Raadsvoorstel 'Toetreding gemeente Oudewater tot U10' - Bijlage 3 (Bestuursconvenant Mobiliteit).pdf
Tekst van het document
1 Bestuursconvenant Mobiliteit in grootstedelijk Utrecht De colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Vianen, Nieuwegein, IJsselstein, Utrecht, Stichtse Vecht, De Bilt, Zeist, Bunnik en Houten Constaterende dat,
Met de Wet Afschaffing Plusregio’s is per 1-1-2015 de wettelijk verplichte samenwerking in de regio Utrecht (het voormalige BRU-gebied) is komen te vervallen.
In de regio Utrecht, als knooppunt van openbaar vervoer, auto(snel)wegen en fietsvoorzieningen, de gezamenlijke inzet van gemeenten noodzakelijk is om bereikbaarheid en leefbaarheid te waarborgen.
Een goede onderlinge samenwerking en een duurzame samenwerking met de provincie en het Rijk bijdraagt aan het vervullen van die opgaven.
De provincie erkent dat de regio Utrecht een urbane regio is met specifieke kenmerken, maar dat het aan de regio zelf is om zich te organiseren.
Overwegende dat,
Er in de Utrechtse regio de noodzaak bestaat om op het gebied van Mobiliteit samen te werken tussen de negen voormalige BRU-gemeenten om de bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio te verbeteren, zoals beschreven is in de door het Algemeen Bestuur van BRU vastgestelde Mobiliteitsvisie grootstedelijk Utrecht.
De samenwerking gericht is op het komen tot onderlinge afstemming op het gebied van mobiliteit en gezamenlijke belangenbehartiging richting provincie en Rijk, waarbij het uitgangspunt is: Door samen te werken op regionaal niveau wordt meer bereikt dan zonder samenwerking.
De samenhang tussen het hoofdwegennet, onderliggend wegennet, hoofdspoornet, regionaal OV en fietsnetwerk blijvend aandacht verdient.
Ook de samenhang tussen leefbaarheid, demografische, economische en ruimtelijke ontwikkelingen van groot belang is en blijft in de regio Utrecht.
De gemeenten in de Utrechtse regio intensief betrokken willen zijn bij het opstellen of aanpassen van mobiliteitsbeleid van de provincie.
De gemeenten in de regio Utrecht willen bijdragen aan het vervoerplan voor de bediening van het openbaar vervoer in de regio.
De gemeenten in deze regio invloed willen hebben op mobiliteitsprogramma’s en mobiliteitsprojecten van de provincie en het Rijk, zoals Beter Benutten Vervolg en VERDER, maar ook toekomstige programma’s en projecten.
2
De gemeenten in de Utrechtse regio met het oog op deze genoemde samenwerking een bestuursconvenant met elkaar aangaan, waarin een aantal basisafspraken over de wijze van samenwerken is vastgelegd.
Dat het aangaan van een bestuursconvenant een bevoegdheid is van het college waarbij de gemeenteraad geconsulteerd wordt over de inhoudelijke strategische agenda van deze samenwerking en waarbij de gemeenteraad ook het budgetrecht behoudt om de uiteindelijke strategische agenda te realiseren.
Besluiten als volgt, Een samenwerking aan te gaan op het gebied van mobiliteit in de Utrechtse regio. Onder de regio Utrecht worden de gemeenten Vianen, Nieuwegein, IJsselstein, Utrecht, Stichtse Vecht, De Bilt, Zeist, Bunnik en Houten verstaan. De samenwerking in de Utrechtse regio is onder andere gericht op de volgende onderwerpen:
Het opstellen van een strategische agenda; vertrekpunt daarbij is de vastgestelde Mobiliteitsvisie grootstedelijk Utrecht.
Inhoudelijke afstemming over en belangenbehartiging voor regionale verkeersprojecten.
Afstemming met provincie in het kader van de voor- en najaarsnota over de beschikbare ruimte voor infrastructurele projecten in programma’s als VERDER, Beter Benutten en RUVV.
Onderwerpen agenderen voor UVVB en BO MIRT.
Bijdragen aan het jaarlijks op te stellen vervoerplan (bus en tram) en OVdoorstromingsmaatregelen.
Fysieke OV-projecten, zoals de Uithoflijn, de koppeling van de Uithoflijn en de SUNIJlijn, de nog te realiseren busstalling en de ontwikkelingen in het Stationsgebied van Utrecht.
Aanpassing van bestaande beleidskaders en het opstellen van nieuwe beleidskaders door de provincie.
Planstudie Ring Utrecht; gezamenlijk optrekken bij overleggen daarover, inclusief de NRU.
Spoor/OV-tafel Noordvleugel, inclusief korte en middellange termijn dienstregeling en beleidskaders van ministerie IenM.
Verkeersveiligheid.
Knooppunt ontwikkelingen.
3
Andere onderwerpen op het terrein van mobiliteit.
Overlegvorm
Een overleg van de wethouders Mobiliteit van de negen gemeenten is de bestuurlijke kern van het samenwerkingsverband. Een dergelijk overleg komt zes tot acht keer per jaar bijeen op basis van de cycli en planning van de te bespreken onderwerpen en de data van bepalende bestuurlijke overleggen van Rijk en provincie. Het overleg gaat functioneren als bestuurstafel binnen de U10 netwerkorganisatie
Voor de verschillende relevante bestuurlijke overleggen, zoals UVVB en landsdelige Spoortafel, zullen vertegenwoordigers van de negen gemeenten worden uitgenodigd. Dat is in alle gevallen in elk geval de wethouder van Utrecht. Het is aan de gemeenten om na te denken over een passende en slimme afvaardiging naar de verschillende overleggen.
Naar behoefte vinden periodiek gesprekken plaats tussen deze vertegenwoordiger(s) met de gedeputeerde(n) Mobiliteit van de provincie Utrecht.
Deelnemende colleges
Ieder college is en blijft zelf verantwoordelijk voor de informatievoorziening aan de raad. Met dit convenant wordt niet beoogd om op enigerlei wijze afbreuk te doen aan de rollen, taken en bevoegdheden die door de Wet zijn toegekend aan de verschillende gremia binnen het gemeentebestuur.
De colleges verplichten zich om vanuit de bestuurstafel Mobiliteit de raden en andere relevante organen van de gemeente optimaal in staat te stellen om zich uit te spreken over voorgenomen beleid en activiteiten op regionaal niveau, te besluiten over de gemeentelijke deelname en bijdrage daaraan en te controleren in hoeverre de lokale inbreng op regionaal niveau is geëffectueerd. Hiervoor kan de jaarlijkse voortgangsrapportage van de bestuurstafel worden gebruikt.
De colleges spreken de intentie uit om – waar mogelijk - regionale voorstellen en beslispunten eensluidend en gelijktijdig voor te leggen aan de raden.
De colleges spreken de intentie om uit middels informele overleggen en samenkomsten de gemeentelijke achterbannen, waaronder nadrukkelijk de leden van de gemeenteraad, te betrekken bij regionale ontwikkelingen en het contact tussen deze achterbannen over gemeentegrenzen heen te bevorderen, ook buiten de grenzen van de U10-gemeenten.
Ambtelijke organisatie
Een ambtelijke overleg (AO Mobiliteit) draagt zorg voor de ambtelijke opstelling en uitvoering van de samenwerkingsagenda. In het AO hebben de leidinggevenden Mobiliteit, of hun vertegenwoordigers, van de deelnemende gemeenten zitting.
4
De gemeente Utrecht is verantwoordelijk voor het vormgeven van de ambtelijke ondersteuning van de bestuurstafel en het ambtelijk overleg. Zij belast enkele ambtenaren met deze taak, die in nauwe verbinding staan met het U10 procesteam en werken vanuit de inhoudelijke afdeling van de gemeente Utrecht, gelet op de expertise die daar reeds aanwezig is. Voor de aansturing van deze ambtenaren gelden dezelfde afspraken als voor de aansturing van het procesteam U10, zoals vastgelegd in het U10 bedrijfsplan en het convenant U101
Ambtelijke betrokkenheid vanuit de verschillende organisaties is essentieel. Daarom zorgen de gemeentesecretarissen van de aangesloten gemeenten voor de beschikbaarheid van voldoende capaciteit in hun eigen organisaties ter ontwikkeling en uitwerking van de afgesproken strategische agenda.
Financiën Alle deelnemende gemeenten dragen financieel bij aan de uitvoering van dit bestuursconvenant door jaarlijks een bedrag van € 0,30 per inwoner beschikbaar te stellen en over te dragen aan de gemeente Utrecht.
Voortgang en Evaluatie
Eind 2016 wordt de eerste tweejaarlijkse evaluatie van de samenwerking op basis van dit bestuursconvenant uitgevoerd.2 Deze evaluatie wordt uitgevoerd als onderdeel van de tweejaarlijkse evaluatie van de u10 netwerkorganisatie, zoals afgesproken in het bestuursconvenant U10 zodat organisatorische ondersteuning en daaraan gerelateerde financiële bijdrage in samenhang kunnen worden afgewogen.
Algemeen
1
Dit convenant wordt aangegaan vanaf het moment van ondertekening en geldt voor onbepaalde tijd. De hierin opgenomen afspraken treden in werking op 1 januari 2016. Partijen spreken elkaar aan op naleving van dit convenant. Geschillen die voortvloeien uit dit convenant worden zoveel mogelijk in onderling overleg opgelost. Gemeenten kunnen te allen tijde met elkaar afspreken om dit convenant aan te passen, bijvoorbeeld naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie. Individuele gemeenten die dit convenant willen opzeggen, komen nog wel de aangegane financiële verplichtingen na tot en met het jaar volgend op het jaar van opzegging.
Hiermee wordt in het bijzonder verwezen naar de afspraak dat een werkgeverscommissie van 3 gemeentesecretarissen is gevormd, die meebepalend is voor de werkzaamheden die worden opgedragen aan het procesteam U10 en andere ambtenaren die vanuit collectieve middelen worden gefinancierd. 2 Eind 2016 slechts één (ruim) één jaar na ondertekening van de convenanten (die is voorzien op 29 september 2015). Sinds de detachering van BRU medewerkers bij de gemeente Utrecht op 1 oktober 2014 wordt echter “geoefend” met de manier van werken die nu in convenanten en bedrijfsplan U10 is/wordt beschreven. Daarom lijkt het zinvol om de eerste tweejaarlijkse evaluatie te doen over de “eind 2014 – eind 2015”.
5
6