CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Vaststellen bestemmingsplan IJsselvere 17-19' - Bijlage 3 (Bestemmingsplan).pdf

Forum Ruimte 1 juni 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 5.: Raadsvoorstel ‘Vaststellen bestemmingsplan IJsselvere 17-19’20.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De tandartsenpraktijk ligt op circa 3,5 meter afstand ten oosten van het plangebied, waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. Schietvereniging De Doelen behoort conform de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) tot milieucategorie 4.1 (schietinrichting – binnenbanen: geweer- en pistoolbanen). Voor deze milieucategorie geldt op basis van geluid voor een rustige woonwijk een richtafstand van 200 meter en

Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

35

voor gemengd gebied een richtafstand van 100 meter. De schietvereniging ligt op circa 10,5 meter afstand ten zuidoosten van het plangebied, waarmee niet aan de richtafstand wordt voldaan. Uit bovenstaande blijkt dat voor de schietvereniging niet aan de richtafstand wordt voldaan. Echter, voor de schietvereniging geldt dat in de bestaande situatie reeds op korte afstand milieugevoelige objecten (woningen) zijn gelegen. De relevante geluidsbronnen zijn de schietactiviteiten en de ventilatoren. De schietactiviteiten vinden binnen plaats. In 2006 is een nieuwe ventilator geplaatst. Er is geconstateerd dat de ventilator is op voldoende hoogte geplaatst en op voldoende afstand van woningen zodat geen geur of geluidoverlast te verwachten is. Deze geluidsbronnen zijn op redelijk grote afstand tot de nieuwe woningen gelegen en het parkeren van bezoekers vindt plaats in de openbare ruimte en niet binnen de inrichting. Op basis hiervan kan beoordeeld worden dat er geen geluidhinder te verwachten is en dat aan de normen kan worden voldaan. Daarnaast is de schietvereniging enkel op vrijdagavond en de 1e woensdagavond van de maand geopend. Op die momenten kan er enige overlast van bezoekers te verwachten zijn, maar in de huidige situatie zijn hier tot op heden geen klachten over geweest. Dit maakt dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en nader onderzoek niet noodzakelijk is.

Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.10

Ecologie

Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening.

Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of

Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

36

beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Onderzoek Gebiedsbescherming Op de onderstaande kaart is te zien dat het plangebied geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied maakt eveneens geen onderdeel uit van een ander beschermd gebied, zoals Natura 2000, belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering natuur. Binnen een straal van 5 kilometer ligt het volgende Natura 2000-gebied: Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein op 4,8 km.

Dit is echter geen stikstofgevoelig gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige gebied is Uiterwaarden Lek, liggend op ca. 8 km afstand. Op basis van opgedane expertise kan worden aangenomen dat het nieuwe aantal vervoersbewegingen op ruim 4 km niet tot een significante stikstofdepositie leidt. Uit de stikstofberekeningen (zie bijlage 6) blijkt dat ook in de aanlegfase geen sprake is van stikstofdepositie.

Figuur 4.4: Locatie plangebied (rode cirkel) in een straal van ca. 2,5 km ten opzichte van ecologische hoofdstructuur NNN (groen) (bron: https://webkaart.provincie-utrecht.nl/viewer/) Soortenbescherming Uit de biotooptoets die is opgenomen in bijlage 7 blijkt dat met de voorgenomen plannen geen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

37

4.11

Duurzaamheid

Toetsingskader Het provinciaal beleid is vastgelegd in de Provinciale Structuurvisie 2013-2028. Bijbehorende kaders zijn vastgelegd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013. Hierin staat voor nieuwe ontwikkelingen binnen het stedelijk gebied dat het ruimtelijk plan een beschrijving moet bevatten van de wijze waarop rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. Bij zowel bouw als renovatie is het van belang dat nagedacht wordt over het gebruik van alternatieve vormen van energie en energiebesparende technieken. Hiermee dragen ruimtelijke plannen bij aan het doel van 10% duurzame energiegebruik in 2020 zoals verwoord in de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013. Gemeentelijk beleid De gemeenteraad van Oudewater heeft op 11 juli 2019 de Energie Agenda Oudewater aangenomen in de raad. Hierin is onder andere het uitgangspunt Energieneutraal bij nieuwbouw opgenomen. Energie neutrale nieuwbouw Het is onwenselijk om nog woningen te bouwen die niet kunnen voldoen aan de duurzaamheidsopgave. Er worden geen woningen meer gebouwd die niet aan de gestelde bouweisen in het duurzaamheidsbeleid voldoen. Er worden daarom slechts nog vergunning verstrekt voor de bouw van nieuwbouwwoningen die energie-neutraal zijn of dat met kleine aanpassingen kunnen worden.

Dit houdt in dat tijdens het ontwerp en de bouw van woningen reeds rekening gehouden moet worden met de mogelijkheid tot plaatsing van duurzame oplossingen zoals zonnepanelen, een warmtepomp et cetera. Het doel hiervan is om voortaan slechts nog gasloze, nul-op-de-meter nieuwbouw te realiseren. Om dit te bereiken wordt een duurzaamheidstoets in de bouwvergunning opgenomen. Gasloze woningbouw is de norm. Onderzoek en conclusie Zongericht bouwen Het betreft een appartementengebouw van drie bouwlagen met vier appartementen per etage, totaal 12 appartementen. De zes appartementen aan de voorzijde (noord / straatzijde) hebben uitzicht op straat en de historisch gracht van Oudewater. De buitenruimtes zijn bewust aan de oost en westzijde georiënteerd om ochtend en middag zon te “vangen” en het straatbeeld (zonder buitenruimtes) niet aan te tasten. De zes appartementen aan de achterzijde (zuid) hebben grotere gevelopeningen op de zonkant dan de appartementen op het noorden. Voor de bovenste appartementen aan de zuidzijde is zonwering opgenomen in het ontwerp. De daaronder gelegen appartementen hebben schaduw van het overstek van het bovenliggend balkon maar kunnen aan dit balkon ook zonwering bevestigen. Gasloos bouwen Gasloos bouwen is de norm. Er is nog geen onderzoek naar installaties en type warmtepomp gedaan.

Een bodemwarmtepomp zal als eerste onderzocht worden omdat deze een beter rendement heeft dan een luchtwarmtepomp. Een luchtwarmtepomp met buitenunit zal niet de voorkeur hebben vanwege het geluid van de buitenunit. Een luchtwarmtepomp zonder buitenunit zal ook onderzocht worden. PV panelen Op het platte dak is ruimte gereserveerd voor minimaal 21 zonnepanelen. Het platte dak is georiënteerd op de zuidzijde en uit het zicht van het voorgevelbeeld onttrokken om het historisch straatbeeld niet aan te tasten.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

38

Zonnewarmtecollector In overleg met de installateur zal onderzocht worden of er naast PV panelen behoefte en ruimte is naar zonnewarmtecollectoren tbv de warmtapwaterbehoefte. Een zonnewarmtecollector zal het rendement van de warmtepomp verhogen en de energiebehoefte verlagen. Ook zal de warmtepomp een langere levensduur hebben doordat deze alleen nodig is als er onvoldoende zonnewarmte beschikbaar is. Budget, ruimte van het platte dak en advies van de installateur zullen uitwijzen of een zonnecollector toegepast zal worden. Extra isolatie en kierdichting, douche-wtw, hotfill, ventilatie wtw De getoonde Rc waarden in de tekeningen zijn de minimale Rc waardes volgens Bouwbesluit. Door isolatiewaarden te verhogen en luchtdoorlatendheid (qv;10 waarde) te verlagen gaat het rendement omhoog en kunnen energieverliezen worden beperkt. Door het plaatsen van een douche-wtw kan de verloren warmte van het afvalwater van het douchen deels hergebruikt worden. Door een hotfill aansluiting van wasmachine en vaatwasser worden deze apparaten met water vanuit de ketel of warmtepomp gevoed. Elektrisch verwarmen in de machine kost meer energie in vergelijking met water uit de CV en warmtepomp. Door gebruik te maken van warmteterugwinning en/of sturing op basis van gebruik van de ruimtes (op CO2) wordt energie bespaard.

Deze bovenstaande extra maatregelen zijn nu niet opgenomen maar zullen met de installateur besproken en inzichtelijk gemaakt worden alvorens er een keuze gemaakt wordt.

4.12

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordenings- praktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2)

Toetsing van Grenswaarde Jaargemiddelde 40 µg/m³ concentratie Uurgemiddelde Max. 18 keer p.j. meer dan 200 concentratie µg/m³ Fijn stof (PM10) Jaargemiddelde 40 µg/m³ concentratie 24-uurgemiddelde Max. 35 keer p.j. Meer dan concentratie 50 µg / m³ Fijn stof (PM2,5) Jaargemiddelde 25 µg/m³ concentratie Tabel 4.3 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% toename van concentratie NO2 (stikstof dioxide) en PM10 (fijn stof) in de buitenlucht; Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

39

een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg.

WHO-adviesnormen Naast grenswaarden uit de Wet milieubeheer heeft de World Health Organisation (WHO) zogenaamde Air Quality Guidelines (AQG) opgesteld. Deze WHO-adviesnormen voor de buitenlucht zijn normen waaronder geen schadelijke gezondheidseffecten meer te verwachten zijn. De WHO-adviesnormen zijn vrijblijvender dan de wettelijke grenswaarden. Er is immers geen wettelijke verplichting om deze adviesnormen te behalen.  

de WHO adviseert voor PM2,5 een jaargemiddelde advieswaarde van 10 µg/m³ de WHO adviseert voor PM10 een jaargemiddelde advieswaarde van 20 µg/m³ .

Onderzoek De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 12 woningen. Dit aantal valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Uit de NIBM-tool blijkt dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse en vrijgesteld is van toetsing aan de grenswaarden. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Figuur 4.5: NIBM-tool In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2018 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de IJsselvere aan de noordzijde van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2017 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedroegen in 2017; 21,6 µg/m3 voor NO2, 19,1 µg/m3 voor PM10 en 11,5 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 7 dagen. Er wordt ruimschoots aan de grenswaarden voldaan. De toekomstige concentraties zullen in 2030 het volgende bedragen: 11,0 µg/m3 voor NO2, 15,7 µg/m3 voor PM10 en 8,6 µg/m3 voor PM2,5. De concentraties PM2,5 en PM10 voldoen in 2030 aan de advieswaarde van de WHO en GGD. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

40

4.13

Kabels en leidingen

Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

41

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Begrippen (Artikel 1) De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

5.2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Verkeer - Verblijfsgebied Het deel trottoir aan de voorzijde van het pand is bestemd als Verkeer - Verblijfsgebied. Ter plaatse zijn onder andere parkeervoorzieningen toegestaan. Artikel 4 Wonen Het appartementengebouw is bestemd als Wonen. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan. De maximum bouwhoogte is vastgelegd op de verbeelding. Artikel 5 Waarde - Archeologie Bouw- en grondwerkzaamheden zijn uitsluitend toegestaan wanneer (verkennend) archeologisch onderzoek is uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen archeologische waarden worden geschaad. Er is een beperkt aantal uitzonderingen op deze regeling, onder andere voor werkzaamheden die niet dieper reiken dan 30 cm of niet groter zijn dan 200 m2. Werkzaamheden die kunnen worden aangemerkt als regulier beheer en onderhoud zijn in ieder geval van deze verplichting gevrijwaard. Artikel 6 Waterstaat - Waterkering De in het plangebied aanwezige gronden die zijn aangewezen voor waterstaatkundige doeleinden worden beschermd via de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Het oprichten van bouwwerken binnen deze bestemmingen is in principe niet toegestaan. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan verlenen van deze bepaling. Voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning wint het college advies in bij de waterbeheerder.

Daarnaast moet er ontheffing op basis van de Keur aangevraagd worden bij de waterbeheerder.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

42

5.3

Algemene regels

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Artikel 8 Algemene bouwregels Dit artikel bevat twee algemene bepalingen. De eerst bepaling betreft 'Overschrijding bouwgrenzen'. Dit is een regeling voor beperkte en ondergeschikte overschrijding van de grenzen van bouwvlakken. De tweede bepaling heeft betrekking op de bestaande maten. Bepaald is dat bestaande maten, die meer of minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden. Herbouw is uitsluitend mogelijk indien deze op dezelfde plaats plaatsvindt. Op de genoemde afwijkingen is daarnaast het overgangsrecht niet van toepassing. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van de regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Dit artikel maakt het mogelijk om de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen wanneer dit benodigd is voor een technisch betere realisering van bestemmingen.

Deze bevoegdheid mag nadrukkelijk niet worden gebruikt om zodanig aanzienlijke wijzigingen van bestemmingen te bewerkstelligen, dat daarmee de essentie van het plan wezenlijk wordt veranderd Artikel 11 Overige regels Dit artikel bevat de bepaling "Werking wettelijke regeling". Hierin is bepaald dat wanneer in de regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen, deze gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Daarnaast is in dit artikel geborgd dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en laad- en losruimte.

5.4

Overgangs- en slotregels

Artikel 12 Overgangsrecht In artikel 31 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 31.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 31.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Artikel 13 Slotregel De slotregel beschrijft op welke wijze de regels aangehaald moeten worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

43

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Dit plan heeft betrekking op een particulier initiatief waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De gronden binnen het plangebied zijn in eigendom bij de initiatiefnemer. De kosten voor het bouw- en woonrijp maken van de kavel worden door de initiatiefnemer gedragen. Aangenomen wordt dat deze over voldoende financiële middelen beschikken om de ontwikkeling te kunnen realiseren. De gemeentelijke kosten met betrekking tot de planologische procedure en daaraan verwante kosten worden verhaald via een anterieure overeenkomst. Het is daarom niet nodig een exploitatieplan vast te stellen. Het plan wordt hiermee economisch uitvoerbaar geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de verschillende overlegpartners. De ingekomen reacties worden van een beantwoording voorzien. Ter inzagelegging Het ontwerp bestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen.

Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

44

Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

bijlagen bij de Toelichting

Bijlage 1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

Oudewater

IJsselvere 17-19 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, micr������ elke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk we�elijk een openbaar karakter hee�� ekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Woningbouw IJsselvere 17-19, Oudewater Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

44002151.20190986

05-11-2019

projectleider:

opdrachtgever:

drs. W. Kraaijeveld

AST Beheer B.V.

auteur(s):

drs. ing. R. aan de Wiel

��������

aangesloten bij:

RBOI - Rotterdam postbusbv150 Delftseplein 27b 3000 AD R�W erdam Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl

Inhoud

1.

Inleiding

3

2.

Plaats en kenmerken van het project

5

3.

Kenmerken van de milieueffecten

10

4.

Conclusie

16

1.1. 1.2. 1.3. 2.1. 2.2. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9.

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer

3 3 3

Plaats van het project Kenmerken van het project

5 7

Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Bodem en water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Sloop- en aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

10 10 11 12 13 14 14 15 15

44002151.20190986

3

1. Inleiding

1.1.

Aanleiding

AST Beheer B.V. is voornemens ter plaatse van de IJsselvere 17-19 te Oudewater 12 nieuwe appartementen te realiseren. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de vigerende beheersverordening ‘Oudewater en landelijk gebied Hekendorp en Papekop’. Om de realisatie van de appartementen juridisch-planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D (onderdeel D 11.2) van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 12 nieuwe appartementen en blijft daarmee (ruim) onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.

1.2.

Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de ism.e.r.-beoordeling gaat van het principe 'nee, tenzij'. Datgevolgen' wil zeggen, m.e.r.-procedure alleen noodzakelijk alsuit sprake is van 'belangrijke nadelige die een het volwaardige project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met betreffende de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3.

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit het conceptbestemmingsplan dat is opgesteld ten behoeve van de beoogde ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002151.20190986

5

2. Plaats en kenmerken van het project

2.1.

Plaats van het project

Het plangebied ligt aan de IJsselvere 17-19 in Oudewater (figuur 2.1). De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de IJsselvere. Aan de oostzijde bevindt zich een tandartsenpraktijk en aan de westzijde een winkel. De zuidzijde wordt begrensd door de tuinen van omliggende woningen. Aan de overzijde van de locatie bevindt zich een waterpartij die wordt omringd door groen.

Figuur 2.1: Ligging plangebied (rode contour). (Bron: Luchtfoto Kadaster 2018)

Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Het plangebied kent conform de archeologische beleidskaart van de gemeente Oudewater een hoge archeologische verwachtingswaarde. Voor deze verwachtingswaarde geldt een onderzoeksplicht voor activiteiten met een oppervlakte groter dan 50 m2 en bodemingrepen dieper dan 30 centimeter onder maaiveld. Ter plaatse van het plangebied zijn volgens het bestemmingsplan geen cultuurhistorische waarden aanwezig.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002151.20190986

6

Plaats en kenmerken van het project

Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 4,8 kilometer en betreft het gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ (figuur 2.2). Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland ligt op circa 710 meter (figuur 2.3). Verder is het plangebied eveneens niet gelegen binnen stiltegebied en waterbeschermingsgebied (figuur 2.4 en 2.5).

Figuur 2.2: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden. (Bron: AERIUS Calculator)

Figuur 2.3: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland. (Bron: Provincie Utrecht)

44002151.20190986

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Plaats en kenmerken van het project

7

Figuur 2.4: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van stiltegebieden. (Bron: Provincie Utrecht)

Figuur 2.5: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van waterbeschermingsgebieden. (Bron: Provincie Utrecht)

2.2.

Kenmerken van het project

De bestaande bebouwing aan de IJsselvere dateert hoofdzakelijk uit het begin van de vorige eeuw en is zeer divers. In de huidige situatie bevindt zich ter plaatse van het plangebied een pand waar een mix van kantoren en woningen is gevestigd. Aan de achterzijde van het pand bevinden zich enkele parkeerplaatsen en een opslagruimte. De beoogde ontwikkeling betreft de sloop van de bestaande bebouwing, waarna ter plaatse 12 nieuwe appartementen worden gerealiseerd (figuur 2.6). Het volume van het appartementencomplex wordt op zodanige wijze opgebouwd dat het oogt alsof 4 panden met de ruggen tegen elkaar staan. Op deze manier wordt een gebouw gecreëerd wat qua korrelgrootte passend is in de omgeving. Het complex vormt binnen echter wel één geheel. De bouwhoogte van het complex bedraagt 10,3 tot 10,6 meter en sluit daarmee aan bij de naastgelegen panden (het pand van de IJsselvere 15 heeft een bouwhoogte van 9,5 meter en de IJsselvere 21 - 23 heeft een bouwhoogte van 10,6 meter). Op het

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

44002151.20190986

8

Plaats en kenmerken van het project

achterste deel van het perceel worden parkeerplaatsen gerealiseerd. Tevens worden twee appartementen op de begane grond voorzien van een tuin aan de achterzijde.

Figuur 2.6: Ontwerptekening plangebied. (Bron: Jillis Kinkel Architect)

Figuur 2.7: Bouwhoogtes naastgelegen panden. (Bron: Jillis Kinkel Architect)

Ontsluiting De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de IJsselvere; een erftoegangsweg waar een maximum snelheid geldt van 30 km/u. In oostelijke richting leidt de weg naar het centrum van Oudewater. In westelijke richting leidt de weg naar de Utrechtsestraatweg (N228), vanwaar het hoofdwegennet kan worden bereikt. Verkeer en parkeren Aan de hand van kencijfers van het CROW is voor het plangebied de verkeersgeneratie berekend. Uit de berekening blijkt dat de verkeersgeneratie maximaal 88 mvt/etmaal (motorbewegingen per etmaal) bedraagt. Dit betekent een toename van 63 mvt/etmaal ten opzichte van de huidige situatie. De parkeerbehoefte is bepaald aan de hand van het voorgenomen programma en bedraagt 22 parkeerplaatsen. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling van het gebied worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk.

44002151.20190986

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Plaats en kenmerken van het project

9

Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

44002151.20190986

10

Kenmerken van de milieueffecten

3. Kenmerken van de milieueffecten

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het conceptbestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

3.1.

Verkeer en parkeren

Verkeer en ontsluiting De toename aan verkeersgeneratie bedraagt maximaal 63 mvt/etmaal. De toename is daarmee beperkt en de bestaande infrastructuur in de omgeving zal het extra verkeer hierdoor zonder problemen kunnen afwikkelen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten. Parkeren Op de achterzijde van het perceel worden 22 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarmee op eigen terrein in de parkeerbehoefte wordt voorzien. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.2.

Geluid

Inrichtingslawaai Grenzend aan het plangebied zijn wijnwinkel 'Grandi Vini', tandartsenpraktijk 'De Vest' en schietvereniging 'De Doelen' gelegen. Verder ligt het plangebied op een kleine 70 meter afstand van de N228 (Utrechtsestraatweg) en daarmee binnen de geluidzone van deze weg en bestaat de directe omgeving van het plangebied verder uit woningen. Het plangebied kan daarmee getypeerd worden als 'gemengd gebied'. Conform de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering behoort wijnwinkel 'Grandi Vini' tot milieucategorie 1. Voor deze milieucategorie geldt op basis van geluid voor gemengd gebied een richtafstand van 0 meter. Wijnwinkel Grandi Vini ligt op circa 7,0 meter afstand ten westen van het plangebied, waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. Een geluidseffect als gevolg van de beoogde ontwikkeling is daarmee uitgesloten. Ook tandartsenpraktijk 'De Vest' behoort conform de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering tot milieucategorie 1. Voor deze milieucategorie geldt op basis van geluid voor gemengd gebied een richtafstand van 0 meter. De tandartsenpraktijk ligt op circa 3,5 meter afstand ten oosten van het plangebied, waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. Een geluidseffect als gevolg van de beoogde ontwikkeling is daarmee uitgesloten.

44002151.20190986

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

11

Schietvereniging De Doelen behoort conform de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) tot milieucategorie 4.1 (schietinrichting – binnenbanen: geweer- en pistoolbanen). Voor deze milieucategorie geldt op basis van geluid voor gemengd gebied een richtafstand van 100 meter. De schietvereniging ligt op circa 10,5 meter afstand ten zuidoosten van het plangebied, waarmee niet aan de richtafstand wordt voldaan. Echter, voor de schietvereniging geldt dat in de bestaande situatie reeds op korte afstand milieugevoelige objecten (woningen) zijn gelegen. Bovendien is in de huidige situatie, voor zover bekend, geen sprake van geluidsoverlast. Dit maakt dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en een geluidseffect als gevolg van de beoogde ontwikkeling kan worden uitgesloten. Wegverkeerslawaai Woningen zijn geluidgevoelige functies waarvoor op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden indien deze gelegen zijn binnen de geluidzone van een weg, spoorweg of industrieterrein. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de N228. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is zodoende akoestisch onderzoek uitgevoerd door Rho Adviseurs (Rho adviseurs, 9 oktober 2019, projectnummer 44002151.20190986). Dit onderzoek is toegevoegd als de bijlage bij het bestemmingsplan.

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de cumuleerde geluidbelasting voor de zes appartementen aan de achterzijde van het appartementencomplex als goed wordt beoordeeld. De geluidkwaliteit voor de zes appartementen aan de voorzijde is echter slecht beoordeeld. De geluidwering van de gevels dient minimaal te voldoen aan de standaardeis van een geluidwering van 20 dB conform het Bouwbesluit. Echter, met de huidige eisen aan de energieprestatie van nieuwe woningen wordt doorgaans reeds een geluidwering van 25 tot 30 dB bereikt. Hiermee kan een aanvaardbaar geluidniveau in alle appartementen worden bereikt. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen dan ook worden uitgesloten.

3.3.

Luchtkwaliteit

De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bedraagt maximaal 88 mvt/etmaal. De maximale bijdragen als gevolg van deze verkeersgeneratie zijn berekend met behulp van de NIBM-tool (tabel 3.1). De maximale bijdrage voor NO2 bedraagt 0,09 µg/m³. Voor PM10 bedraagt de maximale bijdrage 0,01 µg/m³. Uit de berekening blijkt dat de beoogde ontwikkeling ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarde.

Tabel 3.1: Resultaten NIBM-tool.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2018) die bij het Nationaal

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

44002151.20190986

12

Kenmerken van de milieueffecten

Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende wegen betreffen de N248 (Utrechtse straatweg) en de IJsselvere. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2017 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze wegen ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor de N248 bedroegen in 2017; 21.6 µg/m3 voor NO2, 19.1 µg/m3 voor PM10 en 11.5 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 7 dagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor de IJsselvere bedroegen in 2017; 20.1 µg/m3 voor NO2, 18.8 µg/m3 voor PM10 en 11.4 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6.7 dagen. Aangezien direct langs deze wegen ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de maatgevende wegen ligt. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.4.

Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid

Externe veiligheid De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, is in de nabije omgeving van het plangebied de risicovolle inrichting 'Autobedrijf R.W. van Schaijk en Zn' gelegen. Het plangebied is niet gelegen binnen de PR 10-6 contour van de inrichting. Het invloedsgebied reikt tot een afstand van 285 meter. Het plangebied is op circa 175 meter afstand van het autobedrijf gelegen en valt daarmee binnen het invloedsgebied. Echter, door de beoogde ontwikkeling zal de personendichtheid beperkt toenemen. Daarnaast ligt een deel van de bestaande kern van Oudewater binnen het invloedsgebied en ligt in de huidige situatie het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde. Verder blijkt uit de voor de beoogde ontwikkeling opgestelde beknopte verantwoording dat de zelfredzaamheid en bereikbaarheid als voldoende worden beschouwd. Op circa 2,9 kilometer ten noorden van het plangebied vindt over het spoortraject Gouda – Harmelen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied ligt niet binnen de PR 10-6 contour en het plasbrandaandachtsgebied van het spoor. Het invloedsgebied van het spoortraject reikt tot een afstand van meer dan 4 kilometer.

Het plangebied is gelegen op circa 2,9 kilometer en valt daarmee binnen het invloedsgebied van het spoortraject. Het plangebied ligt buiten 200 meter van de transportroute, waardoor berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk is en voldaan kan worden met een beknopte verantwoording. Uit de beknopte verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid en bereikbaarheid als voldoende worden beschouwd. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen met bovenstaande worden uitgesloten. Risico’s op rampen door klimaatverandering De ontwikkeling betreft de realisatie van een nieuw appartementencomplex in reeds bestaand stedelijk gebied. Risico’s op rampen door klimaatverandering nemen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling dan ook niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit.

44002151.20190986

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

3.5.

13

Bodem en water

Bodem Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door IDDS (IDDS, 24 september 2019, kenmerk 1907M748/IDI/rap1). Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage bij het bestemmingsplan. Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van het plangebied zowel in de zandlaag als in de kleilaag lichte verontreinigingen aanwezig zijn. De gemeten waarden zijn echter dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen niet noodzakelijk is. Verder zijn plaatselijk vanaf het maaiveld tot een diepte van maximaal 3 meter onder maaiveld bijmengingen met baksteen en metselpuin aanwezig. In de zandlaag (de moderne ophooglaag) is onder andere een laag menggranulaat aanwezig. De aanwezigheid van asbest kan daarmee niet worden uitgesloten. Voor de aanvraag omgevingsvergunning is dan ook nader onderzoek naar asbest noodzakelijk. In het kader van het bestemmingsplan is echter voldoende onderzoek uitgevoerd. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten. Water Volgens de Legger oppervlaktewaterlichamen van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden zijn in (de directe omgeving van) het plangebied geen watergangen gelegen. Het plangebied is gelegen binnen de beschermingszone van de naastgelegen regionale waterkering en valt met de noordzijde net binnen de waterstaatswerkzone (figuur 3.1).

In overleg met Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is bepaald dat de ontwikkeling op de voorgenomen manier mogelijk is. Wel dient binnen de beschermingszone de zorgplicht en binnen de waterstaatswerkzone de vergunningplicht conform de Keur van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden in acht te worden genomen. Ten behoeve van de bouwwerkzaamheden binnen de waterstaatswerkzone wordt een watervergunning aangevraagd.

Figuur 3.1: Ligging plangebied ten opzichte van waterstaatswerk- en beschermingszone regionale waterkering (links) en de situering van het toekomstige bouwvlak (rechts). (Bron: Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden; Jillis Kinkel Architect)

Verder is geen sprake van een toename van het verhard oppervlak en zijn watercompenserende maatregelen niet noodzakelijk. Wel geldt conform het beleid van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden de zorgplicht. De wijze van afvoer van hemelwater wordt in overleg met de gemeente bepaald.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

44002151.20190986

14

Kenmerken van de milieueffecten

Wanneer reeds een gescheiden rioolstelsel in de straat aanwezig is, worden fecaliën en hemelwater separaat aangesloten en afgevoerd. Wanneer geen gescheiden rioolstelsel aanwezig is, wordt het hemelwater direct op het oppervlaktewater geloosd door onder de straat een afvoerpijp aan te leggen. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater worden duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem ter plaatse kunnen dan ook worden uitgesloten.

3.6.

Ecologie

Gebiedsbescherming Zoals beschreven in paragraaf 2.1 is het plangebied niet gelegen binnen beschermd natuurgebied, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt wel tot een toename van verkeersbewegingen. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype ligt op minimaal 4,8 kilometer afstand. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van woningen ter vervanging van woon- en kantoorruimte. De nieuwe woningen worden gasloos gebouwd en stoten daarmee per saldo minder stikstof uit dan het huidige pand. Gelet hierop, en de relatief kleine omvang van de ontwikkeling, kunnen negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie worden uitgesloten. Soortenbescherming Om de ecologische gevolgen van de beoogde ontwikkeling in kaart te brengen is een ecologische quickscan uitgevoerd (IDDS, 2 augustus 2019, kenmerk R&O19072031/RSL/rap1). Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan toegevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat het onwaarschijnlijk is dat met de beoogde ontwikkeling vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten.

Significant negatieve effecten kunnen als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten.

3.7.

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie Zoals beschreven in paragraaf 2.1 zijn in en nabij het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Negatieve effecten op deze waarden zijn dan ook uitgesloten. Archeologie Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is door IDDS een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (IDDS, 11 september 2019, projectnummer 60040719). Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan toegevoegd. Uit dit onderzoek blijkt ter plaatse van het plangebied geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen en het plangebied daarmee geen hoge, maar een lage verwachtingswaarde kent. Naar verwachting worden door de voorgenomen werkzaamheden dan ook geen archeologische waarden bedreigd. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten.

44002151.20190986

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kenmerken van de milieueffecten

3.8.

15

Sloop- en aanlegwerkzaamheden

De sloop- en aanlegwerkzaamheden worden uitgevoerd conform het Bouwbesluit 2012. Hiermee wordt rekening gehouden met de omliggende woningen. Verder worden afvalstoffen vervoerd naar een erkende verwerker. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen daarmee worden uitgesloten.

3.9.

Mitigerende maatregelen

Voor de beoogde ontwikkeling zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

44002151.20190986

16

4. Conclusie

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is zodoende niet noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002151.20190986

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

Rho adviseurs voor leefruimte

44002151.20190986

Oudewater

IJsselvere 17-19 Oudewater Onderzoek wegverkeerslawaai

Oudewater IJsselvere 17‐19 Oudewater

Onderzoek wegverkeerslawaai

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

44002151.20190986

10‐02‐2020

projectleider:

opdrachtgever:

drs. W. Kraaijeveld

AST Beheer B.V.

auteur(s):

ing. P. Dijkgraaf

��������

aangesloten bij:

RBOI - Rotterdam postbusbv150 Delftseplein 27b 3000 AD R�W erdam Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, micr������ elke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk we�elijk een openbaar karakter hee�� ekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoud 1. 2.

3.

Inleiding

3

Toetsingskader

5

2.1. 2.4.

Berekeningsuitgangspunten 3.3.

4.

Ruimtelijke gegevens

Resultaten 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5.

5.

Normstelling wegverkeerslawaai Gemeentelijk beleid

Resultaten gezoneerde N228 Resultaten niet gezoneerde IJsselvere Maatregelenonderzoek Cumulatie Gemeentelijk beleid

Conclusie

5 7

9

10

13

13 13 14 15 16

17

Bijlagen: 1

Invoergegevens

2

Resultaat N228

3

Resultaat IJsselvere

4

Cumulatie

5

Afstemming gegevens

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

440021.201909.86

2

Inhoud

440021.201909.86

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

3

1. Inleiding

Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens om een appartementengebouw te realiseren op het perceel IJsselvere 17‐ 19. In dit complex is ruimte voor 12 woningen. Het bestaande kantoorpand op de locatie zal worden geamoveerd. Deze ontwikkeling is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Er zal een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld om deze ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk te maken. Een woning is een nieuwe geluidgevoelige functie conform de Wet geluidhinder. Omdat de nieuwe woningen liggen binnen de wettelijke geluidzone van een weg is akoestisch onderzoek noodzakelijk. Het plangebied valt binnen de wettelijke geluidzone van de N228. Daarnaast wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook de niet gezoneerde IJsselvere (30 km/uur weg) meegenomen in het onderzoek. Het plangebied met de directe omgeving is in figuur 1.1 weergeven.

Figuur 1.1 Plangebied en relevante wegen Beschrijving plan De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 12 appartementen. De bestaande bebouwing wordt gesloopt en er komt een appartementencomplex voor in de plaats. De bouwhoogte wordt maximaal 11 meter. Op het achterste deel van het perceel worden de parkeerplaatsen gerealiseerd. Tevens worden twee appartementen op de begane grond voorzien van een tuin aan de achterzijde.

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

440021.201909.86

4

Inleiding

Figuur 1.2 Impressie terrein‐indeling (bron: Jillis Kinkel architecten)

Figuur 1.3 Vogelvluchtperspectief voorgevel en zijgevel

440021.201909.86

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

5

2. Toetsingskader

2.1.

Normstelling wegverkeerslawaai

Zonering Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur‐wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waaraan binnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van de geluidzone van een weg is afhankelijk van de het aantal rijstroken en van de stedelijke‐ of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 2.1 weergegeven. Tabel 2.1 Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken breedte van de geluidzone (in meters) buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 5 of meer 600 350 3 of 4 400 350 1 of 2 250 200 De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: ‐ stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. ‐ buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Het plangebied ligt ten oosten van N228 op een afstand van circa 50 meter. De N228 bestaat uit 2 rijstroken en heeft een geluidzone van 200 meter. Het plangebied ligt binnen deze zone.

Omdat het hier gaat om nieuwe geluidgevoelige functies binnen de zone van wegen, dient getoetst te worden aan de normen van de Wgh. Dosismaat Lden De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Dit etmaal is onderverdeeld in dag (7:00 – 19:00 uur), avond (19:00 – 23:00 uur) en nacht (23:00 – 7:00 uur). In deze etmaalwaarde zijn de toeslagen voor de verschillende perioden verdisconteerd, namelijk +0 dB voor de dagperiode, +5 dB voor de avondperiode en +10 dB voor de nachtperiode. Artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden aan de buitengevels betreffen waarden inclusief artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen.

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

440021.201909.86

6

Toetsingskader

Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/uur of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 Rmg 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 Rmg 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken‐ en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld.

2.2. Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting aan de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximale ontheffingswaarde niet te boven gaan. De nieuwe woningen liggen binnen de bebouwde kom van de gemeente Oudewater. In het akoestisch onderzoek is daarom uitgegaan van een ligging in stedelijk gebied. In onderstaande tabel is de voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde per bron weergegeven. Tabel 2.2 Relevante grenswaarden Geluidbron Voorkeursgrenswaarde N228 48 dB

Maximale ontheffingswaarde 63 dB

De geluidwaarde binnen de geluidgevoelige bestemmingen dient in alle gevallen te voldoen aan de normen uit het Bouwbesluit.

2.3. 30 km/uur wegen Zoals aangegeven bij de normstellingen (paragraaf 2.1) zijn wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur of lager op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of sprake is van en aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde. Omdat voor 30 km/uur‐wegen dezelfde benaderingswijze wordt gehanteerd als voor gezoneerde wegen, wordt ook hier een correctie toegepast op basis van artikel 110g Wgh. Deze aftrek is gelijk aan de aftrek bij gezoneerde wegen met een maximum snelheid tot 70 km/uur (5 dB). De IJsselvere is in het kader van een goede ruimtelijke ordening meegenomen in het onderzoek.

440021.201909.86

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Toetsingskader

2.4.

7

Gemeentelijk beleid

De gemeente Oudewater beschikt over een Beleid hogere waarden Wet geluidhinder (november 2010). De hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid zijn het verbeteren van het akoestisch woon‐ en leefklimaat door het voorkomen dat nieuwe geluidhinder ontstaat, het verbeteren van de kwaliteit van de buitenruimte en het oplossen van bestaande (sanerings)situaties. Het gemeentelijk beleid voor het vaststellen van hogere waarden steunt op twee pijlers: • wettelijk vereiste afweging van mogelijke maatregelen. In de eerste plaats moet worden voldaan aan de wettelijke eisen voor onderzoek naar en afweging van mogelijke maatregelen. Doel hiervan is het aantal woningen waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld en de hoogte van de geluidbelasting zo beperkt mogelijk te houden. De gemeente heeft hier de volgende eisen aan gesteld: ‐ Het maximaal te verlenen aantal hogere grenswaarden voor nieuwe wijken is 10% van het aantal woningen. Uitzonderingen is stedelijk gebied zijn het opvullen van open plekken binnen een bestaande bebouwde omgeving of in buitenstedelijk gebied de bouw van één of enkele woningen. ‐ Het toepassen van geluidreducerend asfalt alleen toepassen op wegen met snelheden hoger dan 30 km/uur. ‐ Het beperken van de omvang van het verkeer of de rijsnelheid is als gevolg van het programma Duurzaam Veilig al geborgd.

‐ Het motiveren dat geluidgevoelige bestemmingen ter plaatse noodzakelijk zijn en dat de bebouwing niet elders of anders kan worden gerealiseerd. • gemeentelijke eisen aan een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Hogere waarden worden toegekend indien, ondanks de hogere geluidbelasting, een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt gerealiseerd. Om dit doel te bereiken zijn gemeentelijke eisen geformuleerd die betrekking hebben op:  Geluidluwe zijde. Elke woning dient een geluidluwe gevel te hebben. Onder een geluidluwe zijde wordt het volgende verstaan: 1. de geluidbelasting op de gevel van de geluidluwe zijde bedraagt minder dan de ten hoogst toelaatbare waarden: 48 dB voor wegverkeer, 55 dB voor spoorwegen, 50 dB(A) voor industrie; 2. indien sprake is van meerdere soorten geluidbronnen (weg, spoor en/of industrie), ligt de geluidbelasting voor elke bron onder de betreffende ten hoogst toelaatbare waarde 3. op sterk geluidbelaste locaties waarbij sprake is van een ‘lawaaiige’ geluidbelasting ten gevolge van meer dan één geluidbron op meer dan een gevel is de bovenstaande doelstelling moeilijk te realiseren; in dat geval is de geluidbelasting aan de geluidluwe zijde ten minste 10 dB/dB(A) lager dan de geluidbelasting van de hoogst geluidbelaste zijde; de geluidluwe zijde valt dan in de geluidklasse ‘onrustig’ of lager; 4.

in een geluidluwe zijde kan ook worden voorzien door een bouwkundige maatregel zoals een loggia toe te passen.  Geluidluwe buitenruimte. 1. een woning met één of meerdere buitenruimtes heeft ten minste één geluidluwe buitenruimte. 2. het geluidniveau in deze buitenruimte van de woning mag (indien gelegen aan de bronzijde) niet meer dan 5 dB hoger zijn dan de ten hoogste toelaatbare waarde of de als geluidluw aangemerkte gevel (indien de geluidbelasting van deze hoger is dan de ten hoogste toelaatbare waarde). 3. ook bij andere geluidgevoelige gebouwen wordt naar een geluidluwe buitenruimte gestreefd, dit is echter geen eis. 4. indien geen geluidluwe buitenruimte mogelijk is, kunnen serres of afsluitbare balkons worden toegepast.  Woningindeling en gebruik van de woning(en) 1. elke woning bevat ten minste 1 verblijfruimte aan de geluidluwe zijde. Minimaal 30% van het vloeroppervlak van alle verblijfgebieden tezamen wordt aan de geluidluwe gevel gesitueerd.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

440021.201909.86

8

Toetsingskader

2.

voor zover relevant, geldt dat op eenzelfde wijze voor andere geluidgevoelige bebouwing: in scholen het merendeel van de leslokalen aan de luwe zijde etc Afschermende werking 1. indien sprake is van de hoogste of op‐één‐na‐hoogste geluidklasse (‘Lawaaiig’ of ‘Zeer Onrustig’), dan wordt de eerstelijns bebouwing ten opzichte van de bron zodanig gesitueerd dat zij bijdraagt aan de afscherming van het erachter gelegen gebied. 2. de afschermende werking voor de achterliggende bebouwing moet worden aangetoond. De geluidbelasting in de 2e lijnsbebouwing ligt waar mogelijk onder de ten hoogst toelaatbare waarde (48 dB). 3. deze eisen gelden ook voor andere geluidgevoelige bestemmingen. 4. in geval van vervangende nieuwbouw van solitaire woningen of vervangende nieuwbouw/verbouw van bestaande eerstelijns bebouwing zijn er situaties denkbaar waar het afschermende effect gering is, maar gezien de bestaande situatie en stedenbouwkundige structuur het wenselijk is om de woningen toch dusdanig te situeren dat er sprake is van een hoge geluidbelasting. In dergelijke gevallen kan afgeweken worden mits het om vervangende nieuwbouw gaat en het aantal woningen niet toeneemt. De geluidbelasting van de woningen mag daarbij met maximaal 1,5 dB toenemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/392/documents/11917