Raadsvoorstel 'Vaststellen bestemmingsplan Kardeel 20' - Bijlage 2 (Bestemmingsplan).pdf
Tekst van het document
20 februari 2021
1/2
20 februari 2021 058900.20201442 drs. W. Kraaijeveld NL.IMRO.0589.BPKardeel20-ON01 Ontwerp
2/2
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Geldend planologisch kader
8
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
9
2.1
Strijdigheid planvoornemen met de huidige regeling
9
2.2
Wenselijke aanpassing
9
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
11
3.1
Toetsing
11
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
13
4.1
Inleiding
13
4.2
Milieueffectrapportage
13
4.3
Wegverkeerslawaai
13
4.4
Verkeer en parkeren
14
4.5
Water
15
4.6
Bodem
16
4.7
Archeologie en cultuurhistorie
16
4.8
Externe veiligheid
17
4.9
Bedrijven en milieuhinder
18
4.10
Ecologie
18
4.11
Luchtkwaliteit
19
4.12
Bezonning
19
4.13
Kabels en leidingen
20
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
21
5.1
Algemeen
21
5.2
Bestemmingsregels
21
5.3
Algemene regels
21
5.4
Overgangs- en slotregels
22
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
23
6.1
Economische uitvoerbaarheid
23
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
23
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
4
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 2
Bezonningsstudie
Bijlage 3
Stukken omgevingsvergunning
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
35
Artikel 1
Begrippen
35
Artikel 2
Wijze van meten
39
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
41
Artikel 3
Tuin
41
Artikel 4
Wonen
42
Hoofdstuk 3
Algemene regels
45
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
45
Artikel 6
Algemene bouwregels
46
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
47
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels
48
Artikel 9
Overige regels
49
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
51
Artikel 10
Overgangsrecht
51
Artikel 11
Slotregel
52
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
TOELICHTING
6
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de oostzijde van de kern Oudewater ligt de wijk Noort Syde II. In 2000 is het bestemmingsplan De Noort Syde II vastgesteld waarin de bouw van circa 300 woningen is vastgelegd. In 2013 is een nieuw bestemmingsplan vastgesteld waarin de geactualiseerde bouwopgave is verwerkt. Deze regeling is in 2017 integraal overgenomen in een beheersverordening. De afgelopen jaren is de wijk ontwikkeld. Aan Kardeel 20 ligt een laatste perceel om bebouwd te worden. Als gevolg van omissies in de bouwregels van het geldende bestemmingsplan is het niet mogelijk een omgevingsvergunning voor het bouwen van een twee-onder-een-kap-woning te verlenen. Om de bouw van de beoogde woningen mogelijk te maken, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied betreft het perceel Kardeel 20. Figuur 1.1 geeft de ligging van het plangebied weer. Dit perceel wordt aan de oostzijde begrensd door het Jijnpad. Aan de zuidzijde grenst de locatie aan de tuinen van de woningen aan de Wantslag. De oostzijde wordt begrensd door de watergang. Aan de noordzijde bevindt zich een groenstrook.
Figuur 1.1: Ligging plangebied
Rho adviseurs voor leefruimte
(bron: Arcgis luchtfoto 2019)
058900.20201442
8
1.3
Geldend planologisch kader
Ter plaatse geldt de beheersverordening 'Oudewater en landelijk gebied Hekendorp en Papekop', vastgesteld op 28 september 2017. De locatie bevindt zich binnen deze beheersverordening in het besluitvlak 'De Noort Syde II', binnen dit besluitvlak gelden de regels zoals in het bestemmingsplan 'De Noort Syde II', vastgesteld op 4 juli 2013. Figuur 1.2 geeft een uitsnede van dit bestemmingsplan weer.
Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan 'De Noort Syde II' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Ter plaatse geldt de bestemming Wonen met een maximum bouwhoogte van 8 meter en een maximum goothoogte van 4,2 meter. Voor de voorgevelrooilijn en langs de zijkant van het perceel geldt de bestemming Tuin.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 komt de ruimtelijke analyse van het plangebied aan de orde en wordt het initiatief beschreven. Vervolgens wordt de ontwikkeling in hoofdstuk 3 aan het actuele beleidskader getoetst dat relevant is voor het plangebied. In hoofdstuk 4 worden de relevante omgevingsaspecten en de bijbehorende onderzoeken beschreven. Een toelichting op de juridische regeling van het plan is opgenomen in hoofdstuk 5. Ten slotte gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
9
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Strijdigheid planvoornemen met de huidige regeling
De wens is ter plaatse een vrijstaande of een twee-onder-een-kap-woning te realiseren. Dit is echter niet mogelijk op basis van de geldende beheersverordening. Door een omissie in de regeling is het bouwplan op twee punten strijdig: 1. Aantal woningen Ten aanzien van het aantal woningen staat in artikel 9.2.1. het volgende: b. het bestaande aantal woningen per bouwperceel mag niet worden vergroot; c. in afwijking van het bepaalde onder b, bedraagt het aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'maximumaantal wooneenheden' ten hoogste het met de aanduiding genoemde aantal; Op de kavel is nog geen woning gerealiseerd en een aanduiding 'maximumaantal wooneenheden' mist. Daardoor is het niet mogelijk ter plaatse een woning te bouwen. 2.
2.2
Woningtype Ten aanzien van woningtypes is in artikel 9.2.1. het volgende opgenomen: d. hoofdgebouwen worden gebouwd in de volgende vorm: 1. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld': gestapeld; 2. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand': vrijstaand; 3. ter plaatse van de aanduiding 'twee aaneen': twee-aaneen; 4. indien geen van de onder 1, 2 en 3 genoemde aanduidingen is opgenomen: aaneengebouwd, met een maximum diepte van 10 m; Ter plaatse van de kavel mist een bouwaanduiding, waardoor enkel aaneengebouwde woningen zijn toegestaan. Dit betreffen drie of meer woningen. Een vrijstaande of twee-onder-een-kap-woning is hierdoor niet mogelijk.
Wenselijke aanpassing
Met voorliggend bestemmingsplan wordt de realisatie van één vrijstaande woning of een twee-onder-een-kap-woning mogelijk gemaakt. Ten opzichte van de geldende beheersverordening worden de volgende wijzigingen aangebracht: In de regels wordt opgenomen dat maximaal twee woningen binnen het bouwvlak zijn toegestaan. Het bouwvlak wordt vergroot en gesitueerd richting het Jijnpad. Binnen het bouwvlak is daarmee een twee-onder-een-kap-woning mogelijk. De aanduidingen 'vrijstaand' en twee aaneen' worden toegevoegd. Daardoor zijn beide woningtypen toegestaan.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
10
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
11
Hoofdstuk 3
3.1
Ruimtelijk beleidskader
Toetsing
Het geldende bestemmingsplan ging ter plaatse reeds uit van een woonbestemming. Voorliggend bestemmingsplan repareert de omissie in de bouwregels en maakt maximaal twee woningen mogelijk binnen een bestaande woonwijk. Gelet op de geringe grootte van de ontwikkeling zijn er geen raakvlakken of strijdigheden met het beleid op Rijks-, Provinciaal en gemeentelijk niveau.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
12
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
13
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de sectorale aspecten beschreven die voor dit bestemmingsplan relevant zijn. De resultaten en conclusies van de onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.
4.2
Milieueffectrapportage
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Onderzoek en conclusie De realisatie van 2 woningen betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject. De functie is reeds aanwezig en passend binnen de omgeving. Daarnaast zijn er geen significante milieueffecten en gevolge van de ontwikkeling.
4.3
Wegverkeerslawaai
Toetsingskader Ten aanzien van geluidhinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) aangewezen als geluidgevoelige objecten. Onderzoek en conclusie Uit de geluidscontourenkaart van de ODRU blijkt dat ter plaatse van het plangebied sprake is van geluidbelasting lager dan 38 dB. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
14
Figuur 4.1: Uitsnede geluidscontourenkaart ODRU (bron: odru.gispubliek.nl)
4.4
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Onderzoek en conclusie Voor twee-onder-een-kap-woningen geldt een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per woning. De benodigde parkeerplaatsen worden voorzien op eigen terrein. In artikel 9.2 is de parkeerbepaling opgenomen. De verkeersgeneratie ten gevolge van de twee woningen bedraagt op grond van een indicatieve berekening op basis van de kencijfers uit publicatie 381 van de CROW maximaal 15 mvt/etmaal. De realisatie van maximaal twee woningen ter plaatse zorgt niet voor knelpunten in de verkeersafwikkeling ter plaatse. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
15
4.5
Water
Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Waterschapsbeleid Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft haar ambities en langetermijnvisie vastgelegd in het waterbeheerplan Waterkoers 2016–2021. De Waterkoers is een koersdocument om te sturen op hoofdlijnen met als overkoepelende doel Samen werken aan een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. In de Waterkoers wordt op een niet-planmatige manier over het waterschapswerk gesproken, waarbij waterschapswerk breder is dan enkel beheer van water. Water is een belangrijke pijler van een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Vanuit deze achtergrond werkt Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden samen met de ruimtelijke ordening aan bescherming tegen overstromingen, een gezond grond- en oppervlaktewatersysteem en het zuiveren van afvalwater. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe van ruimtelijke adaptatie (Deltabeslissing, www.ruimtelijkeadaptatie.nl). Dit houdt in dat de bebouwde omgeving in 2050 nog steeds aantrekkelijk is om te leven en dat uiterlijk in 2020 ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig zijn opgebouwd en getoetst. Het minimale uitgangspunt voor planontwikkelingen is dat een plan/project hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld.
Doel hierbij is dat een plan/project geen (nadelige) gevolgen heeft voor de waterveiligheid, het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit en ecologie. Hiermee wordt geborgd dat de ontwikkeling van het gebied met betrekking tot wateraspecten duurzaam is. Gemeentelijk beleid De gemeente Oudewater heeft, 'Ambitieus en schoon', een gemeentelijk Waterbeleidsplan voor de periode 2020-2024 opgesteld met betrekking tot afval-, grond- en hemelwater. Het beleid van de gemeente Oudewater ten aanzien van het natuur- en oppervlaktewater (de singels, sloten, plassen en vijvers) wordt beschreven in het Groenblauw Omgevingsplan. Wat betreft het afvalwater worden stappen gemaakt op gebied van energiebesparing, ontwerpen van nieuwe milieuvriendelijke riolering en het terugwinnen van energie en grondstoffen uit afvalwater. Voor het grondwater wordt gekozen voor een ambitieuze benadering met betrekking tot te hoge grondwaterstanden en een basisbenadering jegens te lage grondwaterstanden. Voor het hemelwater wordt hoog ingezet op een natuurlijke omgang, omdat dit nodig is voor het realiseren van een waterbestendig Oudewater en het vasthouden van water voor droge periodes. Onderzoek en conclusie Het plangebied bestaat uit een grasveld. Door de ontwikkeling van de woningen wordt dit gebied verhard.
In het kader van het bestemmingsplan De Noort Syde, waar het gebied eerder onderdeel van uitmaakte, is reeds compenserend water gerealiseerd ten noorden van de wijk. Voor de beoogde ontwikkeling is dus geen watercompensatie meer benodigd. Daarnaast vinden er geen werkzaamheden plaats nabij waterkeringen of watergangen van het Hoogheemraadschap. Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
16
4.6
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Onderzoek en conclusie In Bijlage 1 is het verkennend bodemonderzoek toegevoegd. Hieruit blijkt de kwaliteit van de bodem ter plaatse geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van woningen. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.7
Archeologie en cultuurhistorie
Toetsingskader De Nederlandse bodem zit vol met archeologische waarden. Met de ondertekening van het Europese verdrag van Valletta in 1992, een verdrag over behoud en beheer van het archeologische erfgoed, hebben de lidstaten zich tot doel gesteld het bodemarchief te beschermen. Met ingang van 1 september 2007 is het Verdrag van Valletta geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving door middel van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), waardoor het verdrag een juridisch fundament kreeg. Deze wijzigingswet heeft onder meer wijzigingen aangebracht in de Monumentenwet 1988. De Monumentenwet is op 1 juli 2016 deels (met een overgangstermijn tot de Omgevingswet) vervangen door de Erfgoedwet. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed. Naast de Monumentenwet vervangt de Erfgoedwet ook andere wetten zoals de Wet tot behoud van cultuurbezit. Onderzoek en conclusie Archeologie Op basis van de geldende beheersverordening zijn de gronden - behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen - tevens zijn bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden. In de beheersverordening wordt verwezen naar de nota 'Actualisatie Archeologiebeleid 2015' of een nieuwe nota indien actualisatie plaatsvindt. Voor het plangebied geldt een lage archeologische verwachting.
Bij bodemingrepen vanaf 10.000 m 2 en 30 cm -mv is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Cultuurhistorie Ter plaatse bevinden zich geen monumenten of cultuurhistorische structuren. Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
17
4.8
Externe veiligheid
Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Onderzoek Risicovolle inrichtingen Er bevinden zich geen risicovolle inrichtingen in de nabijheid van het plangebied. Transport gevaarlijke stoffen Verder vindt er transport van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor (traject Gouda-Harmelen), ten noorden van het plangebied. Het invloedsgebied voor dit spoor bedraagt 4 kilometer. Het spoor bevindt zich op circa 2,2 kilometer en daarmee ligt het plangebied binnen het invloedsgebied. Echter, het plangebied bevindt zich niet binnen de 200 meter vanaf de transportroute, waardoor een berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk is. Vanwege de ligging in het invloedsgebied moet wel een beknopte verantwoording voor het groepsrisico worden opgesteld. Beknopte verantwoording Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn.
De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via het Jijnpad en de Wantslag. Deze wegen sluiten aan op het verdere wegennetwerk van de kern Oudewater. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Het wegennetwerk biedt daarnaast vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen maximaal 2 woningen gerealiseerd worden. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. Bij deze groepen wordt echter ervan uitgegaan dat in geval van nood de verzorgers/ouders de kinderen en ouderen zullen begeleiden. Als gevolg van een incident met toxische stoffen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen.
Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van het spoor (traject Gouda-Harmelen), waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Uit de beknopte verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
18
4.9
Bedrijven en milieuhinder
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Onderzoek en conclusie Het plangebied bevindt zich in een woonwijk waar in de directe omgeving enkel woonfuncties aanwezig zijn. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden geen bedrijven belemmerd in hun bedrijfsvoering en is ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect bedrijf- en milieuzonering vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.10
Ecologie
Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. Toetsing en conclusie Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een natuurgebied met beschermde status. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied (Uiterwaarden Lek) ligt op 9 kilometer afstand. Gelet op deze afstand en de geringe grootte van de ontwikkeling, wordt geen toename van stikstofdepositie op deze gebieden ten gevolge van de ontwikkeling verwacht. Soortenbescherming Het plangebied bestaat uit gras wat regelmatig gemaaid wordt. Ter plaatse worden geen beschermde dier- of plantensoorten verwacht. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
19
4.11
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk onderbouwing uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen.
Onderzoek en conclusie De realisatie van maximaal twee woningen valt onder het Besluit niet in betekenende mate en hoeft daarom niet aan de grenswaarden te worden getoetst. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2019 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Johan J. Vierbergenweg ten westen van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2018 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lag. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen voor de Johan J. Vierbergenweg in 2018; 17,9 µg/m³ voor NO2, 19,3 µg/m³ voor PM10 en 11,8 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 7,1 dagen. Naarmate van de weg af wordt gegaan, nemen de concentraties luchtverontreinigende stoffen af. Ook ter plaatse van het plangebied kan daarom gesteld worden dat wordt voldaan aan deze waarden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.12
Bezonning
Toetsingskader Er zijn in Nederland geen wettelijke eisen gesteld aan de hoeveelheid zon dat op of in een gebouw minimaal dient toe te treden. Voor woningen is door TNO een richtlijn opgesteld. Sommige gemeenten waaronder Den Haag hebben in aanvulling op deze TNO richtlijn een eigen richtlijn opgesteld. De gemeente Oudewater hanteert geen specifieke bezonningsnorm. Onderzoek en conclusie In Bijlage 2 is een bezonningsstudie toegevoegd. Hieruit blijkt dat de invloed van de nieuwbouw beperkt is. Er is ter plaatse van Kardeel 22 nauwelijks extra schaduw door de voorgenomen nieuwbouw te verwachten.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
20
4.13
Kabels en leidingen
Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
21
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Artikel 1 Begrippen De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.
5.2
Bestemmingsregels
Artikel 3 Tuin Gronden voor woningen en naast woningen grenzend aan openbaar gebied zijn bestemd als Tuin. Deze gronden mogen gebruikt worden als tuin behorend bij de woning, waarbij bebouwing slechts in zeer beperkte zin is toegestaan. Artikel 4 Wonen De beoogde woningen zijn toegestaan binnen Wonen. Hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. Het maximum aantal woningen bedraagt 2. Op de verbeelding zijn de aanduidingen 'vrijstaand' en 'twee-aaneen' opgenomen. Beide woningtypen zijn hiermee toegestaan.
5.3
Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Artikel 6 Algemene bouwregels Dit artikel bevat de bepaling 'Overschrijding bouwgrenzen'. Dit is een regeling voor beperkte en ondergeschikte overschrijding van de grenzen van bouwvlakken. Artikel 7 Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van de regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
22
Artikel 8 Algemene wijzigingsregels Dit artikel maakt het mogelijk om de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen wanneer dit benodigd is voor een technisch betere realisering van bestemmingen. Deze bevoegdheid mag nadrukkelijk niet worden gebruikt om zodanig aanzienlijke wijzigingen van bestemmingen te bewerkstelligen, dat daarmee de essentie van het plan wezenlijk wordt veranderd Artikel 9 Overige regels Dit artikel bevat de bepaling 'Werking wettelijke regeling'. Hierin is bepaald dat wanneer in de regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen, deze gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Daarnaast is in dit artikel geborgd dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en laad- en losruimte.
5.4
Overgangs- en slotregels
Artikel 10 Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 10.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 10.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Artikel 11 Slotregel De slotregel beschrijft op welke wijze de regels aangehaald moeten worden.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
23
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het project richt zich op de bouw van twee woningen door particuliere opdrachtgevers. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Het project betreft een particulier initiatief. Er is een grondexploitatie voor dit gebied. verkoopt een bouwkavel met een bouwtitel.
6.2
De gemeente
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de verschillende overlegpartners. De ingekomen reacties worden van een beantwoording voorzien. Ter inzagelegging Het ontwerp bestemmingsplan wordt samen met de ontwerp omgevingsvergunning voor bouwen gedurende zes weken ter inzage gelegd (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
24
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
14
Figuur 4.1: Uitsnede geluidscontourenkaart ODRU (bron: odru.gispubliek.nl)
4.4
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Onderzoek en conclusie Voor twee-onder-een-kap-woningen geldt een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per woning. De benodigde parkeerplaatsen worden voorzien op eigen terrein. In artikel 9.2 is de parkeerbepaling opgenomen. De verkeersgeneratie ten gevolge van de twee woningen bedraagt op grond van een indicatieve berekening op basis van de kencijfers uit publicatie 381 van de CROW maximaal 15 mvt/etmaal. De realisatie van maximaal twee woningen ter plaatse zorgt niet voor knelpunten in de verkeersafwikkeling ter plaatse. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
26
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
27
Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
28
Rho adviseurs voor leefruimte
058900.20201442
Behorend bij besluit: OLO4888551 Datum: 02 juni 2020 Namens het College van B&W van de gemeente Oudewater:
PROJECT 29894 VERKENNEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK KARDEEL, KAVEL 20 TE OUDEWATER
Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl
bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies
Project 29894
Titel
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Kardeel, kavel 20 te Oudewater
Projectleider
Dhr. B.P.M. Smeulders
Adviseur
Dhr. M.G.J. van Leeuwen
Datum rapport
23 oktober 2018
Opdrachtgever
Gemeente Oudewater Postbus 100 3420 DC Oudewater
Contactpersoon
Dhr. T. Hoijng
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.1.7 van de BRL SIKB 2000.
Project 29894
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN DOEL
1
2
TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige en toekomstige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Voorgaand onderzoek 2.5 Hypothese en onderzoeksopzet
2 2 2 2 3 3
3
VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater
4 4 4 4 4
4
CHEMISCHE ANALYSES 4.1 Toetsingskader 4.2 Analyses grond 4.3 Analyses grondwater
5 5 6 6
5
ASBESTANALYSES 5.1 Toetsingskader asbest 5.2 Analyses asbest
7 7 7
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
8
BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V
: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Verklarende woordenlijst
1
1
Project 29894
INLEIDING EN DOEL Door de gemeente Oudewater is aan Grondslag BV opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek inclusief verkennend asbestonderzoek op een perceel aan de Kardeel te Oudewater. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen verkoop van de locatie en de aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw). Het perceel valt binnen plangebied Noort Syde. Men is voornemens om op het perceel een nieuw woonhuis te bouwen. Het doel van het chemisch onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en het beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde woonbestemming. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning te bepalen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigd is met asbest. Met het verkennend onderzoek wordt een indicatief asbestgehalte bepaald, aan de hand waarvan kan worden bepaald of nader onderzoek noodzakelijk is. Het bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de NEN 5740/A1 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de NEN 5707+C1 (Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek).
Project 29894
2
2
TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.
2.1
Afbakening onderzoekslocatie Het perceel kardeel 20 is kadastraal (nu nog) bekend als gemeente Snelrewaard, sectie C, nummer 1121. Het betreft openbare ruimte. Het perceel moet nog gescheiden worden. De xen y-coördinaten van het perceel zijn 119,7 en 449,3. Het perceel heeft een oppervlakte van ca. 4000 m2. De onderzoekslocatie bestaat uit een klein deel van het huidige perceel, de toekomstige bouwkavel (circa 850 m2). De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.
2.2
Huidige en toekomstige situatie De locatie is op dit moment braakliggend. Het is in verleden in gebruik geweest als weiland en zal in de toekomst worden bebouwd. De locatie is geheel onverhard. Het betreft een locatie aan de buitenrand van Oudewater. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.
2.3
Historie tot op heden Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - opdrachtgever - omgevingsdienst - oud kaartmateriaal - www.bodemloket.nl Volgens informatie van de opdrachtgever zijn ter plaatse van of nabij de onderzoekslocatie geen vloeibare brandstoffen toegepast of opgeslagen. Er zijn geen motorvoertuigen onderhouden en/of gerepareerd. Op of nabij de locatie zijn, voor zover bekend, geen ondergrondse brandstoftanks aanwezig (geweest). Er zijn op het perceel, voor ontsmettingsmiddelen gebruikt.
zover
bekend,
geen bestrijdingsmiddelen en/of
Zover bekend zijn er geen sloten gedempt, is er niet structureel afval gestort of verbrand en is het maaiveld niet opgehoogd. Voor zover bekend zijn er geen (grote) obstakels, zijnde puin, funderingsresten, slakken, sintels en/of asfalt in de bodem aanwezig. Voor zover bekend hebben zich op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan, waardoor mogelijk bodemverontreiniging zou kunnen zijn ontstaan. Bij www.bodemloket.nl is geen informatie aangaande de onderzoekslocatie bekend. In de nabije omgeving zijn geen grootschalige gevallen van bodemverontreiniging bekend.
3
2.4
Project 29894
Voorgaand onderzoek Op de onderzoekslocatie is in 2010 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (VBO, Noort Syde II-B te Oudewater’, Grondslag BV, project 16218, d.d. 20 mei 2010). Het betreft een onderzoek van het grotere plangebied Noort Syde. Onderhavig locatie is gelegen ter hoogte van boring 07 en 08 uit dit onderzoek. Het monster van de bovengrond van boring 8 is meegenomen in een mengmonster en ter analyse aangeboden. Hierin zijn enkele lichte verhogingen aan zware metalen aangetoond.
2.5
Hypothese en onderzoeksopzet Ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt voorafgaand aan het bodemonderzoek geen verontreiniging verwacht boven de lokale achtergrondwaarden als aangetoond in voorgaand onderzoek. De locatie wordt aangemerkt als onverdacht. Het onderzoek volgt de "Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL)" van de NEN 5740. Asbestonderzoek Voor de locatie geldt op basis van het vooronderzoek geen concrete verdenking op de aanwezigheid van een asbestverontreiniging. De locatie wordt aangemerkt als onverdacht voor asbest. Ter bevestiging van deze hypothese wordt een onderzoek verricht de conform de onderzoeksstrategie voor een kleinschalig onverdachte locatie van de NEN 5707. Algemeen Opgemerkt dient te worden dat een verkennend bodemonderzoek volgens een steekproefsgewijze opzet wordt uitgevoerd. Tevens dient het bodemonderzoek beschouwd te worden als een tijdelijk vastgestelde status van de bodemkwaliteit ter plaatse. Derhalve kan in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij een toekomstige bestemmingswijziging of aanvraag van een omgevingsvergunning) de geldigheidsduur van het onderzoek beperkt zijn. Tevens wordt opgemerkt dat in het veld wordt getracht om conform de NEN 5707 monsters te nemen van minimaal 10 kg droge stof voor de asbestanalyse.
Hiervoor wordt in het veld een schatting gemaakt van het percentage droge stof en worden de monsters in het veld gewogen. Desondanks kan het voorkomen dat de monsters, na droging in het laboratorium, een kleiner gewicht blijken te hebben. Doorgaans betreft dit een geringe afwijking, waardoor het ons inziens geen invloed heeft op de betrouwbaarheid van het onderzoek.
Project 29894
4
3
VELDWERK
3.1
Uitvoering De verrichtingen zijn uitgewerkt in onderstaande tabel: Tabel 3.1: Uitgevoerde werkzaamheden Verrichting
Datum
Persoon
Geldend protocol
Verrichten boringen en plaatsen peilbuizen
8 oktober 2018
dhr. J.T. Verhoef
2001
Maaiveldinspectie en inspectiegaten asbest
8 oktober 2018
dhr. J.T. Verhoef
2018
Grondwatermonstername
15 oktober 2018
dhr. I. Hasselt
2002
In totaal zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie zes boringen verricht (nrs. 101 t/m 106). De boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie verricht. Boring 101is voorzien van een peilbuis. Alle boringen zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 0,5 m-mv. De boringen 101 en 105 zijn doorgezet tot een diepte van respectievelijk 2,4 en 1,5 m-mv. Voor het asbestonderzoek is het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd. Vervolgens zijn vijf (102 t/m 106) inspectiegaten gegraven (in combinatie met het verkennend bodemonderzoek). De uitkomende bodem is visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. De gaten voor het asbestonderzoek zijn 0,3 x 0,3 meter breed en tot 0,5 m-mv gegraven. De monsterneming is handmatig uitgevoerd met behulp van een schep. De ligging van de boringen, de peilbuis en de inspectiegaten is weergegeven in bijlage I. 3.2
Resultaten
3.2.1 Grond Bodemopbouw Vanaf het maaiveld tot een diepte van 0,7 à 1,0 m-mv bestaat de bodem uit klei. De ondergrond bestaat tot de maximale boordiepte van 2,4 m-mv uit veen. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen In de bovengrond zijn ter plaatse van alle boringen zijn sporen baksteen, beton en/of plastic aangetroffen. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal in of op de bodem aangetroffen. 3.2.2 Grondwater In onderstaande tabel zijn de gegevens vermeld die zijn verzameld tijdens de monstername van het grondwater. Tabel 3.1: Veldwerkgegevens grondwater peilbuis
filterstelling (m-mv)
grondwaterstand pH (m-mv)
EC (mS/cm)
Troebelheid (NTU)
101
1,4-2,4
0,60
1,17
407
6,5
5
4
Project 29894
CHEMISCHE ANALYSES De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium.
4.1
Toetsingskader De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Hierin zijn de achtergrondwaarden (grond), streefwaarden (grondwater) en interventiewaarden (grond en grondwater) gedefinieerd. De tussenwaarde is het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond-/ streefwaarde en de interventiewaarde. Overschrijdingen van de normen kunnen worden geïnterpreteerd als een: lichte verhoging: matige verhoging: sterke verhoging:
gehalte > achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) gehalte > T-waarde (tussenwaarde) gehalte > interventiewaarde
De meetwaarden worden gecorrigeerd naar een standaard bodemtype met 25% lutum en 10% organische stof. Deze gestandaardiseerde meetwaarden worden berekend en getoetst via de landelijke toetsingsmodule BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice). De toetsing is opgenomen in bijlage III. De normen geldend voor grond voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Alleen als verhoogde bariumgehalten het gevolg zijn van een antropogene bron (menselijk handelen), kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen aan de voormalige normen. Het gehalte barium moet wel gemeten blijven worden. Conform de Wet Bodembescherming (Wbb) is de ernst van de verontreiniging gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ te spreken, dient voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ bodemvolume grondwater de interventiewaarde te worden overschreden. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging dat is ontstaan vóór 1987 geldt formeel een saneringsplicht. In de praktijk wordt een sanering alleen verplicht gesteld indien sprake is van actuele risico’s, of indien dat bij een functiewijziging (bijvoorbeeld bouw) noodzakelijk is.
Bij ongewijzigd gebruik en de afwezigheid van risico’s wordt bij een historische verontreiniging geen termijn aan de saneringsverplichting opgelegd. Indien de verontreiniging geheel of grotendeels na 1 januari 1987 is ontstaan, is sprake van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. Vanuit de zorgplicht in de Wet bodembescherming dient een nieuw geval van bodemverontreiniging, ongeacht de mate en omvang van de verontreiniging, in beginsel terstond te worden verwijderd.
Project 29894
6
4.2
Analyses grond De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III.
Tabel 4.1: Overschrijdingstabel grond Ref
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyseparameters
Overschrijding >AW
>T
>I
MM1 102 (0,00-0,50) 103 (0,00-0,50) 104 (0,00-0,50) 105 (0,00-0,50) 106 (0,00-0,50)
Baksteen+ Baksteen+ Baksteen+ plastic+ Baksteen+ beton+ Baksteen+ beton+
NEN-g
Hg, Pb
-
-
MM2 101 (1,00-1,50) 105 (0,70-1,20)
-
NEN-g
Co, Hg, Mo, min. olie#
-
Ni
ref : referentie op analysecertificaat waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) @ Ba : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920) getal# : het gehalte wordt veroorzaakt door humuszuren (natuurlijke herkomst)
Mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Door middel van dit analysepakket wordt een breed beeld verkregen van de kwaliteit van de grond. In het mengmonster van de bovengrond zijn hooguit enkele lichte verhogingen aangetoond. In het mengmonster van de ondergrond is een sterke verhoging aan nikkel aangetoond. Voor het overige zijn lichte verhogingen aan kobalt, kwik, molybdeen en minerale olie aangetoond. Uit het oliechromatogram blijkt dat de verhoging aan minerale olie wordt veroorzaakt door humuszuren (natuurlijke herkomst). 4.3
Analyses grondwater De analyseresultaten van het grondwater zijn weergegeven in tabel 4.2. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grondwater Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Analyseparameters
Overschrijding >S
>T
>I
101
1,4-2,4
NEN-gw
Ba
-
-
Het grondwater is geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Op deze wijze wordt een breed beeld verkregen van de grondwaterkwaliteit. In het grondwater is hooguit een lichte verhoging aan barium aangetoond.
7
5
Project 29894
ASBESTANALYSES De analyses zijn uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd laboratorium.
5.1
Toetsingskader asbest Voor asbest in grond geldt een interventiewaarde van 100 mg/kg ds gewogen, zoals opgenomen in bijlage 1 van de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’. Gewogen betekent dat de toetswaarde op de volgende manier wordt berekend: toetswaarde = gehalte serpentijn (chrysotiel) + 10 x gehalte amfibool (crocidoliet, amosiet, etc)
Wanneer de interventiewaarde voor asbest in de bodem wordt overschreden, dient conform de Wet bodembescherming een uitspraak te worden gedaan over de risico’s van de verontreiniging bij het huidig en toekomstig gebruik, op basis van een milieuhygiënisch saneringscriterium. Voor asbest geldt hiervoor het ‘Protocol Asbest’, opgenomen als bijlage in de hierboven genoemde circulaire. Voor asbest in grond geldt geen achtergrondwaarde. De interventiewaarde voor asbest ligt op het niveau van verwaarloosbaar risico. Grond met een asbestgehalte kleiner dan de interventiewaarde kan worden beschouwd als niet asbestverontreinigd. Toetsing verkennend onderzoek Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem met asbest, waarbij een indicatief gehalte wordt bepaald. Met een verkennend onderzoek wordt het asbestgehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. De toetswaarde voor nader onderzoek bedraagt hiermee 50 mg/kg ds. Indien het asbestgehalte uit het verkennend onderzoek kleiner is dan 50 mg/kg ds geldt er geen noodzaak tot nader onderzoek. Bij een asbestgehalte groter dan 50 mg/kg ds dient er wel nader onderzoek te worden uitgevoerd. 5.2
Analyses asbest Grove fractie (>2 cm) Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens de visuele inspectie van de opgegraven grond is eveneens geen asbestverdacht materiaal > 2 cm aangetroffen. Fijne fractie (<2 cm) Voor het onderzoek van de fijne fractie is één mengmonsters samengesteld. Het mengmonster is geanalyseerd op asbest. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV. Totaalresultaat Voor het totaalresultaat dienen de resultaten van de grove fractie en de fijne fractie te worden opgeteld. Zowel visueel als analytisch is op de locatie geen asbest aangetoond.
8
6
Project 29894
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie aan de Kardeel te Oudewater is vastgelegd. Behalve de chemische kwaliteit is tevens de aanwezigheid van asbest in de bodem onderzocht. Chemische kwaliteit De gestelde hypothese dat geen verontreiniging wordt verwacht boven de lokale achtergrondwaarden als aangetoond in voorgaand onderzoek, is niet bevestigd. Er is in de ondergrond een sterke verhoging aangetoond aan nikkel. Formeel gezien vormt deze verhoging aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Geadviseerd is om het mengmonster waarin de verhoging is aangetoond uit te splitsen, waarbij de deelmonsters separaat worden geanalyseerd op de verhoogde parameters (in dit geval nikkel). Het advies is door de gemeente Oudewater voorgelegd aan de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). Deze geven aan dat er geen noodzaak is tot uitsplitsing en separaat analyseren van de deelmonsters omdat: - er geen (humane) risico’s zijn en - er geen sprake is van hergebruik van grond uit dit kavel. Derhalve is aanvullend onderzoek achterwege gelaten. In de bovengrond en in het grondwater zijn verder hooguit lichte verhogingen aangetoond. Asbestonderzoek De gestelde hypothese dat de locatie onverdacht is op het voorkomen van asbest, is bevestigd. In de grond is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen.
De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. Algemeen De onderzoeksresultaten lijken, op basis van het advies van de ODRU, geen belemmeringen voor de afgifte van een omgevingsvergunning (onder bepaalde voorwaarden). De afgifte van de omgevingsvergunning blijft echter een beleidsmatige afweging van de gemeente zelf.
BIJLAGE I
2
N
21
19 17 1089
974 1037 973
1060 942 6125 943 944 945 946
6126 971
970 6127
969
968
13
11
B
ODW00 6784
15
9
7
5 3
Overzichtskaart
1
el rde Ka
28
26 24
1089
18
974 1037 973
22 1060 942 6125
943
104
n Jij
105
d pa
944 945
101
103
946 gras
106
15
6126
25
13
971 11
102 970
an
6127
W
27 9
969 7
968
Legenda
BOORPUNTENKAART Opdrachtgever: Gemeente Oudewater
Kamerik
Heerhugowaard
Steenwijk
Nijverheidsweg 7, 3471 GZ Tel: 0348-402103 Fax: 0348-402703
Galileistraat 69, 1704 SE Tel: 072-5729457 Fax: 072-5721744
Oevers 16, 8331 VC Tel: 0521-521924 Fax: 0521-521928
- boorpunt - boorpunt met peilbuis - onderzoekslocatie - perceelsgrens 969 - perceelsnummer - watergang 0
Project: Kardeel 20 te Oudewater
Schaal: 1:500
Project nummer: 29894
Getekend: JTE
5
10
15
20 m
Formaat: A4
Bestandsnaam: 29894tek.dwg Datum : 10-10-2018
BIJLAGE II
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Boring:
101
Boring: 0
0
gras Klei, matig zandig, matig humeus, sporen baksteen, sporen plastic, bruin
102 0
0
1
1 2 50
50
Klei, matig siltig, zwak humeus, lichtbruin
gras Klei, matig zandig, matig humeus, sporen baksteen, bruin, 30*30*50, 0stuks avm, 99%ff
50
50
2 100
100
Veen, bruin 3
150 4 200 5 240
Boring:
103
Boring: 0
0 1 2
gras Klei, matig zandig, matig humeus, sporen baksteen, bruin, 30*30*50, 0stuks avm, 99%ff
50
50
Boring: 0
gras Klei, matig zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, sporen beton, bruin, 30*30*50, 0stuks avm, 97%ff
50
2
70
Klei, matig siltig, zwak humeus, sporen baksteen, lichtbruin
106 0
0 1 2 50
gras Klei, matig zandig, matig humeus, sporen baksteen, sporen plastic, bruin, 30*30*50, 0stuks avm, 99%ff
50
50
Boring:
1 5 50
0
1 2
105 0
104
0
gras Klei, matig zandig, matig humeus, sporen beton, sporen baksteen, bruin, 30*30*50, 0stuks avm, 98%ff
50
Veen, bruin 100
3
4 150
150
Project: 29894 getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
BIJLAGE III
Project
29894
Certificaten
817304
Toetsing
T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
BoToVa 3.0.0
Toetsdatum: 19 oktober 2018 12:41
Monsterreferentie
5788684
Monsteromschrijving
MM1 102 (0-50) 103 (0-50) 104 (0-50) 105 (0-50) 106 (0-50)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
16.1
10
Lutum
% (m/m ds)
29.6
25
%
62.3
62.3
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
320
280
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.25
0.21
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
8.2
7.2
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
36
31
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.33
0.30
2.0 AW
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
85
75
1.5 AW
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
31
27
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
130
110
-
140
430
720
mg/kg ds
140
87
-
190
2595
5000
mg/kg ds
1
0.65
-
1.5
20.75
40
som PCBs (7)
mg/kg ds
0.005
< 0.0030
-
0.02
0.51
1
Monsterreferentie
5788685
Monsteromschrijving
MM2 101 (100-150) 105 (70-120) AW
T
I
920
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Sommaties som PAK (10)
Sommaties
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
69.4
10
Lutum
% (m/m ds)
9.9
25
%
17.7
17.7
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
490
960
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.06
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
11
21
1.4 AW
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
46
26
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.21
0.18
1.2 AW
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
32
21
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
4
4
2.7 AW
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
61
110
1.1 I
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
73
56
-
140
430
720
mg/kg ds
730
240
1.3 AW
190
2595
5000
mg/kg ds
0.84
0.28
-
1.5
20.75
40
mg/kg ds
0.01
0.0033
-
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Sommaties som PAK (10)
Sommaties som PCBs (7) Legenda @
Geen toetsoordeel mogelijk
xI
> Interventiewaarde
x AW
x maal Achtergrondwaarde
-
<= Achtergrondwaarde
Pagina 1 van 1
Project
29894
Certificaten
819718
Toetsing
T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb
Toetsversie
BoToVa 2.0.0
Toetsdatum: 19 oktober 2018 12:42
Monsterreferentie
5794367
Monsteromschrijving
101 (140-240)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Toetsoordeel
S
T
I
625
Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba)
µg/l
210
4.2 S
50
337.5
cadmium (Cd)
µg/l
< 0.2
-
0.4
3.2
6
kobalt (Co)
µg/l
3.1
-
20
60
100
koper (Cu)
µg/l
<2
-
15
45
75
Kwik (Hg) (niet vluchtig)
µg/l
< 0.05
-
0.05
0.175
0.3
lood (Pb)
µg/l
<2
-
15
45
75
molybdeen (Mo)
µg/l
<2
-
5
152.5
300
nikkel (Ni)
µg/l
3.4
-
15
45
75
zink (Zn)
µg/l
< 10
-
65
432.5
800
µg/l
< 50
-
50
325
600
benzeen
µg/l
< 0.2
-
0.2
15.1
30
ethylbenzeen
µg/l
< 0.2
-
4
77
150
naftaleen
µg/l
< 0.02
-
0.01
35.005
70
o-xyleen
µg/l
< 0.1
styreen
µg/l
< 0.2
-
6
153
300
tolueen
µg/l
< 0.2
-
7
503.5
1000
xyleen (som m+p)
µg/l
< 0.2
µg/l
0.2
-
0.2
35.1
70
1,1,1-trichloorethaan
µg/l
< 0.1
-
0.01
150.005
300
1,1,2-trichloorethaan
µg/l
< 0.1
-
0.01
65.005
130
1,1-dichloorethaan
µg/l
< 0.2
-
7
453.5
900
1,1-dichlooretheen
µg/l
< 0.1
-
0.01
5.005
10
1,1-dichloorpropaan
µg/l
< 0.2
1,2-dichloorethaan
µg/l
< 0.2
-
7
203.5
400
1,2-dichloorpropaan
µg/l
< 0.2
1,3-dichloorpropaan
µg/l
< 0.2
cis-1,2-dichlooretheen
µg/l
< 0.1
dichloormethaan
µg/l
< 0.2
-
0.01
500.005
1000
monochlooretheen (vinylchlori
µg/l
< 0.2
-
0.01
2.505
5
tetrachlooretheen
µg/l
< 0.1
-
0.01
20.005
40
tetrachloormethaan
µg/l
< 0.1
-
0.01
5.005
10
trans-1,2-dichlooretheen
µg/l
< 0.1
trichlooretheen
µg/l
< 0.2
-
24
262
500
trichloormethaan
µg/l
< 0.2
-
6
203
400
som C+T dichlooretheen
µg/l
0.1
-
0.01
10.005
20
som dichloorpropanen
µg/l
0.4
-
0.8
40.4
80
< 0.2
@
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Vluchtige aromaten
Sommaties aromaten som xylenen
Vluchtige chlooralifaten
Sommaties
Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform
µg/l
Toetsoordeel monster 5794367: Legenda @
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Streefwaarde
xS
x maal Streefwaarde
Pagina 1 van 1
Overschrijding Streefwaarde
630
BIJLAGE IV
Grondslag Kamerik T.a.v. de heer M. van Leeuwen Nijverheidsweg 7 3471 GZ KAMERIK
Uw kenmerk : 29894 Ons kenmerk : Project 817304 Validatieref. : 817304_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : BNUQ-HPUE-EXKF-GEWA Bijlage(n) : 2 tabel(len) + 2 oliechromatogram(men) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 15 oktober 2018 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckbachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.omegam.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 817304 : 29894 : Grondslag Kamerik
Monsterreferenties 5788684 = MM1 102 (0-50) 103 (0-50) 104 (0-50) 105 (0-50) 106 (0-50) 5788685 = MM2 101 (100-150) 105 (70-120) Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Matrix
: : : : :
Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
g
08/10/2018 08/10/2018 09/10/2018 5788684 Grond
08/10/2018 08/10/2018 09/10/2018 5788685 Grond
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droge stof % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)
62,3 16,1 29,6
17,7 69,4 9,9
Anorganische parameters - metalen S barium (Ba) mg/kg ds S cadmium (Cd) mg/kg ds S kobalt (Co) mg/kg ds S koper (Cu) mg/kg ds S kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds S lood (Pb) mg/kg ds S molybdeen (Mo) mg/kg ds S nikkel (Ni) mg/kg ds S zink (Zn) mg/kg ds
320 0,25 8,2 36 0,33 85 < 1,5 31 130
490 < 0,20 11 46 0,21 32 4,0 61 73
Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds
140
730
Organische parameters - aromatisch Polycyclische koolwaterstoffen: S naftaleen mg/kg ds S fenantreen mg/kg ds S anthraceen mg/kg ds S fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)antraceen mg/kg ds S chryseen mg/kg ds S benzo(k)fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)pyreen mg/kg ds S benzo(ghi)peryleen mg/kg ds S indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds S som PAK (10) mg/kg ds
< 0,05 0,06 < 0,05 0,13 0,07 0,12 0,10 0,17 0,18 0,15 1,0
< 0,12 < 0,12 < 0,12 < 0,12 < 0,12 < 0,12 < 0,12 < 0,12 < 0,12 < 0,12 0,84
Organische parameters - gehalogeneerd Polychloorbifenylen: S PCB -28 mg/kg ds S PCB -52 mg/kg ds S PCB -101 mg/kg ds S PCB -118 mg/kg ds S PCB -138 mg/kg ds S PCB -153 mg/kg ds S PCB -180 mg/kg ds S som PCBs (7) mg/kg ds