CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Toetreding gemeente Oudewater tot U10' - Bijlage 2 (Bestuursconvenant).pdf

Forum Samenleving 5 juli 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 5.: Raadsvoorstel ‘Toetreding gemeente Oudewater tot U10’11.304 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3

Gemeente IJsselstein

3.1 De consequentie van deze aanpassing is dat een aantal gemeenten niet meer bestuurlijk is vertegenwoordigd in het regie- en trekkersoverleg. Dat geldt ook voor de gemeente IJsselstein. Wij schatten in dat juist in komende periode belangrijke bestuurlijke besluiten moeten worden genomen met betrekking tot de toekomst van onze regio. Besluiten op het terrein van woningbouw, mobiliteit en energietransitie. Deze besluiten kennen een grote samenhang en afhankelijkheid en de effecten hiervan ervan strekken zich uit over de gemeentegrenzen heen. Dit vraagt juist nu om draagvlak en intensieve samenwerking. Om die reden steunen we het voorstel voor de governance maar stellen voor deze pas in te voeren bij de volgende bestuursperiode om reden dat de opgave dan echt kantelt van beleid naar uitvoering. 3.1 Wij zijn ervan overtuigd dat het dringend noodzakelijk is om nú te starten met de hernieuwde

governance, juist omdat in de komende periode belangrijke bestuurlijke besluiten moeten worden genomen. Wij benadrukken dat de bestuurstafels, opgaveteams en allianties het kloppend hart van onze samenwerking vormen en dat in deze inhoudelijke gremia dan ook de bestuurlijke vertegenwoordiging is geborgd. Het trekkersoverleg, regieoverleg en de netwerkdirectie vormen hierbij een faciliterende en coördinerende rol. Wij onderschrijven dat het voor het behoud en de versterking van het draagvlak cruciaal is dat de mensen in deze gremia hun rol zichtbaar zuiver en consciëntieus vervullen. Ondersteunend hieraan worden de agenda’s en uitkomsten van vergaderingen van het trekkersoverleg en het regieoverleg transparant en tijdig gedeeld met de colleges. Bovenal vragen we een ieder om te bewaken en te stimuleren dat we voortdurend oog 12

hebben voor de belangen, zorgen en ambities van álle deelnemende gemeenten. Maakt u het vooral kenbaar aan het regieoverleg op het moment dat u zou signaleren dat dit onvoldoende gebeurt. 3.2 Daarnaast geven wij de suggestie mee om in de volgende bestuursperiode de bestuurlijke trekkers voor een periode van 2 jaar aan te stellen, waarna een trekker van een andere gemeente invulling geeft aan de positie. Gemeenten die in de eerste twee jaar geen trekker hebben geleverd krijgen daarbij voorrang waarbij natuurlijk geldt dat het belangrijk is dat de positie kwalitatief voldoende wordt bemenst. In uw voorstel krijgt het regieoverleg hierin een belangrijkere positie. Hiermee beogen wij dat alle gemeenten zich volledig betrokken blijven voelen bij de U10 en een actieve inbreng kunnen leveren. Dit is een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle samenwerking.

3.2 Wij hechten aan de keuze om de rol van het trekkersoverleg te beperken tot coördinerend en de bestuurlijke vertegenwoordiging te borgen aan bestuurstafels en in opgaveteams en allianties. Een keuze voor de bemensing van de trekkersrol op basis van gemeentevertegenwoordiging past hier niet bij. Vanuit het belang van continuïteit hechten wij er bovendien aan dat de trekkers hun rol vervullen voor de duur van een collegeperiode van vier jaar. Dit neemt niet weg dat wij uw wens en behoefte om zich volwaardig betrokken te blijven voelen begrijpen en onderkennen en dat wij graag met elkaar blijven zoeken naar manieren om onze onderlinge betrokkenheid te versterken.

4

Gemeente Houten

4.1 Wij onderschrijven het open karakter van de U10, en ook in de voorwaarden voor toelating kunnen wij ons vinden. Wat ons betreft is de tweede voorwaarde het belangrijkst: het onderschrijven van de Ruimtelijk-Economische Koers of dan geldende visie als basis. We vragen ons af waar de grenzen liggen van het ‘daily urban system’ (voorwaarde 1). Daarnaast is het onduidelijk wat we doen met gemeenten die willen toetreden. Kijken zij eerst een tijdje mee alvorens een formeel verzoek komt, of betekent meedoen ook meteen formeel lid zijn? Het eerste is nu het geval en heeft wat ons betreft in de afgelopen periode in een aantal dossiers tot ongemakkelijke situaties geleid in bestuurlijke overleggen. Daarom zijn wij geen voorstander van constructies met ‘aspirant-leden’.

4.1 Helder, wij danken u voor het delen van uw afwegingen. Overigens leggen wij de twaalf colleges graag in het tweede of derde kwartaal van 2020 een voorstel voor over de mogelijke toetreding van de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater en Lopik. 4.2 De introductie van allianties zien wij als mogelijk waardevolle toevoeging aan het netwerk. Dit vergroot het commitment en de slagkracht. We zien graag dat in de nadere uitwerking van allianties aandacht is voor het voorkomen van concurrentie (bijvoorbeeld met het oog op financiering van projecten waar (rijks) financiën beschikbaar worden gesteld) binnen en tussen allianties. Daar zit echt een zorg. Het gevaar bestaat dat dan het netwerk juist aan kracht inboet. Een voorbeeld daarvan is hoe het proces van de regiodeals Wonen is verlopen. Ook vragen we aandacht voor het (mogelijk) overlappen van allianties met bestaande bestuurlijke overlegstructuren, waardoor er teveel overleggen ontstaan.

4.2 Voorop gesteld: het bewaken en stimuleren van het goede samenwerkingsgedrag is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Daarbinnen menen wij dat we met de aangescherpte rolverdeling tussen trekkersoverleg, regieoverleg en netwerkdirectie nu beschikken over een belangrijke basis om eventuele spanningen tussen samenwerking en concurrentie te signaleren en 13

coördineren. Aan uw beide aandachtspunten komen wij graag tegemoet bij de uitvoering van onze taken zoals deze zijn beschreven in respectievelijk artikel 9 lid 5c en artikel 9 lid 5a van het hernieuwde bestuursconvenant: ‘het toezien op zorgvuldige en transparante alliantievorming’ en ‘het toezien op de doeltreffendheid, doelmatigheid en democratische legitimatie van de samenwerking’. Zo is in het trekkersoverleg van het 20 november 2019 het memo ‘toelichting en suggesties procesverbetering regiodeal’ met positieve waardering besproken. De eerste van de drie aanbevelingen voor een meer duidelijk en transparant proces in de toekomst luidt ‘Creëer duidelijkheid over één coördinatiefunctie’. Wij beleggen deze coördinatiefunctie graag bij de directeur U10. Leidende procesafspraak hierbij is dat bestuurders en ambtenaren bij het signaleren van een mogelijke relevante ontwikkeling of spanning, en ook als een deelproces anders verloopt dan beoogd, meteen de directeur betrekken. De coördinerende rol van de directeur is om vanuit het overkoepelend perspectief van de U10 de gezamenlijkheid in al deze initiatieven en ontwikkelingen te bewaken en coördineren.

En om bij een voorgenomen indiening van een voorstel bij een externe financier (zoals het rijk) namens de U10 een gezamenlijk en zorgvuldig besluitvormingsproces in te richten en te coördineren dat én ons als netwerk van gemeenten constructief bij elkaar houdt én ons naar verwachting een zo goed mogelijke financiering oplevert. 4.3 Ten aanzien van de betrokkenheid van de raden vinden we het advies helder. Als colleges hebben wij de primaire verantwoordelijkheid om onze gemeenteraad/raadsleden te informeren en in gesprek te gaan. De regionale bijeenkomsten (U10 Beraden) zijn hierop aanvullend. Het is zaak om hier nu ook naar te handelen. Elk college heeft de verantwoordelijkheid om goed af te wegen wat voorstellen betekenen voor je eigen raad. Daarnaast betekent het ook dat gemeenten hun huiswerk op orde moeten hebben. Dat wil zeggen dat scherpe lokale kaders helpen om een gedragen regionaal verhaal te bouwen. Ten aanzien van de raadsbetrokkenheid merken wij tot slot op dat de nadruk in het advies te veel ligt op welke mogelijkheden er nog meer zijn (gezamenlijke oordeelsvorming). Daar lijkt in het eindadvies op dit moment geen behoefte aan.

4.3 Fijn dat u het advies onderschrijft. In het advies hebben wij niet de indruk willen wekken dat wij nu een stap verder zouden willen gaan. Wel hebben wij expliciet willen maken dat het initiatief bij de raden ligt om het aan te geven wanneer zij aanvullend behoefte zouden hebben aan gezamenlijke oordeelsvorming dan wel besluitvorming. 4.4 Het netwerk functioneert alleen als er heldere afspraken zijn over organiseren en sturen. We zien een aantal risico’s ten aanzien van het voorstel voor de inrichting van het regieoverleg en het trekkersoverleg. Hoe voorkomen we dat beide overleggen te politiek worden? In de nieuwe inrichting is niet elke gemeente meer vertegenwoordigd in het trekkersoverleg. In beginsel zijn we het eens met het principe dat trekkers hun bestuurstafel vertegenwoordigen, en niet hun eigen gemeente. Maar we denken dat er nu teveel druk komt te liggen bij het regieoverleg, omdat zij besluiten over de verdeling van de trekkersposten. Onze suggestie is om deze verantwoordelijkheid te beleggen bij de netwerkdirectie in samenspraak met het burgemeestersoverleg. Op deze manier komt er in onze ogen een meer onafhankelijke verdeling van posten tot stand. Daarnaast horen we graag meer over de overwegingen om het regieoverleg uit te breiden met vertegenwoordigers van een bestuurstafel en opgaveteam.

Waar zullen deze deelnemers zich primair op richten gezien het regieoverleg weinig inhoudelijk gericht is?

4.4 Het regieoverleg bewaakt en stimuleert dat we samenwerken naar de filosofie van onze netwerkorganisatie. Dit vraagt om een helicopter view en het in de volle breedte weet hebben van wat er bestuurlijk en ambtelijk speelt. Met de gekozen samenstelling beschikt het regieoverleg over deze benodigde ‘ogen en oren’. Met het beleggen van de taak ‘het aanwijzen van de trekkers 14

van de bestuurstafels en opgaveteams’ bij het regieoverleg formaliseren we wat dusver ‘illegaal’ werd verricht door de twee bestuurlijk boegbeelden burgemeesters Jan van Zanen en Frans Backhuijs. De huidige bemensing van de trekkersrollen is geschied op basis van een zorgvuldig en ambtelijk geregisseerd proces en advisering. Ook bij de toekomstige bemensing van de trekkersrollen zal aan de directeur U10 worden gevraagd om het voeren van de procesregie en om het uitbrengen van een zwaarwegend advies aan het regieoverleg (dat bij de start van een collegeperiode bestaat uit de twee burgemeesters en de voorzitter van de netwerkdirectie). De twee burgemeesters in het regieoverleg kunnen bij het wegen van dit advies desgewenst het burgemeestersoverleg raadplegen en de voorzitter van de netwerkdirectie kan eventueel opvattingen vanuit de netwerkdirectie inbrengen. 4.5 Tot slot zien we graag nog meer waardering voor stakeholders in de U10. Mooie voorbeelden van vruchtbare samenwerking zijn de Regionale Energiestrategie met Stedin, of met de Waterschappen t.a.v. klimaatadaptatie. Het samenwerken met deze partijen kan vanuit de U10 direct worden meegenomen, het voegt meerwaarde toe aan onze samenwerking en de te realiseren doelstellingen in de regio.

4.5 Ons verlangen om voor onze stakeholders een beter georganiseerde en meer herkenbare en attractieve partner te zijn, is een cruciale aanleiding geweest voor het moderniseren van onze governance. Wij geloven dat wij nu de benodigde basisvoorwaarden hebben geschapen. Het is aan ons allen om onze stakeholders in de dagelijkse praktijk - of dit nu is aan bestuurstafels, opgaveteams of in allianties - te laten ervaren hoeveel wij hen waarderen.

5

Gemeente De Bilt

5.1 Wij krijgen de indruk dat in de nieuwe governance het onderhouden van de informatielijnen naar de eigen gemeenteraad geheel voor rekening van colleges gaat komen. In alle gevallen vragen wij om borging van voldoende ruimte in het besluitvormingsproces in de juiste positie te plaatsen.

5.1 Wij hebben vooral duidelijk willen maken dat oordeelsvorming en besluitvorming altijd in de eigen raad plaatsvindt. De colleges zijn weliswaar primair verantwoordelijk voor de informatievoorziening aan de eigen raad, maar de U10 vervult hier wel degelijk graag een faciliterende rol bij. Dit door het organiseren van U10-brede raadsinformatiebijeenkomsten en door het bieden van ambtelijke of bestuurlijke ondersteuning vanuit de regio bij het houden van informatieve bijeenkomsten in de eigen raad. Maar zeker ook door het meer vroegtijdig ontwerpen van en helder communiceren over duidelijke, voorspelbare en transparante besluitvormingsprocessen. Met al de afhankelijkheden van externe partners en de verschillende tempo’s van de raden zal dit niet altijd eenvoudig zijn. Maar met de aanscherping in de rolverdeling tussen trekkersoverleg, regieoverleg en netwerkdirectie verwachten wij dit beter te kunnen gaan coördineren en faciliteren. 5.2 Als in de komende jaren onze samenwerking nog verder in taken en financiën intensiveert, achten wij het nodig om tijdig te bezien om de governance nadere bijstelling behoeft.

5.2 Als ondertitel van het besluit governance hadden wij de periode ‘2020-2025’ meegegeven. Dit was bedoeld om aan te geven dat deze governance niet ‘voor de eeuwigheid’ is, maar slechts voor de komende jaren. Inmiddels hebben wij begrepen dat het noemen van de periode ‘2020-2025’ bij sommigen juist heeft geleid tot het beeld dat we alles voor de komende 5 jaar ‘vast zouden zetten’. Voor alle duidelijkheid hebben wij het benoemen van een periode ‘2020-2025’ in het 15

hernieuwde bestuursconvenant achterwege gelaten. Wij bevestigen van harte dat wij blijvend zullen bezien of de governance, bijvoorbeeld door een intensivering in taken en financiën, nadere bijstelling behoeft.

6

Gemeente Stichtse Vecht

6.1 Het vormen van allianties kan de slagvaardigheid van de samenwerking vergroten. De valkuil kan zijn dat er verdeeldheid ontstaat binnen de U10 regio. Het is mogelijk om met gemeenten die dezelfde belangen hebben een alliantie aan te gaan, terwijl dit niet goed is afgestemd met de andere gemeenten. Hierdoor kan verdeeldheid ontstaan. Dit risico kan ondervangen worden door bij het ontstaan van allianties kritisch door te vragen. Daarbij moeten de allianties er voor open staan dat zij zich laten bevragen of het initiatief valt binnen het bredere belang van de U10 samenwerking. Dit kan alleen in een sfeer waarin het mogelijk is om open te spreken over verschillende belangen.

6.1 Wij verwijzen u graag naar onze beantwoording van reactie 4.2. 6.2 Verder is ook de ‘consent methode’ nieuw. Dit vraagt van wethouders en andere betrokkenen een actieve houding om voorstellen en ontwikkelingen te bespreken met de raad.

6.2 Eens, wij onderschrijven uw oproep aan ons allemaal van harte.

7

Gemeente Woerden

7.1 Wij verzoeken u om de voorgestelde afspraken, indien deze van kracht worden, tijdig te evalueren. Tijdens de evaluatie kan worden nagegaan of de nieuwe afspraken het gewenste effect hebben. Op deze manier houden we aandacht voor de doorontwikkeling van de U10 en het verhogen van de effectiviteit van onze regionale samenwerking.

7.1 Wij zijn een lerende netwerkorganisatie. In paragraaf 5.2 hebben wij al bevestigd dat wij van harte blijvend zullen bezien of de governance nadere bijstelling behoeft. In zowel de netwerkdirectie, het trekkersoverleg als het regieoverleg staan wij regelmatig stil bij de vraag in hoeverre de nu gemaakte afspraken het gewenste effect hebben.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/395/documents/12298