CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Vaststellen bestemmingsplan Noord Linschoterzandweg 7' - Bijlage 6 (Toelichting).pdf

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 14.: Raadsvoorstel ‘Vaststellen bestemmingsplan Noord Linschoterzandweg 7’12.092 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Doelen hierbij zijn: - het gewenste veiligheidsniveau tegen overstroming en wateroverlast is gegarandeerd; - er is sprake van een goede waterkwaliteit; - de ecohydrologische variatie binnen het plangebied is hersteld; - de bodemdaling is verminderd of zo mogelijk stopgezet; - er zijn goede gebruiksmogelijkheden van het plangebied voor verschillende maatschappelijke functies; er is voldoende water van voldoende kwaliteit beschikbaar om dit mogelijk te maken; - de landschappelijke betekenis van water is behouden of versterkt. In de structuurvisie zijn gebied specifieke doelstellingen en maatregelen gedefinieerd. Ook staat het streefbeeld voor 2050 beschreven, gebaseerd op de volgende principes: - Vasthouden, bergen, afvoeren; - Voorkomen, scheiden of schoon maken van vuilemissies;

Herbestemmen perceel Noord-Linschoterzandweg 7 te Snelrewaard.

26

-

Vergroten zelfvoorzienendheid en duurzame inrichting; Grondwater als ordenend principe.

Het streefbeeld kan niet los worden gezien van het toekomstige grondgebruik binnen het beheer-gebied. Enerzijds vraagt het streefbeeld op een aantal plaatsen om meer ruimte voor water. Anderzijds kan het streefbeeld alleen worden bereikt indien het grondgebruik meer op de waterdoel-stellingen wordt afgestemd. Voor de drie belangrijkste functies −wonen/werken, landbouw en natuur− is daarom in kaart gebracht of en hoe deze functies passen bij een duurzaam waterbeheer. Dit is in combinatie met het streefbeeld vertaald naar een visie op het toekomstig gewenste grondgebruik in het werkgebied. Ruimtelijke ontwikkelingen Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van een watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500 m2 in stedelijk gebied en 1000 m2 in landelijk gebied is een Watervergunning nodig.

Planspecifiek Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is verantwoordelijk voor schoon oppervlaktewater, veilige dijken en het waterpeil in het zuidelijke deel van de Provincie Utrecht en een klein deel van de Provincie Zuid-Holland. Onderhavige locatie ligt binnen het beheersgebied van dit waterschap. Het plangebied is in figuur 4.5 omkaderd. Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie van water in de bodem het uitgangspunt. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Als infiltratie in geheel niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe van Duurzaam waterbeheer. Het uitgangspunt voor de planontwikkeling is dat het gebied hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld met als doel dat de planontwikkeling geen gevolgen heeft voor het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit.

Daarmee wordt geborgd dat de ontwikkeling van het gebied met betrekking tot wateraspecten duurzaam is. In onderhavig plan worden voormalig bedrijfsgebouwen en verhardingen zoals stelconplaten geamoveerd ten behoeve van de ruimtelijke inpassing. Hierdoor zal de afstroming van het regenwater verbeteren. Het plangebied wordt in hoofdzaak begrensd door tertiaire watergangen. Deze watergangen hebben een beschermingszone van twee meter. Het betreffende perceel ligt dichtbij de Lange Linschoten. De Lange Linschoten is een regionale watergang en een boezem om het water uit de omliggende polders af te voeren en komt in Oudewater uit op de Hollandse IJssel. Vanuit het hart van de Lange Linschoten loopt een waterstaatwerkzone van 20 meter breed. In/op deze zone mag in principe niet worden gebouwd noch mogen hier aanlegwerkzaamheden plaatsvinden. In de legger is verder een beschermingszone aangegeven langs deze waterkering. In deze zone gelden beperkingen met het oog op het behoud van de (waterkerende functie van de) dijk/kade. De planlocatie valt binnen de beschermingszone maar buiten de waterstaatwerkzone, zie hiervoor figuur 4.6. Er hoeft voor het realiseren van een nieuwe woning en bijbehorende bouwwerken binnen de beschermingszone geen watervergunning te worden aangevraagd. Hierover is reeds contact geweest met Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.

Herbestemmen perceel Noord-Linschoterzandweg 7 te Snelrewaard.

27

Als uitvloeisel van onderhavig bestemmingsplan zal sprake zijn van een afname van afwaterend oppervlak. Voorts worden geen watergangen gedempt. De hoeveelheid oppervlaktewater blijft in beginsel gelijk. Voor wat betreft het aspect waterkwaliteit zullen er uitsluitend niet uitlogende bouwmaterialen worden toegepast welke voldoen aan het Besluit bodemkwaliteit. Op deze wijze wordt diffuse verontreiniging van het oppervlaktewater voorkomen. In het kader van het wettelijk vooroverleg is advies ingewonnen bij het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden middels een digitale watertoets. Gezien de ontwikkelingen behoeft er volgens het waterschap geen watercompensatie plaats te vinden. Wel werd geadviseerd om hemelwater op eigen terrein te verwerken, hetgeen in de verdere planontwikkeling zal worden opgenomen. Geconcludeerd kan worden dat er ten aanzien van het aspect water geen zaken zijn die zich verzetten tegen dit plan.

Figuur 4.5: Legger oppervlaktewater (bron HDSR)

Herbestemmen perceel Noord-Linschoterzandweg 7 te Snelrewaard.

28

Figuur 4.6: Legger regionale waterkeringen (bron HDSR)

4.3

Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Verkeer De splitsing van het perceel en het toevoegen van een woonbestemming heeft geen negatieve gevolgen voor de verkeersgeneratie. Beide percelen maken gebruik maken van één bestaande inrit. Door het wegnemen van de relatief intensieve bedrijfsvoering verdwijnt de noodzaak van in- en uitrijdend zwaar transport en ander bedrijfsverkeer, hetgeen een verbetering betekent van de verkeersgeneratie. Parkeren Voor een vrijstaande woning in onderhavig plangebied geldt een parkeernorm van 2 tot 2,8 parkeerplekken per woning (weinig stedelijk, buitengebied). Bij beide woningen worden tenminste twee parkeervoorzieningen gerealiseerd op eigen terrein. Tevens wordt bij elke woning op eigen terrein tenminste één extra aanvullende parkeergelegenheid gerealiseerd voor bezoekers. De noodzakelijke parkeervraag kan volledig beantwoord worden op eigen terrein. De parkeervoorzieningen worden in het terreininrichtingsplan opgenomen. Planspecifiek Dit aspect vormt derhalve geen belemmering en er is geen nader onderzoek nodig.

4.4

Ecologie Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden Deze wet omvat de onderdelen die eerder in de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet waren opgenomen en dient daarbij als kapstok voor de implementatie van Europese wetgeving zoals de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn.

Herbestemmen perceel Noord-Linschoterzandweg 7 te Snelrewaard.

29

De Wet natuurbescherming biedt de grondslag voor de aanwijzing van de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Deze gebieden worden tezamen Natura 2000-gebieden genoemd. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebieden kunnen aantasten. Planspecifiek Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein', bevindt zich op een afstand van circa 6 km ten westen van het plangebied. Overige Natura2000-gebieden liggen op meer dan 9 km afstand. Sprake is van de splitsing van een perceel en het toevoegen van een woonbestemming, gepaard gaande met amovering van voormalige bedrijfsbebouwing en verhardingen, wat voorziet in een verbetering van landschappelijke kwaliteiten. De planwijziging heeft derhalve geen effect op dit Natura2000-gebied.

Figuur 4.7: Kaart Natura 2000 gebieden (bron Alterra Wageningen)

De Wet natuurbescherming voorziet tevens in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt van de wet is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen. Voor o.a. reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen, zoals een functiewijziging geldt de volgende vrijstellingsregeling: •

een algemene vrijstelling voor algemene soorten;

Herbestemmen perceel Noord-Linschoterzandweg 7 te Snelrewaard.

30

•

een vrijstelling voor beschermde soorten en vogels op voorwaarden, dat gehandeld wordt volgens een door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie goedgekeurde gedragscode.

Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de planten- en diersoorten die in het plangebied voorkomen. Vanuit de huidige natuurwetgeving is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van de in het plangebied mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden. In verband met het vorenstaande is een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Watersnip Advies te Reeuwijk (rapportnummer 19A043, d.d. oktober 2019). Hieruit kan worden geconcludeerd dat de geplande werkzaamheden die gepaard gaan met de herbestemming van het perceel, geen verstoring veroorzaken aan beschermde plantenen diersoorten. Voor een enkele wel aanwezige diersoorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming. Hiervoor hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt een algemene zorgplicht, waarbij verstoringen aan flora en fauna zo veel mogelijk dient te worden voorkomen. Betreffend ecologisch onderzoek is als bijlage toegevoegd.

Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 1 juli 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) voor het tijdvak 2015‐2021 in werking getreden, dus voor een duur van zes jaar. In het programma zijn maatregelen opgenomen die enerzijds zorgen voor een daling van de stikstofdepositie (brongerichte maatregelen) en anderzijds bijdragen aan het herstel van de natuurkwaliteit in Natura 2000‐gebieden (gebiedsgerichte maatregelen). Hierdoor ontstaat ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, ‘depositieruimte’ genoemd. Een deel van de ‘depositieruimte’ wordt ter beschikking gesteld voor nieuwe ontwikkelingen, in de zogenaamde ‘ontwikkelingsruimte’. Deze ruimte is alleen gekoppeld aan concrete projecten en andere handelingen, waarvoor in de lopende programmaperiode toestemming wordt verleend en niet aan (bestemmings)plannen. Als een project niet als prioritair project is opgenomen in de Regeling programmatische aanpak stikstof, geldt in het PAS thans een grenswaarde van 1,00mol stikstof per hectare per jaar. Ligt de toename van stikstofdepositie op een stikstofgevoelig habitat of leefgebied in een Natura 2000‐gebied tussen de 1,00 mol/ha/j en 0,05 mol/ha/j, dan kan voor een project of andere handeling worden volstaan met een melding in het reken‐ en registratie‐instrument AERIUS; een vergunning is dan niet nodig. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State het PAS onverbindend verklaard.

Ondanks deze uitspraak blijft AERIUS het meest actuele rekeninstrument voor het bepalen van de stikstofdepositie van activiteiten. Gelet op de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en de schaal van voorgestelde planontwikkeling kan echter redelijkerwijs worden gesteld, dat negatieve gevolgen op de stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten. Door het wegnemen van de relatief intensieve bedrijfsvoering verdwijnt de noodzaak van in- en uitrijdend zwaar transport en ander bedrijfsverkeer, hetgeen een verbetering betekent van de stikstofdepositie. Een nieuw te realiseren woning zal “gasloos” worden opgeleverd, waardoor zondermeer kan worden gesteld dat negatieve gevolgen voor de stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten.

4.5

Archeologie en cultuurhistorie In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet 2016, de opvolger van de Monumentenwet 1988, die per 1 juli 2016 is vervallen. Een deel van de Monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet (certificeringsstelsel en aanwijzing van archeologische Rijksmonumenten). Het

Herbestemmen perceel Noord-Linschoterzandweg 7 te Snelrewaard.

31

deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving (vergunningverlening en integratie in de planvorming) gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op basis van de Erfgoedwet 2016 zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Erfgoedwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn, zodat waar nodig die waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. De gemeente Oudewater heeft in samenwerking met de gemeenten Lopik, Montfoort en Woerden gemeentelijk archeologiebeleid opgesteld. In de beleidsnota geeft de gemeente aan hoe zij invulling geeft aan haar rol van bevoegd gezag, de reikwijdte en ambities van het beleid en de uitvoering daarvan. Naast een beleidsnota is een beleidskaart opgesteld.

Deze kaart bestaat uit een samenhangend pakket van kaarten en een toelichting, die tezamen de noodzakelijke informatie bevatten over hoe de gemeente bij besluitvorming over gebruik en inrichting van de ruimte omgaat met "bekende en te verwachten archeologische monumenten". Planspecifiek Het plangebied ligt in een ontginningsas met een hoge archeologische verwachting. Hier is sprake van bijzondere archeologische verwachtingen voor bewoningssporen die samenhangen met de ontstaansgeschiedenis van Oudewater uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Op de archeologische verwachtingskaart (figuur 4.8) heeft het plangebied een hoge verwachtingswaarde. Hoewel de ondergrond van de planlocatie ten tijde van het bedrijfsmatig gebruik door bouw- en verhardingsactiviteiten is verstoord, hebben met name de delen op het perceel waarop minder diep is gefundeerd en ontgraven nog steeds een hoge verwachtingswaarde. Omdat de wijze en mate van verstoring, gepaard gaande met de planontwikkeling nog niet bekend is, dient rekening gehouden te worden, dat er een archeologisch bureauonderzoek zal worden uitgevoerd om gespecificeerde verwachtingen in kaart te brengen. Een archeologisch bureauonderzoek kan achterwege blijven indien: •

• • • • •

een bouwplan die betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en de bodem op een grotere diepte dan 0,3 m niet verder wordt verstoord; bouwwerken en bouwplannen met een oppervlakte van niet meer dan 200 m 2; een bouwplan die betrekking heeft op een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,3 m en zonder heiwerkzaamheden zal worden geplaatst; bouwwerken en voorzieningen ten behoeve van instandhouding en bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden; activiteiten waar geen omgevingsvergunning voor bouwen vereist is; bouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend en waarbij een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden in voldoende mate is vastgelegd.

Wanneer de wijze en mate van verstoring bekend is, zal zo nodig een archeologisch bureauonderzoek worden uitgevoerd en aan de benodigde aanvraag omgevingsvergunning worden toegevoegd. Cultuurhistorie Aan weerszijden van de Lange Linschoten ligt een boerderijstrook, waartoe onderhavige planlocatie behoort. Het bochtige riviertje is de basis geweest voor de ontginningen die van hieraf in zuidoostelijke en noordwestelijke richting hebben plaatsgevonden. Kenmerkend is het langgerekte bebouwingslint aan de rivierkaden, waarbij het bebouwingsbeeld nog Herbestemmen perceel Noord-Linschoterzandweg 7 te Snelrewaard.

32

steeds wordt bepaald door boerderijen die de hoofdrichting van de percelering volgen en daardoor onder een vrijwel rechte hoek aan de weg geplaatst zijn. Er is sprake van een tweezijdige tamelijk open bebouwing op de kop van de kavels. Het bebouwingslint bestaat vrijwel geheel uit boerderijen, waarvan het woongedeelte naar de weg is gekeerd en het bedrijfsgedeelte naar het achterliggende land. De erven zijn doorgaans eenvoudig en op de bedrijfsuitoefening ingericht. De Lange Linschoten als centrale as, aan weerszijden daarvan een kade en boerderijen die door een tuin of voorerf van de weg zijn gescheiden, de strookvormige percelering en de tamelijk gave bebouwing bepalen de visueelruimtelijke karakteristiek van het gebied. Het riviertje, de bruggen (kwakels), de weilanden, de wegbeplanting en de erfbeplanting dragen bij aan het landelijk karakter. De herinrichting van onderhavig perceel is gericht op een sanering van bestaande bebouwing en verhardingen, cultuurhistorisch beoordeeld van ongewenst of indifferent karakter, resulterend in een meer open invulling passend bij het landschappelijke karakter waarin het zich bevindt, en passend bij een ensemble voormalige boerderij van cultuurhistorische waarde (MIP 1*). De bestaande voormalige boerderij en bijbehorend boenhuis blijven ongewijzigd. De cultuurhistorische waarden worden derhalve niet aangetast.

Figuur 4.8: Uitsnede archeologische beleidskaart 2015 Gemeente Oudewater.

Herbestemmen perceel Noord-Linschoterzandweg 7 te Snelrewaard.

33

4.6

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten Kabels en leidingen In het plangebied liggen geen elektra- en datakabels, watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.

Figuur 4.9: Klic-melding.

Spuitzones en gevoelige functies Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabijgelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van fruitbomen wordt in de bestemmingsplanpraktijk een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter aan te houden tussen een fruitboomgaard en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide vuistregel. Planspecifiek In de omgeving van het plangebied liggen geen agrarische percelen waar fruit- en bomenteelt in planologisch opzicht zijn toegestaan. Dit aspect is daarom geen belemmering en er is geen nader onderzoek nodig.

Herbestemmen perceel Noord-Linschoterzandweg 7 te Snelrewaard.

34

4.7

Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Doorgaans is relevant de vraag of er gemeentelijke kosten zijn en hoe deze verhaald worden. Deze vraag omhelst tevens eventuele planschade. Planspecifiek Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing een exploitatieplan te koppelen. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het plan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro). Dit plan heeft betrekking op een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De gronden binnen het plangebied zijn in eigendom bij de initiatiefnemer. De kosten voor het bouw- en woonrijp maken van de kavel worden door de initiatiefnemer gedragen. Aangenomen wordt dat deze over voldoende financiële middelen beschikt om de ontwikkeling te kunnen realiseren.

De begeleiding van de planologische procedure is door middel van het heffen van leges gedekt. Daarnaast is het aanleggen van voorzieningen in het aangrenzende openbaar gebied niet aan de orde. Voor de gemeente Oudewater zijn derhalve geen kosten verbonden aan het opstellen en uitvoeren van deze ruimtelijke onderbouwing. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt een planschade overeenkomst afgesloten. De economische uitvoerbaarheid van het bouwplan is voldoende aangetoond.

Herbestemmen perceel Noord-Linschoterzandweg 7 te Snelrewaard.

35

5

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1

Overleg Dit bestemmingsplan is in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd aan de overleginstanties. Op deze plaats, dan wel in een separate bijlage, zullen de vooroverlegreacties van een antwoord worden voorzien.

5.2

Zienswijzen Op de te volgen bestemmingsplanprocedure is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. In navolging hiervan heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen op het bestemmingsplan kenbaar te maken (artikel 3.8 Wro). Er zijn geen zienswijzen binnen gekomen. Er zijn twee reacties binnen gekomen van de vooroverleg partners. Dit heeft niet tot aanpassing van het bestemmingsplan geleid. Wel zijn er ambtelijke aanpassingen doorgevoerd, welke tevens zijn verwerkt in het bestemmingsplan. De aanpassingen zijn – samen met de reactie van de vooroverleg partners - te vinden in de bijlage Reactienota Zienswijzen.

5.3

Conclusie Het plan wordt maatschappelijk uitvoerbaar geacht. Gesteld kan worden dat het plan ruimtelijk geen aanpassingen verlangt en op de beoordeelde aspecten voldoet aan de beleidsmatige en wettelijke kaders. Het plan is ambtelijk voorbesproken en gemeente heeft een positieve grondhouding tegenover de herbestemming. De maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bouwplan is voldoende aangetoond.

Bijlagen Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Lawijn Advies & Management Rapportnr. 19.3849-A1, d.d. 26 november 2019 Bijlage 2: Wegverkeerslawaai onderzoek LBP|Sight Rapportnr.R072381aa.19AVZSK.fwi, d.d. 5 augustus 2019 Bijlage 3: Ecologisch onderzoek Watersnip Advies Rapportnr. 19A043, d.d. oktober 2019 Bijlage 4: Advies erfinrichting Tuin- en landschapsarchitect Poldergast Schoonhoven Werknummer 19790, d.d. februari 2021 Bijlage 5: Reactienota Zienswijzen, d.d. 25 februari 2021

Herbestemmen perceel Noord-Linschoterzandweg 7 te Snelrewaard.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/389/documents/11680