Raadsvoorstel 'Afwegingskader grootschalige duurzame energie' - Bijlage 7 (Advies ODRU).pdf
Tekst van het document
ROM INTEGRAAL ADVIES Aan T.a.v. Onderwerp
Adviseur ROM Telefoon Datum Kenmerk
Gemeente Oudewater ROM integraal advies Oudewater: Adviesaanvraag concept Afwegingskader grootschalige duurzame energie
10 juni 2021 Z/21/182055 / D - 508940
Inleiding Gemeente Oudewater heeft een concept-afwegingskader duurzame energie opwekken opgesteld en heeft ons hierover advies gevraagd. Met betrekking tot geluid wordt uitgebreider advies gegeven. Voor de overige aspecten volgt onderaan dit document een algemener, eerste advies
Korte conclusie Thema Geluid
Beoordeling Niet akkoord
Opmerkingen en/of belemmeringen Informatie in afwegingskader m.b.t. “geluid” is onjuist en moet worden aangepast.
Overige milieuthema’s
Niet nader getoetst
Overige milieuthema’s moeten voldoen aan wettelijke eisen. Wanneer plannen voor opwekken van duurzame energie concreter worden, is nadere beoordeling noodzakelijk. We blijven in het vervolgtraject graag betrokken.
Pagina 1 van 4
Geluid Advies: 1. Het concept Afwegingskader duurzame energie opwekken in Oudewater aan te passen met betrekking tot aspect “geluid”. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 Aanpassing concept Afwegingskader is noodzakelijk Op bladzijde 13, paragraaf “Algemene voorwaarden Wind – technisch”, is aangegeven dat de gemeente Oudewater ervoor heeft gekozen om een strengere geluidsnorm te hanteren dan wettelijk is opgelegd. Deze formulering is onjuist. De wettelijke geluidsnorm is Lden 47 dB op gevels van woningen. Slechts in bijzondere omstandigheden, zoals bij plaatsing in een stiltegebied, kan de gemeente de geluidsnorm door middel van een “maatwerkvoorschrift” naar beneden bijstellen. Wel zal, door bij de locatiekeuze meer afstand aan te houden tussen windturbine en woningen, worden gezorgd dat het geluidsniveau in de praktijk lager zal zijn dan de wettelijke norm van 47 dB. Door middel van een akoestisch onderzoek kan bij een specifieke locatiekeuze vrij nauwkeurig worden berekend welk geluidsniveau zal optreden op gevels van woningen. Aangegeven is (citaat): “In de bijlage Restricties wordt uitgelegd dat de wettelijke geluidsnorm voor geluid door windturbines (47 dB(Lden)) is te vertalen naar een afstand van 300 meter bij losse bebouwing en 500 meter voor woonkernen”.
Ook deze formulering is onjuist, want dit zal dan inhouden dat dat bij woonkernen er strengere normen (Lden) gelden dan bij losse bebouwing. En dat is niet het geval. De wettelijke geluidsnorm van 47 dB is sowieso moeilijk te vertalen naar een “afstandsnorm”. De geluidemissie van een windturbine is namelijk van diverse factoren afhankelijk. Als vuistregel voor een nieuwe windturbine kan een afstand van 350 tot 400 meter worden aangehouden om te kunnen voldoen aan een Lden waarde van 47 dB. Dit geldt voor zowel individuele woningen in landelijk gebied als voor woningen aan de rand van woonwijken. Aangegeven is “gemeente Oudewater vergroot deze afstand tot 500 meter bij bebouwing om zo geluidshinder nog verder te beperken”. In een eerder advies hebben wij geadviseerd om uit te gaan van een minimale afstand tussen windturbine en verspreid liggende woningen van 500 meter. Deze afstand komt namelijk ongeveer overeen met een geluidsbelasting van 45 dB (Lden) en dat sluit goed aan bij het advies van de WHO (World Health Organisation) aan overheden, om het geluidsniveau van windturbines te reduceren tot ten hoogste Lden 45 dB. Verder hebben wij in ons eerdere advies aangegeven om een afstand van tenminste 800 meter aan te houden tot woongebieden (woonwijken, buurtschappen en lintbebouwing met woningen op korte afstand van elkaar).
De reden is dat bij een afstand van 500 meter moet worden uitgegaan van ca. 5% ernstig gehinderden. Dit betreft ernstige hinder in de woning zelf, niet in de buitenruimte. Worden windturbines geplaatst op 500 meter van de randen van woonwijken, dan leidt voorgenoemd percentage in woonwijken tot een groot aantal (ernstig) geluidgehinderden. Bij een afstand van 800 meter daalt het aantal ernstig gehinderden naar ca 2,5%, dat is dus een halvering ten opzichte van een afstand van 500 meter. Er is dan sprake van een geluidniveau van ongeveer 42 dB (Lden). Aangegeven is dat kleine windmolens met een rotordiameter gelijk of groter dan 2 meter vallen onder de regelgeving van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit is juist, maar ook de meest hoge windturbines (tiphoogte ruim hoger dan 200 meter), vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In bijlage 4.1 wordt ook gesproken over (minimaal) 500 meter tot alle woningen. Dit komt niet overeen met ons eerder advies over te aan te houden afstand tot woongebieden, zoals woonwijken. In de tabel is “geluidsnorm” aangegeven. Dit moet zijn: richtafstand. Verder is aangegeven “300 meter vanaf gevel losse woonbebouwing” en “500 meter vanaf gevel woonkernen”. Dit is niet conform eerder advies.
Tenslotte wekt de tabel de suggestie dat met losse woonbebouwing ook wordt bedoeld: lintbebouwing waarbij woningen vrij dicht op elkaar zijn gelegen. Wij zijn van mening dat met losse woonbebouwing wordt bedoeld: verspreid liggende woningen in de open ruimte. Pagina 2 van 4
Wat is getoetst? Concept afwegingskader Oudewater – duurzame elektriciteit (inclusief bijlage 6) Waaraan is getoetst? Activiteitenbesluit milieubeheer; Onderzoeken RIVM en TNO; Advies World Health Organisation (WHO) – met betrekking tot windturbines; Advies “geluid en windmolens”, Omgevingsdienst regio Utrecht, 2020.
Pagina 3 van 4
Overige milieuthema’s Op dit moment zijn overige milieuthema’s niet nader getoetst. Ten behoeve van het toestaan van klein- en grootschalige opwekking van zonne- en windenergie zijn natuurlijk wel aandachtspunten, maar deze zijn vooral onderdeel van het bestaande wettelijk kader. Geborgd moet worden, bij het toestaan van deze vormen van energie-opwekking, dat aan deze normen en eisen voldaan wordt. Daarom is toetsing bij het concreter worden van plannen noodzakelijk. Voor wat betreft ecologie is in het concept-afwegingskader aangegeven dat nog nader onderzoek wordt gedaan naar weidevogels. Hierbij kan aangevuld worden dat voor zonnevelden wordt geadviseerd om ze bij voorkeur niet toe te staan op soortenrijke percelen, en juist bij de inrichting extra aandacht te besteden aan ecologie.
Pagina 4 van 4