CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16' - Bijlage 10 (Collegereactie op concept IRP).pdf

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 16.: Raadsvoorstel ‘Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16’1.875 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “vreemd”: 19

Bezoekadres: Waardsedijk 219 3421 NE Oudewater Postadres: Postbus 100 3420 DC Oudewater

U10-netwerk t.a.v. de heer Hoeve Stadsplateau 1 3521 AZ UTRECHT

Telefoon: 14 0348 Fax: (0348) 42 4108 info@oudewater.nl www.oudewater.nl

Onderwerp: Collegereactie op ontwerp Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de U16 Uw kenmerk:

n.v.t.

Uw brief van: 16 februari 2021 Geregistreerd onder nummer: n.v.t.

Documentnr.:

D/21/012145

Behandeld door/Doorkiesnummer:

Zaaknr.: Z/21/009977

R. van Doggenaar

KvK nummer: 53878388 IBAN nummer: NL88BNGH0285006789 Datum: 8 maart 2021

8434 /

Geachte heer Hoeve, In alle eerlijkheid moeten wij bekennen dat diverse onderdelen van het door u voorgelegde Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) ver afstaan van de ruimtelijke uitdagingen in onze gemeente. De verstedelijking in de stad Utrecht en de as met spaken (de velg ontbreekt) als mobiliteitsoplossing raken Oudewater niet of nauwelijks. Uiteraard begrijpen wij dat dergelijke ingrepen indirecte effecten (kunnen) hebben op onze gemeente. In onze reactie beperken wij ons echter tot de voor onze gemeente relevante onderwerpen. Het bovenstaande doet niets af aan het feit dat wij het proces om tot een regionale visie te komen steunen. Een regionale visie is een goed instrument voor afstemming tussen gemeenten. Deze afstemming komt ten goede aan de ruimtelijke ontwikkeling op regionaal én lokaal niveau. Daarnaast zijn wij als regio op basis van een gezamenlijke visie beter in staat om onze belangen bij de provincie Utrecht en het Rijk te behartigen. Overigens verwacht wij van de provincie dat zij zich, gezien de intensieve betrokkenheid bij het voortraject, verbindt aan het IRP. Integraliteit RES- en REP-proces In de afgelopen periode is bestuurlijk gekozen voor het verruimen van de planning voor de RES U16 van 1 juli naar 1 oktober 2021.

Op dit moment is voor ons onduidelijk welk effect dit heeft op het proces voor het Regionaal Economisch Perspectief en Programma (REP), waar het IRP onderdeel van uitmaakt. Wij hopen dat hier op korte termijn duidelijkheid over komt. Het is voor iedereen belangrijk om te weten op welke manier het IRP zich tot de RES verhoudt en op welke manier integratie tussen beide processen kan plaatsvinden. Bouwsteen voor lokale omgevingsvisie In het voorgelegde document spreekt u de wens uit om de uitgangspunten van het IRP in lokale omgevingsvisies te verankeren. Vanuit een regionaal perspectief begrijpen wij uw wens. Het is echter aan de gemeenteraden om te beoordelen of zij hierin meegaan. Het IRP beschouwen wij als een

bouwsteen voor onze lokale omgevingsvisie. Een bouwsteen waarin een regionaal perspectief op ruimtelijke ontwikkelingen wordt geschetst. Onze gemeenteraad zal beoordelen in hoeverre zij elementen uit dit perspectief opneemt in onze gemeentelijke omgevingsvisie. Het IRP zien wij dan ook niet als een kaderstellende, maar als een richtinggevende visie. De visie vormt vooral een instrument om de samenwerking tussen gemeenten mee te versterken. Vitale kernen In het IRP wordt veel aandacht geschonken aan het onderwerp vitale kernen. De visie erkent het belang van woningbouw voor de vitaliteit van kleine(re) kernen. Wij staan volledig achter dit standpunt. In het IRP wordt in dit kader over een handreiking genaamd ‘Vitaliteit met kwaliteit’ gesproken. Een handreiking gericht op kennisdeling is naar onze mening een goed idee. Wij verzoeken u echter met klem om geen voorstellen voor regionale voorschriften voor woningbouw in deze handreiking op te nemen. De provincie Utrecht stelt op dit moment al meer dan genoeg eisen aan woningbouwlocaties. Wij hebben geen behoefte aan additionele regionale voorschriften. Het is binnen de huidige provinciale kaders moeilijk genoeg om woningbouwlocaties te ontwikkelen. In het verlengde van bovenstaande betoog zijn wij het niet eens met uw uitgangspunt over automobiliteit.

U stelt dat in de toekomst in de spits niet meer auto’s op het wegennet mogen rijden dan nu het geval is. De sterke groei aan woningen en arbeidsplaatsen mag niet leiden tot meer autogebruik in de spits. Voor kleine(re) kernen zonder goede OV-verbindingen is dit een onhoudbaar uitgangspunt. Net als u zijn wij voorstander van goed OV en uitstekende fietsverbindingen. Daarnaast snappen wij dat de doorstroming op het hoofdwegennet onder druk staat. Aan de andere kant is de auto voor inwoners van onze gemeente met afstand het belangrijkste vervoersmiddel. Een toename van het aantal woningen zal bij ons altijd gepaard gaan met een toename aan autogebruik. Wij verzoeken u dan ook met klem om uw uitgangspunt voor de meer landelijk gelegen gemeenten met kleine(re) kernen te nuanceren, zodat u meer recht doet aan de realiteit. In aanvulling op het bovenstaande stellen wij voor om de door u ingetekende snelfietsverbinding tussen Woerden en Gouda een andere route te laten volgen. Plaats de snelfietsverbinding niet volledig langs het spoor, maar sluit deze bij Papekop aan op de Johan J. Vierbergenweg om vervolgens via de Ruige Weide of de N228 de verbinding met Gouda te maken. Op deze manier verbindt u de kern Oudewater aan de snelfietsverbinding tussen Woerden en Gouda.

Vanuit het oogpunt van verbonden vitaliteit en de beperkt beschikbare OV-voorzieningen is het belangrijk dat Oudewater met deze routes verbonden is. Wij staan open voor eventuele alternatieve mogelijkheden om Oudewater op de snelfietsverbindingen aan te sluiten. Groen en landschap Wij vinden het goed dat er in het IRP veel aandacht uitgaat naar het onderwerp groen en landschap. Net als u zijn wij van mening dat het landschap, de cultuurhistorie, natuurgebieden, parken, plassen en rivieren de trots van onze regio zijn. De door u voorgestelde gebiedsgerichte aanpak ondersteunen wij. Ons landschap is zeer divers en elke plek kent zijn eigen uitdagingen. Een gebiedsgerichte aanpak doet recht aan deze diversiteit en kan ruimte bieden aan de belangen die in een specifiek gebied aanwezig zijn. Enkel op deze manier is het mogelijk om draagvlak te verkrijgen en vooruitgang te boeken bij de grote ruimtelijk opgaven voor het buitengebied. Voorbeelden van deze opgaven zijn de bodemdalingsproblematiek, de veranderende landbouw en het behoud en versterken van de biodiversiteit. Wij staan achter de door u geformuleerde ambities op het gebied van groen en landschap. Wel vragen wij aandacht voor de financiering van deze ambities. U stelt voor om groenontwikkeling te financieren vanuit verstedelijking. Het gros van de verstedelijking vindt momenteel binnenstedelijk plaats.

Binnenstedelijke ontwikkeling is complex en kostbaar. Wij vragen ons sterk af of uw voorstel in de praktijk haalbaar is. Via het programma ‘Groen groeit mee’ worden de kosten van uw ambities en mogelijke financieringsbronnen in beeld gebracht. Het lijkt ons verstandig om de financiële koppeling tussen verstedelijking en groen nader af te wegen wanneer het complete financiële beeld beschikbaar is. Verder valt het ons op dat Oudewater niet wordt genoemd bij de toelichting op de polderscheg Lange Linschoten op pagina 68. Aangezien de Lange Linschoten zich op Oudewaters grondgebied bevindt, is dit vreemd. In dezelfde alinea willen wij dat u bij het kopje cultuurhistorie de Oude Hollandse Waterlinie vermeld. Daarnaast spreekt u in het deelgebied Woerd, Waard en Vijfheerenlanden over de Kromme Linschoten, hetgeen de Lange Linschoten moet zijn en is de Limes niet opgenomen in het kaartbeeld op pagina 36. Ten slotte is het voor de versterking van de biodiversiteit in het landschap goed om in het IRP aandacht te schenken aan de aanleg van kleine landschapselementen (KLE’s), waaraan op dit moment al actief wordt gewerkt. Wonen en werken Het IRP gaat uit van een forse groei aan woningen en arbeidsplekken tot aan 2040. U wilt beiden een plek geven zonder het groen en landschap te veel aan te tasten.

Op het gebied van werken stelt u voor om wonen en werken waar mogelijk te mengen en bedrijventerreinen intensiever te gaan gebruiken. Met het intensiever gebruiken van bedrijventerreinen doelt u op het verhogen van het aantal arbeidsplaatsen per hectare. Voor het bedrijventerrein Tappersheul, gelegen in de kern Oudewater, is in de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar intensiveringsmogelijkheden. Zowel de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) als wijzelf zijn tot de conclusie gekomen, dat intensivering niet haalbaar is. In onderliggende rapporten over bedrijventerreinen behorend bij het IRP deelt u deze conclusie. Wij gaan er dan ook vanuit dat de intensiveringsambitie niet van toepassing is op bedrijventerrein Tappersheul. Naast het intensiveren van bedrijventerreinen wordt voorgesteld om voor de plannen van nieuwe bedrijventerreinen een regionaal uitgifteprotocol op te stellen. Aan de hand van het uitgifteprotocol kan op kwaliteit en uitgifte worden gestuurd. U geeft terecht aan dat de regie bij de verantwoordelijke gemeente blijft liggen. Het uitgifteprotocol dient vooral als monitoringsinstrument. Wij kunnen ons vinden in het zoeken van regionale afstemming, maar willen benadrukken dat het daarbij moet blijven. Uiteindelijk is het lokale bestuur aan zet voor keuzes over de inrichting en uitgifte van bedrijventerreinen.

Daarnaast vragen wij ons af hoe dit regionale bedrijventerreinenprotocol zich verhoudt tot het regionale programma werken van de provincie Utrecht. Verder wordt in het IRP de suggestie gedaan om te onderzoeken of een regionaal bedrijventerrein een oplossing kan zijn voor het accommoderen van de bedrijventerreinbehoefte. Wij staan achter dit standpunt en zien een regionaal bedrijventerrein als een mogelijke oplossing voor het faciliteren van de economische groei. Wij pleiten dan ook voor een zoektocht naar een locatie voor een regionaal bedrijventerrein in Utrecht-West en denken graag met u mee over voors en tegens van bepaalde locaties Op het gebied van wonen hanteert u voor Oudewater aantallen, die wij voor het regionale programma wonen van de provincie hebben ingebracht. Logischerwijs kunnen wij ons vinden in deze kwantitatieve gegevens. Het is echter wel goed om bij de woningbouwaantallen in het plancapaciteitsoverzicht een onderscheid te maken tussen woningbouw voor vitaliteit en de huidige harde plannen. Op dit moment wordt dit niet gedaan, waardoor alle plannen het kenmerk ‘bouwen voor vitaliteit’ krijgen. In onze ogen strookt dit niet met de realiteit en is een nuancering op zijn plaats.

Daarnaast stroken de kaartbeelden in het IRP nog niet met de kwantitatieve gegevens. Zo ontbreekt de uitbreidingslocatie Kerkwetering op uw kaarten. Wij hebben dit al meerdere keren aangegeven. Hierbij verzoeken wij u wederom om deze uitleglocatie op de kaarten op te nemen. Ter verduidelijking: het betreft het gebied tussen de Dijkgraaflaan in het zuiden, de Ruige Weide in het noorden, aan de westkant afgesloten door het Veenweidepark en aan de oostkant door de Kerkwetering. Tot slot Voor het overzicht benoemen wij hier nogmaals onze belangrijkste opmerkingen en aandachtspunten: • Duidelijkheid over integratie van het RES- en REP-proces; • IRP als instrument om samenwerking mee te versterken (oog voor positie gemeenteraad); • Geen additionele voorschriften voor woningbouw, nuancering van het standpunt over toename van automobiliteit bij vitale kernen en aansluiting Oudewater op snelfietsverbindingen; • Aandacht voor financiering van de ambities op het gebied van groen en landschap; • Geen intensivering van bedrijventerrein Tappersheul, uitgifteprotocol enkel voor regionale afstemming en steun voor de zoektocht naar een regionaal bedrijventerrein; • Maak onderscheid tussen woningbouw voor vitaliteit en reguliere plannen en pas de kaartbeelden aan op de kwantitatieve aantallen. Wij zijn benieuwd op welke wijze u onze reactie in het ontwerp IRP verwerkt.

Het is belangrijk dat alle U16-colleges de inhoud van het IRP onderschrijven, voordat deze naar lokale besluitvorming wordt gebracht. Mocht u naar aanleiding van deze reactie vragen en/ of opmerkingen hebben, dan horen wij dat uiteraard graag. Indien nodig zijn wij tot een mondelinge toelichting op deze brief bereid.

Het college van burgemeester en wethouders, De secretaris,

De burgemeester,

J.J. Michel

Drs. D.C. de Vries

Deze brief is automatisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/397/documents/12488