Raadsvoorstel 'Beleid klimaatbestendig Oudewater 2050' - Bijlage 4 (Regionale Adaptatie Strategie).pdf
Tekst van het document
Regionale AdaptatieStrategie Regio Utrecht Zuidwest november 2020
Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Een regionale adaptatiestrategie, waarom? Onze visie, onze RAS Klimaatadaptatie als kans voor de regio We doen het samen De context We zijn adaptatief Doorlopen van het proces
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Onze kwetsbaarheden, de urgentie Hoe ontwikkelt het klimaat zich in onze regio? Wateroverlast: Meer neerslag en hoosbuien Hitte: Opwarming en meer zomerse dagen Droogte: Neerslagtekort en extreme droogte Waterveiligheid: Overstromingsrisico’s
3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Onze regio in 2050 Onze doelen voor 2050 Thema wateroverlast: Droge voeten Thema hitte: Hoofd koel houden Thema droogte: Voldoende water Thema waterveiligheid: Schade beperken
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
Hoe bereiken we dit? Ons streefbeeld Nieuwbouw- en herstructurering klimaatadaptief De stad als spons Leefbaarheid bij hitte Klimaatadaptieve landbouw- en natuurontwikkeling Gevolgbeperking klimaateffecten vitale en kwetsbare functies Versterken natuurlijk (water)systeem Klimaatbewustzijn en handelingsperspectief bewoners en bedrijven
5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Het vervolg, samen aan de slag! Het vervolg Hoe gaan we nu verder? We ontwikkelen onze strategieën samen met onze partners We werken aan een regionaal uitvoeringsprogramma De RAS als basis voor lokaal beleid Wij monitoren de voortgang
Colofon
2
1. 1.
Een regionale adaptatiestrategie, waarom? 1.1 Onze visie, onze RAS Het klimaat verandert. Hierdoor neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. We moeten onze omgeving hierop aanpassen. Dat vergt dat we dingen anders gaan doen. Niet alleen als overheden, maar ook als bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners. Klimaat- en waterrobuust inrichten moet een vanzelfsprekend onderdeel worden van ruimtelijke plannen.
3
Klimaatadaptatie is het proces waarbij de samen
1.2 Klimaatadaptatie als kans voor de regio
leving zich aanpast aan het veranderende klimaat en
In onze regio Utrecht Zuidwest is het heerlijk wonen,
de schadelijke gevolgen zoveel mogelijk probeert te
werken en recreëren. We koesteren de bijzondere
beperken. Het resultaat van klimaatadaptatie is een
afwisseling van historische kernen, woon-, werk-,
klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving.
productie- en natuurlandschappen. We weten ook
Het is een omgeving die zodanig is ingericht dat de
dat de hoge kwaliteit van onze leefomgeving niet
impact van overstromingen, hitte, droogte en water-
vanzelfsprekend is. De regio staat namelijk voor grote
overlast binnen het acceptabele blijft. De visie die de
uitdagingen: hoe en waar bouwen we bijvoorbeeld
basis vormt voor deze Regionale Adaptatiestrategie
duizenden extra woningen? Hoe houden we de regio
(RAS) is als volgt:
bereikbaar? Hoe schakelen we over naar duurzame energie? Hoe houden we de regio groen en aantrekkelijk?
In 2050 hebben wij een klimaatbestendige en waterrobuuste regio Utrecht Zuidwest, waarbij
Het veranderende klimaat zet de economie, de
het gebied en de samenleving zijn aangepast aan
leefbaarheid, landbouw en natuur onder druk, maar
de gevolgen van klimaatverandering.
biedt ook volop kansen om de regio mooier, veiliger en duurzamer te maken. Wij geloven in de kansen en gaan
En dit gaat niet vanzelf. Klimaatadaptatie is bij uitstek
ervoor!
een opgave die we moeten verknopen met andere opgaven, bijvoorbeeld met verstedelijking, biodiversiteit en energietransitie. En niemand kan het alleen: samenwerking is essentieel.
4
1.3 We doen het samen
1.4 De context
Sinds 2014 werken we samen aan een klimaatbestendige
De RAS verbindt regionale klimaat- en wateropgaven en
en waterrobuuste regio. Op 18 oktober 2019 hebben
biedt een basis voor lokaal, gemeentelijk beleid.
we via een samenwerkingsovereenkomst afgesproken
De RAS is daarmee een eerste stap, en geen blauwdruk,
om onze krachten te bundelen in het Netwerk Water &
voor de lokale adaptatiestrategieën. De partners zijn
Klimaat. In dit netwerk van 14 gemeenten, provincie
immers zelf verantwoordelijk voor hun lokale beleid.
Utrecht, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en
Bovendien is in de uitvoering maatwerk nodig.
Veiligheidsregio Utrecht, werken we samen aan klimaaten wateropgaven, stimuleren we elkaar en wisselen we
Met de RAS sluiten we aan op beleid van andere
kennis en ervaring uit. Binnen het netwerk blijven de
overheidslagen, o.a.:
partners wel verantwoordelijk voor hun eigen lokale
Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA),
klimaatbeleid.
Deltaprogramma Zoetwater, de Nationale Adaptatie Strategie (NAS) en de Nationale Omgevingsvisie
Om de regio klimaatbestendig te maken, hebben we (naast de partners van het netwerk) ook het Rijk,
(NOVI) van het Rijk. Het Programma Klimaatadaptatie en de Provinciale
bedrijven, maatschappelijke organisaties en bewoners
Omgevingsvisie (POVI) van de provincie Utrecht, het
nodig. Deze partners betrekken we bij de risicodialogen
Programma Klimaatadaptatie van het waterschap en
en het uitvoeringsprogramma. We moeten en willen
het Deltaplan Agrarisch Waterbeer (DAW) van LTO.
samen aan de slag!
De lokale adaptatie strategieën en lokale omgevings visies van gemeenten. Ook raakt de RAS direct aan andere grote ruimtelijke opgaven en trajecten in de regio, zoals de Regionale Energiestrategie (RES), het Regionaal Economisch Programma (REP), het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), de Blauwe Agenda
5
van de Utrechtse Heuvelrug en het Bestuurlijk Platform
uitvoeringsprogramma op. Hierin staan afspraken over
Groene Hart. De RAS biedt een basis en sluit aan bij
wie wat gaat doen, de planning en financiering.
deze trajecten.
Het uitvoeringsprogramma is geen onderdeel van deze RAS. De ontwikkeling van dit programma is reeds gestart.
De RAS gaat over ‘hoe’ we de regio klimaatbestending
De uitkomsten van de risicodialogen nemen we ook
en waterrobuust maken. De Provinciale Omgevingsvisie
hierin mee. Het uitvoeringsprogramma is een kortlopend
(POVI), het Ruimtelijke Economisch Programma (REP,
programma, dat de mogelijkheid biedt om in te spelen
U16) en lokale overheden bepalen ‘waar’ klimaatmaat
op nieuwe inzichten en (politieke) veranderingen.
regelen en water hun ruimtelijk beslag krijgen.
Al doende leren we en waar nodig stellen we bij.
Op basis van de RAS gaan we verder met het voeren van
1.6 Doorlopen van het proces
risicodialogen. Dit zijn gesprekken met belanghebben
De RAS is met het hele netwerk tot stand gekomen.
den op regionaal en lokaal niveau over welke risico’s we
Met dank aan een actieve werkgroep, het meedenken
bereid zijn te accepteren en welke we door klimaat-
van het netwerk tijdens meerdere bijeenkomsten en een
adaptatie moeten aanpakken. Niet alles kunnen we
netwerk brede review op dit document hebben we een
immers oplossen.
strategie kunnen opstellen om trots op te zijn.
1.5 We zijn adaptatief
Ook ProRail, Rijkswaterstaat, Natuur en Milieufederatie
Klimaatadaptatie is een relatief nieuwe opgave die volop
Utrecht, Natuurmonumenten, Blauwe Agenda, Staats-
in ontwikkeling is. De praktijk en onderzoek leveren in
bosbeheer, het Utrechts Landschap, Utrechts Particulier
de (nabije) toekomst nieuwe inzichten, die ons beleid
Grondbezit, LTO, Nederlandse Fruittelers Organisatie,
kunnen aanscherpen of veranderen. Daarom is de RAS
Vitens, Tuinbranche NL en VHG hebben met ons mee-
adaptief: we onderkennen onzekerheden en anticiperen
gedacht over de strategie.
hierop door ontwikkelingen te monitoren. De RAS is ons basisplan, voor de langere termijn. Om u itvoering
We vertrouwen erop dat deze strategie een
en invulling te geven aan de RAS, stellen we een
inspiratie voor de komende jaren vormt.
6
Binnen onze regio onderscheiden we vier unieke gebieden: Veenweidegebied Hoge (gereguleerde) waterstanden, landbouw- natuur en recreatiegebied Hoogstedelijk gebied Bebouwd gebied met relatief weinig groen en veel verharding Rivierengebied Natuur-, landbouw- en recreatiegebied. Dankzij de vruchtbare bodem van rivierklei zijn er veel (kersen)boomgaarden te vinden Utrechtse heuvelrug Groot hoogteverschil, groot waterreservoir en lage waterstanden in zandgrond
1.7 De regio Utrecht Zuidwest; ‘Nederland in het klein’
authentieke dorpjes. Aan de ene kant is het een druk
Een schitterende regio, van de uitgestrekte veenweide-
Wij spreken vaak over onze regio als “Nederland in het
landschap met veel verschillende functies en sterke
gebieden tot aan de hoger gelegen bosrijke gronden op
klein”. Vrijwel alle dominerende landschappen die
overgangen, en aan de andere kant een gebied met rust
de Heuvelrug, met daar middenin het rivierengebied en
in Nederland voorkomen, komen ook voor in Utrecht
en openheid, waar natuur en cultuurhistorie prachtig
de verstedelijkte kernen.
Zuidwest. Onze regio kent grote steden en kleine
met elkaar verweven zijn.
Kortom, wij zijn trots op onze regio!
7
2. 2.
Onze kwetsbaarheden, de urgentie
2.1 Hoe ontwikkelt het klimaat zich in onze regio? Wat zijn de kwetsbaarheden voor wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen? Om hier antwoord op te krijgen voerden we in 2018 een regionale stresstest uit (Aveco de Bondt, 2018). Het KNMI publiceerde – op basis van de landelijke klimaat scenario’s - een rapport over het huidige en verwachte toekomstige klimaat van onze regio (KNMI, 2018). Beide geven ons inzicht in de opgaven waar we voor staan als we de regio klimaatbestendig en waterrobuust maken en benadrukken het belang van deze RAS. Dit hoofdstuk beschrijft de kwetsbaarheden van de regio voor de vier klimaatthema’s: wateroverlast, hitte, droogte en waterveiligheid. De thema’s staan niet los van elkaar, maar liggen in elkaars verlengde en moeten daarom integraal worden opgepakt. 8
2.2 Wateroverlast: Meer neerslag en hoosbuien Het is steeds natter geworden in onze regio. Sinds 1906 is de jaarlijkse hoeveelheid neerslag met dertig procent toegenomen. Niet alleen de jaarlijkse hoeveelheid neerslag is toegenomen, ook komen steeds vaker extreme buien voor. Zo is het aantal dagen met 20 millimeter of meer neerslag verdubbeld van 3 naar 6 dagen per jaar. In de toekomst zet deze trend verder door. Of er wateroverlast ontstaat, hangt mede af van lokale
1951 - 1980
omstandigheden, zoals de functie, het percentage verharding, eventuele helling van het terrein en eigenschappen van de bodem. Zo kan aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug schade aan huizen optreden door afstromend regenwater, terwijl in het veenweidegebied het water niet meer weggepompt kan worden omdat de boezemwateren vol staan. Daar kan door bodemdaling bij gelijkblijvende waterpeilen de kans op wateroverlast ook toenemen. In bebouwd gebied kan het water door hoog percentage verharding moeilijk in de bodem trekken, waardoor
1981 - 2010
wateroverlast ontstaat in de vorm van ondergelopen straten, tuinen en gebouwen. Ook neemt de kans op overstorten vanuit het gemengd rioolstelsel als gevolg
Toename gemiddelde hoeveelheid neerslag per jaar in mm - KNMI
Wateroverlast
van piekbuien toe, met negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit.
9
2.3 Hitte: Opwarming en meer zomerse dagen Zowel de gemiddelde temperatuur als het aantal warme dagen en nachten is in de regio gestegen en neemt in de toekomst nog verder toe. De gemiddelde temperatuur steeg met circa 2 graden Celsius in Nederland sinds 1906. Ook neemt het aantal zomerse dagen gestaag toe en blijft naar verwachting toenemen. Extreem hoge temperaturen kunnen onder meer leiden tot het uitvallen van elektriciteit, telecom, infrastructuur
1981 - 2010
en bruggen en tot vergrote kans op natuurbranden. Tot verminderde arbeidsproductiviteit en gezondheidsproblemen en zelfs tot toenemende kans op sterfte onder kwetsbare bevolkingsgroepen. Als gevolg van de opwarming van ons klimaat wordt het groeiseizoen steeds langer. Gewassen lopen hierdoor eerder uit en de kans op schade door nachtvorst neemt toe. Ook de kans op zonnebrand bij gewassen neemt door klimaatverandering toe. In het hoogstedelijk gebied zijn de gevolgen van hitte het grootst, omdat het daar warmer wordt dan in het buitengebied. De stad absorbeert de warmte overdag meer en koelt ’s nachts minder af dan het buitengebied.
2018
Dit leidt in stedelijk gebied tot meer hittestress en slapeloze nachten. In warme periodes is er meer behoefte aan zwemwater, terwijl de bacteriologische waterkwaliteit als
Aantal tropische dagen per jaar- tijdsblok 1981-2010 en klimaatscenario 2050 WH - KMNI
Hitte
gevolg van de warmte afneemt. We kunnen bijvoorbeeld te maken krijgen met blauwalg.
10
2.4 Droogte: Neerslagtekort en extreme droogte Droogte zorgt nu al regelmatig voor problemen, zoals we hebben ervaren tijdens de droge zomers van 2018, 2019 en 2020. De zandgronden op de Utrechtse Heuvelrug zijn extra gevoelig voor droogte, met daardoor een toe nemende kans op schade aan landbouw en natuur en natuurbranden. In het veenweidegebied kan tijdens een droge periode als gevolg van dalende grondwaterstanden versnelde
1981 - 2010
bodemdaling plaatsvinden, terwijl in de bebouwde gebieden schade kan ontstaan aan funderingen die droog komen te staan en kunnen woningen verzakken door inklinking van de bodem. Ook kan door verzakking schade aan infrastructuur optreden. Ook de biodiversiteit heeft te leiden onder de droogte. Groen in de stad kan onvoldoende van water worden voorzien en waterafhankelijke natuur verdwijnt door droogte. Tegelijkertijd kan in het Rivierengebied langdurige droogte leiden tot lage waterstanden in rivieren met gevolgen voor de scheepvaart.
2018
Droogte kan ook een negatieve impact hebben op de waterkwaliteit en wateraanvoer en bemoeilijkt dan de landbouw en fruitteelt. De verwachting is dat de komende
Neerslagtekort in mm in de zomer - tijdsblok 1981-2010 en 2018 - KMNI
Droogte
jaren extreme droogte steeds vaker zal voorkomen.
11
2.5 Waterveiligheid: Overstromingsrisico’s De steden, dorpen en polders van onze regio worden goed beschermd tegen hoogwater dankzij dijken, sluizen en gemalen. Door de klimaatverandering krijgen de rivieren - met name in de winterperiode relatief meer en grotere pieken water af te voeren. Ook de zeespiegelstijging kan in de toekomst zorgen voor hogere waterstanden op de rivieren. Daarmee nemen, zonder extra maatregelen, ook de
2018
overstromingsrisico’s in de regio toe. Daarom werken we de komende jaren samen aan het vergroten van de (meerlaagse) veiligheid, zodat de regio ook in de toekomst veilig blijft.
Maximale waterdiepte in meters - Risicokaart overstroming hoofdwatersysteem 2015 - KNMI
Waterveiligheid 12
3. 3.
Onze regio in 2050
3.1 Onze doelen voor 2050 We weten dat de regio kwetsbaar is voor wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn, hebben we per klimaatthema doelen gesteld.
13
3.2 Thema wateroverlast:
In 2050:
Droge voeten
Is de openbare ruimte zo ingericht dat de waterover-
Voor wateroverlast hanteren we de volgende definitie: “Er is sprake van een niet acceptabele overlast als het
last bij een bui van 70 mm in één uur beperkt is. Zorgt een uitgebreid groenblauw netwerk in
gaat om materiële schade, langdurige overlast (>2
stedelijk gebied er bij extreme buien voor dat het
uur) of overlast op doorgaande verkeersroutes (incl. het
water optimaal wordt vastgehouden en geborgen in
spoor), in winkelstraten en stadscentra en op kwetsbare
bodem- en watersysteem.
plekken zoals bij ziekenhuizen en verzorgingscentra“. We hebben de doelen voor wateroverlast geformuleerd aan de hand van huidige kennis en inzichten. Enkele
Zijn de vitale objecten en infrastructuur waterrobuust ingericht. Is het watersysteem robuust en veerkrachtig
doelen bevatten een norm. Het is de verwachting dat
ingericht, zodat pieken in natte en droge perioden
de doelstellingen naar aanleiding van te voeren risico-
opgevangen worden.
dialogen verder geconcretiseerd worden, met daarbij
Vindt er geen negatieve beïnvloeding van de
ruimte voor lokaal maatwerk.
waterkwaliteit meer plaats als gevolg van over-
Tot die tijd werken we met de norm dat 70 mm in één
storten vanuit gemengd rioolstelsel.
uur niet tot wateroverlast leidt. Dit kan gezien worden
Zijn inwoners en bedrijven zich bewust van de
als ondergrens, de partners staan vrij om in lokaal
gevolgen van klimaatverandering en houden zij
beleid te gaan voor hogere normen.
zoveel mogelijk water op eigen terrein vast.
Thema Wateroverlast 14
3.3 Thema hitte:
In 2050:
Hoofd koel houden
Is het verschil van de gevoelstemperatuur (PET)
Hitte is een relatief nieuwe opgave voor Nederland.
tussen bebouwd en landelijk gebied verkleind tot
Daarom hebben we nog geen eenduidige definitie voor
maximaal 5 graden.
wanneer onze regio hittebestendig is. Uit onderzoek
Blijft de leefomgeving tijdens perioden van
blijkt dat bij hitte de gevoelstemperatuur relevanter
(langdurige) extreme hitte leefbaar.
is dan de werkelijke temperatuur. In bebouwd gebied loopt deze eerder op dan in landelijk gebied. Daarom wordt in bebouwd gebied eerder overlast (hittestress) ervaren.
Zijn vitale en kwetsbare functies bestand tegen de gevolgen van extreme of langdurige hitte. Is de kwaliteit van het oppervlaktewater tijdens langdurige periode van extreme hitte (of droogte) voldoende voor de functie die het heeft. Hebben inwoners en bedrijven hun terreinen zo hittebestendig mogelijk ingericht. Is de bebouwde omgeving zodanig ingericht dat hittestress ’s nachts zoveel mogelijk wordt beperkt.
Thema Hitte 15
3.4 Thema droogte:
In 2050:
Voldoende water
Houden we water zoveel mogelijk lokaal vast door te
Droogte is een langere periode waarin weinig neerslag
infiltreren in de bodem en benutten we het voor bijv.
valt. Bij zonnig weer met wind en hoge temperaturen
onze groenvoorzieningen.
kan er veel vocht verdampen, waardoor het watertekort
Leidt langdurige droogte niet tot verdroging of
snel toeneemt. Ook de voorgeschiedenis is van belang:
schade aan de bebouwde omgeving, inclusief
als het ook eerder in het jaar droog was, loopt het tekort
groenvoorzieningen.
op. Wanneer de vraag naar water het natuurlijke aanbod overstijgt, ontstaat waterschaarste.
Is het landelijk gebied, landbouw- en natuurgebieden, bestand tegen langdurige droogte. Is de inrichting van de omgeving afgestemd op de
Voor de definitie van ‘extreme droogte’ kijken we naar
natuurlijke grondwaterstanden en zoetwater-
de ‘5% droogste jaren-lijn’ in de droogtemonitor van het
beschikbaarheid tijdens droogte, zodat er een balans
KNMI. Daarin geven zij aan wanneer het neerslagtekort
ontstaat tussen onttrekkingen en dat wat natuurlijk
valt onder de 5% meest droge jaren. Wanneer het
wordt aangevuld. Met natuurlijk bedoelen wij hier
neerslagtekort groter is dan deze 5% lijn, definiëren wij
een watersysteem waarbij geen technische ingrepen
de droogte als extreme droogte. Het is nog onduidelijk
zijn uitgevoerd, zoals pompen of waterinlaten.
hoe deze 5% lijn zich in de toekomst gaat vormen.
Is het effect van droogte op versnelde bodemdaling (veenoxidatie en zetting) zoveel mogelijk beperkt.
Droogte komt door klimaatverandering steeds vaker voor. We moeten ons daarop voorbereiden.
Is er bij extreme droogte voor de meest urgente functies zoetwater van de juiste kwaliteit beschikbaar. We volgen hierbij de landelijke verdringingsreeks. Zijn inwoners en bedrijven zich bewust van de noodzaak en nemen zij maatregelen om de effecten van droogte te beperkten.
Thema Droogte 16
3.5 Thema waterveiligheid: Schade beperken
In 2050:
Voor waterveiligheid hanteren we het principe van
Zijn de gevolgen van overstromingen beperkt.
meerlaagsveiligheid (MLV). Deze benadering werkt
Zijn de evacuatiemogelijkheden geoptimaliseerd.
in drie ‘lagen’. De eerste laag is preventie: het zoveel
Is veerkracht met betrekking tot de wederopbouw
mogelijk voorkomen van een overstroming.
vergroot.
De tweede laag richt zich op het realiseren van een
Zijn de incidentbestrijdingsplannen met betrekking
duurzame ruimtelijke inrichting. De derde laag zet in
tot overstromingen op orde en zijn de crisis-
op een betere (organisatorische) voorbereiding op een
beheersingsorganisatie opgeleid, getraind en
mogelijke overstroming (rampenbeheersing).
geoefend.
De regionale werkgroep Gevolgenbeperking en de provinciebrede werkgroep Overstromingen stellen in 2021 de definitie vast voor wanneer de regio overstromingsrobuust is. Deze werken zij uit in een redeneerlijn en een lijst van Vitale & Kwetsbare functies. Onderstaande doelen worden aan de hand van deze uitwerking nader aangevuld en geconcretiseerd.
Thema Waterveiligheid 17
4. 4.
Hoe bereiken we dit?
4.1 Ons streefbeeld Om ons streefbeeld werkelijkheid te maken hebben we een strategie opgesteld. Deze strategie beantwoordt de vraag: hoe gaan we dat doen? In dit hoofdstuk lichten we de zeven strategische sporen één voor één toe. Per spoor geven we aan wat onze eerste stappen zijn. Deze dienen als startpunt. In het uitvoeringprogramma dat op de RAS volgt, werken we nader uit wat we te doen hebben en hoe we het aanpakken.
18
De stad als spons
Leefbaarheid bij hitte Klimaatadaptieve landbouw-
Nieuwbouw- en herstructurering
en natuurontwikkeling
klimaatadaptief
Streefbeeld klimaatbestendige en waterrobuuste regio 2050
Gevolgbeperking
Versterken
Klimaatbewustzijn
klimaateffecten vitale en kwetsbare functies
natuurlijk (water)systeem
en handelingsperspectief bewoners en bedrijven
19
4.2 Nieuwbouw- en herstructurering klimaatadaptief De woonomgeving is gevoelig voor de gevolgen van
Waar gaan we nu mee aan de gang? De eerste stappen: We dragen bij aan een provinciebreed bouw-
klimaatverandering. Met voldoende water, minder
convenant, met daarin een programma van eisen
stenen en het juiste groen, kunnen we water- en
voor klimaatadaptief bouwen. Deze borgen we
droogteoverlast beperken en hittestress tegengaan.
in omgevingsvisies en omgevingsplannen.
Daarom gaan we voor klimaatadaptieve nieuwbouw
We verzamelen en delen kennis met betrekking
en herstructurering.
tot het slim stapelen van functies, waarbij woonopgaven worden gecombineerd met
Deze strategie geldt voor de nieuwbouw, stedelijke
klimaatadaptatie, gezondheid en biodiversiteit.
inbreidingsprojecten, herstructurering, renovatie en
We maken prestatieafspraken met de woning-
onderhoud. Ook de verbouwing van een particuliere woning is een aandachtspunt. Klimaatadaptieve
bouwcorporaties. We stimuleren en belonen vernieuwende
nieuwbouw- en herstructurering betekent dat ont-
concepten met betrekking tot klimaatadaptief
worpen wordt op basis van alle vier de klimaatthema’s.
bouwen.
Hierbij versterken we waar mogelijk andere opgaven, zoals de energietransitie en biodiversiteit. Zo leidt gebiedsontwikkeling niet tot extra klimaatopgaven, maar tot een positieve impuls aan ons leefklimaat. De kans op schade door extreem weer en overstromingen neemt af, bij hitte blijft de leefomgeving gezond en onze regio wordt mooier en aantrekkelijker.
Nieuwbouw- en herstructurering klimaatadaptief 20
Wat doen we al? Meerdere gemeenten experimenteren al met klimaatadaptieve maatregelen, zoals de gemeente Bunnik in de Engboogerd buurt en de gemeente Zeist in de wijk Kerckebosch. Het nieuw te ontwikkelen hoogstedelijke gebied ‘City West’ in Nieuwegein wordt volledig klimaatadaptief ingericht. Hiervoor heeft de gemeente normen voor opvang van piekbuien, hittestress, natuurinclusief bouwen, biodiversiteit en de aanleg van een groenblauw netwerk ontwikkeld die aan de gebiedspartijen worden meegegeven. Onderzocht wordt hoe het regenwater en huishoudelijk afvalwater volledig hergebruikt kan worden, bijvoorbeeld voor de groenvoorziening in droge perioden.
21
4.3 De stad als spons
Waar gaan we nu mee aan de gang?
De kans op wateroverlast door extreme buien neemt
De eerste stappen:
toe. Tegelijkertijd leiden de steeds langere periodes
We ontwikkelen richtlijnen voor het realiseren van
van droogte tot watertekort. Deze toename in extremen
de ‘stad als spons’.
vraagt om een andere aanpak in de bebouwde omge-
We ontwikkelen richtlijnen voor klimaatadaptief
ving. In plaats van water af te voeren, willen we het
(groen en blauw) bouwen in het provinciebrede
lokaal vasthouden en bergen om het beter te kunnen
bouwconvenant.
benutten in tijden van droogte: de stad fungeert als spons.
In ruimtelijke visies en programma’s (zoals omgevingsvisies en omgevingsplannen) borgen we voldoende ruimte voor klimaatadaptatie.
Bij de sponsfunctie gaat het met name om het vasthouden van water in de haarvaten van het systeem.
We stimuleren het ontstenen en vergroenen van particuliere terreinen.
Het gaat om het vergroenen van particuliere terreinen
We voorzien de openbare ruimte van meer groen.
(tuinen en daken), het afkoppelen van verhard opper-
We ontwikkelen plaatsen waar water kan infiltreren
vlak van gemengde riolering en ook over herinrichting
en vastgehouden kan worden zoals wadi’s en
van openbare ruimten zoals (school)pleinen, parken
grindkoffers in de ondergrond.
en parkeerplaatsen. Al deze ruimte samen vormt wel 70% van het oppervlak van het bebouwd gebied. Door dit oppervlak steeds meer te gebruiken om water vast te houden, zijn we in staat om wateroverlast door intensieve neerslag te beperken én de gevolgen van langdurige droge perioden beter te overbruggen. Door groen en water op deze manier te ontwikkelen en te verbinden, kunnen we wateroverlast en gevolgen van hitte en droogte in bebouwd gebied beperken en werken we bovendien aan natuurontwikkeling en
De stad als spons
vergroting van de biodiversiteit.
22
Wat doen we al? Veel gemeenten hebben subsidiemogelijkheden voor afkoppelen van hemelwater en aanleg van groene daken. Bij de inrichting van de openbare ruimte geven zij ook steeds vaker het goede voorbeeld. Zoals de groene daken op de bushokjes in Utrecht. De regio heeft van het Rijk een bijdrage ontvangen om in vijf typen wijken klimaatadaptieve maatregelen te nemen en te onderzoeken wat werkt.
23
4.4 Leefbaarheid bij hitte
Kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals ouderen en
Het wordt de komende jaren warmer en dat veroorzaakt,
(chronisch) zieken, zijn extra gevoelig voor hitte.
met name in bebouwd gebied, hittestress. Om dorpen
Deze strategie gaat er ook over dat we via lokale
en steden leefbaar te houden op warme dagen, is het
hitteplannen zorgen dat zij in hete periodes de
van belang dat we voldoende koele en schaduw plekken
benodigde extra aandacht krijgen.
hebben. Groen zorgt voor frisse lucht, schaduw en koelte. Bovendien beïnvloedt groen (op de juiste plekken) het
Waar gaan we nu mee aan de gang?
absorptie vermogen en de stralingswarmte van verhard
De eerste stappen:
oppervlak, waardoor bebouwd gebied ’s nachts sneller
We brengen het huidig aantal koelteplekken
afkoelt. De beschikbaarheid van groen dichtbij iedere
binnen de regio in kaart en bepalen de gewenste
woning draagt bij aan de leefbaarheid van de stad.
afstand tot en omvang van deze koelteplekken.
Ook schaduw gevende overkappingen en zonweringen dragen daaraan bij.
We identificeren de ontbrekende schakels in de huidige groen-blauwe netwerken van onze bebouwde omgeving en ontwikkelen plannen
Naast groen hebben we ook water nodig. Zwemwater brengt verkoeling op hete dagen. Water is nodig om de groenvoorzieningen in droge tijden groen te houden. We verbeteren de leefbaarheid van steden en dorpen
om deze in te vullen. We brengen de zwemwaterlocaties in de regio in beeld en bepalen of er genoeg zijn. We brengen in beeld in welke watergangen/
in hete perioden door het versterken van groen-blauwe
-partijen kwetsbaar zijn voor hitte.
netwerken binnen de bebouwde omgeving. Als deze
We zetten in op lokale hitteplannen per
netwerken ook verbonden zijn met de regionale groenstructuren komt dit de leefbaarheid, natuurontwikkeling en biodiversiteit ten goede.
gemeente. We ontwikkelen en delen kennis met betrekking tot een hittebestendige en droogtebestendige leefomgeving.
Leefbaarheid bij hitte 24
Wat doen we al? Een aantal van de gemeenten in onze regio heeft een lokaal hitteplan opgesteld om kwetsbare bevolkingsgroepen te beschermen tegen de hitte. Ook hebben enkele gemeenten ontwerprichtlijnen ontwikkeld om straten en wijken hittebestendig te maken.
25
4.5 Klimaatadaptieve landbouw- en natuurontwikkeling De gevolgen van klimaatverandering kunnen negatieve
Daarin willen we zoveel mogelijk aansluiten bij wat
effecten hebben op landbouw en natuur. Oogsten
er al gedaan wordt en de verbinding zoeken met de
kunnen bijvoorbeeld mislukken en de natuur kan
andere thema’s die spelen in de landbouw.
schade ondervinden door bijvoorbeeld verdroging en natuurbranden.
Wij realiseren ons dat wij als overheden niet de initiatiefnemer zijn voor deze strategie.
We willen dat natuur zo goed mogelijk bestand is tegen
Maar wij willen graag samen met de betrokken
de effecten van klimaatverandering. Bestaande natuur
partijen aan de slag om een klimaatadaptieve
is vooral gebaat bij het vasthouden van water.
landbouw en natuur te ontwikkelen.
Nieuwe natuur kunnen we klimaatadaptief aanleggen met vegetatie die bestand is tegen droogte en natuur-
Waar gaan we nu mee aan de gang?
branden. We behouden (natte) natuur en verbinden
De eerste stappen:
natuur met andere groen/blauwe structuren die tot in
We zoeken de samenwerking met agrarische
het stedelijk gebied doorlopen. De nieuwe natuur draagt
collectieven om van elkaar te leren en elkaar te
op die manier bij aan de opgaves in het stedelijk gebied.
inspireren om klimaatadaptieve landbouw te
We combineren meerdere functies, van waterberging en
bevorderen.
recreatie, tot het behoud van de biodiversiteit.
Klimaatadaptieve landbouwen natuurontwikkeling
We onderzoeken hoe een klimaatbestendig
De landbouwsector maakt momenteel een transitie naar
bodem- en watersysteem eruit ziet en wat de
duurzaamheid door. Onderdeel van die transitie is het
draagkracht is.
anticiperen op de klimaatverandering. In de toekomst
We stimuleren het vasthouden van water.
bepalen klimaatomstandigheden in steeds grotere mate
We stimuleren de aanleg van klimaatadaptieve
of en hoe de landbouwsector gebruik kan maken van
natuur en het behoud van de klimaatbestendige
de bodem en het watersysteem. Door te kiezen voor
(natte) natuur.
bepaalde gewassen en teeltsystemen, kunnen boeren en tuinders beter inspelen op het veranderende klimaat.
We brengen de risico’s op natuurbranden binnen de regio in kaart.
26
Wat doen we al? In het Veenweiden Innovatiecentrum in Zegveld, gemeente Woerden, werken boeren samen met onderzoeksinstellingen en overheden aan een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw in het veenweidegebied. De grondgebonden landbouw is een belangrijke drager van dit cultuurlandschap. Maar de veenweidegebieden zijn kwetsbaar. Er komt een veelheid aan ontwikkelingen en daarmee samenhangende vragen samen in dit gebied. Dat vraagt om een integrale aanpak van de problematiek en een gezamenlijk zoeken naar oplossingsrichtingen.
27
4.6 Gevolgbeperking klimaateffecten vitale en kwetsbare functies
ook expliciet aandacht gevraagd voor het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de vitale
Bepaalde processen en functies zijn zo belangrijk
en kwetsbare functies met betrekking tot de andere
dat ze de term ‘vitale en kwetsbare functies’ hebben
klimaatthema’s: hitte, droogte en wateroverlast.
gekregen. Uitval of verstoring van deze basisfuncties door bijvoorbeeld een overstroming leidt tot ernstige
Waar gaan we nu mee aan de gang?
maatschappelijke ontwrichting en vormt een bedreiging
De eerste stappen:
voor de nationale veiligheid. Door de extreme weers-
In 2021 bepalen we onze ambitie met betrekking
omstandigheden de komende jaren neemt de kans
tot gevolgbeperking overstromingen: wanneer
op zulke maatschappelijke ontwrichtingen toe.
vinden wij onze regio overstromingsrobuust? En wie is verantwoordelijk voor wat?
We willen dat onze netwerken nu en in de toekomst bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering.
kwetsbaarheden in beeld met betrekking tot hitte,
Het functioneren van de maatschappij hangt nauw
droogte en wateroverlast.
samen met het functioneren van het elektriciteitsnet, ICT-voorzieningen, infrastructuur, gezondheidszorg, voedselvoorziening en de waterhuishouding.
de regio bekend. Inwoners en bedrijven zijn zich in 2023 bewust van de noodzaak en nemen uiterlijk in 2030 maatre-
samenwerking is dus essentieel.
gelen om de gevolgen van overstromingen te
Om de maatschappij veilig te laten functioneren, hebben
beperken. Nieuwe ontwikkelingen zijn uiterlijk in 2030
tegen deze extreme weersinvloeden.
overstromingsrobuust en vitale en kwetsbare
Mocht het toch misgaan, dan zetten we in op snel hers-
functies zijn uiterlijk in 2030 klimaatbestendig en
tel. In de Intentieverklaring Meerlaagsveiligheid Utrecht
waterrobuust.
(2018) hebben partners in de hele provincie Utrecht
vitale en kwetsbare functies
In 2022 zijn de gevolgen van een overstroming in
Hier zijn veel verschillende partijen bij betrokken en
onze basisfuncties en structuren bescherming nodig
Gevolgbeperking klimaateffecten
In 2021 zijn voor vitale en kwetsbare functies de
In 2030 is er beleid voor bestaande bouw
afgesproken hiervoor een aanpak voor gevolgbeperking
ontwikkeld, geprioriteerd aan de hand van de
overstromingen uit te werken. Naast dit thema is in het
Vitaal&Kwetsbaar-lijst.
Deltaprogramma 2021
28
Wat doen we al? We maken door dijkversterking momenteel de Lekdijk klimaatbestendig, met als doel het voorkomen van overstromingen, het vergroten van de biodiversiteit op en langs de dijk en het versterken van beleving van landschap en water.
29
4.7 Versterken natuurlijk (water)systeem
We streven naar het vasthouden van water in de haar-
We verwachten een toename van de kans op water-
vaten van het watersysteem. We voorkomen daarmee
overlast als gevolg van frequentere en intensievere
snelle afspoeling en vergroten de infiltratie. Hiermee
buien. Dit kan onder andere resulteren in modder-
werken we tegelijkertijd aan de vergroting van de grond-
stromen of overstorten met negatieve gevolgen voor
watervoorraad en de beschikbaarheid van water.
de waterkwaliteit.
Zodoende dragen we bij aan de biodiversiteit en voor-
Tegelijkertijd verwachten we ook meer periodes van
komen we versnelde bodemdaling. Daarnaast kan het
extreme droogte, waardoor een te kort aan zoet water
versterken van het natuurlijke watersysteem uitstekend
ontstaat voor de verschillende functies die er zijn.
samengaan met aandacht voor een gezondere bodem.
De combinatie van minder neerslag en hogere
Een gezonde bodem kan meer water opnemen en
verdamping betekent dat er minder water beschikbaar
vasthouden, wat leidt tot aanvulling van grond-
komt vanuit de strategische grondwatervoorraden in ons
watervoorraden.
gebied. Onttrekking, zoals drinkwaterwinning, heeft hier ook effect op.
Waar gaan we nu mee aan de gang? De eerste stappen:
Dit vraagt om aanpassingen in ons regionale water-
We identificeren de locaties in het regionaal water-
en grondwaterbeheer. We streven naar een natuurlijk,
systeem waar meer ruimte voor buffering van water
robuust en veerkrachtig (grond) watersysteem, dat
gewenst is.
pieken kan opvangen in natte en droge perioden. We werken in de regio aan een watersysteem dat in
knelpunten ten aanzien van waterbeschikbaarheid.
balans is. Dit betekent dat we nu en in de toekomst
We onderzoeken hoe een klimaatbestendig bodem-
blijven werken aan droge voeten en voldoende
en watersysteem eruit ziet en wat de draagkracht is.
(kwalitatief goed) water, op een manier die past bij
We onderzoeken de ecologische kwaliteit van het
de klimaatextremen. Wanneer er in de toekomst een
stedelijk water door middel van ecoscans en hoe we
overschot aan water in de stedelijke gebieden is, dan
deze kunnen verbeteren.
zorgen we ervoor dat er zowel binnen als buiten de stad
Versterken natuurlijk watersysteem
We onderzoeken en agenderen de kansen en
We denken mee met lopende trajecten om drink-
buffers beschikbaar zijn waarin we het overtollige water
waterwinning zodanig vorm te geven dat de winning
kunnen opvangen.
het natuurlijke watersysteem in stand houdt.
30
Wat doen we al? Onder de naam ‘Blauwe Agenda’ zijn afspraken gemaakt om problemen door watertekorten én wateroverlast in en rondom Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug aan te pakken. In de Gooyerwetering houden we gebiedseigen water langs de flank van de Utrechtse heuvelrug langer vast, zodat het in droge tijden benut kan worden. Gemeente Houten vindt vitaal en aantrekkelijk oppervlaktewater in het stedelijk gebied belangrijk. Daarom verwijderen gemeente en waterschap exotische woekerende planten en vervangen zij beschoeiingen door natuurvriendelijke oevers.
31
4.8 Klimaatbewustzijn en handelings perspectief bewoners en bedrijven Om onze regio aan te passen aan de gevolgen van
Waar gaan we nu mee aan de gang? De eerste stappen: We zoeken de samenwerking met onze stake-
klimaatverandering, hebben we als partners van het
holders, om bewoners en bedrijven in beweging
Netwerk Water en Klimaat de hulp nodig van b ewoners,
te krijgen.
bedrijven, ondernemers en maatschappelijke
Vanuit het netwerk ondersteunen wij overheden
organisaties. We willen hun klimaatbewustzijn
bij het vergroten van het bewustzijn van
vergroten. We hebben daarbij een positieve boodschap:
inwoners met behulp van communicatietools.
een groene woon- en werkomgeving vergroot de leefbaarheid en maakt onze regio mooier. Met gerichte communicatie en het samenwerken aan
We stimuleren het samenwerken en van elkaar leren door onder andere inspiratiesessies. We ondersteunen onze partners bij het
voorbeeldprojecten maken we hen bewuster van de
verankeren van inwonersparticipatie in het
noodzaak en van de kansen die het voor hen oplevert.
beleid en handelen.
Denk bijvoorbeeld aan groene ruimten rond bedrijven, groene en toch onderhoudsarme tuinen en groene
We monitoren de resultaten van activiteiten en campagnes.
daken. Het vergroten van het klimaatbewustzijn leidt niet alleen tot directe acties in tuinen en op daken. Het bewustzijn geeft ook inspiratie bij bewoners en ondernemers om meer milieubewust te handelen en te leven. En hiermee ook op een gezamenlijk gezonde en meer leefbare regio.
Klimaatbewustzijn en handelingsperspectief bewoners en bedrijven 32
Wat doen we al? Meerdere gemeenten in onze regio hebben de afgelopen jaren de ‘April Actiemaand’ georganiseerd. In samenwerking met tuincentra hebben we activiteiten opgezet om bewoners bewust te maken van het belang en de meerwaarde van een groene tuin en hen te stimuleren om hun tuin te vergroenen. Denk hierbij aan acties als ‘tegel eruit, plant erin’. De gemeenten Woerden, De Bilt, Zeist en Utrechtse Heuvelrug gebruiken de tool ‘Staat van je straat’. Deze tool geeft inzicht hoe klimaatbestendig het stedelijk gebied is. Woerden heeft onderzocht hoeveel extra kroonoppervlak per wijk nodig is voor voldoende schaduw.
33
5. 5.
Het vervolg, samen aan de slag!
5.1 Het vervolg In de voorgaande hoofdstukken hebben we kansen en kwetsbaarheden in de regio beschreven. En vooral ook de wijze waarop we een vervolg willen geven aan onze ambitie om gezamenlijk tot een klimaatbestendige en waterrobuuste regio te komen. De zeven strategische sporen zijn hierin de leidraad om onze doelstellingen te bereiken.
34
5.2 Hoe gaan we nu verder? We werken samen met onze partners en betrok
Dit doen we door het (verder) vormgeven van de risico-
kenen verder aan het uitwerken en vormgeven
dialogen op regionaal en lokaal niveau. We zijn al in
van onze strategieën.
dialoog met maatschappelijke organisaties zoals LTO,
We werken aan risicodialogen en een regionaal uitvoeringsprogramma. We zien de RAS als basis voor lokaal beleid, waarbinnen wij elkaar stimuleren.
de natuurorganisaties, drinkwaterbedrijven, tuinbranche en terreinbeheerders. Deze dialoog blijven we voeren om onze strategie te versterken en richting concrete uitvoering te brengen.
Wij monitoren gezamenlijk de voortgang op ons werk.
Wij willen bijvoorbeeld graag met terreinbeherende organisaties werken aan groen-blauwe verbindingen,
Onderstaand geven we een beeld van het vervolg op
klimaatbuffers en het klimaatbestendig maken van onze
deze RAS langs bovengenoemde lijnen.
bossen. We willen graag met de agrariërs de mogelijkheden en kansen bespreken van klimaatadaptieve
5.3 We ontwikkelen onze strategieën samen met onze partners
landbouw. Met de drinkwatersector kijken we hoe we de strategische grondwatervoorraden optimaal kunnen
De RAS is niet een eindproduct, maar vooral het begin
beschermen. En met de woningbouwcorporaties,
van gesprekken met de stakeholders in het gebied.
ontwikkelaars en aannemers werken we aan een bouw-
We hebben maatschappelijke organisaties, bedrijven,
convenant. We stimuleren bewoners, maatschappelijke
bewoners en het Rijk nodig om de regio klimaat-
organisaties en bedrijven om mee te investeren in een
bestendig en waterrobuust te maken. We willen samen
klimaatbestendige regio. Daarnaast willen we klimaat-
aan de slag. We zoeken daarom actief de samenwerking
adaptatie een integraal onderdeel laten uitmaken van
en zetten in op participatie.
andere thema’s in ons gebied, zoals de energietransitie en de economisch regionale ontwikkeling. Hiervoor leggen we verbindingen met onder andere de RES en de REP.
35
5.4 We werken aan een regionaal uitvoerings programma
5.5 De RAS als basis voor lokaal beleid De RAS en het regionale uitvoeringsprogramma
De RAS is een lange termijn plan, met een visie voor
verbinden regionale klimaat- en wateropgaven en
2050. Dat lijkt ver weg, maar is daarmee niet vrij
bieden een basis voor lokaal, gemeentelijk beleid en
blijvend.
voor lokale adaptatiestrategieën (LAS). De partners gaan hiermee zelf verder aan de slag. Binnen het
Klimaat- en waterrobuust inrichten moet een vanzelf-
Netwerk Water & Klimaat leren en stimuleren we
sprekend onderdeel worden van ruimtelijke plannen.
elkaar hierbij.
Om hieraan handen en voeten te geven, werken we vanaf medio 2020 aan een gezamenlijk regionaal
Figuur 1 geeft aan hoe deze RAS en de overige
uitvoeringsprogramma. Hierin vertalen we de lange
producten zoals de LAS en regionale en lokale
termijn visie en strategieën van de RAS naar een
uitvoeringsagenda’s zich tot elkaar verhouden.
uitvoeringsprogramma voor de komende vijf jaar. Dit programma krijgt vervolgens ieder jaar een kort-
5.6 Wij monitoren de voortgang
lopend, flexibel uitvoeringsplan met daarin concrete
Wij monitoren regelmatig, zodat we actueel en flexibel
maatregelen en acties. De kortlopende plannen creëren
kunnen zijn. Hoe we precies gaan monitoren, bepalen
de mogelijkheid om bij te sturen en in te spelen op
we in het uitvoeringsprogramma. We monitoren niet
nieuwe inzichten, knelpunten en politieke ontwikke-
alleen de voortgang, maar ook nieuwe ontwikkelingen.
lingen. We gaan aan de slag langs verschillende lijnen.
Al doende leren we en waar nodig sturen we bij.
We ontwikkelen icoonprojecten, fysieke maatregelen en nieuw beleid om klimaatadaptatie te borgen. We starten onderzoek en kennisuitwisseling en we stimuleren bedrijven en inwoners bij klimaatadaptieve activiteiten. Het regionaal uitvoeringsprogramma is de basis voor eventuele subsidieaanvragen (bijvoorbeeld
figuur 1
de impulsregeling klimaatadaptatie).
36
Colofon Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Gemeente Lopik
Gemeente Wijk bij Duurstede
Marcel Wijstma
Nico Vennema
Andre Vervoort
Tom Overgaauw Provincie Utrecht
Gezamenlijk vormen zij het Netwerk Water & Klimaat. Gemeente Montfoort
Gemeente Woerden
Martijn van Buuren
Lotte Versteeg
Ida Philip Veiligheidsregio Utrecht
De Regionale Adaptatie Strategie (RAS) is door 17 overheden opgesteld in een interactief proces. Het Netwerk Water & Klimaat bestaat uit 14 gemeenten, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Provincie Utrecht en Veiligheidsregio Utrecht.
Gemeente Nieuwegein
Gemeente Zeist
Robbin Knuivers
Jan Cornelis van der Vliet
Gemeente Oudewater
Netwerk Water& Klimaat
Arij Groenendaal
Laura Huigens
Kaarten
Koen te Velde
KNMI - rapport CRA/HDSR
Elsbeth Beeke Gemeente Bunnik Erik Blommaart Gemeente Stichtse Vecht Gemeente De Bilt
Malou ten Have
Meymet Seyman
Herbert Bos, AT Osborne Gemeente Utrecht
Gemeente Houten
Ruud Koch Gemeente Utrechtse Heuvelrug
Jorn Klaver
Janine Buijs, AT Osborne
Foto’s Sjon Heijenga, Menno Bausch, Nanda Sluijsmans, HDSR, ©Snappy.nl, Veenweiden Innovatiecentrum - Louis Bolk Instituut Streefbeeld en tekeningen
Richard Zwartenkot Gemeente IJsselstein
Redactie
Annemarie ter Schure
BVR adviseurs ruimtelijke ontwikkeling Opmaak Dorine Epping - buitenruimte.nu tekstversie 4 en 18 november 2020 november 2020