CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Vaststellen bestemmingsplan Tappersheul III - bedrijventerrein en sportvoorzieningen' - Bijlage 4 (Toelichting - bijlage 8).pdf

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan Tappersheul III - bedrijventerrein en sportvoorzieningen7.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ACTIVITEITENPLAN IEPENWEG EN TOLEIND TE OUDEWATER

Rapportage activiteitenplan Iepenweg en Toleind te Oudewater Opdrachtgever

Gemeente Oudewater Waardsedijk 219 3420 DC Oudewater

Rapportnummer Versienummer

4223.011 D2

Status

Eindrapportage

Datum

26 oktober 2019

Vestiging

Zuid-Holland Max Euwelaan 21-29 3062 MA Rotterdam 010 - 7640828 rotterdam@econsultancy.nl

Opsteller

M. Mougenot, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

drs. A.N. de Keijzer

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

GEGEVENS VAN DE LOCATIE EN HET GEBRUIK DOOR FLORA EN FAUNA ..................... 3 2.1 2.1

3

VERSPREIDING VAN BESCHERMDE SOORTEN OP DE LOCATIE ...................................... 7 3.1 3.2

4

Inleiding .......................................................................................................................... 20 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................................................ 20

TE TREFFEN MAATREGELEN RANSUIL ............................................................................... 22 7.1 7.2 7.3

8

Effecten op korte termijn op beschermde soorten .......................................................... 15 Effecten lange termijn op gunstige staat van instandhouding ........................................ 17 Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming ................................................................. 19

TE TREFFEN MAATREGELEN HEIKIKKER ........................................................................... 20 6.1 6.2

7

Voorgenomen activiteiten en manier van uitvoering ...................................................... 10 Doel en belang van de activiteiten.................................................................................. 13 Planning en onderbouwing van de activiteiten ............................................................... 14 Alternatieven ................................................................................................................... 14

EFFECTEN VAN DE INGREEP OP FLORA EN FAUNA......................................................... 15 5.1 5.2 5.3

6

Uitgevoerde onderzoeken (quickscan en nader onderzoek) ............................................ 7 Onderzoeksresultaten ...................................................................................................... 7

VOORGENOMEN INGREEP OP DE LOCATIE EN ONDERBOUWING ................................. 10 4.1 4.2 4.3 4.4

5

Locatiegegevens en huidige situatie ................................................................................ 3 Deskundige begeleiding ................................................................................................... 6

Inleiding .......................................................................................................................... 22 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................................................ 22 Zorgvuldig handelen en zorgplicht.................................................................................. 23

SAMENVATTING...................................................................................................................... 24

4223.011 versie D2

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Gemeente Oudewater opdracht gekregen voor het opstellen van een projectplan in het kader van de Wet natuurbescherming, ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling aan de Iepenweg en Toleind te Oudewater. De volgende onderzoeksvragen zullen in onderhavige rapportage worden beantwoord:         

Welke beschermde soorten zijn in het plangebied aanwezig? Welke functie heeft het plangebied voor de soorten? Wat is de omvang en duurzame staat van instandhouding van de bij de ingreep betrokken populaties van beschermde soorten? Blijft de functionaliteit van de rust- en voortplantingsplaatsen behouden? Welke eigenschappen van het gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? Hoe groot wordt het succes van de te nemen maatregelen ingeschat? Welke maatregelen moeten getroffen worden om aan de zorgplicht te voldoen? Zijn er voor de streng beschermde soorten geen meer bevredigende oplossingen. Welk wettelijk belang is er waardoor de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd?

De herontwikkeling leidt tot verstoring en het verlies van voorplanting en leefgebied van volgende strikt beschermde soorten: heikikker en ransuil. Bij de voorgenomen plannen is dan ook sprake van overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. De ontheffing kan alleen worden verleend op de wettelijke gronden zoals opgenomen in artikel 3.8 Wet natuurbescherming (heikikker): • •

•

er bestaat geen andere bevredigende oplossing; zij is nodig in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

In het geval van de vogelrichtlijn soorten (artikel 3.3 Wnb, ransuil) is het wettelijk belang: • • • •

er bestaat geen andere bevredigende oplossing; zij is nodig in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; ter bescherming van flora of fauna; de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort;

De ransuil is ook opgenomen in bijlage II van het verdrag van Bern en Bonn. Om die reden moet deze aanvraag, beoordeeld op grond van het belang van artikel 3.8 Wnb: • •

•

er bestaat geen andere bevredigende oplossing; zij is nodig in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 1 van 26

De ontheffing wordt aangevraagd voor een periode van 36 maanden ingaande vanaf het moment dat de ontheffing wordt verleend. De projectnaam is: Iepenweg en Toleind te Oudewater Naam organisatie: Naam persoon: Adres: Postcode en plaats: Telefoon

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Gemeente Oudewater Pieter Palm Waardsedijk 219 3420 DC Oudewater 06-54708372

Pagina 2 van 26

2 2.1

GEGEVENS VAN DE LOCATIE EN HET GEBRUIK DOOR FLORA EN FAUNA Locatiegegevens en huidige situatie

De onderzoekslocatie (15 ha) ligt aan de Iepenweg en Toleind, circa 1 kilometer ten noordoosten van de kern van Oudewater en bevindt zich in de Polder Noord-Linschoten. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie is volledig onbebouwd en voor zover bekend is de onderzoekslocatie nimmer bebouwd geweest. De locatie is op meerdere plekken gescheiden door watergangen. De westelijke helft van het plangebied is als parkje ingericht en het oostelijk deel bestaat uit weilanden. Door het plangebied lopen verschillende wandelpaden. Tevens is aan de noordwest kant van de locatie een dubbele bomenrij aanwezig met een wandelpad ertussen. Daarnaast loopt dit wandelpad langs de watergangen gelegen ten noorden, noordoosten en noordwesten van het plangebied. Verder bevinden zich op het plangebied bosjes, houtopslagen met struiken, watergangen, twee ondiepe poeltjes omringd door bosschages en in het noorden een moerasje begroeid met riet en lisdodde. De bodem van het park is begroeid met ruigtekruiden typerend voor voedselrijke graslanden zoals fluitenkruid, brandnetels, vogelmuren, raapzaad, pitrus en akkerdistels. Daarnaast bevinden zich enkele populieren verspreid over het zuidwestelijke deel van de onderzoekslocatie. Ten noordwesten van het plangebied bevindt zich het bedrijventerrein Tapersheul. Ten noorden, oosten en zuiden bevindt zich een uitgestrekt weidegebied met enkele agrarische percelen. De percelen zijn langgerekt noord/zuid georiënteerd, ingericht volgens de typische cope verkaveling.

In figuur 2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 17 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek. Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 3 van 26

Figuur 2. Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 4 van 26

Figuur 3. Zicht op het plangebied vanaf de Toleind, richting het noorden.

Figuur 4. Foto van knobbelzwaan waargenomen naast de zuidelijk gelegen watergang.

Figuur 5. Zicht op de centraal gelegen watergang (zuidelijk deel van het plangebied).

Figuur 6. Foto van de oostelijk gelegen watergang, foto richting het zuiden.

Figuur 7. Foto van een rustende ransuil.

Figuur 8. Foto van een van de meerdere aangetroffen nesten.

Figuur 9. Zicht vanaf het noorden van de Iepenweg op de begrenzing van het onderzoeksgebied.

Figuur 10. Overzichtsfoto richting het noorden. Foto genomen vanaf de zuidelijke deel van de Iepenweg. Links de dubbele bomenrij.

Figuur 11. Foto van de ingang (Iepenweg), richting het oosten.

Figuur 12. Foto van biddende torenvalk boven het plangebied.

Figuur 13. Foto van een buizerd buiten het plangebied (oostelijk gelegen weiland).

Figuur 14. Zicht op de ten oosten gelegen watergang.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 5 van 26

Figuur 15. Ondiep poeltje (zie figuur 2, poeltje 1).

2.1

Figuur 16. Tweede ondiep poeltje (zie figuur 2, poeltje 2).

Figuur 17. Noordgrens plangebied met aan de rechterzijde ondiep moerasje gebied met rietvegetatie (dit gebied wordt in de nieuwe situatie behouden).

Deskundige begeleiding

De deskundigen die zijn betrokken bij het project zijn twee ecologen van Econsultancy; drs. A.N. de Keijzer en M. Mougenot, MSc alsmede een lokale heikikkerdeskundige Richard Slagboom en een lokale uilendeskundige Johan Tuls. De ecologen van Econsultancy hebben meerdere jaren ervaring met risicoadvisering en veldonderzoek naar alle relevante beschermde soortgroepen. De medewerkers van Econsultancy zijn actief bij diverse organisaties en belangen behartigers zoals Netwerk Groene Bureaus, SOVON, RAVON, VZZ, Vleermuiswerkgroep Nederland (VLEN), etc. Econsultancy is lid van de branchevereniging ‘Netwerk Groene Bureaus’ en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 6 van 26

3

VERSPREIDING VAN BESCHERMDE SOORTEN OP DE LOCATIE

3.1

Uitgevoerde onderzoeken (quickscan en nader onderzoek)

Door Econsultancy zijn in november 2017 en maart 2019 twee quickscans flora en fauna op de projectlocatie uitgevoerd (rapportage 4223.006, d.d. 26 april 2019). De quickscans zijn uitgevoerd aan de hand van een bureaustudie en veldbezoeken. Tijdens de veldbezoeken is de gehele projectlocatie alsmede de omliggende percelen onderzocht. Gedurende de veldbezoeken is gelet op potentiële nest- en verblijfplaatsen voor, en de mogelijke aanwezigheid van (sporen van), beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat. Onderzochte plekken betreffen onder andere randbegroeiing langs de poeltjes en watergangen, ruigtes en bosjes. Tijdens de bureaustudie zijn via de NDFF verspreidingsgegevens verzameld van alle dier- en plantensoorten die in de afgelopen vijf jaar binnen een straal van enkele kilometer van de projectlocatie zijn waargenomen en opgenomen in de databank. Deze gegevens zijn in kaarten gezet, waardoor kon worden bepaald op welke afstand van de projectlocatie de betreffende dier- en plantensoorten zijn waargenomen. Daarnaast is naar aanleiding van de resultaten van de quickscans flora en fauna het nader onderzoek naar broedvogels, amfibieën en vliegroutes van vleermuizen uitgevoerd (begin juni 2018 en eind mei 2019). De gebruikte methodes en onderzoeksinspanning staan beschreven in de rapportage nader onderzoek (4223.010, 21 mei 2019). 3.2

Onderzoeksresultaten

3.2.1

Ransuil

Het plangebied dient als leef- en rustgebied voor één ransuil (zie figuur 18, 19 en 20). Er zijn in totaal 4 inspecties uitgevoerd aan het begin en tijdens het broedseizoen (18 maart, 29 maart, 17 april en 20 mei). Tijdens geen van deze inspecties is een broedende ransuil aangetroffen. Wel is in de buurt van de rustlocatie een potentiële broedlocatie (oud eksternest) en een rustende ransuil aangetroffen. Het laatste veldbezoek (20 mei 2019) is uitgevoerd in de aanwezigheid van de lokale ransuilendeskundige Johan Tuls. Aan het begin van het onderzoek is er geluisterd naar mogelijke bedelende jongens. Verder is het oude eksternest vanaf een afstand met behulp van een verrekijker bekeken. Tot slot is de binnenkant van het nest geïnspecteerd op de aanwezigheid van eieren, nestmateriaal of andere sporen van gebruik door de ransuil met behulp van een GoPro camera op een stok. Dit is niet aangetroffen en het kan met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat het op het plangebied aanwezige eksternest als broedlocatie voor de ransuil dient.

Figuur 18. Rustende ransuil (quickscan, 18 maart 2019).

Figuur 19. Braakballen en krijtstrepen onder de rustplek (nader onderzoek, 29 maart 2019).

Verder dienen de bomen langs de Iepenweg oriëntatie-elementen voor de op de locatie en in de omgeving aanwezige ransuil(en), deze functie is op zichzelf niet beschermd (zie figuur 20). Mogelijk gebruiken de ransuilen deze bomen als verbindingselement tussen hun verblijf-, rust en foerageergebieden.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 7 van 26

Figuur 20. NDFF en Econsultancy waarnemingen van de ransuil op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving.

3.2.2

Heikikker

De binnen het plangebied aanwezige heikikker populatie is geschat op rond de 60 exemplaren (rapportage nader onderzoek, 4223.010, 21 mei 2019). Daarnaast bestaat de ten noorden van het plangebied aanwezige heikikker populatie uit ongeveer een vergelijkbaar aantal exemplaren. Verder bevindt zich ten zuiden van de kern Oudewater een kleinere populatie van ongeveer 48 individuen. Tot slot bevindt zich een kleine heikikkerpopulatie direct ten noorden van het plangebied (8 individuen). Samen met de andere in de omgeving aanwezige populaties vormt de op het plangebied aanwezige populatie een relatieve populatiegrootte die als gunstig (voldoende, 184 individuen) beschouwd kan worden (zie tabel I hieronder). Deze drie populaties bevinden zich op een afstand van 0.2, 2.3 en 3 kilometer tot het plangebied. Uit het nader onderzoek blijkt dat een aantal water en landbiotoop criteria als ongunstig (gedegradeerd) zijn beoordeeld, zie tabel I. Dit betreft verschillende land- en water kwaliteitscriteria zoals voedselrijkdom, pH, beschaduwing en het biotoop. Door het optimaal inrichten van het compensatie gebied kan een verbetering van het leefgebied gerealiseerd worden.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 8 van 26

Tabel I.

Beoordeling criteria heikikker onderzoekslocatie (in groen - heikikker beoordeling). GUNSTIG ONGUNSTIG CRITERIUM INDICATOR A - GOED B - VOLDOENDE C - GEDEGRADEERD TOESTAND POPULATIE <50 roepende >200 roepende 50-200 roepende Relatieve populatiegrootte mannetjes of mannetjes of eiklompen mannetjes of eiklompen eiklompen succesvolle succesvolle succesvolle voortplanting voortplanting voortplanting niet Schmidt 2006 Voortplanting aantoonbaar (‘gezonde aantoonbaar (‘gezonde aantoonbaar (bv. eiklompen, larven of eiklompen, larven of massale juvenielen juvenielen beschimmeling eieren) Vos & Chardon Afstand nabije 1994, Schmidt <1 km <2 km >2 km populatie 2006 HABITATKWALITEIT WATERHABITAT complex van >10 complex van >5 permanente en/of complex van <5 Aantal en grootte permanente en/of tijdelijke kleine plassen permanente en/of Schmidt 2006 van de tijdelijke kleine plassen (<250 m²) of één of tijdelijke kleine plassen waterpartijen (<250 m²) of één grote meer grote plassen (<250 m²) plas (>250 m²) (>250 m²) Voedselrijkdom oligotroof tot mesotroof oligotroof tot mesotroof eutroof Andrén et al.

1989, Pahkala et pH ca 5-6 ca 5-6 <4.5 of >7.0 al., 2001, Schmidt 2006 >50% van de omtrek 25-50% van de omtrek <25 van de omtrek erg Oeverzone erg ondiep (<25 cm) erg ondiep (<25 cm) ondiep (<25 cm) Schmidt 2006 Beschaduwing Geen weinig (<33%) veel (>33%) bevat water tot Schmidt 2006 Permanentie bevat water tot begin juli valt droog voor begin juli minstens half juli Schmidt 2006 Vissen Geen weinig veel LANDHABITAT vochtige heide, vochtige heide, Biotoop laagveen, voedselarme laagveen, voedselarme andere natte bossen natte bossen Grondwaterstand permanent hoog permanent hoog laag tijdens zomer Oppervlakte (aaneengesloten >100 ha >50 ha <50 ha gebied) Afstand tot Schmidt 2006 <200 m 200-500 m >500 m waterbiotoop Verkeerswegen Aanwezig maar zelden Aanwezig en matig tot Schmidt 2006 in/grenzend aan Afwezig gebruikt intensief gebruikt habitat * in groen is de gekozen beoordeling voor de heikikker aangegeven.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 9 van 26

4

VOORGENOMEN INGREEP OP DE LOCATIE EN ONDERBOUWING

4.1

Voorgenomen activiteiten en manier van uitvoering

De initiatiefnemer is voornemens een bedrijventerrein te realiseren. Dat betreft meerdere bedrijf gerelateerde gebouwen. Ten behoeve van de werkzaamheden zullen de bomenrijen, houtopstanden, struiken en poeltjes binnen het plangebied worden verwijderd. Hierdoor wordt het leefgebied van de heikikker en ransuil ter plaatse aangetast. Bij de voorgenomen plannen is dan ook sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming en is een ontheffing noodzakelijk. Het moerasgebied gelegen in het noordelijke deel van de onderzoekslocatie blijft behouden en er worden drie compensatie poelen en kleine bosjes voor de heikikker aangelegd in het noordoostelijke deel van de onderzoekslocatie (zie figuur 21). Daarnaast worden meerdere bosjes aangeplant ter compensatie voor het verlies van de rustplek van de ransuil. Voor de ransuil worden ook buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden alternatieve broedlocaties geplaatst in de vorm van twee kunstmatige mandjes (in de ten noordoosten gelegen houtwal). Verder worden meerdere bomen aangeplant in de vorm van bomenrijen, bosjes en losse bomen. Samen vormen ze lijnvormige elementen welke van belang kunnen zijn als oriëntatie mogelijkheden voor de ransuil en foerageergebied voor vleermuizen. De bestaande waterstructuren en groen blijven zoveel mogelijk behouden. Dit betreft westelijk gelegen bomenrijen en watergangen.

Tot slot wordt in de toekomstige plannen meer water gerealiseerd dan in de oorspronkelijke situatie door het uitbreiden van bestaande waterstructuren en door het creëren van nieuwe watergangen en sloten (zie figuren 21 en 22). In de paragraaf 6.2 Ad d. worden deze compenserende maatregelen verder besproken.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 10 van 26

Figuur 21. Projectie van de plannen op de huidige situatie.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 11 van 26

Figuur 22. Landschappelijke inpassing.

Figuur 23. Duurzaamheid van beoogde plannen.

Het doel van deze ontwikkeling is om een duurzaam bedrijventerrein te creëren met veel groen en een duurzaam en gevarieerd bebouwingprofiel met variatie in bebouwingshoogte. De bebouwing vormt geen aaneengesloten blok van gevels, maar wordt onderbroken door openingen en doorzichten van wisselende afmetingen. Vanuit de landschapszone vormt het groen een visuele buffer tussen de bebouwing en het landschap (zie figuur 24).

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 12 van 26

De te realiseren bebouwing wordt voorzien van groene daken of sedumdaken in combinatie van zonnepanelen (zie figuur 25).

Figuur 24. Uitgangspunten bebouwing.

Figuur 25. Stedenbouwkundige opzet.

4.2

Doel en belang van de activiteiten

Heikikker en ransuil o

dwingende redenen van groot openbaar belang

Het bedrijventerrein Tappersheul is vol. Er is (vrijwel) geen leegstand en geen aanbod. Dat is niet verwonderlijk. De lokale economie bestaat grotendeels uit honkvaste MKB-bedrijven. Er is veel lichte maakindustrie, handel en transport. Ondernemers willen graag in Oudewater blijven. Bij de inschrijving voor 3 hectare eind 2017 schreven 40 ondernemers zich in met een gezamenlijke ruimtevraag van bijna 9 hectare. Hieruit blijkt de sociaaleconomische betekenis. In de omgeving is evenmin aanbod. Woerden, Lopik, Montfoort en IJsselstein werken ook aan uitbreiding van hun bedrijventerreinen maar lopen tegen meerjarige vertraging op. De druk is groot en het aanbod is marginaal. Dat betekent voor Oudewater onder meer dat bedrijvigheid zich in het buitengebied gaat of blijft vestigen in hallen, boerderijen en erven aan wegen die door de ligging in het Groene Hart niet gedimensioneerd zijn op zwaar wegverkeer. Om beleid te voeren waarbij het juiste bedrijf op de juiste plek is gesitueerd, stelt als eis dat er ruimte is voor bedrijven om te verplaatsen. Die ruimte is er nu niet maar is hoognodig.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 13 van 26

Ransuil o

ter bescherming van flora of fauna

Een geldig belang, in dit geval onder de Vogelrichtlijn is het belang ‘Bescherming van flora en fauna’. Omdat meer rust- en nestplaatsen worden teruggebracht, dan er verdwijnen, en er meer kwalitatief leefgebied wordt gecreëerd is voor de ransuil het belang “ter bescherming van flora en fauna” van toepassing. In de huidige situatie dient de onderzoekslocatie als leef-, rust en foerageergebied voor één ransuil. Daarnaast is op de onderzoekslocatie geen broedlocatie aangetoond voor deze soort. In de toekomstige situatie voorziet de ontwikkeling in het creëren van meerdere rustplekken in de vorm van kleine bosjes en het optimaal inrichten van foerageergebied. Verder worden de bestaande groenelementen (bomenrijen langs de westelijke grens) als oriëntatie elementen behouden en worden meer lijnvormige elementen waar langs gefoerageerd kan worden gecreëerd. Daarnaast worden twee kunstmatige nestlocaties in de directe omgeving van het plangebied aangeboden om de instandhouding van de lokale ransuilenpopulatie te verbeteren. 4.3

Planning en onderbouwing van de activiteiten

De projectplanning voorziet in het aanleggen van enkele nieuwe poelen en het inrichten van een compensatiegebied in de komende winterperiode. Rond september 2020 wordt een deel van het plangebied in gebruik genomen om voor te belasten. Tussentijds kan dan gewerkt worden aan uitvoering van het ecologisch protocol. 4.4

Alternatieven

Het bedrijventerrein Tappersheul kan aan twee zijden worden uitgebreid: aan de noordzijde in het open landschap en aan de oostzijde waar zich het huidige landschapspark bevindt. Aan de noordzijde moet de Koddewetering worden overgestoken en kan er geen logische uitbreiding worden gemaakt. De uitbreiding moet dan een nieuwe, eigen verkeersontsluiting en wegenstructuur krijgen. Het worden dan twee bedrijventerreinen die met de achterkanten aan de Koddewetering grenzen. Het nieuwe terrein maakt dan een flinke impact op het open landschap. Aan de oostzijde kan aangesloten worden op de bestaande wegenstructuur en verkeersontsluiting. Er komt in feite een reepje bij. Daar staat tegenover dat net op dat reepje een landschapspark is aangelegd met enkele poelen. Kort is overwogen om het landschapspark te handhaven en de aanpalend gelegen grond ten oosten in te richten als bedrijventerrein. Dan ontstaat een groenstrook binnen het bedrijventerrein die doorkruist dient te worden voor verkeersontsluiting. De bedrijfsgebouwen komen dan pontificaal aan het open landschap te staan omdat de gemeente niet over meer grond beschikt om een landschappelijk inpassing te maken. De groenstructuur van het huidige landschapspark is relatief jong en niet erg bijzonder. De gemeente acht het daarom een betere keus om het landschapspark te verleggen.

Door ter plaatse van het park uitbreiding van het bedrijventerrein te situeren en de oostelijk daarvan gelegen gronden opnieuw in te richten als landschapspark is er in de ogen van de gemeente sprake van het meest duurzame ruimtegebruik. De recreatieve functie wordt eveneens verlegd en behouden (wandelroute) en het zicht vanuit het open landschap op de bedrijfsgebouwen wordt eveneens opnieuw gecamoufleerd en goed ruimtelijk ingepast.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 14 van 26

5

EFFECTEN VAN DE INGREEP OP FLORA EN FAUNA

5.1

Effecten op korte termijn op beschermde soorten

5.1.1

Heikikker

Zonder het treffen van maatregelen zullen door de voorgenomen werkzaamheden twee voorplantingspoeltjes, zomer- en winterverblijfplaatsen van de heikikker verloren gaan. De heikikker bewoont vochtige gebieden op veengronden en zand- en fluviatiele (kom)kleigronden, waar veen aanwezig is of veenvorming optreedt. Het riviergebied langs de zuidrand van de provincie Utrecht vormt een bolwerk van de heikikker. Hier komt de soort verspreidt voor in het gebied ten zuiden van de lijn die gevormd is door de Oude Rijn en Leidse Rijn vanaf de provinciegrens bij Woerden tot Utrecht, de A12 en vervolgens de N225 tot Amerongen. Ten noorden van de Lek komt de heikikker verspreid voor in het gebied tussen de Lek, Nieuwegein en Woerden, waaronder de Lopikerwaard en de Polder Breeveld bij Harmelen (Hoffmann & Timmers 2006) . Zowel landelijk als provinciaal is de staat van instandhouding van de heikikker momenteel gunstig. (bron: atlas van amfibieën en reptielen van Utrecht).

Figuur 26. Heikiker verspreiding tussen 1980 en 2014 provincie Utrecht (Bron: atlas van amfibieën en reptielen van Utrecht, F.L.A Brekelmans). Met blauwe cirkel is de ligging van de onderzoekslocatie aangegeven.

Uit het nader onderzoek uitgevoerd door Econsultancy (2018-2019), de NDFF gegevens van afgelopen 15 jaar en de inventarisatie uitgevoerd door Arvalis is gebleken dat rondom de projectlocatie andere heikikker populaties aanwezig zijn. Deze populaties vormen samen een grotere populatie van ongeveer 180 individuen en bevinden zich op afstand en van 0.2, 2.3 en 3 kilometer tot het plangebied. De nabijheid van andere populaties verhoogt de kans dat, wanneer de op het plangebied aanwezige populatie uit het plangebied wordt geweerd door het ongeschikt maken van verblijfplaatsen, deze populatie zich succesvol kan vestigen op nabijgelegen plekken en ten slotte zich hervestigen op het compensatie gebied. Het verlies, van voorplanting-, zomer- en winterverblijfplaatsen van de heikikker heeft naar verwachting geen groot effect op de gunstige staat van lokale instandhouding van deze soort indien de onderRapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 15 van 26

staande maatregelen genomen worden. Bij het verloren gaan van de voorplanting- en verblijfplaatsen zullen individuen van de soort moeten uitwijken naar alternatieve verblijfplaatsen, die in de directe omgeving voldoende aanwezig zijn en die als compensatie gebied in de directe omgeving worden gerealiseerd. Maatregelen • De plannen zijn om in maart/april alvast de eiklompjes uit het plangebied over te brengen naar de nieuwe compensatie poeltjes. • De onderzoekslocatie dient voor aanvang van de werkzaamheden ongeschikt gemaakt te worden door o.a. kort te maaien onder ecologische begeleiding en vervolgens af te schermen met amfibieënschermen (vanaf half juli). Daarna zullen zo veel mogelijk exemplaren van de heikikker uit het werkgebied verwijderd moeten worden en buiten het plangebied uitgezet moeten worden. • Het in de tijd en de ruimte gefaseerd uitvoeren van de activiteiten is van belang. Vanuit de gebiedsdelen die gehandhaafd blijven, heeft de populatie de mogelijkheid te herstellen na een tijdelijke achteruitgang veroorzaakt door de activiteiten. • Zorgvuldig handelen tijdens de werkzaamheden. Indien de maatregelen getroffen worden zoals beschreven in dit projectplan zal de situatie voor de betreffende soorten niet verslechteren en eerder verbeteren.

Door aanvullend verblijfplaatsen aan te bieden aan de soort is met voldoende zekerheid te voorspellen dat negatieve effecten op de lange termijn zijn uitgesloten. 5.1.2

Ransuil

Zonder het treffen van maatregelen kan niet worden uitgesloten dat door de voorgenomen werkzaamheden een deel van het leefgebied van één ransuil verloren gaat. Daarnaast gaat een vaste rustplaats verloren. De ransuilen komen voor in diverse landschapstypen waar open veld aanwezig is met voldoende veldmuizen. De ransuilen broeden in boomrijke gebieden in de omgeving van veldmuisrijk habitat (open gebied). Na het broedseizoen verzamelen zich uilen op roestplaatsen die niet ver van de broedlocaties gelegen zijn (bron: Stowa). Uit lokale NDFF gegevens van de afgelopen 15 jaar blijkt dat ten westen van de tennisclub Heksenmeppers zich bekende rustlocaties van de ransuil bevinden. Daarnaast bevinden zich ten zuiden en zuidoosten van het plangebied bekende nestlocaties waar baltsende ransuilen waargenomen zijn (NDFF). De nabijheid van andere populaties verhoogt de kans dat, wanneer de op het plangebied aanwezige ransuil in dit gebied wordt geweerd door het ongeschikt maken van verblijfplaatsen, dit individu zich succesvol kan vestigen op nabijgelegen rustplekken en ten slotte zich hervestigen op of in de nabijheid van het plangebied. Maatregelen • De onderzoekslocatie dient voor aanvang van de werkzaamheden ongeschikt gemaakt te worden voor de ransuil.

• Een nieuwe compensatie voor het verlies van een rust en leefgebied moet buiten de invloedsfeer van de activiteiten gerealiseerd worden in vorm van nieuwe bosjes. Bij voorkeur door het herplanten van de bomen uit het oorspronkelijke leefgebied. • In de nabij gelegen houtwal (ten noordoosten) worden ten minste twee kunstnesten geplaatst. • Zorgvuldig handelen tijdens de werkzaamheden.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 16 van 26

5.2

Effecten lange termijn op gunstige staat van instandhouding

5.2.1

Heikikker

De landelijk trend van de heikikker populatie is recent stabiel, maar vertoonde in de 20 ste eeuw een sterke daling. Deze soort kan echter goed reageren op extensivering van beheer en omzetting van agrarisch gebied naar (natte) natuur, ook middels particulier natuurbeheer. Het is dan ook de verwachting dat de trend zich voorlopig niet negatief zal ontwikkelen. Zowel landelijk als provinciaal is de staat van instandhouding van de heikkikker momenteel gunstig (bron: Atlas van amfibieën en reptielen van Utrecht).

Figuur 27. Trend heikikkers tussen 1995 en 2017 (data bron: Compendium voor de leefomgeving, grafiek: Econsultancy).

Voorafgaand aan het begin van de werkzaamheden wordt een compensatie gebied optimaal ingericht voor deze soort. Er worden meerdere ondiepe poelen aangelegd en het plangebied wordt optimaal ingericht als zomer- en winterverblijfplaats voor de heikikkers. 5.2.2

Ransuil

Volgens SOVON aantalsontwikkeling is de populatie van ransuil tussen 1990 en 2016 significant afgenomen (>5% per jaar). De aantallen lijken recent op laag niveau wat te stabiliseren. De afname heeft zich in het hele land afgespeeld, maar het sterkst in bosrijke gebieden op de zandgronden. De verspreiding is met tenminste 35% gekrompen ten opzichte van de jaren zeventig. Het prooiaanbod is in ons land afgenomen door landbouwkundige ontwikkelingen (o.a. afname graslandareaal, intensivering bedrijfsvoering, veranderde gewaskeuze met mais in plaats van granen, gebruik bestrijdingsmiddelen). Ook predatie door Haviken speelt een rol, lokaal mogelijk ook afgenomen aanbod van nestgelegenheid (afnemende aantallen zwarte kraaien en eksters in bos). Herstelmaatregelen moeten zich richten op vergroting van de natuurwaarden binnen het moderne agrarische landschap, vooral in halfopen gebieden. Hieronder valt ook een natuurvriendelijke inrichting van erven. Waar nestgelegenheid ontbreekt in het leefgebied, kunnen kunstnesten worden overwogen. Het aantal van broedparen in Nederland is tegenwoordig tussen 2200 en 3000.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 17 van 26

Figuur 28. Trend ransuil tussen 1990 en 20162017 (data bron: Compendium voor de leefomgeving, grafiek: Econsultancy).

Figuur 29. Trend broedzekerheid ransuil tussen 1998 en 2000 en 2013 en 2015 (data bron: Compendium voor de leefomgeving, grafiek: Econsultancy).

Vanaf drie maanden voorafgaand aan het begin van de werkzaamheden dienen 2 alternatieve broedlocaties aangeboden te worden. Daarnaast worden in de definitieve situatie aanvullende verblijfplaatsen gecreëerd in vorm van bosjes. Het is wenselijk om in de toekomstige situatie nieuwe bomenrijen aan te planten. Het is te verwachten dat deze maatregelen bijdragen aan de verbetering van de gunstige staat van instandhouding van de lokale en daarmee nationale populatie van ransuilen. Negatieve effecten op de lange termijn zijn uitgesloten.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 18 van 26

5.3

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

5.3.1

Heikikker

De heikikker is een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming op basis van het feit dat de soort is opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. De heikikker heeft de status ‘thans niet bedreigd’ op de Rode lijst (2009). De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op de heikikker, onder andere: Het is verboden de heikikker in zijn natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, eieren opzettelijk te vernielen of te rapen, dieren opzettelijk te verstoren, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. Door de voorgenomen werkzaamheden wordt het leef- en voorplantingsgebied van de heikikker verloren. Het opzettelijk beschadigen en vernielen van verblijfplaatsen van deze soorten betreft een overtreding van de Wet natuurbescherming. Voor deze overtreding dient een ontheffing aangevraagd te worden. De verstoring is echter niet van wezenlijke invloed op de populatie van deze soort. Voorafgaand aan de werkzaamheden kunnen de aanwezige individuen worden verplaats naar de compensatie poeltjes. De functie van de verblijfplaatsen zal daardoor te allen tijde worden behouden. Hierdoor is er geen sprake van permanente beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsfunctionaliteit. 5.3.2

Ransuil

De ransuil is een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming op basis van het feit dat de soort onder artikel 1 van de Vogelrichtlijn valt. Bovendien is het een soort als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming omdat de ransuil vermeld staat in bijlage II van de Conventie van Bern. De ransuil staat vermeld op de lijst met vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (RVO, 2009). Op deze lijst vallen de nesten van ransuil onder categorie 4 van vogelnesten: ‘Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen’. De ransuil valt zowel onder de bescherming van de vogelrichtlijn (Artikel 3.1 Wnb) als onder de bescherming van het verdrag van Bern en het verdrag van Bonn (artikel 3.5 Wnb). Artikel 3.1 lid 2 betreft het opzettelijk vernielen van nesten of rustplaatsen van de ransuil. Artikel 3.5 lid 2 en 4 betreft het opzettelijk verstoren van dieren, het beschadigen en vernielen van voortplanting- of rustplaatsen van dieren. Ondanks het nemen van maatregelen verstoort en vernietigd de initiatiefnemer één leef- en rustgebied van één ransuil. Voor deze overtreding dient een ontheffing aangevraagd te worden. De verstoring is echter niet van wezenlijke invloed op de populatie van deze soort.

In de omgeving van het plangebied bevinden zich bekende leef- en rustgebieden waarnaar dit individu kan uitwijken. Na het eind van de werkzaamheden zullen vervangende verblijflocaties worden aangeboden in vorm van bosjes. Aanvullend worden twee kunstmatige nestlocaties in de bomenrijen gelegen ten noordoosten van het plangebied aangeboden om de lokale en nationale instandhouding van de lokale en nationale ransuil populatie te verbeteren. Hierdoor is er geen sprake van permanente beschadiging of vernieling van leefgebied.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 19 van 26

6

TE TREFFEN MAATREGELEN HEIKIKKER

6.1

Inleiding

De te nemen maatregelen zijn in te delen in de volgende vier stappen: a. onderzoekslocatie voor de ingreep ongeschikt maken voor beschermde soorten; b. controleronde(s) om afwezigheid beschermde soorten op moment van ingreep aan te tonen; c. alternatieve verblijfplaatsen aanbieden als permanente opvang van het verlies van de potentiële verblijfplaatsen voor de periode tussen de ingreep en de realisatie van de nieuwe situatie; 6.2

Mitigerende en compenserende maatregelen

Ad a. onderzoekslocatie voor de ingreep ongeschikt maken voor beschermde soorten; Het ongeschikt maken van het plangebied voor de heikikker zal gebeuren buiten de gevoelige perioden. Afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden kan deze periode langer dan wel korter zijn. De geschiktheid van de periode voor het uitvoeren van de werkzaamheden dient te worden bepaald door een deskundige op het gebied van de heikikker. In het geval van de onderzoekslocatie betekent dit, dat de werkzaamheden die water beïnvloeden tussen half juli en half maart moeten gebeuren, dat de werkzaamheden die land beïnvloeden tussen half maart begin april moeten plaatsvinden (kooractiviteit in Utrecht) en dat de activiteiten die alleen de oever beïnvloeden tussen half juli en eind september moeten plaatsvinden (zie figuur 30).

Figuur 30. Perioden waarin activiteiten al dan niet uitgevoerd kunnen worden (kennisdocument Bij12, heikikker). De meest geschikte periode (Provincie Utrecht) is met een gele kader aangegeven.

De te uit te voeren maatregelen betreffen 5 fasen. Deze fasen en de te nemen stappen zijn in overleg met de lokale deskundige Richard Slagboom, Arvalis overlegd. Fase 1. Tussen eind maart en begin april, na de kooractiviteiten worden de eiklompjes van heikikker uit het plangebied (poeltjes) naar de nieuwe compensatie poelen overgebracht.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 20 van 26

Fase 2. Voordat de werkzaamheden daadwerkelijk worden uitgevoerd, wordt het landgebied ongeschikt gemaakt door de grazige vegetatie kort te maaien waardoor de kikkers wegtrekken. Het kortmaaien van de begroeiing zou van het zuiden naar het noorden, in de richting van de compensatie gebied geschiedden zodat de op het plangebied aanwezige dieren in de richting van het alternatieve compensatiegebied kunnen uitwijken. Fase 3. Voordat de werkzaamheden met betrekking tot water worden uitgevoerd, worden de poeltjes leeg gevangen (eind juli). Vervolgens worden paddenschermen geplaatst rondom het hele plangebied met ingegraven halve emmertjes waarin de andere kant van de emmer geopend blijft. Fase 4. Eind juli wordt het hele plangebied leeg gevangen van heikikker en andere amfibieën zoals bruine kikker, groene kikker en gewone pad. De gevangen amfibieën worden buiten het afgezette plangebied door een ecoloog uitgezet. Fase 5. Als aanvulling op het ongeschikt maken van het gebied worden plaatmaterialen neergelegd (tapijttegels) waarna deze worden gecontroleerd om de laatste (schuilende) exemplaren van heikikker uit het werkgebied weg te vangen. Op deze manier worden de laatste aanwezige exemplaren verzameld en direct aan de andere zijde van het scherm, weer losgelaten.

Als er na 5 opeenvolgende controleronden geen heikikkers meer worden aangetroffen wordt het gebied vrijgegeven voor de geplande werkzaamheden. Indien de maatregelen getroffen worden zoals beschreven in dit projectplan zal de situatie voor de betreffende soorten niet verslechteren Ad c. controleronde(s) om afwezigheid beschermde soorten op moment van ingreep aan te tonen; De tapijttegels, schermen en emmertjes worden regelmatig gecontroleerd om te voorkomen dat onverhoopt toch individuen van de heikikker zich in het projectgebied verspreiden. In de actieve periode van de heikikker (half maart - oktober) dient minimaal één keer per week het amfibieënscherm te worden gecontroleerd op gebreken. Gebreken aan het scherm dienen direct te worden hersteld. Ad d. in de nieuwe situatie duurzame verblijfsmogelijkheden voor beschermde soorten creëren. Het op het plangebied aanwezige huidige leefgebied van de heikikker is niet optimaal. Dit betreft verschillende criteria van de land- en water kwaliteit. Dit betreft de voedselrijkdom, pH, beschaduwing en het biotoop (zie tabel I). In het noordoostelijke deel van het plangebied, wordt een kerngebied ontwikkeld voor deze soort. Het gebied wordt optimaal ingericht en een optimale beheer wordt toegepast.

Het te realiseren leefgebied zal verschillende onderdelen van het leefgebied van de heikikker bevatten zoals ondiepe visvrije wateren waar de eieren worden afgezet, plekken waar de heikikkers in de actieve periode verblijven en plekken waar ze overwinteren (bosjes, ruigte, holletjes). Het voedselrijkdom van het waterhabitat moet oligotroof tot mesotroof zijn. De pH moet tussen 5 en 6 zijn en de omtrek van deze poeltjes moet ondiep zijn (<25 cm) en zonder beschaduwing. Deze poeltjes moeten het water tot minstens half juli bevatten. Om het landgebied verder te verbeteren zal de aanwezige vegetatie kort gehouden worden door het extensief beweiden met jong vee. Door het optimaal inrichten van het compensatie gebied wordt de concurrentie met de bruine kikker verminderd onder ander door onbeplante poelen, weinig vegetatie in de omgeving en de lage pH. Het compensatie gebied voor de heikikker wordt niet alleen kwalitatief verbeterd maar ook kwantitatief. Er worden in totaal 3 compensatie poeltjes gerealiseerd en het noordelijk gelegen moerasje gebied wordt behouden. De compensatie poeltjes betreffen een grotere oppervlakte dan in de oorspronkelijke situatie (2.193 m² versus 1.470 m²). Daarnaast wordt in de nieuwe situatie in totaal 2.5 keer meer water gerealiseerd in vorm van watergangen (79.018 m² versus 31.510 m²).

Deze waterstructuren kunnen door een optimaal beheer ook meer potentie brengen voor de populatie heikikker. Het is bekend dat deze soort in de Provincie Utrecht zich ook langs de watergangen kan voortplanten en overwinteren (mondelijke mededeling, Richard Slagboom, Arvalis 2019). Tot slot worden meerdere bosjes aangeplant om de winterverblijfplaatsen van deze soort te behouden. Er wordt in totaal 1.5

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 21 van 26

keer meer beplanting in vorm van bosjes, losse bomen en bomenrijen aangeplant (27217 m² versus 16593 m², 78 bomen versus 33). In totaal wordt meer natuur gerealiseerd en van een hogere kwaliteit dan in de oorspronkelijke situatie (zie figuur 31).

Figuur 31. Toekomstige plannen met in het noordelijke deel een compensatie gebied voor de heikikker.

7

TE TREFFEN MAATREGELEN RANSUIL

7.1

Inleiding

De te nemen maatregelen zijn in te delen in de volgende vier stappen: a. onderzoekslocatie voor de ingreep ongeschikt maken voor beschermde soorten; b. controleronde(s) om afwezigheid beschermde soorten op moment van ingreep aan te tonen; c. alternatieve verblijfplaatsen aanbieden als permanente opvang van het verlies van de potenti ële verblijfplaatsen voor de periode tussen de ingreep en de realisatie van de nieuwe situatie; 7.2

Mitigerende en compenserende maatregelen

Ad a. onderzoekslocatie voor de ingreep ongeschikt maken voor beschermde soorten; Het ongeschikt maken van de bosjes voor de ransuil zou gebeuren door het zorgvuldig kapen en weg halen van bomen en struiken. Bij voorkeur zal het vanaf het zuiden naar het noorden geschiedden zodat de op het plangebied aanwezige ransuil tijd genoeg heeft om de locatie te verlaten. Ad b. controleronde(s) om afwezigheid beschermde soorten op moment van ingreep aan te tonen; Om zeker van te zijn dat de getroffen maatregelen effectief zijn geweest wordt voorafgaand aan het begin van de werkzaamheden (kap van het bosje) een controleronde uitgevoerd op de aanwezigheid van de ransuil.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 22 van 26

Ad d. in de nieuwe situatie duurzame verblijfsmogelijkheden voor beschermde soorten creëren. In de nieuwe situatie worden de rustplekken in vorm van kleine bosjes gerealiseerd, bij voorkeur door het herplanten van de oorspronkelijke bosjes (zie figuur 21).Voor de lokale populatie van de ransuil worden twee kunstmatige nestlocaties in de directe omgeving van het plangebied aangeboden, bij voorkeur in de bomenrijen ten noordoosten van het plangebied. 7.3

Zorgvuldig handelen en zorgplicht

Aan het zorgvuldig handelen en de zorgplicht wordt voldaan door het werken buiten de gevoelige perioden van de betreffende soorten. De wijze waarop de werkzaamheden betreffende het ongeschikt maken wordt uitgevoerd, zal worden beschreven in een ecologisch werkprotocol. Hierin wordt beschreven op welke wijze het beschadigen van heikikker, ransuil en andere soorten wordt voorkomen, hoe te handelen bij het aantreffen van een beschermde soort, hoe te handelen bij onvoorziene omstandigheden. Tevens wordt vastgelegd welke partijen betrokken zijn bij de werkzaamheden en welke verantwoordelijkheden deze partijen hebben ten aanzien de uitvoering.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 23 van 26

8

SAMENVATTING

Econsultancy heeft in opdracht van Gemeente Oudewater een projectplan opgesteld in het kader van de Wet natuurbescherming, ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling aan de Iepenweg en Toleind te Oudewater. De volgende onderzoeksvragen zijn beantwoord: 

Welke beschermde soorten zijn in het plangebied aanwezig?

o

Heikikker en ransuil

Welke functie heeft het plangebied voor de soorten?

o o

Voorplanting, zomer- en winterverblijfplaats voor circa 60 heikikkers Leef- en rustgebied voor ransuil

 o

Duurzame staat van instandhouding komt niet in gevaar.

Blijft de functionaliteit van de rust- en voortplantingsplaatsen behouden?

o

Ja

•

Voorplanting-, zomer en winterverblijfplaats van heikikkers Leef en rustgebied van ransuil

Hoe groot wordt het succes van de te nemen maatregelen ingeschat?

o

Groot

Welke maatregelen moeten getroffen worden om aan de zorgplicht te voldoen? Zorgvuldig handelen conform ecologisch werkprotocol

Zijn er voor de streng beschermde soorten geen meer bevredigende oplossingen.

o

Het bedrijventerrein Tappersheul is vol. Nieuwe bedrijvenruimte is nodig.

Welk wettelijk belang is er waardoor de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd?

o

Heikikker (artikel 3.8 Wet natuurbescherming)

er bestaat geen andere bevredigende oplossing; zij is nodig in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. o

• • •

Welke eigenschappen van het gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden?

o o

o

• •

Wat is de omvang en duurzame staat van instandhouding van de bij de ingreep betrokken populaties van beschermde soorten?

Ransuil (artikel 3.3 Wnb, Vogel richtlijn) is het wettelijk belang:

er bestaat geen andere bevredigende oplossing; zij is nodig in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; ter bescherming van flora of fauna;

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 24 van 26

•

de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. o

• •

•

Ransuil (artikel 3.8 Wnb, Habitatrichtlijn soorten):

er bestaat geen andere bevredigende oplossing; zij is nodig in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 25 van 26

GERAADPLEEGDE BRONNEN Algemene Literatuur Rapport quickscan flora en fauna (4223.006) Iepenweg (ong.) te Oudewater D3, 4223.006. Econsultancy Rotterdam, 2019. Rapportage nader onderzoek ecologie Iepenweg en Toleind te Oudewater D3, 4223.010. Econsultancy Rotterdam, 2019. Ontwikkeling van criteria voor de beoordeling van de lokale staat van instandhouding van de habitatrichtlijnsoorten. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, 2008. Atlas van amfibieën en reptielen van Utrecht, Stichting Ravon Utrecht, W. de Wild, W. van Emerik, J. Spier. Basisrapport voor de Rode Lijst Vogels 2016 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. A. van Kleunen, R. Foppen en C. van Turnhout. BIJ12 (2017) Kennisdocument heikikker, Rana arvalis, BIJ12 publicatie versie 1.0, juli 2017 Nationale Database Flora en Fauna (NDFF), uitvoerportaal; https://ndff-ecogrid.nl, zoekgebied per soort verschillend, omgeving Oudewater Iepenweg en Toleind, periode 2003-2019 Websites www.clo.nl/ (Compendium voor de Leefomgeving, heikikker en ransuil, populatie trend) www.rvo.nl (nationale natuurwetgeving en soortenstandaarden) www.sovon.nl (soortgegevens vogels) www.vogelbescherming.nl www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/heikikker

Rapport 4223.011 versie D2 versie

Pagina 26 van 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/429/documents/13437