diverse manier plaatsgevonden. Van de “Regionale Toekomstagenda van de Lopikerwaard” tot de “Ruimtelijke Strategie Utrecht”, en van de “Ruimtelijke Koers” in Houten tot “Samen werken aan wonen” in De Bilt. De voorkeursrichtingen en redeneerlijnen zorgen ervoor dat de opgave per gemeente of gebied concreter wordt. In een aantal gemeenten zal de inhoud overeenkomen met al vastgestelde toekomstvisies of ander opgesteld beleid en is de impact van de voorkeursrichtingen beperkt. In een andere gemeente is meer begeleiding nodig om het been bij te trekken. Ook hebben regio en gemeenten elkaar niet voor alle ruimtelijke ontwikkelingen nodig. Als eerste stap zal hier een inventarisatie op plaatsvinden. Hierbij wordt speciaal aandacht besteed aan de benodigde kaderstelling vanuit de Omgevingswet zoals het opstellen van de omgevingsvisies in de verschillende gemeenten en de bijbehorende participatie. Na de inventarisatie kan de behoefte van een gemeente onderverdeeld worden in drie categorieën. Categorie 1 Gemeente is klaar/vergaand met de ontwikkeling van de omgevingsvisie.

Categorie 2 Gemeente is actief bezig met de ontwikkeling van de omgevingsvisie.

Gemeente-overstijgende ambities zijn verankerd in lokaal beleid.

Er zijn nog enkele verschillen tussen gemeente-overstijgende ambities en lokaal beleid

Categorie 3 De ontwikkeling van de omgevingsvisie ligt momenteel stil / heeft lage prioriteit. Er zijn grote verschillen tussen gemeenteoverstijgende ambities en lokaal beleid

Maatwerk lokale participatie De behoefte van de 16 gemeenten is afhankelijk van in welke fase ze zich bevinden bij het opstellen van een omgevingsvisie en de fase waarin het participatieproces zich bevindt. De specifieke behoeftes worden in individuele gesprekken met de gemeenten vastgesteld. Als dit is vastgesteld wordt er per gemeente een advies uitgebracht. Daarnaast wordt er een toolbox ontwikkeld met communicatiemiddelen van het IRP/regionale opgaven die gemeenten kunnen gebruiken voor lokale vertalingen. Daarnaast wordt er een dienstenpakket opgesteld op basis waarvan een tailor-made aanbod kan worden gedaan, ingericht naar de specifieke behoefte van gemeenten.

Planning Week 9: 1 maart t/m 5 maart ● Voorbereiding presentatie 15 maart ● week 10: 8 maart t/m 12 maart ● Doorloop van bijeenkomst o Kritiek / repliek en technische doorloop week 11: maandag 15 maart ● Participatiebijeenkomst regionale stakeholders week 12: 22 maart t/m 26 maart ● verwerken inzichten bijeenkomsten oplevering: bijlage bij concept IRP: verslagen en duiding van bijeenkomsten en plan van aanpak participatieproces Inventarisatie RO gemeenten U16 t/m eind april ● inventarisatie behoefte participatie lokaal niveau ● oplevering: opstellen adviezen per gemeente: eind april ● oplevering: algemene communicatiemiddelen IRP voor bewoners/ organisaties ● Flexibele tafels april t/m juni Doorlopend, frequentie is afhankelijk van voortgang uitvoeringsstrategie en wijzigingen IRP Platform / website begin juli Een algemeen platform over ‘gezond stedelijk leven in de regio Utrecht’ voor inwoners, organisaties en gemeenten.

Iteratief proces Het plan van aanpak is geschreven als leidraad voor het participatieproces. Echter, er moet een kanttekening bij geplaatst worden. Participatie is een iteratief proces is waarbij ook de feedback die wordt ontvangen op het proces moet worden meegenomen. De input en feedback wordt afgewogen waarop er mogelijkerwijs afgeweken wordt van de activiteiten zoals omschreven in dit plan van aanpak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/397/documents/12487