CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsanalyse wonen zorg Oudewater aangepast 070222.pdf

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente OudewaterBij agendapunt: 10: raadsvoorstel Bouwsteen voor de woonzorgvisie in de Gemeente Oudewater (081379)8.218 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wonen & Zorg Oudewater Omgevingsanlayse Gemeente Oudewater, Wulverhorst & Woningraat

CONCEPTRAPPORT De omgevingsanalyse is opgesteld door: Bob Duindam, wethouder Joyce Jacobs, bestuurder Wulverhorst Marieke Teitink, bestuurder Woningraat i.s.m. Ellen Olde Bijvank, extern adviseur

t.b.v. bijeenkomst met de gemeenteraad Oudewater

Inhoud 1.

Inleiding

2.

Algemene trends & ontwikkelingen wonen en zorg

3. 3.1

3.3.4

Quick scan marktverkenning wonen & zorg in Oudewater Door dubbele vergrijzing komt er een toename aan zware zorg (met verblijf) Demografische ontwikkelingen in Oudewater: vooral toename oude ouderen Toename mensen met dementie: van 180 mensen naar 420 in het jaar 2050 Tekort aan zware zorg neemt door de dubbele vergrijzing verder toe Lang zelfstandig wonen vraagt om geschikte woning en woonomgeving Behoefte van ouderen volgens de Monitor ouderenhuisvesting Overgrote deel van ouderen wonen in een geschikte of geschikt te maken woning Knelpunt in Oudewater is de relatieve ongeschiktheid van de woonomgeving Andere relevante omgevingskenmerken van Oudewater Druk op de woningmarkt met weinig doorstroom Grote diversiteit in sociaaleconomische status binnen Oudewater Uitkomsten leefbaarheidsmonitor: relatief gunstig beeld met paar aandachtspunten Leefstijlen in Oudewater

4. 4.1 4.2 4.3

SWOT-analyse Kansen en bedreigingen Sterke punten en verbeterpunten in Oudewater Conclusie opgave

5. 5.1

Bijlage Algemene trends & ontwikkelingen in de ouderenzorg (analyse in zijn geheel) ’10 trends die de geestelijke gezondheidszorg in 2020 ingrijpend veranderen’

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3

5.2

1

1. Inleiding Behoefte aan een integrale visie op wonen, zorg & welzijn Er ligt een opgave om goed zicht te krijgen op de woonzorgopgave, nu en in de toekomst. Gemeente Oudewater, De Wulverhorst en woningcorporatie De Woningraat hebben de handen ineengeslagen en hebben dit vraagstuk actief opgepakt. Er lagen al verschillende analyses/visies en er stond al een aantal concrete projecten op de rol. Het afgelopen jaar is hard gewerkt om tot een gedegen visie te kunnen komen. De visie moet toekomstbestendig zijn en aansluiten bij belangrijke trends & ontwikkelingen Om tot een goede visie te komen en hierin afgewogen keuzes te kunnen maken is het belangrijk dat rekening wordt gehouden met de lange termijn trends en ontwikkelingen die zich in de omgeving voordoen. Vastgoedkeuzes en investeringen in de infrastructuur gaan immers vaak gepaard met flinke investeringen (in geld en mensen) of dat voor jarenlang afspraken contractueel worden vastgelegd. Om zicht te krijgen op de relevante ontwikkelingen in de omgeving is een omgevingsanalyse uitgevoerd. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen: 1. Algemene omgevingsanalyse 2. Quick scan marktverkenning Wonen en Zorg in de gemeente Oudewater De resultaten van deze analyses zijn weergegeven in dit rapport.

Visie op wonen en zorg (te bepreken in de Raad) Op basis van voorgaande stap hebben betrokkenen een visie ontwikkeld op wonen en zorg en is een eerste aanzet gedaan voor een uitvoeringsprogramma. De visie is uitgedacht, echter nog niet in beton gegoten. Deze visie wordt eerst met de gemeenteraad en met de Raad van Toezicht c.q. Commissarissen van De Wulverhorst en De Woningraat besproken. Daarna stellen de drie bestuurders voor de ontwikkelde visie te formaliseren door dit uit te schrijven in een beleidsdocument ‘wonen en zorg’ voorzien van een concreet uitvoeringsprogramma. Een preview: opgave kristalliseert zich al helder uit In Oudewater hebben we gezien dat er een gunstige uitgangssituatie is als het er om gaat dat ouderen en andere mensen met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Ook als mensen intensieve zorg nodig hebben en thuis wonen lastig of niet langer gaat, zijn er goede voorzieningen die hen ook op een fijne en prettige manier in Oudewater doen laten wonen (thuis, in het woonzorgcentrum of in nabijgelegen geschikte woningen). We hebben geconcludeerd dat er in Oudewater voldoende geschikte (of relatief eenvoudig geschikt te maken) woningen zijn. De belangrijkste verbeterpunten blijken: 1. Behoefte aan extra verpleeghuisappartementen en andere geclusterde woonvormen; 2.

Een betere informatievoorziening zodat zorgbehoevenden op de hoogte zijn van aanwezigheid van voorzieningen (welke bij gebruik de zelfredzaamheid

2

zullen versterken); 3. Belang van een goede woonomgeving: a. Fysieke toegankelijkheid (denk aan openbare ruimte en laagdrempelig vervoer) b. Sociale omgeving: denk aan dementievriendelijk en goede samenwerking met mantelzorgers.

2. Algemene trends & ontwikkelingen wonen en zorg Om een goede visie te kunnen maken op het gebied van wonen, zorg en vastgoed is het belangrijk dat rekening wordt gehouden met de lange termijn trends en ontwikkelingen die zich in de omgeving voordoen. Om zicht te krijgen op de relevante ontwikkelingen in de omgeving is een omgevingsanalyse uitgevoerd. De uitgebreidere analyse die met behulp van de DESTEP factoren (demografie, economie, sociaal, technologisch, ecologisch en politiek) is opgesteld is in de bijlage terug te vinden. Hieronder een schets van de belangrijkste ontwikkelingen en de gevolgen die dat heeft. In het hoofdstuk daarna volgt nog een Quick scan marktverkenning Wonen en Zorg in de gemeente Oudewater. Door de dubbele vergrijzing nemen de kwetsbaarheid en eenzaamheid onder ouderen toe Het aantal oude ouderen neemt toe. Dit bekent een toename van de zorgvraag. Minstens zo belangrijk is te beseffen dat ouderdom vaak gepaard gaat met een toename van de kwetsbaarheid. Dat heeft meerdere oorzaken en gevolgen (zie figuur).

3

Voorheen verhuisden veel van de meer kwetsbare ouderen naar het verzorgingshuis. In deze zorg werd geïntegreerde zorg geleverd, waar naast zorg er ook aandacht was voor welzijn, sociaal welbevinden en zingeving. Regelmatig kwam het voor dat ouderen die naar het verzorgingshuis of een aanleunwoning verhuisden, zich gaandeweg de weken en maanden zich sterker gingen voelen. Men bewoog weer meer, er werd een beroep op ze gedaan en de dagelijkse ontmoetingen droegen bij aan versterking van het welbevinden. Nu ouderen langer thuis blijven wonen, neemt ook de kwetsbaarheid bij hen toe. Kwetsbaarheid is echter geen vast gegeven. Door aandacht, preventie en soms andere maatregelen, kunnen ouderen zich weer sterker gaan voelen en neemt de kwetsbaarheid af. Om de kwetsbaarheid onder ouderen te verkleinen vraagt het voorkomen van eenzaamheid bijzondere aandacht. Oudere voelen zich sneller eenzaam door een opeenstapeling van gebeurtenissen, zoals het overlijden van een partner en andere leeftijdsgenoten en het verlies van mobiliteit en zelfstandigheid. Van de 75- tot 85jarigen voelt bijna 50% zich eenzaam. Van de 85-plussers voelt bijna 60% zich eenzaam (bron: ouderenfonds). Toename zelfbewuste en kritische ouderen (en kinderen) Naast de eerder gesignaleerde ‘kwetsbare oudere’, is er tegelijkertijd een 'nieuwe oudere' in opkomst die zich meer als (zorg)consument opstelt.

Het is de verwachting dat de eigen bijdrage van cliënten verder zal stijgen en zichtbaarder wordt wat de prijs van zorg is. De klant betaalt steeds meer zelf en wil dus ook meer kunnen bepalen. Hij is niet altijd bereid om de portemonnee te trekken, want hij ziet zorg nog in belangrijke mate als een collectief goed waarop hij recht heeft. En hij is ook niet altijd even welgesteld als beweerd, maar zeker kritischer ten aanzien van de verwachtingen. Bij het zien van een jaren '80 intramuraal appartement van 25 m2 maakt de 'nieuwe oudere' (of diens zoon of dochter) sneller rechtsomkeert.

4

Afname helpende handen (potentieel aan formele én informele zorg) De dubbele vergrijzing wordt vaak als een kans gezien voor zorgorganisaties om verder te kunnen groeien. Dat is het deels ook. Tegelijkertijd ontstaat er, mede vanwege de demografische ontwikkelingen, een tekort aan arbeidskrachten die beschikbaar zijn. Beschikbare formatie is een belemmerende factor in wat je kunt bieden. Het blijkt nu al moeilijk om bestaande vacatures op te vullen. Dan gaat het om zorgfuncties, echter ook om de meer praktische functies (opvullen van bijvoorbeeld schoonmaakfuncties). Daarbij neemt ook het aantal vrijwilligers in de toekomst fors af evenals het aantal mantelzorgers (mede vanwege het kleiner worden van de gezinnen). Op dit moment zijn er nog wel veel mantelzorgers. Opvallend is echter dat zij vaak nog een heel druk leven hebben. Het zijn niet meer de dochters die voorheen veelal thuis waren. Veel van de huidige mantelzorgers werken nog, passen op kleinkinderen en/of hebben nog een druk sociaal leven. Behoefte aan andersoortige dienstverlening en meer gaan benutten van technologie Ouderen wonen langer thuis. De ligduur in ziekenhuizen is fors teruggelopen en er worden steeds meer taken vanuit de tweedelijnszorg overgedragen naar de eerstelijns zorg (en van de eerstelijns weer naar de nuldelijnszorg/thuis).

Mede als gevolg van deze ontwikkelingen ontstaat er steeds meer behoefte aan andersoortige voorzieningen. Ouderen willen elkaar laagdrempelig kunnen ontmoeten. Ook neemt de noodzaak toe van plaatsen waar mensen tijdelijk kunnen herstellen na een ziekenhuisopname of dat er mogelijkheden zijn van tijdelijk verblijf ter ontlasting van de mantelzorger. Daarbij zal de behoefte verder toenemen aan de diverse vormen van dagbesteding (van licht tot zwaar). Er is echter wel een vraag om herbezinning op dagbesteding. Dit geluid is niet eerder zo luid te horen geweest als nu. Meedoen naar vermogen, meer eigen regie, integraal deel uitmaken van de samenleving en maatwerk zijn leidraad geworden. Tot slot komt de aandacht voor preventie, waar al jarenlang het belang van in wordt gezien, nu meer en meer van de grond (zelfredzaamheid, e-health, buurtnetwerken etc.). De technologische ontwikkelingen gaan zeer hard. Denk onder meer aan ecommerce, toezicht of zorgverlening op afstand en de opkomst van woonhuistechnologie. Deze producten en diensten zullen enerzijds de zorg vervangen (substitutie), anderzijds huidige zorgproducten efficiënter maken en in veel gevallen de kwaliteit van dienstverlening verbeteren en/of voor de cliënten ertoe bijdragen dat de deze langer zijn zelfstandigheid en regie kunnen behouden. Daarbij blijven ook de ontwikkelingen wat betreft de medische technologie doorgaan.

Ziektes worden veel eerder ontdekt en nemen kansen op genezing (of vertraging) van de ziekte toe. Zeker in het geval van kanker en andere aandoeningen, waaronder alzheimer. Meer marktwerking binnen zowel de zorg- als de vastgoedwereld (+budgetten onder druk) Er is sprake van toenemende concurrentie tussen zorgorganisaties en particuliere initiatieven. Er zijn nieuwe toetreders rondom extramurale zorg, die met een slim

5

organisatiemodel sterk inspelen op de wensen van medewerkers én cliënten. Op het gebied van vastgoed richten nieuwe toetreders zich vooral op het ontwikkelen van kleinschalige nieuwe woonconcepten, zoals zorgboerderijen of zorghotels (waarbij zij zich vaker richten op het hogere segment, niet altijd). Met het wegvallen van alle budgetzekerheden in combinatie met momenteel sterk stijgende prijzen van bouwkosten, is investeren in vastgoed veel risicovoller geworden. Gezien de kleine omvang van onze gemeente is het belangrijk dat wij het aanbod aan voorzieningen hoog weten te houden. Dat vraagt om een goede visie en afstemming om te voorkomen dat organisaties elkaar weg concurreren en er in zijn totaliteit onvoldoende draagvlak meer ontstaat voor een goed dekken woonzorgnetwerk. Door samenwerking een beter aanbod op het gebied van wonen, zorg & welzijn realiseren Om ouderen een zo adequaat en doelmatig mogelijk aanbod te kunnen bieden op het gebied van wonen, zorg en welzijn, vraagt om actieve samenwerking met de inwoners van Oudewater en met de gemeente plus aanbieders op het gebied van wonen, zorg & welzijn. Geen van de partijen lukt het alleen om een goed dekkend aanbod te realiseren. De mate waarin het lukt hierin gezamenlijk op te trekken is medebepalend voor de slaagkans dat kwetsbare burgers daadwerkelijk langer zelfstandig en prettig thuis kunnen blijven wonen.

6

3. Quick scan marktverkenning wonen & zorg in Oudewater 3.1 Door dubbele vergrijzing komt er een toename aan zware zorg (met verblijf) 3.1.1 Demografische ontwikkelingen in Oudewater: vooral toename oude ouderen Tot het jaar 20500 is in Oudewater bijna sprake van een verdubbeling van het aantal ouderen tussen de 75 en 85 jaar en een verdriedubbeling van ouderen ouder dan 85 jaar (bron: adviesbureau AAG i.o.v. De Wulverhorst). Zie onderstaande tabel en figuur.

Zeer recent is ook onderzoek uitgevoerd door Sinfore i.o.v. zorgverzekeraar Zilveren Kruis waarbij zorgorganisatie in regio Utrecht in IVVU-verband samenwerken aan een krachtige verbindende toekomstvisie 2030. Wulverhorst nam aan deze overleggen deel. Hoewel data, mede vanwege gebruik van net andere jaartallen en leeftijdscategorie-indelingen, niet 1:1 vergelijkbaar zijn, komt de gesignaleerde forse toename van -oude- ouderen goed overeen. 3.1.2 Toename mensen met dementie: van 180 mensen naar 420 in het jaar 2050 Met de toename van het aantal ouderen stijgt ook het aantal mensen dat dementie krijgt. ABF Research heeft in opdracht van Alzheimer Nederland doorberekend dat er in Oudewater in 2020 zo’n 180 mensen met dementie zijn welke in de komende decennia oploopt tot totaal 420. Het verloop ziet er ongeveer als volgt uit: 300 in 2030, 370 in 2040 en 420 in het jaar 2050.

7

Veel mensen met dementie wonen thuis, zelfs 75%. Zolang de partner nog leeft, blijkt dat het merendeel van de mensen met dementie het thuis, met hulp van partner en professionele zorg, nog redt. Uit onderzoek van Alzheimer Nederland (april 2021) blijkt dat er wel nieuwe woonvormen nodig zijn die voelen als thuis, met makkelijk toegankelijke en passende ondersteuning als dat nodig is en die tegemoet komen aan de zes belangrijkste woonbehoeften, volgens Alzheimer Nederland: ◊ Eigen plek ◊ Ontmoeten en activiteiten ◊ Samen of alleen wonen ◊ In de eigen buurt ◊ Vrijheid en eigen regie ◊ Veiligheid en zorg (gespecialiseerd in dementie) 3.1.3 Tekort aan zware zorg neemt door de dubbele vergrijzing verder toe Ondanks dat veel ouderen met een toenemende zorgvraag thuis kunnen blijven wonen, zijn er altijd mensen die het thuis echt niet meer redden. De behoefte aan zware zorg neemt dan ook toe. Dat heeft twee redenen. Allereerst omdat het aantal ouderen stijgt (zie paragraaf 3.1), maar ook dat ouderen door de jaren heen steeds ouder worden. Dit wordt ook wel ‘de dubbele vergrijzing’ genoemd. Behoefte aan verpleeghuisplaatsen voor zware zorg Hieronder een figuur die de behoefte aan zware zorg weergeeft (bron: AAG i.o.v. Wulverhorst). De behoefte aan intramuraal (met traditionele verpleeghuiszorg) blijft over de jaren ongeveer gelijk.

De behoefte aan extramurale zorg (extramuraal geclusterd wonen) neemt flink toe.

Op dit moment heeft de Wulverhorst een capaciteit van 70 plaatsen. Ondanks deze capaciteit blijkt er al sprake te zijn van een wachtlijst (zie tabel hierna)

8

In totaliteit is er in gemeente Oudewater dan ook een opgave om minimaal 55 tot 70 extra te realiseren om de zware zorgvraag op langere termijn op te kunnen vangen. Inmiddels zijn daarvan enkele plaatsen gerealiseerd door de start van Veldzicht (16 plaatsen). De Wulverhorst ontplooit ook initiatieven op andere uitbreidingslocaties zoals Stadskantoor en Schuylenburcht. Verwachting is dat het grootste deel van de zware intramurale zorg, conform het landelijke beeld, bestemd zal zijn voor mensen met dementie. Mensen met -ook ernstige- somatische (lees: lichamelijke) zorgvragen blijven in de praktijk nog langer thuis wonen dan mensen met dementie-vragen. Ook grote behoefte aan geclusterde woonvormen Mede doordat mensen met somatische zorgvragen niet snel naar een verpleeghuissetting gaan verhuizen, blijft het belangrijk om in de nabijheid van woonzorgvoorzieningen een flexibele schil te hebben van reguliere woningen/appartementen die, waar nodig, ook ingezet kunnen worden voor mensen die lichtere of ook zware zorg nodig hebben (bijvoorbeeld in de vorm van ‘aanleunwoningen’ of ander type geclusterde woonvormen nabij voorzieningen). Behoefte aan woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking Tot slot is er in Oudewater ook nog behoefte aan extra woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking. In totaal zou het gaan om 33 wooneenheden (bron: AAG i.o.v.

De Wulverhorst). Wulverhorst heeft aangegeven voor deze doelgroep van betekenis te willen zijn. Zij heeft het streven voor deze doelgroep 15 plaatsen te realiseren in de vorm van ‘gemengd wonen’.

3.2 Lang zelfstandig woonomgeving

wonen vraagt

om

geschikte

woning

en

3.2.1 Behoefte van ouderen volgens de Monitor ouderenhuisvesting In 2020 is er een onderzoek uitgevoerd onder de naam Monitor ouderenhuisvesting. Dit is een uitgebreide rapportage. De belangrijkste bevindingen zijn:

9

  

 

Ouderen willen aanzienlijk minder vaak verhuizen dan jongere leeftijdsgroepen. Voor twee op de drie verhuisgeneigde 75-plussers is gezondheid of behoefte aan zorg het belangrijkste verhuismotief. Voor ouderen tussen 55 en 74 jaar geldt dit voor één op de vier. Hoe ouder, hoe sterker de voorkeur voor een speciaal voor ouderen bestemde woning – met name in een complex. Onder verhuisgeneigde 55-64-jarigen betreft dit 26%, bij 75-plussers 67%. Verhuisgeneigde ouderen wensen in sterke mate een woning die intern én extern zonder traplopen toegankelijk is. Ouderen willen aanzienlijk minder vaak verhuizen dan jongere leeftijdsgroepen. Voor twee op de drie verhuisgeneigde 75-plussers is gezondheid of behoefte aan zorg het belangrijkste verhuismotief. Voor ouderen tussen 55 en 74 jaar geldt dit voor één op de vier. Hoe ouder, hoe sterker de voorkeur voor een speciaal voor ouderen bestemde woning – met name in een complex. Onder verhuisgeneigde 55-64-jarigen betreft dit 26%, bij 75-plussers 67%. (NB dit beeld komt overeen met de ervaring van De Wulverhorst, zie in paragraaf 3.1.3 de grote wachtlijst van ouderen afkomstig uit Oudewater. Deze groep heeft veel behoefte aan veiligheid en nabijheid). Verhuisgeneigde ouderen wensen in sterke mate een woning die intern én extern zonder traplopen toegankelijk is.

Verder is opvallend: er zijn relatief weinig geplande maar wel meer ongeplande verhuizingen door ouderen.

3.2.2 Overgrote deel van ouderen wonen in een geschikte of geschikt te maken woning Het overgrote deel van de Nederlandse ouderenhuishoudens woont in een woning die geschikt (te maken) is om bij toenemende gezondheidsproblemen zelfstandig te blijven wonen (De Groot et al. 2019). Veel mensen krijgen op hogere leeftijd kwalen en bijvoorbeeld moeite met traplopen. En ook drempels kunnen een behoorlijk obstakel worden. Maar veel van dit soort hindernissen in de woning kunnen tegen betrekkelijk lage kosten worden weggenomen. Gemiddeld woont dan ook ‘slechts’ 6,5% van alle ouderen in Nederland in een ongeschikte woning: een woning die bouwkundig niet of alleen tegen hoge kosten is aan te passen. Toelichting: wat wordt verstaan onder een geschikte woning, zie knipsel uit de monitor.

10

Het gemiddelde beeld van Nederland is in Oudewater niet anders en is zelfs iets gunstiger. Zie linker figuur hieronder. De rechter figuur hieronder laat zien dat ook de mensen ouder dan 55 jaar die een beperking hebben, veruit het grootste deel in een geschikte (te maken) woning woont. NB: dit beeld komt overeen met de resultaten die uit het onderzoek van Sinfore komt die recent in opdracht van het zorgkantoor is uitgevoerd.

Voor de volledigheid hier nog het aanbod van huurwoningen van De Woningraat van woningen die gedeeltelijk of geheel in de toekomst geschikt zijn/worden gemaakt voor ouderen. In de praktijk zijn veel eengezinswoningen (met ook een toilet boven) ook relatief goed geschikt te maken door bijvoorbeeld toevoeging van een traplift. Deze woningen zijn buiten dit schema gehouden.

11

3.2.3 Knelpunt in Oudewater is de relatieve ongeschiktheid van de woonomgeving De woonomgeving is voor ouderen van groot belang (Daalhuizen et al. 2019). Daarbij spelen vooral de nabijheid van mantelzorgers en voorzieningen een rol, zoals een supermarkt, de huisarts, een apotheek en OV-haltes. Aangezien de mogelijkheden tot autorijden en fietsen op hoge leeftijd verminderen, is de loopafstand tot het aantal voorzieningen een belangrijke maatstaf. Een loopafstand van maximaal 500 meter over de weg wordt landelijk beschouwd als een loopafstand die ouderen kunnen overbruggen omdat vitale ouderen van in de 70 deze afstand binnen 10 tot 20 minuten wandelend kunnen afleggen. Wonen ouderen dus meestal in geschikte (of geschikt te maken woningen), deze woningen staan wel vaak in slecht of matig geschikte woonomgevingen. De figuur hiernaast laat met de licht roze kleuring zien dat de woonomgeving in de randstad behoorlijk gunstig is (echter blijkt dat daar de woningen vaak ongeschikt zijn). Terwijl de woonomgeving in het oosten van Nederland juist erg ongunstig is omdat voorzieningen vaak ver uit elkaar liggen. Landelijke situatie vertaald naar Oudewater In de Oudewater is de woonomgeving matig geschikt.

Voorzieningen zijn vanwege de kleine omvang van de stad redelijk dichtbij (zeker omdat veruit de meeste ouderen in of in de directe omgeving van de kern Oudewater wonen: 1.720 van de 2.040 65-plussers woont in postcodegebied 3421). In Oudewater hebben wij weer met andere specifieke omstandigheden te maken. Het centrum heeft een historisch karakter waarbij de keien mooi en beeldbepalend zijn voor de stad. Een nadeel is dat de straten minder toegankelijk zijn voor mensen die minder mobiel zijn en/of afhankelijk zijn van bijvoorbeeld een rollator of rolstoel. Een voordeel van onze woonomgeving is dat Oudewater een hechte gemeenschap is waar men nog naar elkaar omkijkt en -indien nodig- nog voor elkaar zorg. Toenemend belang van ook een dementievriendelijke omgeving Eén op de vijf Nederlanders krijgt dementie. Wetende dat het overgrote mensen met dementie thuis blijft wonen, betekent het dat steeds meer inwoners én organisaties binnen de gemeente dagelijks te maken krijgen met dementie. Waar in het voorgaande over de woonomgeving de nadruk lag op fysieke toegankelijkheid en bereikbaarheid, hebben mensen met dementie vooral baat bij een omgeving die begrip voor hen heeft en waar bij de inrichting van de infrastructuur rekening wordt gehouden dat deze dementievriendelijk is (fysieke en sociaal).

Steeds meer gemeenten zetten actief in om mensen met dementie en hun mantelzorgers zo lang mogelijk mee te laten doen in de samenleving. Zij maken begeleiding op maat mogelijk voor mensen met dementie en hun mantelzorgers. En

12

vergroten de kennis van dementie binnen de eigen organisatie en de gemeenschap, bijvoorbeeld door het aanbieden van trainingen ‘Omgaan met dementie’. Een dementievriendelijke gemeente werkt actief samen met partijen zoals de regionale afdeling van Alzheimer Nederland en het regionale netwerk dementie. Een dementievriendelijke gemeente stimuleert en faciliteert burgers, winkeliers/bedrijven en organisaties om zich actief in te zetten voor een dementievriendelijke samenleving. Zo ontstaat er een gemeenschap waarin iedereen dementie accepteert: van bakker en buurman tot sportclub en wijkagent. Waarin mensen met dementie gewoon boodschappen doen, hun bankzaken regelen, naar hun vereniging gaan of de bibliotheek of een museum bezoeken. En waarin de gemeenschap hen een handje toesteekt wanneer zij het even niet meer weten. Er zijn binnen Oudewater al mooie initiatieven die bijdragen aan dementievriendelijkheid. Zo zijn er al meerdere vormen van mantelzorgondersteuning, is er een alzheimercafé zodat lotgenoten elkaar kunnen ontmoeten en is al medisch specialistische zorg in de wijk mogelijk voor mensen met dementie en hun mantelzorgers.

3.3 Andere relevante omgevingskenmerken van Oudewater 3.3.1 Druk op de woningmarkt met weinig doorstroom De woningmarkt in de Utrechtse regio is al jaren buitengewoon gespannen. In alle segmenten van de markt is er sprake van tekorten. Er is weinig bijgebouwd om de groeit van de huishoudens te kunnen opvangen. Daarnaast heeft de invoering van passend toewijzen in 2016 een negatief effect gehad op de doorstroming. Huurders met een middeninkomen kunnen minder makkelijk doorstromen. Voor ouderen met een lager inkomen is verhuizing naar een passende woning ook lastig, er is niet voldoende aanbod. 3.3.2 Grote diversiteit in sociaaleconomische status binnen Oudewater De sociaaleconomische status in Oudewater is relatief laag vergeleken met andere omliggende gemeenten, echter beduidend hoger dan die van gemiddeld in Nederland. Ter illustratie: het gemiddelde vermogen van huishouden in Oudewater is 356.000 euro (landelijk is dat 183.000). Verder valt op dat sprake is van een grote diversiteit van sociaal economische status binnen Oudewater.  Aan de ene kant zijn er relatief veel mensen met een vermogen meer dan een miljoen (7% van de huishoudens in Oudewater tegenover 3% gemiddeld in Nederland). Deze vermogenden hebben gemiddeld een vermogen van ruim 2.5 miljoen.  Aan de andere kant is er ook nog een hele grote groep (39%) van alle huishoudens in de Oudewater die behoren

13

tot de doelgroep voor sociale huurwoningen. Dit zijn mensen die toegang hebben tot een huurwoning van de woningcorporatie. Dat neemt niet weg dat iedereen die tot deze doelgroep behoort ook daadwerkelijk in een huurwoning van de corporatie woont:  Ruim eenderde van de mensen met een laag inkomen woont ook in een sociale huurwoning.  Ruim 50% van de deze doelgroep woont in een koopwoning  Ongeveer 10% huurt heeft een vrije sector huurwoning (bron: Woningmarktanalyse, 2019). Belangrijk te beseffen is dat mensen met een laag inkomen meestal een minder (lang) een goede gezondheid ervaren. Dit is de groep mensen die eerder afhankelijk is van zorg en een goed netwerk die hen uitdaagt aan de samenleving mee te blijven doen.

3.3.3 Uitkomsten leefbaarheidsmonitor: relatief gunstig beeld met paar aandachtspunten Vitaliteit en veerkracht in Oudewater De vitaliteit voor Oudewater wordt gescoord met een 7- (te lezen als bijna ruim voldoende). Onderstaande figuur geeft een integraal beeld van het individueel welzijn (linkerkant) en de vitaliteit van de buurt (rechterkant). De score 'vitaliteit' is een ongewogen gemiddelde van alle deelaspecten. De dimensies in de figuur zijn terug te vinden in de gehele rapportage die op de www.waarstaatjegemeente.nl beschikbaar is. Onder de figuur wordt nog kort ingezoomd op enkele onderdelen die in het kader van de analyse over wonen en zorg interessant zijn.

14

Waar Oudewater bovengemiddeld positief scoort betreffen:  98% van de inwoners van 75 jaar en ouder geeft aan gelukkig te zijn. En dat ligt beduidend hoger dan bij de referentiegroep met 90%. En nog opvallender, bij de als kwetsbaar gedefinieerde doelgroep geeft 92% nog aan gelukkig te zijn tegenover 74% in de referentiegroep.  3,3% van de bevolking verkeert op basis van het individueel welzijn en de betekenisvolle maatschappelijke participatie in een zorgwekkende situatie. Hoewel dit ongunstig is voor betreffende inwoner (en diens netwerk) ligt dat in de referentiegroep nog een stukje hoger met 3,8,%. Hoewel Oudewater vergeleken met andere gemeenten in het algemeen dus wat gunstiger afsteekt ten opzichte van andere gemeenten, komen er ook een paar aandachtspunten uit naar voren.  De fysieke leefomgeving scoort net een voldoende (6.04), terwijl dit gemiddeld in ‘weinig stedelijk gebied’ en in Nederland behoorlijk beter scoort (rond de 6.6);  Op het onderdeel individueel welzijn scoort Oudewater op de subonderdelen ‘betekenisvolle relaties’ (een 7,9) en ‘sociaal vangnet’(7,2) mooie scores en is

15

dat ook net wat beter dan bij vergelijkbare gemeenten en landelijk. Echter doet zich t.a.v. de maatschappelijke inzet een bijzonder beeld voor:  Het verenigingsleven doet 63% aan mee en vrijwilligerswerk 47%, deze percentages komen overeen met vergelijkbare (weinig stedelijke) gemeenten.  Tegelijkertijd scoort de inzet voor leefbaarheid in het algemeen laag (7% in Oudewater ten opzichte van 11% in vergelijkbare gemeenten). Ook valt de lagere score op ‘hulp aan buren’ (34% in Oudewater) op in vergelijking met vergelijkbare gemeente (39%). Opgemerkt dient te worden dat deze paragraaf tot stand is gekomen als onderdeel van de quick scan. Het bevestigt het beeld dat er tot nu was ontstaan. In Oudewater is sprake van een relatief gunstige uitgangssituatie. De fysieke leefomgeving is een aandachtspunt en ook lijken er kansen om te onderzoeken of buren wellicht meer voor elkaar kunnen betekenen dan dat zij nu doen (dan gaat het om de versterking van het sociale netwerk in de directe nabijheid). 3.3.4 Leefstijlen in Oudewater Tot slot hebben we van De Wulverhorst gegevens beschikbaar gekregen over de diverse leefstijlen van de mensen ouder dan 60 jaar, zie figuur (bron: onderzoeksbureau Weyond). Daarna volgt een korte toelichting.

Oudewater kent een zeer gemengde populatie ouderen Opvallend is dat in vergelijking met veel andere gebieden Oudewater een zeer gemengde populatie ouderen heeft. Waar in veel gebieden één of twee dominante typen te zien zijn, heeft Oudewater eigenlijk van alles wat. De groep Creatieve

16

milieuliefhebbers is in die zin de grootste groeiende als je ook kijkt naar de huidige 60-70 jarigen. 22% van de 60+ huishoudens valt onder de meest kwetsbare leefstijlgroep De meest kwetsbare leefstijlgroep op basis van socio-demografisch en economische kenmerken (laag inkomen, lage opleiding, huurwoning) zijn over het algemeen de Sociale dorpelingen (bruin) en de Budgetgedreven huurder (donkergrijs). Deze laatste zijn ook nog alleenstaand. Op de figuur zijn duidelijk een aantal clusters te zien van bruin/grijs. Deze informatie is van belang bij het goed kunnen vormgeven van een adequaat steunsysteem.  Sociale dorpelingen zijn paren van 50 jaar en ouder. Zij zijn laag opgeleid en hebben een modaal tot beneden modaal inkomen. Zij hebben vaak kleinkinderen en zijn graag op de hoogte van de laatste nieuwtjes in hun buurt. Het grootste gedeelte van hun vrije tijd brengen zij thuis door. Zij lezen bijvoorbeeld de televisiegids, de plaatselijke krant en/of glossybladen. Sommigen vinden het leuk om een gokje te wagen en doen mee aan loterijen en/of houden van kruispuzzels en tuinieren. Men gebruikt internet voor bijvoorbeeld E-mail, Facebook, games, marktplaats  Budgetgedreven huurders zijn vaak alleenstaanden (en komen in principe in elke leeftijdscategorie voor).

Zij hebben een beneden modaal tot onder modaal inkomen, wonen vaak in een huurwoning en hebben veelal een LBO of VMBO opleiding. Zij maken weinig uitstapjes en hebben regelmatig geen auto tot hun beschikking. Deze groep onderneemt, mede vanwege het beperkte budget, buitenshuis weinig activiteiten. Zij maken verhoudingsgewijs weinig gebruik van het internet. Potentieel aan vrijwilligers (27% en meer) De leefstijlgroepen die het meest geneigd zijn tot vrijwilligerswerk zijn Betrokken senioren (paars), Actieve vijftigplussers (rood) en Creatieve milieuliefhebbers. De eerste twee wonen vaak nog in de buurt van de kwetsbare groepen zoals hiervoor beschreven. De laatste woont vaker in een andere wijk.

17

18

4. SWOT-analyse Op basis van de bevindingen die uit deze omgevingsanalyse naar voren zijn gekomen in combinatie met de resultaten die uit het eerste werkatelier ‘wonen en zorg’ naar voren zijn gekomen, ontstaat een goed beeld van de belangrijkste kansen, bedreigingen en welke onderdelen in Oudewater al goed zijn en welke onderdelen nog voor verbetering vatbaar zijn.

4.1 Kansen en bedreigingen Op basis van de externe analyse zijn de volgende kansen en bedreigingen naar voren gekomen. KANSEN  Toename ouderen (ook ouderen met pensioen)  Door extramuralisering & ambulantisering ontstaan steeds meer overeenkomsten tussen behoeften van diverse zorgdoelgroepen  Domein overstijgend samenwerken rond nieuwe woon-/dienstverleningsconcepten  Concentratie van zorg-/welzijnsvoorziening i.c.m. samenwerking andere voorzieningen  Gemeenschapsopbouw  Toepassing domotica  Toename behoefte aan tussenvoorzieningen

BEDREIGINGEN  Afname ‘helpende handen’ (mantelzorg, vrijwilligers, arbeid)  Weinig proactief handelen van ouderen (vraagt maatwerk)  Kritische consument (cliënt en diens familie)  Grijze gebieden waarvoor niemand zich verantwoordelijk voelt (financiering zorg-/welzijnsinfrastructuur)  Complexiteit vastgoedontwikkeling (nimby, schaarste grondstoffen, vertraging bouw)  Sterk oplopende bouwkosten  Toekomstige financiering zorgvastgoed (nog meer scheiden wonen zorg

4.2 Sterke punten en verbeterpunten in Oudewater Bij het eerste werkatelier ‘wonen en zorg’ was een brede vertegenwoordiging van collega’s van de drie samenwerkende organisaties aanwezig, waardoor we gezamenlijk goed hebben kunnen inventariseren wat sterk is in Oudewater op het gebied van wonen en zorg en waar nog de gewenste verbeterpunten liggen. Zie het resultaat hieronder. STERKE PUNTEN  Kwantitatief is er voldoende aanbod op het gebied van:  Geschikte woningen (en/of

VERBETERPUNTEN  Tekort aan verpleeghuisappartementen en tussenvoorzieningen (tussen

19

  

geschikt te maken woningen)  Uitgebreid netwerk van zorggerelateerde (med.&thuisz. )voorzieningen en hospice  Uitgebreid en divers aanbod aan voorzieningen (incl. supermarkt, vervoersdienst met vrijwilligers, ontmoeting, stadsteam) Gezamenlijke vroegsignalering Er zijn veel verenigingen actief De corporatie en ouderenzorgorganisatie zitten met de haarvaten in het lokale netwerk (beide lokaal in Oudewater opererende organisaties) Er zijn veel informele netwerken (tussen organisaties en burgers onderling)

verpleeghuis en thuis) De informatieverstrekking over WZW is aanwezig, echter niet bij iedereen bekend en er zijn ook veel informele informatiepunten. o Belang van overzichtelijk aanbod. o Stimuleren dat mensen ook gaan komen, hoe weten zij je te vinden? o Info over woningtoewijzing Geschiktheid woonomgeving o Fysiek: voor mensen die minder mobiel zijn o Sociaal: dan gaat het ook om een dementievriendelijke omgeving

4.3 Conclusie opgave Gunstige uitgangssituatie In Oudewater hebben we gezien dat er een gunstige uitgangssituatie is als het er om gaat dat ouderen en andere mensen met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Ook als mensen intensieve zorg nodig hebben en thuis wonen eigenlijk niet langer gaat, zijn er goede voorzieningen die hen ook op een fijne en prettige manier in Oudewater kunnen doen laten wonen (thuis, in het woonzorgcentrum of in nabijgelegen geschikte woningen). Top 3 verbeterpunten Gesignaleerde knelpunten 1. Er is een sterke behoefte aan extra verpleeghuisappartementen (zo’n vijfenvijftig tot zeventig in totaal) en tevens behoefte aan voldoende appartementen rondom de woonzorgvoorzieningen die zowel geschikt zijn voor mensen zonder zorg, matige zorg en/of voor zware zorg. Daarbij is er behoefte aan woningen die ook geschikt zijn voor mensen met een verstandelijke beperking. 2. Een betere informatievoorziening is een belangrijke basis voor het behoud en vergroting van zelfredzaamheid en om de eigen regie goed invulling te kunnen geven. Hoewel er veel informatie op het gebied van wonen en zorg al wel aanwezig is, is deze erg versnipperd en lang niet voor iedereen toegankelijk. Verbeterpunten liggen op: a. Belang van een overzichtelijk aanbod wat betreft de beschikbare woningen, de aanwezigheid van voorzieningen en de variatie aan activiteiten.

20

b. Stimuleren dat mensen bekend zijn met de diverse informatiekanalen en op deze wijze de informatie makkelijk kunnen vinden (via het sociale netwerk en via fysieke informatiepunten). c. Goede informatie over de woningtoewijzing. Veel ouderen of andere mensen met een beperking zijn vaak niet in staat een woning te vinden via het regulier woningverdeelsysteem (menig oudere kan niet goed met een computer omgaan en mist daardoor het beschikbare aanbod). Het is belangrijk na te denken hoe de toewijzing t.a.v. van deze doelgroepen het beste tot stand komt en heldere afspraken hierover te maken 3. Tot slot is het belangrijk dat we meer aandacht hebben voor een goede woonomgeving (fysiek en sociaal).De woonomgeving is voor ouderen namelijk van groot belang. Daarbij spelen vooral de nabijheid van mantelzorgers, voorzieningen en toegankelijk vervoer een rol. a. We zien binnen Oudewater vooral de opgave om onze stad meer in te richten conform de uitgangspunten van een dementievriendelijke omgeving. Een dementievriendelijke gemeente maakt begeleiding op maat mogelijk voor mensen met dementie en hun mantelzorgers en vergroot de kennis van dementie binnen de gemeenschap, bijvoorbeeld door het aanbieden van trainingen ‘Omgaan met dementie’ voor burgers, winkeliers, verenigingen etc. b.

Een ander opgave is te kijken in hoeverre we op een pragmatische manier de omgeving ook fysiek nog wat meer toegankelijk kunnen maken (bijvoorbeeld bij reeds geplande fysieke ingrepen of onderhoud).

21

5. Bijlage 5.1 Algemene trends & ontwikkelingen in de ouderenzorg (analyse in zijn geheel) In deze bijlage wordt ingezoomd op de externe ontwikkelingen die een directe invloed hebben op de gebieden wonen, zorg en zorgvastgoed. Deze worden hier puntsgewijs samengevat (niet limitatief). Demografie  De vergrijzing heeft effect op de huidige en toekomstige vraag naar zorg en dus op het beleid van de organisatie. Het aantal oude ouderen neemt toe. Ouderen verhuizen vaak op een later moment pas naar een woonzorgcentrum of verpleeghuis. Ter indicatie: De verblijfsduur in verpleeghuizen is spectaculair afgenomen. Vroeger bedroeg dit 19 maanden, nu nog maar rond de 9 maanden.  Het einde aan ‘de ouderdom’. Er is geen scheidslijn meer tussen jong en oud. Mensen die stoppen met werken, vinden zichzelf niet oud. Zij gaan door met hun leven een zinvolle inhoud te geven. Hun woonwensen kunnen begrepen worden vanuit gewone woningmarktmotieven. Het verzorgingshuis oude stijl houdt op te bestaan.  Vanwege de vergrijzing en tegelijkertijd ontgroening, neemt het aantal vrijwilligers in de toekomst fors af.  De ontgroening heeft ook als gevolg dat er minder arbeidskrachten beschikbaar zijn. Beschikbare formatie is een belemmerende factor in wat je kunt bieden.

Het blijkt nu al moeilijk om bestaande vacatures op te vullen en neemt de kans toe dat er grotere tekorten komen aan voldoende gekwalificeerd medewerkers. Economisch/markt  Er is een 'nieuwe oudere' in opkomst die zich meer als (zorg)consument zal gaan opstellen. Het is de verwachting dat de eigen bijdrage van cliënten verder zal stijgen en zichtbaarder wordt wat de prijs van zorg is. De klant betaalt steeds meer zelf en wil dus ook meer kunnen bepalen. Hij is niet altijd bereid om de portemonnee te trekken, want hij ziet zorg nog in belangrijke mate als een collectief goed waarop hij recht heeft. En hij is ook niet altijd even welgesteld als beweerd, maar zeker kritischer ten aanzien van de verwachtingen. Bij het zien van een jaren '80 intramuraal appartement van 25 m2 maakt de 'nieuwe oudere' (of dienst zoon/dochter) sneller rechtsomkeert.  Er is sprake van toename van concurrentie tussen zorgorganisaties en particuliere initiatieven. Er zijn nieuwe toetreders rondom extramurale zorg, zoals Buurtzorg die met een slim organisatiemodel sterk inspelen op de wensen van medewerkers én cliënten. Op het gebied van vastgoed richten nieuwe toetreders zich vooral op het ontwikkelen van kleinschalige nieuwe woonconcepten, zoals zorgboerderijen, zorghotels of shortstay ziekenhuiszorg.  Er is een toename van burgerinitiatieven, ook als het gaat om wonen en zorg.

Er zijn in Nederland al meer dan 300 zorgcoöperaties.  De huidige contracteerplicht van het zorgkantoor is verdwenen en daarvoor in de plaats is er sprake van persoonsvolgende bekostiging. De 'gegarandeerde

22

zorgproductie' is daarmee weggevallen en de zorgorganisatie zal zelf cliënten aan zich moeten weten te binden. De rol en positie van het zorgkantoor blijft wel een bijzondere. Zorgorganisaties kunnen nog zoveel ambitie hebben en goede zorg leveren, budgetten zijn gemaximeerd, waardoor er een plafond zit aan de marktwerking. De gemeente heeft steeds meer invloed gekregen op het lokaal vormgeven van het wonen en de zorg. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) heeft al grote impact gehad op zorgorganisaties door de overheveling van de huishoudelijke hulp uit de (toenmalige) AWBZ naar de gemeente. Per 2015 is ook de individuele en groepsbegeleiding overgeheveld naar de gemeenten, waarbij tevens sprake was van een bezuinigingsronde. Volgens adviesbureau CBRE was er vorig jaar in Nederland een tekort van 32.000 vrije sector (zorg)appartementen, dat de komende jaren verder oploopt. Investeringen door private partijen in zorgvastgoed stijgt eveneens sterk. Beleggingen in zorgvastgoed stegen van 100 miljoen in 2013, 465 miljoen in 2016 tot ruim 700 miljoen in 2017. In 2020 meldde CBRE dat er minstens 1.000 nieuwe locaties nodig zijn voor zorgvastgoed (NB: willen en beschikbaar krijgen, zijn overigens twee verschillende zaken). Tegelijkertijd is momenteel sprake van enorm stijgende bouwkosten, wat woningcorporaties en zorgorganisaties voor grote dilemma’s stelt.

Interessante vraag is of belegger ook dit jaar nog steeds nieuwe bouwinvesteringen aangaan? Ouderen die willen verhuizen en een huis willen huren, kunnen dat niet altijd omdat zij hun huis niet kunnen verkopen (zeer afhankelijk per regio en prijsklasse).

Sociaal  Ouderenbond ANBO geeft in een interview op Skipr (2019) aan dat een kwart van de ouderen op dit moment willen verhuizen. Nog eens tien procent denkt aan verhuizen op een later moment. De groep die wil verhuizen is de afgelopen jaren gegroeid. Dit blijkt ook uit eerdere cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat het aantal 65-plussers dat wilde verhuizen steeg van 6 procent in 2009 naar 16 procent in 2015.  Ouderen lijken ook in toenemende mate behoefte te hebben aan andere woonvormen. "De 60-plussers met een verhuisbehoefte staan in verrassend hoge mate open voor een vorm van meer gemeenschappelijk wonen", zegt ANBO Slechts 20 procent van de ondervraagden zegt 'nee' op de vraag of ze dat ooit willen. De grootste groep (ruim 55 procent) zegt 'ja, onder voorwaarden': van zelfstandigheid, van gelijkgestemdheid, van privacy of van vrijheid. Een goede en passende woning cruciaal is voor een goede kwaliteit van leven. Technologisch  De technologische ontwikkelingen gaan zeer hard. Denk onder meer aan ecommerce, toezicht of zorgverlening op afstand en de opkomst van woonhuistechnologie.

Deze producten en diensten zullen enerzijds de zorg vervangen (substitutie), anderzijds huidige zorgproducten efficiënter maken en in veel gevallen de kwaliteit van dienstverlening verbeteren en/of de cliënt ertoe bijdragen dat de cliënt langer zijn zelfstandigheid en regie behouden.  Ook de ontwikkelingen wat betreft de medische technologie blijven doorgaan. Ziektes worden veel eerder ontdekt. Nieuwe bloedtests zouden veel vormen van

23

kanker vroegtijdig kunnen detecteren, waardoor de kans op genezing beter is. Ook nemen overlevingskansen toe door nieuwe behandelmethoden. Naast dat bijvoorbeeld tumoren door technologie beter zichtbaar zijn, zijn zij ook makkelijker verwijderbaar. Dezelfde ontwikkelingen doen zich ook voor bij andere aandoeningen, waaronder alzheimer (hoewel dat laatste veel onzekerder is hoe dat zich naar de toekomst ontwikkelt). Ecologisch/Duurzaam  Er is een toenemend bewustzijn op het gebied van duurzaamheid en aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. Een prettige groene, veilige en leefbare woonomgeving ondersteunt betrokkenheid en sociale cohesie in de buurt. Wanneer de leefomgeving een prettige verblijfplaats is, stimuleert dit spontane ontmoetingen tussen buurtbewoners die noodzakelijk zijn om sociale cohesie te creëren. Ook ondersteunt het de zelfredzaamheid van ouderen wanneer zij zich veilig voelen op straat en in hun buurt.  Steeds meer zorgorganisaties nemen, vanwege hun maatschappelijke taak in combinatie met stijgende energieprijzen, duurzaamheid mee in hun uitgangspunten. Dat doen ze bij verbouw- of nieuwbouwprojecten maar óók in hun bedrijfsvoering. Deze initiatieven sluiten goed aan bij het klimaatakkoord van Parijs en tevens bij de Green Deal Zorg 2.0 die in oktober 2018 is gesloten.

Koepelorganisatie van de zorg, ActiZ, heeft samen met VGN en GGZ-Nederland gepresenteerd hoe door de branches tegen de Green Deal aankijken. o De branches zijn gecommitteerd aan de (inter)nationale ambitie; niet als resultaatsverplichting, maar nadrukkelijk wel als inspanningsverplichting. De nationale verplichting qua CO2 reductie kan niet zonder meer 1 op 1 overgenomen worden omdat in zorggebouwen een andere energie/warmte behoefte is, extra energievretende technologie gebruikt wordt en bovendien leveringszekerheid is vereist. o Belangrijkste boodschap was: sluit aan op de natuurlijke momenten van vervangende nieuwbouw of grootschalige renovatie.  Al het vastgoed verduurzamen is te begrotelijk voor de sector. Dat is ook niet altijd nodig, zo blijkt uit een marktverkenning van HEVO in opdracht van ABN AMRO. Door selectieve verduurzaming moet het ook mogelijk zijn dat zorgorganisaties de transitiedoelstellingen halen. Al vereist ook dat focus en ambitie. Dat dit haalbaar moet zijn, blijkt echter ook uit de interessante artikelenreeks van het (voormalig) Kenniscentrum Wonen Zorg. Inspiratie kan worden gehaald uit de mooie praktijkvoorbeelden. Er zijn voorbeelden van zowel nieuwbouw, echter ook mooie alternatieven als het gaat om verduurzaming bij bestaande bouw.

Politiek/financiering/ruimtelijk De politiek is de afgelopen jaren druk geweest met het transformeren van de verzorgingsstaat naar het sociaal domein dat vooral lokaal vorm en inhoud moet krijgen. Naast afbouw van de Wet Langdurige zorg vindt er vanuit het kabinet tegelijkertijd een nieuwe kwaliteitsimpuls plaat, denk aan de vernieuwing binnen de verpleeghuiszorg en de aandacht voor ouderen thuis. De gevolgen worden hieronder toegelicht.  Al 20 jaar terug werd er gepleit voor het scheiden van wonen en zorg. Het voormalige en huidige kabinet heeft hier fors op ingezet Dat heeft grote consequenties omdat daarmee de zorgzwaartepakketten ZZP 1t/m 3 (en een

24

groot deel van ZZP 4) geen recht meer hebben op verblijf in een intramurale instelling. Daarmee vervalt een stuk marktzekerheid voor zorgorganisaties. Per 1 januari 2018 is de Normatieve Huisvestingscomponent (NHC) als integraal onderdeel opgenomen in de zzp-tarieven. De NZa maakt op dit moment nog wel onderscheid tussen de diverse onderdelen van het zzp-tarief (waaronder de NHC). Naar de toekomst wordt de NHC wel betrokken in de onderhandelingen met de zorgkantoren. Dan zal op een flinke neerwaartse bijstelling van het declarabele tarief moeten worden gerekend. Ook verdere extramuralisering blijft een onzekere factor. Dit betreft het verder doorvoeren van het scheiden van wonen en zorg. De kans is nog steeds aanwezig dat ook de hogere zorgwaartepakketten namelijk worden geëxtramuraliseerd. Deze maatregel zal naar verwachting ook consequenties hebben voor de NHC-tarieven voor de blijvende indicaties. Volgens verwachting komen de NHC-tarieven dichter bij een marktconforme huur te liggen, wellicht rond de aftoppingsgrens (619.01 euro per 2020). Toepassing van opslagen voor duurzaamheid, gemeenschappelijke ruimte en de hogere eisen die gesteld worden vanuit het Bouwbesluit (waaronder installaties en brandveiligheid) voor het huisvesten van minder zelfredzame personen, ligt binnen de verwachting. De verhoging van de tarieven voor de verduurzaming blijft echter onzeker.

Het is wel zeker dat het een verhoging betreft. De toenemende bezuinigingen van de overheid in de Wet Langdurige Zorg (Wlz) maakt dat er geen of beperkt vergoedingen meer zijn vanuit de landelijke overheid voor zorginfrastructuur. Er ontstaan ‘grijze gebieden’ waar geen enkele organisatie of gemeente formeel verantwoordelijk voor is, terwijl bepaalde voorzieningen wel belangrijk zijn om langer zelfstandig wonen mogelijk te maken. Er zal daarom creatief moeten worden omgegaan met diverse financieringsstromen (Wlz, zorgverzekeraar, Wmo, eigen bijdragen) en steeds vaker gezocht moeten worden naar slimme constructies in samenwerking (tussen zorgorganisaties, woningcorporaties en welzijnsorganisaties). Het kabinet heeft met verschillende programma’s en actieplannen de ouderenzorg ferm op de agenda gezet. Zo heeft VWS voor de komende jaren extra middelen voor de verpleeghuiszorg beschikbaar gesteld. Voor de implementatie van het kwaliteitskader is in totaal € 2,1 miljard beschikbaar. Ook de wijkverpleging heeft een eigen kwaliteitskader. Daarnaast is er nu ook het programma Langer Thuis dat ervoor zorgt dat ouderen ook in de thuissituatie de juiste zorg krijgen en moet een nieuwe campagne in 2019 leiden tot een herwaardering van het ouder worden. Op 1

25

november 2018 heeft ActiZ zich bestuurlijk verbonden aan het dit plan dat door 21 landelijke partijen wordt gedragen. Nieuwe initiatieven, zoals ook van bijvoorbeeld bewonersinitiatieven en sociale ondernemers, komen vaak moeilijk van de grond. In de meeste gevallen komt dat doordat ze de financiering niet rond krijgen. Banken, pensioenfondsen en andere investeerders staan niet te springen om geld in nieuwe woonvormen voor ouderen te steken. Zeker niet als het gaat om woningen voor ouderen met lagere en middeninkomens. Ze vinden de risico’s te groot en schatten in dat het rendement te laag is. Met de nieuwe stimuleringsregeling waarbij in 2019 164 miljoen beschikbaar is gekomen, kunnen de risico’s worden afgedekt waar de markt voor terugschrikt. Bij de realisatie van geschikte woningen/appartementen zoeken zorgorganisaties steeds vaker de samenwerking met woningcorporaties. Sinds de nieuwe woningwet in 2015 zijn de regels voor woningcorporaties fors aangescherpt. Voor woningcorporaties is bepaald dat minimaal 90% van de vrijkomende huurwoningen met een maandhuur onder de huurtoeslaggrens toegewezen moet worden aan de primaire doelgroep. Deze regelgeving geldt in principe ook voor zorgwoningen1 (als deze in eigendom is van de corporatie). Bij mensen die recht hebben op huurtoeslag moeten woningcorporaties in 95% van de situaties ‘passend toewijzen’.

Aan deze doelgroep mag niet meer gevraagd worden dan 619.01 euro. De toename van de ondernemingsrisico's resulteert in een kritischere opstelling van kredietverstrekkers. Een gedegen businessplan zal steeds meer noodzakelijk zijn voor het aantrekken van toekomstige financiering en ook de eisen ten aanzien van de solvabiliteit zullen opwaarts worden bijgesteld. Een solvabiliteitseis van 20% is niet ongebruikelijk. Het sturen op kasstromen is een andere consequentie die onontkoombaar is. Het toegenomen risico zal tevens leiden tot hogere rentelasten. Er zijn geluiden (van onder meer minister de Jonge) om de marktwerking wat meer in te perken. Minister de Jonge pleit in een artikel van Trouw nieuwe zorgaanbieders strenger te willen controleren en hij wil in elke wijk een herkenbaar team van wijkverpleegkundigen, waarbij de zorg niet meer per uur wordt gefinancierd. Ook het eerdergenoemde kabinetsprogramma ‘Langer Thuis’ pleit ervoor om op wijkniveau als één team rondom de oudere samen te werken. Via het programma Langdurige Zorg en Ondersteuning van ZonMw stelt VWS de komende jaren 3 miljoen euro per jaar beschikbaar om netwerken integrale ondersteuning en zorg voor ouderen te faciliteren, door te ontwikkelen en te borgen. De ligduur in ziekenhuizen is de afgelopen jaren decennia fors teruggelopen. Zilveren Kruis bijvoorbeeld zet vol in op krimp van het aantal ziekenhuizen.

(zorgvisie 8 okt 2018). Daarbij is recent sprake van een trendbreuk: het aantal ziekenhuisopnames is voor het eerst gedaald. Ook worden steeds meer taken vanuit de tweedelijnszorg overgedragen naar de eerstelijns zorg (en van de eerstelijns weer naar de nuldelijnszorg). Laatst werd al een keer een balletje opgegooid om het meten van cholesterol mogelijk te maken bij de bibliotheek of de sportschool.

Bij de evaluatie van de woningwet zou worden voorgesteld deze regels m.b.t. inkomenstoewijzing in mindere mate of niet voor zorgwoningen te laten gelden. Er zijn echter nog veel vragen over de uitvoerbaarheid. 1

26

Mede als gevolg van voorgaande en omdat mensen daadwerkelijk langer thuis blijven wonen is er steeds meer behoefte aan ‘tussenvoorzieningen’. Er is steeds meer behoefte aan plaatsen waar mensen tijdelijk kunnen herstellen na een ziekenhuisopname. Ook komt het geregeld voor dat het thuis, tijdelijk, niet meer gaat. Het gaat in de kern om mensen die tijdelijk zorg met verblijf nodig hebben. Van oudsher hebben zorgorganisaties veel ervaring met kortdurende opnames, logeeropnames of spoedopnames. Naast tijdelijk verblijf neemt ook de behoefte toe aan diverse vormen van dagbesteding (van licht tot zwaar). Er is echter wel een vraag om herbezinning op dagbesteding. Dit geluid is niet eerder zo luid te horen geweest als nu. Meedoen naar vermogen, meer eigen regie, integraal deel uitmaken van de samenleving en maatwerk zijn leidraad geworden. Tot slot komt de aandacht voor preventie, waar al jarenlang het belang van in wordt gezien, nu daadwerkelijk van de grond. Landelijk is er met 70 partijen afgelopen jaar een preventie-akkoord ondertekend. Buurtzorg Nederland en zorgverzekeraar Menzis hebben bijvoorbeeld een meerjarencontract van 150 à 200 miljoen euro getekend. De looptijd is drie jaar. Ze gaan samen inzetten op preventie, e-health, buurtnetwerken en zelfredzaamheid.

5.2 ’10 trends die de geestelijke ingrijpend veranderen’

gezondheidszorg

in

2020

De voorgaande bijlage bevatte hoofdzakelijk de belangrijkste trends en ontwikkelingen binnen de ouderenzorg. De ontwikkelingen in andere zorgsectoren binnen langdurig verblijf staan echter ook niet stil. Met name binnen de Geestelijke Gezondheidszorg is door de ambulantisering nog sprake van forse ontwikkelingen. Binnen Oudewater is deze doelgroep echter veel geringer van omvang. Om toch een beeld te hebben wat binnen deze sector de belangrijke ontwikkelingen zijn zie de bijlage: ’10 trends die de geestelijke gezondheidszorg in 2020 ingrijpend veranderen’ van Wortell. Link: https://www.wortell.nl/media/Trendrapport-GGZ.pdf

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/483/documents/15780