CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Vaststellen bestemmingsplan Noord Linschoterzandweg 7' - Bijlage 3 (Ecologisch onderzoek).pdf

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 14.: Raadsvoorstel ‘Vaststellen bestemmingsplan Noord Linschoterzandweg 7’6.023 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologisch Onderzoek NoordLinschoterzandweg 7 te Snelrewaard Eindrapportage Uitgave: oktober 2019

Watersnip-rapport 19A043

Colofon Titel

Ecologisch Onderzoek Noord-Linschoterzandweg 7 te Snelrewaard

Status rapport

Eindrapportage

Projectnummer

19A043

Datum uitgave

oktober 2019

Samengesteld door

Brigit van Dam, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies Meia Domburg, medewerker Watersnip Advies

Foto’s

Watersnip Advies

Naam en adres opdrachtgever

C.G.A. Okkerman Noord-Linschoterzandweg 7 3425 EK Snelrewaard

Contactpersoon opdrachtgever

de heer J. Schoonderwoerd van Arco Architecten BNA

Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

Inhoudsopgave

1

INLEIDING............................................................................................................................................................ 3

2

TOETSINGSKADER ............................................................................................................................................ 5 2.1 EUROPESE RICHTLIJNEN ................................................................................................................................... 5 2.2 LANDELIJK NATUURBELEID- EN WETGEVING ................................................................................................... 5 2.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) .......................................................................................................... 5 2.2.2 Natuurnetwerk Nederland........................................................................................................................... 8 2.2.3 Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) ........................................... 9

3

LOCATIEBESCHRIJVING ............................................................................................................................... 11 3.1 3.2

4

HUIDIGE SITUATIE .......................................................................................................................................... 11 PLANNEN ....................................................................................................................................................... 11

RESULTATEN ONDERZOEK.......................................................................................................................... 13 4.1 METHODE ...................................................................................................................................................... 13 4.2 FLORA............................................................................................................................................................ 13 4.3 FAUNA ........................................................................................................................................................... 13 4.3.1 Vogels ....................................................................................................................................................... 13 4.3.2 Amfibieën .................................................................................................................................................. 14 4.3.3 Reptielen ................................................................................................................................................... 15 4.3.4 Grondgebonden zoogdieren ......................................................................................................................

16 4.3.5 Vleermuizen .............................................................................................................................................. 16 4.3.6 Overige soorten ........................................................................................................................................ 18

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................... 19 5.1 5.2 5.3

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.................................................................................................................. 19 SAMENVATTING T.A.V. BESCHERMING SOORTEN ........................................................................................ 21 ALGEMENE ZORGPLICHT ............................................................................................................................... 21

BRONNEN ........................................................................................................................................................... 23

Watersnip Advies

1

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

Watersnip Advies

2

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

1 Inleiding Op het adres Noord-Linschoterzandweg 7 te Snelrewaard is het Aannemersbedrijf Okkerman gevestigd. De familie Okkerman is voornemens het bedrijf te verplaatsen naar een industrieterrein. De plannen zijn om het perceel waar het bedrijf gevestigd is te splitsen en een tweede woonbestemming toe te voegen. Hiervoor dienen enkele opstallen gesloopt te worden. Ook zal de nodige terreinverharding verwijderd worden. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: - Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming). Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden.

Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; - Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (toetsing Wet Natuurbescherming); - Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toetsing Natuurnetwerk Nederland, Toepassing Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028). Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en onderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In mei 2019 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied.

Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade.

Watersnip Advies

3

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

Watersnip Advies

4

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

2

Toetsingskader

2.1 Europese richtlijnen Binnen de Europese Unie vormen de Natura2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. Deze richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017.

2.2 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving 2.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. Natura2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort.

In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten “Vogelrichtlijn (wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn” (wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime “andere soorten” (wnb- andere soorten). Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het

Watersnip Advies

5

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Het integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag voorkomen. Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 1). Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.

Figuur 1: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)

In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich

Watersnip Advies

6

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn.

Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’ op 7 km ten zuidwesten van het plangebied. Het Natura2000-gebied de ‘‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ ligt 10 km ten noordwesten van het plangebied en ‘Uiterwaarden Lek’ ligt 10 km ten zuiden van het plangebied. Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’ zijn: Kleine Zwaan, Krakeend, Slobeend en Smient. Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ zijn: Noordse woelmuis, Bittervoorn, Gestreepte waterroofkever, Groenknolorchis, Kleine modderkruiper, Meervleermuis, Platte schijfhoren, Rivierdonderpad en Zeggekorfslak. Aangewezen vogelsoorten zijn: Grote zilverreiger, Kolgans, Krakeend, Purperreiger, Rietzanger, Roerdomp, Smient, Snor, Zwarte stern en Zwartkopmeeuw. Het doelsoort voor het Natura2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’ is: de Kamsalamander. Het plangebied is echter niet geschikt als leefgebied voor deze soorten. Er zijn geen brede, schoonwater sloten en open graslanden aanwezig waar deze soort kan foerageren. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde.

Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4.

Watersnip Advies

7

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom van de gemeente Snelrewaard. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. 2.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland in de wet benoemd als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven verkleind wordt. De NNN bestaat uit: - Natura 2000 gebieden; - bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; - gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; - grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime.

Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Toetsing Natuurnetwerk Nederland Er ligt NNN-gebied ten noorden van het plangebied op ongeveer 300 m afstand van het plangebied. Het plangebied zelf maakt geen deel uit van NNN-gebied dat ter plaatse uit kleinschalig, agrarisch landschap van weiden bestaat (zie figuur 2). Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de sloop en bouw van de opstallen zullen vanwege de ligging van het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN.

Figuur 2: Ligging van het plangebied (rode contour) t.o.v. NNN-gebied en weidevogelgebieden (bron: ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl, kaart 7) Watersnip Advies

8

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

2.2.3 Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) Op 4 februari 2013 is de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht. De Structuurvisie geeft op regionaal niveau invulling aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. In 2016 heeft een herijking van deze Structuurvisie plaatsgevonden. In december 2018 is een tweede partiële herziening van de structuurvisie vastgesteld. Het ruimtelijk beleid van de Provincie is gericht op drie pijlers:  Een duurzame leefomgeving  Vitale dorpen en steden  Landelijk gebied met kwaliteit Uitgangspunten voor het Landelijk gebied met kwaliteit zijn: 1. Uitnodigende zones die stad en land verbinden en bijdragen aan de kwaliteit van het binnenstedelijk leefmilieu. 2. Behouden en versterken van de kernkwaliteiten van het landschap en behoud van aardkundige waarden. 3. Behouden en ontwikkelen van een vitaal en samenhangend stelsel van natuurgebieden. 4. Een economisch vitale en duurzame landbouwsector. 5. Behouden en ontwikkelen van de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding (recreatie en toerisme). 6. Behouden van gebieden waar rust en stilte kan worden ervaren. NB: Het ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 dient na de herijking nog vastgesteld te worden.

Met de geconsolideerde versie kan de structuurvisie van 2013, inclusief de vastgestelde wijzigingen (1e partiele herziening d.d. 10 maart en 2e partiele herziening d.d. november 2014), voortaan in één document geraadpleegd worden. De originele versies van de structuurvisie en de herzieningen blijven tot aan de vaststelling van de herijkte versie beschikbaar voor juridische kwesties. Het Natuurnetwerk Nederland (EHS) is reeds in hoofdstuk 2.2.3 ter sprake geweest. Er liggen ook natuurwaarden buiten de EHS en de groene contour. Deze dragen veelal bij aan de essentiële gebiedskenmerken en aan de regionale biodiversiteit en dienen daarom behouden te blijven. Op de kaart ‘Natuur’ van de Provincie Utrecht (zie figuur 2) zijn de gebieden aangegeven waar zich de belangrijkste natuurwaarden buiten de EHS en de groene contour bevinden. Een specifieke categorie van natuurwaarden buiten de EHS zijn weidevogel-kerngebieden. Weidevogels zijn karakteristiek in het traditioneel open (veen)weidelandschap. Om de weidevogels en het cultuurlandschap waarin zij verblijven te behouden, beschermt de Provincie deze landschappen tegen inbreuken op de openheid en verkavelingsstructuur. Toetsing Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie Het plangebied ligt buiten de gebieden die op de kaart ‘Natuur’ van de Provincie Utrecht aangegeven zijn als gebied met belangrijke natuurwaarden (zie figuur 3).

Ten oosten van het plangebied ligt belangrijk weidevogelgebied. Het plangebied zelf maakt er geen deel van uit. Er zal daarom geen schade ontstaan door de geplande nieuwbouwplannen. Door het verplaatsen van het aannemersbedrijf zullen verkeersbewegingen en geluid vanaf het plangebied sterk afnemen. Daardoor ontstaat meer stilte.

Watersnip Advies

9

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

Figuur 3: Locaties bijzondere natuur Provincie Utrecht t.o.v. het plangebied (rode contour)

Watersnip Advies

10

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

3 Locatiebeschrijving 3.1 Huidige situatie Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten: 121,450. Het plangebied wordt aan de zuidwestzijde en noordoostzijde begrenst door een sloot. In het plangebied staan een woonhuis en verschillende opstallen. De opstallen die gesloopt gaan worden ogen nieuw en zijn strak afgewerkt. De tuin ten noordoosten van het huis bestaat uit een grasveld met bomen, struiken en hagen. Aan de zuidwestzijde langs de oprijlaan en het erf staat een rij knotbomen. Tussen de opstallen op het erf staan een aantal hagen. Aan de achterzijde grenst het perceel aan grasland.

451

450

Figuur 4: Ligging van het plangebied (rode contour)

3.2 Plannen Aannemersbedrijf Okkerman is voornemens het bedrijf elders te vestigen. Het plan is om het perceel in tweeën te splitsen met een tweede woonbestemming. Om dit te kunnen realiseren zullen diverse opstallen op het terrein gesloopt moeten worden. Het gaat hierbij om de hooitas(1) achter de woning, de daarnaast gelegen schuur (2) en een deel van de erachter gelegen schuur (3). Er staat ook een schuur (4) die niet op de kadastrale kaart staat en ook zonder nieuwbouwplannen verwijderd dient te worden. Op deze plek is de nieuwe woning gepland.

4 3 2 1

Figuur 5: Het plangebied met de te slopen opstallen

Watersnip Advies

11

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

Watersnip Advies

12

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

4 Resultaten onderzoek 4.1 Methode Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke (streng) beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op vrijdag 3 mei 2019 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is tijdens de inventarisatie een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen.

4.2 Flora In het plangebied staan elzenhagen als afscheiding tussen de schuren en opslag en de tuin bij het woonhuis. Langs de sloot aan de noordzijde van het plangebied staat een rij elzenbomen, een Es en een Kardinaalsmuts. In de tuin van de buren staat een grote notenboom. Het terrein zelf is bestraat met klinkers en betonplaten en is vrijwel onkruidvrij. De tuin rondom het woonhuis is beplant met Buxus, rozen, hagen van Hedera, hagen van Els met Esdoorn, Leilinde en een groot deel is gras. Het weiland achter het plangebied bestaat uit gras voor kuilvoer met weinig Figuur 6: Grasland met rechts het erf biodiversiteit. Langs het terrein aan de zuidwestzijde staat een rij knotwilgen in een esdoornhaag. In de sloten zijn geen ondergedoken waterplanten aanwezig. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied.

4.3 Fauna 4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie zijn verschillende algemene vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied, zoals Zwarte kraai, buizerds (diversen hoog in de lucht), Spreeuw, Kleine mantelmeeuw, Boerenzwaluw, Houtduif en Groenling. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. In de

Watersnip Advies

13

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

hooitas (1) werden broedende boerenzwaluwen aangetroffen. Aan de schuur (2) bevinden zich onder de boeidelen oude nesten van de Huiszwaluw. Volgens de bewoners zijn deze trekvogels nog niet aangekomen. Tijdens het veldbezoek zijn ze ook niet aangetroffen. Diverse exemplaren van de Huismus vlogen over het plangebied naar de aan de noordzijde gelegen woning van de buren waar een schuur staat met een geschikt pannendak. Ook spreeuwen vlogen met voedsel over het plangebied heen. De daken in het plangebied van de te slopen opstallen zijn niet geschikt voor de Gierzwaluw.

Figuur 7: Links nesten van de Boerenzwaluw in de hooitas (1), rechts nesten van de Huiszwaluw aan de schuur (2)

Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. Het plangebied is niet geschikt voor andere vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals roofvogels en uilensoorten. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Jaarrond beschermde nesten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. 4.3.2 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Uit de bureaustudie blijkt dat Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad en Kleine watersalamander (allen wnb-andere soorten) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De Meerkikker komt voor in de wijdere omgeving van het plangebied (1-5km). Voor deze soorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming een algemene vrijstelling in de provincie Utrecht. Uit de bureaustudie blijkt dat de Heikikker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) en de Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voor kunnen komen in het plangebied (0-1km). De Heikikker komt voor in o.a. vochtige heidegebieden en hoog- en laagveengebieden. Hij geeft de voorkeur aan schrale omstandigheden. Voor de voortplanting is hij afhankelijk van ondiep zuur (pH 4 – 5,5) water met oevervegetatie.

Verder moet er voldoende ruige en structuurrijke vegetatie aanwezig zijn waar deze kikker kan schuilen tegen predators. De aanwezige sloten hebben geen rijke oevervegetatie en hebben een harde beschoeiing. In- en uittreden is niet mogelijk voor amfibieën. Er zijn geen ondiepe, zure wateren aanwezig als voortplantingslocatie van de Heikikker. Hierdoor is het plangebied niet geschikt als leefgebied

Watersnip Advies

14

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

voor de Heikikker. De aanwezigheid van deze soort kan binnen het plangebied worden uitgesloten. De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers. Voor de voortplanting maakt de Rugstreeppad gebruik van ondiepe plassen, poelen en goed begroeide sloten om haar eieren in af te zetten. De Rugstreeppad maakt voor de overwintering gebruik van rommelhoekjes met opgeslagen stenen of van braakliggende zandhopen, waarin hij zich makkelijk kan ingraven. Binnen het plangebied zijn geen ondiepe plassen, poelen of sloten aangetroffen die gebruikt kunnen worden door de Figuur 8: De sloot aan de noordoostzijde van het Rugstreeppad voor het afzetten van plangebied eieren. Er zijn geen braakliggende zandhopen of rommelhoekjes aangetroffen die gebruikt kunnen worden als overwinteringslocatie. De aanwezigheid van de Rugstreeppad kan worden uitgesloten. Het gebied kan wel aantrekkelijk worden als voortplantings- en overwinteringsgebied als er hopen zand voor langere tijd braak komen te liggen en regenwaterpoeltjes kunnen ontstaan in bijv. bandensporen. De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen op zoek naar een geschikte overwinteringslocatie.

Op basis van de geraadpleegde verspreidingskaarten worden binnen het plangebied geen andere beschermde amfibieën verwacht. 4.3.3 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de Ringslang (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (1-5km). De Ringslang is een watergebonden soort. Deze soort heeft rijk begroeide oevers nodig om in te jagen en om zich te kunnen verschuilen. Voor de voortplanting maakt deze soort gebruik van broeihopen van takken, stro en bladeren. Er zijn in en rond het plangebied geen rijk begroeide oevers aanwezig. De sloten in het plangebied hebben harde beschoeiingen. Ook liggen op het terrein geen broeihopen van takken, stro en bladeren. Het plangebied is niet geschikt als leefgebied voor de Ringslang. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. Op basis van de bureaustudie worden binnen het plangebied geen andere beschermde reptielen verwacht.

Watersnip Advies

15

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

4.3.4 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere beschermde zoogdieren voorkomen in de omgeving van het plangebied, namelijk Bunzing, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Konijn, Ree, Veldmuis (0-1km) en Aardmuis, Bosmuis, Dwergmuis, Vos en Wezel (1-5km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de provincie Utrecht. Tevens blijkt uit de bureaustudie dat de Waterspitsmuis (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (1-5km). De Waterspitsmuis komt voor langs schone sloten die niet te voedselrijk zijn. De sloten dienen een goede watervegetatie te hebben en ruige oevers. De Waterspitsmuis is zeer schuw en kan zich letterlijk doodschrikken van een hard geluid. De sloten in het plangebied hebben geen rijke watervegetatie en geen ruige oevers. De eisen die de Waterspitsmuis stelt aan zijn leefomgeving zijn niet aanwezig in het plangebied. De aanwezigheid van deze soort kan daarom worden uitgesloten. Er is binnen het plangebied geen geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde zoogdieren. Deze worden hier derhalve niet verwacht. 4.3.5 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (wnb-hrl).

Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende streng beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger, Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis (0-1km) en Rosse vleermuis (1-5km). Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. De aanwezige bomen in het plangebied hebben geen van allen een doorsnee van meer dan 35 cm. Er zijn geen holtes of gaten aangetroffen. De aanwezigheid van boombewonende vleermuizen kan worden uitgesloten. Bovendien blijven de bomen in het plangebied ongemoeid.

Figuur 9: Links binnenzijde schuur (4), rechts de schuur met werkplaats (3) Watersnip Advies

16

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

De hooitas (1), schuur (3) en schuur (4) hebben een dak van golfplaten. De hooitas (1) en schuur (4) zijn opgebouwd uit een enkele wand gepotdekselde planken van hout waardoor licht naar binnen valt. De hooitas heeft een open zolder en dient als garage. De moderne schuur (4) is ordelijk ingericht met materialen. De schuur (3) is ingericht als werkplaats en aan de binnenzijde strak afgewerkt, dit geldt zowel voor de werkplaats beneden en de ordelijke opslag op de zolder. De afwerking is direct tegen de houten buitenwand en golfplaten geplaatst. Er zijn geen invliegopeningen. In de stenen kopgevel aan de zuidoostkant van het pand bevinden zich geen invliegopeningen. Het achterste deel van deze schuur heeft een plat, bitumen dak. Deze schuur zal niet in zijn geheel worden afgebroken. De plannen zijn dat het hoge, zuidoostelijke deel van de schuur blijft staan en dat de lagere delen worden afgebroken. De daken zijn strak afgewerkt met boeidelen en voorzien van dakgoten, alles is in prima staat op dit aannemersbedrijf. Schuur (2) is opgetrokken uit steen met een strak pannendak van geglazuurde pannen. Het type pan dat is gebruikt is ‘Tuile du Nord’. Deze dakpan sluit op de vlakke rand van het boeideel waardoor er geen mogelijkheid is voor een vleermuis om onder de dakpan te kruipen. Ook ligt deze pan strak op de panlat.

Het deel van de pan dat oversteekt over het boeideel is te ondiep om goede beschutting te geven tegen weer en wind. De geglazuurde pannen zijn glad en bieden geen grip voor een vleermuis om aan te hangen. Zie foto’s (figuur 11, pagina 18) op locatie gemaakt van de constructie met panaansluiting. Het hele gebouw is strak afgewerkt. De enige openingen die aanwezig zijn bevinden zich ongeveer 30cm van de grond. Te laag om geschikt te zijn voor een vleermuis als invliegopening én voorzien van roosters met te nauwe openingen.

Figuur 10: Links: Binnenzijde van de hooitas (1) en rechts: stootvoeg en ventilatie in schuur (2)

Bij geen van de gebouwen zijn sporen (meststrepen of keutels) aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van vleermuizen.

Watersnip Advies

17

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

Figuur 10: Linksboven schuur (2), rechts en onder de constructie onder de dakpannen van schuur (2)

4.3.6 Overige soorten Uit de bureaustudie blijkt dat de Groene glazenmaker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (1-5km). De Groene glazenmaker is voor zijn voortplanting afhankelijk van de waterplant Krabbenscheer. Deze is niet aangetroffen in en rond het plangebied. De sloten zijn hierdoor niet geschikt als leefgebied voor de Groene glazenmaker. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. Op basis van de biotoopkenmerken worden binnen het plangebied geen andere beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten verwacht.

Watersnip Advies

18

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied.

5.1 Conclusies en aanbevelingen 

Het plangebied heeft geen directe relatie met beschermde gebieden (Natura2000, NNN-gebieden of ecologische verbindingszones). Het NNN-gebied ligt op ongeveer 300 m ten noorden van het plangebied. Het plangebied is niet geschikt als foerageergebied voor de doelsoorten van de nabij gelegen Natura2000-gebieden. Schade aan Natura2000-doelsoorten is derhalve niet aan de orde.

Voor een deel van de beschermde soorten (Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Meerkikker, Bunzing, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Konijn, Ree, Veldmuis, Aardmuis, Bosmuis, Dwergmuis, Vos en Wezel) geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Utrecht. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden.

Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. De bebouwing is niet geschikt als broedlocatie voor de Gierzwaluw en Huismus. Voor andere vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest, zoals roofvogels en uilen is het plangebied niet geschikt. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.

Uit de bureaustudie blijkt dat de Heikikker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) en de Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voor kunnen komen in het plangebied (0-1km). Het plangebied voldoet niet aan de eisen van deze soorten. De aanwezigheid van deze soorten in het plangebied kan worden uitgesloten. Op het moment dat er werkzaamheden plaats gaan vinden kan het plangebied mogelijk wel geschikt worden als voortplantings- en overwinteringsgebied voor de Rugstreeppad. Geadviseerd wordt te voorkomen dat er tijdens de voortplantingsperiode (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Daarnaast dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven van de Rugstreeppad voor overwintering te voorkomen.

Watersnip Advies

19

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de Ringslang (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (1-5km). Door de afwezigheid van geschikte oevers en locaties die dienen als voortplantingslocatie is het plangebied niet geschikt voor de aanwezigheid van de Ringslang. De aanwezigheid van de Ringslang in het plangebied kan worden uitgesloten.

Uit de bureaustudie blijkt dat de Waterspitsmuis (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (1-5km). Het plangebied zelf voldoet niet aan de eisen van de leefomgeving voor de Waterspitsmuis. De aanwezigheid van deze soort in het plangebied kan worden uitgesloten.

Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende streng beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger, Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis (01km) en Rosse vleermuis (1-5km). De aanwezige bomen zijn door hum omvang en afwezigheid van holtes niet geschikt als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. De hooitas (1), schuur (3) en schuur (4) zijn door het gebruik van de bouwmaterialen en de strakke afwerking niet geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen. Deze opstallen zijn niet geschikt als verblijf voor vleermuizen door het ontbreken van spouw, het dak van golfplaten en een tochtig klimaat. De schuur (2) is uit baksteen opgetrokken en is strak afgewerkt. De dakpannen zijn geglazuurd en glad en bieden geen grip voor vleermuizen. De pannen liggen strak op de boeidelen en de panlatten waardoor er geen ruimte is om onder de dakpannen te kruipen. Het overstekende deel van de pan is te ondiep om goede beschutting te geven tegen weer en wind. De ventilatiegaten in de muren zitten te dicht bij de grond om als invliegopening te dienen voor vleermuizen. De aanwezigheid van boom- en gebouwbewonende vleermuizen kan worden uitgesloten.

Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. Dat is hier niet aan de orde. In de directe omgeving van het plangebied is voldoende alternatief aanwezig. De geplande werkzaamheden zullen geen schade veroorzaken aan de gunstige staat van instandhouding van de verschillende populaties vleermuizen.

Uit de bureaustudie blijkt dat de Groene glazenmaker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (1-5km). Het plangebied zelf voldoet niet aan de eisen van de leefomgeving voor de Groene glazenmaker door het ontbreken van Krabbenscheer. De aanwezigheid van deze soort in het plangebied kan worden uitgesloten.

Watersnip Advies

20

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

5.2 Samenvatting t.a.v. bescherming soorten  

Vogels: Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Rugstreeppad: Op het moment dat er werkzaamheden gaan plaatsvinden kan het plangebied mogelijk wel geschikt worden als voortplantings- en overwinteringsgebied. Geadviseerd wordt te voorkomen dat er gedurende de voortplantingsperiode (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.

5.3 Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. In het kader van de zorgplicht en om de biodiversiteit te vergroten en te versterken wordt geadviseerd om bij de nieuwe woning natuur-inclusief te bouwen. Dit houdt in dat er in de woning ruimte gemaakt wordt voor bijv. Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen. Dit kan door het inbouwen van kasten voor de vleermuis, het gebruik van gierzwaluwpannen en vogelvides en het aanbrengen van kunstnesten voor huiszwaluwen.

Watersnip Advies

21

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

Watersnip Advies

22

19A043 EO Noord-Linschoterzandweg 7 Snelrewaard

6 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. Uitgeverij 12 Provinciën, Topografische Atlas Utrecht, 1:25.000, Landsmeer, 2016 2. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), dec 2015 3. Ecologica, Wet natuurbescherming, samenvatting wijzigingen natuurwetgeving, 5 november 2018 4. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 5. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur 2013. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. 6. ‘NDFF - quickscanhulp.nl 03-05-2019 08:17:03' Geraadpleegde internetsites: 7. www.rijksoverheid.nl 8. www.bij12.nl 9. www.rvo.nl 10. www.ravon.nl 11. www.vleermuis.net 12. www.zoogdiervereniging.nl 13. www.floron.nl 14. www.floravannederland.nl 15. www.vogelbescherming.nl 16. www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/provinciale-0/ 17. webkaart.provincie-utrecht.nl/viewer/app/Webkaart 18. ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl 19. www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx 20. waarneming.nl

Watersnip Advies

23

Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 29031331 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/389/documents/11677