CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16' - Bijlage 7 (Overzicht reacties consultatieronde colleges).pdf

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 16.: Raadsvoorstel ‘Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16’34.128 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Dit van bodemdaling, stikstofreductie en circulariteit. Wij verzoeken u om dit vraagstuk mee te nemen in het programma. kan nader worden uitgewerkt in fase 4.

Woerden

Mobiliteit

Woerden

Mobiliteit

Leidt niet tot aanpassingen. De lijn die we in het IRP kiezen als inzet vanuit onze regionale verstedelijkingsstrategie richting mobiliteitsstudies met provincie en rijk is dat we opties waarbij de capaciteit van het wegennet zodanig moet worden uitgebreid dat dit leidt tot nieuwe doorsnijdingen op plekken waar we verstedelijkingslocaties hebben gepland onderaan de ladder voor de gecombineerde strategie verstedelijking/mobiliteit komen. Met name de zware knelpuntproblematiek op de Ring Utrecht Zuid (A12) Het IRP kent een forse ambitie op het gebied van mobiliteit. Via een aanbod aan alternatieve vervoersmiddelen en sturing op gedrag moet maakt dat hierdoor weinig ruimte is om rond bestaande op- en afritten en op de aansluitende provinciale de groei van automobiliteit in de spits worden afgeremd. Het beperken van het autogebruik in de spits om filevorming te voorkomen is wegen capaciteit toe te voegen en daardoor is de groei van autopendel in de spits effectief gellmiteerd door de een goed streven. Vasthouden aan het uitgangspunt dat in de spits niet meer auto’s op het wegennet rijden dan nu, uitgaande van een capaciteit van de bestaande wegenstructuur, op enkele kleine optimalisaties rond verstedelijkingslocaties en coronavrije samenleving, is in onze ogen niet realistisch.

Het IRP gaat voor de periode tot aan 2040 uit van een toename van 104.000 tot een paar bestaande plannen. Daarom zetten we in op een stevig paket generiek mobiliteistbeleid in 125.000 woningen en 80.000 arbeidsplaatsen. Een dergelijke verstedelijkingsambitie zal onvermijdelijk leiden tot een toename aan combinatie met een schaalsprong in OV- en fietnetwerken. Daarbij willen we benadrukken dat we in U Ned automobiliteit Kortom; wij steunen u in uw streven om het autogebruik af te remmen, maar verzoeken u wel om in het IRP realistische doorgaan met studies over het uitbreiden van de het wegennet, ook op en rodn de Ring Utrecht. Voor 2025 uitgangspunten te hanteren. Zeker voor meer landelijk gelegen kernen zonder goede OV-verbinding is bovengenoemde uitgangspunt zullen rijk en regio met elkaar besluiten of een verstedlijkingstrategie kan zonder het toevoegen van capaciteit onrealistisch. op het wegennet of dat dit op een aantal plekken wel degelijk noodzakelijk is. Binnen onze gemeentegrenzen leggen de combinatie van regionale verkeersstromen en binnenstedelijk verdichting druk op de infrastructuur. Wij zijn blij dat u inziet dat een ontsluiting aan de oostkant van Woerden als oplossing hiervoor niet kan worden uitgesloten. Wel zijn wij verrast over een mogelijke multimodale hub langs de A12 bij de afslag Harmelen.

Wij missen, los van de specifieke locatie, een degelijke onderbouwing voor nut en noodzaak van een hub. Daarnaast is voor de realisatie van een hub lokaal Leidt niet tot tekstuele aanpassingen IRP. Multimodale hub is een zoeklocatie op de corridor en geldt als draagvlak nodig. Vooralsnog zijn er in Woerden geen plannen om een dergelijke hub te realiseren. Wij stellen voor om in samenwerking vervanging van huidige P+R Woerden. Verkening naar geschikte locaties zullen in overleg met gemeente nader onderzoek te doen naar de noodzaak en optimale locatie van een dergelijke multimodale hub. Woerden plaats vinden. Het kaartbeeld is aangepast, omdat de verbinding verkeerd getekend stond.

Werken

Om groen en landschap te sparen wordt in het IRP ingezet op mengen van wonen en werken en intensiveren van bedrijventerreinen. Het intensiveren van bedrijventerreinen betekent in dit geval het verhogen van het aantal arbeidsplekken per hectare. Het intensiveren van bedrijventerreinen is een complexe en kostbare opgave. Zeker in het geval van bestaande bedrijventerreinen. Wij hebben sterke twijfels over de haalbaarheid van deze ambitie. Het lijkt ons verstandig om in de praktijk te toetsen of intensivering van bestaande bedrijventerreinen uitvoerbaar is. Start een aantal pilots en gebruik de uitkomsten om realistische ambities te formuleren. Het bedrijventerrein Barwoutswaarder dragen wij hierbij aan als locatie voor een potentiële pilot. Voor Barwoutswaarder zijn wij al bezig met een herstructureringsprogramma, waardoor u gemakkelijk op dit project kunt aanhaken. Leidt nu niet tot aanpassingen.

Werken

Naast het intensiveren van bedrijventerreinen wordt voorgesteld om voor de plannen van nieuwe bedrijventerreinen een regionaal uitgifteprotocol op te stellen. Aan de hand van het uitgifteprotocol kan op kwaliteit en uitgifte worden gestuurd. U geeft terecht aan dat de regie bij de verantwoordelijke gemeente blijft liggen. Het uitgifteprotocol dient vooral als monitoringsinstrument. Wij kunnen ons vinden in het zoeken van regionale afstemming, maar willen benadrukken dat het daarbij moet blijven. Uiteindelijk is het lokale bestuur aan zet voor keuzes over de inrichting en uitgifte van bedrijventerreinen. Daarnaast vragen wij ons af hoe dit regionale bedrijventerreinenprotocol zich verhoudt tot het regionale programma werken van de provincie Utrecht.

De uitspraken van de BT Economie van 23 maart zijn hierin overgenomen.

Werken

In het IRP spreekt u over een zoektocht naar één of meer regionale bedrijventerreinen om de vraag naar bedrijventerrein te accommoderen. In onze ogen kan de noodzaak van een regionaal bedrijventerrein nog beter worden onderbouwd. Voordat een actieve zoektocht naar een regionaal bedrijventerrein wordt gestart, is een goede onderbouwing noodzakelijk. Zonder goede onderbouwing zal geen draagvlak voor een regionaal bedrijventerrein ontstaan. Graag doen wij in samenwerking met u nader onderzoek naar de mogelijkheden voor een regionaal bedrijventerrein in Utrecht-West. Een regionaal bedrijventerrein gericht op de groei van het zittende bedrijfsleven en gekoppeld aan de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. Overigens verwachten wij, los van eventuele regionale oplossingen, voor ons lokale bedrijfsleven op termijn ook weer behoefte aan een uitleglocatie.

De uitspraken van de BT Economie van 23 maart zijn hierin overgenomen.

Woerden

Woerden

Woerden

Woerden

Werken

Woerden

Wonen

Woerden

Wonen

Woerden

Algemeen

Verder bevat het IRP enkele fouten. Zo zijn de schuifruimtelocaties op de kaartbeelden onjuist weergegeven. In de bijlage bij deze brief vindt u de juiste locaties voor de schuifruimte. Wij verzoeken u om deze locaties op te nemen in de kaarten. Daarnaast wordt in het IRP gesproken over transformatie, verdichting, menging en uitbreiding van bedrijventerrein nabij station Woerden. Wij snappen niet goed waar deze informatie vandaan komt. Bedrijventerrein Middelland-Noord transformeert naar een gemengd stedelijk woongebied. Aangezien deze transformatie organisch plaatsvindt, zal er op korte termijn sprake zijn van een gemengd woon-werkgebied. Wij snappen niet goed waar de termen verdichting en uitbreiding vandaan komen. Ten slotte sluit de kaart op pagina 60 niet aan op onze eigen plannen. Zoals aangegeven is Middelland-Noord geen herontwikkelingslocatie, maar een transformatiegebied. Daarnaast hebben wij vooralsnog geen concrete plannen om bedrijventerreinen Honthorst en De Putkop te revitaliseren dan wel van een facelift te voorzien. Wij vragen ons dan ook af op basis van welke gegevens deze kaart is gebaseerd. Waar mogelijk zijn de kaartbeelden hierop aangepast. In het IRP wordt veel aandacht geschonken aan het onderwerp vitale kernen. De visie erkent het belang van woningbouw voor de vitaliteit van kleine(re) kernen. Wij staan volledig achter dit standpunt.

In het IRP spreekt u in dit kader over een handreiking genaamd ‘Vitaliteit met kwaliteit’. Een handreiking gericht op kennisdeling is naar onze mening een goed idee. Wij verzoeken u echter met klem om geen nieuwe voorstellen voor regionale voorschriften voor woningbouw in deze handreiking op te nemen. De provincie Utrecht stelt op dit moment al meer dan genoeg eisen aan woningbouwlocaties. Wij hebben geen behoefte aan additionele voorschriften. Het is binnen de huidige provinciale kaders moeilijk genoeg om woningbouwlocaties te ontwikkelen. Wij zouden bij de provincie juist gezamenlijk moeten pleiten voor meer ruimte voor lokale afwegingen op dit gebied. Het IRP onderschrijft dit. Verder wordt voor wonen ingezet op binnenstedelijke ontwikkellocaties. De regiopoorten, waaronder het gebied rondom station Woerden, zijn in beeld voor verstedelijking. De in het IRP geformuleerde ambities sluiten aan op onze eigen woningbouwplannen rondom het station. Wel valt ons op dat de woningbouwaantallen voor Woerden niet kloppen. Op pagina 138 van het document wordt gesproken over 4700 woningen tot aan 2040. Dit getal moet worden aangepast naar 4271 woningen. Daarnaast is op de kaartbeelden een uitleglocatie voor woningbouw ten oosten van Breeveld ingetekend.

Wij hebben geen plannen om op deze locatie woningbouw te realiseren en verzoeken u dringend om deze locatie van de kaarten te schrappen. Woerden heeft tot 2040 voldoende ruimte voor woningbouw binnen het stedelijk gebied. De kaart en teksten zijn waar mogelijk aangepast. In de komende periode vinden nog diverse bestuurlijke overleggen over het IRP plaats. Tijdens deze overleggen geven wij, indien nodig, graag een nadere toelichting op onze reactie. Daarnaast zijn wij nieuwsgierig naar de reacties van de andere U16 gemeenten en kijken wij uit naar uw antwoord op onze brief en de wijze waarop u onze input in het IRP verwerkt. Leidt niet tot aanpassingen.

Algemeen

Voordat wij ingaan op de vragen, spreken wij onze waardering uit voor het proces van de totstandkoming van het IRP. Vanuit het opgaveteam REP wordt samen met bestuurders en ambtenaren van de U16 gemeenten en andere (regionale) partners op een constructieve wijze samengewerkt aan het IRP. Via de bestuurlijke werksessies blijven we goed aangesloten op de voortgang en vraagstukken die er liggen en waar we met elkaar het gesprek over voeren. Daarnaast zijn raden via informatiebijeenkomsten periodiek geïnformeerd. De inhoud van het voorliggende IRP en onderliggende vraagstukken zijn voor ons goed herkenbaar.

Zeist

Leidt niet tot aanpassingen.

Zeist

Algemeen

Zeist

Algemeen

Het IRP beschrijft een gewenst ruimtelijk toekomstbeeld voor de regio, waarin gezond stedelijk leven voor iedereen centraal staat. Het vertrekpuntpunt daarbij zijn de regionale opgaven op het gebied van groen en landschap, wonen, werken, mobiliteit en energie. Het IRP is gebaseerd op 6 perspectieven, die via 8 redeneerlijnen, uiteindelijk vertaald worden naar ruimtelijke keuzes in 5 deelgebieden. Iedere gemeente draagt daarmee, vanuit eigen ingebrachte kansen, belangen, ambities en mogelijkheden, bij aan het IRP. Leidt niet tot aanpassingen. Door de zorgvuldige en gestructureerde opbouw van het stuk, is de totstandkoming van het perspectief en voorgestelde ruimtelijke keuzes goed te volgen en te begrijpen. Wat ons daarbij opvalt, is dat het IRP een soort ruimtelijk ordeningsmodel voor de regio is geworden met nadruk op het toewijzen van functies (zoals wonen en werken) en gebruik van ruimte. Wij zien de waarde en noodzaak daarvan in als manier om tot afgewogen keuzes in de regio te komen. Leidt niet tot aanpassingen.

Algemeen

Waar wij tegelijkertijd moeite mee hebben is dat het IRP niet de sfeer uitademt dat de mens en de levende omgeving van de regio centraal staan. Het IRP gaat te weinig in op de maatschappelijke betekenis van de leefomgeving voor haar inwoners, dieren en natuur. Het IRP is nu vooral een opsomming van ruimtelijke keuzes en voorstellen, die antwoord geven op de opgaven van de 5 thema’s. Echter, de leefomgeving is dienstbaar aan de mens en draagt in belangrijke mate bij aan het goede leven van inwoners in gemeenten. Wat hebben de inwoners nodig, wat bijdraagt aan het goede leven in de regio? Wat draagt het IRP bij aan het goede leven van inwoners, ondernemers en mensen die (dagelijks) verblijven in de regio? Die argumentatie waaruit de dienstbaarheid van het IRP aan de samenleving van de U16gemeenten blijkt, missen we in het IRP. Wij zien graag dat de dienstbaarheid van het IRP aan het goede leven van inwoners in de regio, centraal staat en beschreven wordt in het IRP. Daarmee wordt het ook gemakkelijker meer invulling te geven aan de insteek “gezond leven in een stedelijke regio”. Dit blijft nu nog veel te impliciet, terwijl het eerder wel als vertrekpunt is gekozen voor het REP. De tekst is waar mogelijk aangepast.

Zeist

Zeist

Algemeen

Zeist

Algemeen

Zeist

Algemeen

De tweede opmerking borduurt daar op voort. De ruimtelijke regionale keuzes die in het IRP worden genoemd, kunnen lokale gevolgen hebben voor inwoners van gemeenten. Sommige inwoners en ondernemers ondervinden voordelen van keuzes en anderen ervaren er de nadelen van. Wij zijn van mening dat het IRP per saldo voor iedere inwoner moet bijdragen aan het goede leven. Als inwoners nadelen van keuzes ondervinden, zal er een bepaalde mate van compensatie tegenover moeten staan, waardoor het IRP uiteindelijk voor alle inwoners bijdraagt aan het goede leven. Het IRP is gestoeld op de traditionele manier van ruimtelijke visies maken met de vertaling daarvan naar budget, programma en uitvoering. In deze benadering wordt echter geen rekening gehouden met een maatschappelijke meerwaarde, die rekening houdt met een verevening van maatschappelijke voor- en nadelen van keuzes voor inwoners. Bijvoorbeeld als de fysieke ruimte gebruikt wordt voor een functie (bijvoorbeeld windmolens) kan deze niet meer gebruikt worden voor andere functies, waar ook behoefte aan is (bijvoorbeeld woningen of recreatie).

Op wat voor manier vindt compensatie plaats als door een ruimtelijke keuze in een bepaalde (lokale) behoefte niet meer kan worden voorzien? Wij zien graag dat in het IRP naast de financiële uitvoeringsparagraaf ook een paragraaf opgenomen wordt die ingaat op hoe omgegaan wordt met een verevening van maatschappelijke voor - en nadelen van ruimtelijke keuzes. Het IRP bevat hiervoor een aanzet. Nadere uitwerking hiervan volgt in fase 4. Zeist draagt graag bij aan het goede leven. Op lokaal niveau - in de buurten, wijken en kernen van onze gemeente - en als deel van de regio. Vanuit de wens om onze bijdrage te concretiseren is vorig jaar de Propositie van Zeist opgesteld en door onze raad vastgesteld. Het is een eerste vertaling van verlangens, ambities en waarden van Zeist in kansrijke ontwikkelrichtingen voor de toekomst. De Propositie helpt ons om vanuit de Zeister identiteit te sturen op maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken. Het is hiermee tevens richtinggevend voor onze inbreng op bovenlokale processen en trajecten, zoals bijvoorbeeld de POVI en het IRP. De Propositie van Zeist treft u als bijlage bij deze brief aan. Leidt niet tot aanpassingen. In onze inhoudelijke bijdrage aan het IRP hebben wij onze ontwikkelkansen en onderzoeksrichtingen uit de Propositie van Zeist, voor zover relevant voor het IRP, als vertrekpunt genomen en ingebracht in het ontwerpproces.

Dat zien we terug in het IRP. Onze Zeister ambities kunnen binnen het IRP gerealiseerd worden en zijn regionaal van betekenis. Aan het eind van deze brief treft u een overzicht aan welke ontwikkelkansen en onderzoeksrichtingen uit de Propositie van Zeist, aansluiten bij ruimtelijke keuzes van de deelgebieden Kromme Rijn Vallei en Noordoostflank. Leidt niet tot aanpassingen.

Zeist

Ontwikkelpad

Zeist

Proces

Zeist

Proces

De laatste opmerking heeft betrekking op de beschrijving over de governance van de uitvoering van het IRP. De uitvoering van het IRP is een uitermate complex proces, zoals ook blijkt uit hoofdstuk 4. Aangezien er veel partijen betrokken zijn bij de uitvoering van het IRP, ieder met eigen gezag en invloed, is het ons inziens van belang om in hoofdstuk 4 op hoofdlijnen aan te geven wie waarop de regie voert, waar welke besluiten worden genomen en welke invloed inwoners hebben. Hoofdstuk 4 is nog in bewerking en we vragen om in dit hoofdstuk aandacht te besteden aan de governance van de uitvoeringsstrategie. Daarbij is van belang dat er balans is tussen de meerwaarde van samenwerken in uitvoeringsgerichte netwerken enerzijds en lokale democratische legitimatie anderzijds. We realiseren ons dat dit een stevige uitdaging is, maar het is dé factor die het slagen van de uitvoering van de ambities bepaalt. Wat ons betreft is dat (een goede inhoudelijke basis voor samenwerking..) het geval, mits er bij de regio en partners een gezamenlijk commitment is op hetIRP. De regionale opgaven vergen een genuanceerde uitwerking die past bij het karakter en de identiteit van de individuele gemeenten. Wij vragen daar bij de uitwerking van de opgaven aandacht voor. Vanuit Zeist werken wij graag met de regio en partners samen om onze gezamenlijke ambities te realiseren.

In uw aanbiedingsbrief geeft u aan dat u graag uiterlijk 1 juli 2021 de zienswijzen van de gemeenteraden op het IRP ontvangt. De gemeenteraad in Zeist neemt op 8 juli (deze datum is onder voorbehoud) een besluit over de zienswijzen op het IRP. Mocht dat bezwaarlijk zijn in verband met de planning van de verwerking van zienswijzen tot het definitieve IRP, vernemen wij dat graag van u.

Energie

Tijdens deze consultatieronde is op 19 februari 2021 tijdens het Bestuurlijk Overleg RES U16 besloten om de planning voor het indienen van de RES 1.0 RES U16 te verruimen van 1 juli naar 1 oktober 2021. Bestuurders willen meer tijd nemen om tot een gedragen consensus te komen, om de participatie met inwoners en belanghebbenden goed te doorlopen en om volksvertegenwoordigers goed te informeren over de RES 1.0. De komende weken wordt uitgewerkt welke effecten de verruimde planning hebben op het IRP en REP. Hoewel dit besluit niet van invloed is op de inhoud van het huidige IRP, is dit besluit wel van invloed op de zienswijze versie van het IRP en het gesprek met raad en samenleving daarover. Wij vinden het belangrijk dat alle vijf de pijlers op een gelijkwaardige manier verwerkt zijn in het IRP en doen een beroep op het Bestuurlijk Overleg RES om er voor te zorgen dat in de definitieve versie geen witte plekken zijn opgenomen. Wij zouden daarom graag zien dat bij het vrijgeven van de zienswijze versie van het IRP ook wordt aangegeven wat het besluit omtrent de RES betekent voor het verdere traject van het IRP, zowel op proces als op inhoud. Bij het thema energie is in een kader opgenomen hoe wordt omgegaan met de ontstane situatie.

Zeist

De status van het IRP is aangepast en genuanceerd. Daarnaast is ten aanzien van de uitvoering een aanzet opgenomen. Voor het overige vindt nadere uitwerking plaats in fase 4.

Leidt niet tot aanpassingen.

Leidt niet tot aanpassingen.

Provincie Utrecht

Algemeen

Provincie Utrecht

Algemeen

Hartelijk dank voor het ter consultatie toesturen van het ontwerp Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de regio U16. Wij hebben er met veel belangstelling kennis van genomen. U bent er met de 16 samenwerkende gemeenten in geslaagd een breed perspectief voor de periode tot 2040 te schetsen waarin u de diverse opgaven voor groen, landschap, water, bereikbaarheid, wonen, werken en energie in samenhang ruimtelijk vertaald heeft. Het IRP geeft daarmee een goed beeld van de regio en de ontwerpende, kwalitatieve en integrale scope die gehanteerd is, is waardevol. Dit is des te meer te prijzen, omdat dit product onder stoom en kokend water tot stand is gekomen. Het is een proces dat onder hoge druk staat en dat veel van de betrokkenen vraagt, zowel ambtelijk als bestuurlijk. U heeft in de laatste dagen ook nog behoorlijk gesleuteld aan de verschijningsvorm van het IRP, voordat deze vrijgegeven is ter consultatie. Dit is de overzichtelijkheid en samenhang ten goede gekomen. Wij geven hierna een reactie op hoofdlijnen. Mocht u ook in dit stadium nog behoefte hebben aan meer gedetailleerdere opmerkingen, dan horen wij dat graag. Leidt niet tot aanpassingen. Wij zijn het van harte eens met de uitgangspositie die u schetst.

“Om aan al deze vragen naar ruimte te voldoen moeten we op een andere manier nadenken over de toekomst van onze regio.”, “Als iedere gemeente en iedere sector verder bouwt aan haar eigen toekomst, lopen we aan tegen grenzen van de ruimte.”, “Het integraal denken over de regio vereist keuzes. Niet alles kan zomaar, want de optelsom van de wensen is op veel plekke groter dan de ruimte die we hebben. Dat betekent dat we slim moeten omgaan met die ruimte.”. Wij zien veel overeenkomsten met de Omgevingsvisie provincie Utrecht (OpU). Zoals de uitgangspunten voor omgevingsbeleid, balans tussen opgaven en Utrechtse kwaliteiten en concentreren en combineren van nieuwe ontwikkelingen, en de zeven samenhangende thema’s. Zowel u als regio, als wij als provincie willen slim omgaan met de ruimte in onze provincie en samenhangende keuzes voor opgaven maken. Leidt niet tot aanpassingen.

Algemeen

De keuzes die u vanuit deze uitgangspositie in het IRP maakt zijn op vele onderwerpen en gebieden herkenbaar. Diverse van deze keuzes zijn ook terug te vinden in de OpU of werken we samen aan in trajecten als U Ned. Toch zijn er ook verschillen waar te nemen. Zo zijn enkele van de in het ontwerp IRP opgenomen keuzes voor locaties niet zonder meer mogelijk vanuit beleid en regels van de provincie, zoals opgenomen in de OpU en bijbehorende Interimverordening die op 10 maart door PS zijn vastgesteld. Het gaat bijvoorbeeld om de uitleglocatie Bunnik-Zuid en de locaties Breukelen-West en Loenersloot die voor de periode na 2040 opgenomen zijn. Het IRP zou ook sterker kunnen worden als u duidelijker de overeenkomsten en verschillen met bijvoorbeeld de OpU en U Ned op zou nemen. Het aangeven van de reden van afwijken kan ook heel waardevol zijn om een goed gesprek in de regio te kunnen voeren. U geeft al aan: “Het IRP kent ook enkele accentverschillen met bijvoorbeeld de OpU”. Het IRP wint aan kracht door deze verschillen expliciet te maken.

Algemeen

De relatie met Utrecht Nabij kan nog beter aangegeven worden. U geeft aan: “In het kader van U Ned is het eindrapport Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij van november 2020 een belangrijke basis. In dit rapport is een ontwikkelpad opgenomen waarin de belangrijkste ingrepen ook in volgorde en in de tijd zijn geplaatst.” Maar u plaatst in het IRP ook het IRP naast Utrecht Nabij en naast de OpU. Utrecht Nabij is echter meer dan een belangrijke basis en een naastgeplaatst plan. Het is onze gezamenlijke basis voor de verdere ontwikkeling van dit gebied. Hier hebben Rijk, provincie, stad en regiogemeenten (U10) hun handtekeningen onder gezet. Partijen hebben afgesproken om zich voor de realisatie van Utrecht Nabij in te spannen en dit ontwikkelperspectief te vertalen naar het eigen omgevingsbeleid. Als provincie hebben wij dit gedaan in de definitieve Omgevingsvisie provincie Utrecht. Deze afspraak van doorvertaling van Utrecht Nabij geldt ook voor het IRP. Wij verzoeken u goed te kijken naar de opgenomen formuleringen op dit punt. In het IRP is dit nader geillustreerd.

Provincie Utrecht

Provincie Utrecht

Dank voor uw suggestie. In het IRP is er niet voor gekozen de verschillen op te schrijven.

Provincie Utrecht

Provincie Utrecht

Groen, landschap en water

Goed om te lezen dat u, net als wij, groen groeit mee belangrijk vindt om als regio compleet te kunnen groeien. Goed ook dat u dit doortrekt naar natuurinclusief ontwikkelen tot op gebouwniveau. Het programma Groen Groeit Mee is een gezamenlijk programma wat opgestart is om concreet te maken hoe het groen mee- ontwikkeld kan worden met de andere opgaven. Het is gericht op het samenvoegen van alle investeringen die gedaan worden bij alle partijen. Dat is de kans om daadwerkelijk bij te dragen aan de gewenste samenhangende groene (recreatieve) structuur. Het IRP positioneert dit nu nog te veel als een (boven)regionaal product. Ook behoeft de financiering van de vele groene landschappelijke ambities uit de redeneerlijnen nog aandacht. Naast het vinden van financiering is het ook belangrijk te komen tot onlosmakelijke en/en constructies. Er kunnen pas woningen worden gebouwd als er daadwerkelijk zicht is op de ontwikkeling van het groen. Laten we gezamenlijk deze opgave oppakken en zorgen dat dit net zo concreet wordt, als de regio nu is met mogelijke locaties voor wonen en werken. Solide gezamenlijke financiering is nodig, van alle betrokken partijen, waarbij de provincie vanzelfsprekend bijdraagt en dit ook van de andere partijen verwacht. Een aandachtspunt is de bijdrage van groene ontwikkelingen aan de uitstraling van de regio.

Investeren in het landschap bijvoorbeeld, kan door de investeringen die je doet, met respect voor het landschap te doen. Dat is meer dan landschappelijke inpassing. Het gaat ook bijvoorbeeld om een goede locatiekeuze en een passende verkaveling. Het is goed om ook dat mee te nemen richting de toekomst, opdat gezamenlijk tot gecombineerde en natuurinclusieve ontwikkelingen gekomen kan worden. Het IRP bevat hiervoor een aanzet. Nadere uitwerking hiervan volgt in fase 4.

Mobiliteit

In het IRP gaat u in op de opgave voor mobiliteit. Als provincie hebben we dit breder getrokken, naar bereikbaarheid. Daarmee stellen we veel meer de reistijd die men ervaart centraal. Goed dat u een ‘ladder van mobiliteit’ hanteert, lopen, fietsen, OV en dan pas de auto. U zet daarmee in het IRP vol in op ontsluiting van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen per fiets en OV. Dat is op zich terecht en sluit aan bij de OpU. De visie op de ontsluiting per auto is echter wel heel beperkt en vooral rond de meer landelijke locaties onvoldoende onderbouwd. Het is van belang dat u aandacht heeft voor het borgen van multimodale ontsluiting (inclusief de auto), ook vanuit het belang op het gebied van doorstroming op de wegen die ook van groot belang is voor het OV. In het IRP staan helaas geen harde keuzes die passen bij het streven om volledig te richten op duurzame bereikbaarheid. Het IRP gaat er uiteindelijk vanuit dat iedere deelregio en gemeente ruimte nodig heeft voor verstedelijking, los van de vraag of dit vanuit duurzame bereikbaarheid verstandig is. Op dit punt mist het IRP nog congruentie. In de OpU kiezen wij ook voor een bereikbaarheidstransitie en primair binnenstedelijk en rond OV bouwen. In aanvulling bieden we waar mogelijk uitbreidingsruimte voor kleinere kernen.

Dit alles zoveel als mogelijk binnen de bestaande weginfrastructuur, maar dit betekent niet dat er geen investeringen nodig zijn. Leidt niet tot aanpassingen.

Provincie Utrecht

Mobiliteit

Provincie Utrecht

Wonen/werken

Provincie Utrecht

Vitale kernen

Provincie Utrecht

Deelgebieden

Provincie Utrecht

Deelgebieden

Provincie Utrecht

Proces

HDSR

Algemeen

HDSR

Algemeen

In het IRP noemt u wel een aantal regionale knelpunten die naar uw mening samen hangen met regionale verstedelijkingslocaties die wij niet allemaal als dusdanig herkennen of die erg gecompliceerd liggen. Zo noemt u bijvoorbeeld een extra oprit bij Breukelen Noord, terwijl niet wordt aangegeven of hiervoor een extra brug over het Amsterdam Rijn kanaal nodig is. Aanpassing van de bestaande aansluiting kan de capaciteit al sterk vergroten, dat lijkt ons een realistischer optie. Een oprit van de Limesbaan op de A12 is er al en een volledige aansluiting heeft naar onze mening op dit moment onvoldoende meerwaarde door de hoge kosten. Tenslotte is er de wens om de N229 niet door Odijk te laten lopen. De ligging en capaciteit van de N229 is een opgave bij de ontwikkeling van Odijk-West. Daarover is afgesproken dat dit deel uitmaakt van de integrale ontwikkeling van deze locatie. Wij verzoeken u hiernaar te verwijzen. Leidt niet tot aanpassingen. Voor regionaal programmeren wonen en werken (RP) is het heel goed dat het IRP overzicht biedt van de wensen in het gebied. We kunnen hiermee werken aan concretisering hiervan in een gezamenlijk programma voor wonen en werken. Het IRP bevat veel voorstellen, maar nog geen echte keuzes.

In RP wonen en werken worden geen grote strategische keuzes gemaakt, maar worden keuzes (wat ons betreft de keuzes uit de OpU en daarmee U Ned) verder geconcretiseerd Voor wat betreft de U16-gemeenten zou daarnaast het IRP behulpzaam kunnen zijn voor deze regionale afweging Leidt niet tot aanpassingen. Voor kleine kernen heeft u bij de totstandkoming van het IRP flinke discussies gevoerd. Het is goed om te zien dat de tekst hiervoor al enigszins in lijn is gebracht met provinciaal beleid, zoals ook U Ned in lijn is met provinciaal beleid. Wel staat er in het IRP dat ‘bouwen voor eigen woningbehoefte voor iedere gemeente mogelijk is (...) waarbij afstemming met het provinciale beleid belangrijk is’. In ons provinciale beleid gaan we niet uit van ‘bouwen voor eigen woningbehoefte’, maar we geven aan dat we ‘oog hebben voor lokale vitaliteit’. Overwegingen hierbij: lokale vitaliteit vraagt een meer op de kwaliteit/leefbaarheid gerichte onderbouwing, dit past beter bij de hoofdlijn van accommoderen woningbehoefte, primair regionaal op de beste plekken bij knooppunten en binnenstedelijk. Daarbij is er dus oog voor lokale wensen, maar niet alles kan. Vitaliteit kan lokaal zijn, maar woningbehoefte faciliteren is primair een regionale opgave, vanwege waterbed-effecten. Waar mogelijk is de tekst hierop aangepast. U werkt het toekomstbeeld voor de regio uit in vijf deelgebieden.

Dit is een heldere uitwerking en biedt ook meerwaarde, vooral ook in de totstandkoming van het IRP. De gesprekken in kleinere groepen hebben geleid tot meer samenhang in de beschrijvingen in het IRP. De regio U16 en de deelregio’s houden qua samenhang echter niet op bij de grenzen van de U16. Het is logisch dat de samenwerking tussen 16 gemeenten en de uitwerking in de regio veel vergt, maar de ligging in de omgeving bij het IRP betrekken geeft meerwaarde voor het ontwerp- en zoekproces. De regionale context is van invloed op ontwikkelmogelijkheden en de programmatische ontwikkeling van de regio U16. Deze bredere blik wordt nu wat gemist. In het IRP is dit nader geillustreerd. De beelden die u schetst voor de A12 Zone, de grote ontwikkellocatie in de regio, zijn behoorlijk congruent met de Ontwikkelprincipes A12 Zone. Goed dat we hier op dezelfde lijn zitten. Wij willen hierbij wel benadrukken dat de uitwerking inderdaad in MIRT U Ned Gebiedsonderzoek A12 Zone plaats vindt, in samenhang met de andere gebiedsonderzoeken en mobiliteitsstrategie. Dit betekent dus dat besluitvorming hierover in de Programmaraad U Ned plaats vindt en uiteindelijk in de parlementen (Provinciale Staten, Gemeenteraden en evt. de Tweede Kamer). Wat betreft de andere regionale uitwerkingen willen wij vooral nog aandacht vragen voor de opgenomen verbeeldingen. Deze zijn nu wat onduidelijk i.r.t.

de beschreven ontwikkelingen. Deels betreft het nadere invulling en extra ontwikkelingen die niet op de totaalkaart 2040 zijn opgenomen. Ze geven deels ook het beeld van significante buitenstedelijke ontwikkeling en zelfs regionale corridorvorming, terwijl dat niet de boodschap is die het IRP uitstraalt vanuit de inleidende beschouwingen en de redeneerlijnen. Een meer eenduidige verbeelding en benoemen van de beelden als verkennende illustraties versterkt het verhaal. Leidt niet tot aanpassingen. Ter afsluiting willen wij graag de wens uitspreken dat we elkaar betrokken houden bij het vormgeven aan de opgaven die spelen in de regio. Het is onze gezamenlijke taak om IRP en OpU tot programma’s uit te werken die inhoudelijk met elkaar in lijn zijn. Het gaat dan zowel om inhoudelijke/ thematische programma’s voor diverse opgaven, als om financieringsprogramma’s zoals binnen Groen groeit Mee, als om de programma’s voor wonen en werken, als om de gezamenlijke betrokkenheid bij programma’s als U Ned. Laten we hier samen de schouders onder zetten en dit tot een succes maken. Leidt niet tot aanpassingen. Hartelijk dank voor uw uitnod¡ging tot een reactie op het nu voorliggende concept lntegraal Ruimtelijk Perspectief in deze consultatieronde.

Wijzien de complexite¡t van de gecombineerde opgaven en delen uw enthousiasme over het feit dat het in onze regio lukt om dit integraal op te pakken. Wrj vertellen dit ook met trots in onze netwerken. Wij zijn verheugd terug te lezen dat ten opzichte van het begin van het proces (de REK) water en klimaat nu duidelijk in het product terugkomen. Wij weten ook dat hier bij het opstellen van de Verstedelijkingsstrategie en de bouwsteen Groen&Landschap ruime aandacht voor is geweest.

Leidt niet tot aanpassingen.

Leidt niet tot aanpassingen.

We merken telkens in de voorbereiding van een volgend product dat water en klimaat niet vanzelfsprekend een plek krijgt in het integrale verhaal. Wel als drager van het landschap, maar niet als onzekere factor voor de toekomst. Meer en meer wordt duidelijk dat rekening houden met water en klimaat meer sturend zou moeten zijn. Waarbij we ook voorbij 2050 moeten kijken en rekening houden met een langere termijn van mogelüke zeespiegelstijging en nog extremere weerssituaties. Wij kunnen ruimtelijke claims hiervoor nu nog niet precies geven, dus wij beseffen goed dat het dan ook lastig is op te nemen in een ruimtelijk perspectief, waarbij ook zoveel andere ruimtevragers zijn. Maar toch willen wij hier nogmaals aandacht voor vragen. lllustratief daarbij is dat het netwerk Water&Klimaat nog steeds matig is aangehaakt bij het opstellen van het REP, terwijl het over dezelfde gemeenten en hetzelfde gebied gaat. Gelukkig hebben zij nu een Ruimtelijke adaptatiestrategie (RAS) opgesteld en gaan zij naar een volgende concretere stap. Dus in de volgende fase kan dat elkaar hopelijk goed versterken. De teksten zijn hierop aangepast. Zeespiegelstijging is ingevoegd in perspectief 7 als belangrijk onderdeel.

Wij pleiten voor het concreter en in samenhang beschrijven van de water- en klimaatopgaven in de eerste hoofdstukken, zoals in het tekstvak onderaan deze brief: Leidt niet tot aanpassingen. De regionale aandachtspunten vanuit water in de verstedelijkingsstrategie (kwetsbaarheid van het Amsterdam-Rijnkanaal en van bouwen in laaggelegen delen) staan pas te lezen op blz. 71, onderaan de thematische postbusss' verdieping Landschap Water en Groen. Het lijkt ons dat dit meer aandacht verdiend De teksten zijn hierop aangepast. De water- en klimaatopgave is toevoegd bij 1C. In de eerste hoofdstukken wordt onder het kopje'Landschap, water en groen'goede uitspraken gedaan over ruimte voor water, waterrobuust en groenblauwe verbindingen, maar we missen het concreet benoemen van de grote opgave van het versterken van de dijken van de Lek, ook expliciet als meekoppelkans voor ruimtelijke opgaven. De teksten zijn hierop aangepast.

HDSR

Algemeen

HDSR

Algemeen

HDSR

Groen, landschap en water

HDSR

Groen, landschap en water

HDSR

Groen, landschap en water

HDSR

Proces

HDSR

Proces

Wij vinden het beeld van een Houtense Rijn landschappelijk interessant. Meer open water kán helpen bij de (toekomstige) wateropgaven in het gebied, hoewel dit niet per definitie een goede oplossing is. Bij nadere bestudering hebben wijgemerkt dat het mogelijk lastig is om een doorlopende watergang jaarrond watervoerend te krijgen, dus het beeld van een stromende rivier moet waarschijnlijk worden bijgesteld. Dit is misschien meer een punt voor de volgende fase, maar wij willen dit toch alvast meegeven. Uw voorbehoud hebben wij overgenomen. Nader onderzoek volgt in fase 4. Tot slot gaan wij graag verder met u in gesprek over de rol van de waterschappen in dit proces. Wij vinden het belangrijk om een serieuze stem te hebben in de (regionale) ruimtelijke inrichting, en z'rjn dus graag ook in de volgende fase bij de gebiedsallianties weer goed aangesloten. ln de tussentijd doen wij ons best om capaciteit en kennis te vergroten om een nog betere partner te kunnen zijn in de ruimtelijke inrichting. Leidt niet tot aanpassingen. De beide andere waterschappen binnen de U16, waterschap Amstel- Gooi en Vecht, en waterschap Rivierenland ondersteunen deze reactie op het lntegraal Ruimtelijk Perspectief. Leidt niet tot aanpassingen.

Tekstvoorstel

Water en klimaatopgaven in een notendop De water- en klimaatopgaven voor de regio gaan over veiligheid in relatie tot overstromingen, voldoende water, schoon en gezond water en het tegengaan van hittestress. Klimaatverandering én de groei van wonen en werken zorgt voor een grote druk op het watersysteem. Er treden vaker extremere weersomstandigheden op, met bijvoorbeeld ondergelopen straten of waterkwaliteitsproblemen als gevolg. Het punt is bereikt dat we het niet meer binnen het watersysteem kunnen oplossen. Naast het optimaliseren van het watersysteem moet worden gewerkt aan een inrichting van stad en land die kan omgaan met hogere temperaturen en te veel of te weinig water. Deze wateren klimaatopgaven zijn ook ven¡verkt in de Verstedelijkingsstrategie en het pijlerrapport Groen&Landschap: ¡ De komende jaren versterken de waterschappen de dijken langs de Lek; grote projecten met meekoppelkansen voor groen&landschap. Daarnaast moeten gevolgen van overstromingen worden tegengegaan. De teksten zijn hierop aangepast.

Tekstvoorstel

o De afooer van water gaat voor het grootste deel van de regio via het Amsterdam-Rijnkanaal, waarin nauwelijks ruimte is om extremere buien op te vangen. Het is nodig het watersysteem te optimaliseren én de afhankelijkheid ervan te verkleinen door meer waterrobuuste inrichting van steden en polders. o Bouwen op hogere gronden is toekomstbestendiger dan het bebouwen van laaggelegen en natte gronden. En binnenstedelijke verstedelijking (mits klimaatadaptief) draagt beter bij aan de wateropgaven dan het ontwikkelen van uitleglocaties. o lntegreer de water- en klimaatopgaven (berging, infiltratie, waterkwaliteit en tegengaan van hittestress) in het ontwerp van het stedelijk gebied. Denk aan 'de stad als spons'. ¡ ln de lager gelegen gebieden van de regio (veenweidegebieden en diepe polders) is het watersysteem kwetsbaar en spelen bodemdaling en verzilting. Bij nieuwe ontwikkelingen is het essentieel om het watersysteem robuuster te maken, waarbij ook een tekort aan water wordt voorkómen.

Kleur Groen Geel Rood Grijs

Toelichting Verwerkt in het IRP Wordt meegenomen richting fase 4 Niet overgenomen in het IRP Geen actie/leidt niet tot aanpassingen

HDSR

HDSR

De teksten zijn hierop aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/397/documents/12485