Raadsvoorstel 'Vaststellen bestemmingsplan Tappersheul III - bedrijventerrein en sportvoorzieningen' - Bijlage 4 (Toelichting - bijlage 18).pdf
Tekst van het document
MILIEUHYGIËNISCH (AANVULLEND) VOORONDERZOEK BODEM IEPENWEG (ONG.) TE OUDEWATER
Rapportage milieuhygiënisch (aanvullend) vooronderzoek bodem Iepenweg (ong.) te Oudewater Opdrachtgever
Gemeente Oudewater Postbus 100 3420 DC Oudewater
Rapportnummer Versienummer
4223.004 D1
Status
Eindrapportage
Datum
27 maart 2020
Vestiging
Zuid-Holland Max Euwelaan 21-29 3062 MA Rotterdam 088 - 5001600 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
Y. Boswinkel, MA
Paraaf
Kwaliteitscontrole
ir. F.F.J.M. Top
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Opgemerkt wordt dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK ................................................ 1
3
GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................. 1
4
HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE ............................................... 2
5
TOEKOMSTIGE SITUATIE ........................................................................................................ 3
6
CALAMITEITEN .......................................................................................................................... 3
7
UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE..................... 3
8
AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN .................................................................... 4
9
INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN ........................................ 4
10
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................................................... 4
11
TERREININSPECTIE ................................................................................................................. 4
12
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ......................................................................................... 5
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Eerder uitgevoerd bodemonderzoek
1
INLEIDING
Gemeente Oudewater heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch (aanvullend) vooronderzoek bodem op de locatie Iepenweg (ong.) te Oudewater. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het milieuhygiënisch (aanvullend) vooronderzoek bodem heeft tot doel te bepalen of er aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en/of NEN 5707, door middel van een archiefonderzoek, een interview met de eigenaar/gebruiker, een terreininspectie en een zintuiglijk bodemonderzoek. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". 2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De volledige onderzoekslocatie (± 14 hectare) is gelegen aan de Iepenweg (ong.) te Oudewater (zie bijlage 1). De percelen, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Snelrewaard, sectie C, nummers 330, 365, 932, 339, 338, 333, 332, 331, 366, 329, 330, 907 (ged.) en 933 (ged.). Het zintuigelijk bodemonderzoek heeft zich gericht op deellocaties in het westelijk deel van de onderzoekslocatie. Het oostelijke deel is reeds onderzocht (zie ook hoofdstuk 7). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 1,4 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 119.149, Y = 450.032. 3
GERAADPLEEGDE BRONNEN
In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever (contactpersoon: de heer P. Palm), d.d. 2019 en 2020
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Omgevingsdienst Regio Utrecht (Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht), d.d. 10 maart 2020
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto’s en Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl
Terreininspectie
Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 11 maart 2020
Rapport 4223.004 versie D1
Pagina 1 van 6
4
HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE
Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1900-heden blijkt, dat de onderzoekslocatie, alsmede de omgeving ervan, dat de onderzoekslocatie in gebruik was, en is, als polderlandschap. Omstreeks 2010 zijn enkele waterpartijen gegraven. In het noord- en zuidwestelijke terreindeel zijn omstreeks 1990 en 1996 enkele sloten gedempt. De verkaveling is nauwelijks veranderd. Er blijkt verder geen aanwezigheid van ophogingen. De onderzoekslocatie is volledig onverhard en onbebouwd. In bijlage 2a is de huidige situatie van het noordelijk terreindeel op een locatieschets weergegeven. In bijlage 2b zijn enkele foto’s van de onderzoekslocatie weergegeven. Voor zover bij de opdrachtgever (gemeente Oudewater) en Omgevingsdienst regio Utrecht bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. De Omgevingsdienst regio Utrecht geeft in hun online omgeving aan dat er op het terrein een aantal gedempte sloten aanwezig zijn (zie figuur 1). Hiervan zijn de twee sloten in het westelijke centrale deel van het terrein reeds onderzocht door Lievense CSO in 2005-2006 (zie ook hoofdstuk 7). De twee gedempte sloten in het noordwestelijk deel van het terrein zijn nog verdacht evenals de gedempte sloot in het oostelijk gedeelte van de onderzoekslocatie.
Figuur 1. De bij de Omgevingsdienst bekende gedempte sloten in het onderzoeksgebied die reeds zijn onderzocht (blauwe cirkels) en welke nog verdacht zijn (rode cirkels).
Rapport 4223.004 versie D1
Pagina 2 van 6
5
TOEKOMSTIGE SITUATIE
De initiatiefnemer is voornemens een gedeelte van de onderzoekslocatie te gebruiken voor realisatie van een bedrijfsterrein. 6
CALAMITEITEN
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de Omgevingsdienst Regio Utrecht blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 7
UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE
In 2005 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Lievense CSO ter plaatse van de volledige westelijke strook van de onderzoekslocatie (kenmerk: RC1-075-OW, d.d. 8 december 2005). Destijds zijn nagenoeg alle gedempte sloten en dammetjes geïdentificeerd en onderzocht. Plaatselijk zijn sterke verontreinigingen met PAK in de bovengrond aangetoond. Tijdens de veldwerkzaamheden is aandacht besteed aan de aanwezigheid van asbestverdachte materialen in en op de bodem. Hierbij is geen asbest waargenomen. Over de gehele onderzochte locatie zijn lichte verontreinigingen met nikkel, koper, kwik, lood en zink aangetoond. Plaatselijk zijn tevens lichte verontreinigingen met minerale olie, chroom, EOX en enkele bestrijdingsmiddelen. Het slib uit het midden en in het westen van het terrein zijn destijds geclassificeerd als klasse 1 slib. In de oostelijke sloot werd de slib geclassificeerd als klasse 3 slib. Op het westelijk terreindeel is in 2006 door Lievense CSO een ‘controlebemonstering’ uitgevoerd (rapportnummer: 06.L410.20 d.d. 6 december 2006). Destijds zijn er 6 boringen verricht tot 1,0 m -mv, ter plaatse van een dam in de zuidwestelijke punt van het onderzoeksgebied. In de zintuiglijk met puin verontreinigde bovengrond zijn destijds enkel lichte verontreinigingen aangetroffen ter plaatse van de dam. Verder is enkel op PAK geanalyseerd.
Er zijn geen verontreinigingen met PAK aangetoond. In de oostelijke sloot, die in 2005 nog slib van klasse 3 bevatte, werden in 2006 geen verhogingen meer aangetroffen. Tevens zijn de ernstige verontreinigingen van PAK die in 2005 werden gemeten niet meer aangetroffen. Deze verontreiniging is beschouwd als ‘uitbijter’. In 2018 is door Econsultancy een vooronderzoek uitgevoerd (rapportnummer: 4223.004, d.d. 18 mei 2018, versie D1) met betrekking op het noordelijke en zuidoostelijke terreindeel. Destijds zijn enkele halfverhardingen waargenomen waarvan de kwaliteit onbekend is. Econsultancy heeft destijds geadviseerd deze verhardingen te onderzoeken op asbest, zware metalen, PAK en minerale olie. De rest van de onderzoekslocatie werd geadviseerd een verkennend bodemonderzoek uit te voeren conform de hypothese “onverdacht grootschalig, niet lijnvormig’. In 2018 is op het oostelijk deel van de onderzoekslocatie door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer: 4223.004, d.d. 8 juni 2018, versie D2). Destijds zijn in de zintuiglijk schone grondmengmonsters van de bovengrond over de gehele locatie enkel lichte verontreinigingen met molybdeen en nikkel aangetoond. Plaatselijk bevond zich tevens een lichte verontreiniging van PAK, kwik en lood in de bovengrond. De ondergrond was enkel licht verontreinigd met molybdeen.
Het grondwater was licht verontreinigd met barium en plaatselijk met kwik, nikkel en minerale olie. Centraal op de onderzoekslocatie is een sterke minerale olie verontreiniging in het grondwater aangetoond. Na herbemonstering kwam hier een lichte verontreiniging uit. De verontreiniging is beschouwd als ‘uitbijter’.
Rapport 4223.004 versie D1
Pagina 3 van 6
Enkel de gedempte sloten in het noordwestelijke punt van de onderzoekslocatie en de gedempte sloot in het oosten van de onderzoekslocatie (zoals aangeduid in figuur 1) zijn nog niet voldoende onderzocht. De rest van de onderzoekslocatie wordt aangeduid door de Omgevingsdienst als ‘voldoende onderzocht’. 8
AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN
In hoofdstuk 3 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Aan de westzijde van de onderzoekslocatie bevindt zich een woonwijk. In de overige richtingen grenst de onderzoekslocatie aan weilanden. Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. 9
INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN
Voor de regio NWU worden in totaal 8 zones onderscheiden. De onderzoekslocatie ligt in de zone “Overig buitengebied” waarvoor de gemiddelde bodemkwaliteitklasse “Achtergrondwaarde” is. Binnen deze regio worden geen verhoogde achtergrondwaarden verwacht. 10
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland (bron: bodemdata.nl), uit een waardveengrond, die voornamelijk is opgebouwd uit bosveen (of eutroof broekveen). De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 1,8 m -NAP, waardoor het grondwater zich op ± 0,4 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, in noordwestelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. 11
TERREININSPECTIE
Op 7 december 2017, 3 april 2018 en 11 maart 2020 zijn er terreininspecties uitgevoerd. Deze waren gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een gronden/of grondwaterverontreiniging. In het park is op twee locaties (deellocatie a en b, zie bijlage 2a) een puinverharding aangetroffen. Bij de Omgevingsdienst regio Utrecht en de opdrachtgever (gemeente Oudewater) zijn geen kwaliteitsgegevens aanwezig van deze puinverhardingen. Verder zijn er op één locatie aanwijzingen gevonden die duiden op een slootdemping.
Rapport 4223.004 versie D1
Pagina 4 van 6
12
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
Gemeente Oudewater heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygienisch (aanvullend) vooronderzoek bodem op de locatie Iepenweg (ong.) te Oudewater. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Deellocaties a en b zijn nog verdacht i.v.m. de aanwezige puinverhardingen. De gedempte sloot in het oostelijk deel van de onderzoekslocatie (deellocatie d) is ook nog een verdachte locatie. Tenslotte behoeft de deellocatie in de noordwestelijke hoek van de onderzoekslocatie (deellocatie c) nog zintuigelijk bodemonderzoek nadat hier de aanwezige begroeiing is weggehaald. Deze locatie is verdacht i.v.m. de aanwezigheid van twee gedempte sloten. Het overgrote deel van de onderzoekslocatie is recent onderzocht en behoeft geen aanvullend onderzoek. Econsultancy adviseert echter wel een verkennend onderzoek asbest in bodem uit te voeren, alsmede een verkennend bodemonderzoek, ter plaatse van de verdachte terreindelen en het overdachte terreindeel waar nog geen (recent) bodemonderzoek heeft plaatsgevonden. Verder adviseert Econsultancy om op het doen van verkennend onderzoek asbest in de bodem ter plaatse van de al onderzochte gedempte sloten voor te leggen aan het bevoegd gezag.
Dit vanwege het feit dat het toenmalige onderzoek niet volgens de NEN 5707 ‘Bodem -Inspectie en monsterneming van asbest in bodemen partijen grond’ is uitgevoerd. De uiteindelijke beslissing hierover ligt bij het bevoegd gezag. In samenvatting heeft Econsultancy onderstaande deellocaties met geadviseerde onderzoekshypothese vastgesteld. Tabel I.
Onderzoeksstrategie Deellocatie
Oppervlakte
Verwachte stoffen
Onderzoeksstrategie
a: Strook op het noordelijke deel van de onderzoekslocatie (puin).
± 1.160 m2
Asbest, zware metalen, PAK en minerale olie
VED-HE Halfv.
b: Strook in het westen van de onderzoekslocatie (puint).
± 800 m2
Asbest, zware metalen, PAK en minerale olie
VED-HE Halfv.
c: Strook in het oosten van de onderzoekslocatie (gedempte sloot).
± 80 m2
Mogelijke aanwezigheid bodemvreemd dempingsmateriaal
Zint.
d: Gedempte sloten in de noordwestelijke hoek van de onderzoekslocatie.
± 130 m2
Mogelijke aanwezigheid bodemvreemd dempingsmateriaal
Zint.
-
ONV-GR
Mogelijk asbestonderzoek, ter beoordeling van de bevoegde overheid
VED-HE
e: ± 85.250 m2 Westelijk deel van de onderzoekslocatie. f: Gedempte en eerder onderzochte gedempte sloten.
± 690 m2
Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740/5707/5897: ONV-GR : Grootschalig onverdacht VED-HE : Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging Halfv. : Halfverhardingslagen Zint. : Zintuigelijk bodemonderzoek
Rapport 4223.004 versie D1
Pagina 5 van 6
Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 29 november 2019) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
Econsultancy Rotterdam, 27 maart 2020
Rapport 4223.004 versie D1
Pagina 6 van 6
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Foto 6.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 7.
Foto 8.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 9.
Foto 10.
Bijlage 3
Voorgaande bodemonderzoeken
VOORONDERZOEK IEPENWEG (ONG.) TE OUDEWATER
Rapportage vooronderzoek Iepenweg (ong.) te Oudewater Opdrachtgever
Gemeente Oudewater Postbus 100 3420 DC Oudewater
Rapportnummer Versienummer
4223.004 D1
Status
Eindrapportage
Datum
18 mei 2018
Vestiging
Zuid-Holland Max Euwelaan 21-29 3062 MA Rotterdam 010 - 7640828 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
ir. F.F.J.M. Top
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008. Betrouwbaarheid Opgemerkt wordt dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2.
GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................. 1
3.
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK ................................................ 1
4.
GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE .......................................................................................... 2 4.1 4.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 2
5.
CALAMITEITEN .......................................................................................................................... 2
6.
UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE..................... 3
7.
BELENDENDE PERCELEN/TERREINDELEN .......................................................................... 3
8.
INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN ........................................ 3
9.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................................................... 3 9.1 9.2
Bodemopbouw .................................................................................................................. 3 Geohydrologie .................................................................................................................. 3
10.
TERREININSPECTIE ................................................................................................................. 4
11.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ......................................................................................... 4
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 2c. 3.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets, fase 1 - Locatieschets, fase 2 - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen
1.
INLEIDING
Econsultancy heeft van de gemeente Oudewater opdracht gekregen voor het uitvoeren van een vooronderzoek aan de Iepenweg (ong.) te Oudewater. Het onderzoek is deels uitgevoerd in het kader van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging en deels uitgevoerd in het kader van de aankoop van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek heeft tot doel te bepalen of er aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en/of NEN 5707, door middel van een archiefonderzoek, een interview met de eigenaar/gebruiker en een terreininspectie. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het vooronderzoek is gefaseerd uitgevoerd:
fase 1: zuidwestelijk terreindeel, in het kader van een bestemmingsplanwijziging; fase 2: noordoostelijk terreindeel, in het kader van de aankoop van dit terreindeel.
2.
GERAADPLEEGDE BRONNEN
De informatie over de onderzoekslocatie is gebaseerd op de bij de omgevingsdienst regio Utrecht aanwezige informatie (Geoloket), informatie verkregen van de initiatiefnemer (contactpersoon T. Nagtegaal) en informatie verkregen uit de op 7 december 2017 (fase 1) en 3 april 2018 (fase 2) uitgevoerde terreininspecties. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over:
het historische, huidige en toekomstige gebruik; eventuele calamiteiten; eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken; de bodemopbouw en geohydrologie; verhardingen, kabels en leidingen.
Bijlage 3 geeft een overzicht van de geraadpleegde bronnen.
3.
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK
De onderzoekslocatie ligt aan de Iepenweg (ong.), circa 1,6 kilometer ten noorden van de kern van Oudewater (zie bijlage 1). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (www.ahn.nl), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 1,4 m –NAP en zijn de coördinaten van de onderzoekslocatie X = 119.149, Y = 450.032. Fase 1: zuidwestelijk terreindeel De percelen, waar de onderzoekslocatie (± 59.050 m²) deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Snelrewaard, sectie C, nummers 330 en 933 (gedeeltelijk).
Rapport 4223.004 versie D1
Pagina 1 van 5
Fase 2: noordoostelijk terreindeel De percelen, waar de onderzoekslocatie (± 60.000 m²) deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Snelrewaard, sectie C, nummers 329, 331, 332, 333, 338 en 339.
4.
GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE
4.1
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Volgens historisch kaartmateriaal uit de periode 1900 was de locatie, alsmede de omgeving ervan, destijds polderlandschap. Tot op heden is dit gebruik van de onderzoekslocatie niet wezenlijk veranderd. Fase 1: zuidwestelijk terreindeel Het noordoostelijke deel (grasland) van dit terreindeel is momenteel in gebruik als weiland en heeft voor zover bekend altijd een agrarische bestemming gehad. Het zuidwestelijke deel van dit terreindeel is momenteel in gebruik als parkje. Fase 2: noordoostelijk terreindeel Dit terreindeel is momenteel in gebruik als weiland en heeft voor zover bekend altijd een agrarische bestemming gehad. Het zuidwestelijke deel van dit terreindeel is momenteel in gebruik als parkje. Algemeen Uit bestudering van luchtfoto's en historisch kaartmateriaal blijkt dat de verkaveling sinds 1900 nauwelijks veranderd is. Verder blijkt uit de geraadpleegde bronnen geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. De onderzoekslocatie is geheel onbebouwd en onverhard. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie nimmer bebouwd. Binnen de onderzoekslocatie zijn diverse watergangen (sloten) aanwezig. In bijlage 2a is de huidige situatie van zuidwestelijke terreindeel (fase 1) op een locatieschets weergegeven. In bijlage 2b is de huidige situatie van noordoostelijke terreindeel (fase 2) op een locatieschets weergegeven.
Bijlage 2c bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. Voor zover bij de opdrachtgever (gemeente Oudewater) en omgevingsdienst regio Utrecht bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. 4.2
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens om op het zuidwestelijke terreindeel (fase 1) de realisatie van een bedrijfsterrein mogelijk te maken. Op het noordoostelijke terreindeel (fase 2) is de inititiatiefnemer voornemens om het terrein aan te kopen. Het gebruik van het terrein zal hier niet wezenlijk veranderen.
5.
CALAMITEITEN
Voor zover bij de opdrachtgever (gemeente Oudewater) bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de omgevingsdienst regio Utrecht blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan.
Rapport 4223.004 versie D1
Pagina 2 van 5
6.
UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd.
7.
BELENDENDE PERCELEN/TERREINDELEN
De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Oudewater. In bijlage 3 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en belendende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:
aan de noordwestzijde van de onderzoekslocatie bevindt zich de Broekkade; aan de noordoost- en zuidoostzijde van de onderzoekslocatie bevindt zich weiland; aan de zuidwestzijde bevindt zich een weg (Iepenwe met aansluitend een industrieterrein
De huidige eigenaar (gemeente Oudewater) van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. Uit de verzamelde informatie blijkt dat er op de aangrenzende percelen geen bodemverontreinigingen zijn te verwachten.
8.
INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN
Voor de regio NWU worden in totaal 8 zones onderscheiden. De onderzoekslocatie ligt in de zone “Overig buitengebied” waarvoor de gemiddelde bodemkwaliteitklasse “Achtergrondwaarde” is. Binnen deze regio worden geen verhoogde achtergrondwaarden verwacht.
9.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
9.1
Bodemopbouw
De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland (bron: bodemdata.nl), uit een waardveengrond, die voornamelijk is opgebouwd uit bosveen (of eutroof broekveen). 9.2
Geohydrologie
De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 1,8 m -NAP, waardoor het grondwater zich op ± 0,4 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, in noordwestelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 4223.004 versie D1
Pagina 3 van 5
10.
TERREININSPECTIE
Op 7 december 2017 (fase 1) en 3 april 2018 (fase 2) zijn er terreininspecties uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een gronden/of grondwaterverontreiniging. Fase 1: zuidwestelijk terreindeel De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt (grotendeels) overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Verder is er in het park op twee locaties (deellocatie A en B, zie bijlage 2a) een puinverharding aangetroffen. Bij de omgevingsdienst regio Utrecht en de opdrachtgever (gemeente Oudewater) zijn geen kwaliteitsgegevens aanwezig van deze aanwezige puinverhardingen. Fase 2: noordoostelijk terreindeel De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen.
11.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
Econsultancy heeft in opdracht van gemeente Oudewater een vooronderzoek uitgevoerd aan de Iepenweg (ong.) te Oudewater. Het onderzoek is deels uitgevoerd in het kader van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging en deels uitgevoerd in het kader van de aankoop van de onderzoekslocatie. Fase 1: zuidwestelijk terreindeel Op basis van het vooronderzoek, is een aantal deellocaties geïdentificeerd, die volgens Econsultancy in het kader van de bestemmingsplanwijziging onderzocht dienen te worden middels het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek. In tabel I zijn de onderzoeksstrategieën, die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties, weergegeven. Tabel I.
Onderzoeksstrategie Deellocatie
Oppervlakte
A: op het noordelijke deel van de onderzoekslocatie
± 1.160 m2
b: aan de zuidelijke grens van de onderzoekslocatie
± 800 m
c: overig terrein
± 57.089 m
2
2
Verwachte stoffen
Onderzoeksstrategie
asbest, zware metalen, PAK en minerale olie
VED-HE Halfv.
asbest, zware metalen, PAK en minerale olie
VED-HE Halfv.
-
ONV-GR
Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740/5707/5897: ONV-GR : Grootschalig onverdacht VED-HE : Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging Halfv. : Halverhardingslagen
Rapport 4223.004 versie D1
Pagina 4 van 5
Fase 2: noordoostelijk terreindeel Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten. Uit het vooronderzoek blijkt dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Op basis van het vooronderzoek en de terreininspectie kan gesteld worden dat er ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging wordt verwacht, die een milieuhygiënische belemmering zal vormen voor de aankoop van de onderzoekslocatie. Indien er herontwikkeling plaats zal vinden op dit terreindeel adviseert Econsultancy het verkennend bodemonderzoek uit te voeren conform de strategie "grootschalig onverdacht" (ONV-GR). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Algemeen Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn verder diverse watergangen aanwezig.
In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aankoop van de onderzoekslocatie is het volgens Econsultancy niet noodzakelijk om de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem vast te stellen, aangezien hier geen (noemenswaardige) waterbodemverontreiniging wordt verwacht. In het kader van de realisatie van het bedrijfsterrein kan het mogelijk wel wenselijk zijn (bijvoorbeeld bij het dempen en/of baggeren van de waterbodem) om de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem vast te stellen. Econsultancy adviseert in dat geval het verkennend waterbodemonderzoek uit te voeren conform de NEN 5717:2009 "Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek" en de NEN 5720:2009 "Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie" (strategie: overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning).
Econsultancy Rotterdam, 18 mei 2018
Rapport 4223.004 versie D1
Pagina 5 van 5
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Bijlage 2c Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 2c Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4.
Bijlage 2c Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Foto 6.
Bijlage 2c Foto's onderzoekslocatie
Foto 7.
Foto 8.
Bijlage 2c Foto's onderzoekslocatie
Foto 9.
Foto 10.
Bijlage 2c Foto's onderzoekslocatie
Foto 11.
Foto 12.
Bijlage 2c Foto's onderzoekslocatie
Foto 13.
Foto 14.
Bijlage 2c Foto's onderzoekslocatie
Foto 15.
Foto 16.
Bijlage 2c Foto's onderzoekslocatie
Foto 17.
Bijlage 3 Geraadpleegde bronnen
Informatiebron
Geraadpleegd (ja/nee)
Toelichting Datum kaartmateriaal
Informatie uit kaartmateriaal etc. Historische topografische kaart
ja
Luchtfoto
ja
Opmerkingen
divers
topotijdreis.nl Google Maps
Datum bron/ kaartmateriaal
Informatie uit themakaarten
Opmerkingen
Bodemkaart Nederland
ja
bodemdata.nl
Grondwaterkaart Nederland
ja
TNO
Bodemloket.nl
ja
Informatie van eigenaar / terreingebruiker / opdrachtgever
Datum uitgevoerd
Historisch gebruik locatie
ja
Huidig gebruik locatie
ja
Huidig gebruik belendende percelen (vanuit onderzoekslocatie)
ja
Toekomstig gebruik locatie
ja
Calamiteiten/resultaten voorgaande bodemonderzoeken
ja
Verhardingen/kabels en leidingen locatie
ja
2017/2018
Datum uitgevoerd
Informatie van gemeente
Archief Bouw- en woningtoezicht
2017 en 2018 (geraadpleegd)
ja
Archief Wet milieubeheer en Hinderwet
ja
Archief ondergrondse tanks
ja
Archief bodemonderzoeken
ja
Gemeenteambtenaar milieuzaken
ja
2017/2018
Datum uitgevoerd
Informatie uit terreininspectie
Contactpersoon
Opmerkingen
T. Nagtegaal
Contactpersoon
Opmerkingen
T. Nagtegaal
Geoloket omgevingsdienst regio Utrecht
Opmerkingen
Historisch gebruik locatie
ja
7 december 2017
Fase 1
Huidig gebruik locatie
ja
3 april 2018
Fase 2
Huidig gebruik belendende percelen (vanuit onderzoekslocatie)
ja
Verhardingen
ja
VERKENNEND BODEMONDERZOEK IEPENWEG (ONG.) TE OUDEWATER
Rapportage verkennend bodemonderzoek Iepenweg (ong.) te Oudewater Opdrachtgever
Gemeente Oudewater Postbus 100 3420 DC Oudewater
Rapportnummer Versienummer
4223.004 D2
Status
Eindrapportage
Datum
8 juni 2018
Vestiging
Rotterdam
Opsteller
ir. F.F.J.M. Top
Paraaf
Kwaliteitscontrole
ing. M.M.A. van Neerven
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemene gegevens ......................................................................................................... 1 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 1 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 2 Terreininspectie ................................................................................................................ 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 2
3
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET) ................................................. 2
4
VELDWERK ................................................................................................................................ 3 4.1 4.2
4.3
5
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 5 5.1 5.2 5.3
6
Algemeen.......................................................................................................................... 3 Grondonderzoek ............................................................................................................... 3 4.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 3 4.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 3 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 4 4.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 4 4.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 4
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 5 Toetsingskader ................................................................................................................. 6 Analyseresultaten ............................................................................................................. 7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES .......................................................................... 9
BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4a. 4b. 5.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten - Toetsingskader Circulaire bodemsanering 4223.004
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van de gemeente Oudewater opdracht gekregen voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Iepenweg (ong.) te Oudewater. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen aankoop van de onderzoekslocatie. Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen aankoop van de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering 2013) en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2
LOCATIEGEGEVENS
2.1
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie (± 60.000 m²) ligt aan de Iepenweg (ong.), circa 1,6 kilometer ten noorden van de kern van Oudewater (zie bijlage 1). De percelen, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Snelrewaard, sectie C, nummers 329, 331, 332, 333, 338 en 339. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (www.ahn.nl), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 1,4 m -NAP en zijn de coördinaten van de onderzoekslocatie X = 119.149, Y = 450.032 (bron: ahn.nl). 2.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Volgens historisch kaartmateriaal uit de periode 1900 was de locatie, alsmede de omgeving ervan, destijds polderlandschap. Tot op heden is dit gebruik van de onderzoekslocatie niet wezenlijk veranderd. De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als weiland en heeft voor zover bekend altijd een agrarische bestemming gehad. Verder blijkt uit de geraadpleegde bronnen geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. De onderzoekslocatie is geheel onbebouwd en onverhard. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie nimmer bebouwd geweest. Binnen de onderzoekslocatie zijn diverse watergangen (sloten) aanwezig. In bijlage 2 is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Voor zover bij de opdrachtgever (gemeente Oudewater) en omgevingsdienst regio Utrecht bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden.
RAPPORT 4223.004 versie D2
Pagina 1 van 9
2.3
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Mede ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie is in 2018 door Econsultancy een vooronderzoek uitgevoerd (rapportnummer: 4223.004, d.d. 18 mei 2018). Uit het vooronderzoek blijkt dat er ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging wordt verwacht, die een milieuhygiënische belemmering zal vormen voor de aankoop van de onderzoekslocatie. Voor nadere (historische) locatiespecifieke gegevens van de huidige onderzoekslocatie wordt verwezen naar de rapportage van het vooronderzoek. 2.4
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 2.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op de onderzoekslocatie zijn eveneens geen specifieke mogelijke bronnen voor een asbestverontreiniging aangetroffen. 2.5
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de onderzoekslocatie aan te komen. Het gebruik van de onderzoekslocatie zal vooralsnog niet wezenlijk veranderen.
3
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET)
Uit het vooronderzoek blijkt dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Verspreid over de hele locatie is altijd sprake geweest van een gelijksoortig en extensief gebruik (eenduidig geringe antropogene beïnvloeding) en weinig tot geen bebouwing. De oppervlakte is groter dan 1,0 ha. Uit het vooronderzoek blijkt verder dat op de locatie voor asbest geen gehalten worden verwacht boven de interventiewaarde. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "grootschalig onverdacht" (ONV-GR). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Aangezien de watergangen (sloten) ter plaatse van de onderzoekslocatie hoogstwaarschijnlijk gehandhaafd zullen blijven, is er vooralsnog geen onderzoek verricht naar de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem ter plaatse van de watergangen.
RAPPORT 4223.004 versie D2
Pagina 2 van 9
4
VELDWERK
4.1
Algemeen
Het veldwerk van het verkennend bodemonderzoek omvat het zintuiglijk beoordelen van aanwezige bodemlagen door middel van het handmatig opboren van bodemmateriaal. De aanwezige bodemlagen worden hierbij nauwkeurig beschreven en de posities van de betreffende monstername-punten worden op kaart vastgelegd. Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2 bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuizen. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 4.2 4.2.1
Grondonderzoek Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is op 1 juni 2018 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer M.M. Timmermans. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRLSIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 36 boringen geplaatst; 25 boringen tot 0,5 m -mv, 4 boringen tot minimaal 0,5 m -grondwaterstand en 7 boringen tot maximaal 2,2 m -mv. Deze diepe boringen zijn afgewerkt als peilbuis. Van het opgeboorde en opgegraven materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 4.2.2
Zintuiglijke waarnemingen
De bovengrond bestaat voornamelijk uit zwak humeus, zwak siltige klei. Hieronder bestaat de bodem uit een veenlaag. Deze veenlaag is plaatselijk zwak kleiig. De grondwaterstand bevindt zich rond 0,5 m -mv. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen bijmengingen met bodemvreemd materiaal waargenomen.
RAPPORT 4223.004 versie D2
Pagina 3 van 9
4.3
Grondwateronderzoek
4.3.1
Uitvoering veldwerk
Verspreid over de locatie zijn 7 peilbuizen geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 1 juni 2018 is ingeschat. Het onderste gedeelte van de peilbuizen (het peilfilter) is geperforeerd en de ruimte tussen de wand van het boorgat en het peilfilter is opgevuld met filtergrind. Boven het filtergrind is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De peilbuizen zijn direct na plaatsing afgepompt en aan het eind van de veldwerkdag bemonsterd. Gelet op de voorgenomen grondtransactie op 5 juni 2018 is er, in afwijking van protocol 2002, geen wachttijd van minimaal een week gehanteerd voor het bemonsteren van het grondwater, maar is het grondwater ter plaatse van de peilbuizen aan het eind van de veldwerkdag direct bemonsterd. Dit heeft in principe een vermindering van de betrouwbaarheid van het grondwateronderzoek tot gevolg. Echter, aangezien er sprake is van een onverdachte locatie en er in de grond geen (noemenswaardige) bodemverontreiniging is aangetoond, worden de resultaten van het grondwateronderzoek in het kader van de grondtransactie, als voldoende representatief beschouwd. 4.3.2
Bemonstering
De grondwaterbemonstering is op 1 juni 2018 uitgevoerd door de heer M.M. Timmermans. Naar aanleiding van de analyseresultaten (zie tabel IV) is er op 7 juni 2018 door de heer M.M. Timmermans een herbemonstering uitgevoerd van het grondwater ter plaatse van peilbuis 29. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel I geeft een overzicht van de grondwaterstand en de in het veld bepaalde waarde van de troebelheid. Tabel I. Peilbuisnummer
Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Elektrischgeleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
1,00 - 2,00
0,52
1.570
180 170
06
centraal deel
09
zuidwestelijk terreindeel
1,00 - 2,00
0,51
1.364
12
zuidoostelijk terreindeel
1,20 - 2,20
0,51
1.340
204
18
centraal deel
1,00 - 2,00
0,66
1.644
143
24
centraal deel
1,20 - 2,20
0,61
1.430
89
29
centraal deel
1,20 - 2,20
0,58
1.360
186
29
centraal deel (herbemonstering)
1,20 - 2,20
0,68
1.080
124
34
noordwestelijk terreindeel
1,00 - 2,00
0,60
1.250
142
RAPPORT 4223.004 versie D2
Pagina 4 van 9
5
LABORATORIUMONDERZOEK
5.1
Uitvoering analyses
Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 8 grondmengmonsters samengesteld (4 grondmengmonsters van de bovengrond en 4 grondmengmonsters van de ondergrond). De 8 grondmengmonsters en de 7 grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
Naar aanleiding van de analyseresultaten van het grondwater (zie tabel IV) ter plaatse van peilbuis 29 (grondwatermonster: 29-1-1), waarbij een sterke minerale olieverontreiniging aangetoond is, is het grondwater ter plaatse van peilbuis 29 herbemonsterd (grondwatermonster: 29-1-2). Het grondwater van de herbemonstering is geanalyseerd op minerale olie. Tabel II geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten. Tabel II.
Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
MM1
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
bovengrond, zuidwestelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)
MM2
11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
bovengrond, zuidoostelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)
MM3
19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 25 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
bovengrond, centraal deel van de onderzoekslocatie (zintuiglijk schoon)
MM4
28 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,50) 31 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 34 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50) 36 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
bovengrond, noordwestelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)
MM5
01 (0,50 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 09 (0,50 - 1,00) 09 (1,00 - 1,50) 09 (1,50 - 2,00) 12 (0,50 - 1,00) 12 (1,00 - 1,50) 12 (1,50 - 2,00)
standaardpakket grond
ondergrond, zuidoostelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)
MM6
04 (0,70 - 1,20) 06 (0,50 - 1,00) 06 (1,00 - 1,50) 06 (1,50 - 2,00) 18 (0,50 - 1,00) 18 (1,00 - 1,50) 18 (1,50 - 2,00)
standaardpakket grond
ondergrond, zuidoostelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)
RAPPORT 4223.004 versie D2
Pagina 5 van 9
Vervolg tabel II.
Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
5.2
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
MM7
24 (0,50 - 1,00) 24 (1,00 - 1,50) 24 (1,50 - 2,00) 26 (0,50 - 1,00) 29 (0,70 - 1,20) 29 (1,20 - 1,70)
standaardpakket grond
ondergrond, centraal deel van de onderzoekslocatie (zintuiglijk schoon)
MM8
31 (0,50 - 1,00) 34 (0,50 - 1,00) 34 (1,00 - 1,50) 34 (1,50 - 2,00)
standaardpakket grond
ondergrond, noordwestelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering 2013) en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007. Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst.
RAPPORT 4223.004 versie D2
Pagina 6 van 9
De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte <achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte >achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
5.3
Analyseresultaten
Tabel III geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel III.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grondmengmonster
Traject (cm -mv)
MM1
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50)
kwik, molybdeen, nikkel, lood
-
-
MM2
11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50)
molybdeen, nikkel, PAK
-
-
MM3
19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 25 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50)
kwik, molybdeen, lood
-
-
MM4
28 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,50) 31 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 34 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50) 36 (0,00 - 0,50)
molybdeen, nikkel, lood
-
-
MM5
01 (0,50 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 09 (0,50 - 1,00) 09 (1,00 - 1,50) 09 (1,50 - 2,00) 12 (0,50 - 1,00) 12 (1,00 - 1,50) 12 (1,50 - 2,00)
molybdeen
-
-
MM6
04 (0,70 - 1,20) 06 (0,50 - 1,00) 06 (1,00 - 1,50) 06 (1,50 - 2,00) 18 (0,50 - 1,00) 18 (1,00 - 1,50) 18 (1,50 - 2,00)
molybdeen
-
-
MM7
24 (0,50 - 1,00) 24 (1,00 - 1,50) 24 (1,50 - 2,00) 26 (0,50 - 1,00) 29 (0,70 - 1,20) 29 (1,20 - 1,70)
molybdeen
-
-
MM8
31 (0,50 - 1,00) 34 (0,50 - 1,00) 34 (1,00 - 1,50) 34 (1,50 - 2,00)
molybdeen
-
-
RAPPORT 4223.004 versie D2
Gehalte >AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Pagina 7 van 9
Tabel IV geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel IV.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwatermonster
Situering peilbuis
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
06-1-1
centraal deel
barium, kwik
-
-
09-1-1
zuidwestelijk terreindeel
barium, minerale olie
-
-
12-1-1
zuidoostelijk terreindeel
barium
-
-
18-1-1
centraal deel
barium, kwik
-
-
24-1-1
centraal deel
barium, kwik
-
-
29-1-1
centraal deel
barium, kobalt, nikkel
-
minerale olie
29-1-2
centraal deel (herbemonstering)
minerale olie
-
-
34-1-1
noordwestelijk terreindeel
barium, kwik
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten.
RAPPORT 4223.004 versie D2
Pagina 8 van 9
6
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Oudewater een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Iepenweg (ong.) te Oudewater. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen aankoop van de onderzoekslocatie. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "grootschalig onverdacht" (ONV-GR). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bovengrond bestaat voornamelijk uit zwak humeus, zwak siltige klei. Hieronder bestaat de bodem uit een veenlaag. Deze veenlaag is plaatselijk zwak kleiig. De grondwaterstand bevindt zich rond 0,5 m -mv. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen bijmengingen met bodemvreemd materiaal waargenomen. De bovengrond is licht verontreinigd met molybdeen en verder plaatselijk licht verontreinigd met kwik, lood, nikkel en PAK. De ondergrond is licht verontreinigd met molybdeen. Het grondwater was in eerste instantie plaatselijk (peilbuis 29) sterk verontreinigd met minerale olie. Mede gelet op het ontbreken van een verontreinigingsbron voor minerale olie op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie en het ontbreken van een minerale olieverontreiniging in boven- en ondergrond, is in overleg met de opdrachtgever, een herbemonstering van het grondwater ter plaatse van peilbuis 29 uitgevoerd.
Daarbij is enkel een lichte minerale olieverontreiniging in het grondwater geconstateerd. Gelet op de onderzoeksresultaten van de bovengrond, de ondergrond en het grondwater ter plaatse van het overige deel van de onderzoekslocatie (maximaal lichte verontreinigingen aangetoond) wordt de in eerste instantie aangetoonde sterke verontreiniging met minerale olie als een “uitbijter” beschouwd. Verder is het grondwater licht verontreinigd met barium, en plaatselijk licht verontreinigd met kwik, kobalt, nikkel en minerale olie. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de aankoop van de onderzoekslocatie. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing.
Econsultancy Rotterdam, 8 juni 2018
RAPPORT 4223.004 versie D2
Pagina 9 van 9
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie