CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Vaststellen bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater' - Bijlage 3 (Bestemmingsplan).pdf

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 8.: Raadsvoorstel ‘Vaststellen bestemmingsplan Schuylenburcht’18.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3 . 4 .2 Woonv is ie Ou dew at er 20 20 – 2 02 5 Oudewater is een aantrekkelijke plek om te wonen en te leven en moet dit ook in de toekomst zo blijven. In de woonvisie Oudewater 2020 – 2025 (september 2020) wordt geconstateerd dat er sprake is van tekorten voor de midden- en lage inkomensgroepen. Deze worden daardoor gedwongen om Oudewater te verlaten. Ook is er sprake van een kwalitatief tekort aan bijvoorbeeld woningen voor senioren. Om de woningen beter te verdelen over de verschillende groepen, is doorstroming het motto van deze woonvisie. Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 23

Ook wordt er op termijn nog gezocht naar woningbouwlocaties om te kunnen voldoen aan de verwachte vraag.

Toets aan de Woonvisie Oudewater 2020 -2025 Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuw wooncomplex mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied van Oudewater. Het woningaanbod zal bestaan uit sociale huurappartementen en bescheiden reguliere appartementen. In totaal zullen er 69 appartementen worden gerealiseerd waarvan 48 driekamer woningen en 21 tweekamer reguliere appartementen. Het huidige wooncomplex, gebouwd in 1973, bestaande uit 55 zorgappartementen is inmiddels gesloopt. Per saldo zal er een toename zijn van 14 appartementen in het plangebied. Het plan voorziet daarmee in appartementen (voor senioren) in de betaalbare en sociale sector. Er kan dus geconcludeerd worden dat deze ontwikkeling passend is binnen het beleidskader van de woonvisie.

3 . 4 .3 W elstan dsnot a Ou d ewat er In de welstandsnota staan aan welke regels u moet voldoen als u een bouwaanvraag doet. In de hele gemeente Oudewater zijn er welstandsregels. Voor monumenten en panden binnen het beschermd stadsgezicht zijn deze regels vaak strenger. De planlocatie valt binnen gebiedsklasse C van het beschermd stadsgezicht van Oudewater. Hiervoor geldt dat het gebied van belang is vanwege de hoofdstructuur van het stratennet, benevens de hoogte van de bebouwing. Het heeft een bijzonder niveau van welstand. Nieuwe ontwikkelingen dienen zich in het historische stratenpatroon te voegen en zich voor wat betreft de hoogte aan de bestaande bebouwing aan te passen. Voor nieuwbouw geldt dat eigentijdse architectuur met hoge kwaliteit de voorkeur heeft boven traditionele architectuur. De belangrijkste welstandscriteria voor de bouwmassa zijn: •

de hoofdbebouwing is georiënteerd op de straat en staat in een rechte, de weg volgende rooilijn

•

streven naar afwisselende bouwhoogtes, passend in de omgeving en het toepassen van een zicht- baar hellende kap

•

de

bebouwingswand

is

samengesteld

uit

in

maatvoering

verschillende

bouwmassa’s •

accenten op straathoeken toegestaan

In aanvulling op de welstandsnota is het mogelijk om een beeldkwaliteitsplan op te stellen voor een ontwikkellocatie. Toets aan de Welstandsnota

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 24

Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuw wooncomplex mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied van Oudewater. Voor deze ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan opgesteld (zie bijlage 2 bij deze toelichting). De gemeente heeft dit plan getoetst aan haar eigen stedenbouwkundige randvoorwaarden en uitgangspunten. Op 11 juni 2020 heeft de gemeenteraad in zijn openbare vergadering het beeldkwaliteitsplan Schuylenburcht vastgesteld.

3 . 4 .4 Conc lus ie Het gemeentelijk beleid staat de planontwikkeling niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de structuurvisie, woonvisie en welstandsnota.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 25

Hoofdstuk 4 Onderzoek 4 . 1 M ilieuasp ect en 4 . 1 .1 In leidin g Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en de ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, water, ecologie, archeologie en verkeer en vervoer. 4 . 1 .2 Bo dem Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig.

Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie(s). Bodemonderzoeken mogen in de regel niet ouder dan 5 jaar zijn. Een bodemonderzoek is niet nodig als: •

Er geen bodemwerkzaamheden worden verricht (bijvoorbeeld het bouwen van een dakkapel of het plaatsen van een extra verdieping op een gebouw);

•

Het gaat om een verandering of vergroting waarbij geen grond wordt verzet en het gebruik hetzelfde blijft;

•

Er al voldoende actuele en bruikbare onderzoeksresultaten bij de gemeente beschikbaar zijn, waarop de bodemtoets kan worden gebaseerd.

Onderzoek plangebied In oktober 2018 is er een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3A en 3B bij deze toelichting) op de percelen van het plangebied ten behoeve van de bepaling van de bodemkwaliteit. Tijdens het vooronderzoek bleek dat in de bebouwing op de locatie mogelijk asbesthoudende bouwstoffen zijn verwerkt. Tijdens het

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 26

verkennende

asbestonderzoek

is

in

de

bovengrond

asbesthoudend

materiaal

aangetroffen. In november 2018 is er een nader onderzoek asbest uitgevoerd (zie bijlage 3B bij deze toelichting). Het doel van het nader onderzoek is het bepalen van het gemiddelde gehalte aan asbest in de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. In verband met het, tijdens het voorgaand onderzoek, bepaalde indicatieve asbestgehalte van 82 mg/kg ds is de hypothese gesteld dat de bovengrond op de gehele locatie verdacht is ten aanzien van het voorkomen van asbest. De ondergrond wordt vooralsnog beschouwd als onverdacht met betrekking tot het voorkomen van asbest. In verband met de toenmalige aanwezigheid van de bebouwing (Woonzorgcentrum) is het uitgangspunt dat alleen het onbebouwde deel (3.900 m²) van de locatie onderzocht kan worden. Na de sloop van de bebouwing is hier een aanvullend nader asbestonderzoek noodzakelijk. Met het nader onderzoek is het gemiddelde gehalte aan asbest per RE bepaald. Ter plaatse van RE 6, de verdachte ondergrond met bijmenging, is een asbestgehalte aangetoond dat de interventiewaarde overschrijdt. RE 6 betreft sleuf SL15. Het asbest is aangetoond in de puinhoudende ondergrond vanaf 0,9 tot 1,4 m-mv. De omvang van de verontreiniging in de ondergrond is niet bepaald. In de overige ruimtelijke eenheden is alleen in de grove fractie asbest aangetoond.

Het gemiddelde gehalte in deze ruimtelijke eenheden overschrijdt de interventiewaarde echter niet. De asbestverontreiniging ter plaatse van RE 6 betreft een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ in het kader van de Wet Bodembescherming. Op basis van het Protocol

Asbest

(Circulaire

Bodemsanering)

kan

worden

afgeleid

dat

de

asbestverontreiniging bij het huidige gebruik niet leidt tot een onaanvaardbaar risico. De verontreiniging

kan

worden

beschouwd

als

een

‘geval

van

ernstige

bodemverontreiniging, waarvan sanering niet spoedeisend is’. De verontreiniging is ontstaan voor 1 juli 1993, waardoor er geen sprake is van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. Na de sloop van het complex is nader onderzoek naar de bodem uitgevoerd ter plaatse van het oude gebouw (zie bijlage 3C). De conclusie hieruit is min of meer gelijk aan die van het eerdere nadere asbestbodemonderzoek (bijlage 3B). Ook hier is deels sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan sanering niet spoedeisend is’. De verontreiniging is ontstaan voor 1 juli 1993, waardoor er geen sprake is van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. In de praktijk betekent dit dat de toekomstige (graaf)werkzaamheden ter plaatse van de verontreinigingen onder sanerende condities plaats dienen te vinden. Dat wil zeggen dat er een saneringsplan moet worden opgesteld Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 27

en ingediend bij het bevoegde gezag en dat de sanering dient te worden uitgevoerd door een

BRL7000

gecertificeerde

aannemer

onder

begeleiding

van

een

BRL6000

gecertificeerde milieukundig begeleider. Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect bodem, het voorziene gebruik (wonen) van het plangebied niet leidt tot een onaanvaardbaar risico. Aanbevolen werd om na de sloop van de bebouwing de volgende onderzoeken uit te voeren: •

Nader onderzoek naar de omvang van de asbestverontreiniging in de ondergrond (RE 6, SL15);

•

Nader onderzoek naar de mate van de asbestverontreiniging onder de huidige bebouwing.

Dit is gebeurd: de conclusie is dat er bij (graaf)werkzaamheden rekening moet worden gehouden met saneringscondities.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 28

4 . 1 .3 Bedr ijv en en m ilieuzon er ing Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;

•

het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is. Richtafstanden De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddelde moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet (zullen) worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Omgevingstype Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is onder meer afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer.

Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende functies en richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 29

Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet

is

het

beoordelingskader

voor

geurhinder

bij

milieuvergunningen

en

bestemmingsplannen. Onderzoek plangebied Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuw wooncomplex met 69 appartementen mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied van Oudewater. Het huidige wooncomplex, gebouwd in 1973 en bestaande uit 55 appartementen, is inmiddels gesloopt. Het initiatief voegt geen milieubelastende activiteiten toe. De nieuw mogelijk te maken appartementen zijn milieugevoelige objecten voor omliggende bedrijven. Deze bedrijven zijn met hun effectafstand zijn weergegeven in onderstaande tabel: Bedrijf Supermarkt

/

detailhandel,

Effect afstand

Werkelijke afstand

10 m

>50 m

50 m

>150 m

100 m

>200 m

50 m

>250 m

Joostenplein (milieucategorie 1) Brandweerkazerne, Biezenwal 3 (milieucategorie 3.1) Machinefabriek "De Hollandsche IJssel", Westerwal 17 (milieucategorie 3.2) Stomerij, Noord IJsselkade 19

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 30

(milieucategorie 3.1) Touwfabriek Hekendorperweg

50 m

>300 m

(milieucategorie max. 3.1) Bouwmarkt Lijnbaan

30 m

>500 m

100 m

>750 m

(milieucategorie max. 2) Smederij Kerkwetering (milieucategorie max. 3.2) Het plangebied ligt op een grotere afstand dan de effectafstanden van de genoemde bedrijven. In de omgeving liggen ook nog enkele kleinere bedrijven met een maximale bedrijfscategorie tot en met 2. De richtafstand hiervoor bedraagt 30 meter. De afstanden tot deze kleinere bedrijven bedragen minimaal 50 meter of (veel) meer. Bij de weergave van de bedrijfscategorieën en effectafstanden is uitgegaan van de planologisch maximaal mogelijke categorie en dus niet per se van de feitelijk aanwezige bedrijfscategorie. We kunnen stellen dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering vormt voor de mogelijkheden van de bedrijfsbestemmingen en dat er sprake is van een goed leefklimaat. Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering, nader onderzoek op het gebied van bedrijven en milieuzonering is daarom ook niet nodig. 4 . 1 .4 G elu idh in de r w eg v erk eer De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen ten aanzien van de geluidsbelasting van geluidsgevoelige functies. Er wordt onderscheidt gemaakt tussen wegverkeerslawaai en industrielawaai. Op basis van artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan waarbij een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt toegevoegd een akoestisch onderzoek te worden ingesteld.

Wegverkeerslawaai: Geluidgevoelige bestemmingen nabij bestaande wegen Artikel 76 Wgh verplicht ertoe om bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen een geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Bij het voorbereiden van de vaststelling van zo’n

bestemmingsplan

moet

akoestisch

onderzoek

worden

gedaan

naar

die

geluidsbelasting. Op grond van artikel 74 Wgh heeft iedere weg van rechtswege een geluidzone, met uitzondering van: •

wegen die liggen binnen een tot woonerf bestemd gebied;

•

wegen waarop een wettelijke snelheid geldt van ten hoogste 30 kilometer per uur Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 31

De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de ligging van de weg in binnen- of buitenstedelijk gebied:

Wanneer woningen worden geprojecteerd binnen een geluidzone moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevels van die woningen. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48dB. Bij een hogere geluidsbelasting moet worden gekeken of er maatregelen getroffen kunnen worden om de geluidbelasting te reduceren. Indien

maatregelen

onvoldoende

effect

geven

en/of

onmogelijk

zijn

en

de

geluidsbelasting niet hoger is dan de maximale grenswaarde van 53dB (Lden, inclusief afstrek ex artikel 110g Wgh) kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten in een akoestisch onderzoek ook de wegen zonder geluidzone worden beschouwd. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de kaders van de Wgh. Onderzoek plangebied Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuw wooncomplex met 69 appartementen mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied van Oudewater. Het huidige wooncomplex, gebouwd in 1973 en bestaande uit 55 appartementen, is inmiddels gesloopt. De relevante wegen in de directe omgeving van het plangebied zijn de J.J. Vierbergenweg en de Hekendorperweg. Op de Hekendorpweg geldt een maximale snelheid van 30 km/h, op de J.J. Vierbergenweg geldt een maximale snelheid van 50 km/h. Het plangebied ligt binnen de geluidzone (200 meter) van de J.J. Vierbergenweg. Op grond van de Wet geluidhinder hoeft er dan ook geen onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op woonobjecten vanwege deze wegen. In september 2019 en oktober 2020 is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4 bij deze toelichting). Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden door de Vierbergenweg.

De hoogste geluidbelasting wordt veroorzaakt op de oost- en zuidgevel van blok B en C, namelijk 57 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 32

Geluidreducerende bron- of overdrachtsmaatregelen zijn niet toepasbaar of stuiten op stedenbouwkundige of toepasbare bezwaren. Er dient een Hogere Waarde aangevraagd te worden voor de Vierbergenweg van 57 dB. Uit het Bouwbesluit 2012 komt de eis naar voor dat binnen een verblijfsgebied voldaan moet worden aan de binnenwaarde van 33 dB(A). Het hoogste berekende geluidniveau ten gevolge van de samenloop van alle wegen, exclusief correctie conform artikel 110 lid g van de Wet geluidhinder is berekend voor de oostgevel van blok B en C en de zuidgevel van blok C, namelijk 62 dB. De hoogste karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructies van de aanwezige verblijfsgebieden, gelegen aan de hierboven genoemde gevels, dienen te voldoen aan minimaal 29 dB(A). Ervan uitgaande dat een ‘standaard’ gevel een geluidwering heeft van 20 dB(A) zijn aanvullende geluidwerende gevelmaatregelen noodzakelijk. Het betreft in totaal 51 appartementen waar sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. De overschrijding varieert van 1 db tot 9 db. Van deze 51 woningen hebben er 13 een geluidluwe zijde. Bij de vaststelling van de overschrijdingen is nog geen rekening gehouden met balkons of balustrades.

Om er voor te zorgen dat de woningen een geluidluwe buitenruimte en daar achter gelegen verblijfsruimte krijgen, zullen de balkons van de woningen worden voorzien van een (te openen) glazen schuifelementen over de volle verdiepingshoogte en volle breedte van het balkon. Om de woningen op deze wijze te kunnen realiseren is een Besluit Hogere waarden nodig. Dit ontwerp-besluit is te vinden in bijlage 4A bij deze toelichting. Dit besluit zal tegelijkertijd met het ontwerp-bestemmingsplan ter visie worden gelegd. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige planontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, nadat een procedure hogere grenswaarde ten gevolge van het wegverkeerslawaai is doorlopen en aanvullende gevelmaatregelen zijn getroffen.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 33

4 . 1 .5 Luchtk wa lit eit Op 15 november 2010 is de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (Hoofdstuk 5 titel 2 Wm, Stb. 2007, 414) in werking getreden. De overheid wil een verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen en ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De kern van de 'Wet luchtkwaliteit' bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen voor plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. Op grond van artikel 5.16 Wm moeten bestuursorganen nagaan of besluiten op grond van de Wro gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit. Besluit NIBM In de Algemene maatregel van Bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van

gevallen

opgenomen

die

niet

in

betekenende

mate

bijdragen

aan

de

luchtverontreiniging. Enkele projecten zijn: 

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg;

woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen;

kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Besluit gevoelige bestemmingen Naast het besluit en regeling NIBM dient getoetst te worden aan het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. Onderzoek plangebied Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuw wooncomplex met 69 appartementen mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied van Oudewater. Het huidige wooncomplex, gebouwd in 1973 en bestaande uit 55 appartementen, is inmiddels gesloopt. Er worden dus veertien appartementen toegevoegd in het plangebied, het aantal verkeersbewegingen zal dan ook iets toenemen. Een huur appartement (goedkoop/midden) heeft een gemiddelde verkeersaantrekkende werking van 2,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De totale extra verkeersgeneratie

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 34

als

gevolg

van

de

ontwikkeling

bedraagt

dan

naar

verwachting

39,2

motorvoertuigbewegingen per etmaal (14 appartementen x 2,8 mvb). De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen aan de luchtkwaliteit vastgesteld kan worden. De bijdrage van het extra verkeer is bij het voorliggend plan in niet betekende mate.

Wat betreft de toets ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden bij woningen, op grond van de regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007, mensen blootgesteld aan luchtverontreiniging gedurende een significante periode ten opzichte van een etmaal. De Atlas Leefomgeving geeft een goede indicatie van de achtergrondconcentraties ter plekke.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 35

Achtergrondconcentratie PM2,5 in 2017 (bron: AtlasLeefomgeving.nl)

Achtergrondconcentratie PM10 in 2017 (bron: AtlasLeefomgeving.nl)

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 36

Achtergrondconcentratie Stikstofdioxide 2017 (NO2) (bron: AtlasLeefomgeving.nl) Uit de kaarten blijkt dat de achtergrondconcentraties luchtvervuilende stoffen ter plaatse van het plangebied relatief laag te zijn. De cijfers zijn van 2017. Achtergrondconcentratie

Grenswaarde

2017

Advieswaarde WHO

Fijnstof PM 2,5

12-13 ug/m3

25 ug/m3

10 ug/m3

Fijnstof PM 10

19-20 ug/m3

40 µg/m3

20 ug/m3

Stikstofdioxide

18-20 ug/m3

40 µg/m3

40 ug/m3

Een algemene trend is evenwel dat de emissiefactoren van wegverkeer en de concentratie fijnstof al jaren afneemt. Het RIVM verwacht dat dit ook in de komende jaren het geval zal zijn. De blootstelling aan luchtverontreiniging in het plangebied is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect luchtkwaliteit, nader onderzoek op dit gebied is daarom ook niet nodig. 4 . 1 .6 E xt ern e veiligh eid Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico's die voortvloeien uit de opslag, productie, het gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het thema vervoer van gevaarlijke stoffen kan worden onderverdeeld in wegen, spoor en water. In het kader van externe veiligheid dient te worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling niet wordt belemmerd door deze risico’s. Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 37

Inrichtingen Het

externe

veiligheidsbeleid

voor

inrichtingen

heeft

vorm

gekregen

in

de

risicobenadering. Op grond van deze benadering worden in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) grenzen gesteld aan de risico's, waarbij gelet wordt op de kwetsbaarheid van functies in de omgeving. De risico's worden daarbij in twee maten gemeten: een plaatsgebonden risico (voor individuen) en een groepsrisico (voor groepen mensen). Vervoer gevaarlijke stoffen Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is door het ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgelegd in het Basisnet (Bevt). Het doel van het Basisnet is het creëren van een duurzaam evenwicht tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en veiligheid. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Onderzoek plangebied Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuw wooncomplex met 69 appartementen mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied van Oudewater. Het huidige wooncomplex, gebouwd in 1973 en bestaande uit 55 appartementen, is inmiddels gesloopt.

In het plangebied is er geen sprake van het toevoegen van gevaarlijke functies, er is wel sprake van de uitbreiding van een kwetsbaar object (reguliere appartementen). De risicokaart geeft aan dat er in de nabije omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen, buisleidingen en/of transportroutes van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. De dichtstbijzijnde risicovolle inrichting ligt op een afstand van 400 meter van het plangebied. Het gaat hierbij om Autobedrijf R.W. van Schaijk en Zn aan de Goudsestraatweg 10. Het betreft een benzineservicestation met lpg-vulpunt (vergunde doorzet 499 m³). De PR 10-6-contour voor deze inrichting is 25 m. Het plangebied ligt dus ruim buiten de PR 10-6-contour. Deze inrichting staat het plan dan ook niet in de weg.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 38

Uitsnede risicokaart (bron: www.risicokaart.nl) Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect externe veiligheid, nader onderzoek op het gebied van externe veiligheid is daarom ook niet nodig.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 39

4 . 2 Wa terhu isho udin g Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen, een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin staat de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan op de waterhuishouding. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan gevolgen heeft voor de waterhuishouding (waaronder grondwater en waterveiligheid). Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'. Bij de planvorming zijn er verschillende partijen betrokken met betrekking tot water. •

Hoogheemraadschap

De

Stichtse

Rijnlanden

(belangrijkste

beleidsnota's:

waterbeheerplan 'Waterkoers 2016-2021' en Waterstructuurvisie, Keur en Legger) •

Provincie

Utrecht:

Provinciaal

waterplan,

Grondwaterplan,

provinciale

milieuverordening) •

Gemeente (Waterplan)

Basisprincipes voor het omgaan met water: •

Klimaatbestendige leefomgeving (ruimtelijke adaptatie)

•

Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit)

•

Schoon houden - scheiden - zuiveren (waterkwaliteit)

•

Beleid hemel- en afvalwater

Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie van water in de bodem het uitgangspunt, omdat dit het meest duurzaam is. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Bij het infiltreren van schoon hemelwater in de bodem (afkoppelen) kan het afvalwater worden afgevoerd naar het vuilwaterriool/DWA. Onderzoek plangebied Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuw wooncomplex met 69 appartementen mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied van Oudewater. Het huidige wooncomplex, gebouwd in 1973 en bestaande uit 55 appartementen, is inmiddels gesloopt. In het plangebied is 2150 m2 aan bebouwing aanwezig, in de nieuwe situatie bedraagt het bebouwde terreinoppervlakte 1891 m2. De bebouwde oppervlakte in het plangebied zal dus iets afnemen.

In het plangebied zal circa 850 m2 oppervlak aan terreinverharding worden gerealiseerd voor parkeren, aan de noordzijde van het plangebied zal circa 350 m2 aan bestaande terreinverharding worden omgezet naar Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 40

groen. Per saldo zal er binnen het plangebied een toename zijn van terreinverharding met een oppervlakte van circa 260 m2. Uit het oogpunt van klimaatbestendigheid zal zo veel mogelijk groen en waterberging gerealiseerd worden. De verschillende gebouwdelen komen deels in het water te staan. Het geheel wordt zo veel mogelijk natuur inclusief ontworpen. De hemelwaterafvoer wordt afgekoppeld van het rioolstelsel en wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater. Voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling is de watertoetsprocedure op 29 mei 2020 doorlopen (zie bijlage 5A en 5B van deze toelichting). Uit de digitale analyse blijkt dat er wellicht waterbelangen zijn. Dit betekent dat er samen met het waterschap een watertoetsproces wordt doorlopen. Dit betekent dat er in overleg (informeel) met het waterschap gekeken is naar waterkansen en -knelpunten. Er zijn geen belemmeringen voor de ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied. De ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de belangrijkste minimale voorwaarde: "het standstill beginsel". Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. In het kort gaat het om: •

Het verhard oppervlak neemt gering toe (Zie de Keur bepalingen voor de grenswaarden). Deze geringe toename van verhard oppervlak heeft weinig gevolgen voor het watersysteem. Het bestaande watersysteem kan tijdens een hevige regenbui al het hemelwater vanaf dit oppervlak verwerken en bergen.

•

Het bestaande oppervlaktewater wordt vergroot met minimaal 26 m2.

•

Water wordt niet buiten het plangebied geborgen.

•

Er vindt geen lozing plaats van verontreinigingen en/of verontreinigd water naar oppervlaktewater.

•

Het plangebied ligt wel nabij een waterkering of belangrijke watergang. Dit is de wetering aan de oostzijde van het plangebied. Deze zal worden gehandhaafd en zelfs verbreed richting westen.

•

Het plangebied ligt niet nabij een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) of rioolpersleiding.

Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect water, in overleg met het waterschap is gekeken naar verdere waterkansen en -knelpunten.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 41

4 . 3 E co lo gie

De Wet natuurbescherming vervangt per 1 januari 2017 de Boswet, de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming biedt de grondslag voor de aanwijzing van de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. genoemd.

Ter

Deze

bescherming

gebieden

worden

van

Natura2000-gebieden

deze

tezamen

Natura2000-gebieden voorziet

de

Wet

natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura2000-gebied kunnen aantasten. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming voorziet in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt van de wet is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen. Voor o.a. reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de bouw van woningen, geldt de volgende vrijstellingsregeling: •

een algemene vrijstelling voor algemene soorten;

•

een vrijstelling voor beschermde soorten en vogels op voorwaarden, dat gehandeld wordt volgens een door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie goedgekeurde gedragscode.

Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de planten- en diersoorten die in het plangebied voorkomen. Onderzoek plangebied In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is er in november 2018 een vleermuis- en broedvogelonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 6A van deze toelichting) en in augustus 2019 een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 6B van deze toelichting). In het onderzoek worden de onderdelen soortgerichte - en gebiedsgerichte natuurbescherming getoetst. Soortenbescherming In de – inmiddels gesloopte - Schuylenburcht waren verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig.

Er

zijn

geen

kraamverblijfplaatsen

vastgesteld.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

Er

zijn

twee

24 april 2021 42

zomerverblijfplaatsen vastgesteld. In totaal zijn er zeven exemplaren van de gewone dwergvleermuis vastgesteld op twee invlieglocaties tijdens de drie nachtbezoeken. Buiten het plangebied is een zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis vastgesteld in de woning aan de Heemraadsingel 1. Er zijn vier paarverblijven vastgesteld in de Schuylenburcht te Oudewater. Het gaat hier om drie mannetjes gewone dwergvleermuis en één mannetje van de ruige dwergvleermuis. Er was geen indicatie dat het complex gebruikt werd als massawinterverblijf. Er zijn geen zwermende dieren waargenomen in augustus en september. Wel was het aan te nemen, op basis van het gebruik in de zomer en gedurende de paarperiode, dat deze verblijfplaatsen in de winter gebruikt zouden worden als winterverblijfplaats. Bij uitvoering van de sloop van het complex de Schuylenburcht te Oudewater werden daarom verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (artikel 3.5) overtreden. De aanwezige verblijfplaatsen zouden verloren gaan en vleermuizen die zich tijdens de sloop in het gebouw bevonden worden verstoord en mogelijk gedood indien ze niet op tijd weg zouden kunnen komen. Om deze reden zijn mitigerende maatregelen uitgevoerd. Er zullen in de nieuwbouw vleermuiskasten worden opgenomen. In de voormalige Schuylenburcht zijn geen jaarrond beschermde nestplaatsen van huismus aangetroffen.

Buiten het plangebied is een nestplaats van gierzwaluw vastgesteld in de woning aan de Heemraadsingel 8. Het is uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten veroorzaken op beschermde vaatplanten, beschermde grondgebonden zoogdieren, beschermde ongewervelden of op beschermde vissen, amfibieën of reptielen Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ ligt op een afstand van ruim 5 kilometer. Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot het Natura 2000-gebied is het uitgesloten dat er negatieve effecten ten aanzien van het Natura2000-gebied optreden. Het is daarom niet noodzakelijk om een voortoets t.b.v. een habitattoets in het kader van Natura 2000 uit te voeren. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), het uitvoeren van een ‘Nee, Tenzij’-toets is niet nodig. Stikstof In het kader van de Wet Natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden, ook vanwege stikstof. Stikstofdepositie

kan

verslechterende

gevolgen

hebben

voor

stikstofgevoelige

habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. De effectbeoordeling stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstofoxiden) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht inzichtelijk te maken en de Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 43

toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. De effectbeoordeling stikstofdepositie wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet Natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader onderzoek nodig is (bv. passende beoordeling). Voor het plan is in het kader van bovenstaande een Aeriusberekening opgesteld (zie bijlage 7 van deze toelichting). Het blijkt dat er voor de realisatie- en gebruiksfase geen belemmeringen zijn. Conclusie Het initiatief werd belemmerd vanuit het aspect ecologie. Met inachtneming van de beschreven mitigerende maatregelen, waren negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op beschermde soorten niet geheel uitgesloten. Omdat negatieve effecten, ondanks het nemen van mitigerende maatregelen, niet waren te voorkomen was het aanvragen van een ontheffing van de wet natuurbescherming noodzakelijk. Deze is ook verkregen voordat de sloop is uitgevoerd.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 44

4 . 4 Arch eolo gie en cu lt uu rh is to rie De modernisering van de monumentenzorg (MOMO) heeft erin geresulteerd dat per 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening is aangepast. Met deze aanpassing is cultureel erfgoed ingebed in de ruimtelijke ordening. Het is verplicht om in bestemmingsplannen aandacht te geven aan cultuurhistorie en de effecten van het initiatief op cultuurhistorische waarden die in het plangebied voorkomen. Daar waar nodig dient de bescherming van deze waarden ook te worden vastgelegd in de regels en verbeelding bij het bestemmingsplan. In 1992 is het Europese Verdrag van Valletta/Verdrag van Malta gesloten. Bedoeling van het verdrag is om de archeologische waarden in de bodem zoveel mogelijk te beschermen door ze in de bodem (in situ) te behouden. Het verdrag heeft in Nederland geleid tot de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) die in 2007 van kracht is geworden. De wet verplicht gemeenten om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met belangrijke archeologische waarden die zich in de bodem kunnen bevinden. De belangrijkste uitgangspunten van de wet zijn: •

archeologische waarden moeten zo veel mogelijk in de bodem (in situ) worden bewaard;

• •

archeologie moet tijdig worden meegenomen in de ruimtelijke planvorming; de veroorzaker betaalt de kosten van archeologisch onderzoek en noodzakelijke volwaardige opgravingen, voor zover die kosten redelijkerwijs kunnen worden toegerekend aan de verstoorder.

Onderzoek plangebied Binnen het plangebied of in de omgeving van het plangebied zijn geen rijks of gemeentelijke monumenten aanwezig waar voorliggend plan een negatief effecten op heeft. De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan eventueel aanwezige karakteristieke waarden. De gemeente Oudewater heeft in samenwerking met de gemeenten Lopik, Montfoort en Woerden een gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld. In de beleidsnota geeft de gemeente aan hoe zij invulling geeft aan haar rol van bevoegd gezag, de reikwijdte en ambities van het beleid en de uitvoering daarvan. . Naast een beleidsnota is een beleidskaart opgesteld. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is het plangebied gelegen in een gebied waar geen archeologische verwachting is. Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 45

Uitsnede archeologische beleidskaart Oudewater (bron: gemeente Oudewater)

Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect archeologie en cultuurhistorie, nader onderzoek op het gebied van archeologie en cultuurhistorie is daarom ook niet nodig.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 46

4 . 5 Ve rkeer en pa rkeren Bij de aspecten verkeer en parkeren gaat erom dat het plangebied goed bereikbaar is, er geen onveilige verkeerskundige situaties ontstaan en er voldoende parkeergelegenheid in het plangebied aanwezig is. Onderzoek plangebied / verkeersbewegingen Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuw wooncomplex met 69 appartementen mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied van Oudewater. Het huidige wooncomplex, gebouwd in 1973 en bestaande uit 55 appartementen, is inmiddels gesloopt. Er worden dus veertien appartementen toegevoegd in het plangebied, het aantal verkeersbewegingen zal dan ook iets toenemen. Een huur appartement (goedkoop/midden) heeft een gemiddelde verkeersaantrekkende werking van 2,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De totale extra verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling bedraagt dan 39,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal (14 appartementen x 2,8 mvb). Verkeersproblemen door deze ruimtelijke ontwikkeling worden niet verwacht. Het genoemde aantal extra verkeersbewegingen komt bovenop de 4825 bewegingen per etmaal (referentiesituatie Hekendorperweg in 2030). In totaal komt daarmee het aantal verkeersbewegingen van de Hekendorperweg op 4865 per etmaal. Dat is ruim binnen de gebruikelijke normen voor de verkeersintensiteit van 30 km/h wegen (5000 – 6000 per etmaal).

Voor de Vierbergenweg geldt dat de 40 extra verkeersbewegingen zich zullen splitsen in noordelijke en zuidelijke richting. In de berekeningen is rekening gehouden met de referentiesituatie van 2030. Er is dan naar verwachting – los van deze ontwikkeling – sprake van 8000 – 10000 motorvoertuigen per dag. De 20 (40 / 2) extra bewegingen vallen daarbij geheel in het niet. Gezien de beperkte toename wordt er dus ook geen wijziging in de verkeersveiligheid verwacht en zal de lichte toename worden opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

Onderzoek plangebied / parkeren Het plan zal op maaiveld aan de nieuwe parkeervraag voldoen. Het gehele plangebied behoort voor wat betreft het parkeren stedenbouwkundig bij de oorspronkelijke Schuylenburcht. De oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet van de wijk is dusdanig dat de omliggende eengezinswoningen elders worden voorzien van parkeerplaatsen. In de bestaande situatie waren 43 parkeerplaatsen aanwezig (zie afbeelding). Deze plaatsen waren bedoeld voor het – inmiddels gesloopte - programma van de Schuylenburcht (55 woningen plus bezoekers en personeel). Omdat het merendeel van deze parkeerplaatsen vanaf de openbare weg bereikbaar was, werden die gebruikt voor Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 47

zowel bewoners als door bezoekers van de Schuylenburcht, maar ook door (bezoekers van) omwonenden.

Parkeren huidige situatie

Parkeren nieuwe situatie

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 48

Omdat het voorliggende bestemmingsplan uitgaat van de bestemming wonen, geldt voor deze ontwikkeling de reguliere parkeernorm. Dit ondanks het feit dat er in de praktijk verschillende woningtypen en doelgroepen komen te wonen, waaronder bewoners met een zorgindicatie. De gemeente Oudewater hanteert de landelijke CROW richtlijn voor het bepalen van de parkeernorm. Deze parkeernorm bedraagt minimaal 1,0 en maximaal 1,8 parkeerplaats per woning. Daarbij is dan uitgegaan van niet-grondgebonden huurwoningen in het marktsegment goedkoop / midden. De nieuwe woningen zijn deels 2 kamerwoningen met een zorgcomponent (25 stuks) en deels 3 kamerwoning in de sociale sector (43 stuks). Dat betekent dat er sprake is van lage / goedkope huur. Daarom is er voor dit plan uitgegaan van de parkeernorm van 1,3 parkeerplaats per woning (iets onder de gemiddelde norm voor goedkope / middenhuur) voor alle 69 woningen. Voor 69 woningen zijn er dan (69 x 1,3) 90 parkeerplaatsen nodig. Deze zullen op maaiveld worden gerealiseerd (zie afbeelding). De parkeerplaatsen langs de Hekendorperweg blijven openbaar toegankelijk. Fietsparkeren zal in de bergingen van de woningen gebeuren. Nabij de verschillende entrees zullen voorzieningen komen voor korte termijn fietsparkeren. Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect verkeer en vervoer. 4 .

6 M ilieu ef f ect ra p po rt age (MER ) Het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) en het doorlopen van de bijbehorende m.e.r.- procedure is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Er zijn drie onafhankelijke sporen die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht: 1. Uit toetsing aan de hand van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) blijkt dat het plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten planMER-plichtig, besluit m.e.r.plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor (bestemmings)plannen dient te worden getoetst aan de activiteiten en drempelwaarden van onderdeel D van de bijlage bij het besluit m.e.r. In het geval de activiteit genoemd wordt in onderdeel D, maar die onder de drempelwaarden vallen, dan is een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' nodig. Bij de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' dient te worden getoetst of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten.

De toetsing dient te worden gedaan aan de hand van de criteria uit Bijlage III bij de Europese richtlijn m.e.r. (kenmerk project, plaats project en kernmerk potentieel effect). Zijn belangrijke nadelige milieugevolgen uitgesloten, dan is niet alsnog een (plan)m.e.r. (-beoordeling) op grond van het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 49

2. In het geval van een (bestemmings)plan: indien een 'passende beoordeling' op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 voor dit plan verplicht is vanwege de in het plan opgenomen activiteiten. Een passende beoordeling is verplicht indien significante negatieve effecten op Natura 2000 gebieden niet zijn uit te sluiten; 3. Wanneer Provinciale Staten in haar provinciale milieuverordening activiteiten hebben aangewezen, aanvullend op de activiteiten in het Besluit m.e.r., die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. Onderzoek plangebied Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuw wooncomplex met 69 appartementen mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied van Oudewater. Het huidige wooncomplex, gebouwd in 1973 en bestaande uit 55 appartementen, is inmiddels gesloopt. Woningen zijn een activiteit die is genoemd in de D-lijst (categorie D 11.2 'Stedelijk vernieuwingsproject', relevante drempelwaarde: 2.000 woningen). Daarom moet worden beoordeeld of het plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Gelet op de omvang van het plan, die zeer ruim onder de drempelwaarde blijft, en de ligging van het plan, worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht.

De omvang van de voorgenomen ontwikkeling brengt geen zodanige productie van afvalstoffen, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen met zich mee op basis waarvan belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten. Het milieubelang is verder in de vorige paragrafen voldoende mate afgewogen. Een nadere beoordeling in een m.e.r-beoordeling of planm.e.r. is daarom niet noodzakelijk. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die is opgenomen in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. De milieueffecten zijn onderzocht in deze paragraaf 4.1. Daaruit volgt geen aanleiding om tot een vormvrije m.e.r.--beoordeling over te gaan.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 50

4 . 7 Kab els en leidin gen In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid

van

ondergrondse

planologisch

relevante

leidingen

(hoofdtransportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Aardgastransportleidingen In

het

plangebied

of

in

de

nabijheid

hiervan

bevinden

zich

geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In

het

plangebied

of

in

de

nabijheid

hiervan

bevinden

zich

geen

hoogspanningsleidingen. Rioolleidingen De riolering (stamriool) ligt buiten de plangrenzen. Voor dit plan leidt dit niet tot enige belemmering. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Kabels en niet-planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt de wettelijk verplichte KLIC-melding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden. Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd. Conclusie In en nabij het projectgebied zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn derhalve geen belemmeringen te verwachten. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 51

4 . 8 D uu rzaa mh eid Op 11 juli 2019 heeft de gemeenteraad van Oudewater de concept energieagenda Oudewater vastgesteld en op 14 november 2019 is het uitvoeringsplan Energie Oudewater vastgesteld. Deze beleidsdocumenten geven richting aan de energietransitie in Oudewater. Een van de belangrijke uitgangspunten is bijvoorbeeld dat nieuwbouw energieneutraal wordt gerealiseerd. Genoemde agenda en uitvoeringsplan vormen de uitwerking die de gemeente Oudewater heeft gegeven aan de beleidslijn zoals opgenomen in de Provinciale Structuurvisie 2013 – 2028. Hierin is verwoord dat er alternatieve energiebronnen moeten worden onderzocht bij renovatie en nieuwbouw. Doelstelling is om in 2020 reeds minimaal 10% duurzame energie te gebruiken in de provincie. Algeheel uitgangspunt is dat de uitstoot van CO2 met 50% is afgenomen in 2030. Verduurzaming van bestaande gebouwen en de rol van corporaties hierin worden nadrukkelijk genoemd. Samen met partijen wil de gemeente onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor het toepassen van nieuwe technieken. Bij nieuwbouw geldt dat gasloos en grotendeels energie-neutraal de norm is. De energietransitie is een opgave die vraagt om samenwerking van en communicatie tussen de gemeente en verschillende partners en stakeholders, alsook participatie.

De gemeente heeft met haar vastgoedbeleid een voorbeeldfunctie, maar uiteindelijk zal de verduurzaming door bewoners en bedrijven zelf ter hand moeten worden genomen. De gemeente heeft hierbij een ondersteunende en faciliterende rol t.a.v. lokale initiatieven. Uitvoeringsplan Het uitvoeringsplan Energie Oudewater gaat meer in op concrete toepassing en maatregelen, specifiek voor Oudewater. Zo blijkt dat de grootste CO2 uitstoot in Oudewater door woningen en verkeer en vervoer plaatsvindt. Het uitvoeringsplan richt zich voornamelijk op de woningen. De hoofdonderdelen van het uitvoeringsplan zijn: 1. Ondersteuning collectieven en particulieren en inwoners en bewoners; 2. Verduurzamen gebouwde omgeving (woningen, kantoren en bedrijfsgebouwen); a. Opstellen transitievisie warmte b. Samenwerking met partners (zoals Woningraat) in de verduurzaming van de bestaande bouw c. Verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed waar mogelijk d. Opstellen plan van aanpak verduurzaming maatschappelijk vastgoed e. Opstellen uitvoeringsplannen f.

Aardgasvrij bouwen

3. Grootschalige Energie opwekking Onderzoek plangebied Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 52

Voorliggend plan past binnen de uitgangspunten en afspraken. Voor de opwekking van warmte, warm tapwater en koeling komt er een warmte-koudeopslag of warmtepomp opstelling. Voor de energieopwekking komen er op het dak PV panelen. Voor het overige voldoen de woningen aan de isolatie- en besparingsmogelijkheden en – eisen.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 53

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5 . 1 In leidin g Ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de daarbij behorende ministeriële regelingen, dienen bestemmingsplannen op vergelijkbare wijze opgebouwd, gepresenteerd en tevens digitaal uitwisselbaar gemaakt te worden. De regeling is afgestemd op de Wro, Bro en daarbij behorende ministeriële regelingen. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Het bestemmingsplan is tevens afgestemd op de terminologie en regelgeving zoals opgenomen in de op 1 oktober 2010 in werking getreden Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Een bestemmingsplan regelt voor welke functies gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt en welke bouwmogelijkheden er zijn. Het bestaat uit een toelichting, een verbeelding en regels, waarvan alleen de laatste twee juridisch bindend zijn. De toelichting geeft een goede ruimtelijke onderbouwing voor het initiatief. Hierin wordt ook de bedoeling van het plan verduidelijkt en de uitvoerbaarheid aangetoond. Op de verbeelding wordt de bestemming aangegeven en de regels geven inhoud aan de bestemming. De regels geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet mogen worden gebruikt en wat en hoe er gebouwd mag worden.

Bij de opzet van de regels is getracht het aantal regels zo beperkt mogelijk te houden en slechts datgene te regelen, wat werkelijk noodzakelijk is. De regels van voorliggend bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs-, en slotregels. In hoofdstuk 1 worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen

zoveel

mogelijk

worden

voorkomen.

Daarnaast

wordt

aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen moeten worden gemeten. In hoofdstuk 2 zijn specifieke regels opgenomen voor de op de verbeelding gegeven bestemmingen. De artikelen bestaan uit een bestemmingsomschrijving en bouwregels, en zo nodig uit afwijkingsregels, specifieke gebruiksregels of vergunningsregels voor aanleggen. De bestemmingsomschrijving is bepalend voor het gebruik van de grond. De hoofdstukken 3 en 4 bevatten regels die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen.

Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 54

5 . 2 B est em m in gs regels In het bestemmingsplan zijn verschillende bestemmingen opgenomen. In deze paragraaf wordt artikelsgewijs kort ingegaan op de inhoud van de verschillende bestemmingen. De indeling van de bestemmingen is conform de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012. Artikel 3 – Groen Tussen het water en de Hekendorperweg en ten westen van de Hekendorperweg hebben de gronden de bestemming ‘Groen’. Binnen deze bestemming zijn onder andere groenvoorzieningen, paden, water, voorzieningen van algemeen nut en straatmeubilair toegestaan. Op deze gronden mogen voorzieningen van algemeen nut en bouwwerken worden gebouwd. Gebouwen zijn niet toegestaan. Parkeren binnen de bestemming ‘Groen’ wordt toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – parkeren’.

Artikel 4 - Tuin De gronden met de bestemming ‘Tuin’ bevinden zich rondom de geprojecteerde gebouwen en grenzen aan de Hekendorperweg en de watergang langs de Johan J. Vierbergenweg . Deze gronden zijn bestemd voor de

op de aangrenzende gronden

gelegen hoofdgebouwen. Op deze gronden zijn o.a. tuinen, paden, parkeervoorzieningen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken toegestaan. Parkeerplaatsen mogen hier alleen worden aangelegd, waar dit is aangegeven met ‘parkeerterrein’. Gebouwen zijn in deze bestemming niet toegestaan met uitzondering van balkons, deze mogen alleen waar dit is aangeven met de ‘specifieke bouwaanduiding – balkon’. Bouwwerken, zoals erfafscheidingen en hekwerken mogen wel worden gebouwd, daarbij is bepaald, dat er voor de voorgevel en tot een meter daarachter, niet hoger dan 1 meter mag worden gebouwd. Artikel 5 - Verkeer - Verblijfsgebied De Hekendorperweg binnen het plangebied is bestemd als ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Binnen deze bestemming zijn onder andere wegen, paden, voorzieningen van algemeen nut, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water toegestaan.

Artikel - 6 Water De watergang langs de Johan J. Vierbergenweg is een hoofdwatergang en bestemd als ‘Water’. Hier mogen geen gebouwen worden gebouwd, bouwwerken zoals bruggen, duikers, steigers en constructies zijn wel toegestaan. Een uitzondering wordt gemaakt voor balkons, deze mogen uitsluitend waar dit is aangegeven met ‘specifieke Toelichting – Bestemmingsplan Schuylenburcht Oudewater

24 april 2021 55

bouwaanduiding – balkon’. Daarbij moet wel een afstand van minimaal 100 cm tussen het waterpeil en de onderkant van de balkons worden aangehouden. Artikel - 7 - Wonen - Zorgwonen Het grootste deel van het plangebied heeft de bestemming ‘Wonen - Zorgwonen’. De bestemming staat het verlenen van zorg in verschillende vormen toe, zoals verzorgd wonen,

waarbij

extramurale

verzorging,

verpleging,

begeleiding

en

hotel-

en

welzijnsdiensten vanuit een professionele zorgverlenende organisatie wordt geboden. Daarbij behorende voorzieningen zijn eveneens toegestaan. Daaronder wordt ook verstaan ondergeschikte detailhandel en beperkte horeca. Deze laatste voorzieningen zijn alleen op de begane grond toegestaan. Parkeervoorzieningen zijn uitsluitend toegestaan, waar dit is aangegeven met ‘parkeerterrein’. Regulier wonen, zonder dat er zorg wordt geboden of verleend, is ook mogelijk. De woningen zijn binnen de aangegeven bouwvlakken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/419/documents/12800